$ PERSON_BSPR_IDX Sweerts, Hieronymus LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac001 SOURCE_FILE embstma_add132.dmp TITLE_IDX Sinryke Fabulen PERSON_AUTHOR_IDX Court, Pieter de la TIPE emblembook ID embstma_add132 IMPRESSUM T' AMSTERDAM, By HIERONYMUS SWEERTS, Boekverkooper op de Cingel, aan de Appelmarkt ID_INV Stirling Maxwell Additional 132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK STATUS facsimile complete ; iconography partly ; mottoes partly ; transcription only partly PRINTER_KEY bspr_5403 DATE_ORIG 1685 LOCATION_ORIG Amsterdam LOCATION_INV Glasgow IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK PERSON_AUTHOR Pieter de la Court TITLE_ABBR Pieter de la Court, Sinryke Fabulen BIBLIO_FORM DATE_IDX 1685 PERSON_BSPR Hieronymus Sweerts TITLE_SHOW SINRYKE FABULEN Verklaart en Toegepast Tot alderley Zeede-lessen Dienstig om waargenoomen te werden in het Menschelijke en Burgerlijke leeven TYPE Emblem book INSTIT_INV University Library CHILDREN $ TEXT_EXPL_XML
1. De Gier-valk, ende sijn Gewisse.
De Gier-valk, ende sijn Gewisse.
DE Gier-valk sijn leven ooverdenkende, ende
weetende dat hy bequaam was om seer hoog
ende snel, als een Geest, ten Heemele te vliegen,
en dat hy des niet te min liever hadde gewild,
als een snood Beeft langs ende op der Aarden
sijne vleesselike lusten te volgen, met te dooden ende te ee-
hem onder anderen te binnen, dat hy Duiven ende Lee-
weriken, die niemand beschadigden. hadde gedood: Ja dat
hy eenmaal den kleinen soet singenden Nagtegaal gevan-
gen hebbende, wanneer die seide, jongen te hebben, die,
sonder hare voorsorge, ook sterven souden moeten; derhal-
ven seer ernstig voor haar eigen, ende harer Jongen leeven
bad, ende daar by vougde, dat sy, wegens hare kleente, hem
seer weinig voedsels soude strekken: ende gedagt deese Gier-
valk met eenen, dat hy daarom haar ook het leeven hadde
beloofd, onder voorwaarde, dat sy voor hem in het byson-
der een ooversoet deunken moeste singen; Soo quam seg-
gen wy, den Gier-valk te vooren, dat die onnoosele dat wel
gedaan had, ende dat hy desnietemin onder voorgeeven,
dat het deunken niet soet genoug gesongen was, maar wa-
relik alleen om soo een gering lekker beetjen te genieten,
haar verslonden had.
Sulks hy sig besoedeld siende met soo veeler onnooseler
Dieren bloed, welk hy moorddaadig vergooten had, voor
nam sig te beeteren, ende tot dien einde een stil ende af-
gesonderd leeven te leiden, om boete van sijner voorgaan-
de boosheid te doen. Maar sig daar oover van sijne Makkers
bespot siende, ende vermerkende, dat hy de onnoosele Vo-
gelen, om dat sy hem nog soo niet betrouwden, tot geene
niewe Makkers konde verkrijgen, soo viel hem deese nie-
we wijse van leven al te moejelik. ende begaf hy sig weder-
om tot sijn oud leven, bestaande in rooyen ende bloedver-
gieten, tot dat hy eindelik soo seer beesig zijnde met eenen
onnooselen Vogel te verslinden, dat hy den aankomenden
Vogelaar niet vermerkencle, daar van gevangen wierd, ende
ellendiglik storf, als een oovertuigde van verscheide eu-
veldaaden, die naar de Regulen der Regtvaardigheid hier
ten had, als hy aan anderen had beweesen.
Uitlegging der Woorden.
GIER-VALKEN, zijn Menschen van seer groot Ver-
stand ende Magt, die sig gewennen, van Roven en de
Moorden der Eenvoudigen ende der Swakken te leven.
DUIVEN, LEEWERIKEN, NAGTEGALEN, zijn
Menschen van gering verstand, die haar leeven naar de
mate haarer kennisse ten voordeele van haar selven als ook
van andere Menschen aanstellen, ende die by gevolge haar
leevens-middelen souken, sonder andere Menschen te be-
schadigen.
DE Oude Wijsen leeren ons, dat onder Godes oneindelik veele
schepselen, insonderheid dit onderscheid van Weesen moet aan-
gemerkt werden; ten Eersten, dat eenige zijn Geesten, wiens wee-
sen bestaat in vernustig ende Reedenkaavelende, als ook onsterve-
lik te zijn, welke derhalven vry zijnde van alle lighamelike bewee-
gingen nog eeten, nog drinken, nog voortteelen. Ten Tweeden, dat
eenigen zijn domme Beesten, welke niet dan oneindig konstiglik by
een gevougde lighaamen zijnde, alle lighaamelijke beweegingen,
veranderingen, ende eindelik der dood onderworpen zijn, ende der-
halven onderwijlen met eeten, drinken ende voortteelen, sig sel-
ven voeden ende onderhouden moeten. Ten Derden, dat eenige
zijn Menschen bestaande uit Geest en Beest, door Goodes oneinde-
lijke magt ende wonderlijke goedheid, soo wijselik by een ge-
vougd, dat sy als Geesten haaren Schepper kennen, gehoorsaamen,
ende eeren konnen, ende daar en tegen ook, als Beesten, alle ver-
anderingen ende der selven sterffelikheid onderworpen zijnde,
middeler wijle door eeten, drinken, slaapen, kleederen, wonin-
gen, voorteelinge, &c. sig selven onderhouden mogen ende moe-
ten. Het welk, indien beiden geschied, soodanig dat deese men-
schelike Geesten ofte Sielen in menschelijke lighaamen woonenden,
eeniginge des Lighaams met den Geeste, Godes wijsheid ende goed-
heid ooverdenkende, sig des weegen verheugen, ende mitsdien
ook sig hier beginnen gelukkig te maken, ende daar in volharden,
tot dat sy eindelik van haar stervelik lighaam ende van alle onge-
makken ende sorgen, daar uit ontstaande, ontslagen werden; sy
ook als dan in der eeuwigheid Godes wonderlijke Wijsheid, Goed-
heid, ende Magt, met volkoomen Genougen ende Vreugde oo-
verdenken sullen.
Ende weeten wy daar en teegen, dat Menschen, die in dit leven
haaren Geest ofte Siete hebben laaten aftrekken van die goede Gee-
stelijke Bedenkingen, om in tegendeel sig in het geheel oover
te geeven aan alle lighamelike Wellusten, voor eerst eenen seer
drouvigen strijd tussen den Geest ende het Lighaam verwekt hebben-
de, eindelijk soo veele ongelukkiger als Beesten sterven, dat by haar,
ende niet by den Beesten, ooverblijft eene geheugenisse van alle
het quaad dat sy in haar leeven hebben gedaan, ende van alle het
genougen dat sy ontbeeren moeten, om dat sy het haast vergan-
gelijke; naamelik de Beestelike ofte Vleeschelike wellusten, voor de
Geestelike ende eewig-duurende hebben gekooren. Het wel in
haar eene onuitspreekelike drousheid moet veroorsaaken, ende dat
des te meer, om dat die drouve geheugenis allermeest verwekt
werd, als de saaken deeser weereld haar teegen loopen. Ende
hoe groot die eewigduurende Drousheid ende Smerte, daar uit ont-
staande, ook weesen sal, wanneer deese Geest van den lighame ge-
scheiden werd, is door ons stervelike Menschen niet meer te be-
grijpen, dan de Grootheid der Vreugden die God Almagtig voor
den Gelukkigen bereid heeft.
Dit alles in het gemeen gesegt weesende, soo kan een yder lig-
telik begrijpen, hoe veel beeter het waare onsen Geest einde onse
goede Reedenkaavelinge in te volgen, als tegen de selven sig aan die
verkeerde ende haast vergankelijke groot-ofte hoogheid des lee-
vens, ende Wellusten des Vlees oover te geven, en dien volgende
meest alle den tijd onses leevens te besteeden, om oover andere
Menschen te Heerssen, ofte de lusten onses lighaams te bejaagen
met eeten, drinken, byslaapen, ende andere overdaad in klee-
deren, huishoudinge ende wooninge, &c. alsoo het selven niet on-
in den beginne onsen Geest te bedrouven, ende daar na SIel ende
Lighaam eewlik verlooren te doen gan.
Maar oovermits deese onse FABUL alleen gewag maakt van
Menschen, die door hare vleugelen, dat is, door haren Geest ofte
Siele, tot God ten Heemele hadden konnen stijgen, ende nogtans lie-
ver gewild hebben, haare wellusten te volgen, om een Beestagtig
vermaak te genieten, ende veeltijds ter gewaande vermeerderin-
ge van dien, andere Menschen te berooven ende der onnooselen
bloed te vergieten: soo sullen wy, om, soo veel in ons is, ande-
re Menschen daar van afkeerig te maken onse gedagten ook nu
meest aan de selven toepassen, als zijnde waarelik de allerboosste
ende Beestagtigste Menschen, die op der weereld gevonden kon-
nen werden; Naamentlik, oovermits de Geest ons leerd, dat het
de pligt aller Menschen is, aan anderen nietwes te doen dan het gunt sy
willen dat een ander haar doe; ende dat daar teegen allermeest strijd,
soo eene wijse van leven, die niet bestaan kan dan een andere on-
noosele Menschen geduurig te doen het allergrootste quaad dat
gedaan kan werden, naamentlik haar te berooven van haare goe-
deren, eere, ofte leeven, met haar te schoffieren ofte te dooden; soo
kan ook het selven niet geschieden, sonder aan soodanigen Men-
schen een strijd in haar gemoed te verschaffen, ende haren Geest
sulks te bedrouven, dat sy, om sig van die drouvige invallen te
ontlasten, biswijlen voorneemen eene andere beetere wijse van
leeven te verkiesen; hoewel, om sulks werkstellig te maken, haar
door de verkiesen; hoewel, om sulks werkstellig te maken, haar
door de voorgaande lange quaade gewoonte, geene dan seer be-
swaarelijke weegen ofte middelen voorkoomen. Naamentlik, de
eerste swaarigheid is, dat sy sig van alle oude bekende Vrienden,
indien onder soodaanige boose Menschen eenige Vriendschap kan
zijn, af scheiden, ende mitsdien voor eerst als Kluisenaars op haar
eigen selfs als Engelen te leeven, suiverlik naar den Geest genood-
saakt werden: om dat geene deugdsaame Menschen met haar de-
ven verkeeren. Ende alsoo wy Menschen zijn, ende dien volgen-
de de swakheeden onses lighaams geduuriglik met ons draagen,
soo krijgen die Kluifenaars in soodanige wijse van leeven seer haast
soo groot verdriet, dat sy in korten tijde tot haare voorgaande wijse
van leeven keeren. Ende wanneer sy den tweeden weg ingaan,
niewe deugdsaamer te souken, soo werden sy van de oude bespot,
ende van de niewe niet vertrowd. Sulks sy door soodanig verdriet
meest alle, gelijk vuile Honden, tot haar voorgaande uitspousel kee-
ren, ende als ellendige Slaaven der sonden geworden zijnde, al-
daar haar verderf seekerlik des te swaarder vinden.
De waarheid van dien sien wy dageliks aan die Menschen, wel-
ke sig allangs tot andere Menschen te besteelen, te berooven ofte by
geleegenheid te dooden, oovergeeven. Namelik, dat veele van
dien de eerste maalc daar oover in beslootene hestenisse geraakt,
ende naar eenige straffen geleeden te hebben los gelaten zijnde,
wel seer ernstig voorneemen, sig voortaan van soo een ondeugend
bekommer-ende gevaarelik leven te onthouden: maar dat s nog-
tans gemeenelik alle tot hare voorgaande wijse van leeven keeren,
ende seer ellendiglik aan der Galge haar leeven eindigen. Dit sien
wy ook aan veele Krijgsluiden, welke niet om haar Vaderland in oor-
loogen gevallen zijnde, loffelijk te beschermen, maar den Krijg als
een Ambagt, om daar van te leeven, volgen, ende mitsdien ook
in aangrijpende oorloogen, of door gebrek van Soldie, ofte door
eigene boosaardigheid, veele onnoosele Menschen, Mans, Vrou-
wen ende Kinderen beroofd, geschonden ende gedood hebbende,
somtijds van die gepleegde saaken soodanig in haar gemoed oover-
tuigd werden, dat sy voorneemen eene andere wijse van Teeven aan
te vangen: maar bevinden wy ook, dat sy daar omtrend door hare
oude gewoonte, ende vermits sy geene andere wijse van leven voor
afgeleerd hebben, soo verdrietig werden, dat sy in die oude wijse
van leeven blijven, ende aldaar haar leeven eindigen.
Het is derhalven de regte sin deeser FABULE, dat de Men-
schen in het geemen bequaamheid hebben, om sig tot geestelijke
gedagten te begeeven, ende onderwijlen ook een deugdsaam le-
ven in den geselschappe van andere Menschen te leiden: maar dat
de Heerssugt, ende Wellusten des Vlees, veelen van dien soodanig
vervoeren, ende de gewoonten van dien ook soo kragtig zijn, dat
sy, niet teegenstaande een lat berow, daar van niet konnende
scheiden, haar leven seer ellendig plagten te eindigen.
Doe eenen andere 't gunt gy wild
dat u geschiede.
Se judice nemo nocens absolvitur.
ID embstma_add132_emblem001 MOTTO_LA_NORM Se iudice nemo nocens absolvitur _IC {'n': '25F33(GYRFALCON)(+514)', 'k': '25Fk514', 'c': ['25F33(EAGLE)', '25F33(FALCON)', '25F33(FISH-HAWK)', '25F33(HAWK)', '25F33(KITE)', '25F33(SPARROW-HAWK)', '25F33(VULTURE)', '25FF33(GYRFALCON)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F3', '25F33', '25F33(...)', '25F33(...)(+5)', '25F33(...)(+51)', '25F33(...)(+514)'], 'notation_with_name': '25F33(...)', 'bracketed_text': '(GYRFALCON)', 'b': '25F33(...)', 'l': [], 'txt': {'en': 'predatory birds (GYRFALCON) (+ animal(s) killing)', 'de': 'Greifvögel (GYRFALCON) (+ tötende Tiere)', 'fr': 'oiseaux de proie, rapaces (GYRFALCON) (+ animal(animaux) tuant)', 'it': 'uccelli rapaci (GYRFALCON) (+ animale/i che uccide)', 'pt': 'aves de rapina (GYRFALCON) (+ matança de animal(es))', 'jp': '猛禽類 (GYRFALCON) (+ 殺す動物)'}, 'kw': {'en': ['killing (animal)'], 'de': ['tötendes Tier'], 'fr': ['tuer (animal)'], 'it': ['uccidere (rapporti tra uomo e animale)'], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '43C1113(+412)', 'k': '43C1k412', 'r': ['43C13'], 'p': ['4', '43', '43C', '43C1', '43C11', '43C111', '43C1113', '43C1113(+4)', '43C1113(+41)', '43C1113(+412)'], 'b': '43C1113', 'l': [], 'txt': {'en': 'bird hunting (+ firearms)', 'de': 'Vogeljagd (+ Schußwaffen)', 'fr': 'chasse aux oiseaux (+ armes à feu)', 'it': 'caccia agli uccelli (+ armi da fuoco)', 'pt': 'caça às aves (+ armas de fogo)', 'jp': '野鳥狩り (+ 銃器)'}, 'kw': {'en': ['bird', 'firearms'], 'de': ['Vogel', 'Schusswaffen'], 'fr': ['oiseau', 'armes à feu'], 'it': ['uccello', 'arma da fuoco'], 'pt': ['pássaro'], 'jp': []}} ; {'n': '57AA741', 'r': ['92G2'], 'p': ['5', '57', '57AA', '57AA7', '57AA74', '57AA741'], 'b': '57AA741', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': "Revenge, Requital, Retaliation; 'Vendetta' (Ripa)", 'de': 'Rache, Vergeltung; Ripa: Vendetta', 'fr': "Vengeance, Revanche, Représailles; 'Vendetta' (Ripa)", 'it': "vendetta, rappresaglia, ritorsione; 'Vendetta' (Ripa)", 'pt': 'vingança, represália, retaliação; "Vendetta" (Ripa)', 'jp': '復讐, 報い, 報復'}, 'kw': {'en': ['Vendetta', 'forgiving', 'revenge', 'vendetta'], 'de': ['Rache', 'vendetta', 'vergeben'], 'fr': ['Vendetta', 'pardonner', 'vengeance'], 'it': ['Vendetta', 'perdonare', 'vendetta'], 'pt': ['indulgente', 'vingança', 'vendeta', 'vendeta'], 'jp': []}} ; {'n': '59C21', 'r': ['52A52', '96A5(AEQUITAS)'], 'p': ['5', '59', '59C', '59C2', '59C21'], 'b': '59C21', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': "Equality, Equity, Fairness, Righteousness; 'Equalità', 'Equità', 'Giuditio giusto', 'Ordine dritto e giusto', 'Ugualità' (Ripa)", 'de': 'Gleichheit vor dem Gesetz, Fairness, Redlichkeit; Ripa: Equalità, Equità, Giuditio giusto, Ordine dritto e giusto, Ugualità', 'fr': "Égalité, Équité, Impartialité, Droiture; 'Equalità', 'Equità', 'Giuditio giusto', 'Ordine dritto e giusto', 'Ugualità' (Ripa)", 'it': "uguaglianza, equità, imparzialità, rettitudine; 'Equalità', 'Equità', 'Giuditio giusto', 'Ordine dritto e giusto', 'Ugualità' (Ripa)", 'pt': 'igualdade, equidade, justiça, imparcialidade, rectidão; "Equalità", "Equità", "Giuditio giusto", "Ordine dritto e giusto", "Ugualità" (Ripa)', 'jp': '平等, 公平, 公正, 正義'}, 'kw': {'en': ['Aequitas', 'Equalità', 'Equità', 'Giuditio giusto', 'Ordine dritto e giusto', 'Ugualità', 'equality', 'equity', 'righteousness'], 'de': ['Gleichheit', 'Redlichkeit', 'aequitas', 'equalità', 'equità', 'giuditio giusto', 'ordine dritto e giusto', 'ugualità'], 'fr': ['Equalità', 'Equità', 'Giuditio giusto', 'Ordine dritto e giusto', 'Ugualità', 'droiture', 'Équité', 'égalité', 'équité'], 'it': ['Aequitas', 'Equalità', 'Equità', 'Giuditio giusto', 'Ordine dritto e giusto', 'Ugualità', 'equità', 'rettitudine', 'uguaglianza'], 'pt': ['Aequitas', 'Equalità', 'igualdade', 'Equita', 'capital próprio', 'Giuditio giusto', 'Ordine dritto e giusto', 'justiça', 'Ugualità'], 'jp': []}} ; {'n': '85(GYRFALCON AND CONSCIENCE)', 'c': ['85(COCK AND PEARL)', '85(DOG ON BRIDGE)', '85(FATHER, SON AND ASS)', '85(FOX AND RAVEN)', '85(FROG AND COW)', '85(RAVEN AND SCORPION)', '85(REYNARD THE FOX)', '85(SWAN AND COOK)', '85(AESOP, Latin fable index)'], 'p': ['8', '85', '85(...)'], 'notation_with_name': '85(...)', 'bracketed_text': '(GYRFALCON AND CONSCIENCE)', 'b': '85(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'fables (GYRFALCON AND CONSCIENCE)', 'de': 'Fabeln (GYRFALCON AND CONSCIENCE)', 'fr': 'fable (GYRFALCON AND CONSCIENCE)', 'it': 'scene da favole (GYRFALCON AND CONSCIENCE)', 'pt': 'fábulas (GYRFALCON AND CONSCIENCE)', 'jp': '寓話 (GYRFALCON AND CONSCIENCE)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': "86(DOE EENEN ANDERE 'T GEEN GIJ WILT DAT U GESCHIEDE)", 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': "(DOE EENEN ANDERE 'T GEEN GIJ WILT DAT U GESCHIEDE)", 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': "proverbs, sayings, etc. (DOE EENEN ANDERE 'T GEEN GIJ WILT DAT U GESCHIEDE)", 'de': "Sprichwörter, Redewendungen etc. (DOE EENEN ANDERE 'T GEEN GIJ WILT DAT U GESCHIEDE)", 'fr': "proverbes, dictons, etc. (DOE EENEN ANDERE 'T GEEN GIJ WILT DAT U GESCHIEDE)", 'it': "proverbi, detti, ecc. (DOE EENEN ANDERE 'T GEEN GIJ WILT DAT U GESCHIEDE)", 'pt': "provérbios, ditos populares, etc. (DOE EENEN ANDERE 'T GEEN GIJ WILT DAT U GESCHIEDE)", 'jp': "諺, 格言 等々 (DOE EENEN ANDERE 'T GEEN GIJ WILT DAT U GESCHIEDE)"}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(SE IUDICE NEMO NOCENS ABSOLVITUR)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(SE IUDICE NEMO NOCENS ABSOLVITUR)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (SE IUDICE NEMO NOCENS ABSOLVITUR)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (SE IUDICE NEMO NOCENS ABSOLVITUR)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (SE IUDICE NEMO NOCENS ABSOLVITUR)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (SE IUDICE NEMO NOCENS ABSOLVITUR)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (SE IUDICE NEMO NOCENS ABSOLVITUR)', 'jp': '諺, 格言 等々 (SE IUDICE NEMO NOCENS ABSOLVITUR)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML2. Een Fransman ende een Neederlander in
den Koningrijke der Aapen.
Een Fransman ende een Neederlander Reisbroeders ge-
worden zijnde, om vreemde Landen te besien, qua-
men eindelik in eenen gants onbekenden Lande der Aapen,
dat noit by eenige vermaarde Weereld-beschrijvers op hare
Kaarten was aangeweesen, alwaar sy van den Grootsten Aape
ontbooden wierden, alsoo hy uit eene grote verwaandheid
desen Vreemdelingen sijne Pragt ende Majesteit wilde doen
sien: weshalven hy haar ook op een Balet in den Hove seer
heerlik dede onthalen. Daar na liet hy haar met sijne Raden
sy de Paarden, Jagthonden, Vogels ende andere Jaag-ge-
reedschap, by elkander saagen; maar na het vangen van
Wildbraad, ging het op een brassen, suipen, hoereeren, tuis-
sen ende speelen, met veele vermengingen van vloekken,
sweeren, ende ontugtige woorden: sulks deser Vreem-
delingen, die soodanig leven in sijnen lande gewoon was te
sien, haast vermerkte hy kort daar aan, dat in alle die oo-
verdaadigheeden, de Grootste der Aapen eevenwel, als de
Meester van alle, nog uitstak, ofte van alle andere, hoewel
met onwaarheid, gesegt wierd uit te steeken.
Waarop eindelik volgde, dat dese Groote Aap haar tot
sig genomen hebbende, eerst den Fransman toesprak, hem
vragende, hoe hem sijne Hofhouding,Staat, ende Pragt be-
haagde? Welke Fransman als seer haast de onverstandige
laatdunkenheid deses Aaps gemerkt hebbende, en bequaam
zijnde, sig daar naar seer aardig te vougen; hem antwoorde,
met verwonderinge sijne groote wijsheid, welsprekentheid,
en beleid, als ook bequaamheid ten oorlogen, voornamelik
in hem; ende ook eenigsins uitsteekende in sijne Raden, ge-
hoord en gesien te hebben. Dat de kleeding pragtig, het op-
dissen der tafele en anderen toestel sonder weegaa was: dat
hy noit diergelijke Paarden, Jagtvogels, nog Honden had
gesien, waar by alsoo nog quam dat heerlik vrouweeren,
danssen ende speelen, soo hadde dit alles hem seekerlik doen
gelooven, dat hy in een aards Paradijs gekomen, ende hy
nu dieshalven gesind was te bidden, dat hy hier als des Ko-
nings geringste Dienaar mogt werden aangenoomen.
Dit alles beviel den Grooten Aape soo wel, 't was soo naar
sijne mond, dat hy den Fransman tot sijnen Secreten Raad
versorgen. De Grooten Aap vroeg daar naa den Needer-lan-
der op gelijker wijse: welke, alsoo hy in sijnen lande van ouds
diergelijke wijse van leeven altijds hadde hooren misprij-
sen, ende selfs ook aldaar gewoon was geweest by alle
voorvallen met woorden te veragten, sonder geleerd te
hebben, dat als men by ongeluk in den lande der Aapen
vervald, dat men als dan den Grootsten Aap allesins prijsen,
vleyen, ende involgen, als meede seggen moet, Aap, wat
hebt gy schooner Jongen. Derhalven meende deese Needer-
lander veel meer eere te sullen in leggen met de ronde waar-
heid te seggen, als de Fransman met sijne aardige leugens
had gedaan; waarom hy den Aape antwoorde, in den
gantsen Hove geen enkel sweemsel van goeder Regee-
ringe gesien te hebben; maar niet als sotte pragt ende
praal, suipen, brassen, hoereeren, ende alle andere
vuiligheid, sulks hy wel bevond dat een Aap niet anders
als een Aap, ende alles wat hy bedreef maar Aapery,
ende gants niet by het doen van reedelike Menschen te
vergelijken, was. Welke waarheid, die men daar ten
Hove noit gehoord had, soo aanstootelik was aan den
Grooten Aape ende sijnen Raaden, dat sy deesen Needer-
lander, die een hark een hark noemde, als een Land-ver-
rader uit schoffelden ende om hals bragten. Waar naa
de Fransman, om aldaar in de weelde te mogen blijven,
ende bu alle de Aapen in groot aansien te weesen, sig
niet ontsag sijnen goeden Reisbroeder te bekladden, en-
de te seggen, oover den Needer-lander, door den Koo-
ninge ende sijne Raaden, seer reedelik, eerlik ende wel
te zijn gevonnist ende hy ook by gevolge wel gedood was.
Uitlegging der Woorden.
Met Apen, die onder de beesten den Menschen meest gelijken, ende de-
selven ook in haare werken naarbootsen, werden verstaan de gemeene
Menschen, welke wel eene menschelijke gedaante, ende bequaamheid
hebben, om, als waaragtige Menschen, van aller anderer Menschen wer-
ken, hoe groot die ook zijn, een goed ofte waaragtig oordeel te konnen
vellen, indien sy de moeiten wilden nemen, om die wel te overwee-
gen, maar die des niet te min, om dien arbeid te ontgaan, geduurig op
andere Groote Menschen sien, om deselven, sonder eenig verder on-
dersoek, oover hare werken te prijsen, ende, soomen segt, naar te Aapen.
Met de GROOTSTE AAPEN, verstaan wy Koningen ende Vorsten doen
ende laten, voor ietwes Goddeliks, Heiligs ende Heilsaams aanneemen.
Met den FRANSMAN, verstaan wy hier alle Menschen, die onder Ko-
ningen ende Vorsten gebooren, ende gewoon zijn te leven; Gelijk meede
alle die Menschen, welke soo vaardig van begrip ende lighaamelike bewee-
gingen zijn, dat sy sig seer aardig naar der Koningen ende Vorsten genee-
gendheeden weeten te vougen, ende daar door der selver gunsten te winnen.
Met eenen NEEDER-LANDER, verstaan wy hier Menschen in Vryc
Landen gebooren, ende aldaar ook opgevoed, die traag van begrip ende be-
weegingen zijn, ende derhalven by haare oude gwoonten van leeven ende
spreeken willende blijven; schoon sy onder Koningen ende Vorsten zijn gaan
woonen: ofte dat sy in haaren Lande blijvende, aldaar geene sorge gedra-
gen hebben, om die haare Vryheid ongeschonden te bewaaren; sulks sy
daar oover alsdan gemeenleik in seer groote ongemakken vervallen.
Welke stellingen ons aldus wijders doen spreeken. Menschen die
ten deele door een goed gestel van lighaame ende herssenen,
als ook door eene goede volgende opvoedinge, ommegange met
Menschen, eigen reeden-kaavelinge, ende ondervindinge, soo
verre gekoomen zijn, dat sy sig selfs goede Regulen om wel te oor-
deelen ende te leeven voorgeschreeven, als ook volgens de selve
eenigen tijd geleefd hebben, vinden sig desweegen in haar ge-
moed soo gerust gesteld, dat sy gemeenelik seer geneegen zijn,
oopen-hartig te leeven, als ook aan ende van andere Menschen
die Menschen door eenige Autoriteit ofte Magt te dwingen, ofte van
deselve tot eene andere wijse van leeven gedwongen te willen
werden. Dit zijn die allesins Eedele Sielen, welke in Republijken naar
Reeden ende Wetten hunnes Vry Vaderlands leevende, ten hoogsten
gelukkig ende Wetten hunnes Vry Vaderlands leevende, ten hoogsten
gelukkig ende prijswaardig zijn, ende die daar en teegen naar de
ongestaadige ofte boose lusten eenes Heeren, sig swaarelik vougen kon-
nende, ende nog min willende, onder Eenhoofdige Regeeringen seer
beswaarelik geleeden werden, om dat aldaar het onreedelik Want
het ons alsoo geliest, boven alle reeden gesteld werd, van eenen Heere
die allesins sijne lusten, ende seer selden goede reedenen volgende,
des niet te min van alle de Onderdaanen seer wijs ende deugdsaam
te zijn, vermaard werd.
By welke Onderdaanen der Eenhoofdige Regeeringe, nogtans
dit onderscheid aan te merken is, dat de meeste onweetende ende trage
Menschen, als van nature slaven zijnde, meest altijds gelooven, waarelik
soo een loffelik Heer, als de maare is, te hebben; terwijle andere,
het zy oude Ingeseetenen, het zy Vreemdelingen, die vaardig van
begrip ende uitwerkingen zijn, seer haast ook de gebreeken des Ko-
nings ofte des Vorsten merken, ende geleerd hebben, wat hy aller-
meest haat of bemind. Sulksvermits deese schrandere vlugge Men-
schen, sig geenen vasten Reegel van leeven voorschrijvende, be-
merken, dat sy, met allesins den Koninge in te volgen, des selven
gunste verkrijgen, ende sig daardoor booven haar meede-On-
derdaanen verheffen sullen konnen, alle hare groote bequaamhee-
den, die sy hebben, om wat vaardigs uit te vinden, te veinsen,
te vleyen, te liegen ende te bedriegen, gebruiken; om dat haar
oogwit te bereiken. Waar door sy ook by na in aller Koningen ende
Vorsten van Europa Hoven soo verre zijn ingedrongen, dat veele an-
dere grovere ende tot dat Hoofs-leeven onbequame volkeren, soo
dwaas werden, dat sy van haare oude, ende op seer goede gronden
geboude wijse van leeven afgaan, om die regt aardige Aapen, seer on-
aardiglik naar te Aapen; niet denken dat by Koningen ende Vorsten
de caracter van een Fransman ende geen ander in waarde kan zijn.
Maar in Landen daar de Ingeseetenen van ouds gewoon zijn, de
Vryheid, om naar de Reeden ende heilsame Wetten der Republike gerust
te mogen leeven, soo hoog te hooren schatten; dat sy om die on-
lijf ende goed in der waagschaale behoorden te stellen, teegen
allen die deselve verminderen ofte beneemen souden willen, soo ge-
beurt nogtans in die Landen somtijds, dat men aldaar geene goede
ordren ende wetten gemaakt heeft, om die schat seekerlik te bewaa-
ren, ende dat alsdan een der Grootste Ingeseetenen, onder den mantel
van Beschermer der Vryheid speelende, soo eenen grooten aanhang
maakt, dat hy oover die onnoosele Ingeseetenen eene Koninglij-
ke magt bekomt, terwijle de onweetensten ende driftigsten van
dien, niet bemerkende dat haare Vrye Regeering soo seer vermin-
derd is, daarom haare voor deesen loflijke oude wijse van lee-
ven ende spreeken behouden willen, ende sig daar door ten Ho-
ve gehaat maaken, ende in veele ongemakken vervallen.
Dit is van oover duisend jaaren geweest het Caracter van eenen
Grooven Neederlander, sig door streelen ende lievelike woorden ee-
nene strop om den halse te laaten werpen, ende te gelooven, dat hy
daar meede, als schijnende eene seer kostelike goude Keeten te zijn,
te sijner eere sal mogen pronken: tot dat hy in teegendeel bevind,
dat sy hem de keele begind te benaawen, als wanneer hy om niet
te worgen ende eene schandelijke dood te sterven, seer onverwag-
te ende ongeloovelik groote kraften teegen dien Stroppe klouk-
moediglik ten werke steld; Namelik, op dat wy rond Hollands
spreeken, geene goede ordre ter bewaardinge der gemeene Vryheid
te stellen, ende die by naast in het geheel verlooren hebbende,
soo wil nogtans een Needer-lander, om niet slaafs te dienen, alle
ongemakken van der weereld gewillig op sig neemen.
Wat nu de eigenlike sin onder FABULE zy, meenen wy
genougsaam in der Uitlegginge der Woorden te hebben gesegt,
ende dat het dien volgende ondienstig is, hier op den einde daar
meer van te seggen, dan dit alleen, dat die als een Vry, ende regt-
schhaapen Mensch, wil spreeken, sig seer sorgvuldiglik wagten moet,
van in den lande der Aapen te reisen, ende nog veel meer, van in
sijnen eigen Vryen Vaaderlande een Koningrijke der Aapen te stiften.
Asinus ad Lyram
TYPE emblem pictura IC 29A ; 31A27112 ; 32B311(DUTCHMEN):57A611 ; 32B311(FRENCHMEN):57AA611 ; 33B32 ; 33B9 ; 44B01:25F22 ; 44B4 ; 52AA55 ; 85(A FRENCHMAN AND A DUTCHMAN AT THE COURT OF THE KING OF THE APES) ; 86(ASINUS AD LYRAM) ; 86(STEEK UW VINGER IN DE AARDE, EN RIEK IN WAT LAND GIJ WOONT) PREV embstma_add132_emblem001 MOTTO_NLSteek uw Vinger in der aarde, ende riek
in wat lande gy woond.
3. De Swaluwen ende de andere singende Vogelen.
De Swaluwen, geselschap gemaakt hebbende met de
onnoosele singende Vogelkens, ende weetende sig naar
den eis der saaken ende tijden te vougen, door haare konst
van hoog ende laag, als meedejaarliks snel van de eene in
de andere wereld te vliegen, ende middelerwijle op het
doen der menschen wel te letten, hadden ook veele der
selven konsten geleerd, ende onder anderen, hoe sy van
Hennop ofte Vlas netten wisten te maaken, ende daar
meede de singende Vogelkens gewoon waren te vangen;
Sulks wanneer sy t haarer aankomste in de Lente saagen dat
de menschen aldaar Linsaat ende Kennip saaiden, sy sig ook
verpligt vonden, opgemelde Vogelkens te raaden, aenstonds
op die besaide akkers te vliegen, ende alle het saad op te
bevrijden, ende te gelijk oovervloedig voeden, souden kon-
nen: Maar deese altijds eeven laag, in den selve lande vlie-
gende, ende derhalven onkondige Vogelkens, door laatdun-
kendheid vervoerd werdende, ende nijdig zijnde, naamen
qualik dat deese Niewelingen meenden meer als sy te we-
ten, wat haar dienstig ofte ondienstig was: waarom sy haar
bespotteden ende uitslagten.
Het welk de Swaluwen verdrougen ende efter by den Vo-
gelkens bleeven; op hope, dat het Kennip-saad, als somstijds
by een quaad jaar gebeurd, in der aarde soude rotten; Maar
daar na sienden, dat het seer meenigvuldig op quam, oor-
deelden sy verpligt te zijn, de Vogelkens dus aan te spreken:
,,Goede Gesellen, het eerste middel om met kleinen arbeid
,,ende grote baat ons voor de strikken der Menschen te be-
,,vrijden, hebt gy versuimd, nu is nog een en geen ander oo-
,,verig, namentlik, met alle magt op de teedere Hennip en
,,Vlas te vallen, en die uit te toejen; het welk ons wel moe-
,,jelik om doen, en ons dat kruid ten voedsele niet strekken
,,sal, maar vermits ons leven daar aan hangd, en nu geen an-
,,der middel ooverig is, soo raden wy u ernstig, aanstonds
,,dien arbeid te onderneemen, eer het kruid te sterk gewor-
,,teld, en voor ons onuitroejelik zy. De Vogelkens desen raad
gehoord hebbende, seiden, dat sy seekerlik strekte om haar
seer te doen arbeiden, en door gebrek van voedsel magteloos
te maken; terwijle onseeker was, of de Menschen ooit van
dat kruid netten breiden en haar daar mede vangen souden.
