$ TEXT_EXPL_XML
TE Romen was een Jongelinks-beeld op-gerecht, daer by de verstandige Hei-
denen uitdrukken wilden het beeldtder oprechter vriendschap: want men
had zijn jeughdig hoofd geschreven Hiems, Aestas, dat is, Winter, Zomer:
Op zijn herte was gestelt Procul, prope, dat is, Verre en Na-by: Op den zoom
zijns kleeds stond Mors, Vita, dat is, Dood en Leven. Hier mede verstonden zy
dat de Vriendschap most altijd even groen en jeugdig zijn, alzo dat diezelve noch
door den Zomer, noch door den Winter, moest vergaen, dat is, datmen die in
Voorspoed niet moest verachten, noch in Tegenspoed vergeten. De Vriendschap
met een schoon beveinst gelaet, maer datmen die zelve van Verre, dat is achter
derugge ook moeste bewijzen, want het is niet anders wezen. Herodotus zeidt, daer
is geen kostelikker ding als de vriendschap eenes oprechten vriendts. Grego-
rius spreekt, dit is de Wet der warer vriendschap, dat diegene die in voorspoedt lief
heeft, ook in tegenspoed behoort lief te hebben, zoo wel van verre als nae by, zoo
wel in leven als in de dood. Om de vrienden te beproeven, zeidt Erasmus, moetmen
doen als mette vaten, daer men eerst water, daer na wijn in doet. Hebt onder vele
een goede. Alcebiades, om te proeven wie zijn beste vrienden waren, liet een mans
beeld in een donkerachtige kelder brengen, en zeide dat die zelve man van hem ge-
doodet was, en badt een ieder datze hem doch met raedt en daedt wilden bystaen,
op dat deze dooslach mocht verborgen blijven. Wat doenze? zy weygeren alle
part of deel daer aen te hebben uitgenomen, Callias, die zeide hy wilde hem helpen
en bystaen in alles wat het was. En hier uit heeft hy Callias, voor zijnen besten
vriend geoordeeld. Daerom zeidmen:
Vriend in der nood,
Vriend in der dood,
Vriend achter rugge,
Dat is een vaste brugge.
Een Statua tot Room was waardig aan te merken,
't Oprechte Vriendschaps Beeld, weldadig in zijn werken,
Was eene Jongeling, met een blyde aangezicht;
Wijl ware vriendschap nooit, door ouderdom, beswicht:
Sijn kleed was vrolik groen; de Vriendschap is steeds jeugdig,
En elk een aangenaam: in zijn zoet voorhooft vreughdigh
De grijze Winter-tijdt; en Zomer was geprent;
Wijl Vriendschap in onspoed, en voorspoed blijft ontrent:
Op zijnes herten kolk gedrukt stond by en verre;
Wijl Vriendschap verre en by schijnt als een morgen-sterre:
In zijnder kleed'ren boord stond dood en leven beid';
Wijl 't leven noch de dood geen ware Vriendschap scheid.
't Oprechte Vriendschaps Beeld drukt hier sijn eigenschappen
Op 't alderlevenst uit, volget sijn voet-stappen!