$ TEXT_EXPL_XML

GHy ziet hier de vermetene detelheid van de Poëten afgebeeld, door den val van Cupido uyt den Hemel. Want die selve was niet te vreden dat hy in der Goden Opper-zael verkeerde, en zijn gaven, die hem van den God- en gegeven waren, tot het rechte wit gebruykte: maer wilde boven den go- den wijs zijn, en zijn wijsheid, dat is zijn dertelheden oeffenen en misbruyken aen die ghene waer van hy zijn krachten en kennisse had ontfangen: dies Jupi- ter vresende dat door deses Wichts geylheyd alles soude ontsteken en in brand ge- raken, werpt hem met grammen moede uyt den Hemel. Hier by wilden zy te verstaen geven, datter veel ongeruste geesten in dese weerelt waren, die niet te vreden zijnde met de gaven haer van Godts gegeven, altijdts ongerust waren, en door hare te groote neuswijsheyd sochten tot Godts selve op te klim- men, en zijn wercken te berispen, ja waer 't mogelijk den Hemel te beroe- ren. Want zy oordeelden datter niet snooders was voor de dertele verstanden, den opgeblasentheydt en laetdunkentheydt, wanneerse eenmael tot den trap der eeren gestegen zijn; datse dan al voorts het hooghste woordt willen voe- ren, en aen niemant gebonden, noch geen wetten onderworpen zijn. De Exempelen van Phaaeton ende Icarus behoorden ons te waerschouwen, die den glants en brand der Zonnen te naer komende, van boven neder vielen: soo doen ook vele, die door al te groote laetdunkentheyd derven in de binnen-kameren van Godes geheymnissen treden, daer doch niemand den brandt verdragen kan: alsoo dat se in haere wijse dwaesheydt worden te neder geworpen en beschaemt ge- maekt. Wanneer de Schild-padde in hare schelpen blijft, dan isse beschermt voor ongeval: maer wanneerse 't hooft en leden daer buyten steekt, dan moetze vree- ze lyden van gequetst te worden. Soo doen wy mede, al te vrye, spiegelingen, de geheym- nissen willen doorgronden.

;

CUpido, Venus-wicht, ontstak, met zijne straalen, Het hailig Hemelsch Koor, en al de hooge zaalen. Hy heeft den eenen voor, en d'ander na gewond. Daar speelde niet dan min, en liefde in ieders mond. Hy wierd terstond ge-eert van Goden, en Goddessen. Zijn Altaars drooppen, staag van Balzems van Cippressen. Jupijn was heel beducht, of, tot zijn schade en schandt, De Hemel op 't lest mocht raken in den brandt. Des hy den Blixem nam, en wierp, in een onweder, Met vuur, en rook vermengt, den dwerg van boven neder. Die d'allerhoogste trap van eer betreden had, Stort schandig, in den poel des afgrondts, van het radt.

SEQ 3 PARENT embstma_10911 HIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_10911_pic012.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_10911_emblem004 IIHIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN Cupid is thrown out of heaven by Jupiter SOURCE_FILE embstma10911.xml MOTTO_NL_NORM Ziet hoe Cupido valt, en om zyn oude luymen So schandelycken moet den schoonen Hemel ruymen LINK_FACSIMILE embstma_10911_fac012 TYPE emblem pictura IC 25F(+342) ; 25H133 ; 26A ; 31A2741 ; 31A2764 ; 46C24 ; 52A12 ; 52AA51 ; 86(ZIET HOE CUPIDO VALT, EN OM ZYN OUDE LUYMEN SO SCHANDELYCKEN MOET DEN SCHOONEN HEMEL RUYMEN) ; 92B14 ; 92B18(EAGLE) ; 92B18(THUNDERBOLT) ; 92B5 ; 92D16 ; 93A211 ; 94L PREV embstma_10911_emblem002 MOTTO_NL

Ziet hoe Cupido valt, en om zijn oude luymen So schandelijken moet den schoonen Hemel ruymen.

ID embstma_10911_emblem003 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0