$ TEXT_EXPL_XML
Ick vondt lest eenen vriendt, die in sijn groene jaren
Met ons was uyt-gereyst, en over zee gevaren,
Hy scheen in geenen deel gelijck hy eertijts plach,
Nadien hy bijster vreemt, en wonder deerlijck sagh;
Sijn hooft meest sonder hayr, sijn neuse was gesoncken,
Sijn lippen sonder verf, sijn holle tanden stoncken,
Sijn handen blaeuw gepleckt, sijn beenen sonder kuyt,
En dan een leelick vocht quam hem oogen uyt;
De man, en sijn gelaet, was my geheel ontleken;
Wel, seyd' ick op het lest, Hoe zijt ghy dus geschent?
Heb ick u niet wel eer een ander man gekent?
Waer is u wacker lijf, waer is u vroylick leven?
Waer is u schoone blos, u rappe jeugt gebleven?
Waer is u geestigh oogh, soo hel gelijck een vier?
Ach van dit al-te-mael en vind' ick niet een sier!
Hy stont een langen tijdt met neer-geslagen hoofde,
Geprickelt inden geest, gelijck ick doen geloofde,
Ten lesten quammer uyt: Ick bidde, vraeghtet niet
Wie my de jeught benam, of waer het is geschiet,
Al wat ick lijden moet dat sijn verdiende plagen,
Een woort, en dat genoeg, waer toe naeu-keurigh vragen?
De kat die over al den muyl in steken wilt
Wort op het lest betrapt, en op de neus geknilt.
A chat lescheur bat on la guele
PREV embstma_1288_emblem048 URL_IMAGE embstma_1288_pic164.jpg IC 86(A CHAT LESCHEUR BAT ON LA GUELE) ID embstma_1288_emblem049 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0