TEXT_EXPL_XML

<p>POlicrates, de Tyran van Samien, beroemde dat hem noit eenig ongeluk of te-<lb/> genspoedt was over-gekomen: maer dat al zijn doen voorspoedigh voort<lb/> gingh: 't gebeurde dat hy een kostelikken ring van zijn handt trok, en wierp<lb/> dien zelven in de zee: korts daer na vingmen diem visch, en juist geraekte die selve<lb/> in des Koninghs keuken, daer men den visch openende, des Konings ring in gevon-<lb/> den heeft, en den Koningh behandigt; hier over de Tyran hem weer verhoovaer-<lb/> digende, meende dat hem gantsch geen ongeluk of swarigheid kon overkomen:<lb/> Maer, eylaci! 't geluk dat lichtvaerdigh was, is ook snellik verdwenen, en deze<lb/> <pb n="embstma_10911_fac133"/> kige is korts daer na ongelukkigh van eenen Oronte, veld-Overste des Konings<lb/> Darii, gevangen en aen een kruis genagelt. De voor-daed Craesi is niet vreemt<lb/> van deze geschiedenisse, de welke, in zijn guldene Throon zittende, den Philosooph<lb/> Solon aensprak, hem vragende, of hy oock achtede dat iemand in de werelt ge-<lb/> lukkiger was dan hy? Solon antwoorde, men konde niemand voor zijn doodt<lb/> gelukkigh heeten, hoe wel dit Creso vreemdt dacht, zoo is hy kort daer na van<lb/> Cyro overwonnen, gevangen en verwezen levendigh gebrand te worden. Wan-<lb/> neer nu Craesus op 't hout gebonden lagh, riep hy gestadigh, Solon, Solon! Cy-<lb/> rus begeerig zijnde te weten waerom hy aldus riep? zeide Craesus, hy bevondt nu<lb/> dat Solon hem wijsselik de ongestadigheid des werelts had voor oogen gestelt: deze<lb/> redenen beweeghden Cyrum dat hy Craesus liet ontbinden, en op zijn vrye voeten<lb/> stellen. Wy weten, zeidt een Oudtvader, dat hy ongelukkig is, die noit ongeluk ge-<lb/> hadt heeft, want daer by weten wy, dat ghy Heere! onzer gedachtigh zyt.<lb/> </p>

<lb/> <p>MEn zeght Polycrates, gelukkigh boven allen,<lb/> d'Onstadige Fortuine is altijdt toegevallen:<lb/> Als hy op eenen tijd in vriendschap sich verbond<lb/> Met zijnen goeden vriend, hy boven hand en mond,<lb/> Om deze Vriendschap vast en trouwelik te bevesten,<lb/> Noch zijnen gouden ringh in 't water werpt ten lesten:<lb/> Maar als hy naderhand, na Koninglikker eisch,<lb/> Zeer aardig aan den disch zat binnen zijn palleis,<lb/> Vand hy den zelven ringh, die was in 't Meyr geworpen.<lb/> In 't lijf van eenen visch zeer zeldzaam opgeslorpen.<lb/> ,, O wonderlik bedrijf! het schijnt wel voor gewis<lb/> ,, Dat menigh mensch tot het geluck geboren is:<lb/> ,, En d'eene jaagter naar, en loopt steeds voor hem henen,<lb/> ,, En 't komt den and'ren t'huis zelfs eer hy 't zoude meenen.<lb/> ,, De ziende schiet na 't wit en raakt een bonte kraay,<lb/> ,, De blinde Koningh werpt, en treft den papegaay.</p>

SEQ

64

PARENT

embstma_10911

HIM

MNE

GUL

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_10911_pic132.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_10911_emblem065

IIHIM

MNE

GUL

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

The ring that Polycrates, tyrant of Samos, has thrown in the sea, is found in the belly of a fish served to him; in the background Polycrates and fishermen

SOURCE_FILE

embstma10911.xml

MOTTO_NL_NORM

Hier zit Polycrates die der Fortuynen rad Gestadigh mede liep, en nimmer onspoed had

LINK_FACSIMILE

embstma_10911_fac132

TYPE

emblem pictura

IC

41A3211

41A4231

41A774

41C3

41C68

42F5

44B191

44B192

54F12

57AA645

86(HIER ZIT POLYCRATES DIE DER FORTUYNEN RAD GESTADIGH MEDE LIEP, EN NIMMER ONSPOED HAD)

98B(POLYCRATES)51

PREV

embstma_10911_emblem063

MOTTO_NL

<p>Hier zit Policrates, die der Fortuinen rad<lb/> Gestaadigh mede liep, en nimmer onspoed had.<lb/> </p>

ID

embstma_10911_emblem064