$ TEXT_EXPL_XML
Komt hier eens vrienden al-te-mael,
Komt hier, en hoort een vreemt verhael,
Koomt hoort een wonderbare daet
Daer op voor u te letten staet:
Al is de Leeuw een moedigh dier,
Al brant sijn oogh gelijck een vier,
Al is sijn wesen wonder sel,
Al is sijn sprongh geweldigh snel,
Daer voor de gantsche werelt vreest,
Noch is een mugge wel soo stour,
Hoewel de minste van het wout,
Noch is een mugge wel soo koen
Dat sy het beest komt hinder poen,
En dat niet met een slimme greep,
Of met een onverwachte neep;
Neen, neen, sy eyst haer vyant uyt,
En maeckt daer toe een hel geluyt;
En eer sy haer tot vechten set
Soo steeckt sy klaerlijck haer trompet;
Sy doet gelijck een dapper helt,
Sy geeft haer open in het velt,
Sy steeckt hem vry niet in de steert,
Dat is haer niet de pijne weert;
Sy steeckt hem daer hy klaerste siet,
Daer ist dat sy hem d' oorlogh biet,
Sy komt hem onder sijn gesicht,
En vlieght hem in dat vierlich licht;
En schoon hy dan geweldich tiert,
En al de leden omme swiert,
En schoon hy dan gants bijster raest,
En dampen uyt sijn keele blaest,
En schoon hy springt dan wonder hoogh,
Sy steeckt hem in dat vinnigh oogh,
Soo dat hy in het gantsche dal
Niet weet waer hy hem keeren sal.
Ick wou dat alle trotsche lien
Hier op met oordeel wouden sien,
En leeren uyt der leeuwen pijn
Niet al te sier en moedigh zijn,
Want siet ! niet een soo grooten beest
Dat oock sijn minder niet en vreest.
Ken weet niet een soo schoonen boom,
Al staet hy aen een versen stroom,
Al wast hy uyttermaten hoogh,
Al rijst hy boven 'smenschen oogh,
Al heeft hy noch soo dicken bast,
Al voedt hy noch soo harden quast,
Die niet een kleyn, een eenigh man
In haest ter neder leggen kan,
Die niet een mes of kleyne bijl
Kan vellen in een korte wijl.
Vraeght ghy wat dit verhael beduyt?
En wat ick stelle voor besluyt?
Een vvespe quelt een moedigh peert
Al isset duysent kroonen vveert;
Een muys ontset een oliphant
Al heeft hy noch soo grooten tant;
Een mugge steeckt een leeuw int oogh
Al light het hert hem wonder hoogh.
Ghy, daerom vrienden in'tgemeyn,
En acht geen vyant oyt te kleyn,
Want siet! niet een soo kleynen man
Die niet sijn meerder schaden kan.
Un petit homme abat bien grand chesne
...
so halt in doch für ein Elephanten.
...
Culex fodit oculum leonis
HIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK IC 86(CULEX FODIT OCULUM LEONIS) PREV embstma_1288_emblem092 URL_IMAGE embstma_1288_pic407.jpg ID embstma_1288_emblem093 MOTTO_LA_NORM Culex fodit oculum leonis CHILDREN CHILDREN_SQRT 0