$ TEXT_EXPL_XML

HIer zit Tantalus tot de kin in 't water, echter benauwt van dorst; wijl het water, zo haest hy poogt te drinken, van zijne lippen wijkt, zoo doen ook de appelen kort. De Poëten gaven hier me te verstaen dat de rijken, in overvloed, arm waren; dat, of zy altemets wel een lekker beetjen wenschen, zo loopt het doch voor hun wegh, dat is, het herte ontsinkt hun altijd om zo vele uit te geven, daer zy doch tot de keel vol gelds zijn. Dit zijn immers rechte Gieren, die wel by swij- nen mogen vergeleken werden, die schoon de akeren rond-om haer lijf met hoopen liggen, echter in drek en mist wroeten. En gelijck Plautus zeidt, zijn in haer rijk- dom arm. Dit zijn Aesopische Ezels, die met alle lekkerheid geladen zijn, maer zelver eten zy niet dan disselen en doornen. De Verkkens doen levendigh nie- mandt goed, maer dood zijnde is haer spek van elk wel begeert: zoo doen ook de Gierige: wanneer zy leven heeft niemand wat te bet; maer dood, is haer goed aen- genaem en van allen wel gewilt. Horatius zeyd dat de Gierige gelijk zijn de wa- ter suchtige, die, hoe zy meer waters hebben, dat zy dies te meer moeten drinkken: en datze benauwt veel goeds vergaren, is geen einde van haer ellendicheden, maer slechts een begin; want met altijdt te zoekken wast de begeerlikheidt, en met altijdt te begeeren wast de armoede. Daerom zeid Epictetus wel, 't is niet van noode dat ghy der gierigen rijkdom vermeerdert, maer neemt slechts haer begeerlikheid wegh.

;

EYlacen! Tantalus, die gants niet kan verwinnen, Light in der hellen-vliet begraven totter kinnen; Hem hongert, en hem dorst, dat hy van smerten krijst, En nimmermeer werd hy gelavet noch gespijst, Maar stadigh aangetergt: hy staat diep in den gronde Des waters, en de vrucht hanght boven zijnen monde: Zo hy na 't water bukt ontsinkket hem den stroom; En grijpt hy na de vrucht, zoo wijkt den appel-boom. ,, Maar lieve zeght my doch, is niet des gier'gen herte ,, Als Tantalus gepijnt, en heeft gelijkke smerte? ,, Vermits 't vervloekte goud daar hy op is belust ,, Noch noyt heeft zijnen dorst en honger uitgeblust, ,, Hy gaapt altijd naar goud, en hoe veel geele slijkke, ,, Hy vreet en inneslokt zoo is hy nimmer rijkke, ,, Maar in zijn goed verarmt: zp diwils als hy hapt ,, Na goud en zilver hem 't genoegen werdt ontsnapt: ,, Hy derf nau zijnen darm met 's lichaams noodrust vullen, ,, En wermt hem by den heert nau by een hand vol krullen. ,, Hy heeft altijd het goud als eenen wolf by 't oor, ,, Hy rammelt nacht en dagh in zijn vervloekt thresoor: ,, Het goud is zijnen God, dat eert hy langs hoe kloekker, ,, Hy kankert de gemeent met overdaat en woekker: ,, En als hy sterven zal zoo is al zijn beklagh ,, Dat hy zijn geld hier laat, en niet meed dragen mach.

SEQ 61 PARENT embstma_10911 HIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_10911_pic126.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_10911_emblem062 IIHIM MNE ; GUL ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN Tantalus standing in the water that recedes when he wants to drink, below the apple tree of which the fruits forever elude his grasp SOURCE_FILE embstma10911.xml MOTTO_NL_NORM 't Is Tantalus die hier in 't water wert gepijnt, Die dorst en honger lijd, en nimmermeer verdwijnt LINK_FACSIMILE embstma_10911_fac126 TYPE emblem pictura IC 25G3(APPLE-TREE)(+34) ; 25H172 ; 25H211 ; 31A314 ; 31D14 ; 55CC11 ; 86('T IS TANTALUS DIE HIER IN 'T WATER WERT GEPIJNT, DIE DORST EN HONGER LIJD, EN NIMMERMEER VERDWIJNT) ; 93E81 PREV embstma_10911_emblem060 MOTTO_NL

't Is Tantalus die hier in 't water wert gepeint, Die dorst en honger lijd, en nimmermeer verdwijnt.

ID embstma_10911_emblem061 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0