$ TEXT_EXPL_XML

Een onthulde Maeghd met korte en be- knopte witte kleederen, hebbende op haere schouderen een jock of een groote swaerwichtige steen, zijnde de voeten naeckt en gevleugelt, wandelende door on- gemacklijcke en doornachtige wegen. Ter syden haer sal een Kraene staen, die een steen in d'eene klauwe heeft. Men soude haer oock een brandende kaersse op 't hoofd konnen stellen, met dit spreeckwoord, Io servo altrui e me stesso consumo, dat is, Ick dien een ander, en ick verteer my selven. Dienstbaerheyt is niet anders, gelijck men in de Burgerlijcke Rechten leest, als een stand nae de Wetten der Menschen, waer door d'eene des anderen heerschappye is onderworpen, doch niet uyter natuere. Iongh wort zy gemaelt, om dat de Ionck- heyd de moeylijckheyd, sloverye en arbeyt, best kan verdragen. Datse onthult is, vertoont, dat die in dienstbaerheyt van andere is, moet staen ten believe sijns Heeren, niet konnende op sich selve passen; en gelijck Aristoteles seght, soo is de Slaeve een wercktuygh dat gesielt is mette reeden, geheel tot eens anders dienst, en niet voor sich selve. Het witte kleed bediet de oprechte en suyvere getrouwigheyt, dieder gestadigh in een Slave moet heerschen, gelijck S. Ma- theus XXV cap. seght, Ghy goede en getrouwe knecht, ghy zijt over weynigh getrouw geweest. Het Iock op de schouderen, was by outs geset voor een beelt van Slavernye, gelijck Seneca in sijnen rasenden Hercules seyt, Waerom dient hy den Koningh en lijd het Iock? en Plautus in 't spel van den Krijghsman seyt, Voorwaer een Slaeve moet getoomde oogen en handen hebben. En ge- lijck wy geseyt hebben, so kan men in plaets van 't Iock vertoonen datse een swaere steen draeght: Want het is in der waerheyt seer swaer, den last van de slavernye te dragen, gelijck Seneca in sijn Troade verhaelt, 't is hert, ongesien en swaer, met slavernye gedruckt te zijn. Het korte kleed mette gevlerckte voeten, bedieden dat de slaven moeten altijd vaer- digh, en snel op den dienst passen. Datse op doorens gaet, bediet datse veel ongemacks en swarigheyts in haere slavernye gestadigh moeten lyden, gelijck Dante in sijn Vagevier seyt, Ghy weet hoe suyr 't valt in den nood, Te eeten 's anders sout en brood: Te dienen eenen vreemden Heer, En gaen sijn trappen op en neer. De kraen mette steen in den poot, bediet de wackerheyt die de dienstknechten moe- ten hebben ten dienste van haeren Heere, gelijck de Heer Iesus Christus seyt, Saligh zijn de dienstknechten, diewelcke als de Heere komt, haer vind waeckende.

URL_WEBPAGE http://www.dbnl.org/tekst/pers001cesa01/pers001cesa01_0149.htm PARENT embstma_1450 IIHIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK ; ARTTHEORY HIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK ; ARTTHEORY MOTTO_NL Dienstbaerheyt, Slavernye MOTTO_IT_NORM Servitù TIPE emblempictura NEXT embstma_1450_emblem032 SEQ 31 MOTTO_IT SERVITU CAPTION_EN Servitù: a girl with a yoke on her shoulders, next to her: a crane holding a stone in its claw SOURCE_FILE embstma_1450.dmp MOTTO_NL_NORM Dienstbaarheid, Slavernij LINK_FACSIMILE embstma_1450_fac091 TYPE emblem pictura IC 25D12 ; 25F37(CRANE)(+5245) ; 31A2255:25F(+342) ; 31D15 ; 41D2339 ; 46A180:5(+113) ; 46C1215 ; 46C14111 ; 86(SERVITU) PREV embstma_1450_emblem030 URL_IMAGE embstma_1450_pic091.jpg ID embstma_1450_emblem031 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0