$ TEXT_EXPL_XML
Ghy die tot u gebruyck yet zijt gesint te leeren,
Wilt oock een vlijtigh oogh op dese printe keeren;
Twee doggen ( soo ghy siet ) die knorren tegen een,
Die vallen over hoop, en vechten om een been:
Maer onder het geschal van bassen, huylen, krijten,
Van dapper over-handt sich in het lijf te bijten,
So koomter noch een hondt, de slimste van den hoop,
Die neemt het hachtjen wegh, en steltet opten loop;
En datse bey gelijck wel moede zijn gebeten )
Gaen soecken na den bout, maer sien geweldigh slecht
Vermits sy niet en sien den loon van haer gevecht :
Sy vinden niet een sier voor hun te zijn gelaten,
Als schuym en vlocken hayrs, die vliegen achter straten;
Dies gaen de rekels heen, aen alle kant gewont;
Maer een die looser was die heeft den vetten mont.
Dit sietmen menigmael, en over al geschieden,
By Vorsten, by het volck, en oock by jonge lieden,
Een saecke, soete jeugt, die ick voor desen sagh
Wil ick tot u bericht hier brengen aen den dagh:
Twee vryers, die gelijck een rijcke vrijster minden,
Zijn besigh om met ernst haer saecken aen te binden;
Een yeder poogt om strijt te doen al wat hy kan,
Op dat hy krijgen mocht den naem van echte man:
Een yder boven dat gaet neerstigh over-dencken
Waer door, en hoe hy sal sijn mede-vryer krencken;
Siet daer van stonden aen soo weet men in de Stadt
Wat yeder van der jeugt wel eer bedreven had:
Daer koomtet aen den dagh al watter in de scholen,
Al watter buyten 'slandts of elders was verholen;
Men wijst in 't openbaer als met een vinger aen
Wat yeder inder jeught voor grillen heeft gedaen:
Hier op hy, dien het treft, wil flux sijn eere rechten,
Daer valtmen in krakeel, daer gaetet op een vechten,
Daer krijgt de jongste wulp voor eerst een diepe steeck
Soo dat hy vluchten moest, en uyt den velde weeck;
Dit klock door al het landt dies riepen al de vrienden
Dat voor de jonge maegt de vryers niet en dienden;
Sy wort daer op gelast de vechters af te slaen;
En wat men haer ghebiedt dat is terstont gedaen.
Maer een die dit vernam, en al den handel wiste,
En die oock even selfs op dese waters viste,
En eer het yemant weet, de Vrijster is de bruyt ,
De maegt een echte vrou; daer gaen de vechters henen,
Een ander heeft de Bruydt en sy de blaeuwe schenen:
Siet t'wijl het grilligh volck is tegen een geset
Een die maer stont en keeck die leyt de vrijster met.
Two dogges strive for à bone, and the thirt taket it awaij
IIHIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN A man and a woman pointing at two dogs who are fighting while a third walks away with a bone; men duelling in the background SOURCE_FILE embstma_1288.xml LINK_FACSIMILE embstma_1288_fac075 TYPE emblem pictura IC 11Q712 ; 25I2461 ; 31A25552 ; 33A35 ; 33B2 ; 33C321 ; 34B11(+951) ; 34B112(+95211) ; 45C13(SWORD) ; 86(TWO DOGGES STRIVE FOR A BONE, AND THE THIRT TAKET IT AWAŸ) PREV embstma_1288_emblem018 URL_IMAGE embstma_1288_pic075.jpg ID embstma_1288_emblem019 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0