$ TEXT_EXPL_XML

HIer word vertoond de zobere disch van Pythagoras, en hoe slechtelik en spa- relik hy leefde: hem geneerende met wortelen en andere vruchten. Dit word tot een vordaed van Zoberheid of Spaerzaemheid gestelt, dat de Nature met zoo weinig te vreden is. Want die goede Man dachte datmen te zeer verquiste de ga- ven Godts: en zag dat der menschen dertelheden te vele en overdadig waren. Lu- tianus, die een oprechten spotter geweest is, zeid, dat de ziele van Pythagoras dik- wils verhuist en gewandelt heeft door alle lichamen van mans en vrouwen, voge- len en andere gedierten, en datze veel vrolikker en genoeglikker geleeft heeft, doen een Vorsch, al een Koningh was, hoewel die spottelik schijnt, zo kan 't zeer wel (om de bedorvenheid van den mensch te kennen te geven) gepast worden, dat die alleen de goede gaven onzes Gods misbruikt, maer dat de beestjens haer vernoegen- de, met het hare te vreden zijn. De Heere Christus verwijt den mensch dikwils zijn gebreken, en wijst hem tot de beesten. Wanneer de Koning Cyrus op zekeren tijdt ter herberge quam, vraeg hem de Waerdt wat hy op den dische begeerde ge- bracht te hebben? antwoorde: Geeft ons maer brood, en wy zullen uit deze revie- re drinken, vermanende daer mede de zijne, dat zy hun tot water-drinken zouden gewennen, want de wijn (zey hy) leyde alle goede dingen lagen. Waer toe zijn doch onze tijden gekomen? Godt heeft by na in de nature niet geschapen, hoe edel en heer- lik, dat de mensche mach genoegen: men bedenkt zoo veel lekkernijen en snoeperijen dat het schande is, ja men noodigt de lekkerheidt en overdadigheidt uit verre lan- den by ons te komen woonen. De zoberheid is nu al uitgejaegt. Onze Voor-oude- ren genoegden zich met eenen matigen en zoberen disch; maer die zouden nu al on- ze kookerye en banketten niet kennen, zo zeer is de go en oude lands-wijze ver- bastert; Godt geef ook, wie gebrek heeft, daermen van deze onnoodige overvloedt veel duizendt armen zoude konnen goedt doen. Origenes zeid: De zoberheid en nuchterheid is een oorsprongh van alle deugden, maer de overdadigheid en dertel- heidt is een moeder van alle zonden en gebreken.

;

PYthagor', Samos roem, te wonderlikken haten d'Onnutte Gulzigheid, een moeder van de vratten; Met eene zobre disch hy wel te vreeden was, Hy speende zich van vleesch, en visch; by 't veld-gewas. In ware dankbaarheid hy heiliglikken leefde, En met der herten aan een goed genoegen kleefde. ,, O gulden zoberheid! ghy zijt u zelfs een maat; ,, Als d'ander eerst begint, zo zydy al verzaadt. ,, De spyze is niet zoo zeer om 't lichaem vet te mesten, ,, Gelijk een kermis-gans die kruipen moet ten lesten ,, Als zy geschapen is, dat elk een van heur proeft, ,, Alleen zoo veel als 't lijf tot onderhoud behoeft.

URL_WEBPAGE http://www.dbnl.org/tekst/vond001dewe01_01/vond001dewe01_01_0053.htm PARENT embstma_10911 HIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_10911_pic066.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_10911_emblem032 SEQ 31 IIHIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN Pythagoras enjoying a simple meal SOURCE_FILE embstma10911.xml MOTTO_NL_NORM Pythagoras zit hier, de disch die is hier knap Verzorght met een weggh', wat vruchts, en eene nap LINK_FACSIMILE embstma_10911_fac066 TYPE emblem pictura IC 21D ; 25G4 ; 31A25161 ; 31B59 ; 41C38 ; 54A43 ; 55CC1 ; 86(PYTHAGORAS ZIT HIER, DE DISCH DIE IS HIER KNAP VERZORGHT MET EEN WEGGH', WAT VRUCHTS, EN EENE NAP) ; 98B(PYTHAGORAS)5 PREV embstma_10911_emblem030 MOTTO_NL

Zie hoe Pythagoras zijn disch verzorgt ter nood. Met eenen nap vol drankx, met akkervrucht en brood.

ID embstma_10911_emblem031 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0