$ TEXT_EXPL_XML
DE Oude hebben zonderlinge van dit Visken Remora (in Duyts gezeyd Be-
letter) gebeuzelt: Plinius zeyd dat het in de roode zee gevonden word, en
zulken kracht heeft, dat het de Schepen Antony en C. Principis, onder volle zei-
len zijnde, in haeren loop heeft gestut. Altijdt men kan het ten onzen tijde niet vin-
den. Erasmus van Rotterdam, de eere de geleertheyd, meende dat het by de Tong
bequamlik vergeleken worde, want dat zelve lidt groote dingen kon beletten,
Martialis van onze tijdt vergelijkt het by de bier-kraen en de kan, zeggende, dat
daer door veel goede dingen werden verhindert, wanneermen dees Remora altijd
inder zijn neuze heeft. Men zouder de tabak en het Tabax-pijpken wel me by
mogen stellen, als wezende de rechte wegh om tot het ander te komen. Men vind
immers bu onzen tijdt zulke kitt-broers, die 't leedt is dat het kanneken van de
mondt is, en die 't smook-pijpken, als een noodigh geweyr, altijd in hunne zakken
dragen, en dit moet voor-gaen, al zou de huys-vrouw en kinderen daer-omme treu-
ren, daer deur worden dan alle goede zaken belet, de beurs kael, en 't hooft beroyt
gemaekt. Augustinus zeid zeer wel, de dronkaerts quetzen de natuur, verwer-
pende de gunst, verliezen haer eer, en lopen met volle zeylen totter verdoemenisse.
HEt Vischken Remora, langh eenen halven voet,
Heeft eenen hoorn in 't hoofd daar 't groot geweld me
doet,
Want het Antony groot Galioen licht kon verletten
Daar 't opgeblazen quam met volle zeylen zetten
In 't Adriatische Meyr, en boorden 't schier te grond:
Waarom Erasmus dit, met zijnen gulden mond,
Tot een gelijkkenis gebruikt heeft, zonderlingen
By 't kleine lidt, de Tong, die zulke groote dingen
In korten tijd beschikt, gelijk als 't roer dat 't Schip
In een goe haven stiert, oft op een herde klip
Schip-breuke lijden doet: Laat ons hier altijd leeren
,, Dat in 't klein schepzel meest uitmunt de kracht des Hee-
ren.
't Klein Vischken Remora kan lichtelik terstond
Bekrygen een groot Schip, en stooten 't in den grond.