De Swaluwen derhalven bemerkende, dat hare raar niet
alleen veragt, maar ook verdagt wierd; verlieten de Bossen
ende Velden, ende gingen woonen by den Menschen, onder
voorwaarden, dat sy die met hunnen sang souden vermaa-
ken, ende daar en teegen vry weesen van alle vervolgingen
der vryheid woonen by den Menschen, terwijle de selve
Menschen alle de andere Vogelkens met netten ende strik-
ken vangen.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier verstaan met SWALUWEN,
seer wijse ende ervaarene besorgde Menschen.
Met SINGENDE VOGELKENS, dwaase, vrolijke,
ende sorgeloose Menschen.
Wanneer Menschen voorbedagtelik Geselschappen ofte Maatschappien
maken, om gesaamentlik eenig goed ende vermaak te verkrij-
gen ende te genieten, ofte om eenig quaad ende eenige ongemak-
ken te ontgaan: soo moet het maatschap te tussen Gelijken, ofte
word op het eerste voorval die Maatschappy gebrooken. Ende is dit
niet het gunt deese Fabul ons Leerd, maar wel dat de meeste
Gemeenschappen, geselschappen ende maatschappien ontstaan by gevalle, son-
der ons toedoen, of wel door onvoorsiene haastige voorvallen, die
den Menschen geenen genougsaamen tijd van beraad, om die aan te
gaan ofte niet toelaten. Sulks daar uit plagt te ontstaan eene groote
Verscheidentheid der Gesellen; ende dat d'een veel klouker ende sorg-
vuldiger als de andere zijnde, nogtans onder de selven eene gemeen-
schap ofte maatschappy kan bestendig blijven, wanneer die onkondi-
gende min sorgvuldigen geseggelik ende te raden zijn. Maar gant-
selik niet, wanneer sy sig van den Wijseren niet willen laaten raaden.
Gelijk met siet, dan wanneer schrandere, sig selfs oeffenende, ervaarene
ende sorgvuldige Menschen, eenige gemeenschap met plompe, onkonddige
leuje Menschen gekreegen hebben; sy ook daar ook veeltijds voor-
sien konnen eenige verre afgeleegene saaken, die de plompe, onkondige
gesellen niet voorsien, ende welke saaken indien niet tijdelik met ge-
meene magt ende sorge afgeweerd werden, de geheele Gemeenschap
verderven sullen. Derhalven die Schrandersten alsdan niet konnen, nog-
te mogen met goeden gemoede, nalaten, die verre afgeleegene pe-
rikulen, ende hoe dat gemeen verderf voorgekomen kan werden, in
allen ernst aan haare Gesellen bekend te maaken: Als wanneer sy
gemeenelik bevinden, dat die Gesellen, ten deele door onkonde, ende
als eene dwaasheid uitlaggen. Ende daar naa, als die Wijsen het gevreesd
quaad siende naaderen, haaren raar nog sterker drijven, den selven
raad niet alleen verwerpen, maar ook den raadgeever van ontrouwe
verdagt houden. Sulks sodaanige wijse menschen alsdan verpligt zijn,
om haar verderf voor te koomen, uit die verdervelijke Gemeenschap
ofte Maatschappye aanstonds te scheiden, al waare het ook met eene
andere Maatschappye aan te gaan met die menschen van welken het
voorgaande quaad gevreesd wierd; onder beding ende voornee-
men nogtans, van haare eerste makkers niet te moeten, nog te willen
beschaadigen.
Ende gelijk dit in alle Gemeenschappen, Geselschappen ende
Maatschappyen bevonden werd waarhaftig te zijn, soo bevind men
het selven meer in eene grootere, ende allermeest in de allergrootste
Gemeenschappen, Geselschappen ende Maatschappyen, daar een seer
klein gedeelte van gemeen goed, ende quaad, dat door anneeminge
van eenen goeden raad staat verkreegen ofte vermijd te werden; die
onkondige losse ende nijdige Gesellen, nog min opwekt om die
raad, strekkende ten voordeele aller Ingeseetenen in het gemeen,
naar sijne waardye wel te ooverweegen, ende in teegendeel haare
onkonde, laatdunkenheid ende nijd teegen den Raadgeever des te meer
gaande maekt, wanneer die nijdige, door ende met dat teegen-
streeven een weinig meer eigenbaat, als door het gemeen welvaaren der
Maatschappye, beoogen konnen.
Ende insonderheid werd de goede raad der kloukste ende deugdsaamste
Regenten meest veragt in qualik gestelde Republijken, daar seer weinige men-
schen aan het roer sitten; alsoo de kloukste ende deugdsaamste al daar ge-
meenelik van de onweetensten ende onbequaamsten, soo seer benijd werden,
dat niet alleen haare goede raad veragt, maar dat sy selfs in teegenloopende
swaare tijden, door de bewerkinge haarer nijdige ende ondeugende Meede-
broederen, van ontrouwe verdagt gehouden werden. Sulks voor die Vroomste
Regenten alsdan geen middel om sig te behouden ooverig is, dat met haare
siele in lijdsaamheid te besitten, ende sig te begeeven onder de bescherminge
van eene beetere Republike, om aldaar te konnen afwagten, dat de tijd en-
de de drouvige ervaarentheid allen Ingeseetenen der Republijken daar sy
uitgeweeken zijn, doe sien, hoe veel beeter het waare geweest dien goeden
raad gevolgd, als gevragt, ende die loffelike Raadgevers genougsaam, ten
verderve der Republike, uit den lande verdreeven te hebben.
Ende meenen wy dit den eigentlijken sin deeser FABULE te weesen,
alwaar de Swaluwen sig oover haaren goeden raad veragt ende verdagt siende,
van haare oude Gesellen, namentlik alle de singende Vogelkens, scheiden, de-
selve verlaaten, ende by den Menschen gaan woonen.
Omnes ignorantia cum arrogantia perdit.
TYPE emblem pictura IC 25F31 ; 25F32(SWALLOW)(+5262) ; 41A17 ; 41A3212 ; 46A14 ; 46AA14 ; 47I111 ; 47I15(PITCHFORK) ; 85(SWALLOWS AND OTHER SONG-BIRDS) ; 86(DIE NIET TE RADEN IS, IS NIET TE HELPEN) ; 86(OMNES IGNORANTIA CUM ARROGANTIA PERDIT) PREV embstma_add132_emblem002 MOTTO_NLDie niet te raaden is, is niet te helpen.
ID embstma_add132_emblem003 MOTTO_LA_NORM Omnes ignorantia cum arrogantia perdit _IC {'n': '25F31', 'c': ['25FF31'], 'r': ['34B13', '34B23'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F3', '25F31'], 'b': '25F31', 'l': ['25Fk0', '25Fk1', '25Fk2', '25Fk3', '25Fk4', '25Fk5', '25Fk6', '25Fk7', '25Fk8', '25Fk9'], 'txt': {'en': 'groups of birds', 'de': 'Gruppen verschiedener Vögel', 'fr': "groupes d'oiseaux", 'it': 'gruppi di uccelli', 'pt': 'grupos de aves', 'jp': '鳥類の分類'}, 'kw': {'en': ['group'], 'de': ['Gruppe'], 'fr': ['groupe'], 'it': ['gruppo'], 'pt': ['grupo'], 'jp': []}} ; {'n': '25F32(SWALLOW)(+5262)', 'k': '25Fk5262', 'c': ['25FF32(SWALLOW)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F3', '25F32', '25F32(...)', '25F32(SWALLOW)', '25F32(SWALLOW)(+5)', '25F32(SWALLOW)(+52)', '25F32(SWALLOW)(+526)', '25F32(SWALLOW)(+5262)'], 'b': '25F32(SWALLOW)', 'l': [], 'txt': {'en': 'song-birds: swallow (+ flying animal(s))', 'de': 'Singvögel: Schwalbe (+ fliegende Tiere)', 'fr': 'oiseaux chanteurs : hirondelle (+ animal(animaux) volant)', 'it': 'uccelli canori: rondine (+ animale che vola)', 'pt': 'aves canoras: andorinha (+ animal(es) voador(es))', 'jp': '鳴禽類: ツバメ (+ 動物が飛ぶ)'}, 'kw': {'en': ['swallow', 'flying'], 'de': ['Schwalbe', 'fliegen'], 'fr': ['hirondelle', "voler (dans l'air)"], 'it': ['rondine', 'volare'], 'pt': ['engolir'], 'jp': []}} ; {'n': '41A17', 'c': ['41A171', '41AA17'], 'p': ['4', '41', '41A', '41A1', '41A17'], 'b': '41A17', 'l': ['4k0'], 'txt': {'en': 'farm (building)', 'de': 'Bauernhof', 'fr': 'ferme (bâtiment)', 'it': 'fattoria', 'pt': 'fazenda (edifício)', 'jp': '農場 (農舎)'}, 'kw': {'en': ['farm'], 'de': ['Bauernhof'], 'fr': ['ferme'], 'it': ['fattoria'], 'pt': ['Fazenda'], 'jp': []}} ; {'n': '41A3212', 'c': ['41AA3212'], 'p': ['4', '41', '41A', '41A3', '41A32', '41A321', '41A3212'], 'b': '41A3212', 'l': ['4k0'], 'txt': {'en': 'divided door, upper part opened', 'de': 'horizontal geteilte Tür; der obere Teil geöffnet', 'fr': 'porte à deux battants superposés, le battant supérieur ouvert', 'it': 'porta con ante divise a metà, con la parte superiore aperta', 'pt': 'porta dividida em duas, com a parte superior aberta', 'jp': '分割された扉, 上部の開いた扉'}, 'kw': {'en': ['divided door', 'open door'], 'de': ['geteilte Tuer', 'offene Tuer'], 'fr': ['porte ouverte', 'porte à vantaux'], 'it': ['porta aperta', 'porta divisa'], 'pt': ['porta dividida', 'porta aberta'], 'jp': []}} ; {'n': '46A14', 'c': ['46A141', '46AA14'], 'r': ['41A17', '47I1'], 'p': ['4', '46', '46A', '46A1', '46A14'], 'b': '46A14', 'l': ['4k0'], 'txt': {'en': 'farmers', 'de': 'Bauern', 'fr': 'fermiers, agriculteurs', 'it': 'contadini', 'pt': 'camponeses', 'jp': '農民'}, 'kw': {'en': ['farmer', "farmer's wife"], 'de': ['Bauer', 'Bauersfrau'], 'fr': ['fermier', 'fermière'], 'it': ['agricoltore', 'moglie del fattore'], 'pt': ['agricultor', 'A esposa de agricultor'], 'jp': []}} ; {'n': '46AA14', 'p': ['4', '46', '46A', '46A1', '46A14', '46AA14'], 'b': '46AA14', 'l': ['4k0'], 'txt': {'en': "farmers - AA - female farmer, farmer's wife", 'de': 'Bauern - AA - Bäuerin, Bauersfrau', 'fr': 'fermiers, agriculteurs - AA - fermière, femme de fermier', 'it': 'contadini - AA - moglie del fattore', 'pt': 'camponeses - AA - camponesa, mulher do fazendeiro', 'jp': '農民 - AA - 農婦, 農夫の妻'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '47I111', 'c': ['47I1111'], 'p': ['4', '47', '47I', '47I1', '47I11', '47I111'], 'b': '47I111', 'l': ['47k0', '47k1', '47k2', '47k3', '47k4', '47k5', '47k6', '47k7', '47k8', '47k9'], 'txt': {'en': 'cereal, grain, corn (grass with grains, grown for food, e.g.: wheat, rice, rye, oats, maize, buckwheat, millet)', 'de': 'Getreide, Korn (Graspflanzen mit Getreidekörnern, die zur Nahrungsmittelgewinnung angebaut werden, z.B. Weizen, Reis, Roggen, Hafer, Mais, Gerste, Hirse)', 'fr': "céréales, grain, blé (plantes graminées cultivées pour l'alimentation (p.ex.: blé, riz, seigle, avoine, maïs, sarrasin, millet)", 'it': 'cereali, granaglie, grano (piante graminacee coltivate per alimentazione, p.es.: frumento, riso, segale, avena, mais, grano saraceno, miglio)', 'pt': 'cereais, grãos, milho (relvado com trigo, cultivado para comida, e.g.: (trigo, arroz, centeio, aveia, milho, trigo sarraceno, painço)', 'jp': '穀草類, 穀物 (穀物と草, 食品用に栽培, 例: 小麦, 米, ライムギ, オート, トウモロコシ, ソバ, 雑穀)'}, 'kw': {'en': ['buckwheat', 'cereal', 'corn', 'maize', 'millet', 'oats', 'rice', 'rye', 'wheat'], 'de': ['Gerste', 'Getreide', 'Hafer', 'Hirse', 'Korn', 'Mais', 'Reis', 'Roggen', 'Weizen'], 'fr': ['avoine', 'blé', 'céréale', 'maïs', 'millet', 'riz', 'sarrasin'], 'it': ['avena', 'cereale', 'frumento', 'grano', 'grano saraceno', 'mais', 'miglio', 'riso'], 'pt': ['trigo sarraceno', 'cereal', 'milho', 'milho', 'painço', 'aveia', 'arroz', 'centeio', 'trigo'], 'jp': []}} ; {'n': '47I15(PITCHFORK)', 'p': ['4', '47', '47I', '47I1', '47I15', '47I15(...)', '47I15(PITCHFORK)'], 'b': '47I15(PITCHFORK)', 'l': ['47k0', '47k1', '47k2', '47k3', '47k4', '47k5', '47k6', '47k7', '47k8', '47k9'], 'txt': {'en': 'agricultural implements: pitchfork', 'de': 'landwirtschaftliche Arbeitsgeräte. Heu-, Ernte-, Mistgabel', 'fr': 'matériel agricole : fourche', 'it': 'attrezzi agricoli: forcone', 'pt': 'ferramentas agrícolas: forquilha, forcado para feno', 'jp': '農具: 熊手'}, 'kw': {'en': ['two-pronged fork'], 'de': ['zweizinkige Gabel'], 'fr': ['fourche à deux pointes'], 'it': ['bidente'], 'pt': ['garfo de duas pontas'], 'jp': []}} ; {'n': '85(SWALLOWS AND OTHER SONG-BIRDS)', 'c': ['85(COCK AND PEARL)', '85(DOG ON BRIDGE)', '85(FATHER, SON AND ASS)', '85(FOX AND RAVEN)', '85(FROG AND COW)', '85(RAVEN AND SCORPION)', '85(REYNARD THE FOX)', '85(SWAN AND COOK)', '85(AESOP, Latin fable index)'], 'p': ['8', '85', '85(...)'], 'notation_with_name': '85(...)', 'bracketed_text': '(SWALLOWS AND OTHER SONG-BIRDS)', 'b': '85(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'fables (SWALLOWS AND OTHER SONG-BIRDS)', 'de': 'Fabeln (SWALLOWS AND OTHER SONG-BIRDS)', 'fr': 'fable (SWALLOWS AND OTHER SONG-BIRDS)', 'it': 'scene da favole (SWALLOWS AND OTHER SONG-BIRDS)', 'pt': 'fábulas (SWALLOWS AND OTHER SONG-BIRDS)', 'jp': '寓話 (SWALLOWS AND OTHER SONG-BIRDS)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(DIE NIET TE RADEN IS, IS NIET TE HELPEN)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(DIE NIET TE RADEN IS, IS NIET TE HELPEN)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (DIE NIET TE RADEN IS, IS NIET TE HELPEN)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (DIE NIET TE RADEN IS, IS NIET TE HELPEN)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (DIE NIET TE RADEN IS, IS NIET TE HELPEN)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (DIE NIET TE RADEN IS, IS NIET TE HELPEN)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (DIE NIET TE RADEN IS, IS NIET TE HELPEN)', 'jp': '諺, 格言 等々 (DIE NIET TE RADEN IS, IS NIET TE HELPEN)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(OMNES IGNORANTIA CUM ARROGANTIA PERDIT)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(OMNES IGNORANTIA CUM ARROGANTIA PERDIT)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (OMNES IGNORANTIA CUM ARROGANTIA PERDIT)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (OMNES IGNORANTIA CUM ARROGANTIA PERDIT)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (OMNES IGNORANTIA CUM ARROGANTIA PERDIT)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (OMNES IGNORANTIA CUM ARROGANTIA PERDIT)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (OMNES IGNORANTIA CUM ARROGANTIA PERDIT)', 'jp': '諺, 格言 等々 (OMNES IGNORANTIA CUM ARROGANTIA PERDIT)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML4. De Boomen begeeren eenen Koning.
De hooge Vrugteloose ende meest voedsel behoustige Bo-
men, den laagsten uit den aard behouftigen ende ver-
agteliksten aanwijsende, dat de Vogelen den Aarend tot haa-
re koninginne, ende de Viervoetige Dieren den Leew tot
haren Koning hadden; vougden daar by, dat sy niet min als
die, met eenen Doorlugtigen Koninge behoorden te werden
vereerd. Ende hitsen sy de selven dus aan, om gelijkelik
opstaanden te begeeren ende te kiesen eenen Koning oover
alle Boomen. Ende niet geheel van allen goeden verstande
ontbloot zijnde, soo dagten sy tot die waardigheid eenen
seer weinig voedsel behoevenden, maar goede Vrugten-
Olyfboom, daar naa den Vygenboom, ende eindelik den
Wijnstok daar toe verkoren: dog overmits die alle ende yder
van dien in het bysonder, om eene ende deselve reeden
weigerden die aangeboodene Heerschappye aan te neemen,
namelik dat sy, uit Heersugt, willende sweeven hooger
ende booven alle andere Boomen, seekerlik seer veel voed-
sels souden behouven, ende daar en teegen haar onvrugt-
baarig sap verteerd, ofte in onvruchtbaare takken soodaa-
nig verspreid soude werden dat sy ontaardende, voortaan
niet dan seer onnut houtm ende geene van haare goede
Vrugten, waar meede sy nu Goode ende den Menschen
aangenaam waaren, voortbrengen souden konnen: Ende
vermits die al te onvoorsigtige ofte al te behouftige Boomen,
aan deese goede reedenen, strekkende om alle Boomen van
eenen Koning oover haar te kiesen, af te leiden, geen ge-
hoor wilden gevenl Soo versogten sy ten laatsten daar toe
den seer behouftigen gants Vrugteloosen, tot timmeren,
branden, ende schaduwe te geeven onnutten, ende allesins
steekenden Doorn-bos. Welk des niet te min, ja des te
meer ende eerder, deese Heerschappie aangenoomen heb-
bende, asl alleen door sijne oovergroote nu hem opgedraa-
gene magt, ende door geene de minste Deugden, booven
anderen uitsteeken konnende, ook aanstonds sijne KOn-
ninglike opgedraagene magt gebruikte, met te gebieden,
,,Dat alle de andere Boomen op hem te vertrouwen hadden,
,,ofte dat andersins vier van hem uitgaan, ende hy alle de
,,ongehoorsaame Boomen verteeren soude. Welk gebod
die Boomen nog willende nog konnende naarkomen,
soo ging ook waarelik uit dien Doorn Bosse vier, welke niet
alleen de andere Boomen, maar ook den Doorn-bos selfs
verteerde.
Uitlegging der Woorden.
Met hooge Vrugteloofe BOOMEN, werden hier
verstaan seer aanstenelijke dog behouftige, ende Boose
Ingeseetenen.
Met Geringe vergatelijke BOOMEN, de geringste en-
de altijds-behouftige Ingeseetenen eener vrye Repu-
blijke.
Met OLYF-BOOMEN, VYGE-BOOMEN, ende
WYNSTOKKEN, Ingeseetenen die van haar eigen In-
komsten niet alleen leeven, maar ook aan alle anderen
uit die haare Inkomsten den kost verschaffen.
Met den DOORN-Bos, een Krijgsman die geene vrug-
ten draagd; ende Koning geworden zijnde, alle het
voedsel der Ingeseetenen verteerd, ende daar en boven haar
steekt ende verdrukt.
Gelijk men dageliks in Monarchale ofte Een-Hoofdige Regeeringen,
siet de waarheid van ons Spreekwoord,
In het Hof,
Word Goud tot stof,
Ende staf tot Goud:
Wee die daar op bowd.
Naamelik dat veeltijds seer behouftige ende ontugtig leevende
menschen, aldaar door quaade konsten, ende sonder eenige an-
dere haare verdiensten, tot hooge Eer-amten verheeven ende
met Goederen opgepropt werden; als ook, dat daar en teegen
seer deugdsaame, gegoede, ende verstandige Ingeseetenen, al-
daar sonder eenige haare schuld veeltijds ter needer gesmeeten,
van alle haare goederen beroofd, ofte, gedood werden: Soo siet
men ook daar beneevens altijds in welgestelde Vrye Republijken, dat
de gegoede, deugdsaame ende verstandige Ingeseetenen, aldaar
Spil-penningen, ende alle die door een ontugtig leeven sig aldaar
behouftig maaken, ofte gemaakt hebben, genoodsaakt werden
ende blijven, sig aldaar, volgens de Wetten der Republike, te
draagen, ende sig te onthouden van andere menschen te veron-
gelijken, te besteelen ende te berooven, ofte de straffe daar toe
staande te lijden. Het welk ook de reeden is, dat de Aansiene-
like, Ondeugende ende Behouftige Ingeseetenen eener Vrye Repu-
blike, altijds tragten een Hoofd oover de Republike op te werpen,
ende ten dien einde alle de geringe ende onweetende Ingeseete-
nen, die altijds in seer grooten getaale zijn, ende door oproeren
ofte binnelandse ooreloogen nietwes te verliesen hebben, aan
haaren snoere te krijgen, ende teegen de Wettige Regenten der
Republike op te hitsen. Ende dit is ook de reeden dat aldaar
geene gegoede, deugdsaame ende verstandige Ingeseetenen, maar
wel eenige behouftige, ondeugende Heerssugtigen, sig eerst tot
Hoofd der Misnougden, ende daar naa tot Heer oover de geheele
Republike opwerpen, ofte laaten indringen. Ende vermits deese
onse reedenkaaveling haar oorsprong neemt van eener Fabule ofte
Parabole, ons saaken leerende die geschied waaren, ofte ten deele
nog stonden te geschieden, ende van welke geene die Heyli-
ge Schriften gewaagen, * Soo sullen wy nu ter bevestinge onser
opgemelde reedenkaavelinge, niet dan de Historien in de Heylige
Schriften begreepen, aanhaalen ofte voordraagen.
De Israëliten ten meermaalen door den kloukmoedigen ende-
deugdsaamsten Krijgs-Ooversten, Gideon, uit der slavernie, waar
in sy gevallen waaren, verlost zijnde, begeerden dat hy ende
sijne wettige Afkoomelingen, Soon ende Soons Soon, naa hem,
ter belooninge van dien, haar Heer ende Koning werden soude.
Ende wees hy het selven seer ernstig van der hand af, met woor-
den op deesen sinne uitkoomende: ,, In eener Vrye Republike
,,mag ende kan geen ander Heer ofte Koning zijn dan de Almoo-
,,gende God, aan wiens reedelike ende billike Wetten, die hy
,,ten dien einde in onse herten geplant heeft, wy alle gehoor-
,,saamheid schuldig zijn. Maar daar en teegen had abimelech,
Gideons ondeugende Bastard-soon naaweliks sijnen Vaader Gideon sien
luiden waaren, oproerig, ende huurde daar en booven ondeu-
gende ydele mannen, met wlekers hulpe hy neegen ende sestig sij-
ner Broederen, alle Gideons wettige Soonen weesende, doode,
soodaanig dat van seeventig wettige Soonen deeses hoog-loffeliken Gi-
deons, naawelks Jotham alleen, Voorsteller deeser FABULE, Abi-
melechs wreedheid ontvlugten konde, terwijle deese onnutte
wreede Bastaard sig Heer ende Tyran oover alle de Israëliten maak-
te. Dog alsoo de Sichemiten, hem daar naa niet betrouwende,
wanneer hy in haarte Stad met sijne krijgs-knegte meende te koo-
men, buiten der Poorte slooten; soo beoorlogde, ende handel-
de hy haar, ja die stad selve soo wreedelik, dat hy haar alle doo-
de, de Stad vernielde, ende de plaatse van dien met sout bestroo-
jen deede. Ende ging hy dus voor tot eenige andere sijn moed-
willege ootloogen teegen de Israëliten te voeren, ter vermeerde-
ringe sijner magt; tot dat hy de Stad Thebes bestormende, aldaar
door eenen steen, geworpen van eener Vrowe, gewonde zijnde,
schandelik quam te sterven, ende gelijk dc Doorn-Bos onser FA-
BULE ons leerd, door sijnen eigen viere vernietigt te werden,
na dat hy de andere Boomen door sijnen Viere ook verteerd had. a
Ende indien wy daar en booven aanmerken dat de Israëlten,
geduurende haar Republijkste Regeeringe, onder haaren Wijn-stok
ende Vygen-boom gerustelik ende in verseekerheid leefden, om dat
eenlyder, doende wat in sijne oogen regt was, ofte met de Wetten oover-
een quam, alsdan van geenen Koninge ofte eenigen anderen Erf-
heere beschaamd gemaakt, ende qualik gehandeld konde werden: b
Soo behoorden wy daar ook by te vougen, dat de selve Vrye Regee-
ring in het geheel niet meer dan drie honderd ende seeventig jaaren
geduurd hebbende, de Israëliten, geduurende dien tijd, des niet
te min een maal agtentig, twee maalen veertig, ende ook twee maa-
len twintig jaaren naar een, in volkoomende Vreede ende Ruste heb-
ben geleefd, sonder eenige de minste Schattige aan den Regeer-
deren der Republike te betaalen. Van welke soo lange ende
soodaanige rust ende vreede der gemeene Ingeseetenen eener Monar-
chale ofte Een-Hoofdige Regeeringe, onses weetens in geene Ge-
Exempelen by gebragt konnen werden.
Ende behoorden wy derhalven ook te besluiten, dat de Israëli-
ten naamaals eenen Koning oover sig begeerende, a van Gode vie-
rige koolen ofte vlammen uit dien Doorne-Bosse, op haaren eigenen kop
ende haar Hoofden gebeeden, ende verkreegen hebben. Naade-
maal eerst alle de twaalf Stammen van Israël gesaamentlik van eenen
ende den selven Koninge, daar naa de Stam Juda met Benjamin
ende de Tien andere Stammen afsonderlik door haare Koningen re-
spective, van vinnen met haare ooverdaad ende Tirannie, ofte met
ooreloogen, die de Koningen verwekten, geduurig geplaagd zijn
geworden, ende dat middeler wijle in die Koninglike geslagten,
alle Geile-min, Ontugt, Wreedheid, ende onderlinge Moord is
in swange gegaan, tot dat eindelik eerst de Tien Stammen met haa-
ren Koninge Hosea, naar Assyrien, ende niet lange daar naa oook
Jerusalem met dien Heiligen Tempel verwoest zijnde, de Stammen
Juda ende Benjamin met haaren Koninge Zedekias als Slaaven naar
Babylonien vervoerd zijn geworden. b
Weshalven eindelik wel te beseffen is dat deese Heilige FABUL,
ofte Parabol der Boomen, eenen Koning begeerende; waarelik
verstaan ende toegepast moet werden, van ende op alle Vrye Volke-
ren, die eenen Kooning ofte Erf-Heer begeeren: Mitsgaders van en-
de op soodaanige menschen, welke sig oover Vrye Volkeren tot Hoof-
den, Koningen ende Heeren opwerpen, ende indringen, ofte in-
dringen laaten.
Ut nemo doceat fraudis et sceleris vias, Regnum
docebit. Senec. Thieste
God seide tot Samuel, met eenen Koning te begee-
ren, hebben sy niet u, maar my verworpen.
I. Sam. 8
5.De Leeuw, de Eezel, ende de Vos.
De felle sterke Leew ende de loose Vos, beide verscheurende ende
vlees-eetende dieren zijnde, maakten te saamen een verbond
met den onnooselen gras-eetenden Eezele, om ter jagte te gaan,
ende gelijke deilinge te genieten in alle het geene sy op der jagt
souden magtig worden. Als sy nu, na verloop van eenige tijd,
het deilen aan den Eezele bevoolen, die om sijn stemmig ende see-
dig gelaat ook de wijste van hun drien scheen te zijn; des begon
hy alles, met de grootste naukeurigheid, die een goed Deiler sou-
de konnen in den sinne komen, naar stijl van regtvaardigheid, drie
hoopen te formeeren, ofte verscheidentlik van eenen te leggen;
geeven soo aan den Leewe als aan den Vosse de keure van het
gunt sy voor sig begeerden, vougende daar by deese loffelijke voor-
waarden, dat hy seer geerne voor sig wilde behouden het deel dat
de twee andere verwerpen souden. De leew, swellende van hoog-
soo als die laagen, verstond, sonder sijne hoog agtbaarheid daar en
teegen in der Schaale te leggen, ofte aan te merken: Ende dat
hy, door die nette deilinge, sig met hem scheen te willen verge-
lijkenl soo nam hy dat op als eene seer strafbaare kleinagtinge,
ende doode den Eezel, om niet alleen het deel des Eezels naar sig
te neemen, maar ook om van hem onder dat deksel ook een deel
sijner prooje te maaken.Dit gedaan zijnde, beval de Leew de dei-
linge aan den Vosse, die, bedenkende met wien ende waar meede
hy te schaffen had, het gevangen aas geheel anders opvatte, leg-
gende alle de vette bouten ende Pater-stukken aan de eene, ende
eenige bloote schenkels ende kleine spieren aan de andere sijde,
met byvoeginge, Dat die braave portie voor den Leewe, als Koninge
der Dieren was, alsoo die warelik Heer ende Eigenaar van alles zijnde,
hy ook alles met Regte mogte naar sig neemen, ende dat hy daarom
de andere maagere snippelingen voor hem niet soude derven nee-
men, dan als voor eenen van sijne Hoovelingen, ende in des Leewen
dienst zijnde. De leeuw, van deese deilinge verwonderd zijnde,
sprak hem vriendelik toe, seggende, Ik sie, dat gy bequaam zijt,
om met den Leewe verbonden te maaken, ende die lange te doen
duuren, als ook insonderheid, om hem seer groote diensten te
doen. Maar seg my, Broeder, wie heeft u geleerd, soo eene allesins
welvougende deilinge te doen? Daar de Vos op antwoorde, dat sijn
eigen goed vernuft ende goede Reeden, als ook insonderheid de
schaade van den Eezel hem soo wijs had kunnen maaken, ende ook
waarelik gemaakt had.
Uitlegging der Woorden.
Met den LEEWE werd hier verstaan een gewaapend
eergierig of heersuchtig mensch, die door andere
minder gewaapende met geweld te verderven, sijn onder-
houd ende grootheid soekt, dog niet dan onder den man-
tel van Eere, ende Regt.
Met den VOSSE werd hier verstaan een seer loos dog
swak mensch, die allesins door bedrog, ten verderve
van andere menschen, sijn voedsel ende onderhoud soekt.
Met den EZELE werd hier verstaan een mensch van kleen
verstand, die gewoon is, naar de gronden van billik-
heid, door sijnen eigen arbeid ende spaarsaamheid sijn
voedsel te souken ende te leeven, sonder iemand anders
te beschaadigen.
Waar uit wy leeren, dat de menschen, naar de verscheide-
ne gestaltenisse haares lighaams, seer verscheidentlik geaard
zijn, ende ider van dien sijnen aangebooren aard tragt in te vol-
gen. Als meede dat die aard door goede opvoedinge ende vol-
gende Reedenkaavelinge, seer beswaarlijk ingetoomd, ende
nog beswaareliker uitgedreeven werd. Heet welk alsoo te wee-
sen de Oude Wijsen ons seer overvloedig hebben geleerd, ende wy de
waarheid van dien dageliks ondervinden, wanneer menschen boo-
ven haar geenen Regter ofte straffe te vreesen hebbende, gewoon
zijn haaren eigen aard allesins in te volgen. Sonder eenigsins de
Gemeene Billikheid ende de Reeden in aftinge te neemen.
Naamentlik een sterk mensch, die veel bloeds, ende geweldig drij-
vende groove geesten heeft, sig in soodaanigen stande bevindende,
omtrend eenen swakkeren, sal sig gemeenelik niet ontsien, sijn
voordeel uit eenes anderen menschen schaade, jaa sijn noodig be-
houd ende voedsel, uit de swakkeren verderf te souken.
Een mensch die swak van lighaam is, veel bloeds ende sneldrijvende
dunne geesten heeft, ende daar vaardig ende schrander in sijne
gedagten ende uitvindingen is, sig in dien stande gesteld vindende, dat
hy oover bedrog, te sijnen voordeele ende ten nadeele eenes anderen
gepleegd, niet kan werden gestraft, ontsiet sig gemeenelik niet, ge-
duuriglik sijne schranderheid ende quade konsten ten sijnen voordee-
le ende ten naadeele, jaa ten verderve eenes anderen, te gebruiken.
Daar en tegen een mensch, grof, ende sterk van lighame, als ook met
groove ende weinige geesten begaafd, ende mitsdien traag in sijne
beweegingen zijnde, als ook kleene kennisse ende weinig verstands
hebbende, sal in alle voorvallen de selfde zijn, ende geneegen wee-
sen, door arbeiden, sorgen, ende spaarsaamheid, sijnen kost te raapen,
ende sijn onderhoud of grootheid te souken, sonder eenen andere
te beschaadigen. Of indien hy van deese sijnen gronde afgaat, om
met eenige andere menschen, die gewoon zijn door geweld ende be-
drog hun onderhoud ende grootheid te souken, een verbond ter be-
sijn eigen verderf vinden.
Welke driederley slag van menschen, ider in sijne soort vergaderd
zijnde, ons de Krijgers, Hoovelingen, Borgers ende Boeren afbeelden:
Als meest leevende in volgender wijse, de eersten door openbaren ge-
welde, de tweeden door bedrog ende quade konsten, de derden door saa-
ligen arbeid, sorgen, ende spaarsaamheid. Sulks deese laatsten van die
haare gronden afgaanden, om met die geweldige ende bedriegelike men-
schen eenige maatschappie aan te gaan, ende verbonden, ten naadeele
ofte ter overwinninge van eenen derden, te maaken, sy daar in see-
kerlik haar eigen verderf vinden sullen. Ende werd om deesen aard
van geweld onder schijn van Eere ende Regt te pleegen, af te beelden,
door Esopus, niet gebruikt de persoon van een Wolf, ofte van een Beer,
waar mede een wreed ofte bot wreed mensch beduid werd, maar wel
de persoon van een Leew ofte vos, waar meede gemeneelik een
Koning, Krijgs-Ooverste ofte Hooveling verbeeld werd.
Gelijk wy dat ook sien aan Kooningen ende Republijken, wanneer
die, steunende op haare groote magt, geneegen zijn haare swak-
kere Nabuuren te ooverweldigen, ende nogtans dat niet doen
willen dan onder den mantel van goed Regt ende Eere. Als nu
gebleeken is aan den Leewe van Vrankrijk, ende voor deesen ge-
bleeken heeft aan dien loosen Vosse, Ferdinand van Arragon, wan-
neer die het magtige Vrankrijk verkloekte met eerst het Koning-
rijk van Napels ende Sicilien onder haar tween te verdeelen, en-
de daar na ook de Françoisen uit haar aandeel van dat Rhijk
van Naapels ende Sicilien te drijven, ende sig daar in te zetten.
Ende is dat ook wel eer gebleeken aan de magtige Roomse
Republijk, alsoo die altijd onder deksel van eenig Regt ende
Eere, haare Naabuuren aantastede, ende onder haar geweld bragt.
Sulks het voor alle Landen ende Republijken, wiens ingeseetenen
door arbeid, sorge, ende onnoosele ommegang met andere men-
schen, haar onderhoud ende voedsel moeten souken, eene doo-
delike misslag soude weesen, sig met Koningen ofte Staaten, ter over-
winninge van eenen derden, te verbinden. Alsoo, wanneer het
selven ten besten gelukt, ende die Naabuur door gemeene
Magten overwonnen soude weesen, eindelik die onnoosele
Bondgenooten ook tot eenen prooje souden werden, der door
geweld ofte bedrog alles inslokkende Kooningen ende Republijken.
Jus in armis opprimit leges timor. Senec. Herc. Fur.
TYPE emblem pictura IC 25F23(FOX) ; 25F23(LION) ; 46A633(+0) ; 46C13142 ; 53C11 ; 54A45 ; 54AA4 ; 59B41 ; 85(THE LION, THE DONKEY AND THE FOX) ; 86(DE STERKSTE HEEFT ALLEN 'T HALVE RECHT, DE ZWAKSTE IS EEN GEPLAAGDE KNECHT) ; 86(IUS IN ARMIS OPPRIMIT LEGES TIMOR) PREV embstma_add132_emblem004 MOTTO_NLDe Sterkst heeft allen 't halven Regt,
De Swakst' is een geplaagder Knegt.
