$ TEXT_EXPL_XML
Het vrou-mensch dat sich kemt, spreeckt:
Mocht ick niet voor dit werck met goeden reden schromen?
Mijn hayr is gants verwert; hoe isser door te komen?
Mijn hooft dat is gestelt gelijck een eensaem wout
Dat niet en wort begaen, en noyt, en is gebout.
Och! had ick nae den eysch mijn vlechten onderhouwen,
Soo gingt my heden wel, gelijck de nette vrouwen;
Maer nu lij'ick verdriet, om datter nimmer kam
By naest van al het jaer my op het hooft en quam;
Onseker wat te doen, of wat te sullen raecken,
Al waer ick ben geweest, of waer ick komen sal
Daer steuyt het gladt yvoir, en hapert over-al;
Nochtans het moeter deur. ick trecke door de vlechten,
Want met een sachten kam en isset niet te rechten;
't Is reden dat hy sucht, en groote pijne lijdt,
Die noyt sijn hooft en kemt, of niet ter rechter tijt.
Wel, ghy die mijn verdriet met oogen kunt bemercken,
Leert uyt eens anders leet u eygen hooft bewercken;
Kemt, kemt u menighmael, en niet het hayr alleen,
Maer oock dat binnen schuylt, tot aen het innigh been:
Kemt u verwrongen hert, en u verboste sinnen,
En maeckt doch over al een reynen gront te winnen,
Want hy, wiens hooft en hert een wel gereddet zijn,
Al kemt hy menighmael, hy kemt hem sonder pijn:
Maer die het sondigh hayr laet wilt daer henen wassen,
En weet sich nader-hant geem kamme toet te passen,
Want al wat hy geraeckt, daer is een vuyle nest,
Ghy, kemt dan alle daegh, dat is de leden best.
Het landt dat moet gewis met distels over-wassen
Daer niemant in en ploeght, of op en plach te passen:
De mensch wort voor gewis verwoest in sijn gemoet
Die over sijn bedrijf geen ondersoeck en doet.
Intemperans aeger crudelem
facit medicum.
...
hooft kemt)
...
Qui se peigne peu souvent, A bien de peine en se peignent
HIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK MOTTO_FR Qui se peigne peu souvent, A bien de peine en se peignent PREV embstma_1288_emblem124 URL_IMAGE embstma_1288_pic517.jpg IC 86(QUI SE PEIGNE PEU SOUVENT, A BIEN DE PEINE EN SE PEIGNENT) ID embstma_1288_emblem125 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0