$ TEXT_EXPL_XML
Ick was een jonge stam van yder een gepresen,
En met een schoon gewaey tot inde lucht geresen,
Ick was een rancke spruyt, een gaef, een keestigh hout,
Het groenste van de laen, het schoonste van het wout;
Ick was een bosch alleen, daer al de vogels quamen,
En gansche dagen langh haer soete vreugden namen,
Die slechts maer om de lucht van mijne tacken badt:
Al watter geestigh songh, dat wou sijn eerste nesten,
Ter eeren mijner jeught, in dese tacken vesten;
Maer ick was doen te trots, en daerom wild' ick niet,
Nu stae ick hier alleen, gelijck een eensaem riet:
Nu is mijn jeught gegaen, mijn bloeyssel af-gesegen,
Mijn groen dient maer alleen tot stroyssel op de wegen,
Al wat noch on my swiert en is geen jeughdigh blat,
Maer niet als vuyle mosch, of, ick en weet niet wat.
Ick vinde met verdriet, ick vinde datter uylen
En ravens van der nacht in mijne tacken schuylen;
Ick vinde met verdriet dat jae de vleder-muys
Maeckt in mijn holle sta, haer ongeluckigh huys:
Dies roep ick over-luyt tot alle jonge boomen
Die fris, en lustigh staen ontrent de verssche stroomen,
En weest niet al te trots, รด dochters van het wout,
Wat heden jeugdigh is dat wort ten lesten out,
Dat wort, eylacen! kael, en al de groene tacken
Die komen, sonder loof, die komen neder-sacken,
En siet wien eens de tijdt haer jeught en groente nam,
Die blijft dan naderhant die blijft een dorre stam:
Gelooftet, fiere jeught, en leertet over-leggen,
Tis kunst het gunstigh Iae in tijts te konnen seggen:
Want die haer kans verkijckt, behout maer enckel spijt,
Wel aen dan, lettet op, en diendt u van den tijt.
Hee that wil not wenh hee may
When hee will s'hal have nay
gna saper navigare
Strora. de Gargiliana.
;SEQ 51 PARENT embstma_1288 IIHIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK TYPE emblem pictura MOTTO_IT_NORM Arbor secco non devient mai verde cosi fa donne chi suo tiempo perde TIPE emblempictura NEXT embstma_1288_emblem052 MOTTO_IT
Arbor secco non devient mai verde
Cosi fa donne chi suo tiempo perde