$ TEXT_EXPL_XML
HIer zit de Wijze-man, hy laat hem niet meer tappen
Tot 't noonmaal, dan alleen drie matelikke nappen,
Hy slacht den dronkaard niet, die nimmer wel
te vre
Kan lesschen zijnen dorst: gelijk de groote Zee,
Die, al-hoe-wel hem steeds de bornen, en de vlieten
Zo vele waters in zijn glazen kruike gieten,
Noch nimmer is verzaad: zo oock de dronken bol,
Hoe vele dat hy drinkt, zo is hy nimmer vol:
Maar deze wijs-gier heeft de zoberheidt verkoren,
En laat een druppelkens onnut niet gaan verloren.
,, Die zo den Wijn gebruikt, die zo de druiven leest,
,, Wort van den Wijn gevoed na 't lijf, en na den geest:
,, Den geeft hy levend'maackt, het herte sterk en jonger,
,, De herz'nen zuyvert hy, en wekket gragen honger,
,,'t Bleek aanzicht hy verdrijft, verwermt het koude bloed,
,, En ons teer lichaam hy lange in gezondheid hoed.
Ziet hoe de Philosooph hier aan de Tafel dut,
En den gezonden Wijnheel zoberlikken nut.