$ TEXT_EXPL_XML
De boer die voor de schapen staet, spreeckt:
Terwijl ick ginder bij mijn wijf
Int groene nam mijn tijdt-verdrijf,
Soo quamen dese schapen aen,
En dwaelden uyt de rechte baen;
Het scheen, sy wilden naer het saet
Dat hier op desen acker staet,
Dies rees ick op, om heen te gaen,
En 't vee hier kort te houden staen,
En hieldt mij vast op haren schoot,
Sy sprack, het is noch al te vroegh,
Het is dan ymmers tijts genoegh
Het vee te drijven op de vlucht
Wanneer het naedert tot de vrucht;
Maer ick, die weet hoe dattet gaet,
En hoorde geensins hren raet:
"Het schaep dient voor den dam gekeert
Gelijk de daedt my heeft geleerd;
Want koomt het beest eens op het lant,
Dat schoon met vruchten is beplant,
Hoewel men dan al luyde krijt,
En oock het dier met stocken smijt,
Noch wil het uyt den velde niet,
Vermits het daer fijn gadingh siet;
En schoon het al ten lesten gaet,
Noch doetet niet als enckel quaet,
Het loopt, het springt, het pluckt, het eet,
Het geeft, al waer het koomt, een beet,
Dies acht ick 't oude spreek-woort nut,
"Het schaep dient voor den dam geschut.
Soo nu misschien een jonge maeght
Hier van de rechte gronden vraeght,
En sockt te weten, met bescheyt,
Wat inder daet dit is geseyt,
En wat een boer, of acker-man
Een hoossche vrijster leeren kan?
Die stelle desen regel valt,
Dat venus kinst, die slimme gast,
De stoocker van de geyle min,
Niet licht en dient gelaten in,
Het Schaep dient voor den dam geschut
ID embstma_1288_emblem008 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0