$ TEXT_EXPL_XML
Waer ick vernoegt met een jacht,
Soo hadt ick wilt-braet t'huys gebracht;
Maer t'wijl ick liep, gelijck een dwaes,
Nea desen, en nae geenen haes,
En dat mijn honden zijn verdeylt,
Soo heb ick over al gefeylt,
Soo heb ick maer een holle maegh,
En 't is om niet al wat ick jaegh.
Die neemt gewis een quaden voet,
Want groot beslagh is groot verdriet,
Die veel om-helst vangt veel-tijts niet;
Waerom soo veel, soo ras, soo vroegh?
Een saecke wel, en 't is genoegh.
la nova
Spesse volte ingannato se trova.
Il Beccaio gratta il porco con la mano, per dar gli
della mazza su' il capo.
Het beeldt kan zijn een Slager, die met de eene handt een vercken in
de necke kraeut , ende met d' ander hant een slagh geeft.
Siet wat een slim bedrijf! De slager streelt het vercken
Op dat het sijn bedrogh niet eens en soude mercken,
Hy troetelt ( soo het schijnt ) het beest van desen kant,
Maer siet een stale bijl is in sijn ander hant.
Noyt isser slimmer streeck in al het landt gevonden
Als die met schijn van gunst van buyten is bewonden,
Want die een vrient betrout, en niet als vrientschap wacht
Die wort ter neer gevelt eer hy het eens bedacht.
O mijdt u, lieve, mijdt van die geslepen gasten
Die streelen ( soo het schijnt ) en nae de bijle tasten;
,,Geen mensch die lichter valt, en die men eer bedriegt,
,,Als die met soeten schijn wort in den slaep gewiegt.
Insidiatur qui admodum blan-
ditur
doreroit pas par dehors.
Qui duos sequitur lepores neutrum capit
HIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK IC 25F26(HARE) ; 25H1 ; 34B11 ; 43C111261 ; 43C114 ; 43C114(+4111) ; 43C1147 ; 43C11482 ; 83(ERASMUS, Adagiorum chiliades III iii 36) ; 86(DUOS INSEQUENS LEPORES NEUTRUM CAPIT)(+0) ; 86(QUI DUOS SEQUITUR LEPORES NEUTRUM CAPIT) PREV embstma_1288_emblem073 URL_IMAGE embstma_1288_pic331.jpg ID embstma_1288_emblem074 MOTTO_LA_NORM Qui duos sequitur lepores neutrum capit CHILDREN CHILDREN_SQRT 0