$ TEXT_EXPL_XML

HIer zit de zoete jongeling Hercules en slaept, terwijl zijn teedere ziel, in ee- nen droom van twee (doch zeer ongelijke) Jongvrouwen wordt bestormt. De eene geheeten Wellust, wat opgetoyt, en hadde alles wat de werelt geven kan: schoonheid, vriendlikheid, en alle bevalligheden: Zy zeide, Jongman! by my is te vinden alles wat uw hert mach begeeren: weelde en wellust is voor u open, ziet mijn padekens zijn met rooskens bestroit, en daer is niet of uw herteken zal daer in vermaek hebben. Omhelst my daerom, en verlaet de andere Jongvrouw, die met haer geveinst en stadig gelaet u zoekt tot swaerhoofdigheidt te bewegen, volgt my, en ghy zult tot de gelukzaligheid ingaen. Ondertusschen sprak d'ander Jong- vrouw, geheeten Deugd: O lieve Jongeling! indien ghy verstond wat tot uwen besten dient, ghy zoud u door deze aenlokkende en bedrieglikke Juffer niet laten bewegen: 't Is wel waer dat zy voor de oogen u alles lieflik vertoont, maer ziet, hoe in 't einde van deze weg niet en zijn dan doornen, struiken, vier, rook en damp: Daer-en-tegen al ist dat u mijnen weg hart dunkt, zoo zalze u nochtans leiden tot alle heerlikheid, vreugde en rust, alzoo dat ghy daer door, als een overwinner, de Kroone der eere sult dragen, zonder welke geen oprechte gelukzaligheid te vinden is. Hier mee wilden de Oude te kennen geven, dat de Jongelingen, die als op den dry-spronk hares slibberigen levens stonden, lichtlikken door de gladde en dertele wereld verleid waren; maer dat de Ouderen als de rechte wijsheidt haerder kin- deren gehouden waren die zelve voor des wereldts bedrieglikheidt te waerschou- wen, en haer totter Godzaligheid en deughde te vermanen.

;

TErwijl Alcides lagh met Lethes zachte stroomen Besprenget van den slaap, 's doods zuster zagh hy ko- men Twee schoone Nymphen, oft Goddinnen met geneught, d'Een was Wellustigheidt, en d'ander was de Deughd. De Wellust quam zeer zoet, gelijck de morge, blozen, De wegh daar zy op liep beschildert was met roozen, En d'ingangh was heel breed: maar wer in 't tegendeel Was d'uitgang nauwe en scherp, vol droefheid al geheel. De Deugd, de witte Deugd, door doornen, en door struiken Wees eenen engen padt, schier nauliks om gebruiken; Maar hoemen dieper zagh, hoe blyder hy met lust In 't einde mede-bracht een aangename rust. Dus stondt, van deze twee, hem 't aldernutst te kiezen: ,, Die 't eene winnen wil, het ander zal verliezen.

URL_WEBPAGE http://www.dbnl.org/tekst/vond001dewe01_01/vond001dewe01_01_0070.htm PARENT embstma_10911 HIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_10911_pic100.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_10911_emblem049 SEQ 48 IIHIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN Hercules at the cross-roads, Herkules am Scheidewege: Hercules lying at the foot of a tree with Venus seducing him with a garland of roses and Virtue showing him a wreath of thorny twigs SOURCE_FILE embstma10911.xml MOTTO_NL_NORM Ter wijlen Hercles slaept aldaer hy is gelegen, Figuurlijck hem vertoont zijn twee verscheyden wegen LINK_FACSIMILE embstma_10911_fac100 TYPE emblem pictura IC 25D12 ; 25G1(+222) ; 25G3 ; 25G41(ROSE) ; 31A236 ; 31B3(+0) ; 57A6(+113) ; 86(TER WIJLEN HERCLES SLAEPT ALDAER HY IS GELEGEN, FIGUURLIJCK HEM VERTOONT ZIJN TWEE VERSCHEYDEN WEGEN) ; 92C4 ; 94L72 PREV embstma_10911_emblem047 MOTTO_NL

Terwijlen Hercules slaapt, aldaar hy is gelegen, Figuurlik hem vertoont zijn twee verscheiden wegen.

ID embstma_10911_emblem048 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0