$ TEXT_EXPL_XML

Ghy die hier sonder werck gaet dolen achter straten, Hoort wat my daer gebeurt, het sal u mogen baten, Leert van een snijder wat, al is het ambacht slecht, ,,Een dwaes heeft menighmael swijn wijser onder-recht. Ick ben te deser uyr niet al te wel geschoren, 'k En hadt geen knoop geleyt, dus is mijn steeck verloren; Mijn haest heeft my vertraegt, dit spijt my wonder seer, Dan hier schuytl evenwel een gront tot goede leer: Siet wie dat eenigh dingh met vrucht begeert te plegen, Die moet, eer hy begint, sijn gronden over-wegen, Hy moet niet inder yl gaen vallen aen het werck, Niet doen in sijn bedrijf, als op een vast gemerck; Want al wie metter haest yet poogen aen te vangen Die krijen int gemeen een paer beschaemde wangen; Nu vrient, gaet uwes weegs, maer let op mijnen raet, En maeckt, al-eer ghy naeyt, te knoopen uwen draet.

;

Het spreeck-woort leert datmen alle saecken met omsichticheyt, en niet inder haest moet ter hant nemen, daer toe noch een ander spreeck- woort ( mede ontleent van 't snijders ambacht ) kan werden ghe- voegt, te weten: Mesure trois fois, avant que tailler une fois. dat is: Meet driemaels eer ghy eens af-snijt. ...

;

Con il tiempo è con la paglia si maturano le nespole. Het beeldt kan zijn een appel-vvijf, ofte een vrouvve van die haer met freuyt te verkoopen geneert, rijpe ofte gelaegde mispels aende omstan- ders vertoonende, ende aldus spreeckende: Siet hier, ô vrienden, wie ghy zijt, Siet hier de krachten van den tijt: Dees mispels waren eertijts groen. Wat konder yemant mede doen? Geen mensch en at die uytter handt Die oyt daer lust of smaeck in vandt; En ofmen die al schoone briedt Het freuyt en docht noch efter niet, En soo die yemant stoven wou Wat had die anders als berou? Soo dat dit oost maer scheen te zijn Een middagh-mael voor eenigh swijn. Maer siet! ick gingh met stillen vlijt, En gaf het over aen den tijt, Die heeftet met een goet beleyt Te muycken onder hem geleyt, En siet! nu is het groen gewas Gants anders als het eertijts was, Want dat te vooren niet en docht Dat wort nu dier genoegh gekocht, Dat wort nu opten disch gesien Oock van de dun-getongde lien; Siet, vrient, de tijdt heeft wonder kracht, Hy maeckt de wrange mispels sacht. Een muys, die lange knaegt, die kan een kabel breecken; Een key wert uyt-geholt daer staege droppels leecken; Of schoon een eycke stam vry diep gewortelt staet, Sy valt noch evenwel indien men lange slaet: De tijt kan wonder doen, de tijdt die lockt de rosen, Oock uyt een dorren struyck, en doetse lustigh blosen, De tijt verandert veel, de tijdt heeft groote kracht, Door tijt, en met het stroo, soo wort de mispel sacht.

;

Qui veut faire une porte d'or il y met tous les jours un clou. ...

SEQ 112 PARENT embstma_1288 IIHIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK TYPE emblem pictura MOTTO_IT_NORM Il sarro chi no fa nodo perde il punto TIPE emblempictura NEXT embstma_1288_emblem113 MOTTO_IT

Il sarro chi no fa nodo perde il punto

CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_1288.xml LINK_FACSIMILE embstma_1288_fac468 HIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK IC 86(IL SARRO CHI NO FA NODO PERDE IL PUNTO) PREV embstma_1288_emblem111 URL_IMAGE embstma_1288_pic468.jpg ID embstma_1288_emblem112 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0