$ TEXT_EXPL_XML

MEn verhaelt van den Keizer Tiberio, dat hy, wandelende in zijn Palleys met zijne Hovelingen, zach zitten een armen bedelaer, die met vele puisten en sweeren beladen, an voor-by-gangers zijne armoede klaagde, de Keizer, dezen armen mensch dus deerlik ziende, en dat de vliegen vast op zijn schurfde lichaem zaten en pikten, kreeg daer over groote deernisse en medelijden, en zant een van zijn Dienaers, dat hy doch dien swarm van des Armen Mans lichaem kee- ren zoude. De dienaer toe-tredende, riep de arme bloed heel ellendigh, ey laet staen! laet staen! want zo ghy deze vliegen afjaegt, die nu alrede volgedronken zijn, dan zullender wederomme andere magere rekels en hongerige roeken volgen, die my meerder smert en pijne zullen aendoen, en mijn vleys en bloed ten gronde uitzui- pen. De Keizer, hier over verwondert zijnde, behiel dit in zijn gedachten, en ver- stond dat een Rechter die alreede van zijns Heeren middelen veel genoten heeft, niet zo graeg noch hongerig is als een Kalis die daer in komt vallen, als een vliege in den bry, om dat edele recht door gifte en gaven te schenden, als de nieuwe doet, alleen om zijn hongerige rop te vullen, daerom dan de gemeente moet treuren en zuchten. Isi- dorus zeid: de snode en hongerige Rechters houden der lieden saken op, of vellen een verkeert oordeel, ter tijdt zy haren zak lustigh gevult hebben, en de arme uitgezo- pen. De arme, zeid hy voorder, worden meer van deze gretige grijp-vogels ge- plundert, als de onrechtvaerdige Rechter, die zelve zoekt in te schrapen. De- ze lesse zal den vromen Rechteren altijdt voor oogen staen, en naer de leere Moysis geen persoonen aensien, noch gaven; want de gaven verblinden de oogen der Wij- zen, en verkeeren de zaken des Rechtvaerdigen.

;

DE Keizer, gaande met zijn Hof-gesin spaceren, Zag eenen Armen man vol puysten en vol zeeren, Waar op de vliegen vast al greetig en verwoed Zich mesten vet en dik, met etter en met bloed, De Vorst werdt voort beweegt, en mocht dit niet verdragen, t'Za Pagie (zey hy) wilt dit vliegend'tuig verjagen: Neen, neen sprak d'Arme Man, ey lieve laat doch dat! Dees vliegen zijn verzaad, dees krekels zijn nu zat: Verjaagdy dezen zwerm, zo komter wer een jonger, Met nieuwen appetijt, met grage en verschen honger, En zullen van mijn vleesch en bloed hun zelven von, Met meerder pijn en smert dan my nu deze doen: De Keizer deed'et vremt, deze antwoord met groot wonder Hem in zijne ooren klonk gelijk als eenen donder: ,, Hy mocht gedenken, oft den Rechter die van goed, ,, En gelden is verzaad, 't recht zo veel hinders doet ,, Als eene kale vink die eerst't gedingh zal schiften, ,, En eet den armen op met graven, en met giften.

URL_WEBPAGE http://www.dbnl.org/tekst/vond001dewe01_01/vond001dewe01_01_0045.htm PARENT embstma_10911 HIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_10911_pic050.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_10911_emblem024 SEQ 23 IIHIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN The emperor Tiberius orders one of his men to help a poor, wounded man by chasing away the blood sucking flies that surround him; the beggar asks him not to do that, because it will invite new, hungrier flies SOURCE_FILE embstma10911.xml MOTTO_NL_NORM Hoe dat een arme Man ('t is wel aenmerckens weert) Door een gelyckenis den Keyser heeft geleert LINK_FACSIMILE embstma_10911_fac050 TYPE emblem pictura IC 25F711(FLY) ; 31A235 ; 31A2512(+9321) ; 31A2518 ; 31A4632 ; 31D11221 ; 34D31(+0) ; 44B112 ; 44B192 ; 46A151 ; 53DD1:54A6 ; 54BB3 ; 83(FLAVIUS JOSEPHUS, Antiquitates Judaicae, XVIII, 174) ; 86(HOE DAT EEN ARME MAN ('T IS WEL AENMERCKENS WEERT) DOOR EEN GELYCKENIS DEN KEYSER HEEFT GELEERT) PREV embstma_10911_emblem022 MOTTO_NL

Zie, hoe een Arme Man, te wonderlik bezeert, Door een gelijkenis, den Keizer heeft geleert

ID embstma_10911_emblem023 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0