TEXT_EXPL_XML

<p>GOD, d'aldervolkomenste Werkmeester, heeft den mensch veel heerlikker en verr'boven alle<lb/> andere dieren geschapen: want de dieren staen, alleen tot haars levens onderhoud, en der<lb/> menschen dienstbaarheid, haer gezicht na de aerde, en zijn om haer zober voedzel bekommert:<lb/> maer de mensch heeft hy alzoo geschapen, dat hy, met zijne oogen opwaerts, altijdt de trefflikke<lb/> werken Gods met verwondering moet aenschouwen: Bestaande uit twee deelen, als zienlikke,<lb/> aerdsche, en verganklikke, te weten het Lichaem: 't ander onzienlikke, hemelsche en on-ver-<lb/> ganklikke, te weten de Ziele. En zo wy dit nauwer willen inzien, zullen bevinden dat het gene de<lb/> groote Schepper in de werelt heeft gestelt, in den mensch te vinden is: te weten de vier Elementen,<lb/> als de Ziele, die lochtigh is, 't hert, dat vierig is: 't lichaem, dat aardsch is: de mond, die waterig<lb/> is, en voorts 't gene de Dichter klaerlik uitdrukte. Die oude Philosophen noemden den mensch niet<lb/> onbequaemlik de kleine Werelt. De Natuur-kondigers zeiden, dat de werelt was de grootste Mensch,<lb/> maer dat de Mensch was de kleine Werelt: en dat ook te recht: want gelijk de eene van Godgeleid<lb/> ongedreven word; alzo wordt d'ander van een Godlikke en redelikke ziele getrokken tot de ken-<lb/> nisse aller dingen; invoegen, dat hy, meet zijn gedachten, tot het binnenste en verborgenste, ja tot<lb/> de Hemelen zelf opstijght, Hy kent den loop der Sterren, Son en Maen, weet te rekenen haren op en<lb/> ondergang, en 't draijen der zelver, &amp;c.</p>

<p>ANschouwers, of het u niet voeglik scheen te wezen,<lb/> Dat wy het reedlik dier, dus vry, en zonder vrezen,<lb/> Gaan doopen met de naam van Klaine Weereld.<lb/> Hoor.<lb/> Zie d'opschrift, en het Beeld met wijze zinnen door.<lb/> De mensch, de klaine mensch, vertoont in weinig stonde<lb/> De volle grootheid van des Weerelts wijtte en ronde.<lb/> God heeft die groote kloot door 't eeuwig woord geteelt,<lb/> Hy is de maakker ook van dit anloklik beeld.<lb/> Van vier Hooft-stoffen hangt de grootte weerelt t'zaamen:<lb/> De klaine leeft'er in; doch onder andre naamen,<lb/> Zijn gramschap is het vuur. Zijn roode bloed de locht,<lb/> Zijn vochtige natuur het waater, koud en vocht;<lb/> En zijn swaarmoedigheid is d'aarde, droef en duister.<lb/> In 't Koningklik Palais des Werelts, zo vol luister,<lb/> Vier oopen poorten zijn: Oost, West, en Zuide, en Noord.<lb/> Met dit tweevoetig dier is 't even zoo 't behoort.<lb/> Zijn rechter is het Oost, zijn slinkerhand het Weste,<lb/> Zijn hoofd het Zuiden, en zijn voeten 't Noordts-geweste.<lb/> In 't gladde voorhoofd van de groote weereld staan<lb/> Twee flikk'rende oogen, die nooit slaapen: Zon en Maan.<lb/> De klaine van gelijk, twee glinsterende koolen<lb/> In zijnen Hemel draagt, om 's daags noch 's nachts te doolen.<lb/> Het groot getimmer is geen pronkzel me te gedeelt<lb/> Dat niet in 't anzicht van het klaine bouzel speelt.<lb/> De groote Globus tolt, en werd steets voorts gedragen<lb/> Van Lenten, Zomer, Herbst, en Winter met zijn vlagen,<lb/> De klaine van gelijk zijn begin, en ende,<lb/> De klaine komt met druk, en scheyd weer met ellende,<lb/> En dus zy beyde gaer verdwijnen als de rook:<lb/> Want zoo de wereld is, zoo zijn de menschen ook,<lb/> Behalven dat de mensch sal worden nieus herboren,<lb/> En uytden graav'opstaan, als alles is verloren.<lb/> </p>

SEQ

1

PARENT

embstma_10911

TYPE

emblem pictura

HIM

MNE

GUL

EMBLEMS

ILL_BOOK

MOTTO_NL

<p>Zie hier twee Werelden, d'een groot en d'ander kleen,<lb/> Die wonderlik te zaam zich dragen over een.</p>

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_10911_emblem002

IIHIM

MNE

GUL

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

A naked man pointing upwards, standing in a globe with the sun and moon

SOURCE_FILE

embstma10911.xml

MOTTO_NL_NORM

Twee Werelden siet hier, d'een groot en d'ander kleen, Die wonderlijck te saem sich dragen over een

LINK_FACSIMILE

embstma_10911_fac008

LINK

bible_kjv_thenewtestament_1peter_1_24

IC

11R5

13F

24A6

24B31

24F

25A13

250

310

31A231

31A2511(+931)

31D14(+89)

58B21(+121)

86(ZIE HIER TWEE WERELDEN, D'EEN GROOT EN D'ANDER KLEEN, DIE WONDERLIK TE ZAAM ZICH DRAGEN OVER EEN)

URL_IMAGE

embstma_10911_pic008.jpg

ID

embstma_10911_emblem001