6. De Vier-voetige Dieren, de Haasen, ende
de Leew.
Alle de vier-voetige Dieren, hebbende ondervonden
de meenigvuldige ongemakken, die sy, in't wilde
leevende, elkanderen aandeden, vonden goed eene Re-
publik te formeeren, ofte op te regten. Waar toe sy in-
stelden, tot Wetgeevers ende uitleggers der duistere wet-
ten, de wijse ende vroome Haasen, alsoo die veele lan-
den hadden deurreist; ende, door hunne naarstigheid
ook in de kennisse der taalen, veele ervaarendheid had-
den bekoomen: Ende stelden die Dieren wijders tot Uit-
voerders der wel voorgestelde Wetten, de sterke ende man-
besteld hadden. Maar doen nu deese Leewen saagen, dat
de vergaadering der gesaamtlijke viervoetige Dieren,
die alleen door den grooten getaale der by een gekoome-
ne ofte te koomene Leeden magtig was de Leewen oover
begaane misdaaden te straffen, gescheiden was; naamen
sy voor te beletten, dat die Dieren in haare groote Ver-
gaaderinge noit weeder by een quaamen, ende onder
schijn van de Wetten die de Haasen gesteld hadden, uit
te voeren, soo doodeden sy voortaan alle de makke bee-
sten, wanneer sy volgens haaren aart by een schoolden,
ende deeden sulks veel gemakkelijker als van te vooren;
Haar nu dien waarschijnlijken lak opleggende, dat sy als
Oproerigen by een wilden troppen, om de eenmaal wel-
gestelde Regeering te verstooren, daar sy in teegendeel
sig nu op de kragt ende op de billikheid der Wetten ver-
lieten; ende onnooselik by een quaamen ten geenen an=
deren einde, dan om onnooselik haaren kost te souken,
Derhalven soo bestraften de Haasen deese Tyrannige Lee-
wen, haar vermaanende ende aanwijsende, dat men in
eene welgestelde Republijke der bescheidenheid in agtinge be-
hoorde genoomen te werden van Regteren, die ten gee-
nen anderen einde ingesteld waarend, dan om het onder-
ling geweld aller Ingeseetenen door straffen te beletten,
sonder selfs sulken geweld ende wreedheden onder schijn
van de Wetten voor te staan, anderen aan te doen, ofte
te gebruiken. Maar de Leewen seer misnoegd werdende,
dat die ongewaapende Haasen derfden onderstaan, om
self aan soo sterk getanden ende geklaudden de wet voor
te schrijven, ende die te berispen; spraaken afsondelik
met alle de andere verslindende beesten in volgender wijse:
,,gen, ende klaaw-loose pooten, niet verseld dan met swak-
,,ke tanden ende naagelen, ons hebben derven voorschrij-
,,ven Wetten, ende daar en booven ons berispende, ons
,,soo diep in onse eere raaken; Soo moeten wy deese ge-
,,leegendheid gebruiken, om haar te leeren,, dat sy alles
,,aan ons sullen moeten oovergeeven, sonder ons voortaan
,,iets te weigeren, ende dunkt ons, dat wy aanstonds den
,,Haasen behoorden aan te seggen, dat wy van meeninge
,,zijn, de Wetten naar ons eigen goeddunken uit te leggen
,,ende uit te voeren. Het welk door alle die verslindende
Beesten toegestemd zijnde, soo wierd dat ook op staande
voet aldus den Haasen aangesegt, wele sig genoodsaakt
vonden te veinsen, het selven voor der Republijke seer
dienstig ende goed te keuren: also die Haasten terstond wel
gewaar wierden, wat een verschil daar was tusschen hun-
ne weerloose mond ende kleene naagelen, ende der Lee-
wen felle tanden ende klaauwen: waarom sy, soo draa
als sy dit dreigement vernaamen, stil sweegen, of spraa-
ken soo als het de Leewen geerne hoorden, op dat sy
haar leeven behouden, ende nog eenigen tijd de Naam
van wetgeevers te zijn, draagen souden moogen. Waar
door eindelik den naam van Republiek der vier-voetige
Dieren is ondergegaan, ende de Leewen eiudelik als Koo-
ningen alleen geheerst, ende self dien naame verkreegen
ende behouden hebben in der eeuwigheid.
Uitlegging der Woorden.
Met allerlei Vier-voetige DIEREN, werd hier
verstaan allerly aart van Menschen.
ende de Staatkundige Schrijvers, leeren ons, dat soo
veele mensche, soo veele hoofden ende sinnen, die
meer haar selfs ende haar eigen, dan een ander ende
het gemeen, beminnen ende besorgen. Ende dat sy
derhalven in eene groote onordentelijke Vergaaderinge
by een koomende, onbequaam zijn, immers seer swaa-
relik eenig gemeen goed uitvinden, ende onmoogelik
de Gronden van eene Republik leggen konnen, die
ten gemeenen nutte strekken, ende duursaam weesen
sal.
Dit sien wy hier, daar de Gras- of Vrugt-, ende geene an-
dere Beesten eetende, maar van andere gegeeten werden-
de Dieren, in deese Vergaaderinge, met de Verslindende by een
koomen, ende soo onkundig zijn, dat sy niet vermerken, dat
tusschen Eeters ende Spijse geene dan schaadelijke ende dien vol-
gende geveinsde onduursaame vriendschap ende maatschappy ge-
maakt konnende werden, sy in teegendeel alle haare gedagten
hadden moeten besteden, om sig ten besten, des doenelik, van
de selven te scheiden, ende gescheiden te konnen blijven; als
meede om met haar gelijken vergaaderd weesende, ter gemee-
ner bescherminge, tegen de aanvallen der anderen, goede orden
te stellen, ende een Republik, die met de Verslindende Beesten gee-
ne gemeenschap wil hebben, behoorden op te regten.
Ten tweeden sien wy, dat de onnoosele DIeren hier in dwaa-
len, dat sy meenen, omtrend het formeeren van haare Republi-
ke, voordeels genoug te bedingen, als sy de Wetgeevende Magt
aan den Haasen wel wijsen, dog waapenloosen uit den haaren, be-
veelen, die wel sullen willen goede wetten maaken, maar de-
selve niet sullen konnen doen stand grijpen; terwijle sy kiesen, of-
te immers toelaaten, dat gekooren werde, een fel gewaapende
zijn, dat hy dal willen, om eigen interest, de goede Wetten wel
uitvoeren, ende des niet te min aan hem de uitvoeringe van dien
betrouwen, schoon sy weeten, dat hy aanstonds geholpen sul-
lende werden van Vossen, Beeren, Tygers ende Wolven, als neevens
hem alle bloed-dorstige ende vleesch-eetende Dieren zijnde, sy
dien volgende de Wetten naar haaren lust ende wreeden aart, als
ook naar sijne daar meede seer wel oover een koomende Leeuwen-
aard, uitvoeren sal ofte sullen konnen, ende ook willen: sonder
desweegen van iemanne ofte van eenige Vergaaderinge der Republike,
gestraft te konnen werden.
Ende sien wy alle het voormelden onder de menschen ook al-
tijds, by voorvallen van oproerige Vergaaderingen, in Republi-
ken gebeuren: namelik dat de onkunde aldaar soo groot is, dat sy
de Wetgeevende Magt nooit stellen in handen der geenen die om ei-
gen voordeel deselve, ten voordeel van 't gemeen, gebruiken ende
behouden sullen willen ende konnen, maar wel in handen van
seer weinige beleesene ende bereisde, dog ongewaapende Regen-
ten, die wel souden willen, maar niet konnen haare goede Wet-
ten doen stand grijpen: alsoo deselve onkunde der Oproerigen,
dat veeltijds seer behouftige ende ook soo groot is, dat sy ter uitvoe-
ringe der goede Wetten ende heilsaame Besluiten, maaken een
Aansienelik Hoofd, omtrend welk van tijden ten tijden seekerlik sig
vervougen veele Hovelingen ende Krijgslieden, alle menschen zijnde,
die niet willen, ofte niet konnen, haar voedsel uit haaren eigen Boodem, ende
sorgen, ofte van den arbeid hunner eigene handen raapen, maar gewoon zijn,
seer quistig te leeven van het gunt ander Ingeseetenen met groo-
ter arbeid ende kommer gewonnen ende by een gezaameld heb-
ben. Ende wanneer alles ten besten gaat, soo souken die Hoove-
lingen ende Krijgslieden beiden haar voedsel door Impositien ende
Schattingen, welke sy van die andere soo nutte ende noodige In-
geseetenen trekken.
Sulks veele der selven onnoosele ende nutte Ingeseetenen siende,
door haare ongewaapende Wetgeevers, teegen dan Geweld niet te
konnen werden beschermd, sig naar andere Landen begeeven..
Door alle welke oorsaaken de Republiek alsdan ook soo onmagtig
seer ligtelik door een Magtiger Nabuur ooverweldigd werden; of
onder het deksel van Crimen Laesae Majestatis begaan te hebben, doed
dooden, ende alsdan alle die andere nutte Ingeseetenen komt te
regeeren naar sijnen lust, ende ten genougen van die onnutte qui-
stige ende baldaadige Hoovelingen ende krijgsluiden; sonder sig aen
eenige goede Wetten ofte ordren ende oude Gewoonten der Re-
publike te binden: Ende mitsdien si ook de Naam van Gewel-
dig Heer ende Kooning oover die landen ende der selver Ingesee-
tenen te zijn, toeschrijft, als ook by andren, soo buiten als bin-
nen des lands, bekomt. Als wanneer alle wijse Monden ende
Pennen geslooten ende stomp werden, ende de Vroome betweetende
Ingeseetenen, alsdan onder die alles verdervende Regeeringe
naweliks met sugten haar verdriet ende misnougen in deesen
moogen oopenbaaren.
Ende meenen wy, dat dit is eigendlik het gunt, welke dee-
se FABUL ons wil leeren.
Arma tenenti omnia dat qui justa negat.
TYPE emblem pictura IC 25F23(LION) ; 25F24(DEER) ; 25F26(HARE) ; 44B03:51FF5 ; 44B03:54DD3 ; 44B62 ; 46A633(+0) ; 46C13142 ; 57BB1 ; 85(THE QUADRUPEDS, THE HARES AND THE LION) ; 86(ARMA TENENTI OMNIA DAT QUI IUSTA NEGAT) ; 86(GEWELD EN GUNST BREEKT REGEL EN KUNST) PREV embstma_add132_emblem005 MOTTO_NLGeweld ende Gonst
Breekt Regul en Konst.
7. De Leew, ende andere onnoosele Dieren,
met den Vosse.
De Leew, oud ende traag geworden zijnde, ende door
de ordinaris Jagt geene spijse voor sig selfs ende sijne
Vrienden, immers geene genougsaame konnende bekoo-
men, alsoo sy in seer grooten getaale ende daar en boo-
ven alles gulsiglik verslindende ende verteerende Dieren
waaren, soo leide hy die saak oover met opgemelde ver-
slindende ende altijds hongerige Dieren. Ende vonden sy
eenstemmig goed, dat de Leew alle Dieren die hy genee-
gen was te slagten, als vol van Vlees ende Vet genoug
zijnde, om haar te konnen versaasen, ten Hoove ont-
bieden, ende haar eene doodwaardige Lak op leggen.
Derhalven soo ontbood hy nu dit dan dat onnosel Dier by
sig; ende die onnoosele gekoomen zijnde, vraagde hy dat
Dier, of sijn Adem wel van goeden reuk was; het Dier
dat daar op antwoorde, ende seide dat hy stonk, wierd ter-
stond als een vyand ofte lasteraar des Leews gedood; of die
ter contrarie seide, dat de Adem des Leews lieflijk rook,
wierd als een bespotter, vleijer, ende leugenagtig Bedrieger,
omgebragt; sulks by naa niemand dien dans konde ont-
springen dan de Vos, seggende dat hy seer verkoud was,
ende daarom gants niet konde ruiken, ofte eenige ken-
nisse van den Adem des Leews krijgen: gelijk meede eenige
andere gras-eetende Dieren, die nooit ten Hoove met den
Leewe ofte eenige andere verslindende Dieren, eenige de
minste ommegang hadden gehad, ende daar door voor
den Leewe ende die verslindende Dieren, geheel onbekend
waaren gebleeven, door dat middel haar leeven behielden.
Uitlegging der Woorden.
Met den Ouden LEEWE verstaan wy een Koning
ofte Vorst, wien om sijne swakheid ongeraaden
is, sijnen Nabuur te beoorloogen.
Met de JAGT, aangrijpenden oorlog.
Met de VRIENDEN des Leews, der Koningen Hoo-
velingen.
Met onnoosele DIEREN, Menschen die van haar ei--
gen Inkoomen leeven, ende weegens haare Deugden
ende Rijkdommen in de oogen der Kooningen ende Hoo-
velingen koomen, ende gedood werden.
ningen ende Hoovelingen niet wil te schaffen hebben.
Op welke Stellingen aldus gereedenkaaveld werd. Wanneer
Koningen ofte Vorsten ten opsigte hunner naabuurige Koningen
ofte Staaten soo swak zijn, dat sy teegen deselven geenen oorlog
onderneemen konnen, dan met een baarblijkelik gevaar, van selfs,
als ook haare Hoovelingen, ooverwonnen ende verstrooid te sullen
werden, soo onthouden sy sig gemeenelik van dat middel, waardoor
ende waar in de magtiger Koningen ende Hovelingen hare subsisten-
tie, vermeerderinge ende toem plagten te souken. Namelik te vein-
sen, dat eenig swakker Nabuur haar gehoond ende soodanige reeden
van tootne gegeven heeft, dat daar van door een oorlog boet ende
straffe genoomen moet werden, op dat sy onder soo een voorgee-
ven, door het geweld van gehuurde ende besoldigde krijgs-kneg-
ten, ende voorneementlik Vreemdelingen, niet alleen haare Vyanden
met toejuiginge aller onnoosele ende ongegoede Ingeseetenen,
souden moogen ooverwinnen, ende haare Landen ende Steeden
inneemen, maar dat sy insonderheid haare eigen Onderdaanen door
Schattingen ende Impositien ofte Inquartieringen van Krijgsknegten,
souden konnen met eenen schoonen schijn plukken ende plonderen.
Sulks andere swakkere Koningen ende Vorsten, gelijk als hier
de oude Leew ons voorgedraagen werd, in Vreede moetende leeven,
ende neevens de Hoovelingen, haare pragt ende ooverdaad met haar-
re eigene Inkomsten niet konnende voeden, vermerken, dat mid-
deler wijle de weetenschappen ende rijkdommen haarer Onder-
daanen, door de saalige Vreede soo toegenomen zijn, dat sy ver-
moed konnen werden, den grooten Ooverdaad, ende het geweld
hunner Kooningen ende Hoovelingen, niet als voor deesen, wan-
neer sy mindere magt, kennisse, ende weinige goederen hadden,
te sullen willen draagen.
Derhalven deese swakkere Kooningen alsdan veelsijds door haa-
re Hoovelingen, ende boose Bevelhebberen der Krijgsluiden, veeltijds
geraaden werden, haare weegens kennisse onfte deugd, ende inson-
derheid weegens rijkdommen aansienelijke Magistraaten, Raads-Heeren,
ende Onderdaanen, in het bysonder aan te tasten, met nu deese,
dan weederom die, te doen beschuldigen aan oproer ofte land-ver-
vertuigd konnen werden, dat sy de gebreeken des Koonings ofte
sijner Hoovelingen gemerkt, ende daar van het misnougen gesproo-
ken hebben, als die veragtende; ofte indien sy, maenende door
groote vlejeryen haare rijkdommem des te veiliger te sullen besit-
ten, oovertuigd werden die Koninglijke gebreeken, als of het groo-
te deugden waaren, seer gepreesen te hebben, soo weeten des
niet te min die beschuldigers aan ende uit de aller-onschuldigste
woorden ende werken, seer quaade intentien te digten, ende nog
argere consequentien te trekken, verseekerende dat die door haar ver-
sierde seer quaade Intentien gesprooken ofte gedaan zijn. Name-
lik oproeriger, schimpender, ende spottender wijse, soo dat deese
aansienelijke, deugdsaame ofte rijke mannen, hoe onschuldig de
selven ook souden moogen weesen, ten Regte gesteld, beschul-
digd, ende geoordeeld werdende, van geene andere Menschen,
dan die om den Koninge ofte sijne Hoovelingen te behaagen, ge-
neegen zijn, derselven wille ofte gebooden altijds in te volgen
ende uit te voeren, *ende dat sy Beschuldigden dien volgens niet
konnen ontgaan schuldig verklaard te werden, aan de allergrootste
misdaad van Gequetster Majesteit in den hoogsten graade, op dat sy al-
soo ten behoeve des Konings ende sijner Hoovelingen, opgeofferd
werdende, lijf ende goed verbeuren, ende de aller ondeugenste
menschen, sig daar meede voeden ende vervroolijken souden mogen.
Ende derhalven so konnen onder soodaanige Regeeringe geene
schrandere ende eenigsins gegoede, als ook insonderheid geene in
eedelmoedige Deugden uitsteekende menschen, de strikken dee-
ser Koningen ende Hoovelingen ontgaan, dan met sig mal te veinsen,
ofte met onderwijle die Koningen ende haare Hooven te vlieden, ende
met de Hoovelingen geene kennisse ter weereld te willen maaken.
Gelijk de Vos ons nu hier gants geene sijner wonderlijke konsten,
maar alleen deese voorsigtigheid vertoond, dat hy sig mal, dat
is verkoud te zijn, ende niet te konnen rieken veinsd, ende alleen de
laagen des Leeuwen ontkomt, ende geene andere Dieren die laagen
ontgaan, dan de arme gras-eetende, die ten Hoove gants niet bekend
zijn, ende met die bloed-dorstigen gants geene gemeenschap heb-
ben willen. Het welk wy meenen te zijn alle het gunt deese onse
FABUL ons leerd.
Procul a Jove procul a fulmine.
TYPE emblem pictura IC 25F23(LION)(+24):31A22221(+0) ; 25F24(BOAR):31A33 ; 25H114 ; 44B62 ; 44G(+6) ; 46A16 ; 47I2133(+963) ; 85(THE INNOCENT ANIMALS SMELLING THE LION'S BREATH) ; 86(DE ONNOZELE BETAALT ALTIJD HET GELAG) ; 86(PROCUL A IOVE PROCUL A FULMINE) PREV embstma_add132_emblem006 MOTTO_NLDe onnoosele betaald altijds het gelag.
ID embstma_add132_emblem007 MOTTO_LA_NORM Procul a Iove procul a fulmine _IC {'n': '25F23(LION)(+24):31A22221(+0)', 'c': ['25FF23(LION)'], 'r': ['25F(+12)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F2', '25F23', '25F23(...)', '25F23(LION)'], 'b': '25F23(LION)', 'l': ['25Fk0', '25Fk1', '25Fk2', '25Fk3', '25Fk4', '25Fk5', '25Fk6', '25Fk7', '25Fk8', '25Fk9'], 'txt': {'en': 'beasts of prey, predatory animals: lion (+ very old animal) : breathing, respiration (+ variant)', 'de': 'Raubtiere: Löwe (+ sehr altes Tier) : Atmen, Atmung (+ Variante)', 'fr': 'animaux prédateurs : lion (+ très vieil animal) : respirer, respiration (+ variante)', 'it': 'predatori, rapaci: leone (+ animale molto vecchio) : respirare, respirazione (+ variante)', 'pt': 'carnívoros, predadores: leão (+ animal muito velho) : respirando, respiração (+ variante)', 'jp': '猛獣, 肉食動物: ライオン (+ 非常に年老いた動物) : 呼吸 (+ 異形)'}, 'kw': {'en': ['lion'], 'de': ['Loewe', 'Saeugetier'], 'fr': ['lion'], 'it': ['leone'], 'pt': ['leão'], 'jp': []}} ; {'n': '25H114', 'c': ['25HH114'], 'p': ['2', '25', '25H', '25H1', '25H11', '25H114'], 'b': '25H114', 'l': ['25Hk0', '25Hk1'], 'txt': {'en': 'low hill country', 'de': 'Hügellandschaft', 'fr': 'contrée vallonée', 'it': 'regione di bassa collina', 'pt': 'região de colinas baixas', 'jp': '丘陵地帯'}, 'kw': {'en': ['hill', 'rolling hills'], 'de': ['Huegel', 'sanfte Huegel'], 'fr': ['colline', 'contrées vallonée'], 'it': ['colle', 'collina', 'terreno ondulato'], 'pt': ['colina', 'Colinas'], 'jp': []}} ; {'n': '44B62', 'c': ['44B621'], 'p': ['4', '44', '44B', '44B6', '44B62'], 'b': '44B62', 'l': ['4k0'], 'txt': {'en': 'bad government', 'de': 'schlechte Regierung', 'fr': 'mauvais gouvernement', 'it': 'cattivo governo', 'pt': 'má governação', 'jp': '悪い政府'}, 'kw': {'en': ['bad'], 'de': ['schlecht'], 'fr': ['mauvais'], 'it': ['cattivo'], 'pt': ['mau'], 'jp': []}} ; {'n': '44G(+6)', 'k': '44Gk6', 'c': ['44G0', '44G1', '44G2', '44G3', '44G4', '44G5', '44G6', '44G7', '44G8', '44G9'], 'p': ['4', '44', '44G', '44G(+6)'], 'b': '44G', 'l': ['44Gk61', '44Gk62'], 'txt': {'en': 'law and jurisprudence (+ abuse of legal power)', 'de': 'Gesetz und Rechtsprechung (+ Machtmißbrauch; staatliches Verbrechen)', 'fr': 'loi et jurisprudence (+ abus de pouvoir juridique)', 'it': 'legge e giurisprudenza (+ abuso di potere legale)', 'pt': 'lei e jurisprudência (+ abuso de poder legal)', 'jp': '法と法学 (+ 法的権力の濫用)'}, 'kw': {'en': ['justice', 'law', 'occupations', 'law', 'abuse', 'corruption', 'injustice'], 'de': ['Berufe', 'Gesetz', 'Rechtsprechung', 'Gesetz', 'Missbrauch', 'Korruption', 'Ungerechtigkeit'], 'fr': ['justice', 'loi', 'occupations humaines', 'loi', 'abus', 'corruption', 'injustice'], 'it': ['giustizia', 'legge', 'occupazioni', 'legge', 'abuso', 'corruzione', 'ingiustizia'], 'pt': ['justiça', 'lei', 'ocupações'], 'jp': []}} ; {'n': '46A16', 'c': ['46A161', '46A162', '46A163', '46A164', '46A165', '46A166'], 'r': ['11H(...)33', '11HH(...)33', '11Q122', '46A21', '46B51', '55AA11'], 'p': ['4', '46', '46A', '46A1', '46A16'], 'b': '46A16', 'l': ['4k0'], 'txt': {'en': 'the rich', 'de': 'die Reichen', 'fr': 'les riches', 'it': 'i ricchi', 'pt': 'os ricos', 'jp': '富裕層'}, 'kw': {'en': ['class', 'wealth'], 'de': ['Klasse', 'Reichtum'], 'fr': ['classe', 'richesse'], 'it': ['classe sociale', 'ricchezza'], 'pt': ['aula', 'riqueza'], 'jp': []}} ; {'n': '47I2133(+963)', 'k': '47k963', 'r': ['11D1311'], 'p': ['4', '47', '47I', '47I2', '47I21', '47I213', '47I2133', '47I2133(+9)', '47I2133(+96)', '47I2133(+963)'], 'b': '47I2133', 'l': [], 'txt': {'en': 'lamb (+ dying animal; death of animal; dead animal)', 'de': 'Lamm (+ ein sterbendes Tier; Tod eines Tieres; ein totes Tier)', 'fr': "agneau (+ animal agonisant; mort de l'animal; animal mort)", 'it': 'agnello (+ animale morente; morte di animale; animale morto)', 'pt': 'cordeiro (+ animal moribundo; morte de animal; animal morto)', 'jp': '子羊 (+ 死にかけの動物、動物の死、死んだ動物)'}, 'kw': {'en': ['lamb', 'death', 'dying animal'], 'de': ['Lamm', 'Tod', 'sterbendes Tier'], 'fr': ['agneau', 'mort', 'mourant'], 'it': ['agnello', 'morte', 'animale morente'], 'pt': ['Cordeiro'], 'jp': []}} ; {'n': "85(THE INNOCENT ANIMALS SMELLING THE LION'S BREATH)", 'c': ['85(COCK AND PEARL)', '85(DOG ON BRIDGE)', '85(FATHER, SON AND ASS)', '85(FOX AND RAVEN)', '85(FROG AND COW)', '85(RAVEN AND SCORPION)', '85(REYNARD THE FOX)', '85(SWAN AND COOK)', '85(AESOP, Latin fable index)'], 'p': ['8', '85', '85(...)'], 'notation_with_name': '85(...)', 'bracketed_text': "(THE INNOCENT ANIMALS SMELLING THE LION'S BREATH)", 'b': '85(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': "fables (THE INNOCENT ANIMALS SMELLING THE LION'S BREATH)", 'de': "Fabeln (THE INNOCENT ANIMALS SMELLING THE LION'S BREATH)", 'fr': "fable (THE INNOCENT ANIMALS SMELLING THE LION'S BREATH)", 'it': "scene da favole (THE INNOCENT ANIMALS SMELLING THE LION'S BREATH)", 'pt': "fábulas (THE INNOCENT ANIMALS SMELLING THE LION'S BREATH)", 'jp': "寓話 (THE INNOCENT ANIMALS SMELLING THE LION'S BREATH)"}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(DE ONNOZELE BETAALT ALTIJD HET GELAG)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(DE ONNOZELE BETAALT ALTIJD HET GELAG)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (DE ONNOZELE BETAALT ALTIJD HET GELAG)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (DE ONNOZELE BETAALT ALTIJD HET GELAG)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (DE ONNOZELE BETAALT ALTIJD HET GELAG)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (DE ONNOZELE BETAALT ALTIJD HET GELAG)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (DE ONNOZELE BETAALT ALTIJD HET GELAG)', 'jp': '諺, 格言 等々 (DE ONNOZELE BETAALT ALTIJD HET GELAG)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(PROCUL A IOVE PROCUL A FULMINE)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(PROCUL A IOVE PROCUL A FULMINE)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (PROCUL A IOVE PROCUL A FULMINE)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (PROCUL A IOVE PROCUL A FULMINE)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (PROCUL A IOVE PROCUL A FULMINE)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (PROCUL A IOVE PROCUL A FULMINE)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (PROCUL A IOVE PROCUL A FULMINE)', 'jp': '諺, 格言 等々 (PROCUL A IOVE PROCUL A FULMINE)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML8. Van den Leewe ende sijne Vrienden.
DE papegajen, Aapen, ende Vossen, de ordinaire en-
de eerste Vrienden van den Leewe, wierden ge-
waar, dat de wijse ende welversogte Haas, ingang by den
Leewe gekreegen had, ende dat de Leew desselven raad
soo hoog agtede, dat hy voortaan geenen anderen raad
sijner eerste Vrienden gebruiken wilde, waaromme sy
alle daar oover soo nijdig wierden, dat sy te saamen span-
den, om een voor een by den Leewe te koomen, ende
hem alsdus de eens voor ende de andee naa, uit eenen
monde spreekende, te onderregten, ende te doen gelooven,
dat hy seide ende roemde, dat, indien de Leew regeerde
naar sijne onderwijsinge, hy alsdan waarelik selfs niet,
waar wel hy door den Leew, afgaande van sijnen raade,
die enkelik strekte om volgens de reden ende billikheia,
ten voordeele van het gemeen, heerschappye oover an-
dere Dieren te voeren, ende alsoo in tegendeel nar sijnen
eigen lust ende tot sijn eigen vermaak willende regeeren,
alwaare het ten verdriete der gemeene Dieren, hy het sel-
ven soude doen als een Tyran, die men, in soo eenen gevalle,
gantsgeene gehoorsaamheid schuldig was, ofte weesen sou-
de. Het welk aanbrengen de Leew gelovende waaragtig te
zijn, om dat het eene waarschijnelijke Saak was, waar van
soo veele teegen eenen het selven getuigden, dat hy teegen
alle Regulen van Regten sonder den vroomen ende on-
nooselen Haas te hooren in sijner verantwoordinge, ver-
klaarde hem voor een Oproer-maaker, die hy gebood aan
lijf ende goed te straffen. Dog de saak daar naa onder-
soekkende, bevond hy, dat sijne eerste Vrienden maar
beveinsde Vrienden waaren, ende dat sy deesen ee-
nigen getrouwen Vriend des Leewen door nijdigheid
hadden doen dooden; soo dat eindelik de Leew oud,
ende door deese voorvallen vreesagtig en swakgeworden
zijnde, wel bevond, dat hy tot sijner gesondheid, ende
om sijne voorgaande sterkte te bekoomen, niets soo heil-
saams konde gebruiken dan Papegaais-tongen, Vossen-
herssenen, ende vet gemest Apen-vleesch, ende geduu-
rig daar op toelag, om deselven een voor een in sijn ge-
weld te krijgen. Waarom sy, die best wisten wat sy
verdiend hadden, het selven haast gemerkt hebbende,
sig altijds by een hielden, ende in sijn Hol niet wilden
ende, indien het doenelik waar, door eenige konsten
hem voor te koomen, ende selver om den halse te bren-
gen, tragteden.
Uitlegging der Woorden.
Met den LEEW hebben de Ouden verstaan een Ko-
ning door geboorte, die eenigsins edelmoedig ende
verstandig is.
Door PAPEGAJEN, AAPEN, ende Vossen,
hebben sy verstaan Menschen, die ongeneegen zijn met
arbeiden haaren kost te raapen, ende daar en teegen trag-
ten van groote Heeren met vleyerye, grillen, wonder-
lijke konsten ende wreedheden, ooverdaadig gevoed te
werden, gelijk Hoovelingen soodaanige meest zijn.
Door HAASEN, Menschen die van haar eigen inkoomen,
sonder andere te beschaadigen, gewoon zijn te leven in
der stilte, ende nogtanns veele Landen bereisd, als meede
veel geleerd, gehoord, ende gesien hebben. Dit zijn
menschen die vaste ende deugdsaame Maximen van le-
ven hebbende, niet willen krommen, om gemakkelijker
door de weerelt te koomen, ende mogt men die wel on-
Hoovelingen noemen.
In gevolge van het welken alsoo de Ouden ons met deeser FA-
BULE hebben willen vertoonen, een Konings Hof, ende alle
sijn Bedrijf, soo sullen wy het selven aldus kortelijk voordraagen.
Die van Koningen gebooren werden, onder die verwagtinge
sullen be-erven; vinden sig van jongs aan omringd van menschen
jong van jaaren, die geene andere Maximen ofte vast voorneemen
hebben, dan om by alle middelen, hoedaanig die ook zijn mo-
gen, des jongen Heeren liefde ende gonsten te bekoomen; op
dat sy by der selven volgende successie in der Regeeringe, van dien
nieuwen Koninge, soo voor sig selfs als hare maagen, de aller-
aansienlijkste amten mogen verkrijgen. Ende vermits jonge men-
schen van teegenwoordige ernstige saaken, als ook van alle sorgen,
voor het toekomende seer afkeerig, ende daar en reegen tot wel-
lusten ende lighamelijke vermaaken aanstonds te genieten, altijds
geneegen zijn; soo konnen ook geene menschen haare gonst soo
toe geneegen zijn, ten hoogsten prijsen, ende daar en booven
alle aanleidinge geeven ofte middelen verschaffen, op dat sy die
ten vollen konnen genieten. Jaa dat meer is, indien een deeser
jonge Hoovelingen weet uit te vinden eene nieuwe wellust ofte
een vermaak dat sijn Heer nooit bedagt ofte gesmaakt heeft, en-
de nogtans onder het pleegen van dien daar in een groot ver-
maak vind; soo werd die Hooveling gemeenelik de eerste ende
grootste Mingenoot des jongen Heere.
Dit is de reeden, dat alles wat die jonge Heeren seggen ofte
doen, ten hoogsten van die Hoovelingen gepreesen ende naar-
geaapt werd. Dit is de reeden, dat die jonge Heeren geduurig
haare lusten volgen, met speelen, danssen, jaagen, vliegen,
narreposten, wat lekkers te eeten, ofte drinken, ende inson-
derheid, wanneer sy eenigsins manbaar werden, met ligte vrou-
wen te om-armen. Sulks sy haare jeugd, soodaanig als hier ver-
meld is, hebbende doorgebragt wanneer haar oude Vaader komt
te sterven, geene de minste kennisse hebben, hoe de Onderdaa-
nen behoorden te werden geregeerd. Ende ook geene dan die
eerste jonge wellustige Vrienden kennende ofte beminnende, al-
soo sy met geene andere menschen gemeensaam hebben ver-
keerd, sy ook deselven, ende geene andere met de aller-gewig-
tigste Amten der Regeeringe voorsien.
Ende vermits deese gonst des Konings is de eenige Afgod, die deese
wellustige ende ooverdaadige Hoovelingen ende Krijgs-Ooversten
soo behouftig zijn, dat sonder die gonste, tot uiterste veragtinge
ende armoede vervallen souden, soo ontsien sy sig gemeenelik niet,
ter behoudinge van die gonste, geduurig te saamen te spannen,
om den Koning onweetende te houden, ofte ook, als het te
passe komt, alle andere die, met hem beeter te onderrigten,
haar in den weege zijn, by den Koninge verdagt te maaken,
ende van eenige versierde Misdaad te beschuldigen. Welke
Koning geene oogen nogte ooren hebbende dan deezer Hoo-
velingen, die hem ten deesen einde genougsaam opgeslooten,
ende van andere menschen afhouden, gemeenelik sig dus
laat verleiden ende verraaden, ende sig daar van niet wagten
kan.
Gelijk men het selven allermeest siet, wanneer by gevalle
een verstandig deugdsaam man, ten Hoove in soodaanige hoo-
ge Bedieninge komt, dat hy daar door gemeensaam met den
Koninge werd, ende desselfs gonste verkrijgt, door eenige
behaagelikheid die altijds by der Deugd ende Waarheid is, ende
selfs in de oogen der meest onweetende Koningen straalt, soo
lange tot dat die eerste Vrienden des Konings, vreesende door
deesen Nieuweling ingetoomd te sullen werden, te saamen span-
nen, ende eenige middelen bedenken, om aan die Deugden
een schijn van misdaad te konnen geeven. Want die ellendi-
ge Koning, geene andere menschen in sijnen Hoove ontmoe-
tende, dan die deesen deugdsaamen Nieuweling haaten ende be-
schuldigen, meend seer wel te doen, veelen, ten naadeele van
eenen, te gelooven; ende den selven als de misdaad van Gequet-
ster Majesteit begaan hebbende, door Regteren, eeven als de
Hoovelingen gesind weesende, te doen veroordeelen ende doo-
den, ende alle Vrienden des selven ten Hoove, jaa ten Lande
uit te jaagen.
Dog indien die Koning met eenige de minste opmerkinge
leeft, soo bevind hy met der tijd, dat deese sijne Hoovelingen
hem verraaden hebben, ende dat hy desweegen by sijne ge-
meene Onderdaanen voor eenen Tyran gehouden werd, als ook
dat deese Verraaders, des Konings vervremding ende mindering
van gonste, van ende tot haar gemertk hebbende, sig alle naar
bedektelik tragten te dooden. Sulks soodaanige Koningen, door
ondervindinge ende ouderdom vrees-agtiger ende swakker ge-
worden, zijnde, weeten dat sy van alle haare Onderdaanen ge-
haat, ende van haare Hoovelingen ondermijnd werden, maar
niet weeten, wie sy middelerwijle mogen vertrouwen; Waar-
om sy ook niet min als de verraderse Hoovelingen, in geduuri-
ge onderlinge vreese van gedood te sullen werden, ellendiglik
haar leeven eindigen. Welke onse Reedenkaavelinge wijders
met Voorbeelden te bevestigen, gants onnoodig is; also nawe-
liks eenige Griekse, Romeinse ofte jongere Historie-schrijvers, van Ko-
ningen-ende Vorsten -Hooven handelende, konnen werden ge-
leesen, sonder die in grooten getaale te vinden. Alleenilik seg-
gen wy den eigentlijken sin deeser FABULE te weesen, dat
ten Hoove de onweetenheid ende ondeugd regeerd soodaanig,
dat alle kennisse ende deugd daar uitgebannen, ende uit den
Lande verdreeven werd, Sie Ant. de Guevarra menospecia de Corte.
