$ TEXT_EXPL_XML
EEn misdadige wierd om zijn overgeven boosheidt en dieverije van den Rech-
ters tot hangen verwezen zijnde by de galg, zo begeerde hy voor de laetste
reyze zijn moeder noch eens te spreken: wanneer hem nu zulks worde toegelaten,
quam zijn moeder tot hem, die hy aen een zyde trock, al-eens oft hy haer wat zon-
derlings had te spreken, maer komende an heur aenzicht beet' er den neuze af: en,
hem omme-keerende, zey hy tot de toekijkers: ziet! ik heb deze daedt gedaen, om
dat mijn Moeder my in mijne jonkheidt niet heeft gestraft, maer in alle dertelheidt
en ongebondenheidt laten heenloopen, tot ik eindlik aen deze smaedelikke doodt en
straffe
tyger, voor den naekomelingen dit teyken dragen, op datze, hier door gewaer-
schouwt zijnde, mogen leeren hare kinderen in alle deugd en eerbaerheid op te voe-
den. Dit is een zeer heerlikke lesse voor de Ouderen, op dat ze met alle middelen der
kinderen welvaert bevorderen, en met vermaningen en straffen aenhouden:
want de jeugd is het was gelijk, daer men lichtelik in drukt wat men wil: booze
reden bederven goede zeden, en die met den Godloozen ommegaet wordt bedor-
ven: by den kreupelen leert men hinken. De quade Vaders (zeydt Plutarchus) zijn
den kinderen quade raeds-lieden en voor-gangers tot boosheit, maer de vrome Ou-
deren zijn hare kinderen als een spiegel om in alle deugden na te volgen. Men moet,
zeidt Salomon, zo men zijn kinders lief heeft, de roede niet sparen. wie zijn roede
spaert, die haet zijn zoon. Tuchtight uwen zoon terwijl daer hope voor handen
is. De roede en straffe geven wijsheid, daer-en-tegen een kind dat zijn eygen wille
is overgegeven, schent zijn moeder.
EEr de misdader zal door 't nyppend henpe-venster
Anschouwen van het licht den laatsten straal of glenster,
Hy zijn moeder kust, en rooft voor 't hoog Gericht,
Met zijn tanden heur den neus van 't aangezicht;
Omstanders (zegt hy) hoort, want d'oorzaak van mijn lyden
Mijn eygen Moeder is, vermids zy met kastyden
Noyt mijnen quaden aard getemt heeft voor den val,
Zy altijd naar mijn dood (tot yders spiegel zal)
Dit teecken voeren, op dat andere Ouders leeren
Hun kind'ren op te voên in alle tucht des Heeren.
,, De Moeder die heur kind niet in de jonkheid temt
,, Van een recht moeders hert is t'eenemaal vervremt,
,, Die 't kind geeft lossen toom in alle zijn wellusten,
,, Sal met der tijd allenx een monster-dier toe-rusten:
,, De stramen in den naers van een quaad kind gewis
,, Het recht merk-teecken van een goede Moeder is,
,, Die heuren zoon bemind: op dat na al heur slaven
,, Zy niet een galgen-aas gevoed heeft voor de raven.
De Moeder die de Jeughd wil voor de roê verschoonen,
Die schent heur aangezicht, en worgt heur eigen Zonen.