$ TEXT_EXPL_XML
ALs men de afgoderye en by-gelooven der Ouden zoude verhalen, het zoude
al te verdrietigh vallen. Hesiodus derf wel zeggen, datter dertig duizent
Goden in de Wereldt geweest zijn: en Tertullianus verhaeldt dat Varro drie hon-
dert Jupiters gestelt heeft. Want zy hadden oock haer bezondere Afgoden tot alle
dingen, ja voor alle krankheden en gebreken, voor boomen, bosschen, beesten,
alzo datmen ter werelt niet kon bedenken, of zy hadden daer toe hare Goden. De
Romeinen verboden datmen geene andere Goden aldaer most aennemen, dan die
den Raedt instelde, gelijk die in de Priester-boeken bekent waren. Andere stelden
deughden tot hare Goden. Andere de Dieren, als Schildpadden, Crocodilen, Slan-
gen, Leeuwen, Wolven, Schapen, Koeyen, Katten, Bokken, Duiven, oyevaers,
Gansen, &c. Andere de Vloeden en Rivieren, daer toe hare Neptunos uitbeelden-
de. Andere Son, Maen, en Sterren. Andere de bloemen, kruiden, ajuyn, look, &c.
en ik weet niet wat zy van deze soorte niet versierden. Hier worden alleene uitge-
beeldt hoe die van Athenen in haren Tempel opgerecht hadden Godinne Victo-
ria, dat is de Overwinninge, die zy heerlikken verçierden met Lauwer-kroonen;
en te Sparten haddemen op-gestelt den God Mars, die aen handen en voeten ghe-
bonden was; en by die van Tyrien worde ge-eert en met grooter heerlikheidt ge-
maekte Goden naer zijn goetdunken, maer wy weten datter een God is, die alles
geschapen heeft: en gelijk David zeid: Heere u en is niemand gelijk onder de Goden,
en daer is niemandt die doen kan gelijk ghy doet: want de Hemelen prijzen uwe
wonderen, en uwe waerheid in de gemeente de Heiligen.
DE Heidenen, hoe blind zy voor ons henen gingen,
Noch altijds droomden van een wezen alder dingen,
't Welk als een eigenschap t'aanbidden quam alleen,
Dat heilig was van aart, en ieder algemeen.
d'Atheners d'Overhand devotig eere boden,
De Tyriers Phoebus, als den grootsten alder Goden:
De wapen-roover Mars werdt, met veel offer-viers,
Ge-eert devotig van den Lacedemoniers:
Maar ander blinder, en veel woester van manieren,
Gods-dienstig offerden d'onredelikke dieren:
En t'alderdomste volk voor 't vuur heeft ner geknielt,
Oft ander schepzel, 'tgeen dood was en onbezielt.
Elk land had zijnen God eerbiedig in 't gezichte,
Dies in hun blind'heid zy beschaamden veel verlichte,
Die eenigsins verlicht, noch gaan in blindheid voort,
En vragen na Gods-dienst, naar God, noch naar zijn woort!
t'Atheen'werd d'Overhand, den strijdbre Mars in Sparten,
Apoll'by den Tyriers ge-eert van gantscher harten.