Exeat aula qui vult esse pius
TYPE emblem pictura IC 25F22 ; 25F23(FOX) ; 25F26(HARE)(+5212) ; 25F35(PARROT) ; 25H114 ; 44B124:57AA61 ; 44B62 ; 44G(+6) ; 57BB25 ; 85(THE LION AND HIS FRIENDS) ; 86(EXEAT AULA QUI VULT ESSE PIUS) ; 86(WAT DEED ST. PIETER TEN HOVE, DAN ZIJNEN HEERE VERZAKEN, ETC.) PREV embstma_add132_emblem007 MOTTO_NLWat deed St. Pieter ten Hoove, dan sijnen Heere,
dat is de Waarheid ende Reeden versaaken,
liegen ende bedriegen?
9. Het Paard ende sijn Ruiter, als ook het Hart.
Het vrye ende blye Paard, siende het breedgehoornde
Hart in de graasige valleye neevens hem weiden, was
niet te vreeden in aller Vryheid neevens het vrye Hart sijn
voedsel te soeken, ende daar en booven dat voordeel te ge-
nieten, ook te konnen weiden in de digte bossen, daar het
Hart, om sijne hoornen, niet by konde komen, maar be-
geerde die Gemeene weiden ende bossen alleen voor sig sel-
ven te gebruiken; sprak derhalven met ende versogt een
welgewaapend Man, hem sijnen rug aanbiedende, om het
Hart, dat snel in 't loopen was, te vervolgen ende te doo-
den, het welk de Man seer gaarne aangekomen hebbende,
kelikheid van een saadel ende toom te moeten gebruiken.
't Welk het Paard, hopende des te seekerder het Hart te
dooden, ende Heer ofte Meester oover alle die graasige
Velden te worden, gewillig toestond, oopende sijnen
mond voor het gebit ende den breidele, als ook sijnen rug
schrap settende voor den saadele. Ende wierd door deese
middelen het Hart ook afterhaald ende gedood. Sulks
Toen het Hart gevangen ende gedood was, het Paard, als
meenende des Ruiters ende ook sijn oogwit beloopen ende
verkreegen te hebben, versogt ontslaagen te zijn van dien
lastigen Ruiter: maar de Ruiter seide, dat hy het Wild
niet had gedood alleen ten sijnen voordeele, maar om sig
selfs daar meede vrolik te maaken, ende dat hy nog met den
Ruiter belaaden moest blijven, ende daar en boven ook het
Hart eerst aan sijnen huise moest brengen: sulks het Paard,
hoewel ongaaren, het selven gedaan hebbende, ten twee-
den maale versogt, dat de Man van sijnen rugge afstijgen
wilde: maar de man antwoorde, dat hy, om het Hart
te verorberen, brood noodig had, ende vougde daar ein-
delik by, dat hy nu wist hoe bequaam een Paard was, om
den menschen te dienen in swaare lasten te draagen ofte die
te trekken; ende voor eerst den Rosmoolen; ende dat het
ook seer Billik was, dat een Beest getemd, ende geleerd
wierde, eenen Mensche te gehoorsaamen. Waar op het
Paard begon te staan ende te steigeren, meenende sijnen
Ruiter af te werpen; maar die sat vast in den saadele en-
de sloeg met spooren ende sweep soo fel, dat het Paard,
moede ende mat geworden zijnde, sig in de Rosmoolen
liet inspannen, ende voortaan suurelik arbeidende, niet
meer voedsel kreeg dan als het dien Manne, nu sijnen
Meestere, geliefde.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben verstaan met het Paard ende het
Hart, twee aansienelijke Ingeseetenen ofte Magi-
straats-Persoonen.
Met de Graasige VELDEN, BOSSCHAADJE, eene
Republiek, daar de Ingeseetenen vry weiden mogen.
Met de MAN ende die RUITER, een in magt-uitstee-
mensch, die tot Veld Oversten voor eene reise ofte
voor eene Veldtogt aangenoomen werd.
Met een RUITER op sig te hebben, ende in de Rosmoo-
len te moeten gaan; in slaavernie te leeven.
Gelijk eene welgegronde liefde, die de menschen sig selven toe-
draaagen, in haar aansteekt de begeerte, dat andere menschen
van haar wel gevoelen ende spreeken, ende dat de gesonde reeden haar
ook leerd, dat de seekerste weg, om daar toe te geraaken is, alle sijne
kragten in te spannen om lofwaardige saaken te doen; soo is ook ken-
nelik, dat die Eergierigheid, als opgemelde loffelijke vrugten voort-
brengende, is eene seer loffelijke deugd.
Ende vermits de Heerssugtigheid, ontstaande uit eene verkeerde of
dwaalende eigen selfs liefde, ons veeltijds onder de name van Eergierigheid
voorgedraagen werd, ende dat ook de Heerssugtigen sig geerne met
den mantel der Eergierigen bekleeden, terwijle heerssugtiglik an-
deren, ende by gevolge sig selven beschaadigen, waarelik seer ver-
agtens waardige Menschen zijn. Ende eindelik, vermits deese FA-
BUL ons eigentlik vertoond het quaad dat de Heerssugtigen ande-
ren ende ook sig selven gemeenelik aandoen; soo sal niet ondienstig
zijn, dat wy het selven met meerdere woorden voordraagen.
Een waarelik ende op regte gronden Eergierig mensch, is gerust
ende wel te vreeden, als hy lofwaardige werken gedaan, ende dien-
volgende te verwagten heeft, dat anderen daar van naar waarheid
oordeelen ende spreeken sullen. Ende indien het selve hem niet ge-
beurd, soo strekt hem nogtans sijn eigen gewissen voor duisend ge-
tuigen, dat hy die Eere waarelik verdiend heeft. Ende hoe hy daar
na meer menschen vind, die voor ofte neevens hem den weg van Eere
ende Deugd ingaan, hoe grooter een genougen hy uit sijne werken
schept, ende hoe meer hy in sijnen goeden weege bevestigd werd.
ende oover anderen Heerschen, benijd daarom sijnen meerder, ende
haat sijns gelijken; niet om dat sy't eenigsins verdiend hebben; maar
om dat sy meerder als hy, ofte hem gelijk zijn. Veragt sijn eigen ge-
weeten, ende all het geen andere menschen van hem souden mo-
gen gevoelen, mits sy dat niet ten sijnen nadeele derven uitten.
Ende vermits de Heersugt dien volgende niet op een innerlik ge-
weeten of gevoelen, maar op geweld ende bedrog gegrond is, ende al-
tijds verself is met nijd ende haat; SO werd sijn Meester, terwijle hy
daar van beseeten werd, door alle de opgemelde hertstogten so sterk
gedreven, om sijnen meerder of sijns gelijken en te verminderen of te ver-
nietigen, dat hy ten dien einde veeltijds middelen by der hand neemt,
die wel waarelik sijnen vyanden schadelik zijn, maar die daarbenee-
ven, in steede van hem tot meerder aansien ende heerschappie by
ende oover sijn meerder ofte gelijken te brengen, hem in teegen-
deel verminderen ende verderven.
Dit sien wy daageliks, als voormeld, niet alleen by alle Menschen
in het bysonder aangemerkt weesende, maar ook voornamentlik in
Vrye Republiken, daar eenige Heerssugtige Regenten sig niet genougen met
ordentelik ende wettiglik, in de Vergaaderingen der Regeeringen,
hare stemmen neevens hare Meedebroederen te geven, ende met de
meesten te mogen besluiten; maar die alles na haaren sinne willende
drijven, heimelik ende afsondelik met eenige andere quaadwillige
Leeden der Regeeringe te saamen rotten, beloften ende Eeden doen,
om ten dien einde van buiten eenig Heer in die Republike te roepen,
ofte te brengen, op dat sy door dien Hoofde hare Meedebroeders sou-
den konnen dwingen, volgens haare geneegendheid, te stemmen, of
die uit der Regeeringe te werpen, of te doen dooden. Ende sien wy
ook dageliks, dat die Heerssugtige Regenten, meenende door het in-
voeren van soodaanig Hoofd, haar oogwit verkreegen te hebben, in
teegendeel bevinden, dat sy sig door die schelmstukken tot eewiglik
verdoemde slaaven aan die Heere verkost ende verpligt hebben, om
aallesins sijnen wille te moeten doen, ende nooit als voor deesen in der
Vrye Republike haar eigen gevoelen te mogen uitten; In 't korte
gesegt; wy meenen den eigentliken sin deeser FABULE te weesen,
ons te leeren dat soo een Heerssugtig Regent is waarelik een Paard, dat
wel een Ruiter opneemen, ende het Hart doen dooden kan, maar dat
ook daar naa eeuwiglik onder dien Ruitere, ofte in der Rosmoolen gaan
moet.
Facilis descensus averni.
TYPE emblem pictura IC 25F24(DEER)(+63) ; 34A2 ; 46A182(+0) ; 46C13183 ; 47D22(+24):46C13141 ; 51E11 ; 51EE11 ; 57AA76 ; 86(FACILIS DESCENSUS AVERNI) ; 86(WANNEER IEMAND WORDT OVERHEERST, 'T IS TIJD DAT HIJ VERDRAGEN LEERT) PREV embstma_add132_emblem008 MOTTO_NLWanneer ieman is ooverheerd,
't Is tijd dat hy verdraagen leerd.
10. Eene Vlieg ende een Mier.
EEne Vlieg in den Soomer eenen Miere ontmoetende,
seide hem, Gy zijt voorwaar een verkeerd ende ver-
agtelik Beest, want daar gy vleugels hebt om hoog te kon-
nen vliegen, soo kruipt gy als een slaauhertige in der aar-
de, ende komt daar niet uit dan om uwen kost met swaa-
ten arbeid te haalen, bestaande die kost in geringe aard-
vrugten te eeten ende waater te drinken, Ik daar en tee-
gen vlieg om hooge, ende sonder eenigen arbeid; set ik
my aan de alderkostelikste tafelen, eet aldaar de lekkerste
spijse, ende drink uit goude ende silvere vater, de alder-uit-
geleesenste dranken; slaap op purperen bedden, ende kus
aldaar de wangen der allerschoonste Vrouwen. Waar op de
se ende drank, ende van schoone Vrouwen, die gy onbe-
hoorlelik geniet, moet gy wel dier betaalen, met in ge-
duurige sorge te leeven voor de Waajers, Vlieg-lappen,
ende allerlei lijmige soetigheden ende dranken, daar gy
meede aangelotk ende gevangen werd, ofte daar in ver-
drinkt: ende alles ten besten gaande, kond gy in die lee-
digheid, pragt ende wellusten niet langer leeven dan tot
den eersten Wintere, als wanneer gy seekerlik met schan-
de sterven sult. Ende die gedagten ofte oordeelen, die ik
oover uwe op-gemelde Wel-lusten geveld heb, maaken,
dat ik met een groot genougen in aller seekerheid des Soe-
mers my oeffene, om daar eenen taamelijken arbeid soo
veel te vergaaderen, dat ik ende mijn oud soet geselschap,
dat sig desgelijks van alle nooddrust tijdelik voorsien
heeft, des Winters daar van stil ende gerust leeven kan.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier met eene Vlieg verstaan,
een Mensch die pragtig ende wellustig leefd; ofte een
Hooveling.
Met een MIER, een Mensch, die neederig, arbeid-ende
spaarsaam is.
Met de SOOMER, Voorspoed ofte Jongheid.
Met den Winter, Teegenspoed ofte Ouderdom.
Wanneer de Menschen hebben verkooren eene wijse van leeven
die met haaren aard wel oover een komt, soo krijgen sy met
der tijd daar in soo een groot behaagen, ende gewennen sig daar
aan soo seer, dat sy de gebreeken, welke daar in zijn, niet meer
bemerkende, alle menschen die op eene andere wijse leeven, be-
ginnen te veragten, daar na te haaten, ende eindelik te bespotten.
Het welken men allermeest bevind waarhaftig te weesen, by die
deren ende huishoudinge, om wat kosteliks ende ooverdaadigs te
eeten ende te drinken, ende om in alle Wellusten, die het byslaa-
pen haar kan doen genieten, te leeven. Want haar dat in den be-
ginne soo een groot vermaak aanbrengd, dat sy daar naa niet bemer-
kende den staart die het naa sig trekt; maar ooverdenkende dat sy
met het boeten van die lusten, niemanne door geweld ofte bedrog
eenige schaade ofte onlust aandoen, daar in nog een grooter behaa-
gen krijgen; sulks sy eindelik van ende oover het boeten van die
haare lusten derven roemen, ende alle andere menschen, die met
eene sorgvuldige, arbeidsaame spaarsaamheid, eene besette wijse om-
trend hare kleedinge, huishoudinge, spijse, drank, vermaak, ende wet-
tig byslapen, hebben ende houden, eerst veragten als of het menschen
waaren van klein verstand, die de weereld nog niet kennen; ende
die sig ofte ander menschen van ende met haar groot goed geene
deugd konnen aandoen. Waarom sy ook de selven
deren ende huishoudinge, om wat kosteliks ende ooverdaadigs te
eeten ende te drinken, ende om in alle Wellusten, die het byslaa-
pen haar kan doen genieten, te leeven. Want haar dat in den be-
ginne soo een groot vermaak aanbrengd, dat sy daarnaa niet bemer-
kende den staart die het naa sig trekt; maar ooverdenkende dat sy
met het boeten van die lusten, niemanne door geweld ofte bedrog
eenige schaade ofte onlust aandoen, daar in nog een grooter behaa-
gen krijgen; sulks sy eindelik van ende oover het boeten van die
haare lusten derven roemen, ende alle andere menschen, die met
eene sorgvuldige, arbeidsaame spaarsaamheid, eene besette wijse om-
trend hare kleedinge, huishoudinge, spijse, drank, vermaak, ende wet-
tig byslapen, hebben ende houden, eerst veragten als het menschen
waaren van klein verstand, die de weereld nog niet kennen; ende
die sig ofte andere menschen van ende met haar groot goed geene
deugd konnen aandoen. Waarom sy ook de selven daar naa haaten,
ende eindelik bespotten, ende uitkrijten voor eensinnige, kaarige, ofte
gierige Steil-ooren, die selfs geene vreugd genieten, ende soo veel in
haar is, de vreugd van anderen benijden, beletten, ende stooren.
Waar teegen dan die menschen, welke eene neederige arbeidsaame
ende sorgvuldige wijse van leeven, volgens haaren aard, verkooren
hebben, ende sig daar by wel bevinden, door deese veragtinge,
haar ende spot der anderen, gaande werden gemaakt, om haar voor
de oogen te stellen, dat schoon genoomen sy in haare pragt, oover-
daad, ende wellusten, voor het tegenwoordigen eene groote vreugd
genieten, sonder ieman door geweld ofte bedrog te beleedigen,
dat die haar wijse van leeven, nogtans den grond, daar sy op ge-
bowd werd, als ook haare Meesters die se pleegen, om verre werpt,
naademaal sy door die wijse van leeven, allangs haar goed opmaken,
hare eere, gesondheid ende sinnen verminderen, als meede eindelik by
de eerste teegenspoeden, gesteld werden in soodaanigen stande van
dubbele armoede, dat sy, niet weetende waar van ende hoe te leeven,
van hare oude Gesellen verlaaten werden, ende alsdan sig schaamende
hulpe ende onderstand te versouken van die geene welke sy voor-
maals veragt, gehaat ende bespot hebben, sy ook seer haast een seer
ellendig ende schandelik einde sullen hebben. Ende is aan de ande-
re sijde ook waarhaftig, dat sy spaarsaamen in korten tijde aan die ar-
tijden haar niet alleen ligter ende ligter, maar ook meer ende meer
vermaakelik vald, insonderheid, wanneer sy in teegenspoeden,
verlies van goederen, sieken, &c. bevinden, dat sy haaren ouden
stand behouden, ende in haare wijse van leeven voortgaan, ende
haare gesondheid weeder bekoomen konnen, terwijle die prag-
tige, sorgelose ende wellustige menschen, die selve teegenspoe-
den ende siekten niet konnende uitstaan, schandelk ende smerte-
lik daar onder beswijken, ende alsoo haar leeven eindigen.
Ende gelijk wy dit voorgaanden in den gemeenen ommegange
der menschen bevinden waarhaftig te zijn; soo bevinden wy het
selven insonderheid by de Hoovelingen, alsoo die gemeenelik alle
hun vermaak stellen in hoog te vliegen, dat is, pragtig, quistig,
ooverdaadig ende wellustig te leeven, ende midderlerwijle alle
andere spaarsaame sorgvuldige ende deugdsaame menschen, het
sy Eedelen, het sy Borgeren, het sy Boeren, te veragten, te haaten en-
de te bespotten. Ende sien wy ook dat sy Hof jonkers door die wijse
van leeven, geene teegenspoeden konnende verdraagen, met den
eersten verliese, haar eigen verderf op haaren halse haalen, terwijle
de andere, welke sy voormaals veragt, gehaat, ende bespot hebben,
eenige verliesen doorstaan, ende des niet te min de selven blijven,
ende haar alsdan smertelik afvraagen, of het niet beeter is in ee-
nen neederigen gerusten ende seekeren stande lang te leeven, en-
de eindelik met eere te sterven; dan in de allergrootste weelde en-
de pragt eenen seer korten tijd als Heeren geleefd hebbende, door
sijne eigene schuld in ellenden te vervallen, ende eindelik met
smerten ende met schanden, als Beedelaars te sterven.
Derhalven wy ook meenen den eigentlijken sin deeser FABU-
LE te weesen, ons aan te wijsen, dat pragtige, ooverdaadige ende
wellustige menschen, gemeenelik de neederige, spaarsaame, ende
deugdsaame menschen veragten, haaten ende bespotten: ende dat
die pragtigen niet dan eenen seer korten tijd leevende, in smerte en-
de schande koomen te sterven: terwijle de neederige ende arbeid-
saame menschen dat aansien, sig daar meede troosten, ende lan-
ge in stande gebleeven zijnde, met eenen gerusten gemoede
eerelik komen te sterven.
Tolluntur in altum ut lapsu graviore ruant
TYPE emblem pictura IC 23D41:55BB2 ; 23D43:51H42 ; 52A24 ; 57AA645 ; 85(THE FLY AND THE ANT) ; 86(BETER BIJ DE UIL GEZETEN DAN GEVLOGEN BIJ DE VALK) ; 86(TOLLUNTUR IN ALTUM UT LAPSU GRAVIORE RUANT) PREV embstma_add132_emblem009 MOTTO_NLBeeter by den Uil geseeten,
Als gevloogen by den Valk.
11. De Eezel, Hond, ende de Meester.
EEn Eezel, siende dat een klein Hondjen, sonder eenigen
anderen dienst ofte arbeid te doen, dat met quispel-
steerten ende met springen teegen des Meesters lijve, des
niet te min van den selven Meestere sagt wierd toegespro-
ken, ende met sijner hand gestreeld; Ende dat het Hond-
jen daarenbooven veele lekkere spijse van der tafele sijnes
Heeren krijgende, sig daar meede versaaden konde, terwijle
hy Eezel seer swaren arbeid doen, geringe kost eeten, ende
veele stok-slagen lijden moest. Derhalven soo wilde die Ee-
zel deselve moode des Honds naarvolgen, op hoope, dat hy
insgelijks voortaan in leedigheid lekkerlik gevoed soude
werden, ende sprong hy ten dien einde insgelijks al quispel-
ve. Maar die Meester dees boetsen ende git gelaat des
Eezelf ongewoon zijnde, ende des selfs swaarte ende
sterkte gevoelende, maar die goede gedagten des Eezels
niet weetende, vreesde dat hy hem wilde dooden, riep
derhalven sijne Dienaars, dat sy hem uit doods nooden
quaamen redden, sulks deesen, den door leedigheid al te
weeldig geworden Eezel, met felle stokslaagen afgekeerd
hebbende, om hem die weelde te verleeren, met swaardere
Sakken als voor heen beloeden, ende naar der Kooren-
moolen sonden. In vogen hy voortaan van de Honden
oover sijne plompheid bespot, ende van de andere Eezelen
oover sijne laatdunkenheid uitgelaggen werdende, met
grooter schande, in arremoede ende spijt sijn leeven quam
te eindigen.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben verstaan met den EEZELE, een
uit der aard ernstig arbeidsaam Mensch.
Met den HOND, een Mensch, die bequaam is om met
schoon praaten, vleyen ende pluimstrijken, aan de kost te
geraaken
Met den MEESTER, een Mensch, die meerder is als
de geene met welken hy omme-gaat. Ende in het byson-
der een Koning ofte Vorst.
Alle Dieren hebben haare bysondere bewuaamheeden, waardoor
sy ook bysonderlik haar leeven, ende voortteelinge ook
haar geheel geslagt behouden konnen, ende ook waarelik be-
houden, soo lange yder van dien naar sijnen ingebooren aart werkt.
Ende alsoo de Menschen van Goode almagtig booven die lighaame-
lijke bequaamheeden, ende bysonderen aart om haar leeven ende
zijn met een vernuft om te konnen oordeelen, waar toe sy bequaam
zijn ofte niet: ende dat sy door eene quaade keure hier omtrend
te doen, soo lange haar leeven duuren sal, schaade ende schande
behaalen sullen; soo zijn de selven ook verpligt, sig selven wel te
ondersouken, ende vervolgens te vermijden ofte aan te neemen
soodaanige wijse van leeven als met haaren aard meest strijd ofte
best oover een komt.
Ende insonderheid zijn deselve menschen verpligt, sig sorgvul-
diglik te wagten van te kiesen eene wijse van leeven die in het ge-
heel tegen haaren aangebooren aard ofte opvoedinge ende gewoon-
te strijdig is. Ende dat niet allen om dat de menschen naar haaren
eigenen aard werkende, het selven met veel meer innerlik genou-
gen, ende daarom veel beeter, als het gunt, in weederwille van
onse ingeboorene aard, ende dien volgende ook eenigsins door
dwang gedaan werd, uitwerken; maar ook om dat die kennelijke
uitspoorigheeden omtrend de verkiesinge onser nieuwe wijse van
leeven, gants geene gemeenschap met onse voorgaande hebbende,
aller menschen oogen naar sig trekken, ende doen aanmerken alle
de misslaagen, welke door die onbequaame Niewelingen in die wijse
van leeven begaan werden: ende dat daar en booven de gemeene
boosaardigheid der menschen soo groot is, dat die opmerkingen
geschieden niet om de goede wiele des onbequaamen, voor der
daad te doen aanneemen, nogte om den dwaalenden te onderrig-
ten, ofte op eenen beeteren weegte te brengen, maar om densel-
ven, indien het haar moogelik is, des te meer te doen struike-
len, ende daar naa des te meer te bespotten ende te beschaadi-
gen. Ende om buiten den eigentlijken sinne onser FABULE niet
te Reeden kaavelen, soo seggen wy kennelik te weesen, dat vee-
le bysondere menschen, ja geheele Volkeren, aangeboorene be-
quaamheeden hebben, om andere menschen met haare Woorden,
Gelaat ende Werken, vermaak, maar geen profijt te konnen aan-
brengen: ende dat in teegendeel ook veele bysondere menschen, ja
geheele Volkeren, gevonden werden, die anderen menschen veel of-
te meer goeds, ende buiten dat goed geene vreugd schijnen te kon-
ende arbeidsaame menschen, de leevende, schertsende, ende
vroolijke naabootsten willen, sy daar van niet dan spot, schaade
ende schande behaalen sullen. Het welk meen allermest bevind
waarhaftig te weesen in de Hooven der Koningen ende Vorsten, alsoo het
gemoed der selven Heeren van Kindsbeen aan door de vrolijke ende
ydele Vleijers ende Boetsemaakers soodaanig werd ingenoomen,
dat sy niet alleen van alle ernstige nutte saaken, maar ook van alle
menschen, die haar de selven voordraagen, walgen. Sulks indien
een derselven ernstige menschen, teegen sijnen aart den Vrolijken
ende Vleijenden Hooveling wil speelen, hy daar oover bespot,
uitgelaggen, ende ten Hoove uit gedreeven werd.
Dus sien wy, dat de Françoisen in het gemeen bequaam zijn;
om geheele geselschappen, ende insonderheid jonge Vrowluiden, Ko-
ningen ofte Vorsten, te vermaaken, met beuselingen ofte met saaken
daar geene nuttigheid ter weereld inne steekt, ende waar door
sy des niet te min veeler vrowluiden, Koningen ende Vorsten
gemoederen ende Hooven in-neemen ende blijven besitten: Daar
in teegendeel de Duitsen in Geselschappen, ofte voor Vrowluiden
treffelike saaken ernstig ende seer wel voorgedraagen konnen; maar
den vrolijken Baas, ofte voor Koningen ende Vorsten den geestigen
Hooveling willende speelen, van eenen ydere om de gemaaktheid
van dien bespot, uitgelaggen, ende uit die Geselschappen ofte
ten Hoove uitgedreeven werden, om in steede van dien, ligt-
vaardige Francoise Ma Bonnes, Dames ende Hoovelingen, ten verder-
ve onser Land-aard, te gebruiken.
Dit meenen wy den eigentlijken sin deeser FABULE te wee-
sen. Naamentlik dat niemand beklijven kan, dan die naar sijnen
eigen ingebooren aart ofte opvoedinge ende lange gewoonte tragt
te leeven. Ende dat eener die eene wijse van leeven verkiest,
welke teegen sijnen aangebooren aart strijd, seekerlik schaade
ende schande behaalen sal.
Tu nihil invita dices faciesve Minerva
TYPE emblem pictura IC 31A235 ; 31A2743 ; 34A1 ; 34B11(+9491) ; 41C3 ; 46C13142(+7491) ; 46C13185(+0) ; 47D31 ; 51B6 ; 57AA76 ; 85(THE DONKEY IMITATING THE DOG) ; 86(HET IS NIET OM HET EVEN WIE HET DOET) ; 86(VIVITUR EXIGUO MELIUS SI NOVERIS UTI) PREV embstma_add132_emblem010 MOTTO_NLHet en is niet eeven eens wie het doed.
ID embstma_add132_emblem011 MOTTO_LA_NORM Vivitur exiguo melius si noveris uti. _IC {'n': '31A235', 'c': ['31A2351', '31A2352', '31A2353', '31A2354', '31AA235'], 'p': ['3', '31', '31A', '31A2', '31A23', '31A235'], 'b': '31A235', 'l': ['31k0', '31k1', '31k2', '31k3', '31k4', '31k5', '31k6', '31k7', '31k8', '31k9'], 'txt': {'en': 'sitting figure', 'de': 'sitzende Figur', 'fr': 'figure assise', 'it': 'figura seduta', 'pt': 'figura sentada', 'jp': '座像'}, 'kw': {'en': ['sitting'], 'de': ['sitzen'], 'fr': ['asseoir'], 'it': ['seduto'], 'pt': ['sentado'], 'jp': []}} ; {'n': '31A2743', 'c': ['31AA2743'], 'p': ['3', '31', '31A', '31A2', '31A27', '31A274', '31A2743'], 'b': '31A2743', 'l': ['31k0', '31k1', '31k2', '31k3', '31k4', '31k5', '31k6', '31k7', '31k8', '31k9'], 'txt': {'en': 'hitting at something', 'de': '(nach) etwas schlagen', 'fr': 'frapper, cogner quelque chose', 'it': 'cercare di colpire qualcosa', 'pt': 'batendo em alguma coisa', 'jp': '何かを打つ'}, 'kw': {'en': ['hitting'], 'de': ['schlagen'], 'fr': ['frapper'], 'it': ['colpire'], 'pt': ['bater'], 'jp': []}} ; {'n': '34A1', 'c': ['34A11'], 'p': ['3', '34', '34A', '34A1'], 'b': '34A1', 'l': ['34k0', '34k1', '34k2', '34k3', '34k4', '34k5', '34k6', '34k7', '34k8', '34k9'], 'txt': {'en': 'friendship between man and animal; caressing, petting', 'de': 'Freundschaft zwischen Mensch und Tier; liebkosen, streicheln', 'fr': "amitié entre l'homme et l'animal; caresser, flatter", 'it': 'amicizia tra uomo e animale; carezzare, coccolare', 'pt': 'amizade entre homem e animal; acariciando, afago, festa', 'jp': '人と動物の友情;愛撫, 撫でる'}, 'kw': {'en': ['caressing', 'friendship', 'petting'], 'de': ['Freundschaft', 'liebkosen', 'streicheln'], 'fr': ['amitié', 'caresser'], 'it': ['amicizia', 'carezzare'], 'pt': ['acariciando', 'amizade', 'petting'], 'jp': []}} ; {'n': '34B11(+9491)', 'k': '34k9491', 'c': ['34B11(...)', '34B111', '34B112', '34B113', '34B114'], 'r': ['34A3', '71K31132', '71T54', '73C852', '93E4', '94I52', '97C11'], 'p': ['3', '34', '34B', '34B1', '34B11', '34B11(+9)', '34B11(+94)', '34B11(+949)', '34B11(+9491)'], 'b': '34B11', 'l': [], 'txt': {'en': 'dog (+ silent means of communication of animal(s): wagging of tail etc.)', 'de': 'Hund (+ nicht-akustische Formen der Kommunikation bei Tieren: Wedeln mit dem Schwanz etc.)', 'fr': 'chien (+ moyens silencieux de communication animale : agiter la queue, etc.)', 'it': 'cane (+ modi di comunicare silenziosi negli animali: dimenare la coda, ecc.)', 'pt': 'cão (+ meio silencioso de comunicação do(s) animal(es): abanar o rabo, etc.)', 'jp': '犬 (+ 動物の無音のコミュニケーション手段:尻尾を振るなど)'}, 'kw': {'en': ['dog', 'wagging', 'tail'], 'de': ['Hund', 'wedeln', 'Schwanz'], 'fr': ['chien', 'agiter la queue', 'queue'], 'it': ['cane', 'dimenare', 'coda'], 'pt': ['cachorro'], 'jp': []}} ; {'n': '41C3', 'c': ['41C31', '41C32', '41C33', '41C34', '41C35', '41C36', '41C37', '41C38'], 'r': ['41C4', '42F34'], 'p': ['4', '41', '41C', '41C3'], 'b': '41C3', 'l': ['41Cm0', '41Cm1', '41Cm2', '41Cm3', '41Cm4', '41Cm5', '41Cm9'], 'txt': {'en': 'laid table: table-ware, table-decoration, etc.', 'de': 'gedeckter Tisch: Tafelgeschirr, Tafeldekoration etc.', 'fr': 'table mise : vaisselle, décoration de table, etc.', 'it': 'tavola apparecchiata: stoviglie da tavolo, decorazione, ecc.', 'pt': 'mesa posta: serviço mesa, decoração de mesa, etc.', 'jp': '置かれたテーブル: 食卓用器具, テーブルの飾り等'}, 'kw': {'en': ['table-ware'], 'de': ['Tafelgeschirr'], 'fr': ['vaisselle'], 'it': ['arredo della tavola', 'stoviglie da tavola'], 'pt': ['mesa-ware'], 'jp': []}} ; {'n': '46C13142(+7491)', 'k': '46Ck7491', 'p': ['4', '46', '46C', '46C1', '46C13', '46C131', '46C1314', '46C13142', '46C13142(+7)', '46C13142(+74)', '46C13142(+749)', '46C13142(+7491)'], 'b': '46C13142', 'l': [], 'txt': {'en': 'ass, donkey (+ silent means of communication of animal(s): wagging of tail etc.)', 'de': 'Esel (+ nicht-akustische Formen der Kommunikation bei Tieren: Wedeln mit dem Schwanz etc.)', 'fr': "âne, baudet (+ moyens de communication silencieux de l'animal : agiter la queue, etc.)", 'it': 'asino, somaro (+ modi di comunicare silenziosi negli animali: dimenare la coda, ecc.)', 'pt': 'jumento, asno, burro (+ meio silencioso de comunicação do(s) animal(es): abanar o rabo, etc.)', 'jp': 'ロバ (+ 動物の無音のコミュニケーション手段: 尻尾を振るなど)'}, 'kw': {'en': ['ass', 'donkey', 'wagging', 'tail'], 'de': ['Esel', 'wedeln', 'Schwanz'], 'fr': ['âne', 'agiter la queue', 'queue'], 'it': ['asino', 'somaro', 'dimenare', 'coda'], 'pt': ['burro', 'asno'], 'jp': []}} ; {'n': '46C13185(+0)', 'k': '46Ck0', 'p': ['4', '46', '46C', '46C1', '46C13', '46C131', '46C1318', '46C13185', '46C13185(+0)'], 'b': '46C13185', 'l': [], 'txt': {'en': 'rearing (horse in motion) (+ variant)', 'de': 'sich aufbäumen (Pferd) (+ Variante)', 'fr': 'se cabrant (cheval en mouvement) (+ variante)', 'it': 'impennarsi (cavallo in movimento) (+ variante)', 'pt': 'rampante (cavalo em movimento) (+ variante)', 'jp': '後脚で立つ (動いている馬) (+ 異形)'}, 'kw': {'en': ['rearing', 'variant'], 'de': ['aufbaeumen', 'Variante'], 'fr': ['se cabrer', 'variante'], 'it': ['impennarsi', 'variante'], 'pt': ['criação'], 'jp': []}} ; {'n': '47D31', 'c': ['47D311'], 'r': ['25I4', '47B192', '47D7(HOPPER)', '47D7(MILL-STONE)'], 'p': ['4', '47', '47D', '47D3', '47D31'], 'b': '47D31', 'l': ['47k0', '47k1', '47k2', '47k3', '47k4', '47k5', '47k6', '47k7', '47k8', '47k9'], 'txt': {'en': 'windmill', 'de': 'Windmühle', 'fr': 'moulin à vent', 'it': 'mulino a vento', 'pt': 'moinho de vento', 'jp': '風車'}, 'kw': {'en': ['mill', 'windmill'], 'de': ['Mühle', 'Windmühle'], 'fr': ['moulin', 'moulin à vent'], 'it': ['mulino', 'mulino a vento'], 'pt': ['moinho', 'moinho de vento'], 'jp': []}} ; {'n': '51B6', 'c': ['51B61'], 'p': ['5', '51', '51B', '51B6'], 'b': '51B6', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': "Imitation; 'Imitatione' (Ripa)", 'de': 'Imitation, Nachahmung; Ripa: Imitatione', 'fr': "Imitation; 'Imitatione' (Ripa)", 'it': "imitazione; 'Imitatione' (Ripa)", 'pt': 'imitação; "Imitatione" (Ripa)', 'jp': '模倣'}, 'kw': {'en': ['Imitatione', 'Ripa', 'imitation'], 'de': ['Imitation', 'Ripa, Cesare', 'imitatione'], 'fr': ['Imitatione', 'Ripa', 'imitation'], 'it': ['Imitatione', 'Ripa', 'imitazione'], 'pt': ['imitação', 'Imitatione', 'Ripa'], 'jp': []}} ; {'n': '57AA76', 'r': ['11N32', '48A220', '96A5(INVIDIA)'], 'p': ['5', '57', '57AA', '57AA7', '57AA76'], 'b': '57AA76', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': "Jealousy; 'Gelosia', 'Rammarico del ben'altrui' (Ripa)", 'de': "Eifersucht; Ripa: Gelosia, Rammarico del ben'altrui", 'fr': "Jalousie; 'Gelosia', 'Rammarico del ben'altrui' (Ripa)", 'it': "gelosia, invidia; 'Gelosia', 'Rammarico del ben'altrui' (Ripa)", 'pt': 'ciúme, inveja; "Gelosia", "Rammarico del ben\'altrui" (Ripa)', 'jp': '嫉妬'}, 'kw': {'en': ['Beneficio', 'Benevolenza o Affettione', 'Envy (Invidia)', 'Gelosia', "Rammarico del ben'altrui", 'beneficence', 'benevolence', 'jealousy'], 'de': ['Beneficio', 'Eifersucht', 'Naechstenliebe', 'Neid (invidia)', 'Wohltaetigkeit', 'benevolenza o affettione', 'gelosia', "rammarico del ben'altrui"], 'fr': ['Beneficio', 'Benevolenza o Affettione', 'Envie (Invidia)', 'Gelosia', "Rammarico del ben'altrui", 'bienfaisance', 'bienveillance', 'jalousie'], 'it': ['Beneficio', 'Benevolenza', 'Benevolenza o Affettione', 'Gelosia', 'Invidia', "Rammarico del ben'altrui", 'beneficenza', 'gelosia'], 'pt': ['beneficência', 'Beneficio', 'benevolência', 'Benevolenza o Affettione', 'Envy (Invidia)', 'Gelosia', 'ciúme', "Rammarico del ben'altrui"], 'jp': []}} ; {'n': '85(THE DONKEY IMITATING THE DOG)', 'c': ['85(COCK AND PEARL)', '85(DOG ON BRIDGE)', '85(FATHER, SON AND ASS)', '85(FOX AND RAVEN)', '85(FROG AND COW)', '85(RAVEN AND SCORPION)', '85(REYNARD THE FOX)', '85(SWAN AND COOK)', '85(AESOP, Latin fable index)'], 'p': ['8', '85', '85(...)'], 'notation_with_name': '85(...)', 'bracketed_text': '(THE DONKEY IMITATING THE DOG)', 'b': '85(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'fables (THE DONKEY IMITATING THE DOG)', 'de': 'Fabeln (THE DONKEY IMITATING THE DOG)', 'fr': 'fable (THE DONKEY IMITATING THE DOG)', 'it': 'scene da favole (THE DONKEY IMITATING THE DOG)', 'pt': 'fábulas (THE DONKEY IMITATING THE DOG)', 'jp': '寓話 (THE DONKEY IMITATING THE DOG)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(HET IS NIET OM HET EVEN WIE HET DOET)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(HET IS NIET OM HET EVEN WIE HET DOET)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (HET IS NIET OM HET EVEN WIE HET DOET)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (HET IS NIET OM HET EVEN WIE HET DOET)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (HET IS NIET OM HET EVEN WIE HET DOET)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (HET IS NIET OM HET EVEN WIE HET DOET)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (HET IS NIET OM HET EVEN WIE HET DOET)', 'jp': '諺, 格言 等々 (HET IS NIET OM HET EVEN WIE HET DOET)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(VIVITUR EXIGUO MELIUS SI NOVERIS UTI)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(VIVITUR EXIGUO MELIUS SI NOVERIS UTI)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (VIVITUR EXIGUO MELIUS SI NOVERIS UTI)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (VIVITUR EXIGUO MELIUS SI NOVERIS UTI)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (VIVITUR EXIGUO MELIUS SI NOVERIS UTI)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (VIVITUR EXIGUO MELIUS SI NOVERIS UTI)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (VIVITUR EXIGUO MELIUS SI NOVERIS UTI)', 'jp': '諺, 格言 等々 (VIVITUR EXIGUO MELIUS SI NOVERIS UTI)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML12. De Vrouw biddende voor het lang leeven
EEne oude Vrouw in 't oopenbaar biddende voor het
lang leeven van den jongen Dionysius, Soon van
den Ouden, die sig Tyran van Syrakusen had gemaakt,
wierd daar oover bestraft, door eenige ongemeen groote,
maar niet de besaadigste Liefhebbers der gemeene Vryheid,
eeven als of deese Vrouw benijde het welvaaren des Vaa-
derlands, ende veragte het sugten ende kermen der ar-
me Inwoonderen, die van des Soons tyrannie seer hard,
ende meer dan ooit, gedrukt wierden; alsoo sy ende
een yder wist, dat hy Dionysius in den geselschappe der
hoereeren ende speelen soodaanig doorgebragt, dat hy
om die ooverdaad gerustelik te konnen pleegen, sig een-
maal met eenige ontugtige Bouven 90. daagen naar een
in sijnen Hoove opgeslooten hadde gehouden, laste-
rende onderwijlen ende doende daar buiten beschuldi-
gen, alle aansienelijke, ernstige, ende eenigsins naar
Waarheid vry van haar spreekende Menschen, die sig
met die vuiligheeden niet wilden besoetelen, haar ten
laste leggende, dat het trotse, steilooren, van den Ko-
ninge quaalik spreekende, ende dien volgende strafbaa-
re Menschen waaren. Maar de oude Vrouw antwoor-
de, Toen ik jong was, ende by gevolge niet wist dat de
Successien ofte veranderingen van Monarchen ofte Heers-
sende Menschen, den Onderdaanen altijds meer quaads
dan goeds aanbragt, ende dat hier te Syrakusen voor
de gemeene Ingeseetenen gants geene beeterschap, dan
door niewe beetere ordre eener Vrye Regeeringe te ver-
wagten was; Soo bad ik, ende meer ander goede In-
geseetenen met my, om de dood van den ouden Dio-
nysius, die onse Vrye Republik verkragte ende alle moed-
wil aanregte; Maar Leider! meenende in des selven
doode onsen wensch verkreegen te hebben, soo sie ik
den selven gevolgd van deesen sijnen Nazaat, die het
nog tienmaal slimmer, als de oude Dionysius ooit dee-
de, maakt: daarom vreese ik weederom voor den der-
den, ende geloove datter in onlangs ooverheerde Lan-
den selden jonge Koningen koomen, die de ouden ver-
beeteren: maar gemeenelik soodaanigen, die de Ingesee-
tenen meer ende meer van haare Vryheeden berooven en-
de onderdrukken.
