$ TEXT_EXPL_XML
HOe de Natuure geen overschot behoeft, zal u Diogenes, door zijne afbeel-
dinge, genoeg leeren: hy voerde altijdt niet anders by hem als een mantel, tas,
en beker: wanneer hy op sekeren tijd, de kinderkens zag water uit haerhand
drinken, verwierp hy zijnen nap, als die niet noodig hebbende. Hier mede wilde
hy betoonen dat de overtolligheidt uitgesloten wezende, 't gemoedt dies te geruster
was. Democritus heeft eertijds zijnen schat wegh-geworpen, meenende dat 't
vergadert hebben, maer by achtede heerlikker dat hy die versmade. Dit behoorde
ons allen te doen opmerken, dat wy aen de overtollige goederen niet zoo zeer bleven
hangen, dat ondertusschen de ware goederen vergeten wierden, op dat wy schatten
vergaderen mochten, die de roest niet verteert, noch de motten niet eten: want het
oude Dicht zeid zeer wel, dat
's Werelts goet,
Dat dikwils doet
Den Mensch bekoren:
Word moeylik vergaart,
Met zorg bewaart,
Met rouw verloren.
DIogenes, die steeds arbeiden om te mind'ren
Zijns lichaams nootdruft, zagh hoe twee onnos'le kin-
d'ren
Het water met der hand vast schepten uit den vloed,
Dies nam hy zijnen nap en tradt hem met de voet,
Wat mach ik (zeyde hy) zo vele huisraads nutten,
En dus beladen gaan? dewijle men kan putten
Den drank met zijne hand, en lesschen zo den dorst?
Waar toe hebbe ik zoo lang d'onnutten kroes getorst?
,, Daarom wanneer wy 't doen der ouden wel beproeven,
,, Zy zochten hunnen schat in luttel te behoeven:
,, Want daarmen veel behoeft, daar is vry d'armo groot;
,, Maar waarlik is men rijk daar weinig is van nood.
Ziet hoe Diogenes den Kroes aan eenen kant
Wegh werpt, zo haast hy weet te drinken uit zijn hand.