TEXT_EXPL_XML

<p>TE Romen in den Tempel waren drie Goddinnen, genaemt de Weldaden of<lb/> dank-goddinnen, opgerecht: d'eene was, Weldaed, d'ander, Ontfan-<lb/> gende Weldaed, de derde, vergeldende Weldaed. Seneca noemtze drie gezu-<lb/> sters, en zeidt, datze malkanderen de handen gaven, en dat zy lachende, jonk,<lb/> en Maaegdekens waren, met losse en luchtige kleederen. Zy worden gezeidt met<lb/> de handen aen malkanderen te houden, om dat de weldaden altijdt ter rechter-<lb/> hand zoude komen. Lachende, om dat der weldoenders gezichte vrolik is. Jonk,<lb/> om dat de gedachtenisse der weldaden niet oudt behoort te worden. Maegdekens,<lb/> <pb n="embstma_10911_fac041"/> om dat de weldaden ongeschent, oprecht en heiligh behooren te wezen, aen niemant<lb/> verlooft noch gebonden. Chrisostomus zeydt: men behoort geen weldaed te ver-<lb/> bergen. En men moet geven, zegt Augustinus, dat het, noch u, noch eenen ande-<lb/> ren schadelik is. Plautus is ook van 't zelfde gevoelen, als hy zegt: Laet u doch<lb/> niet verdrieten den vrienden goet te doen, maer schaemt u liever, dat ghy 't niet ge-<lb/> daen hebt; 't is een schande datmen zijn vriend in den nood niet bystaet. Demo-<lb/> sthenes spreekt mede: Ik ben van gevoelen, dat die gene, die weldaed bewezen is,<lb/> 't zelve behoort alle tyd te gedenken, en die 't heeft gegeven, behoort het te verge-<lb/> ten; want de weldaden dikwils te herhalen, is een aert van pochen en verwijten.<lb/> Democritus zegt: de Menschen behooren vaerdiger te zijn om te geven, als om te<lb/> beloven; want een kleine gave helpt een behoeftige; maer van guldene en hoofsche<lb/> woorden, kan niemant den buik vullen. Daerom laet ons altijd, zegt Chrysosto-<lb/> mus, de weldaed, als een gulden kleinood, aen onzen halze dragen, op dat men<lb/> mach merken wiens kinderen wy zijn, namelik des genen die daer zegt: Ik ben<lb/> Barmhertig; want hy laet zijn Sonne schijnen over de goede en quade.</p>

<p>DEes drie Goddinnen, hier dus op de rye staande,<lb/> Zijn niet zeer ongelijk den beelden van 't voorgaande:<lb/> Dees schoone Maagden zijn de drie Weldaden zelf,<lb/> Hier voormaals opgerecht in 't heilig Roooms gewelf:<lb/> d'Een is Weldadigheidt, die met een open herte<lb/> En met een open handt gedenkt heurs naasten smerte:<lb/> Ontfangende geschenk de tweede Nimphe heet,<lb/> Daar steeds Weldadigheid heur giften aan besteed:<lb/> De derde Dankbaarheid, in wiens gemoed begraven<lb/> Licht de dankoffer van heurs naasten milde gaven.<lb/> d'Een rijkelikken geeft, de tweede bly ontfankt,<lb/> De derde voor de gaaf eerbiediglik bedankt.<lb/> ,, Och oft dees Nimphen ons al t'zaam zoo wel bevielen<lb/> ,, Dat wy hun plaatsten in den Tempel onzer zielen:<lb/> ,, Want daar in 't herte blinkt dit schoone beelde-werk,<lb/> ,, Daar is een heilig huis, en welgeçierde kerk.</p>

URL_WEBPAGE

http://www.dbnl.org/tekst/vond001dewe01_01/vond001dewe01_01_0040.htm

PARENT

embstma_10911

HIM

MNE

GUL

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_10911_pic040.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_10911_emblem019

SEQ

18

IIHIM

MNE

GUL

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

Three nude women, representing roman deities for Offering Gifts, Receiving Gifts and Gratitude for Gifts Received

SOURCE_FILE

embstma10911.xml

MOTTO_NL_NORM

De Weldaed dryderley (ons tot een goed exempel) Werd heylighlijck ge-eert te Romen inden Tempel

LINK_FACSIMILE

embstma_10911_fac040

TYPE

emblem pictura

IC

12F61

31AA2512(+935)

31AA2513

31D15(+82)

48C162

55CC2

57A7

57A8

86(DE WELDAED DRYDERLEY (ONS TOT EEN GOED EXEMPEL) WERD HEYLIGHLIJCK GE-EERT TE ROMEN INDEN TEMPEL)

96A29

PREV

embstma_10911_emblem017

MOTTO_NL

<p>De Weldaad driederley (ons tot een goed exempel)<lb/> Werd heiliglik ge-eert te Romen in den Tempel.<lb/> </p>

ID

embstma_10911_emblem018