$ TEXT_EXPL_XML
Een Maeghdeken in 't wit gekleed, heb
bende op 't hoofd een sluyer van dieselve
verwe, diewelcke haer aengesicht bedeckt
tot aen den gordel. In de rechter hand
houtse een witte Lely, en onder haer rechter
voet een Schildpadde.
Met wit wortse gekleet, want onder dese
verwe, wort de Suyverheyd afgebeeld, als
mede de oprechtigheyd des levens, waer uyt
de Suyverheyd voortkomt. Waer over Salo
mon, willende de oprechtigheyd en Suyver
heyd des gemoeds uytdrucken, seght, u kleede
ren sullen alle tijd wit wesen. Zy is bedeckt, op de
maniere als geseyt is, want een kuysche Vrou
we behoort de schoonheyt van haer persoo
ne te decken, en de gelegentheyt van de oo
gen wegh te nemen, die veeltijts oorsaecke
zijn, van dat de Suyverheyt besmet wort, en
ten dien aensien, noemt Tertullianus dusdanigen
sluyer een Waepenrustinge voor de vrees van schande,
ende een Harnas van eerbaerheyd, een Bolwerck van zee
digheyd, een muyre voor 't Vrouwelijck geslachte, waer
in eens anders oogh noch niet was gaen weyden: Die
selve Schrijver bepaelt de maniere waer toe
en hoe langh de sluyers souden gestreckt
hebben, te weten soo langh als de hoofdhay
ren streckten, wanneer die neergestreelt zijn,
en alsoo langh mosten oock dese sluyers we
sen, sulx datse totten gordel toe, mosten ko
men: Totte navolginge van de Romeynsche
Heydenen, die de Goddinne van de Kuys
heyd met het aengesicht bedeckt plachten af
te beelden, gelijck in veele Medaglien te
sien is.
De Romeynsche Bruyden, tot teycken
der Suyverheyd, oock wanneerse tot den
Man over gingen, bedeckten het hoofd: een
maniere die de Romeynsche Vrouwen ge
bruyckten. Poppaea Sabina, de Vrouwe van
Nero, dese om dat zy kuysch soude schijnen,
hoewelse onkuysch was, quam altijd gedeckt
voor den dagh.
Cajus Sulpitius Gallus een Romeyn, verliet sijn
Huysvrouw, om datse ongedeckt was uyt
gegaen: en niet alleen de Romeynen, maer
oock de Griecken gingen bedeckt, om haere
schaemachtigheyt te betoonen, gelijck Hero,
Penelope, en Helena, als by Homerum en andere te
sien is. Tertullianus seght dat de Vrouwen in
Iudaea haer aengesicht decken, waer door zy
onderkent worden. Paulus seyt van de Vrou
wen die daer nae Christenen zijn geworden,
Corinth. II, datse souden bidden met gedec
kten hoofde, andersins souden zy haer hoofd
onteeren. Platina verhaelt dat S. Petrus soude
bevolen hebben, dat de Vrouwen gedeckt
souden ter Kercken gaen, 't welck zijn Nae
volger Linus soude hebben uytgevoert. Wie
hier van wijders begeert, lese Tertullianum.
Doch 't is ons genoegh dat wy tot bevestin
ge van de Kuysheyd, geseyt hebben, datse
gedeckt moet wesen.
Zy houdt een witte Lely in de rechter
hand, want Hieronymus schrijvende tegens Io
vinianum, seyt, dat de Lelye een bloeme is van
de Suyverheyd en van den Maegdom: Om
dat in het Hooge-Lied Salomonis de Hemel
sche Bruyd singht, Zy wort onder de Lelien opge
voet, dat is, onder suyvere en kuysche persoo
nen. De Schildpadde onder de rechter voet,
bediet dat de staetige Vrouwen, gestaedigh
sullen by huys blijven, als de Schildpadde
uyter natuyre doet, gelijck Phidias het beeld
van de Kuysheyd afmaelde: en Thucididis
spreucke by Plutarchum is gedenckwaerdigh,
door de Vroulijcke schoonheyt seyt hy, moet een vrome
Vrouvve haere naem en lichaem, tusschen de huys
muyren laeten besluyten.