TEXT_EXPL_XML

<p>Eerst als ick desen gans geweldigh hoorde rasen,<lb/> En ick en weet niet wat uyt hare kaken blasen,<lb/> Doen was ick vry ontset, en stont gelijck bevreest,<lb/> Ick meynde voor gewis het was een grousaem beest:<lb/> Ick meynd' een grooten beyr, of leeuw te sullen vinden,<lb/> Of wel een fellen draeck, die menschen kan verslinden,<lb/> Ick kreegh in mijn gemoet, vermits het snar geluyt,<lb/> Een selsaem nae-gepeys, een wonder vreemt besluyt:<lb/> <pb n="embstma_1288_fac441"/> Maer nu ick omme-kijck, en wil mijn spiesse vellen<lb/> Om ons met volle kracht ter weer te mogen stellen,<lb/> So spreeck ick tot my selfs; Wat ben ick voor een geck!<lb/> Dit beest heeft anders niet als slechts een platten beck;<lb/> Geen tanden in den muyl, geen klaeuwen aen de voeten,<lb/> Geen kromme nagels selfs, om in het slick te wroeten,<lb/> 'Tis al maer enckel wint, schoon dattet vinnich siet;<lb/> ,,Gesellen, weest gerust, de blasers bijten niet.</p>

<p>Wijt gapen en bijt niet /<lb/> Veel blasen en smijt niet.<lb/> ...<lb/> <pb n="embstma_1288_fac442"/> Stille wasser sind gerne tieff.<lb/> ...<lb/> <pb n="embstma_1288_fac443"/> Roem-draghers en wint-gecken.<lb/> ...<lb/> </p>

<p>Parturiunt montes.<lb/> Men houdt dat eens de Faem, al over lange jaren,<lb/> Quam roepen door het landt, de rotsen sullen baren,<lb/> De rotsen zijn bevrucht, haer tijdt die is vervult,<lb/> En daerom is het lijf hun wonder hoogh gebult.<lb/> Stracx quam daer op het volck met hoopen aen-gedrongen,<lb/> En met een nieusgier oogh te wachten op het jongen,<lb/> De velden zijn bedeckt, de dijcken vol getast,<lb/> De boomen over al gebogen van den last;<lb/> De grootste van het landt die komen aen-gereden,<lb/> En al die minder zijn komen aen-getreden;<lb/> Daer roeptmen over-hoop, al watmen roepen mach:<lb/> Wat sal hier voor een spoock gaen komen aen den dach?<lb/> Wat salder voor een dier sich heden openbaren,<lb/> Dat inde moeder lach soo menigh hondert jaren!<lb/> Hoe sal het wesen zijn van soo een grousaem beest,<lb/> Waer voor dat al het landt en al de werelt vreest!<lb/> Hoe sal het monster sien! hoe bijster sal het krijten!<lb/> Hoe sal de felle rots n groote stucken splijten!<lb/> Voorwaer indien het jonck de moeder is gelijck,<lb/> Soo wilt noch heden zijn gelijck een hoogen dijck.<lb/> <pb n="embstma_1288_fac444"/> Dus blijft het nieusgier volck, in over-groot verlangen,<lb/> Ontrent den hoogen bergh met al de sinnen hangen,<lb/> Veel sieter even-staegh yet wonders in den geeft,<lb/> d'Een hoopt 'ken weet niet wat, en d'ander is bevreest;<lb/> Ten lesten, soo het scheen, soo gingh den berrigh open,<lb/> En siet! daer koomt een dier ter zijden uyt-gekropen,<lb/> Een dier, een wonder dier; maer raedt hoe dat het hiet?<lb/> Een muys, een kleyne muys, en anders isser niet.<lb/> Stracx rijster groot gelach uyt soo veel duysent monden,<lb/> Die in dit vreemt gesicht sich al bedrogen vonden;<lb/> Doch verr' het meeste deel is uytter-maten gram,<lb/> Om dat het om een muys soo verr' geloopen quam.<lb/> Maer dat het slimste was, die 'thuys gebleven waren<lb/> Die vraegden spots-gewijs, hoe dat de jongen varen,<lb/> De jongen van den bergh, en wie de vrucht ontfingh,<lb/> En wie de klopper-doeck quam binden aen den ringh.<lb/> Siet dus verdween de Faem, die met een schielick blasen<lb/> Te samen hadd' gebracht een hoop van losse dwasen,<lb/> Haer stem, haer groot geraes, al schreeudet wonder luyt,<lb/> Dat is van oudts gelooft, dat van uyt-mondigh roemen,<lb/> Hoe luyde datmen roept, niet veel en plagh te koemen;<lb/> Ghy, weest hier wijser in, en houdt my desen voet,<lb/> ,,Let niet wat yemant seyt, maer wat een yder doet.</p>

SEQ

104

PARENT

embstma_1288

HIM

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_1288_pic440.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_1288_emblem105

IIHIM

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

reserved for caption

SOURCE_FILE

embstma_1288.xml

MOTTO_NL_NORM

De gans blaast wel, maar bijt niet

LINK_FACSIMILE

embstma_1288_fac440

MOTTO_LA

<p>De gans blaest wel, maer en bijt niet</p>

TYPE

emblem pictura

IC

86(DE GANS BLAEST WEL, MAER EN BIJT NIET)

PREV

embstma_1288_emblem103

MOTTO_NL

De gans blaest wel, maer en bijt niet

ID

embstma_1288_emblem104