Uitlegging der Woorden.
Wie de Personen zijn, welk ein deeser FABULE
werden voorgedraagen, behousd geene Uitleg-
ging, maar wel de Saaken, die daar meede be-
duid werden:
Naamentlik de eerste Koningen, die oover te vooren Vrye Lan-
den ofte Steerden beginnen te heerssen, hebben die Hoogheid ver-
kreegen ofte door eene Vrye keure der Ingeseetenen, ofte door
Bedrog ende Geweld. Ende hoewel niemand ten Hoofde eener Re-
publike gekooren word, dan om eenige bequaamheeden,
die men in sijne Voor-Ouderen gesien heeft, ende ook meend
ofte hoopt in de selven Mensche te sien, ende seekerlijk
vertroud, dat hy die soo seer te sijnen voordeele als
wel ten gemeenen welvaaren der Ingeseetenen gebruiken sal:
Soo bevind men nogtans sig selfs daar in doorgaans bedroo-
gen.
Ende bevind men het selven altijds, wanneer jemand door
Bedrog ofte Geweld, of gelijk meest altijds geschied door beiden,
sig ten Hoofde der Republike opwerpt, ofte opgeworpen heeft.
Ester zijn beide die Hoofden daar in gelijk, dat sy die Hoogheid
niet verkrijgen, wanneer sy door Kindsheid, ofte quaade opvoe-
dinge, daar toe onbequaam zijn; maar als sy mannelijke Jaa-
ren bereikt, ende bewijs van haare bequaamheeden gegee-
ven hebben, ofte onder het verkragten der Republike gee-
ven.
Derhalven soo ontstaat daar uit, dat sy Regeeren konnen
ende willen, sonder sig allessins van anderen te laaten regeeren;
als ook hier uit volgd, dat sy niet alleen weeten wat sy in andere
Hoofden, ofte Koningen geloofd ofte mispreesen hebben, maar
ook, om dat sy selfs Onderdaanen ofte gemeene Ingeseetenen zijn
ofte waar van, de Ingeseetenen, die gehoorsaamen moeten,
geneegen zijn, ofte een afkeer hebben.
Ende vermits die Hoofden daar beneevens heerssen oover In-
geseetenen, die onlangs Vry geweest zijn, ende daarom niet
willen slaafagtig dien Heere dienen, ende sy ook weeten, dat een
mensch oover veelen niet dan precario, ofte soo lange sy dat lijden
willen, gebieden kan, soo moeten noodwendig die eerste Hooden
ofte Koningen seer voorsigtig regeeren, met niet dan onder ee-
nen grooten schijn van Regt, de aansienelijkste Liefhebbers der Vryheid
doodende, ofte verbannende, ende alsoo waarlik voortgaande
met die gemeene Ingeseetenen door eene Koninglijke magt
te dwingen ende te bedriegen, nogtans te schijnen die te oo-
verreeden ende met de meeste stemmen der Ingeseetenen te
oovertuigen.
Welk Mom, indien de eerste Hoofden, ofte Koningen afleggen,
soo werden sy seer ligtelik van die Hoogheid beroofd.
Ende op dat niet haare Soonen haar souden naarvolgen in die
Heerssugt ende bequaamheeden, waar door sy de Vrye Republik
hebben verkrast, om insgelijks die Heerschappye hunnen Vaa-
dere door bedrog ende geweld te onttrekken; soo zijn sy ge-
noodsaakt de selve Soonen in alle onweetenheid, ongebondend-
heid, weelde, ende wellusten te doen opvoeden. Waar door
die Soonen daar naa haaren Vaader in der Heerschappye vol-
gende, gemeenelik in het geheel trotse laatdunkende menschen
zijn, ende als halve Gekken nog willen nog konnen Regee-
ren, ende in steede van dien, eenen haaren Gonstelinge waarelik
alles laaten bestieren, op dat sy middeler wijle alle haare wel-
lusten tragten te versaaden: Soo nogtans dat Sy ende haare
Hoovelingen nog eenigsins weederhouden werden door de ge-
dagten, dat de liefde tot de gemeene Vryheid niet in het ge-
heel gestorven is by ofte in de Harten ende Gemoederen der
gemeene Ingeseetenen, ende dat de uisteekensten van dien, alvoo-
rens gedood, ofte haare eigene dood gestorven behoorden te
zijn, eer sy Hoofden, Koningen ende Hovelingen met volle gerustheid,
de Koninglijke Schelmstukken voor Deugden konnen doen op-
pye volgen, sy ende haare Hoovelingen geen belet vinden,
waarom sy niet onbeschaamdelik alle haare lusten volgen, en-
de daar meede waarelik toonen souden geene Wetten, gelijk
de gemeene Borgers, onderworpen te zijn, ende dat Sy de
gemeene Onderdaanen, nu der slavernye gewoon, sonder ee-
nigen opstand der selven te vreesen, ten uitersten mogen schee-
ren, drukken, belaaden, ofte dooden.
Ende is dit het gunt deese FABUL ons eigendlik leerd.
Want de Oude Dionysius te Syrakusen van een kloek Krijgsman
een Capitain Generaal, ofte Bevelhebber oover een Heir der Re-
publijke, voor eene reise geworden zijnde, wist in tee-
genloopende gevallen van een swaar oorglog teegen de Carta-
ginensen sig by de gemeene Ingeseetenen ende Krijgsluiden
soo aangenaam te maaken, ende de andere Krijgs-Ooversten der
Republike soo seer te lasteren, dat die Krijgs-OOversten door
den Volke afgeset, ende hy allen gematigd wierd, sonder
eenige bepaalinge dien oorlog uit te voeren. Ende dit ver-
kreegen hebbende, strooide hy uit, dat de misnougden oo-
ver sijne al te groote magt, hem willen dooden, ende dat
hem derhalven ter sijner verseekertheid eene Lijfwagt van ses
hondert mannen noodig was, het welk als hy verkreegen,
ende daar en booven de gonsten sijner Vreemde besoldigde
Krijgsluiden bekoomen had, soo dwong hy daar meede de
Republik van Syracusen den tijd van omtrent acht ende dertig jaa-
ren, in alles sijnen sin te volgen, zijnde onderwijlen seer vee-
le gevallen onderworpen, die hy door sijne klouk-ende dap-
perheid alle te booven quam.
Ende onder anderen deede hy sijnen eenigen Soon, den jon-
gen Dionysius soo quaalijk opbrengen, dat hy hem, in der Re-
geeringe gevolgd zijnde, daar toe gants onbequaam was, en-
de in alle wellusten, ooverdaad ende tyrannie, geleefd heb-
bende, den tijd van tien Jaaren eerst door den vroomen Dion,
ende daar naa door den deugdsaamen ende gelukkigen Timoleon
uit den lande verdreeven, ende Syracusen weederom in sijne Vry-
heid hersteld wierd.
tijden van den tweeden Dionysus, niet dervende hoopen dat de
Republik in Vryheid hersteld soude werden, ende den gemee-
nen loop des weerelds beleefd hebbende, als meede insonder-
heid weetende, dat deese tweede Dionysius eenen seer baldaadi-
gen Soon had, met groote reeden voor sijn lang leeven bad, op
dat niet die Soon haar nog harder handelen soude.
Mitissima sors est regnorum sub rege primo. Lucan.
TYPE emblem pictura IC 25I141 ; 31AA233 ; 46C131 ; 31D17 ; 44B119 ; 44B1527 ; 44B17 ; 46C131 ; 85(WOMAN PRAYING FOR A LONG LIFE FOR DIONYSIUS OF SYRACUSE) ; 86(HET ZIJN GEEN JONGEN DIE DE OUDEN VERBETEREN) ; 86(MITISSIMA SORS EST REGNORUM SUB REGE PRIMO) ; 98B(DIONYSIUS II)3 PREV embstma_add132_emblem011 MOTTO_NLHet zijn geen Jongen die de Ouden
verbeeteren.
13. Een jonge Vors, schielijk ongemeen grooter als andere
oude Vorssen geworden zijnde, ende sig selven by die
kleinen vergeleeken hebbende, met die eigen selfs liefde,
die allen Dieren gemeen is, begon daar uit te vermoe-
den, dat hy van eenen geheelen anderen aart als de ge-
meene Vorssen was, ende wierd allangs daar door soo
laatdunkende, dat hy eindelik sig inbeelde, met der
tijd soo groot als een Koe te konnen ende ook te sullen
werden, indien hy sijnen gestronsten huid met alle kraf-
ten van daage ten daage wel uitspande. Derhalven hy
Vorssen vroeg, of hy niet by naast soo groot als een Koe
was geworden, ende alsoo die kleine, door het blijven in
eenen gemeenen stande, antwoorden sy hem in aller
bedaardheid, ende raadden, ende vertoonden hem met
seer groote Wijsheid, dat het voor hem beeter ende
aansienelijker soude weesen, de grootste onder den Vorssen
te blijven, wanneer selfs sijn voor neemen hem mogte
allerkleinste onder de koejen te sullen weesen. Ende dat
hy in teegendeel nu met naar seekerlik moejelijke ende
voor hem ondoenelijke saaken te tragten, sig in pericul
soude stellen van sig te verderven; alsoo hy van die Koe
nog in grootheid soo veel verscheelde, dat hy met sij-
ne allergrootste opgeblaasendheid, soodaanige grootheid
niet bekoomen, maar wel sig selven ten bersten blaasen
soude konnen. De groote jonge Vors deesen raad ge-
hoord hebbende, meende dat de kleine ende oude Vorssen
hem deesen raad hadden gegeeven uit nijdigheid, ende
om sijne verdere grootheid te beletten, derhalven hy
met sig selven op te blaasen voortging, ende dat met soo
een grooten gewelde, dat hy ten laatsten sig waarelik
ten bersten blies.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben verstaan met een Vors, een
Mensch die in eenen seer geringen ende neederigen
gers, Etc.
Met een Koe, een Mensch die in een seer hoogen stand
gebooren ende opgevoed is.
Met de kleine VORSSEN, neederige Vrienden des
schielik opgewassenen.
Met de jonge groote VORS, een laag gebooren, en-
de van jongs op al te voorspoedig Mensch.
Om dat onse beboustigheid ende swakheid soo groot is, dat wy ons
nooit in eenigen stande bevinden, daar niet ietwes aan ont-
breekt, ende dat wy onses stands gebrekkelikheeden ende on-
gemakken seer wel voelen, ende die van andere standen niet soo
wel vermerken, soo meenen wy dat die andere Standen beeter
zijn, ende tragten wy geduurig naar veranderinge, sonder ooit
vergenougd te weesen. Ende oovermits dien volgende de beste
keure van veranderinge werd gedaan met de meeste kennisse, ende
dat wy de meeste kennisse der voor ende naa-deelen hebben van
die standen, welke met onsen stande eenige gemeenschap hebben,
ende aller naast zijn; Soo bestaat in deesen de meeste mensche-
lijke voorsigtigheid, dat wy naar geenen anderen stand tragten,
dan met seer kleine treeden te doen, naar die den onsen naast
is, die wy best kennen, ende die ons best behaagd. Want oo-
vermits daar en booven de meeste vreugd der menschen hier in be-
staat, dat sy geduurig naar meerdere hoogheid tragtende, in
haar hoope niet bedroogen werden; maar geduurig haar oog-
wit bekoomen: Soo is daar toe geen seekerder middel dan met
seer kleine treeden, naar die hoogheid te stijgen. Eeven gelijk
wy daagelijks sien, dat men op eener laddere met enkele spor-
ten ligtelik ten toppe klimmen kan.
menschen, welke booven haars gelijken door groote voorspoe-
den geklommen zijn, eene groote dwaasheid begaan, wanneer
sy alsdan, volgens den raad van haare wijse ende goede vrien-
den, niet stille staan, om sig ende haaren Stand ter deegen te
erkennen, ende nietwes verders ofte hoogers te begeeren, dan
het gunt haar van selfs schijnt in der hand te vallen; alsoo op-
gemelde raad gebowd is op deese volgende vaste gronden:
Naamentlik, om ten deele aldus de nijd van haars gelijken te
vermijden ofte te betemmen, ende ten deele op dat niet die al te
gelukkige menschen, nieuwe sprongen willende doen, ende die
qualik gelukkende, sy alsdan niet alleen alle de vreugd oover de
eerste voorspoeden koomen te verliesen, maar ook daar en boo-
ven sig sulks koomen te bedrouven, dat sy daar van ter needer
geslaagen werdende, van spijt quijnen ende sterven. Ende hoe-
wel deese drouvige voorvallen soo meenigvuldig zijn, dat yder
mensch van de nuttigheid des opgemelden raads behoorde oo-
vertuigd te weesen, soo werd de selve niet te min in het ge-
meen seer verwaarloost ofte veragtt. Want deese raad, hoe
goed ende seeker hy ook zy, in 't gemeen niet aangenoomen
werd van menschen, die door voorspoeden dronken gewor-
den zijn, ende oover sulks ook sig verseekeren, immers vaste-
lik meenen, wijser als andere menschen te weesen, sulks sy ge-
meenelik voortgaan met hooge sprongen te doen, ende daar
in haar verderf te vinden. Gelijk men deese dwaasheid wel
meest bespeurd in menschen, die in eenen neederigen ende seer
geringen stande gebooren zijnde, haare goederen ongemeen seer
koomen te vermeerderen, door eenige beesigheeden ofte nee-
ringen, die haar daar naa te gering dunken, ende waarom sy
op hoope van meer geagt te sullen werden, ende grootere win-
sten te doen, andere besigheeden ofte neeringen by der hand
neemen, welke met haare voorgaande gants geene gemeen-
schap hebbende, haar dien volgende ook onbekend zijn, sulks
sy die nieuwe neeringen sonder verstand doende, daar in veeltijds
haar verderf vinden.
Ende wer ook somtijds eene nog veel grootere dwaasheid
spoedige handwerks-luiden zijn geweest, daar naa eenige andere nee-
ringe, die daar meede gemeenschap heeft, onderneemen, ende dat
die haar ook wel gelukt zijnde, sy alsdan vervolgens eenige aan-
sienelike koophandelingen in die waaren, daar sy door haard hand-werk
kennisse van hebben gekreegen, aanvangen; ende soo doende,
wijselik binnen den arbeidsaamen ofte sorgvuldigen Borgerlijken
Stand blijvende, met de meeste vergenougsaamheid ende vreugde
souden konnen leeven: sy des niet te min alsdan die dwaas-
heid begaan van nog veel hooger te willen stijgen, ende waa-
nen als Eedelluiden te konnen leeven; ende voor sulken geagt en-
de ge-eerd te sullen werden, indien sy van eenen Koninge of-
te Vorste den naam van Eedelman ofte Ridder verkreegen heb-
bende, eenige Heerlikheeden, met hooge ende laage Jurisdictie voor-
sien, in haaren Vaaderlande koomen te koopen, niet wee-
tende, dat die agting, ende de voordelen, die daar aan vast
souden moogen, weesen, niet bekoomen konnen werden, dan
van die menschen, in welkers geslagt eenige voort-teelingen
naar een seer groote rijkdommen bevonden; ofte eer-amten
bekleed zijn geweest: ende niet ooverdenkende, dat daar en
teegen alle menschen uit der aard seer nijdig zijn op alle de
gelukkigen, welke sig nieuweliks booven haars gelijken, ende
insonderheid met eenen grooten sprong, verheffen: als meede
die menschen niet genoug ooverweegen, dat of wel de nijd
der minderen draagelik schijnd, nogtans de nijd, veragting ofte
dwers-drijving der meerderen, ende insonderheid van beiden niet
sonder seer groote ongemakken gedraagen kan werden van dee-
se nieuwe Eedelluiden. Sulks sy sig van haare meede-Borgeren
benijd, van de oude Eedelluiden veragt, ende van beiden gestoo-
ten voelende, veeltijds meenen de nijd, veragting, dwarsdrij-
ving, twisten ende pleiten, voor te koomen ofte te betemmen,
met sig als ooverkostelijke ende milde Eedelluiden met de oude Eedel-
luiden wel ende seer vriendelik te onthaalen; Hoewel wy daage-
liks sien, dat die nieuwe Eedelluiden daar door des te meer van
de Ouden gehaat ende bespot werden, selfs terwijle die haare
ten. SUlks deese Nieuwe Eedelluiden gemeenelik des te eer-
der sig daar meede verderven, ende verdorven zijnde, soodaa-
nig anderen Menschen ten spotte strekken, dat sy met geen
menschelik meede-doogen konnen werden aangesien, dan met
haar tot eenen trooste in haar ellendg leeven de Dood toe te
wenschen. Ende schoon sy Nieuwelingen dien hoogen swier, haar
leeven geduurende, soo konnen uitvoeren, soo doen sy nogtans
haare kinderen daar door seekerlik in de uiterste armoede ende
ellenden vervallen.
Sulks de eigentlijke sin ende leer deeser FABULE is, dat ge-
ringe Menschen schielik groot geworden zijnde, den raad van
haar oude Vrienden, raadende niet al te hoog te willen stijgen,
moeten involgen, of dat sy, het teegendeel doende, seekerlik
haar verderf daar in sullen vinden.
Tuo te metire pede
TYPE emblem pictura IC 25F51(FROG)(+21) ; 25H21431 ; 47I2112 ; 51G1 ; 52AA53(+4) ; 57AA647(+4) ; 85(FROG AND COW) ; 86(TRACHT NIET NAAR EEN HOGERE STAAT) ; 86(TUO TE METIRE PEDE) PREV embstma_add132_emblem012 MOTTO_NLTragt niet naar een hooger Staat.
ID embstma_add132_emblem013 MOTTO_LA_NORM Tuo te metire pede _IC {'n': '25F51(FROG)(+21)', 'k': '25Fk21', 'c': ['25FF51(FROG)'], 'r': ['71E11722'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F5', '25F51', '25F51(...)', '25F51(FROG)', '25F51(FROG)(+2)', '25F51(FROG)(+21)'], 'b': '25F51(FROG)', 'l': [], 'txt': {'en': 'tailless amphibians: frog (+ young animal)', 'de': 'Amphibien: Frosch (+ junges Tier)', 'fr': 'batraciens sans queue : grenouille (+ jeune animal)', 'it': 'anfibi anuri: rana (+ giovane animale)', 'pt': 'anfíbios sem cauda (anuros): rã (+ animal jovem)', 'jp': '無尾両生類: カエル (+ 若い動物)'}, 'kw': {'en': ['frog', 'young (animal)'], 'de': ['Frosch', 'Tierjunges'], 'fr': ['grenouille', 'jeune (animal)'], 'it': ['rana', 'giovane (animale)', 'cucciolo'], 'pt': ['rã'], 'jp': []}} ; {'n': '25H21431', 'c': ['25HH21431'], 'p': ['2', '25', '25H', '25H2', '25H21', '25H214', '25H2143', '25H21431'], 'b': '25H21431', 'l': ['25Hk0', '25Hk1'], 'txt': {'en': 'pool, puddle', 'de': 'Lache, Pfütze', 'fr': 'mare, flaque', 'it': 'pozzanghera', 'pt': 'poça de água', 'jp': '水溜り'}, 'kw': {'en': ['puddle'], 'de': ['Pfuetze'], 'fr': ['flaque', 'mare'], 'it': ['pozzanghera'], 'pt': ['poça de água'], 'jp': []}} ; {'n': '47I2112', 'p': ['4', '47', '47I', '47I2', '47I21', '47I211', '47I2112'], 'b': '47I2112', 'l': ['47k0', '47k1', '47k2', '47k3', '47k4', '47k5', '47k6', '47k7', '47k8', '47k9'], 'txt': {'en': 'cow', 'de': 'Kuh', 'fr': 'vache', 'it': 'mucca', 'pt': 'vaca', 'jp': '雌牛'}, 'kw': {'en': ['cow'], 'de': ['Kuh'], 'fr': ['vache'], 'it': ['vacca'], 'pt': ['vaca'], 'jp': []}} ; {'n': '51G1', 'p': ['5', '51', '51G', '51G1'], 'b': '51G1', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': 'Largeness, Magnitude', 'de': 'Größe', 'fr': 'Grandeur, Importance, Ampleur', 'it': 'grandezza, ampiezza', 'pt': 'grandeza, magnitude', 'jp': '大きさ, 規模'}, 'kw': {'en': ['large', 'size'], 'de': ['Gesetzmäßigkeiten (allgemeine)', 'gross'], 'fr': ['grand'], 'it': ['grande'], 'pt': ['grande', 'tamanho'], 'jp': []}} ; {'n': '52AA53(+4)', 'k': '5k4', 'r': ['11R5'], 'p': ['5', '52', '52AA', '52AA5', '52AA53', '52AA53(+4)'], 'b': '52AA53', 'l': [], 'txt': {'en': 'Lack of Self-knowledge (+ emblematical representation of concept)', 'de': 'Mangel an Selbsterkenntnis (+ emblematische Darstellung einer Konzeption)', 'fr': "Absence de Connaissance de Soi (+ représentation emblématique d'un concept)", 'it': 'non-conoscenza di sé (+ rappresentazione emblematica di concetti)', 'pt': 'falta de auto-conhecimento (+ representação emblemática do conceito)', 'jp': '自己理解の欠如 (+ 概念の象徴的な表現)'}, 'kw': {'en': ['Cognitione', 'Cognitione delle cose', 'knowledge', 'lack', 'self-knowledge', 'emblem'], 'de': ['Fakultaeten', 'Mangel', 'Selbst(er)kenntnis', 'Wissen', 'cognitione', 'cognitione delle cose', 'Emblem'], 'fr': ['Cognitione', 'Cognitione delle cose', 'absence', 'connaissance', 'connaissance de soi', 'manque', 'emblème'], 'it': ['Cognitione', 'Cognitione delle cose', 'conoscenza', 'conoscenza di sé', 'mancanza', 'emblema'], 'pt': ['Cognitione', 'Cognitione delle cose', 'conhecimento', 'falta', 'auto conhecimento'], 'jp': []}} ; {'n': '57AA647(+4)', 'k': '5k4', 'p': ['5', '57', '57AA', '57AA6', '57AA64', '57AA647', '57AA647(+4)'], 'b': '57AA647', 'l': [], 'txt': {'en': 'Hybris (+ emblematical representation of concept)', 'de': 'Hybris (+ emblematische Darstellung einer Konzeption)', 'fr': "'Hybris', Insolence (+ représentation emblématique d'un concept)", 'it': 'hybris (+ rappresentazione emblematica di concetti)', 'pt': 'orgulho ou arrogância extrema (+ representação emblemática do conceito)', 'jp': '思い上がり (+ 概念の象徴的な表現)'}, 'kw': {'en': ['Humiltà', 'boasting', 'humility', 'hybris', 'emblem'], 'de': ['Demut', 'Hybris', 'humiltà', 'prahlen', 'Emblem'], 'fr': ['Humiltà', 'humilité', 'hybris', 'se vanter', 'emblème'], 'it': ['Humiltà', 'hybris', 'umiltà', 'vanagloria', 'emblema'], 'pt': ['ostentando', 'humildade', 'Humiltà', 'hybris'], 'jp': []}} ; {'n': '85(FROG AND COW)', 'p': ['8', '85', '85(...)', '85(FROG AND COW)'], 'b': '85(FROG AND COW)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'fable of the Frog and the Cow', 'de': 'Fabel: Der Frosch und die Kuh', 'fr': 'fable de la Grenouille et du Boeuf', 'it': 'favola: la Rana e la Mucca', 'pt': 'fábula da Rã e da Vaca', 'jp': 'カエルと牛の寓話'}, 'kw': {'en': ['Frog and Cow', 'cow', 'frog'], 'de': ['Frosch', 'Frosch und Kuh', 'Kuh'], 'fr': ['Grenouille et le boeuf', 'grenouille', 'vache'], 'it': ['Rana e bue', 'rana', 'vacca'], 'pt': ['vaca', 'rã', 'Rã e da vaca'], 'jp': []}} ; {'n': '86(TRACHT NIET NAAR EEN HOGERE STAAT)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(TRACHT NIET NAAR EEN HOGERE STAAT)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (TRACHT NIET NAAR EEN HOGERE STAAT)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (TRACHT NIET NAAR EEN HOGERE STAAT)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (TRACHT NIET NAAR EEN HOGERE STAAT)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (TRACHT NIET NAAR EEN HOGERE STAAT)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (TRACHT NIET NAAR EEN HOGERE STAAT)', 'jp': '諺, 格言 等々 (TRACHT NIET NAAR EEN HOGERE STAAT)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(TUO TE METIRE PEDE)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(TUO TE METIRE PEDE)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (TUO TE METIRE PEDE)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (TUO TE METIRE PEDE)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (TUO TE METIRE PEDE)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (TUO TE METIRE PEDE)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (TUO TE METIRE PEDE)', 'jp': '諺, 格言 等々 (TUO TE METIRE PEDE)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML14. De Gans, ende de Papegaai,
De Gans, met sorgen ende met moeite sijne kost ten
waattere ende ten lande in vryheid gesogt hebbende,
ende daar door vet geworden zijnde, wierd misnougd,
wanneer hy by geval omtrend eenes grooten Heerschaps
Huis, in eene vergulde kooje een vreemden Asiatisen Vogel
sag hangen, ende dat die a'daar sonder eenige sorge ofte ar-
beid wel lekkerlik met wynsopjens in oovervloede gevoed
ende gedrenkt wierd; ende begon hy derhalven de andere
Gansen van sijn geslagt op te maaken, om het geluk van sulk
een leeven te souken ende te bejaagen: waar toe sy gelijke-
lik aangemoedigd zijnde, ten Hoove vloogen, ende sig al-
culieren Hoovelingen wierden verdeeld, ende hy, als haar
voorganger, voor den Koninge gebragt, ende in eener kooje
geset wierd, om ook eeven gelijk de Papegaai te werden
opgevoed, onder voorwaarde, van ook te leeren naarklap-
pen, gelijk men hem soude voorseggen, sonder daar in naa-
laatig te werden bevonden, op hooge straffe, ja de dood sel-
ve. Maar toen hy in de kooje geset zijnde, het deurtjen
agter hem hoorde toedoen, ende daar uit sijne gevangenis
besloot, als ook bemerkte hoe onbequaam hy was, om als
een Papegaai te leeren klappen, ende dat hy dien volgende
seekerlijk aanstonds een spot der bet-weetende Papegaajen
soude werden, als ook, dat hy vervolgens al daar nie tlange
by den Koninge in aansien soude konnen blijven; soo brak
hem het sweet van angsten ten lijve uit, ende wenschte hy
geduurig weeder naa sijne oude vryheid, dog te vergeefs.
Sulks hy sijne dwaalinge, ende daar en booven sijnen raad
ofte verraad, waar door alle de andere vrye Gansen slaaven
geworden waaren, ooverdenkende, daar door in eener tee-
ringe verviel, ende ellendiglik quam te sterven.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier met eenen vetten Ganse ver-
staan, een rijken Boer ofte een rijk Borger, ofte een
Magistraats-Persoon eener Vrye Republike.
Met een Papegaai, een Hooveling.
Met de goude Kooi, een Konings Hof.
Dat alle goede saaken, die ons gebeuren ofte alle onse Goederen die
wy verkrijgen, ende die wy blijven besitten, in den beginne onses
besits, ons eene groote vreugd aanbrengen, bevind een yder aan sig sel-
ven: als ook, dat wy alsdan, gelijk of wy daar omtrend ons oogwit ver-
kreegen hadden, daar van versaadigd zijn; ende onse gedagten doen
rusten, in sulker vougen, dat eene korte gewoonte van die goederen
ons genooten, soodanig doed verdwijnen, dat naaweliks daar van oo-
ver blijft eenig gevoelen, dat magtig is onse gedagten op te wekken,
om als de voorvallen sulks wel souden vereissen, die waardije der goe-
deren, die wy besitten, wel te ooverweegen, ende naar waarheid te
schatten. Daar en tegen bevinden wy ook, dat de quaade saaken ende
de Verliesen van goederen, ons niet alleen bedrouven, wanneer sy
ons ooverkoomen, maar dat ook de geheugenisse ende de smert van
dien, onse gedagten geduurig opgewekt, om de grootheid der selven
wel te ooverleggen, ende met eenen te bedenken, of daar geen mid-
del voor ons sy, om van dat altijds drukkende quaad ontslagen te wer-
den, ende onsen voorgaanden, ofte eenen beeteren stand, ende meer
goederen te bekoomen.
Dit is de reden, dat een rijke Boer seer wel begrijpt ende ook swaar
agt, alle den arbeid, ongemakken ende teegenspoeden, die hem om-
trend den Landbouwe voorkomen, ende daar en teegen niet bedenkt,
nogte naar waardye weet te schatten, hoe groot een goed het zy al-
leen van sijne eigene forge ofte naarstigheid, ende van Goodes alge-
meenen seegen oover het aardrijk ende het vee af te hangen; Sulks hy
om van alle sijne opgemelde arbeiden ontslagen te werden, begeerd
een Steedeling ofte Borger te zijn; en dat hy een Borger geworden zijnde,
aanstonds begind te voelen ende te begrijpen, niet de gemakken ende
seekerheeden, die de Poorters soo in tijden van Vreede als Oorloge, meer
als de Bewooners der Platte Landen genieten; maar wel de groote
onseekerheeden der profijten, ontstaande uit Poorters-neeringen, ende
de kostelikheid der Steeden, als meede hoe groote vlijt ende forge men
aldaar moet aanwenden, om van andere menschen, daar men om sij-
ne neeringe te konnen drijven, geduurig meede heeft te handelen,
niet bedroogen ende beschaadigd te werden. Derhalven die Borger
weederom meend groote reeden te hebben om te tragten als een
Rentenier stille op sijne inkomsten te mogen leeven. Ende dat ver-
kreegen hebbende, gevoeld hy niet allen de ongemakken ende sor-
gen, welke aan dat leeven vast zijn, maar is daar en boven ook met sij-
nen tijde verleegen; sulks hy alsdan enkelik wenst naar eenige aansie-
nelijke hem betaamende beesigheid, namentlik in der Regeeringe van ee-
nig Gods Huis, Land ofte Steede, gebruikt te werden. Ende indien
hem dat gebeurd, so bevind hy gewisselik die overgroote moejelik-
heeden van sig geduurig te moeten vougen naar de verscheidene ge-
der Regeeringe van dien niet wes uitregten kan: weshalven, indien
soo eener seer Heersugtig is, hy seekerlik waand dat Hovelingen, die niet
meer dan eenen Heere houven te behaagen, veel gelukkiger zijn, als
hy is. Sulks indien hy sig bevind in eener Republike, daar een Hoofd van
groot vermogen is, hy ook seekerlik tragten sal, de gonst des selven te
bekomen, met hem niet sijne eigene goederen, maar wel eerst eeni-
ge Voor-Regten, ende daar na allangs de Gemeene Vryheid sijns Vaderlands
op te offeren, om alsdan gelijk de Meester-slaaf des selven oover alle Slaa-
ven sijne Meederbroederen ende andere Ingeseetenen te konnen heer-
sen. Het welk, indien hy verkrijgd, soo bevind hy seer haast, dat een
Boer, ofte Borger, die gewoon is op sijnen eigen gronde te bouwen, tee-
ring naar neering te setten, ende voorts gerust te zijn, als hy sig naar
de gemeene Wetten sijnes Vaderlands heeft gedragen, op verre naar
soo bequaam niet is, om daar liegen ende bedriegen, quistig, baldaadig en-
de ontugtig te leven, des Heeren gonsten te konnen behouden, als de
geboorene Hovelingen, die van kindsbeen aan, neevens dien Vorst, in alle
ontugt opgegroeid zijn. Ende terwijle die Hofsieke Borger, de gonst des
Vorsten 't hemwaarts, niet verkreegen heeft, dan met allangs de Reg-
ten ende Goederen des wel eer Vryen-Volks aan hem op te offeren, en-
de dat ook daar naa soo haast geene offerhanden meer door hem aan
dien Vorste ofte Heere, konnende werden opgeofferd, hy des Vor-
sten gonst t'hemwaarts van tijden ten tijden siet verminderen, ende daar
en booven soo gevoeld hy dat sijne Meeder-Broeders in der Regee-
ringe, jaa de oude Hoovelingen, hem voor eenen Verrader sijns Vaader-
lands aansien, ende dat sijne Meede-Ingeseetenen hem oopenbaarelik
als soodaanig eenen veragten, ende vervlouken. Sulks hy te laat be-
grijpende, dat een Boer ofte Borger ten Hove niet geagt werd dan soo
lange hy kan ende schijnd te willen sijn Vry Vaaderland verkoopen
ofte verraaden, ende dat alle die gonst ophoud, soo haast hy dat groot
schelmstuk bedreeven heeft. Waarom hy alsdan daar van eene soo
groote smerte gevoeld, dat hy eindelik van Spijt ende Hertseer sterfd:
Laatende allen menschen een voorbeeld naa, dat sy sig in haaren Stan-
de soo gelukkig behoorden te maaken, ende vergenougd te houden
als doenelik is, behoorden te maaken, ende vergenougd te houden
als doenelik is, sonder geduurig naar eenen anderen stand te haaken.
