$ TEXT_EXPL_XML

Het Appel-wijf spreeckt: Schoon kint, die menigmael hier neerstig komt geloopen Om eenigh boom-gewas van my te mogen koopen, Ick moet nu danckbaer zijn, en brengen aen den dagh Dat u en uws gelijck ten goede dienen magh. Ick ben een oude vrou, en hebbe lange jaren Met fruyten om-gegaen, met fruyten om-gevaren, En onder dit beslagh soo heb ick yet gesien Dat aen de teere jeught ten goeden kan gedien. Daer mach geen rotte peer in onse manden wesen, En watter niet en deught dat dienter uytgelesen, Want isser yet geblutst of andersins besmet 'T is seker dat het quaet sich veerdich overset. Ist niet een selsaem dingh! veel hondert gave peeren En connen noyt het rot uyt eenen appel weeren; Maer isser slechts een vrucht in eenich deel geschent Die treckt tot haer bederf al watter is ontrent. Een druyf, die vunstigh is, die kan een tros bederven, Een schaep dat vyerich is, dat doet een kudde sterven; Een brant-aer inden schoof besmet het gantsche saet, So vruchtbaer, weerde maegt, so vruchtbaer is het quaet. Wel, zijt ghy dan geneygt om niet als goet te leeren, Wilt boos en dertel volck van u geselschap keeren, Want hoe dat schoon gewas is van een sachter aert, Hoe dattet lichter smet, en naeuwer dient bewaert.

;

GVicciardijn in sijn boeck het welck hy syn uyren van vermaeck ghe- noemt heeft / seyt datter is een son- derlinghe en vaste kunste om yemants innerlicken aert en eyghen wesen se- kerlijcken te kunnen kennen / en dat (soo hij aldaer verklaert) indienmen neerstelick let met wat gheselschap hy veel-tijts ommegaet / Want twee van eenen aert Die zijn terstont gepaert als Cicero inden persoon van Cato eer- tijts seyde / dewijle de nature altijt naer haers gelijcke is hellende / en daerom seyt het Spaens spreeckwoort seer wel op dese gelegentheyt Di me con quien iras Dizir te he lo que haras Seght ons met wie dat ghy verkeert / Soo heb ick uwen aert geleert. Quaet geselschap te schouwen is daer- om eene van de noodischste saecken inde op-voedinghe der ionckheyt: en hoe scahdelick het selve is can onder andere daer uyt werden afghenomen dat Da- vid een man nae Gods herte / en Salo- mon de wijste van alle Vorsten beyde dese materie de eerste plaetse in hare schriften hebben ghegeven. David in sijnen eerste Psalm / en Salomon in 't eerste capittel sijner Spreucken: waer mede de Spreeck-woordne van alle natien over-een-komen / als hier nae te sien is. Wie peck aen-grijpt die besmet hem daer mede. Nederl. Brebis rongneuse Faict l'autre tigneuse Franç. One rotten scheepe wil marre a whole flocke. Engels. La mancana podrida Pierde a su compannia. Spaens. Vnica prava pecus inficit omne pecus Lat. Vvaque conspectâ livorem du- cit ab uvà. Lat. Dum spectant laesos oculi lae- duntur & ipsi. ...

;

Ovis ovem sequitur.

MOTTO_FR_NORM Pomme pourrie gaste sa compagnie SEQ 2 PARENT embstma_1288 TYPE emblem pictura TIPE emblempictura NEXT embstma_1288_emblem003 IIHIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN An old woman selling fruit, warns the young girl that "one bad apple will spoil the barrel". SOURCE_FILE embstma_1288.xml LINK_FACSIMILE embstma_1288_fac022 HIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK MOTTO_FR

Pomme pourrie gaste sa compagnie

PREV embstma_1288_emblem001 URL_IMAGE embstma_1288_pic022.jpg IC 11Q712 ; 25G21(APPLE)(+39)(ROTTING) ; 25I1451 ; 31A2512(+9321) ; 31A2512(+933) ; 31D13 ; 31D17 ; 33A35 ; 41A7112 ; 41A775 ; 41A7751 ; 47I4222(+893)(ROTTING) ; 52E3(+4) ; 57AA6 ; 86(POMME POURRIE GASTE SA COMPAGNIE) ID embstma_1288_emblem002 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0