$ TEXT_EXPL_XML
DE Poeten hebben versiert, dat wanneer Ulysses was versteken door dtorm, en zijn gezel-
len door hen lieflikken zang der Syrenen verlokt zijnde, en uit de tooversche beker van
Circe gedronken hebbende, zijn verandert in Honden, Varckens, Paerden, Kick-vorsschen,
Olyphanten, Oesters, &c. Maer Ulysses haren zang en dranck kennende, stopte zijn ooren met
wasch, en liet hem aen de mast van zijn schip binden, ook door Mercurius gewaerschouwt we-
zende, die hem het kruidt Moly gaf, om voor de tooverye onbeschadigt te wezen. Hier mede ver-
stonden zy dat de mensch lichtlijk door Circe, dat is, door de verleidende werelt kon worden be-
drogen, zoo dat de menschen in rechte beesten, dat is, in beestelikke zeden en leven veranderden.
Maer dat zy met 't kruid Moly, dat is, met wijsheidt en voorsichtigheidt gewapent wezende,
deze toover-dranken konnen tegenstaen. Veel geleerden hebben aerdige vindingen over deze fa-
bel gehadt, en gezeidt, dat Ulysses macht hadde die weder tot menschen te maken, de Oester
zeide een Visscher geweest te hebben, de Mol een Landman, de Slange een Doctoor, &c. En dat
niemandt weer mensch wilde wezen, vermidts de groote swarigheden die de menschen onder-
worpen waren, &c. Men mach deze Circe te recht by de dronkenschap vergelijken, want zy de
menschen in allerley beesten verandert, wanneermen haren drank te vele nuttight. Ulysses zou
ook dit zelve niet ontgaen hebben, ten ware hy hem van deze drank had ontbonden.
Aan 't land Cyrceum vast) door Cyrces looze treken
En boozen toover-drank verliesen 's lijfs gedaant,
Die Menschen waren eerst zijn Beesten eermen 't waant.
Aanschouwer, zoo u dunkt dat ghy wel mocht ontbeeren
Dees zeldzaam fabel, die (zoo 't schijnt) u niet kan leeren,
Hoort hoe de Wijsheid zelfs zo aardig hier op gloost,
Als in den kercker zy Boëthium vertroost:
Zijn menscheid (zeght zy) in verdweenen en verslonden,
Die onderworpen is het juk der snoode zonden;
Die zich in 't quaat verkeert, 't zy d'eene of d'ander uur,
Terstond daar door verliest zijn Mensch'likke natuur:
Wie door begeerlikheid pleegt onrechtvaardig grapen,
Is eenen Wolf die zich geneeret op de Schapen:
Die twist en tweedracht maakt, die is alre gestraft,
En eenen Hond gelijk, die yeder tegen blaft:
Die vrolik is wanneer hy iemand iets ontlorden,
Te recht met eenen Visch mag vergeleken worden: (schreeu,
Die toornigh briescht en grimt, ja maekt een groot ge-
Te recht inwendig draagt het herte van een Leeuw:
Die stadigh is bezorgt met vele onnutte vreezen,
Magh voor een bloode Hinde oft Hert gehouden wezen:
Die traage is, luy en bot, in wezen en in schijn,
Dat moet in zijne huyt wel eenen Ezel zijn:
Die wispelturigh is, met veele onstade grillen,
Zal van de vogelen zo vele niet verschillen:
Die in onreinigheid en vuiligheidt op wast,
Is aan den snooden lust der vuiler zeugen vast:
,, En aldus werd de mensch (ick stem het met veele ouden)
,, Een beest, al heeft hy schoon in zijn lijfs gestal behouden.
Ziet hoe Ulissis maats en makkers met malkand'ren,
Door Cyrces toover-drank, in wild gediert verand'ren,