$ TEXT_EXPL_XML
Siet hier, ghy koele vryers, siet
Wat doet de vlijt en moeyte niet?
Als ick eerst desen steen bequam,
En van den stueren ouver nam,
Doen wasse raeu, en ongebout,
En dan noch hart en wonder kout,
Dat eenigh vyer daer binnen lagh;
En ester als ick eens begon,
En sloeger op al wat ick kon,
Doen zijnder, door gestadigh slaen,
Veel helle voncken uyt-gegaen,
En die nam ick wel neerstigh waer,
En dus zijn al mijn saken klaer:
Want siet! mijn heert, die niet en was
Als vuyl gemul, en enckel as,
Die blinckt nu van een helle vlam,
Die uyt mijn vlijt haer voetsel nam.
De Vrijster, die ghy heden siet,
Die my nu handt en herte biet,
Was noch in 't eerste van de mey
Soo hart gelijck een blaeuwe key,
Soo koel gelijck als killich ijs,
En tegen my geweldigh vijs;
Maer na dat ick met staege vlijt,
Geen moeyt', of pijn en heb gemijt,
Soo is het stuck soo ver gebracht,
Dat sy nu soetjens op my lacht,
Dat sy my valt tot inden arm,
En hierom sijn wy beyde warm.
Siet, Vryers, siet dit koomter van,
Wanneer men doen en lijden kan.
Wel ghy, die treurigh fit en klaegt,
Dat ghy bemint een koele maegt,
Dat ghy een grilligh meysjen vrijt,
Daerom ghy groote smerte lijt,
Mack ick u bidden, lieve vriendt,
Indien u slechts de vrijster diendt.
Gewis het sal eens beter zijn;
Want siet! door vlijt en soet gevley
Soo kreegh ick vyer uyt dese key.
Nederd.
Franç.
Rompt la pierre.
Lat.
Improbus
Engels.
Griecx.
Hoogd.
Lat.
nulus usu.
Salust.
sulendo prosperè omnia ce-
dunt.
Franç.
Nederd.
Moet stout versoecken en sachtjens
handelen
Lat.
peravit sibi humanus animus,
quod non effecerit
Spaens.
mata.
Franç.
Horat.
Vita labore dedit mortalibus --
Epich.
πᾶντα
Τ᾽ ἀγαθὰ οἱ Θεοί
dunt nobis omnia bona Dij.
Met arbeydt krijgtmen vyer uyt den steen
ID embstma_1288_emblem015 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0