$ TEXT_EXPL_XML

Een Maeghdeken dat haere hoofdhayren gekrult en konstlijck geciert heeft, zijn- de bykans naeckt, maer dat het laecken 't welck de leeden bedeckt van verscheyden verwe zy, gevende groote schoonheyt aen 't oogh, en die op een Cocodril sittende een Veldhoen of Patrijs liefkoost, dat zy in d'eene hand heeft. De Geylheyt is een heete en ongebonden genegentheydt totte vleeschlijcke wellust, sonder datmen op gebruyck van wetten, na- tuyre, ordre of geslacht past. Met gekrult hayr konstigh verciert, en met het bovengeseyde laecken wortse ge- maelt, want de Geylheyt ritst aen, en is een wegh nae de Helle, en een Schoole van alle schelmeryen. Als naeckt wort zy vertoont, om dat het de Geylheyt eygen is, te verstroyen en te gronde te werpen, niet alleen de goederen des gemoeds, als daer zijn de goede naeme, vrolijckheyd, vryheyd en aengenaemheyt des lichaems, maer oock de schoonheyt, sterckheyt, wackerheyt, gesondheyt, jae de deughd selve, maer zy rooft oock de goe- deren van fortuyne, als daer sijn geld, eedele gesteenten, huysen, vee en landen. Zy sit op de Cocodril, om dat de Egypte- naers seyden, dat dit Dier een teycken van Geylheyt was, want het is seer vruchtbaer en baert veele jongen, gelijck Pierius Valer. in 't XXIX boeck verhaelt. En het is van soo- daenige besmetlijcke Geylheyt, datmen ge- looft, dat als het sijn rechter kinnebacken aen de rechter syde vast hout, dat de tanden de Geylheydt verwecken en voort drijven. Men leest oock in de Magische Schrijvers, als mede by Dioscoridem en Plinium, dat, soo men de beck van een Land-Cocodril, die van eenige Scincus geheeten wort, en de voe- ten in witten Wijn leyt en daer van drinckt, dat het den Mensch dapper totte Geylheyt sal ontsteecken. Zy lief koost en hout een Patrijs of Veld- hoen: Want daer is geen dingh bequaemer noch dat meer past, om de ongemaetighde Wellust en ongetoomde Geylheyt te ver- toonen, als de Patrijs, diewelcke wel dick- wijls van sulcken rasernie, in 't by een komen, is aengehitst, en door soodaenige ongema- nierde Geylheyt ontsteken, dat het Manne- ken dickwijls de eyren breeckt, die 't Wijf- jen broet, wesende daer door in 't broeden verhindert en verlet om sich daer mede te paeren.

URL_WEBPAGE http://www.dbnl.org/tekst/pers001cesa01/pers001cesa01_0262.htm PARENT embstma_1450 MOTTO_IT LUSSURIA HIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK ; ARTTHEORY MOTTO_NL Geylheyt MOTTO_IT_NORM Lussuria TIPE emblempictura ANNOT Woodcut signed I.C.I. = Jean-Christoph Jeger; compare printer's devices 0768, 0826, 1157, 1628, 1641 NEXT embstma_1450_emblem048 SEQ 47 IIHIM GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK ; ARTTHEORY CAPTION_EN Lussuria: a naked girl sitting on a crocodile, holding a partridge SOURCE_FILE embstma_1450.dmp MOTTO_NL_NORM Geilheid LINK_FACSIMILE embstma_1450_fac143 TYPE emblem pictura IC 11N36:5(+112) ; 25F38(PARTRIDGE) ; 25F43(CROCODILE)(+5246) ; 31AA141 ; 31AA2352 ; 31AA533(CURLS) ; 31D13 ; 34A1 ; 41D271 ; 41D 92 ; 47H6 ; 86(LUSSURIA) PREV embstma_1450_emblem046 URL_IMAGE embstma_1450_pic143.jpg ID embstma_1450_emblem047 CHILDREN CHILDREN_SQRT 0