$ TEXT_EXPL_XML

SIet hier Zoilum den berisper, besig in 't schrijven en teikenen van zijns nae- sten feilen en gebreken, maer zijn eigen vergeet hy geheel. Daerom stelden de Oude, dat hy een groot tassche, die dik en wel gevult was voor hem, maer op zijn rugge een ledig zakxken, droeg. Sy gaven hier mede teverstaen dat de berispers van ander luiden gebreken zwanger gaen, en die zelve altijd voor haer dragen, en daer mee haer tasschen vullen: want alles wat andere doen, al waer 't noch zoo wel, dat weten zy te berispen en te bestraffen, jae zy poogen de kleinste mugge te siften: maer in haer eigen feilen te zien zijn zy blinder als mollen, en denkken dan zy alles wel doen. Dit is de blinde eigen-liefde daer mee de meeste menschen zwan- ger gaen, dit is 't, daer de Euangelisten van spreken: Wat ziet ghy een splinter in uw's broeders ooge? doet eerst de balke weg uit uw eigen. Wy behooren ons met an- der lieden zaeken niet vermetelik te bekommeren; want de gebreken, zeid Sene- ca, die wy in andere zien, indien wy die wel willen overwegen, zullen bevinden, dat die in onzen boessem schuilen. Daerom hebben de Oude zeer wijsselikken (als Plato) betuigt voor de deuren des Tempels te Delphoos, als een Godlikke spreuke geschreven, Kent u zelven: waer by verstaen wierd, dat niemand hem met eigen- liefde d'een boven den anderen moste verheffen, maer iegelik behoorde te denken wat, en wie hy was, op dat alzoo de middelmatigheidt mocht plaetze hebben, want daer is geen grooter ziekte in den mensche, dan dat hy van 't hondtjen laet- dunkenheid en eigen-liefde gebeten zijnde, andere veracht, en hem alleen voor wijs houd.

;

SIet den Berisper hier na 't leven afgeschildert, Hoe staat hy dus en grijnt! hoe is hy dus verwildert Twee tesschen hy steedts draagt, zifter van een !mug! d'Een hangt hem voor de knien, en d'ander op den rug. De grootste voren hangt, de kleynste draagt hy achter, Van 's naasten feilen is hy een getrouwe pachter, Want hy ontfanger, daer de grootste tesch meed'vult, Maer achter is de buil leeg van zijn eigen schult, Naardien hy die niet ziet: van voren stelt hy kloeke Zijns naasten misdaad net en zuiverlik te boeke, Hy heeft zijne oogen op een ander zoo gereet, Dat hy hem zelfs verzuimt, en t'eenenmaal vergeet.

URL_WEBPAGE http://www.dbnl.org/tekst/vond001dewe01_01/vond001dewe01_01_0063.htm PARENT embstma_10911 HIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_10911_pic086.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_10911_emblem042 SEQ 41 IIHIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN Zoilus writing down critical remarks about his fellow men; with these he fills the bag in front of him; remarks about himself are kept in his rucksack which is still empty; in the background a boy climbs over a barrier SOURCE_FILE embstma10911.xml MOTTO_NL_NORM Ey siet! hoe Zoilus sijns naesten feylen teeckent, en al wat hy misdoet vergeet, en niet en reeckent LINK_FACSIMILE embstma_10911_fac086 TYPE emblem pictura IC 31AA4111 ; 31D11221 ; 31D14 ; 41A5421 ; 46C1211 ; 46C552 ; 48C52 ; 49L11 ; 49L511 ; 57BB1 ; 57BB25 ; 86(EY SIET! HOE ZOILUS SIJNS NAESTEN FEYLEN TEECKENT, EN AL WAT HY MISDOET VERGEET, EN NIET EN REECKENT) ; 98B(ZOILUS) PREV embstma_10911_emblem040 MOTTO_NL

Ey ziet! hoe Zoylus hier zijns naasten feilen teekent, En alwat hy misdoet vergeet, enniet eens reekent.

ID embstma_10911_emblem041 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0