$ TEXT_EXPL_XML
De Vrijster spreeckt:
Hoe dan! soudt ghy my verlaten,
Die ghy eertijts hebt bemint?
Hoe! soudt ghy my konnen haten,
Die tot u soo ben gesint:
Neen, ick kan het niet geloven,
Ick en kan het niet verstaen,
En dan elders minnen gaen.
Hebt ghy my niet meenigh werven,
Even met een rijp beleyt,
Op u leven, op u sterven,
Vaste liefde toe-geseyt?
Hebt ghy my niet trouw gesworen,
Hooger als ick seggen kan?
Heb ick u niet uytverkoren
Even tot mijn echte man?
Hebt ghy my niet schrift gegeven,
Dat ick als u weerde vrou,
Dat ick al mijn gantsche leven
Aen u zijde slapen sou?
Godt en wil het niet gehengen
Dat ghy soudt meyn-eedigh zijn,
Dat ghy my soudt willen brengen
Vande blyschap in de pijn:
Maer voor al moet u bewegen
Dese vrucht, u eygen kint,
Dat heb ick van u gekregen
Doen ghy tot my waert gesint,
Dat heb ick van u ontfangen,
V ter liefde, beste vrient,
Doen ghy, met een groot verlangen,
Van mijn maeghdom waert gedient;
Doen ghy my eens pleegt te stellen
By de schoonste van het landt,
Doen ghy my eens pleegt te quellen
Om dit eygen minne-pandt;
Siet doch eens fijn geestigh wesen,
Siet eens hoe het op u kijckt,
Siet! ghy zijter in te lesen,
Siet eens hoe het u gelijckt:
Eerst, die ghy eens hebt gemint,
Anders moet ick hoere sterven,
En u vrucht een hoere-kint.
De Vryer antvvoort.
VVat sal dese sloor beginnen?
Wat begeert de slechte duyf?
Kint gaet elders, wildy minnen,
Ick u trouwen? wat een struyf!
Heb ick met u liggen mallen,
Sprack ick fomtijts wonder stijf,
Dat en acht ick niet mer allen,
Het en was maer tijdt-verdrijf;
Woorden die de vryers spreken
Zijn beleeft en honich-soet,
Doch ten zijn maer minne-treken
Daermen noyt op achten moet.
Wat de jongemans oyt beloven
Op den autaer van de min,
Dat is metter daedt verstoven,
Als sy hebben haren sin:
Eeden die de minnares sweeren
Midden in het sachte bedt,
Zijn veel lichter als de veeren,
Daer en dient niet op-gelet;
Kint, die vliegen met de winden
Lichter als een lichte pluym,
Daerom zijnse niet te vinden,
Want sy smelten, als het schuym.
Heeft de penne wat geschreven
't Hert en heeftet niet gevoelt,
't Wort van 't laken uyt-gewreven
Als men in het bedde woelt.
Want het u noch dienen kan,
Gaet, ey gaet toch, soete liefjen
Maeckter suycker-huysjens van;
'tSuycker sal te passe komen
Als ghy 'tkint sijn papjen koockt,
En het briefjen dient genomen
Als ghy dan een vyertjen stoockt;
Die een kint by vrijsters telen
Hebben voor haer moeyte niet,
'Tis een popj' om met te spelen,
Voor een die haer maegdom liet;
'Tis de soete maeght geschoncken
Voor een die haer maegdom liet;
'Tis de soete maeght geschonken
Voor haer maegdelicke blom,
Sy mach vry daer mede proncken,
Sy mach dragen haren roem,
Sy mach seggen, t'haerder eeren,
En vertellent alle man,
Datse niet en hoeft te leeren,
Datse nu het ambacht kan.
Wegh dan Heyl met al u klagen,
Wegh met al u mallen praet,
Noyt en sal my kint behagen
Daer geen bruyloft voor en gaet.
traict
Horatius de tali juramento
MOTTO_FR_NORM Le serment fait sur l'autel de plumes s'en va au vent SEQ 43 PARENT embstma_1288 TYPE emblem pictura TIPE emblempictura NEXT embstma_1288_emblem044 IIHIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_1288.xml LINK_FACSIMILE embstma_1288_fac146 HIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK MOTTO_FRLe serment faict sur l'autel de plumes s'en va au vent
PREV embstma_1288_emblem042 URL_IMAGE embstma_1288_pic146.jpg IC 86(LE SERMENT FAICT SUR L'AUTEL DE PLUMES S'EN VA AU VENT) ; 86(IN DEXTRA FIDESQUE) ID embstma_1288_emblem043 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0