$ TEXT_EXPL_XML
DE Poëten hebben verçiert, hoe dat Minerva, de Goddinne der wijsheyd, ge-
boren is uyt het breyn en de hersenen van Jupiter, en also hy merkte dat
zijn huysvrouw Juno onvruchtbaer was: Dies hy Vulcano beval, dat hy met
een scherpe bijl, van Diamanten, zijn zwangre hooft zou kloven: daer uyt dan
deze wijze Pallas is voort-gekomen. Hier mede gaven zy niet duysterlijk te ver-
staen, dat de Wijsheid, die uyt God geboren is, van boven komt, en in des menschen
verstand en herssenen word gestort, alzo dat zy daer na, met pijn en grooten arbeyd,
wijze werken, dat is, wijsheyts kinderen, voortbrengt. Men noemde haer Trito-
te verstaen, de toekomende dingen te voorsien, en de voorleden te gedencken; en dat de
mensch dryerley behoeft om wijs te wesen, dat is, wel raden, recht oordelen, en
oprecht handelen, &c.
De oude Heydenen hebben dit wel naer hare spiegelingem door 't licht der Natu-
ren versiert; wijl zy wel wisten datter yet Godlikx onderschuilde, maer de rechte
kennisse hebben zy niet verstaen. Maer die door den Geest Gods geleert zijn, we-
ten dat Godt zelve de wijsheit is, en dat 't beginsel, om tot de wijsheit te komen, is
de vreeze des Heeren. Daerom behooren wy alle naer deze heilige wijsheidt ons te
benaerstigen, en met arbeidt en vlijt diezelve bewaren. Augustinus spreeckt zeer
wel; Die daer wil schatten der wijsheidt vinden, seyd hy, moet kuylen der nederig-
heidt graven, en niet af laten, voor hy hebbe den schat gevonden. Bernhardus
seidt: Zoo ghy wijs waert, en op u uyterste altijd dachtet, dan zoud ghy wijs zijn in
de Godlikke dingen, ghy zoud ook de wereldt kennen, en ghy zoud voor de helle
vreezen Daerom vraeght eene, onder den Ouden: Wat is de wijsheid? datmen
altijdt wat recht is moet doen, en wat quaedt is naelaten.
Aenmerckt hoe Iovis baerd Minervam uyt zijn hooft,
Naer dat de mancke Smit zijn hers'nen heeft geklooft.