$ TEXT_EXPL_XML

DE verstandige mannen hebben altijdt den menschen, door taste- lijcke redenen tot de deughd willen leyden, en oversulx zeiden zy: dat een nieuwe aerden pot lange ruiken zal naer 't gene eerstmaels daer in gedaen is; en dit bedieden zy tot de op-voedinge der kinderen, dat die zelve ook langen tijd zullen behouden wat zy in haer jonkheid hebben gewent en aengenomen. Hoe weinig word daer (Godt be- tert) op gepast: de beestjens, hoe onnozel, hebben zorge over hare jongen, maer de mensche is dikwils in 't tegendeel schuldig, ver- midts der Ouderen zorge niet daer over strekt, maer laten die in alle dertelheid en ongebondenheid heen loopen. Het moet vroegh krommen dat een goede haek zal wezen, zeid het spreekwoort, zo moetmen zich ook van der jeught op totter deugt gewennen, op dat alzo uitgevoert word, waer toe de menschen geschapen zijn. Dat is om Godt en zijnen naesten lief te hebben. De opvoedingen behooren zeer zorghvuldig te geschieden, want zo een rijk man naerstig is om een goedt Paerd, Hond, Pa- pegaey, &c. met zorge en vlijt op te brengen, zal hy dan niet meer bekommert we- zen zijn kinderen in Godzaligheidt op te voeden? De daedt van Lycurgi honden is zeer leerlik, en als Diogenes zagh dat een zekeren Paedagoog een dertelen jon- gen had, sloeg hy den meester met zijnen stok, en zeide: waerom onderwijst ghy uw kinderen alzo? gevende den meester meer schulds als den kinderen. Om gewin te doen, ackers te bouwen, om alles zuiver en puntig te houden, en andere verweende dertelheytjes te gebruiken, daer is alle onze zorge en vlijt gelegen, maer op der kin- deren zeden en onderwijsinge, en om onze eigen gebreken te beteren, daer wordt niet op gelet. Diogenes, de hondachtige genaemt, was eens by een, die zijn huis heel zuyver had opgeschickt, te gast: maer de Waert was een vuil en ongemaniert mensche, en naer dat hy omgesien had, waer hy zijn spogh werpen zou, vond het over al schoon, dies hy 't wierp op des Waerds lijf, zeggende: dat hy nergens vuiler plaets kon vinden, bestraffende alzo de dertelheid der huizen, en d'onmanierlik- heidt der menschen. Salomon zeid: Gelijkmen een jong kind gewent, zoo laet hy daer niet af als hy oud word.

;

HEt is noch hedendaaghs een algemeene spreuke, ,,'t Vat houd na 't eerste sap doch altijdt zijne reuke. Dit heeft Lycurgus eer natuurlik op het blootst Met eenen ranken Wind, en Huis-hondt uitgebootst. De wind-hond bry en pap hadde altijd in de koken, Den Huis-hond op de jacht 't gevangen wilt geroken. Dees bracht hy beide op 't leste in 't openbaar ten toon: Elk koos van stonden aan het geen hy was gewoon. De Wind-hond koos den bry, en d'ander koos het wilt-braat, En eten t'zamen op, eer een van beiden stil staat. ,, O Ouders! leert hier uit, eer ghy u doet te kort, ,,'t Kind aart naar 't geen men hem van jonks heeft ingestort. ,, Dus houdet van der jeughd in eenen goeden regel, ,, En drukt hem in 't gemoed de deughd als eenen zegel, ,, Want 's kinds herte is als wasch, waar in geweeg en mild ,, De meester prent en drukt de letter die hy wild.

URL_WEBPAGE http://www.dbnl.org/tekst/vond001dewe01_01/vond001dewe01_01_0071.htm PARENT embstma_10911 HIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_10911_pic102.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_10911_emblem050 SEQ 49 IIHIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN Two boys looking at women churning and smelling the butter SOURCE_FILE embstma10911.xml MOTTO_NL_NORM Een algemeene leer van 't nieuwe boter-vat Dat zynen reuck behoud na 't eerste sap oft nat LINK_FACSIMILE embstma_10911_fac102 TYPE emblem pictura IC 31A233 ; 31A33 ; 31D11221 ; 31D15 ; 41A3311 ; 41A34 ; 41A773 ; 41C27(PAN) ; 41C6411 ; 47I2232 ; 49A0 ; 83(ERASMUS, Adagiorum chiliades II iv 20) ; 86(EEN ALGEMEENE LEER VAN 'T NIEUWE BOTER-VAT DAT ZYNEN REUCK BEHOUD NA 'T EERSTE SAP OFT NAT) PREV embstma_10911_emblem048 MOTTO_NL

Een algemeene leer van 't nieuwe boter-vat, Dat zijnen reuk behoud na 't eerste zap oft nat.

ID embstma_10911_emblem049 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0