$ TEXT_EXPL_XML
PLato was een uitnemende Philosooph te Athenen, zo geheten van de Aristo-
ne, om dat hy plat en breed van schouderen was, heeft hem in vele konsten
geoeffent, als in schilderen, in 't worstelen, in treur-spelen en dichten. Hy was een
uitnemend schoon man: in 't kort, hy was geoeffent in alle konsten, doch inzon-
derheid muntede hy inde Philosophie boven alle andere uit, en worde daerom de-
Godlikke Plato geheeten, en der Philosophen Homerus. Hy was zoo welspreken-
de en aengenaem, datmen zeide; zo Jupiter Griekx wilde spreken, dat hy op zijn
Platoos most spreken. Zommige hebben hem derven Godt noemen. Hy is een
is hy in Aegipten, om de Gimnosophisten te hooren, gereist. Daer hy (so men
zegt) de Boeken Moysis zoude gelesen hebben. Driemael is hy om den Berg
Aethna te zien, in Sicilien overgescheept, &c. Deze wijze Man die in alles, als
de Sonne boven d'andere Sterren, uitblonk, had nochtans eens onder zijn Reden-
kavelen gezeid, en dat simpelikken, dat de mensch was een Dier, hebbende
twee voeten en geen veeren. Hier achter was terstondt de kloeke berisper Dio-
genes, werpende, in de School, terwijl Plato zijn lessen dee, een levende gants kael
geplukten Haen voor zijn voeten, zeggende: Zie! hier is een Platonisch men-
sche. Waer over Plato, hem zelven beschaemt vindende, daer op stille zweeg.
Hier by kan men leeren, dat ter werelt geen zo terflik noch heerlik een verstanden
worden gevonden, die niet altemets van de reden een weinigh afloopen en grove
mis-slagen begaen. Niemandt is altijdt wijs. De geleerde Homerus heeft wel
een dut, zoo doet ook Plato. Zoo doen ook de alderbeste schutters, die altemets wel
verre van 't wit schieten:
Die nimmer dut, noch feilen kan begaan,
Die veeg dit uit, en schrijf zijn naam hier aan.
E Wijs-gier Plato, om zijn Jongeren te leeren,
Zeyde, een twee-voetig dier naekt, bloot, en zonder veeren
Is de geschapen mensch: dees voorgestelde les
Ter ooren al terstond quam voor Diogenes:
De Drol en is niet slinks, hy past op deze stukken,
En gaat flokx eenen Haan al levendig uit-plukken
Zijn pluimen uit het lijf en daar met slechte Jool,
Oft hy geen vijf en kost, loopt naar d'Atheensche School,
En werpt den naakten Haan voor Platoos voeten henen,
Dat's een Platonisch Mensch, naakt (zegt hy) met twee beenen.
,, Noit iemandt zo bespraakt, diens tong niet eens en lispt,
,, En niemandt oit zo wijs die niet mocht zijn berispt.
Hoe dat Diogenes bewees (naar zijnen wensche)
Dat eene naekte Haan was een Platonische Mensche.