Ende dit is eigentlik het gunt ende waar van de Ouden ons met deeser
FABULE hebben willen leeren ende afschrikken.
Optat ephippia bos piger, optat arare caballus
TYPE emblem pictura IC 25F35(PARROT) ; 25F36(GOOSE) ; 34B131 ; 45F90 ; 51EE1(+4) ; 57AA76 ; 85(GOOSE AND PARROT) ; 86(DAAR IS GEEN ELLENDIGER MENS ALS EEN VERRADER VAN ZIJN VRIJE VADERLAND) ; 86(OPTAT EPHIPPIA BOS PIGER, OPTAT ARARE CABALLUS) PREV embstma_add132_emblem013 MOTTO_NLDaar is geen ellendiger Mensch, als een Ver-
raader van sijn Vry-Vaaderland.
15. Bootsmans Vertelling.
SEeker Bootsman uit Oost-Indien gekoomen zijnde, sei-
de aldaar geweest te hebben an drie Eilanden, waar
van het eersten, hoewel het vrugtbaar ende haaven-rijk was,
wierd bewoond van seer weinige Menschen, ende ook van
een geleerd Medicijn, die met eenen, Heer van het Ei-
land was; ende weegens sijne sorge oover alle de Sieken,
een seeker gedeelte erfde aller goederen, die sy by doode
quaamen naar te laaten. Sulks in het gemeen hem voor-
deelig zijnde, dat de sieke Onderdaanen niet lange Bed-
leegerig waaren, hy de selven naaweliks ondersogt, om
te weeten, wat haare eigentlijke siekte was, maar seer
ten, ofte Braaken. Ende vermits het hem ook lastig was,
selfs de Sieken te beloopen, soo liet hy die wel meest be-
sorgen door sijne Dienaars, die sig ook beroemden groo-
te kennisse van die konste te hebben, ende die ook wee-
gens haare besouken, ende leverantie van Medicamenten,
jaa ook door ende van het versterven der Sieken, haare
grootste Voordeelen wisten te trekken, ende dat alles naar
hun eigen gelieven. Door beiden welke gevallen, veele
menschen aldaar voorbedagtelik siek gemaakt ofte gedood,
ofte versuims, ofte quaalik geneesen wierden. Het twee-
den Eiland wierd bewoond van voornaame Doctoren in
der Medicijne, die gesaamentlik Regenten oover dat Ei-
land waaren, ende yder in het bysonder leefde van een
seeker loon, welk sy sig van tijden ten tijden naar voor-
gaande keure, door de gesaamentlike Medicijns beraamd,
toeleiden, oover haare besouken ende geleeverde kruiden
ofte dranken aan den Sieken, maar ook soodaanig, dat
sy van den Gesond-gewordenen meerder als van den Oo-
verleedenen, in reekeninge brengen mogten. Sulks sy by
het sterven der Sieken sig meer beschaadigd als gebaat
vindende, haare Inwooners poogden in het leeven te
behouden; soo nogtans dat sy om van haare konste ook
gemakkelik ende vermaakelik te konnen leeven, haare
Inwooneren geduurig aanraadeden, eenige haarer krui-
den ofte dranken te gebruiken, om Siekten voor te koo-
men, ofte wel op de allerminste ontsteltenisse te doen
Kakken, Sweeten, ofte Braaken, Maar de Inwooners,
leevende naar den raad deeser treffelijke Doctoren, waa-
ren in't gemeen slap ende swak van gestel haares lighaams
daar altijds wat aan te doen ende meesteren viel; en-
de waar door sy ook veel eer quaamen te sterven, dan
Eiland, in teegendeel, geene Doctoren in hebbende, maar
alleen bewoond zijnde van Menschen, die met eene gemee-
ne menschelijke kennisse, ende ondervindinge, voor haare
eigene gesondheid ende leeven sorgden, was ongemeen
seer bevolkt ende van veele Menschen bewoond, ende had
niet als hardvogtige, vaste ende sterkgespierde Ingeseetenen.
Uitlegging der Woorden.
Met MEDICYNS, werden verstaan Regen-
ten.
Met SIEKEN, de gemeene Ingeseetenen.
Met ADERLAATEN, te dooden.
Met KAKKEN, Schattingen.
Met Sweet-Dranken, Imposten op alle Leevens-
middelen.
Met Braak-Drankjen, Gelden op Renten genoo-
men, die daar naa weeder met groote smert oovergegee-
ven moeten werden.
Om dat onder de Geleerden van ouds getwist is, welke forme
van Regeeringe de beste zy, moeten wy ten eersten aanmer-
ken, dat daar oover geen besluit gemaakt kan werden, dat ten
zy wy alvoorens wel begrijpen, dat Politikelik ofte in der Regee-
ringe, niet goed ofte quaad kan werden gesegt te zijn, het gunt
deesen ofte dien, het zy Regenten, het zy Onderdaanen, in het byson-
der schaade ofte baat aanbrengd, alsoo in deesen sinne, eene en-
de deselve saak ofte ordre, den eenen schaade, ende den ande-
ren baat aanbrengende, gelijk dat meestendeel gebeurd, die
selfde saak, ordre ofte wet, te gelijk goed ende quaad soude
om dat die Woorden in der Politie eene seekere beteekeninge heb-
ben mogen, soo is noodsaakelik, dat waarelik het gunt Politikelik
Goed ofte Quaad genaamd mag werden, ook aan den gemeenen
Staat, dat is, den meesten Ingeseetenen Vrugt aanbrenge, ende niet den
meesten lastigen Ingeseetenen van dien Staat, baat ofte schaade
aanbrengen moet.
Ende oovermits alle menschen meer haar eigen bysonder Goed of-
te Quaad, als dat van den gemeenen Staat, ofte wel eenes anderen
menschen te verkrijgen, ofte te vermijden tragten; Soo noemen
de Menschen ook gemeenelik Goed ofte Quaad, het gunt voor haar
in het bysonder Goed ofte Quaad is, schoon het in teegendeel den
gemeenen Menschen haarer Republike Schaadelik ofte Heilsaam
soude weesen. Ende oovermits daar beneevens de Menschen,
wanneer sy met de magt der Regeeringe bekleed werden, deese
gemeene menschelikheid niet afleggen. Soo volgd hier uit seer
klaarelik, dat aldaar eene goede forme der Regeeringe is, alwaar de
Regenten om eigen Baat te bekoomen, ende Schaade te ver-
mijden, het gemeen goed besorgen, ende het gemeen quaad af-
weeren moeten; Ende dat daar en teegen aldaar eene quaade for-
me der Regeeringe is, alwaar de Regenten haar eigen Baat niet
dan in de Schaade van het Gemeen vinden konnen, ende alwaar
sy haare eigene schaade niet dan door het Gemeen te beschaadi-
gen, afweeren konnen.
Ende dit als van een vaste grond af gesteld zijnde, soo kan
een ider seer ligtelik sien, dat in de Een-Hoofdigde Regeeringe een
Mensch sijn eigen Schaade, Ongemakken ofte Verdriet vermijden
moogende, ten verdriete des Gemeens, hy het gemeen Wel-ofte
Quaalik-vaaren der Onderdaanen, niet souken nogte afweeren sal,
dan voor soo veel ende soo verre als het hem lust, ofte voor soo
veel hy selfs daar van een afkeer heeft, Waar uit dan ook gemee-
nelik ontstaat, dat aldaar veele Ingeseetenen uit den Lande ver-
trekken, ende weinigen van buiten koomen inwoonen.
Gelijk meede uit den selven gronde volgd, dat in der Aristo-
kratike ofte Veel-Hoofdige Regeeringe, ider Regent aldaar sijne men-
schelikheid behoudene, sy alle uit kraste der selve, alle saaken,
bekoomen ofte te vermijden, sonder in soo eenen gevalle ee-
nigsins op de andere gemeene Ingeseetenen te passen: ende dat
daar en teegen in andere gevallen, waar meede het Gemeen ge-
baat ofte beschaadigd, ende niet dan een lid ofte weinigen gebaat
ofte beschaadigd soude ofte souden werden, die Regeering ofte
de meeste Regeerders van dien, alsdan in het gemeen welvaaren,
seekerlik haar voordeel vinden konnen. Waar uit dan ook
volgd, dat de Gemeene Ingeseetenen aldaar liever als onder ee-
ne Monarchale ofte Een-Hoofdige Regeeringe, blijven woonen en-
de vermeenigvuldigen.
Ende eindelik volgd uit den selven gronde, dat in Landen of-
te Steeden, daar alle Menschen, tot der Regeeringe bequaam zijnde,
ook deel aan der Hooge Regeeringe hebbemn, sy uit kragte
der Gemeene menschelikheid, alls haar eigen baat ende schaa-
de soukende te bekoomen ofte te vermijden, ook waarelik door
het selven middel, het welvaaren van het gemeen verkrijgen,
ende de schaade van het gemeen vermijden sullen: om dat de
meeste stemmen der Regeeringe aldaar ook de meeste Ingeseetenen,
dat is het Gemeen, uitmaaken; Waar door eingelik die Landen en-
de Steeden ongemeen seer bevolkt werden. SUlks dit waarelik
de allerbeste forme der Regeeringe is, ende de Aristokratike of-
te Veel-hoofdige Regeeringe, naar sy in meer ofte min Leeden
bestaat, beeter ofte min goed is, om dat alsdan het gemeen
goed ende quaad, meer ofte min betragt ofte vermijd werd;
als meer ofte min de Volks-Regeeringe naaderende, ende meer ofte
min van de Een-Hoofdige Regeeringe afwijkende.
Maar of wel opgemelde Reeden-kaaveling in het gemeen op
oneweerderspreekelijke gronen steund, ende dien volgende te
wenschen waare, dat allesins werk-stellig gemaakt ende uit-
gevoerd konde werden: Soo is nogtans bekend, dat men gee-
ne landen endee by-een-wooningen van Menschen, sonder ee-
ne voorgaande Regeeringe vind, ende dat de geleegentheid der
Landen, aard, oude gewoonten ende beesigheeden, soo der
Regenten als der Onderdaanen, ofte gemeene Ingeseetenen;
gemeenelik soo diepe wortelen in de geneegentheeden aller In-
nog door Reeden-kaavelinge, nog door klein Geweld verbeeterd
plagten te werden, ende door groot Geweld nooit eene Volks-
regeering, maar altijds de allernoodste Een-Hoofdige, dat is,
eene Arbitrare Regeering plagt ingevoerd te werden. Van alle
het welk veele voorbeelden souden konnen bygebragt wer-
den, soo uit de geschiedenisse deeser, als anderer Landen;
die wy om de haatelikheid van dien te ontgaan, als ook om niet
al te lange te zijn, onaangeroerd sullen laaten, ende van den
eigentlijken sinne deeser FABULE niet spreeken, alsoo die
sig selven leerd.
Quisquis suae casae
TYPE emblem pictura IC 31A2524 ; 41A711 ; 41A7211 ; 42E531 ; 44B62 ; 46C223 ; 46C24 ; 46C2711(BOATSWAIN) ; 49G1 ; 49G3111 ; 57AA61 ; 85(BAD DOCTORS, BAD GOVERNMENT) ; 86(EEN IEDER VOOR ZICH, GOD VOOR ONS ALLEN) ; 86(QUISQUIS SUAE CASAE) PREV embstma_add132_emblem014 MOTTO_NLEen yder voor sig, God voor ons allen.
ID embstma_add132_emblem015 MOTTO_LA_NORM Quisquis suae casae _IC {'n': '31A2524', 'p': ['3', '31', '31A', '31A2', '31A25', '31A252', '31A2524'], 'b': '31A2524', 'l': ['31k0', '31k1', '31k2', '31k3', '31k4', '31k5', '31k6', '31k7', '31k8', '31k9'], 'txt': {'en': 'counting off arguments, calculating on fingers', 'de': 'mit den Fingern einzelne Punkte bzw. Argumente aufzählen, mit den Fingern rechnen', 'fr': 'énumérer les arguments, calculer sur les doigts', 'it': 'contare, fare calcoli, con le dita', 'pt': 'contando argumentos, calculando com os dedos', 'jp': '引数を数える, 指で計算する'}, 'kw': {'en': ['counting', 'finger'], 'de': ['Finger', 'abzaehlen', 'zaehlen'], 'fr': ['compter', 'doigt'], 'it': ['contare', 'dito'], 'pt': ['contando', 'dedo'], 'jp': []}} ; {'n': '41A711', 'c': ['41A7111', '41A7112'], 'r': ['41C3'], 'p': ['4', '41', '41A', '41A7', '41A71', '41A711'], 'b': '41A711', 'l': ['41k0', '41k1', '41k2', '41k3', '41k4', '41k5', '41k6', '41k9'], 'txt': {'en': 'table', 'de': 'Tisch', 'fr': 'table', 'it': 'tavolo', 'pt': 'mesa', 'jp': 'テーブル'}, 'kw': {'en': ['table'], 'de': ['Materialitaet', 'Moebel', 'Tisch'], 'fr': ['table'], 'it': ['tavola', 'tavolo'], 'pt': ['mesa'], 'jp': []}} ; {'n': '41A7211', 'c': ['41A72111'], 'p': ['4', '41', '41A', '41A7', '41A72', '41A721', '41A7211'], 'b': '41A7211', 'l': ['41k0', '41k1', '41k2', '41k3', '41k4', '41k5', '41k6', '41k9'], 'txt': {'en': 'stool', 'de': 'Hocker', 'fr': 'tabouret', 'it': 'sgabello', 'pt': 'banquinho', 'jp': 'スツール'}, 'kw': {'en': ['stool'], 'de': ['Hocker'], 'fr': ['tabouret'], 'it': ['sgabello'], 'pt': ['tamborete'], 'jp': []}} ; {'n': '42E531', 'c': ['42E5311'], 'p': ['4', '42', '42E', '42E5', '42E53', '42E531'], 'b': '42E531', 'l': ['4k0'], 'txt': {'en': 'inheritance', 'de': 'Erbe, Hinterlassenschaft', 'fr': 'héritage', 'it': 'eredità', 'pt': 'herança', 'jp': '相続'}, 'kw': {'en': ['inheritance'], 'de': ['Erbe (Hinterlassenschaft)'], 'fr': ['héritage'], 'it': ['eredità'], 'pt': ['herança'], 'jp': []}} ; {'n': '44B62', 'c': ['44B621'], 'p': ['4', '44', '44B', '44B6', '44B62'], 'b': '44B62', 'l': ['4k0'], 'txt': {'en': 'bad government', 'de': 'schlechte Regierung', 'fr': 'mauvais gouvernement', 'it': 'cattivo governo', 'pt': 'má governação', 'jp': '悪い政府'}, 'kw': {'en': ['bad'], 'de': ['schlecht'], 'fr': ['mauvais'], 'it': ['cattivo'], 'pt': ['mau'], 'jp': []}} ; {'n': '46C223', 'c': ['46C2231', '46C2232', '46C2233', '46C2234', '46C2235', '46C2236', '46C2237'], 'p': ['4', '46', '46C', '46C2', '46C22', '46C223'], 'b': '46C223', 'l': ['46Ck0', '46Ck1', '46Ck2', '46Ck3', '46Ck4', '46Ck5', '46Ck6', '46Ck7', '46Ck8', '46Ck9'], 'txt': {'en': 'harbour', 'de': 'Hafen', 'fr': 'port', 'it': 'porto', 'pt': 'porto', 'jp': '港'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '46C24', 'c': ['46C24(...)', '46C241'], 'p': ['4', '46', '46C', '46C2', '46C24'], 'b': '46C24', 'l': ['46Ck0', '46Ck1', '46Ck2', '46Ck3', '46Ck4', '46Ck5', '46Ck6', '46Ck7', '46Ck8', '46Ck9'], 'txt': {'en': 'sailing-ship, sailing-boat', 'de': 'Segelschiff, Segelboot', 'fr': 'bateau à voiles, voilier', 'it': 'veliero, barca a vela', 'pt': 'embarcação à vela, barco à vela', 'jp': '帆船, ヨット'}, 'kw': {'en': ['sailing-ship', 'yacht'], 'de': ['Gewaesser', 'Jacht', 'Segelboot'], 'fr': ['voilier', 'yacht'], 'it': ['imbarcazione a vela', 'veliero', 'yacht'], 'pt': ['veleiro', 'iate'], 'jp': []}} ; {'n': '46C2711(BOATSWAIN)', 'c': ['46C2711(SAILOR)'], 'p': ['4', '46', '46C', '46C2', '46C27', '46C271', '46C2711', '46C2711(...)'], 'notation_with_name': '46C2711(...)', 'bracketed_text': '(BOATSWAIN)', 'b': '46C2711(...)', 'l': ['46Ck0', '46Ck1', '46Ck2', '46Ck3', '46Ck4', '46Ck5', '46Ck6', '46Ck7', '46Ck8', '46Ck9'], 'txt': {'en': 'seaman (BOATSWAIN)', 'de': 'Seemann (BOATSWAIN)', 'fr': 'marin (BOATSWAIN)', 'it': 'marinaio, uomo di mare (BOATSWAIN)', 'pt': 'marinheiro, homem do mar (BOATSWAIN)', 'jp': '船員 (BOATSWAIN)'}, 'kw': {'en': ['captain', 'chief mate', 'mate', 'steersman'], 'de': ['Kapitaen', 'Maat', 'Obermaat', 'Steuermann'], 'fr': ['capitaine', 'second', 'second maître', 'timonier'], 'it': ['capitano', 'nostromo', 'timoniere', 'ufficiale in seconda'], 'pt': ['capitão', 'companheiro do chefe', 'companheiro', 'timoneiro'], 'jp': []}} ; {'n': '49G1', 'c': ['49G11', '49G12', '49G13'], 'r': ['34C5', '42A241'], 'p': ['4', '49', '49G', '49G1'], 'b': '49G1', 'l': ['49k0', '49k1', '49k2', '49k3', '49k4', '49k5', '49k6', '49k7', '49k8', '49k9'], 'txt': {'en': 'physician, doctor', 'de': 'Arzt, Doktor', 'fr': 'docteur en médecine, médecin', 'it': 'medico, dottore', 'pt': 'médico, doutor', 'jp': '医師'}, 'kw': {'en': ['physician'], 'de': ['Arzt'], 'fr': ['médecin'], 'it': ['medico'], 'pt': ['médico'], 'jp': []}} ; {'n': '49G3111', 'p': ['4', '49', '49G', '49G3', '49G31', '49G311', '49G3111'], 'b': '49G3111', 'l': ['49k0', '49k1', '49k2', '49k3', '49k4', '49k5', '49k6', '49k7', '49k8', '49k9'], 'txt': {'en': 'urinal (and basket)', 'de': 'Urinflasche (und Korb)', 'fr': 'urinal (et corbeille)', 'it': 'orinale (e contenitore)', 'pt': 'urinol (e recipiente)', 'jp': '小便用便器 (および籠)'}, 'kw': {'en': ['basket', 'urinal'], 'de': ['Korb', 'Urinflasche'], 'fr': ['corbeille', 'urinal'], 'it': ['cesto', 'orinale'], 'pt': ['cesta', 'mictório'], 'jp': []}} ; {'n': '57AA61', 'c': ['57AA611', '57AA612', '57AA613', '57AA614'], 'r': ['52AA6'], 'p': ['5', '57', '57AA', '57AA6', '57AA61'], 'b': '57AA61', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': 'Dishonesty, Falsety', 'de': 'Unehrlichkeit, Falschheit', 'fr': 'Malhonnêteté, Fausseté', 'it': 'disonestà, falsità', 'pt': 'desonestidade, falsidade', 'jp': '不誠実さ, 間違い'}, 'kw': {'en': ['Amor di Virtù', 'Attione virtuosa', "Guida sicura de' veri honori", 'Ripa', 'Virtus', 'Virtù', 'Virtù insuperabile', 'dishonesty', 'falsety', 'virtue'], 'de': ['Amor di Virtù', 'Falschheit', 'Ripa, Cesare', 'Tugend(haftigkeit)', 'Unehrlichkeit', 'Virtus', 'attione virtuosa', "guida sicura de' veri honori", 'virtù', 'virtù insuperabile'], 'fr': ['Amor di Virtù', 'Attione virtuosa', "Guida sicura de' veri honori", 'Ripa', 'Vertu', 'Virtù', 'Virtù insuperabile', 'fausseté', 'malhonnêteté', 'vertu'], 'it': ['Amor di Virtù', 'Attione virtuosa', "Guida sicura de' veri honori", 'Ripa', 'Virtus', 'Virtù', 'Virtù insuperabile', 'disonestà', 'falsità', 'virtù'], 'pt': ['Amor di virtù', 'Attione virtuosa', 'desonestidade', 'falsety', "Guida sicura de 'veri honori", 'Ripa', 'Virtù', 'Virtù insuperabile', 'virtude', 'Virtus'], 'jp': []}} ; {'n': '85(BAD DOCTORS, BAD GOVERNMENT)', 'c': ['85(COCK AND PEARL)', '85(DOG ON BRIDGE)', '85(FATHER, SON AND ASS)', '85(FOX AND RAVEN)', '85(FROG AND COW)', '85(RAVEN AND SCORPION)', '85(REYNARD THE FOX)', '85(SWAN AND COOK)', '85(AESOP, Latin fable index)'], 'p': ['8', '85', '85(...)'], 'notation_with_name': '85(...)', 'bracketed_text': '(BAD DOCTORS, BAD GOVERNMENT)', 'b': '85(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'fables (BAD DOCTORS, BAD GOVERNMENT)', 'de': 'Fabeln (BAD DOCTORS, BAD GOVERNMENT)', 'fr': 'fable (BAD DOCTORS, BAD GOVERNMENT)', 'it': 'scene da favole (BAD DOCTORS, BAD GOVERNMENT)', 'pt': 'fábulas (BAD DOCTORS, BAD GOVERNMENT)', 'jp': '寓話 (BAD DOCTORS, BAD GOVERNMENT)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(EEN IEDER VOOR ZICH, GOD VOOR ONS ALLEN)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(EEN IEDER VOOR ZICH, GOD VOOR ONS ALLEN)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (EEN IEDER VOOR ZICH, GOD VOOR ONS ALLEN)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (EEN IEDER VOOR ZICH, GOD VOOR ONS ALLEN)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (EEN IEDER VOOR ZICH, GOD VOOR ONS ALLEN)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (EEN IEDER VOOR ZICH, GOD VOOR ONS ALLEN)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (EEN IEDER VOOR ZICH, GOD VOOR ONS ALLEN)', 'jp': '諺, 格言 等々 (EEN IEDER VOOR ZICH, GOD VOOR ONS ALLEN)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(QUISQUIS SUAE CASAE)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(QUISQUIS SUAE CASAE)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (QUISQUIS SUAE CASAE)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (QUISQUIS SUAE CASAE)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (QUISQUIS SUAE CASAE)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (QUISQUIS SUAE CASAE)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (QUISQUIS SUAE CASAE)', 'jp': '諺, 格言 等々 (QUISQUIS SUAE CASAE)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML16. De Leew, Kalf, Geit, ende Schaap.
De leew, maatschap gemaakt hebbende met een
Kalf, Geit, ende Schaap, om door de Jagt op an-
quam, op aaten, eenigen Beuit te bekoomen, ende door
dat middel veele Dieren gevangen zijnde, met groot ge-
vaar, dat het Kalf, Geit, ende Schaap, selfs van die Die-
ren, geduurende haare Jagt, gequetst ofte verslonden sou-
de zijn geworden, waar van de Leew als van sijne Min-
deren, geenen nood had; Soo wierd efter daar naa het
Wildbraad door die drie onnooselen in vier gelijken dee-
len ordentelik onderscheiden, met die meeninge, dat
ende de Leew om sijne waardigheid, allen de Voorkeur
hebben soude; ALs wanneer de Leew, het eersten naar
sig nam, om dat hy de uitsteekenste was; het tweeden
seide hy hem toe te koomen, om dat hy, buiten tee-
genspreeken, de sterkste was; het derden gedeelte, seide
hy, dat hem niet konde bedisputeerd worden, dewijl
het kennelik was, dat hy de meeste moeite daar toe had
besteed; ende voegde hy daar by, dat, die van haar drie,
soo laatdunkende ende stout was, om booven de twee
andere makkeren sig het vierde toe te eigenen, dat die
sig ook moest gehartigd vinden, om teegen hem te veg-
ten: alsoo hy den selven van nu af aan, voor sijnen oo-
penbaaren Vyand verklaarde. Soo draa deese weereloo-
se Dieren het besluit van den Leewe verstonden, moe-
sten sy, om des Leews vriendschap, ende hun leeven te
behouden, deese onregtvaardigheid nog veinsen te prij-
sen, ende vel opgeeven van hun groot genougen oover
de selve.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier verstaan met den Leew,
een Mensch, die van andere te berooven, gewoon is,
te leeven.
Met KALF, GEIT, ende SCHAAP, menschen die
gewoon zijn, onnooselik van haar eigen Inkoomen te
leeven.
OM dat de Menschen behouftig ende daar beneevens soo on-
magtig zijn, dat sy het gunt haar noodig is, veeltijds niet
maaken sy alsdan Maatschappien, ende bouwen die in het aangaan
der selven altijds op deese Billikheid, dat yder der Maats naar ge-
raade der kennisse, sorge, arbeid ofte goederen, die hy ter
Maatschappie toebrengd, ook sijn aandeel der toekoomende Win-
sten ende Schaaden behoorde, ende ook naar onderlinge be-
schreevene Voorwaarden, sal genieten ende draagen. Ende op
dat het selven ook naargekoomen werde, is niet alleen nodig,
dat alle het opgemelden wel uitdrukkelik beschreeven, ende on-
der de Maats soodaanige gelijkheid zy, dat geen der selven deese
Billikheid ende Voorwaarden mooge veragten ende straffeloos
breeken, met het goeden naar sig, ende het quaaden ten laste
der andere Makkeren te laaten: maar is daar en booven ook noo-
dig, dat het gunt door die Maatschappie bejaagd werd, allen eeven
dienstig, ende indien allen niet eeven noodig ofte aangenaam is, dat
ten minsten niemanne derselven schaadelik zy. Het wel, indien
wel behertigd wierd, soo soude men niet sien soo veele ongelijke
Maatschappien, Borgers ende Boeren, met Koningen, Vorsten, Eedelen,
ende Krijgs-luiden, welke om dat altijds verscheidene ende somtijds
ook tegen een strijdende insigte hebben, gemeenelik alle eenen
seer quaaden uitslag voor den Minderen plagten te hebben.
Ende insonderheit soude men nooit sien, dat Vrye Republiken die
op haaren eigenen Landbouw, Koophandel, Visserie ende See-
vaart, ende dien volgende eewiglik op Vreede gegrond zijn, sou-
den onderneemen met oorlog-lievende Koningen ende Vorsten aan te
spannen, om andere Staaten ende Potentaten eevenwigtig te hou-
den ofte te ooverweegen; ende nog veel min soude men sien,
dat sy douden aanspannen, om eenige Landen ende Steeden der sel-
ven in te neemen, ende daar naa die onder de ooverwinners te
deilen: alsoo ten besten gaande, selfs naa die ooverwinninge en-
de rechtvaardige deelinge; die ooverwonne Landen ende Steeden,
aan soodaanige Vrye Republiken altijds tot eenen groote Laste strek-
ken, ende dat booven dien de ooverwinnende Koningen ende Vor-
sten in soodaanigen Stande sig bevindende, gewoon zijn alle het
gunt door gemeene kosten ende arbeid is gewonnen, naar sig
kers Republiken te doen ontsien, welke om voortaan geene
twee in plaatsen van eenen, ende sterke in plaatse van swakke Vyan-
te hebben, alles aan dien ooverwinnenden Koninge ofte Vorsten
moeten toe geeven ende ten goeden houden. Ende is dit ei-
gentlik oogwit deeser FABULE, alwaar een Leew, die ge-
woon is Vlees te eeten, een Kalf, Geit ende Schaap, die niet
dan gras eeten, des niet te min op voorgeeven, dat andere Die-
ren haar gras verminderen, weet te beweegen, om gesaament-
lik te gaan jaagen ende te dooden andere Dieren, die haar niet
voeden konnen, ende door welke de Leew des te sterker gevoed werd.
Pares cum paribus facillime congregantur.
TYPE emblem pictura IC 25F23(LION)(+45) ; 44G522 ; 47I2113 ; 47I2133 ; 47I214 ; 54A7 ; 59CC21(+4) ; 85(LAMB, CALF AND GOAT HUNT WITH THE LION) ; 86(KIES GEEN GROTER MEDEMAAT) ; 86(PARES CUM PARIBUS FACILLIME CONGREGANTUR) PREV embstma_add132_emblem015 MOTTO_NLKies geen grooter Meede-maat.
ID embstma_add132_emblem016 MOTTO_LA_NORM Pares cum paribus facillime congregantur _IC {'n': '25F23(LION)(+45)', 'k': '25Fk45', 'c': ['25FF23(LION)'], 'r': ['25F(+12)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F2', '25F23', '25F23(...)', '25F23(LION)', '25F23(LION)(+4)', '25F23(LION)(+45)'], 'b': '25F23(LION)', 'l': ['25Fk451', '25Fk452', '25Fk459'], 'txt': {'en': 'beasts of prey, predatory animals: lion (+ animals eating and drinking)', 'de': 'Raubtiere: Löwe (+ Tiere fressen und trinken)', 'fr': 'animaux prédateurs : lion (+ animaux buvant et mangeant)', 'it': 'predatori, rapaci: leone (+ animali che mangiano e bevono)', 'pt': 'carnívoros, predadores: leão (+ animais comendo e bebendo)', 'jp': '猛獣, 肉食動物: ライオン (+ 食べたり水を飲む)'}, 'kw': {'en': ['lion', 'eating', 'drinking'], 'de': ['Loewe', 'Saeugetier', 'essen', 'trinken'], 'fr': ['lion', 'manger', 'boire'], 'it': ['leone', 'mangiare', 'bere'], 'pt': ['leão'], 'jp': []}} ; {'n': '44G522', 'c': ['44G5220', '44GG522'], 'p': ['4', '44', '44G', '44G5', '44G52', '44G522'], 'b': '44G522', 'l': ['44Gk0', '44Gk1', '44Gk2', '44Gk3', '44Gk4', '44Gk5', '44Gk6'], 'txt': {'en': 'robbery', 'de': 'Raub, Raubüberfall', 'fr': 'brigandage', 'it': 'rapina', 'pt': 'roubo', 'jp': '強盗'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '47I2113', 'p': ['4', '47', '47I', '47I2', '47I21', '47I211', '47I2113'], 'b': '47I2113', 'l': ['47k0', '47k1', '47k2', '47k3', '47k4', '47k5', '47k6', '47k7', '47k8', '47k9'], 'txt': {'en': 'calf', 'de': 'Kalb', 'fr': 'veau', 'it': 'vitello', 'pt': 'vitela', 'jp': '子牛'}, 'kw': {'en': ['calf'], 'de': ['Kalb'], 'fr': ['veau'], 'it': ['vitello'], 'pt': ['bezerro'], 'jp': []}} ; {'n': '47I2133', 'r': ['11D1311'], 'p': ['4', '47', '47I', '47I2', '47I21', '47I213', '47I2133'], 'b': '47I2133', 'l': ['47k0', '47k1', '47k2', '47k3', '47k4', '47k5', '47k6', '47k7', '47k8', '47k9'], 'txt': {'en': 'lamb', 'de': 'Lamm', 'fr': 'agneau', 'it': 'agnello', 'pt': 'cordeiro', 'jp': '子羊'}, 'kw': {'en': ['lamb'], 'de': ['Lamm'], 'fr': ['agneau'], 'it': ['agnello'], 'pt': ['Cordeiro'], 'jp': []}} ; {'n': '47I214', 'c': ['47I2141', '47I2142', '47I2143'], 'p': ['4', '47', '47I', '47I2', '47I21', '47I214'], 'b': '47I214', 'l': ['47k0', '47k1', '47k2', '47k3', '47k4', '47k5', '47k6', '47k7', '47k8', '47k9'], 'txt': {'en': 'goat', 'de': 'Ziege', 'fr': 'espèce caprine', 'it': 'capra', 'pt': 'caprino', 'jp': 'ヤギ'}, 'kw': {'en': ['goat'], 'de': ['Ziege'], 'fr': ['chèvre'], 'it': ['capra'], 'pt': ['cabra'], 'jp': []}} ; {'n': '54A7', 'c': ['54A71', '54A72'], 'r': ['11E544', '11M43', '11S713', '11S725', '51G3', '52D31', '53C11', '53C13', '56F2515', '91B13292'], 'p': ['5', '54', '54A', '54A7'], 'b': '54A7', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': "Strength, Power; 'Fortezza', 'Fortezza d'Animo e di corpo', 'Fortezza del corpo congiunta con la generosità dell'animo', 'Fortezza & valore del corpo congiunto con la prudenza & virtù del animo', 'Forza' (Ripa)", 'de': "Kraft, Stärke; Ripa: Fortezza, Fortezza d'Animo e di corpo, Fortezza del corpo congiunta con la generosità dell'animo, Fortezza & valore del corpo congiunto con la prudenza & virtù del animo, Forza", 'fr': "Force, Puissance; 'Fortezza', 'Fortezza d'Animo e di corpo', 'Fortezza del corpo congiunta con la generosità dell'animo', 'Fortezza & valore del corpo congiunto con la prudenza & virtù del animo', 'Forza'(Ripa)", 'it': "forza, potere; 'Fortezza', 'Fortezza d'Animo e di corpo', 'Fortezza del corpo congiunta con la generosità dell'animo', 'Fortezza e valore del corpo congiunto con la prudenza e virtù del animo', 'Forza' (Ripa)", 'pt': 'força, poder; "Fortezza", "Fortezza d\'Animo e di corpo", "Fortezza del corpo congiunta con la generosità dell\'animo", "Fortezza & valore del corpo congiunto con la prudenza & virtù del animo", "Forza" (Ripa)', 'jp': '強さ, 力'}, 'kw': {'en': ['Fortezza', 'Fortezza & valore del corpo ...', "Fortezza d'Animo e di corpo", 'Fortezza del corpo congiunta ...', 'Forza', 'Ripa', 'power', 'strength'], 'de': ['Kraft', 'Macht', 'Ripa, Cesare', 'Staerke', 'fortezza', 'fortezza & valore del corpo ...', "fortezza d'Animo e di corpo", 'fortezza del corpo congiunta ...', 'forza'], 'fr': ['Fortezza', 'Fortezza & valore del corpo ...', "Fortezza d'Animo e di corpo", 'Fortezza del corpo congiunta ...', 'Forza', 'Ripa', 'force', 'puissance'], 'it': ['Fortezza', 'Fortezza & valore del corpo ...', "Fortezza d'Animo e di corpo", 'Fortezza del corpo congiunta ...', 'Forza', 'Ripa', 'forza', 'potere'], 'pt': ['Fortezza', 'Fortezza & valore del corpo ...', "Fortezza d'Animo e di Corpo", 'Fortezza del corpo congiunta ...', 'Forza', 'poder', 'Ripa', 'força'], 'jp': []}} ; {'n': '59CC21(+4)', 'k': '5k4', 'c': ['59CC211'], 'p': ['5', '59', '59CC', '59CC2', '59CC21', '59CC21(+4)'], 'b': '59CC21', 'l': [], 'txt': {'en': "Inequality, Inequity, Iniquity; 'Iniquità' (Ripa) (+ emblematical representation of concept)", 'de': 'Ungleichheit vor dem Gesetz, Widerrechtlichkeit; Ripa: Iniquità (+ emblematische Darstellung einer Konzeption)', 'fr': "Inégalité, Iniquité; 'Iniquità' (Ripa) (+ représentation emblématique d'un concept)", 'it': "ineguaglianza, iniquità; 'Iniquità' (Ripa) (+ rappresentazione emblematica di concetti)", 'pt': 'desigualdade, iniquidade, perversidade; "Iniquità" (Ripa) (+ representação emblemática do conceito)', 'jp': '不平等, 不公平, 不正 (+ 概念の象徴的な表現)'}, 'kw': {'en': ['Forza alla giustitia sottoposta', 'Giustitia', 'Giustitia retta', 'Giustitia rigorosa', 'Impietà e violenza soggetta ...', 'Iniquità', 'Justice', 'Justitia', 'unequal', 'emblem'], 'de': ['Gerechtigkeit', 'forza alla giustitia sottoposta', 'giustitia', 'giustitia retta', 'giustitia rigorosa', 'impietà e violenza soggetta ...', 'iniquità', 'justitia', 'ungleich', 'Emblem'], 'fr': ['Forza alla giustitia sottoposta', 'Giustitia', 'Giustitia retta', 'Giustitia rigorosa', 'Impietà e violenza soggetta ...', 'Iniquità', 'Justice', 'Justitia', 'inégal', 'emblème'], 'it': ['Forza alla giustitia sottoposta', 'Giustitia', 'Giustitia retta', 'Giustitia rigorosa', 'Giustizia', 'Impietà e violenza soggetta ...', 'Iniquità', 'Justitia', 'disuguale', 'ineguale', 'emblema'], 'pt': ['Forza alla giustitia sottoposta', 'Giustitia', 'Giustitia retta', 'Giustitia Rigorosa', 'Impietà e violenza soggetta ...', 'Iniquità', 'justiça', 'Justitia', 'desigual'], 'jp': []}} ; {'n': '85(LAMB, CALF AND GOAT HUNT WITH THE LION)', 'c': ['85(COCK AND PEARL)', '85(DOG ON BRIDGE)', '85(FATHER, SON AND ASS)', '85(FOX AND RAVEN)', '85(FROG AND COW)', '85(RAVEN AND SCORPION)', '85(REYNARD THE FOX)', '85(SWAN AND COOK)', '85(AESOP, Latin fable index)'], 'p': ['8', '85', '85(...)'], 'notation_with_name': '85(...)', 'bracketed_text': '(LAMB, CALF AND GOAT HUNT WITH THE LION)', 'b': '85(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'fables (LAMB, CALF AND GOAT HUNT WITH THE LION)', 'de': 'Fabeln (LAMB, CALF AND GOAT HUNT WITH THE LION)', 'fr': 'fable (LAMB, CALF AND GOAT HUNT WITH THE LION)', 'it': 'scene da favole (LAMB, CALF AND GOAT HUNT WITH THE LION)', 'pt': 'fábulas (LAMB, CALF AND GOAT HUNT WITH THE LION)', 'jp': '寓話 (LAMB, CALF AND GOAT HUNT WITH THE LION)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(KIES GEEN GROTER MEDEMAAT)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(KIES GEEN GROTER MEDEMAAT)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (KIES GEEN GROTER MEDEMAAT)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (KIES GEEN GROTER MEDEMAAT)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (KIES GEEN GROTER MEDEMAAT)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (KIES GEEN GROTER MEDEMAAT)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (KIES GEEN GROTER MEDEMAAT)', 'jp': '諺, 格言 等々 (KIES GEEN GROTER MEDEMAAT)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(PARES CUM PARIBUS FACILLIME CONGREGANTUR)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(PARES CUM PARIBUS FACILLIME CONGREGANTUR)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (PARES CUM PARIBUS FACILLIME CONGREGANTUR)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (PARES CUM PARIBUS FACILLIME CONGREGANTUR)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (PARES CUM PARIBUS FACILLIME CONGREGANTUR)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (PARES CUM PARIBUS FACILLIME CONGREGANTUR)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (PARES CUM PARIBUS FACILLIME CONGREGANTUR)', 'jp': '諺, 格言 等々 (PARES CUM PARIBUS FACILLIME CONGREGANTUR)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML17. De Wolf ende de Hond.
