$ TEXT_EXPL_XML
My is een teer gelas, dat niet en is te wagen,
My is een broose fles bevolen om te dragen,
My is ter hant gedaen een kranck, en tanger vat,
Daer in besloten light een snel, een vluchtigh nat;
Een vocht dat dierbaer is, dat niet en is te kopen
Wanneer het maer een reys aen yemant is ontlopen,
Een nat, een seltsaem nat, dat als een rijp verdwijnt
Soo haest een laeuwe son maer eens daer op en schijnt.
Hoe seker moet ick gaen! hoe vast mijn voeten setten!
Want glipt my slechts het been maer eens ter zijden uyt
Soo ligh ick daer bedot, gelijck een vuyle bruyt.
Hoe moet ick nu voortaen voor alle menschen schromen,
Die hier of ginder staen, die by, of aen my komen!
Want soo een dertel wight maer eens hier tegen steeckt
Daer is geen twijffel aen, eylaes! mijn flessche breeckt.
Hoe moet ick met bescheyt mijn gantsche leden stieren,
En noyt een los gesicht int wilde laten swieren!
Want gaept mijn weeligh oogh en hier en weder daer
Soo is mijn teer gelas geduerigh in gevaer.
Hoe moet ick boven dat my neerstigh leeren mijden
Van onrust, van gewoel, van over al te rijden!
Want siet! ick lijde noot al waer ick henen vaer,
Ick drage, lieve vrient, ick drage teer waer.
Hoe moet ick boven al my wachten van te mallen,
Want soo ick spelen wil, soo moet de flessche vallen,
En schoon die maer en hort, en niet in stucken brack,
Noch ben ick evenwel niet sonder ongemack:
Ach door 'ken weet niet wat soo is de geest vervlogen,
En wie dit naemaels koopt die isser aen bedrogen,
Gelooftet, wie het raeckt, die snel en vluchtigh vocht
Is stracx ( men weet niet hoe ) verdwenen inde locht.
Wat sal ick tot besluyt, wat sal ick vorder seggen?
De reden die ick spreeck is niet te weder-leggen,
Sy dient gants vast te gaen, en noyt te zijn gewaegt
Die in een teer gelas haer gantsche schatten draegt.
Il ne faut qu'un faux pas pour casser la boteille
PREV embstma_1288_emblem032 URL_IMAGE embstma_1288_pic119.jpg IC 86(IL NE FAUT QU'UN FAUX PAS POUR CASSER LA BOTEILLE) ID embstma_1288_emblem033 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0