$ TEXT_EXPL_XML
Al ben ick heden los, al schijn ik ongedwongen,
Al loop ick in het velt, en make vrye sprongen;
Soo ben ick evenwel niet buyten slaverny,
Vermits ick noch een slaef sie loopen achter my;
Ick voele noch een deel van mijne banden slepen,
Dies ben ick in gevaer om haest te zijn gegrepen,
Want soo hy, die my volgt, hier op maer eens en trat,
Soo waer ick wederom (gelijck als eerst) gevat;
En wie en souder niet op mijne leden rijden?
Ach! wien noch eenigh jock ontrent de leden hangt,
Die sleept dat hem bederft, en dat hem weder vangt.
Maer, vrienden, die het peert aldus mocht hooren spreken,
En hangt niet aen het dier, maer let op u gebreken,
De muyl-bant is het Vlees, en 'tpeert, een moedigh beest,
Dat is in dese prent een af-beelt van den Geest;
Heeft yemant rechten lust om van de droeve sonden
Niet meer te zijn geboeyt, niet meer te zijn gebonden,
Die breecke t'eenemael haer ongeluckigh zeel,
En dat van alle kant, en tot het minste deel:
Want soo u slap beleydt wil yet hier in verschoonen,
Het quaet, dat over-blijft, sal wis sijn meester loonen;
Een die sijn banden sleept, al schijnt hy los te zijn,
Raeckt licht ( eer hy het meynt ) al weder inde pijn.
Il n'est pas libre, qui traine son licol.
...
Il n'est pas libre qui traine son licol
PREV embstma_1288_emblem122 URL_IMAGE embstma_1288_pic511.jpg IC 86(IL N'EST PAS LIBRE QUI TRAINE SON LICOL) ID embstma_1288_emblem123 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0