$ TEXT_EXPL_XML

Een man had in sijn huys een hoop van jonge maegden Die menigh jongh-gesel met allen wel behaegden; Dies quá de steedsche jeugt daer meest den gantschen dach, En nam daer soet vermaeck, gelijck de jonckheyt plach; Van allen wasser een, die inde vreemde landen Een leven had geleyt als buyten alle banden, Geen meyt en woonter by die niet een sellen strijt Die niet een harden storm, op haren maegdom lijt; Hem was oock even doen een bastaert kint geboren, En, nae den rechten eysch, ten vollen op-gesworen, Hier sprack hy dickmael van, oock met een vollen mont, Als of het slim bejagh hem wel en eerlijck stont; De vader letter op, en heeft hem waer genomen, Als hy hem weder sagh ontrent sijn dochters komen, Hy beet hem in het oir: Versiet u, goede vrient, My dunckt dat u beleyt ons dochters niet en dient. De Quant hierom gestoort, en wonder seer gebeten, Wou strax, en eer hy gingh, hier van de reden weten, Hy seyt 'ken weet niet wat, en weyt geweldigh breet, De vader, hart geperst, die gaf hem dit bescheet: Wie schoone katten heeft die moet geduerigh mercken Op gasten af-gerecht om in het bont te wercken, Want die van 't ambacht is, en siet een aerdigh bont, Tis vreemt, soo hy het laet als hy het eertijts vont.

;

SEQ 37 PARENT embstma_1288 HIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_1288_pic131.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_1288_emblem038 IIHIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_1288.xml MOTTO_NL_NORM Die een schone kat heeft, dient geen bont-werker in huis te brengen LINK_FACSIMILE embstma_1288_fac131 TYPE emblem pictura IC 86(DIE EEN SCHOONE KAT HEEFT, EN DIENT GHEEN BONT-WERCKER IN HUYS TE BRENGEN) PREV embstma_1288_emblem036 MOTTO_NL

Die een schoone kat heeft, en dient gheen bont-wercker in huys te brengen

ID embstma_1288_emblem037 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0