$ TEXT_EXPL_XML

d'AEloude Wijzen hebben deeze versiering, van dat Apollo, door Jupiters bevel, uit den Hemel, om der menschen gemoederen t'onderzoekken, op d'aerde neder-daalde, op den Nijd gepast: want ze zeiden, dat Febus, an twee dochteren, keur gaf: wat d'eene mogt begeeren, zou an d'andere verdubbelt worden. Des d'eene, van Nijdigheid opgeswollen, verkoos, dat heur eene oog mogt uit ge- steekken worden, op dat d'andere terstond gants blind zou zijn. Deeze Nijdig- heid is van zulk een aert, datze, in eens anders welvaren, verarmt. Zy zoekt heur eigen schaede, om'er even-mensch een grooter schande an te doen. De Nijdigheid, zeid Chrisostomus, is een vergiftig quaet, zy verkeert den Mensche in de gestaltenisse eenes ongenadigen Duyvels. Daer door is deDood in de werelt ge- komen; door de Nijd is Abel vermoord, David tot den dodslach gekomen, en de Joden hebben Christum door Nijd gekruyst. De nijdige Menschen zijn als de Wespen die uyt anderen vuiligheidt worden gevoed, zo behouden zy ook uit ande- ren ongeluk haer voedsel. Cleobilus gevraegt zijnde, voor wien men zich voor- naemlik most wachten? antwoorde zeer wel; Voor der vrienden Nijdigheid, en voor der vyanden listen en lagen. Nochtans zeer qualik kan de Nijdige daer an- der vrucht uit trekken, dan dat hy hem zelven quelle, en die benijt wordt is daer- om niet te ongelukkiger, 't is beter benijt als beklaegt. Laet zy vast op hare tanden bijten, inwendigh hare zielen quellen, zy winnen niet anders als hertenleed en rouw: en als wy het wel insien, zy is een ender zoo vyand niet als haer zelven. Laten wy doch zo niet gesint zijn, dat d'eene den anderen verachte, en d'een den anderen benyde; maer leeren liever, dat yeder, met het zijne, te vreden zy.

;

APollo quam eenmael uit zijn vergulde zalen, Door Jupiters bevel, op d'aarde neder-dalen, Om an twee Nimfen, d'een den ander ongelijk Van aart, en eigenschap; doch beide al even rijk, Zijn gulle goedigheid, om wil, en wel-behaagen, Met zijn geleerde tong, beleefdlik voor te draagen; En zeggen: dat den een mogt eischen watze wou, En dat zy datelik heur wensch genieten zou: Maar dat hy eens zo veel, als d'eerste, mogt begeeren, Aan d'andere terstont zou schenken en vereeren. Apollo had dit woordt zo haast niet uit gezeid, Of voor hem quam terstont de swarte nijdigheid Met heur bebloede bek. O Febus! span uw'booge, Zo zeize, en schiet een pijl recht in mijn rechter ooge, En neem my't halve licht. Mijn herte dit verkiest: Wijl d'andre Nimf daar door heur gants gezicht verliest. ,, Zie, dus schept Nijdigheid, genegen tot den quaade, ,, Een wonderlik profyt uit heures naasten schaade ,, Zy spaart heur een oog niet, hoe ook de saake loopt, ,, Wanneerze maar daardoor eens anders blindheid koopt.

SEQ 8 PARENT embstma_10911 HIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_10911_pic018.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_10911_emblem007 IIHIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN Envy eating a heart, and Virtue holding a money-bag, are invited by Apollo to make a wish SOURCE_FILE embstma10911.xml MOTTO_NL_NORM Siet, hoe met heur een oogs verlies de Nydigheyd Uut afgunst koopen wilt heurs naesten oogen beyd' LINK_FACSIMILE embstma_10911_fac018 TYPE emblem pictura IC 11N32 ; 22C3114 ; 31A22210 ; 31A2352 ; 41A721 ; 41C11 ; 41D267 ; 5(+113) ; 86(SIET, HOE MET HEUR EEN OOGS VERLIES DE NYDIGHEYD UUT AFGUNST KOOPEN WILT HEURS NAESTEN OOGEN BEYD') ; 92B171 ; 92B18(EAGLE) ; 92B18(THUNDERBOLT) ; 92B37 PREV embstma_10911_emblem005 MOTTO_NL

De bitze Nijd zeer graag een oog verliezen wou, Wanneer de Deugd daar voor twee oogen missen zou.

ID embstma_10911_emblem006 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0