Seekere Wolf, door hongers-nood geperst zijnde, ver-
liet het Bos, om by den Menschen sijn voedsel te
souken, ende in sijnen weege een Hond ontmoetende,
die vet, glad ende wel gedaan was, begon hy sig selven
te verfoeijen, dat hy, die den Honde seer gelijk was,
soo langen tijd de Menschen gemijd had, ende bestond
hy den Hond seer gelukkig te agten, soo wel van den
Menschen besorgd te werden. Sulks die Hond den Wolf
wijders berigte, dat hem dat gemak ende dien oover-
vloed aan quaam, door sijne Heere te vleijen, op te pas-
der eenigen arbeid te doen: ende besloot de Hond sijne
reeden hier meede, dat hy den Wolve raade, sijne schraa-
le heide ende arremoede te verlaaten, om in desgelijks sij-
nen Heere ten dienste te zijn, met beuselingen, ende
door dat middel dus oovervloedig ende lekkerlik gevoed
te werden. Welke reeden den Wolf, die albereids ge-
neegen, ende eenigsins door honger genoodsaakt was,
sijnen kost omtrend de menschen te souken, bynaast be-
woogen soude hebben, sig in dienste eenes Heeren te ver-
binden: maar als hy den Hond wat naarder besiende,
vermerkte dat hy om den halse seer weinig hairs had, en-
de vraagde, hoe hy onder de kin soo kaal, was seide hem
de Hond, sulks by te koomen door eenen hals-bande, daar
sijn Heer hem somwijl met een keeten aan deede sluiten.
Toen de Wolf dit hoorde, schrikte hy soo seer van gee-
nen vryen hals te hebben, ende in die slaavernie te koo-
men, dat hy den Honde antwoorde: Altijds een Slaaf,
ende somtijds een geboeide Slaaf te werden, alleen om
lekkere spijse te genieten, staat my niet aan. Ik keere
veel liever naar het Bos, ofte naar mijne schraale heiden,
daar ik, hoewel in arremoede, naar mijne eigene sinnen
mag leeven, sonder soodaanig, ende soo veel ofte wei-
nig voedsels, als het dien Heere geliefd te genieten, of-
te ook naar sijn gelieven altijds gereed te moeten zijn, te
leeven ofte te sterven.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier verstaan met den Wolf, een
Mensch, die gewoon is in Vryheid te leeven.
Met den Hond, een Mensch, die gewoon is een Slaaf
te zijn.
welvaaren, ende beeteringe hunnes stands geduurig te sou-
ken; maar ook, soo veel in haar vermoogen is, de Dood, Schande,
ende alles wat haar schaaden kan, te weeren. Ende bevind men
in het gemeen, dat tot beiden genougsaame geneegendheid by
alle Menschen bespeurd werd, hoewel om opgemelde goeden te
verkrijgen, ende het quaaden te vermijden, wonderlik verschei-
dene, jaa teegen een strijdende weegen werden ingegaan, naar
dat die menschen opgevoed, ende gewoon zijn te leeven.
Dus sien wy, dat Menschen, wien van jongs aan werd ingeboe-
semd, hoe loffelik eene saak het zy, meer dan andere Menschen
te weeten, ende daar by geneegen te zijn naar de maate sijner ken-
nisse, soo aan dig selven, als aan andere menschen, goed te doen,
ende wien daar en booven geduurig werd voorgedraagen; hoe
gelukkig die Menschen zijn, welke door de Heerschappye ende den
Dwang van andere Menschen niet werden belet, die goede genee-
gendheeeden allesins te konnen uitwerken;ende wien daar en boo-
ven geduurig werd ingescherpt, hoe groot een genougen ende
rust voor hun gemoed het zy, sig selven daar in als regtschaapene
loffelijke Menschen gequeeten te hebben; Soo bevind men daage-
liks, seggen wy, dat die Menschen daar door seer leer-ende eer-
gierig werden. Ende indien deselve Menschen dien weg van Deugd,
Eere ende Vryheid, eenigen tijd ingaan; soo siet men gemeenelik,
dat sy sig daar by seer gerust in haaren gemoede, ende ook in
den ommegange met andere Menschen, seer wel bevindende,
op dien weege soo bevestigd werden: dat geene daar teegen
strijdende ofte daar van afleidende aanlokselen, haar daar van kon-
nen afleiden, ende dat geene arremoede ofte teegenspoeden dee-
ses weerelds genoug zijn, om haar van die gerustige, ende haar
seer behaagelijke wijse van leeven af te schrikken.
Dus sien wy, dat Menschen, die van jongs aan Deugd, Eere,
Geleerdheid, Konsten ende Vryheid, hebben hooren veragten; ende
die niet hebben hooren prijsen, dat uiterlijke grootsheeden, en-
de lighaamelijke vermaaken, sig ook gemeenelik aan lekkere spijse
ende drank, byslaapen, speelen, ende andere Brutale ofte Beestelike
beesigheeden soodaanig oovergeeven, dat sy haare arme Siele nooit
opwekken, om wat beeters te denken ende te willen: maar dat
sig niet ontsien, haare aangeboorene Vryheid, die onwaardeerlike
Schat te onderwerpen aan andere menschen, ende by gevolge sig
te verpligten, alles te doen ende te lijden, wat dien Menschen sal
lusten te gebieden, sonder dat deese slaafagtige Menschen sig ooit
van die Slaaffe wijse van leeven laaten afleiden.
Ende gelijk men opgemeld onderscheid, by de gemeene Men-
schen in 't bysonder aangemerkt weesende, vind; soo siet men het
selven ook allermeest uitsteeken, wanneer seer veele Menschen by
een koomen, ende yder van dien sijne Deugden oopenbaard in
Kerkelike ende Politike Vergaaderingen. Want hier vind men altijds
eenige Kerkelike ende Politike Martelaars, welke om dat niet den Al-
magtigen God, ofte de Vryheid hunnes Vaaderlands versaaken ofte
verraaden willen, alle de aanlokielen ende grootsheeden deeses
weerelds, die haar aangebooden werden, veragten, ende alle die
smerten ende vervolgingen der Tyrannen kloekmoedig uitstaan, en-
de zijn dit die vroome Helden, ende regt-eedelmoedige menschen,
welke daar door by Goode ende den vroomen Menschen in seege-
ninge eewiglik sullen leeven.
Ende vind men hier ook in teegendeel altijds seer veele Slaaffe,
vadsige verfoejelike menschen, welke om een schootel moes, ofte om
eenige Officien te mogen bekleeden, ende eenige Benesicien te ge-
nieten, haare Eerste-geboorte verkoopen, ende verraaderlik aan eenen, het
zy Kerkelijken het zy Weereldlijken Dwingelande, opdraagende,
daar door by Goode ende den vroomen Menschen, hier ende hier naa,
eewiglik vervloekt werden.
Ende meenen wy hier meede den eigentlijken sin deeser FABU-
Le te hebben voorgedraagen. Want de Wolf is gewoon in Vryheid
te leeven, ende aldaar alle vervolgingen der Menschen uit te staan.
De Hond daar en teegen is gewoon, sig een Slaaf der menschen
te maaken, ende dien volgende soo met quispelstaarten als met op-
sitten, een stukjen broods van selven te beedelen, ende op het
wenken sijnes Heeren, maar ook andersins niet, het brokjen Broods,
dat hy gebeedeld heeft, ende op sijnen neuse gelegt is, te moogen
inslikken: ende daar en booven ten allen tijden ten gelieven sijnes
Heeren alles oover te geeven, te leeven ofte gedood te werden.
Libertas vitae aequiparatur
TYPE emblem pictura IC 25F23(WOLF) ; 34B11 ; 41C119 ; 51E11(+4) ; 55BB1 ; 85(THE WOLF AND THE DOG) ; 86(EN LAAT U EENES HEREN SMAKELIJKE SPIJS NIET GELUSTEN, WANT HET IS EEN LEUGENACHTIG BROOD) ; 86(LIBERTAS VITAE AEQUIPARATUR) PREV embstma_add132_emblem016 MOTTO_NLEn laat u eenes Heeren smaakelike spijse niet gelusten,
want het is een leugenagtig brood. Prov.cap.33.
18. De Adeler, Pauw ende Papegaai.
Hoewel alle de Vogelen naar waarheid bekenden, dat
de Adeler de snelste in het vliegen, ende de sterkste
van lighame, bek ende klaauwen was, ende derhalven seer
geeren voor hem swigteden, soo wilde hy nogtans ook
voor de schoonste van allen gehouden weesen; ende dat uit
vreese, hy weegens sijne oncierlijke veederen, leelijke bel
ende klaauwen, anders sins oopentlijk veragt mogte werden.
Waar teegen als de Pauw, steunende op de klaare waar-
heid, seide schooner te weesen, soo wierd die aanstonds
door den Adelere verscheurd, ende wierd vervolgens de
schoonheid, ende het gepleegden aan den Pawe dagt?
waar op de Papegaai antwoordede, dat hy waarelik
schooner als de Pauw zijnde, nogtans geerne bekende,
dat de Arend allesins mooijer van veederen ende lighaame
was, dan de allerschoonste Papegaai, die hy ooit hadde
gesien, als ook dat de Pauw dien volgende met groot
regt gedood was. Het welk den Arende soo wel beviel,
dat hy den Papegaaje eene van des Pauws bouten te
kluiven gaf, ende van hem sijnen oppersten Kaamer-Die-
ner maakte. Sulks alle de andere gemeene Vogelen, sien-
de dat de een van den Arende om de waarheid gesproo-
ken te hebben, gedood, ende de andere om oopenbaar-
lig geloogen te hebben, beloond wierd, alle met luider
keele uitsongen, dat de Adeler de schoonste aller Voge-
len was.
Uitlegging der Woorden.
Met den ADELER hebben de Ouden verstaan een
Koning ofte gebiedend Heer.
Met de PAUW, een Nieuwling ten Hoove.
Met den PAPEGAJE, een ervaaren Hooveling.
Met de gemeene VOGELEN, de gemeene Ingeseete-
nen eenes Lands.
Dat de Menschen in het gemeen soo eergierig zijn, dat sy oover
haare deugden ende roemwaardige daaden seer gaarne in haar
leeven gepreesen zijn, ende hoopen naa haare dood ook gepreesen
te sullen werden, schijnd in sig selfs eene ydelheid te weesen, ende
is des niet te min in der daad eene groote aanrpikkeling, om ge-
duurende het kort ende broos leeven der selven Menschen, sig
dat de selve Menschen seer eevel neemen, wanneer hen haare ge-
breeken ende misslaagen ofte dwaalingen werden aangeweesen,
schoon het selven geschied ten geenen anderen einde, dan dat sy
sig selven leeren kennen, ende beeteren souden konnen, is voor-
waar eene seer groote swakheid, efter is dat niet het eigentlik ge-
brek, dat de Ouden ons met deeser FABULE hebben willen
voor den oogen stellen; maar wel een veel grooter gebrek, dat
men gemeenelik niet dan in de allerhoogst gesteegene Menschen
vind: Naamelik, om dat seer veele Menschen door eene verkeer-
de Eergierigheid, anders gesegt Heerssugt, gedreeven werdende,
sig booven de geenen, die haar waarelik gelijk zijn, willen ver-
heffen, ende daar beneevens van tijde ten tijden verkrijgende het
gunt sy beoogd hebben, daar in geen genougen vinden: soo dunkt
haar, dat sy niet konnen rusten, voor dat sy den hoogsten trap
van magt oover haare Meede-Ingeseetenen bekoomen hebben,
ende sig alsoo verseekeren moogen, door de selven niet weeder-
om ter needer gesmeeten te konnen werden.
Ende vermits sy tot die Hoogheid niet konnen geraaken, dan met
van tijden ten tijden meer ende tot Vyanden te maaken, alle
de geenen, die sy verongelijken, ofte booven den hoofde groejen;
soo hebben sy waarelik alsoo weinig, jaa min als te vooren, ree-
den om gerust ende vergenougd te zijn; Ende daar en booven soo
beginnen sy te denken, dat alle andere Ingeseetenen, soo wel
als sy, oover haare weerhaftige deugden ende vroome daaden ge-
preesen werden; Sulks sy daar oover nijdig werden, als vreesende,
dat de andere haar daar in te booven sullen gaan, waarom sy ook
alsdan van der Waarheid, ende alle Deugdsaame werken beginnen te
walgen, om te gaan scheppen vermaak, ende sig ook te verheffen
in ietwes te doen ofte te laaten, ende ook gepreesen te werden,
oover het gunt dat andere Ingeseetenen niet doen ofte laaten mo-
gen, sonder daar oover, als teegen de Wetten gedaan hebbende,
seer mispreesen ofte gestraft te werden. Naademaal alsdan allesins
haar Opperste magt ende aansien, boven die van andere Ingeseete-
nen uitsteekt.
Dit is de Reeden, waarom men Koningen ende Vorsten vind, die al
speelende Eeden ten Heiligen sweeren, ende daar naa trowlooselik
sig in haaren Staat te vestigen, maar ook veeltijds uit vermaak on-
noosele ofte onschuldige Ingeseetenen doen dooden. Als ook dit
de voornaamste Reeden is, waarom Koningen ende Vorsten ge-
vonden werden, die sig inbeelden meer vermaakt te genieten in
onnaatuurelik ende ongeoorlofd byslaapen, ofte in een andermans
wijf te om-armen, als van haar eigen wijf, ofte eenig ander vry
vrow-mensch, alle bedenkelijke vriendschappen te ontfangen.
Dit is de Reeden van die geduurige groote ende onnutte onkosten
van oovergroote Hofhoudinge, Jagt ende Bouwen van den Paleisen
der Koningen, ende daar uit ontstaande geduurig Scheeren ende
Schatten der Onderdaanen, het welk geen der selven hun naar doen
kan ofte vermag. Dit is de Reeden, dat de Nieuwelingen den Koningen
ende den Vorsten de Waarheid willende seggen, oover die waarheid
gedood werden. Dit is de Reeden, dat ervaarene Hoovelingen sig
allermeest bevlijtigen den Koning ofte Vorst ten hoogsten te prij-
sen, eeven in ende oover het selven, daar in ofte oover, hy aller-
meest misprijsens waardig is, ende dat sy Hoovelingen daar oover
ook allermeest geloond plagten te worden. Dit is ook de Ree-
den, dat alle gemeene Ingeseetenen haaren eigen Koning ofte
Vorst ten Hoogsten prijsen, ook oover het gunt, daar oover hy
seer misprijsens waardig is.
In het kort gesegt, in alle Koningrijken ende Vorstendommen
vind men Adelers, die niet alleen oover haare waarhaftige sterkte,
maar ook oover haare logenagtige schoonheid, gepreesen willen
werden, ende daar de Pauw, om sulks niet te willen doen, ge-
dood, ende de Papegaai, om het selven gedaan te hebben, beloond
werd, ende daar alle geringe Vogelen singen, Amen.
Quod non potest, vult posse, qui nimium potest. Senec. in Hijpol.
TYPE emblem pictura IC 25F33(EAGLE)(+514) ; 25F35(PARROT) ; 25F35(PEACOCK)(+63) ; 31B62359:52A6 ; 44B1522 ; 54A31 ; 57AA6121(+4) ; 85(THE EAGLE, THE PEACOCK AND THE PARROT) ; 86(DE WAARHEID WIL NIET GEZEGD ZIJN) ; 86(QUOD NON POTEST, VULT POSSE, QUI NIMIUM POTEST) PREV embstma_add132_emblem017 MOTTO_NLDe Waarheid wil niet gesegt zijn.
ID embstma_add132_emblem018 MOTTO_LA_NORM Quod non potest, vult posse, qui nimium potest _IC {'n': '25F33(EAGLE)(+514)', 'k': '25Fk514', 'c': ['25FF33(EAGLE)'], 'r': ['25F(+12)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F3', '25F33', '25F33(...)', '25F33(EAGLE)', '25F33(EAGLE)(+5)', '25F33(EAGLE)(+51)', '25F33(EAGLE)(+514)'], 'b': '25F33(EAGLE)', 'l': [], 'txt': {'en': 'predatory birds: eagle (+ animal(s) killing)', 'de': 'Greifvögel: Adler (+ tötende Tiere)', 'fr': 'oiseaux de proie : aigle (+ animal(animaux) tuant)', 'it': 'uccelli rapaci: aquila (+ animale/i che uccide)', 'pt': 'aves de rapina: águia (+ matança de animal(es))', 'jp': '猛禽類: ワシ (+ 殺す動物)'}, 'kw': {'en': ['eagle', 'killing (animal)'], 'de': ['Adler', 'tötendes Tier'], 'fr': ['aigle', 'tuer (animal)'], 'it': ['aquila', 'uccidere (rapporti tra uomo e animale)'], 'pt': ['águia'], 'jp': []}} ; {'n': '25F35(PARROT)', 'c': ['25FF35(PARROT)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F3', '25F35', '25F35(...)', '25F35(PARROT)'], 'b': '25F35(PARROT)', 'l': ['25Fk0', '25Fk1', '25Fk2', '25Fk3', '25Fk4', '25Fk5', '25Fk6', '25Fk7', '25Fk8', '25Fk9'], 'txt': {'en': 'ornamental birds: parrot', 'de': 'Ziervögel: Papagei', 'fr': 'oiseaux décoratifs : perroquet', 'it': 'uccelli ornamentali: pappagallo', 'pt': 'aves ornamentais: papagaio', 'jp': '愛玩鳥: オウム'}, 'kw': {'en': ['parrot'], 'de': ['Papagei', 'Ziervoegel'], 'fr': ['perroquet'], 'it': ['pappagallo'], 'pt': ['papagaio'], 'jp': []}} ; {'n': '25F35(PEACOCK)(+63)', 'k': '25Fk63', 'c': ['25FF35(PEACOCK)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F3', '25F35', '25F35(...)', '25F35(PEACOCK)', '25F35(PEACOCK)(+6)', '25F35(PEACOCK)(+63)'], 'b': '25F35(PEACOCK)', 'l': [], 'txt': {'en': 'ornamental birds: peacock (+ dying animal; death of animal; dead animal)', 'de': 'Ziervögel: Pfau (+ ein sterbendes Tier; Tod eines Tieres; ein totes Tier)', 'fr': "oiseaux décoratifs : paon (+ animal agonisant; mort de l'animal; animal mort)", 'it': 'uccelli ornamentali: pavone (+ animale morente; morte di animale; animale morto)', 'pt': 'aves ornamentais: pavão (+ animal moribundo; morte de animal; animal morto)', 'jp': '愛玩鳥: クジャク (+ 死にゆく動物、動物の死、死んだ動物)'}, 'kw': {'en': ['peacock', 'death', 'dying animal'], 'de': ['Pfau', 'Ziervoegel', 'Tod', 'sterbendes Tier'], 'fr': ['paon', 'mort', 'mourant'], 'it': ['pavone', 'morte', 'animale morente'], 'pt': ['pavão'], 'jp': []}} ; {'n': '44B1522', 'c': ['44BB1522'], 'p': ['4', '44', '44B', '44B1', '44B15', '44B152', '44B1522'], 'b': '44B1522', 'l': ['4k0'], 'txt': {'en': 'dignitary at court', 'de': 'Würdenträger am Hof', 'fr': 'dignitaires à la cour', 'it': 'dignitari di corte', 'pt': 'dignatário da corte', 'jp': '宮廷の高官'}, 'kw': {'en': ['dignitary'], 'de': ['Wuerdentraeger'], 'fr': ['dignitaire'], 'it': ['dignitario'], 'pt': ['dignitário'], 'jp': []}} ; {'n': '54A31', 'p': ['5', '54', '54A', '54A3', '54A31'], 'b': '54A31', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': "Experience, Mastery; 'Esperienza' (Ripa)", 'de': 'Erfahrung, Meisterschaft; Ripa: esperienza', 'fr': "Expérience, Maîtrise; 'Esperienza' (Ripa)", 'it': "esperienza, maestria; 'Esperienza' (Ripa)", 'pt': 'experiência, domínio; "Esperienza" (Ripa)', 'jp': '経験, 熟練'}, 'kw': {'en': ['Esperienza', 'Ripa', 'experience', 'mastery'], 'de': ['Erfahrung', 'Meisterschaft', 'Ripa, Cesare', 'esperienza'], 'fr': ['Esperienza', 'Ripa', 'expérience', 'maîtrise'], 'it': ['Esperienza', 'Ripa', 'esperienza', 'maestria'], 'pt': ['Esperienza', 'experiência', 'mestria', 'Ripa'], 'jp': []}} ; {'n': '57AA6121(+4)', 'k': '5k4', 'p': ['5', '57', '57AA', '57AA6', '57AA61', '57AA612', '57AA6121', '57AA6121(+4)'], 'b': '57AA6121', 'l': [], 'txt': {'en': "Flattery; 'Adulatione' (Ripa) (+ emblematical representation of concept)", 'de': 'Schmeichelei; Ripa: Adulatione (+ emblematische Darstellung einer Konzeption)', 'fr': "Flatterie; 'Adulatione' (Ripa) (+ représentation emblématique d'un concept)", 'it': "adulazione; 'Adulatione' (Ripa) (+ rappresentazione emblematica di concetti)", 'pt': 'lisonja, adulação; "Adulatione" (Ripa) (+ representação emblemática do conceito)', 'jp': 'お世辞 (+ 概念の象徴的な表現)'}, 'kw': {'en': ['Adulatione', "Purità et Sincerità d'animo", 'Sincerità', 'flattery', 'purity', 'sincerity', 'emblem'], 'de': ['Aufrichtigkeit', 'Reinheit', 'Schmeichelei', 'adulatione', "purità et sincerità d'animo", 'sincerità', 'Emblem'], 'fr': ['Adulatione', "Purità et Sincerità d'animo", 'Sincerità', 'flatterie', 'pureté', 'sincérité', 'emblème'], 'it': ['Adulatione', "Purità et Sincerità d'animo", 'Sincerità', 'adulazione', 'purezza', 'sincerità', 'emblema'], 'pt': ['Adulatione', 'adulação', "Purità et d'animo sincerita", 'pureza', 'Sincerità', 'sinceridade'], 'jp': []}} ; {'n': '85(THE EAGLE, THE PEACOCK AND THE PARROT)', 'c': ['85(COCK AND PEARL)', '85(DOG ON BRIDGE)', '85(FATHER, SON AND ASS)', '85(FOX AND RAVEN)', '85(FROG AND COW)', '85(RAVEN AND SCORPION)', '85(REYNARD THE FOX)', '85(SWAN AND COOK)', '85(AESOP, Latin fable index)'], 'p': ['8', '85', '85(...)'], 'notation_with_name': '85(...)', 'bracketed_text': '(THE EAGLE, THE PEACOCK AND THE PARROT)', 'b': '85(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'fables (THE EAGLE, THE PEACOCK AND THE PARROT)', 'de': 'Fabeln (THE EAGLE, THE PEACOCK AND THE PARROT)', 'fr': 'fable (THE EAGLE, THE PEACOCK AND THE PARROT)', 'it': 'scene da favole (THE EAGLE, THE PEACOCK AND THE PARROT)', 'pt': 'fábulas (THE EAGLE, THE PEACOCK AND THE PARROT)', 'jp': '寓話 (THE EAGLE, THE PEACOCK AND THE PARROT)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(DE WAARHEID WIL NIET GEZEGD ZIJN)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(DE WAARHEID WIL NIET GEZEGD ZIJN)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (DE WAARHEID WIL NIET GEZEGD ZIJN)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (DE WAARHEID WIL NIET GEZEGD ZIJN)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (DE WAARHEID WIL NIET GEZEGD ZIJN)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (DE WAARHEID WIL NIET GEZEGD ZIJN)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (DE WAARHEID WIL NIET GEZEGD ZIJN)', 'jp': '諺, 格言 等々 (DE WAARHEID WIL NIET GEZEGD ZIJN)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(QUOD NON POTEST, VULT POSSE, QUI NIMIUM POTEST)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(QUOD NON POTEST, VULT POSSE, QUI NIMIUM POTEST)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (QUOD NON POTEST, VULT POSSE, QUI NIMIUM POTEST)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (QUOD NON POTEST, VULT POSSE, QUI NIMIUM POTEST)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (QUOD NON POTEST, VULT POSSE, QUI NIMIUM POTEST)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (QUOD NON POTEST, VULT POSSE, QUI NIMIUM POTEST)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (QUOD NON POTEST, VULT POSSE, QUI NIMIUM POTEST)', 'jp': '諺, 格言 等々 (QUOD NON POTEST, VULT POSSE, QUI NIMIUM POTEST)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML19. De Kikvorssen ende de Balk.
De Kikvorssen seekeren tijd in voller vryheid geleefd
hebbende, soodaanig, dat yder van haar op sijne beurt
Hoofd ofte de Eerste der Vergaaderinge wierd, ende al-
daar altijds vryelik sijne stemme ten gemeenen welvaaren
geeven mogt, bevonden, dat die eerste Kikvors niet wel
aansiens genoug had, om die Vergaaderinge altijds met
de meeste rust ende stilte te konnen bestieren: Sulks sy
Jupiter baaden, dat hy hun, na de wijse van andere Rij-
ken, eenen Koning wilde geeven, die haar in aller bil-
deese Vorssen wel soo wijs waaren, dat sy geen ander
Hoofd begeerden, dan dat hun goed ende geen quaad
doen konde, haar eenen Balk in den waatere wierp, daar
sy in der sonne gemakkelik opspringende, hun baaker-
den ende uitstrekten, als ook haare Vergaaderinge geru-
stelik houden konden, sonder dat de Eerste ofte de ge-
meene Vorssen van eenige Beesten vertreeden ofte schielik
oovervallen konden werden. Maar dat was haar niet
genoug; sy wilden daar en booven een Hoofd hebben,
dat ook haare Vyanden konde verslinden; derhalven sy
Jupiter met haare gebeeden ten dien einde weederom
moejelik vielen, ende hy haar in sijnen toorne gaf den
lang gebeenden Oyevaar, die sy seer geerne aannaamen,
om dat hy schoon wit ende swart van veederen was, ee-
nen langen rooden bek ende ook dusdaanige pooten heb-
bende, seer beleefd, staadig van gang, ende seer besorgd
voor sijne longen ende Ouderen was. Ende insonderheid
hadden sy een seer groote ende goed verwagtinge van
deesen Ojevaare , omdat hy de Slangen, dat haare groot-
ste vyanden waaren, verslinden konde: Maar leider! sy
Jupitet met haare Vyanden konde verslinden; derhalven sy
Jupiter met haare gebeeden ten dien einde weederom
moejelik vielen, ende hy haar in sijnen toorne gaf den
lang gebeenden Oyevaar, die sy seer geerne aannaamen,
om dat hy schoon wit ende swaer van veederen was, ee-
nen langen rooden bek ende ook dusdaanige pooten heb-
bende, seer beleefd, staadig van gang, ende seer besorgd
voor sijne longen ende Ouderen was.l Ende insonderheid
hadden sy eene seer groote ende goede verwagtinge van
deesen Ojevaare, om dat hy de Slangen, dat haare groot-
ste vyanden waaren, verslinden konde: Maar leider! sy
bevonden seer haast, dat hy haare vyanden niet meer als
haar, daageliks naar sijn gevallen op-at, waarom de naa-
koomelingen deeser al te onvoorsigtige Kikvorssen hun-
ner Voor-Ouderen dertelheid verfoeijende, nu nog niet
ophouden, geduurig wraak daar oover te roepen, dog te
vergeefd, alsoo sy sig door haare Ondankbaarheid oover
de Goddelijke goedheid haar te vooren beweesen aller
Gonsten, soo van Goode als van Menschen, onwaardig
hadden gemaakt. Ende daar meede moesten sy toen,
ende moeten sy ook nu soo in het waater als op het
land, met alle omsigtigheid sig voor haare oude Vyan-
voor deesen nieuwen Koninge wagten.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier verstaan met VORSSEN,
gemeene onkundige Menschen.
Met een BALK, een onschaadelik Hoofd eener Re-
publike, ofte ietwes dat goed ende geen quaad doen
kan.
Met den OJEVAAR, ietwes dat goed ende ook quaad
doen kan. Ofte een Hoofd der Republike, dat niet
alleen de Vyanden van dien beoorloogen, maar ook de
Wettige Regenten ende de Ingeseetenen van dien, ty-
ranniseeren kan.
Dat de Ouden met JUPITER den Oppersten God heb-
ben verstaan, is eenen ydere bekend.
Alle menschen, die weeten ofte gelooven, dat de Almagtige God
alles geschappen heeft, ende in der eeuwigheid naar sijnen
wille bestierd; vinden, wanneer sy in eenige swaarigheeden zijn,
sig verpligt, den selven God te bidden, dat het hem gelieve,
haar van die ongemakken te verlossen, ende verseekeren sy sig on-
derwijlen, dat sy van Gode, wat goeds biddende, seekerlik het
selfde, ofte wat beeters, verkrijgen sullen, Ende wanneer sy
wat goeds voor sig selven verkreegen hebben, soo werden sy des
te meer verpligt Goode Dankbaar te zijn, dat is, des te sorgvul-
diger naar sijne Wetten te leeven, in alles op hem te vertrouwen,
ende sijne wijsheid soo wel als sijne goedheid, voor den Menschen
te belijden ende te looven.
tene weldaaden Dankbaar te zijn, de selven in het geheel vergee-
ten, ofte misnougd schijnen, dat sy geene grootere weldaaden,
ende insonderheid geene grootere magt, om andere te konnen be-
leedigen, van Gode ontsangen hebben; ende derhalven van hem
daar en booven begeeren te verkrijgen eene magt, om andere
Menschen te konnen beschaadigen ende dooden: Soo siet men
veeltijds gebeuren, dat die oneindelik wijse God het selfden den
Menschen geefd in sijnen toorne, dat is soodaanig, dat het den
selven, die het verkreegen hebben, seer schaadelik zy ofte wer-
de, eeven of sy vierige koolen uit den Heemele op haare koppe
gebeeden, ende ook verkreegen hadden.
Ende is het waarelik seer te beklaagen, dat de Menschen in het
gemeen, soo onweetende, swak, ende boosaardig zijn, dat sy in
haare teegenspoeden sig wijsselik ende ootmoediglik gedraagen,
als meede daar door Goodes Seegen ende de geneegendheid veeler
Menschen tot sig getrokken hebbende, daar door van haare plaa-
gen naaweliks verlost werden, of sy tragten te verkrijgen eene
magt, om anderen, het zy onnooselen, of die haar ook beleedigd
hebben, te doen soo veel ofte meer quaads, als sy voormaals van
die Boosen geleeden hebben, sulks sy die magt verkrijgende, ende
misbruiken willende, veeltijds bevinden, dat soo veele Menschen
teegen die verdruk-sugtige ende voor de verdrukten opgewekt
werden, dat sy seer selden hun oogwit bekoomen. Waar by nog
gevougd werd, dat het selfde middel, dat sy gemaakt ofte ver-
kreegen hebben, in meeninge, daar meede andere Menschen te
plaagen, ook kragtig genoug, jaa nog meer bequaam is, om haar
selfs, als om andere Menschen te plaagen.
Dus baaden de Israëliten in haare verdrukkingen, ten tijden van
haare populare Regeering, als wanneer een waapenloose Priester, die
in haaren Raad voorsat, haar daar uit niet wel helpen konde, om
Rigters, die in tijden van oorloge magts genoug hadden, om on-
der haar beleid met vrye ende onbesoldigde Israëliten, sonder ee-
nige de minste Vremdelingen te gebruiken, haare vyanden te ver-
drijven, maar hadden die Rigters dien volgende niet magts ge-
noug, om geduurende den korten tijd van dien dienst, de Repu-
blike te verkrasten. Efter wilden sy, gelijk als andere volkeren,
regten, als ook met die magt te vermoogen, ten allen tijden
de Krijgs-luiden by een roupen, ende oover de selven stellen, ende al-
soo teegen de vyanden te trekken, om die schielik te konnen oo-
vervallen, ende haare Landen te ooverwinnen. Ende hoewel de
Propheet Samuel haar voordroug, ,,Dat soo een Koning hare be-
,,ste Olijf-ende Wijn-gaarden neemen, ende aan sijne Hoovelin-
,,gen uitdeelen soude, ende dat hy het tiende van alle de andere
,,Akkeren soude begeeren, ende haare Soonen ende Dogters tot
,,sijne slaaven ende slaavinnen soude makken: Soo begeerden sy
des niet te min eenen Koning, ende verkreegen den selven. En-
de bevonden sy seer haast, dat die Koningen, om niet als voor dee-
sen de Hoogepriesters ende Rigters door de Israëliten veragt ende ver-
worpen te konnen werden, een seer groot getal van Hoovelingen
aanhielden, ende daar en booven geduurige oorloogen teegen de
Nabuuren veroorsaakten, immers in allen gevalle soo van vreede
als van oorloge, soo een groot getal Bevelhebbers ende gemeene Krijgs-
lieden betaalden, om haar ook ter verdrukking der arme Israëli-
ten, van wien de Koning de Schattinge voor de soldie der Krijgslui-
den trok, te konnen gebruiken, dat sy alle, de waarheid van Sa-
muels prophetien bevonden, ende te vergeefd God den Heere, om
van die Tyrannige Koningen verlost te werden, aanriepen. Want
onder alle de Koningen, soo van Juda als van het geheel ander is-
raël, naaweliks een geweest is, welk niet veel meer sijn volk van
binnen van haar Vryheid ende van haare Penningen beroofd, ende
oover haar geryranniseerd, als haar teegen de oovervallingen der
nabuurige Vyanden beschermd heeft. Tot dat eindelik, soo wel
de Koningen, als de gemeene Ingeseetenen van beide die Rijken,
ellendiglik verstrooid, ofte in gevangenissen vervoerd ende ver-
nietigd zijn geworden.
