$ TEXT_EXPL_XML
Een Vrouwe met een root en blauw
kleed, waer op veele Ooren en Kick-
vorschen gespreyt zijn: hebbende de hoofd-
hayren recht over eynde, de handen om
hoogh, 't hoofd voor uyt stekende, wesende
gevleugelt.
Nieuwsgierigheyt is een ongetoomde
begeerlijckheyt in die geene, die meer soec-
ken te weeten als haer wel betaemt.
De Ooren betoonen, dat de Nieuwsgie-
rige alleene lust heeft om die dingen te hoo-
ren, die van andere verhaelt zijn. En Bernar-
dus willende eenen nieuwsgierigen Monnick
afbeelden, beschrijft hem met dit teycken,
Indien ghy, seyt hy, eenen Monnick hier en daer siet
soo denckt dan vry, dat hy Nieuwsgierigh is.
De Vorschen om datse groote oogen heb-
ben, zijn een kenteycken van Nieuwsgie-
righeyt, en in dese beteycknisse zijnse van
de Oude genomen: om dat de Egyptenaers,
wanneer zy een Nieuwsgierigh Mensch wil-
den uytbeelden, een Kickvorsch vertoon-
den. En Pierius seght, dat de oogen van
Kickvorschen op een Hertshuyd gebonden,
met het vleesch van een Nachtegael, den
Mensch wacker en vaerdigh maken, en hier
uyt komt dan de Nieuwsgierigheyt voort.
Zy houd de handen om hoog en 't hoofd
voor uyt, vermits de Nieuwsgierige knap en
gau is, om van alle kanten te luysteren en te
weeten watter nieuws is. 't Welck oock de
vleugels en steyle hayren, zijnde de wackere
gedachten, uytdrucken. En de verwen van 't
kleed bedieden de begeerte en 't verlangen,
van allerley nieuws te weeten.