$ TEXT_EXPL_XML
Een Vrouwe die met bloemen omkranst
is, sittende in een Koninghlijcke Zeetel,
houdende in de rechter hand de gevlerckte
Slangestaf van Mercurius, en in de slincker de
Overvloets Hooren vol vruchten en bloe-
men.
moeds, in een welstant, dat van yder be-
kent, begeert en wenschlijck is, en daerom
sitse mette Slangestaf of 't Caduceum, tot een
teycken van Vrede en van Wijsheyt.
Het Overvloets hooren bediet de vrucht,
die door den arbeyt en moeyte verkregen
is, sonder welcke het onmogelijck is, om
totte gelucksaligheyt te komen, die door
middel van dieselve gekendt en begeert
wort.
De bloemen zijn teyckens van vrolijck-
heyt, mette welcke de geluckighste staet al-
tijt is vergeselschapt. De Slangestaf bediet
oock de Deughd, en de Overvloets Hoorn
de Rijckdom. Daerom zijn die geene onder
ons, wel geluckigh, die God met soo veele
Aerdsche goederen gesegent heeft, datse
haer konnen versorgen tot nootdruft des
lichaems, en soo veel te deughdlijcker, alsse
haer met de goederen der ziele konnen
vermaecken.