$ TEXT_EXPL_XML
HOe licht het rad der Fortuine omrolt, en 't onderste boven keert, daer van
kan deze geschiedenisse u volkomen genoeg doen. Wanneer Cyrus, Koning
in Persien, vele Landen en Rijcken had ingenomen, over zijne vyanden door zijn
groote ervarentheidt heerschte, en veel slagen triumphelik uitgevoert, ten lesten
Asien en Orienten onder zijn heerschappije gebracht had, is met gantscher macht
op de Schyten gevallen, die doenmaels van een Koninginne wierden geregeert:
wanneer nu Cyrus zijn leger had geslagen, vond de Koninginne Tomyris haren
sone Sargapisem, met een derde deel des legers, naer Cyrum toe, en als zy by Cyri
legerquamen, vonden zy 't zelve vluchtende verlaten, maer door listigheid waren
bezig waren weinig op den vyand de kande, heeft Cyrus hun overvallen en dood
geslagen. Tomyrus hier over niet weinig gestoort, doch met een manlikke dapper-
heydt gewapent wezende, vlucht zy, en lokt Cyrum, dat hy in de engte der bergen
haer vervolgt, alwaer zy hare hinderlagen over al geleidt had: doen bood zy 't
hooft, en bezetten hem zoodanig dat zy Cyrum met twee hondert duizent Per-
sen versloeg, alzo datter niet een overbleef. Naer dat zy onder de dooden den Kon-
ning Cyrum vond, liet zy hem 't hooft afhouwen, wierp het zelve in een bekken
of emmer vol bloedts, zeggende: Cyre! ghy die altijd naer menschen bloed ge-
haekt en gedorst hebt, zuipt nu dat ghy zat en verzadigt zijt: En dus liet deze be-
roemde Monarch, daer voor het alles beefde, zijn leven. Wy mogen met den treur-
dichter Seneca wel zeggen.
Die 's morgens blonk in macht en eer,
Leid 's avondts doot verslagen neer.
WAs Cyro niet genoeg dat zijne kroon bepeerelt (reld,
Was met den halven kreits van d'onbedwingb're we-
Hy most in Schyten noch den kloeken wapen-held
Tomyris liefsten Zoon begraven in het veld.
De Moederis bedroeft, heur oogen tranen leken,
Zy trekt het harnasch aan om heurs zoons dood te wreken.
O Cyre wreed tyran! ziet wie ghy hebt getergt!
(Seght zy) ik zal u biƫn het voorhooft in 't gebergt,
Daar ghy het dorstig zandt met mijnen bloede drenkten:
Zy trekt hem in 't gemoedt, en slaat hem in der engten,
Met al zijn Oorloogs-heyr, in 't krieken van den dag,
Dat niet een overblijft die 't na vertellen mach.
De strijd is nauw'ge-eind, oft zy gaat heur verkloeken,
En onder zo veel doon den dooden Cyrum zoeken,
Zoo lange zy hem vind; en laet van stonden aan
Zijn bleek besturven hooft van zijn koud lichaam slaan:
Het Konincks-hooft zy neemt met eenen grammen moede,
En worpet in een vat, dat vol is van den bloede
Van zijn verslagen volk; ligt (zegt zy) daar in 't nat
Du bloed-tyran! die noit waart van den bloede zat.
,, Aldus wie bloedt vergiet ('t is zo van Godt besloten)
,, Diens bloed werd uitgestort, en wederom vergoten.
Tomyrus Cyrum slaat, en werpt, geheel verwoedt.
Tot wraake van'er Zoon, zijn doode kop in 't bloedt.