$ TEXT_EXPL_XML
DE wijze hoe de Heidenen haere dooden hebben omkranst en begraven, is zoo
menigerley geweest, dat by na elk landt, ja elk stadt hare bezondere
manieren hadde. De Keizer begeerde van Bias den Philosooph te weten, waer-
omme doch de doode met een Lauwer-Kroone daer van droegh. Dit was wel gezeid van
een Heiden, maer zonder rechte kennisse. Doch wy weten dat ons de doodt is een
ingangh tot het leven. Augustinus zeid: De Dood, dien de menschen vreezen, is
Wiens bleek besturven hooft met Lauwer was omvloch-
ten.
De Keizer, willend, hier den oorzaak van verstaan,
Sprak zijne honigh-bie, den wijzen Bias aan:
Zeght, wijsgeeren! zeght, waarom men dus ten toone
De don ten grave brenght, omvlochten met een Kroone?
,, Heer Keizer (antwoord hy) om dat hy voor gewis
,, Van alderleye ellende en smerte ontslagen is.
,, Dat hy voleindigt heeft den loop met zijne voeten,
,, En afgeleid de schuld die wy betalen moeten:
,, Dat hy in zijne dood den Dood verwonnen heeft,
,, En hier gesturven is op dat hy elders leeft.
STREEP[]
een verscheydinge der ziele van het lichaem. Maer de waerachtige dood, welke
de menschen niet vreezen, is een afzonderinge der ziele van Godt, en veeltijdt
als de menschen de dood vreezen, die de ziele van 't lichaem scheydt, zoo verval-
lenze in die dood, daer de ziele van Godt gescheiden werd. Lucilius heeft eer-
tijds gezeid; Wy vallen niet schielik in de dood, maer gaender met stapkens na
toe. Dageliks sterven wy, want alle dagen wort'er een deel van 't leven gekort,
en al wassende nemen wy af, de kindschap, jongelingschap, en manschap, ja al wat
voorby is, gaet verloren: en dezen dagh deilen wy met de Dood. Cyprianus zeidt:
Zo u huis en wanden van ouderdom beefde, en 't getimmer niet langer konde staen,
maer dreighde op 't hooft te vallen, zoud ghy u en uw' goed niet zoeken te ber-
gen? ziet aen, de Werelt wankelt en vervalt, en getuygt, door 't einde der dingen,
dat zy haest vallen zal: doch zalig zijnze die in den Heererusten, want der Hei-
ligen Doodt is kostelik voor den Heere.
Men hoort de Philosooph'den Keizer hier verklaaren
Waerom de doode werdt geciert met Lauwer blaren.