Gelijk wy ook in onse tijden gesien hebben, dat Ingeseetenen
van Republiken niet te vreeden zijnde geweest met Hoofden van dien
te hebben, welke der Republike baat ende geene schaade aanbren-
gen konden, nogtans daar meede niet te vreeden zijn geweest;
maar van Goode begeerd ende verkreegen hebben in sijnen toor-
ne, Hoofden met soo groote magt voorsien, dat sy naar haar gelie-
ven, der Republiken veel meer goeds ende ook veel meer quaads
voortaan laaten aanmerken, ende oordeelen, of de Dienst soodaa-
niger Hoofden, seedert dien tijd meer heeft gestrekt om de Vyan-
den kloukelik te beoorloogen, of wel om de Ingeseetenen meer
ende meer van haare Vyrheeden ende Penningen, ofte andere Goe-
deren te berooven.
Derhalven dunkt ons de eigendlijke sin deeser FABULE te
weesen, dat de gemeene luiden sig behoorden te schikken naar
den Staat daar sy in zijn: ende veranderinge begeerende, dat sy
niet verders behoorden te tragten, dan van haare ongemakken
verlost te werden, ende dat sy daar en booven andere Menschen
willende beschaadigen, gemeenelik haar eigen verderf op haare
halsen haalen; Ende leerd deese FABUL daar beneevens, dat
men het selven insonderheid siet in Republiken, walwaar de Vrye
Ingeseetenen niet te vreeden zijn met ongewaapende Hoofden te heb-
ben, maar soodaanige Hoofden der Republike begeeren, die
de Krijgs-luiden by een roupen, ende daar oover Bevel-hebbers
stellen mogen, naamentlik, dat die Republiken ende Ingeseete-
nen, daar ook door gemeenelik ten gronde gaan.
Ut servitus contra naturam, ita natura in
tyrannidem proclivis.
Gelukkig is hy, die niemans Slaaf
ende niemans Tyran wil zijn.
20. De Distelvink ende haar Meester.
Een Distelvink, door haar Meester lang in eener Kou-
we sorgvuldig opgevoed weesendt, vond eenmaal het
deurken ongeslooten, ende versuimde niet, aanstonds in
der vrye Lugt te vliegen. Waarom de Meester haar voor-
droug, hoe sorgvuldig ende oovervloedig hy haar altijds
had gevoed, ende met hoe groote moeite ende schaars-
heid sy, voornaamentlik des Winters, in der vrye Lugt,
wanneer alle Bossen ende Velden met sneew bedekt, en-
de alle Waateren bevrooren souden weesen, haaren Kost
ende Drank soude konnen vinden, niet weetende, waar
sy alsdan haaren voet needer setten, ende in wat Nest sy
ende Koude te vergaan: Derhalven die Meester haar be-
loovende, de selve sorge voor haar te sullen draagen, die
hy voormaals ten haaren besten gedraagen had, als nog
te sullen draagen, jaa die merkelik te sullen vermeeren,
alsoo hy aan haare lievelike Sang gewoon was, versogt,
dat sy weederom in der Kooje geliefde te komen. Maar
deese Vogel antwoorde, dat dewijl haar geluk ende on-
geluk alleen van haares Meesters sorge ofte onsorge afge-
hangen had, ende weeder soude afhangen, ende dat sy
nogtans van des selfs sorge ende liefde t'hemwaarts, soo
wel niet, als van haare eigene sorge ende liefde versee-
kerd Konde weesen; Sy derhalven liever had buiten der
Kooje naar haar eigen sin te leeven, om aan dat geval
van eenes anderen liefde ofte haat te moeten afwagten,
niet onderworpen te zijn.
Uitlegging der Woorden.
Met een DISTELVINK, hebben de Ouden ver-
staan, een Eedelmoedig Mensch, die by ongeluk-
ke in Slaavernie vervallen is.
Met haar MEESTER, een Heer die sijne Slaaven
last handeld.
Alsoo de Menschen in sig selven aangemerkt zijnde, aan nie-
manne dan aan Goode haaren Scheppere onderworpen zijn, ende
dat die, om de selven menschelijker wijse te konnen regeeren,
haar heeft begaafd met Reeden-kaavelinge ende een geheugen ofte ge-
wissen van dien, soodaanig dat sy dig verheugen ofte bedrouven,
als sy sig naar de gesonde Reeden gedraagen hebben, ofte daar
van afgeweeken zijn: Soo is het eene groot ondankbaarheid teegen
konnen, wanneer wy God, ende onse Reeden, ende ons Gewissen
verlaaten, om ons ende alle ons doen ende laaten, eens ende voor
allen te onderwerpen aan te beveelen, lasten ende wille van eenen
anderen sondigen Mensche. Ende zijn op deesen gronde gebowd alle
de Roomse Borger-Wetten, welke eenen Vryen Mensche ontneemen
alle gonsten van Regenten, als des in het geheel onwaardig zijnde,
wanneer hy sig vry-willig ter Slaavernie heeft laaten verkoopen,
aan eenen Heere ter goeder trouwe, ende dat om te genieten
een gedeelte der Koop-penningen, voor welken hy verkost is
geworden.
Waar teegen niet strijd, dat de Menschen seer wel doen, wan-
neer sy, met eenige verminderinge van haare aangeboorene Vryheid,
goed vinden oover te gaan uit deesen naturelijken in den Borgerlijken
stande: alsoo sy alsdan nog behouden die Vryheid, om alles te doen
ofte te laaten, dat haar door geen geweld belet, ofte door geene
Wetten, die haar niet meer dan alle andere Onderdaanen verbinden,
belast ofte verbooden werd: ende dat Geweld nieman schuldig kan
maaken aan eenige misdaad. Gelijk meede bekend is, dat de
Wetten eener Republike, door veele Wetgeeveren, naar de gesonde
reeden, ende ten besten der meeste Ingeseetenen gemaakt moe-
tende werden, geen Onderdaan van dien kan sondigen met sig
daar naar de gedraagen.
Maar alle het quaad, dat hier bestraft werd, begaan die Men-
schen, welke voorbedagtelik God, als meede hunne eigene Reeden
ende Wille volgen, ofte de straffe die 't hem geliefd haar op te leg-
gen, te moeten lijden. Ende soodaanige sondige Menschen zijn
alle Heeren die Slaaven hebben, als ook alle Koningen ende Vorsten,
die aan geene weesende, nogtans oover haare Misdaaden teegen de
selven, niet naar haare verdiensten gestrafd konnen werden.
Ende indien dit, naamentlik sig in soo eenen stande te stellen,
dat men sig aan eenen anderen Mensche in het geheel onderwerpt,
is eene soo groote ondankbaarheid teegen God, ende een soo groot
quaad in bysondere Menschen, wanneer sy dus met haar eigen selfs
ende van haare eigene Saaken handelen, wat een groot schelmstuk sul-
ke alle de Ingeseetenen van dien moogende regeeren, naar Wetten
ende naar het Dictamen van haar gemoed, dat is naar de wetten die
God in aller Menschen herten geschreeven heeft, ongtans sig selven
niet alleen, maar ook haare Weesen, dat is, alle de onnoosele gemeene
Ingeseetenen, ende alle die onschuldige Naakoomelingen der sel-
ven, onderwerpen aan de lusten ende wille van eenen Mensche. Na-
mentlik sy begaan een soo groot schelmstuk met God ende de Reeden
te verwerpen, om oover die Republik eenen Koning te stellen, dat
Heemel ende Aarde sig voor deesen daar oover ontsteld heeft,
ende nog heefen sig daar oover behoorde te ontsetten.
Ende wat sullen wy eindelik seggen van Regenten soodaaniger
Republiken, welke eenmaal door ongelukken in slaavernie verval-
len, ende door de Goddelijke voorsorge daar uit verlost zijnde,
des niet te min om eenige Officien ende Benesicien te konnen genieten,
voorbedagtelik ten tweeden maale alle die onnoosele Weesen, haare
Ingeseetenen, uit der gemeene Vryheid in eene ondraagelijke Slaavernie
werpen? Namentlik wy seggen, dat de schelmstukken soodaniger
Regenten soo groot ende van ouds onder onse beroemde Vrye Duit-
sen soo onbekend zijn, dat wy in onser Duitser Taale geene naamen
vinden konnen, om de grootheid der selven uit te drukken, ende
dat ook de geheugenisse der selven als van eewiglik verdoemde
Menschen, uit alle Gedenk-schriften gewist, ofte ten minsten haarez
aldaar niet dan met de aller-uiterste vervloekingen gedagt behoor-
de te werden.
Gelijk deese FABUL ons seer wel leerd, dat de Distelvink een-
maal uit haar kooje gevloogen zijnde, niet jeegenstaande sy een
ongemeen goed Meester hadde gehad, ende dat die haar seer goede
beloften deede, van haar nog safter ende beeter te handelen, sy
daar door niet konde werden aangelokt, om sig ten tweeden
maale in der Kouwe te laaten sluiten.
Alterius ne sit qui suus esse potest.
TYPE emblem pictura IC 25F32(GOLDFINCH)(+535) ; 25G3 ; 25H17 ; 34B13(+22) ; 41A3212 ; 41A3311 ; 41A3331 ; 43C13 ; 51E11(+4) ; 85(THE FREEDOM OF THE GOLDFINCH) ; 86(ALTERIUS NE SIT QUI SUUS ESSE POTEST) ; 86(VRIJHEID BLIJHEID) PREV embstma_add132_emblem019 MOTTO_NLVryheid, Blyheid.
ID embstma_add132_emblem020 MOTTO_LA_NORM Alterius ne sit qui suus esse potest _IC {'n': '25F32(GOLDFINCH)(+535)', 'k': '25Fk535', 'c': ['25FF32(GOLDFINCH)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F3', '25F32', '25F32(...)', '25F32(GOLDFINCH)', '25F32(GOLDFINCH)(+5)', '25F32(GOLDFINCH)(+53)', '25F32(GOLDFINCH)(+535)'], 'b': '25F32(GOLDFINCH)', 'l': [], 'txt': {'en': 'song-birds: goldfinch (+ sitting animal)', 'de': 'Singvögel: Stieglitz (+ ein sitzendes Tier)', 'fr': 'oiseaux chanteurs : chardonneret (+ animal assis)', 'it': 'uccelli canori: cardellino (+ animale seduto)', 'pt': 'aves canoras: pintassilgo (+ animal sentado)', 'jp': '鳴禽類: ゴシキヒワ (+ 座っている動物)'}, 'kw': {'en': ['goldfinch', 'sitting'], 'de': ['Stieglitz', 'sitzen'], 'fr': ['chardonneret', 'asseoir'], 'it': ['cardellino', 'seduto'], 'pt': ['pintassilgo'], 'jp': []}} ; {'n': '25G3', 'c': ['25G3(...)', '25G31', '25G39', '25GG3'], 'r': ['25G11', '25H15', '25H151', '25H152'], 'p': ['2', '25', '25G', '25G3'], 'b': '25G3', 'l': ['25Gk0', '25Gk1', '25Gk2', '25Gk3'], 'txt': {'en': 'trees', 'de': 'Bäume', 'fr': 'arbres', 'it': 'alberi', 'pt': 'árvores', 'jp': '樹木'}, 'kw': {'en': ['tree'], 'de': ['Baum'], 'fr': ['arbre'], 'it': ['albero'], 'pt': ['árvore'], 'jp': []}} ; {'n': '25H17', 'c': ['25H171', '25H172', '25HH17'], 'p': ['2', '25', '25H', '25H1', '25H17'], 'b': '25H17', 'l': ['25Hk0', '25Hk1'], 'txt': {'en': 'meadow, pasture', 'de': 'Wiese, Weideland', 'fr': 'pré, pâturage', 'it': 'prato, pascolo', 'pt': 'prado, pastagem', 'jp': '牧草地, 牧場'}, 'kw': {'en': ['grass', 'meadow'], 'de': ['Gras', 'Wiese'], 'fr': ['herbe', 'prairie', 'pré'], 'it': ['erba', 'prato'], 'pt': ['grama', 'prado'], 'jp': []}} ; {'n': '34B13(+22)', 'k': '34k22', 'c': ['34B131', '34B132', '34B133'], 'p': ['3', '34', '34B', '34B1', '34B13', '34B13(+2)', '34B13(+22)'], 'b': '34B13', 'l': [], 'txt': {'en': 'domestic birds (inside the house) (+ animal cage)', 'de': 'Vögel als Haustiere (im Haus) (+ Tierkäfig)', 'fr': "oiseaux domestiques (à l'intérieur de la maison) (+ cage pour animaux)", 'it': 'uccelli domestici (in casa) (+ gabbia per animali)', 'pt': 'aves domésticas (dentro de casa) (+ gaiola de animais)', 'jp': '家禽 (家の中の) (+ 動物の檻)'}, 'kw': {'en': ['bird', 'cage', 'bird-cage'], 'de': ['Vogel', 'Käfig', 'Vogelbaür'], 'fr': ['oiseau', 'cage', 'cage à oiseaux'], 'it': ['uccello', 'gabbia', 'gabbia per uccelli'], 'pt': ['pássaro'], 'jp': []}} ; {'n': '41A3212', 'c': ['41AA3212'], 'p': ['4', '41', '41A', '41A3', '41A32', '41A321', '41A3212'], 'b': '41A3212', 'l': ['4k0'], 'txt': {'en': 'divided door, upper part opened', 'de': 'horizontal geteilte Tür; der obere Teil geöffnet', 'fr': 'porte à deux battants superposés, le battant supérieur ouvert', 'it': 'porta con ante divise a metà, con la parte superiore aperta', 'pt': 'porta dividida em duas, com a parte superior aberta', 'jp': '分割された扉, 上部の開いた扉'}, 'kw': {'en': ['divided door', 'open door'], 'de': ['geteilte Tuer', 'offene Tuer'], 'fr': ['porte ouverte', 'porte à vantaux'], 'it': ['porta aperta', 'porta divisa'], 'pt': ['porta dividida', 'porta aberta'], 'jp': []}} ; {'n': '41A3311', 'c': ['41AA3311'], 'p': ['4', '41', '41A', '41A3', '41A33', '41A331', '41A3311'], 'b': '41A3311', 'l': ['4k0'], 'txt': {'en': 'open window', 'de': 'offenes Fenster', 'fr': 'fenêtre ouverte', 'it': 'finestra aperta', 'pt': 'janela aberta', 'jp': '開いた窓'}, 'kw': {'en': ['open window'], 'de': ['offenes Fenster'], 'fr': ['fenêtre ouverte'], 'it': ['finestra aperta'], 'pt': ['janela aberta'], 'jp': []}} ; {'n': '41A3331', 'c': ['41AA3331'], 'p': ['4', '41', '41A', '41A3', '41A33', '41A333', '41A3331'], 'b': '41A3331', 'l': ['4k0'], 'txt': {'en': 'window shutters on the outside', 'de': 'Fensterläden, Rolladen (an der Außenseite eines Fensters)', 'fr': "volets de fenêtre à l'extérieur", 'it': "imposte all'esterno", 'pt': 'estores, portadas exteriores', 'jp': '外部の雨戸'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '43C13', 'c': ['43C131', '43C132'], 'p': ['4', '43', '43C', '43C1', '43C13'], 'b': '43C13', 'l': ['43C1k0', '43C1k1', '43C1k2', '43C1k3', '43C1k4', '43C1k5', '43C1k6', '43C1k7', '43C1k8', '43C1k9'], 'txt': {'en': 'fowling, fowler', 'de': 'Vogelfang, Vogeljagd; Vogelfänger', 'fr': 'chasse et chasseur au gibier à plume', 'it': 'uccellagione, uccellatore', 'pt': 'caça de aves, passarinhiero', 'jp': '家禽, 鳥撃ち'}, 'kw': {'en': ['bird', 'fowl', 'fowler'], 'de': ['Gefluegel', 'Vogel', 'Vogelfaenger'], 'fr': ['chasseur au gibier à plume', 'oiseau', 'volaille'], 'it': ['uccellatore', 'uccello', 'volatile'], 'pt': ['pássaro', 'galinha', 'passarinheiro'], 'jp': []}} ; {'n': '51E11(+4)', 'k': '5k4', 'r': ['11S714', '96A5(LIBERTAS)'], 'p': ['5', '51', '51E', '51E1', '51E11', '51E11(+4)'], 'b': '51E11', 'l': [], 'txt': {'en': "Freedom, Liberty; 'Libertà' (Ripa) (+ emblematical representation of concept)", 'de': 'Freiheit; Ripa: Libertà (+ emblematische Darstellung einer Konzeption)', 'fr': "Liberté; 'Libertà' (Ripa) (+ représentation emblématique d'un concept)", 'it': "libertà; 'Libertà' (Ripa) (+ rappresentazione emblematica di concetti)", 'pt': 'liberdade; "\'Libertà" (Ripa) (+ representação emblemática do conceito)', 'jp': '自由, 独立 (+ 概念の象徴的な表現)'}, 'kw': {'en': ['Libertas', 'Libertà', 'Ripa', 'freedom', 'emblem'], 'de': ['Freiheit', 'Ripa, Cesare', 'libertas', 'libertà', 'Emblem'], 'fr': ['Libertas', 'Libertà', 'Ripa', 'liberté', 'emblème'], 'it': ['Libertas', 'Libertà', 'Ripa', 'libertà', 'emblema'], 'pt': ['liberdade', 'Libertas', 'Libertà', 'Ripa'], 'jp': []}} ; {'n': '85(THE FREEDOM OF THE GOLDFINCH)', 'c': ['85(COCK AND PEARL)', '85(DOG ON BRIDGE)', '85(FATHER, SON AND ASS)', '85(FOX AND RAVEN)', '85(FROG AND COW)', '85(RAVEN AND SCORPION)', '85(REYNARD THE FOX)', '85(SWAN AND COOK)', '85(AESOP, Latin fable index)'], 'p': ['8', '85', '85(...)'], 'notation_with_name': '85(...)', 'bracketed_text': '(THE FREEDOM OF THE GOLDFINCH)', 'b': '85(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'fables (THE FREEDOM OF THE GOLDFINCH)', 'de': 'Fabeln (THE FREEDOM OF THE GOLDFINCH)', 'fr': 'fable (THE FREEDOM OF THE GOLDFINCH)', 'it': 'scene da favole (THE FREEDOM OF THE GOLDFINCH)', 'pt': 'fábulas (THE FREEDOM OF THE GOLDFINCH)', 'jp': '寓話 (THE FREEDOM OF THE GOLDFINCH)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(ALTERIUS NE SIT QUI SUUS ESSE POTEST)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(ALTERIUS NE SIT QUI SUUS ESSE POTEST)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (ALTERIUS NE SIT QUI SUUS ESSE POTEST)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (ALTERIUS NE SIT QUI SUUS ESSE POTEST)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (ALTERIUS NE SIT QUI SUUS ESSE POTEST)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (ALTERIUS NE SIT QUI SUUS ESSE POTEST)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (ALTERIUS NE SIT QUI SUUS ESSE POTEST)', 'jp': '諺, 格言 等々 (ALTERIUS NE SIT QUI SUUS ESSE POTEST)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(VRIJHEID BLIJHEID)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(VRIJHEID BLIJHEID)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (VRIJHEID BLIJHEID)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (VRIJHEID BLIJHEID)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (VRIJHEID BLIJHEID)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (VRIJHEID BLIJHEID)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (VRIJHEID BLIJHEID)', 'jp': '諺, 格言 等々 (VRIJHEID BLIJHEID)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML21. De Man, ende het Bos.
Seeker Man in een lustig Bos gekoomen zijnde, sei-
de teegen den Boomen in het bysonder, dat sy te
wild ende te woest door elkander wiessen, ende daar-
om de een den andere verdrukte, ende belettede soo
hoog op te schieten, als sy andersins gedaan souden
hebben, ofte nog doen souden. Ende vougde hy daar
by, dat , indien sy hun eigen welstand behertigden,
sy behoorden te gedoogen, dat hy tot sijnen Byl-Ysere
in den Bosse eenen Tak mogt snijden, om daar van
eene Steel tot sijnen Byl-Ysere te konnen maaken, op
door dat middel, ende door geen ander, soude kon-
nen doen veel hooger, cierelijker ende eenpaariger op-
groejen; ende alsoo brengen tot eenen veel gelukkige-
ren ende beeteren stande, dan waar in sy nu leefden.
t' Welk het gantse Bos hem ten dien einde vrywillig
toestond, als wagtende volgens sijnen raad, schoone
ende groote verbeeteringe in den wasdomme. Maar
de Man, dus eene Byl gekreegen hebbende, bediende
sig dier vougen van dat Yser, dat hy der Boomen gants
niet, maar sijn eigen Voordeel allessins sogt, ende voor
eerst de allergrootste Boomen, die hem meest in den wee-
ge waaren, om verre hiew; ende daar naa, so draa het
Winter geworden was, ende als wanneer het hout voor
hem op sijn aller-bequaamste zijnde, om gehouwen
weesende, ten dienste te konnen werden verkogt, als
ook om dat het brand-hout alsdan voor sijnen eigen
brande hem meest konde ten staade koomen, het ge-
heele Bos door wandelde, ende de Boomen naar sijnen
gelieven ende meeste prousijt, begon af te houwen,
beginnende van boome tot boome. Sulks sy, als waa-
penloose Boomen zijnde, ende eenen gewaapenden het
selven niet konnende beletten, te laat hunne misslag,
welke sy begaan hadden, begreepen, van op eenige
Voorwaarden, hoe heiliglik die mogten weesen beloofd en-
de beswooren, eenen sterveliken, ende dien volgende al-
tijds bedriegeliken Mensche, te vergunnen eene Steel tot
eenes Mans Byl-Yseren, om dat alsdan beiden naar sijnen
sinne te gebruiken.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben in deeser FABULE verstaan, met een MAN een
aansienelik Mensch.
Met eene BOOM, een gering Mensch.
Met een MAN, die een BYL-Yser heeft ende geen Steel daar toe,
een krijgs Ooverste, die geene magt heeft, dan om de Krijgs-luiden van
tijden ten tijden naar het gelieven der Republike te gebieden.
Met de STEEL tot het tot het Byl-Yser, de magt die soo een Overste krijgt om de
Krijgs-Knegten ten allen tijden by een te roepen, ende naar sijnen sin te gebie-
den ter beetere bescherminge der Republike, ende die de selve altijds gebruiken
kan, ende ook veeltijds gebruikt, ter onderdrukkinge van dien.
ALle Menschen haar eigen, ende geen ander Mensch als om haar ei-
gen selfs lief hebbende; Soo is seeker, dat sy altijds meer haar sel-
ven als een ander beminnen. Ende vermits sy, het zy ge-ofte onge-
vraagd, aan eenen andere Raad-geevende, het selven altijds doen on-
der den schijn van meer des geraaden als hun eigen voordeel te sou-
ken, ende sy nogtans in teegendeel altijds meer geneegen zijn, ende
ook waarelik meest altijds bevonden werden, meer tot haar eigen, als
tot eenes anderen Menschen Voordeel te raaden: Soo moet de Ge-
raden niet alleen ooverleggen, of die Raad ten seekeren opsigte goed
schijnd te weesen, maar ook de Raader daar uit geen voordeel voor
sijn eigen selfs, ten schaade des geraaden soude konnen trekken. En-
de indien hy sulks bevind, soo moet die raad hem seer verdagt zijn.
Ende insonderheid moet sy verdagt zijn, wanneer een ander onge-
vraagd, voorbedagtelik komt raad geeven, ende dien raad onop-
houdentlik aandringd. Ende booven allen moet soo eene raad ver-
dagt zijn, welke gegeeven werd met beloften, ende toesegginge,
van een te volgen goed voor den geenen die geraaden werd, als de
Raader voor af ietwes tot sijn eigen voordeel begeerd, ende het welk
toegestaan zijnde, by onstentenisse des beloofden, niet weeder
door den Geraaden kan ingetrokken werden, om sig te herstellen
in den stande daar hy te vooren in was.
Ende insonderheid moet men altijds traag zijn om eene raad aan te
neemen, die van sijnen meerdere ongevraagd gegeeven werd, wanneer
die daar by ietwes voor af begeerd, waar meede de Geraade voor af
eer swakker als sterker, ende de Raadgeever gewisselik sterker wer-
den sal als hy te vooren was. Want om dat de Raader sijn oogwit be-
koomen hebbende, alsdan verder niet des Geraaden, maar sijn eigen
voordeel weederom te betragt plagt, ende in gevolge van dien,
den Geraaden ook weederom onder schijn van Raad ofte Versouk
den selven af te drinken, van tijde ten tijde meer andere beswaarlike
droogen, eindelik genougsaam gedwongen te werden, om alles,
dat de Raader begeerd, te doen ofte te laaten, ende te lijden.
Gelijk wy dat daageliks in de verhandelinge ende ommegange
met andere Menschen bevinden, ende ook by alle soo Latinse als
Griekse Historie-Schrijveren leefen konnen, a hoe dat van ouds eenige
Republiken sig hebbende laaten raaden, om aan eenigen uitsteeken-
den Ingeseeten ter sijner verseekeringe ende ten dienste der Repu-
blike eene Lijfwagt toe te staan, hy die Lijfwagt misbruikt heeft, om
de voornaamste Regenten der Republike, welke hem die Lijfwagt
ter goeder trouwe hadden toegestaan, ende die ook de Soldie van
dien betaalden, te vermeesteren, te vangen ende te dooden, ende
by gevolge als een seer boose Hond, sijnen Heere, die hem spijsigde,
de keele af te bijten. Gelijk wy ook by selven Historie-Schrijveren
konnen leesen, dat de Republiken die sorgvuldiglik de magt hunner
Krijgs-Ooversten soo bepaald hebben, dat sy de Krijgs-luiden niet
konden gebieden te werken dan naar de ordren der Republike, en-
de dat sy ook daar en booven het aan-ende af-stellen, ofte het aan-
neemen ende af-danken aller Krijgs-Bevelhebberen, ende geringe-
ren Krijgs-luiden aan sig behouden hadden: nooit door die Krijgs-
Ooversten, note door eenig buitenlands geweld verkragt zijn ge-
worden. Ende dat in teegendeel meest alle de Republiken, die aan
haare Krijgs-Ooversten eene vrye magt gegeeven hebben, om haare on-
derhoorige Krijgs-luiden allesins naar haaren sinne, ter beetere be-
scherminge der Republike teegen haare Vyanden te mogen gebrui-
ken, ende die daar en booven haaren Krijgs-Ooversten omtrend
het aan-neemen ende af-danken der Bevel-hebberen ende der gerin-
ge Krijgs-knegten eenig Bevel ofte eenige Magt hebben gegeeven,
ook meest altijds hebben moeten lijden, dat die Krijgs-Ooversten
haare onderhoorige Krijgs-luiden gebruikt hebben, om sig Tyran-
nen oover dien Vryen Staat, ende alle de Ingeseetenen van dien tot
haare Slaaven te maaken.
Ende is dit eigendlik het gunt de Ouden ons met deeser FABULE
hebben willen afbeelden, naamentlik, dat soo haast eene Republik
sig laat raaden aan eenen Krijgs-Ooversten soo groote magt te geeven,
dat hy, naar sijn gelieven, het Yser der onderhoorige Krijgs-lieden
kan werk-stellig maaken, dat alsdan de geheele Republiek ende de
Ingeseetenen van dien vernietigd werden.
a Die insonderheid Plutarch. Leeven der &c.
b SIe Plutarch. Leeven der doorlugt. Mannen, doorgaans.
Principiis obsta sero sapiunt Phryges.
TYPE emblem pictura IC 25H15 ; 47C31 ; 47D8(AXE) ; 47D8(KNIFE) ; 47I81 ; 54FF15 ; 57AA6141 ; 58AA12(+4) ; 85(THE FOREST AND THE FORESTER) ; 86(DIE AAN EENEN STERKEN DEN VINGER GEEFD, VERLIESD DE GEHEELE HAND) ; 86(PRINCIPIIS OBSTA SERO SAPIUNT PHRYGES) PREV embstma_add132_emblem020 MOTTO_NLDie aan eenen Sterken den Vinger geefd,
verliesd de geheele hand.
22.De Gilden ende eene Stad.
Wanneer op eenen tijde dienstig wierd geoordeeld,
dat seekere oopene Vlek soude beslooten werden,
soo heeft men, op dat point, alle Borgers, yder in sij-
nen Gilde vergaaderd zijnde, by een geroepen, om hun-
ne Advisen in hunnen Gilde, hier oover in te brengen;
Welke Advisen ende Gilden eindelik al te saamen ver-
schillig wierden bevonden: Want de Landlieden, Del-
vers zijnde, seiden dat Aard Wallen de beste waaren;
Maar de Metselaars beweerden, dat die voor den Vyan-
om de Plaats door eenen Steenen Muure moest verster-
ken. De Timmerluiden oordeelden soo wel de Aarde Wal
als de Steene Muur te kostelik, voor de goede Gemeen-
te, om de Penningen daar toe noodig, op te brengen,
ende dat de groote Onkosten by gevalle van Uitlegginge
ende Vergrootinge der Plaatse, sonder gebruik ende niet
alleen verlooren kort ende arbeid souden weesen; maar
dat die Aarde Wallen ende Steene Muuren nog daar en
booven met seer grooten Arbeid ende onkosten vervoerd,
ofte afgebrooken souden moeten werden, ofte dat sy der
Steede ten grooten ongemakke ende seer grooten oncier-
sele souden gediien. Ende dat men derhalven beeter
met onkostelijke Planken het werk aanstonds beginnen,
ende binnen seer weinige daagen de omtuininge voltrek-
kende, de gemeene Ingeseetenen bevrijden konde teegen
eenen onverwagten aanloope der Vyanden. Ende voug-
den die Timmerluiden daar by, dat die Planken door
haar, mits haar dag-loon genietende, altijds seer ligte-
lik by alle occasien konden afgenoomen ofte verset wor-
den. De Glaasemaakers naamen soo wel in Steene als
Houte Wallen ende Borst-weeringen, hun genougen;
mits dat men Glaase vensters ordineerde, om oover al
te konnen door heenen sien, of ende waar eenige Vyan-
den waaren, ende wat sy ondernaamen. De Smits keur-
den den voorslag wierden Ysere Fraalien in de Vensteren,
om alles te meer verseekerd te hebben, dat of schoon
de Vyanden de seer broose Glaasen quaamen te breeken,
sy nogtans door die Vensteren niet souden konnen in-
breeken. De Renteniers ende Koopluiden agtten der Stads
dienen, als die Vuilnis maar rondom digt ende vast
wierd op een gestaapeld, ende vast in een getreeden,
alsoo dat der Steede tot geene niewe belastinge soude
behouven te strekken. Ende dat sy ook tot geene niewe
belastinge ofte opschietinge van Penningen souden kon-
nen verstaan, om dat sulks altijds alleen op hunne kap-
pe aanquam. Dan insien sy de noodige Penningen van
haer geliefden te ligten teegen den Penninge Sestien, dat
sy alsdan souden toestaan, alle soodaanige versterkinge
der Steede, als de andere Gilden souden moogen goed
vinden. Dit gevoelen bevestigden de Wijnkoopers ende
de Brouwers, seggende dat sy met hunne Moeren ende
andere Drabben, de dikte van het Vuilnis souden helpen
vermeerderen, daar alle de andere Gilden weederom
meede gekten, seggende, dat aldus hunne Stad aan het
believen der Swijnen soude oopen staan, die met hun
vreeten ende wroeten ligtelik daar in eene breuk konden
maaken: ende dus verliep de tijd der Vergaaderinge,
sonder iet vrugtbaareliks beslooten ofte uitgeregt te heb-
ben.
Uitlegging der Woorden.
Alle de Woorden staan hier in den eigendlijken
sinne, sulks desweegen geene Uitlegging vereist
werd.
ALle de Ingeseetenen der Landen ende Steeden, die niet naar
de losse sinnen van eenen Mensche; maar naar seekere Wetten,
hebben, geregeerd werden; hebben ende besitten seekerlik
eenige eigene goederen, die sy met alle haare magt, ende sor-
ge behouden, gebruiken ende vermeerderen moogen ende ook
poogen. Ende daar en teegen werden ook in alle die Vrye
Landen ende Steeden door opgemelde Ingeseetenen in het ge-
meen gedraagen ende genooten gemeene Lasten ende Voordeelen,
welkle door ydere der selven, die opgemelde gemeene Lasten
ende Voordeelen staan te draagen, ofte die Voordeelen te
genieten, altijds teegen eigene Lasten ende Voordeelen in der
Schaalen wel rijpelik ooverwoogen werden. Ende vermits al-
daar door de liefde, die wy ons selven toedraagen, eene once
van eigenbaat ofte eigene schaade altijds veel meer weegd, als
honderd ponden van het gemeen: Naamentlik dat wanner het
gebeurd, dat het gemeen, ofte de geheel Staat aller Ingesee-
tenen, met sestien hondert guldens belaaden werd, ofte die
geniet, ende dat alsdan yder mensch in het bysonder met
geen eene gulden werd belaaden ofte die geniet; Soo is
kennelik, dat indien alsdan iemand in het bysonder uit die
gemeene belastinge ofte verligtinge der Republike van gul-
dens sestien hondert, met twee guldens meend beswaard ofte
gebaat te sullen werden, hy die last ten naadeele der Repu-
blike niet vermijden, ende die baat ten schaade der selve ge-
nieten sal willen, ten zy hy waarelik een ongemeen Deugdsaam
ende seer Eedelmoedig Mensch zy, op welke, om de seld-
saamheid der selven, in den Stukke van Land-bestier, gants
geene reekeninge mag werden gemaakt. * SUlks vermits dee-
se eigen selfs liefde, aan den Menschen soo vast is, dat daar van
niet, ofte immer seer beswaarelik, kan werden afgescheiden:
Soo is ook eene seer klaare saak, dat geene vergaadering van
Menschen, hoedaanig die zy, de Saaken van den gemeenen
Staat behoorde te ooverweegen, dan waar in de Leeden van
dien gesaamentlik geen eigen bysondere baat ofte schaade ten
naadeele van het gemeen, beoogen ofte vermijden konnen;
maar dat de Saaken van den Staat ooverwoogen ende gehandeld
het groot getal, ende de verscheidendheid der Leeden, eigen In-
terest ten nadeele des gemeenen welvaarens, niet konnende be-
jaagd ende verkreegen werden, yder Lid van dien alsdan see-
kerlik in den gemeenen Wel-ofte Quaalik-vaaren, eeniger
maate sijn eigen Wel-ofte Quaalik-vaaren vinden komende,
het selven waarschijnelik met sijne stemme sal souken te be-
koomen ofte re vermijden. Ende vermits eene Stad voorsig-
tiglik in Wijken verdeeld zijnde, als meede in ydere van dien,
geene andere Mannen, dan die alle de Lasten der Republike
ofte Steede draagen moeten, verschijnen moogende, het ook
seeker is, dat aldaar alle de verscheidene Interesten van die Stad
gevonden werden. Ende soo is ook kennelik, dat in ydere Ver-
gaaderinge van die Wijk, met de meeste stemmen der Leeden,
het gemeen Wel-vaaren betragt sal werden, soodaanig, dat sy daar
van niet dan uit onkonde afdwaalen sullen: Sulks gewisselik
uit alle de Advisen der Wijken, de gemeene Borgerschap, volgens
haare innerlijke meeninge, het besten haast besluiten ende ver-
kiesen sal. Daar in teegendeel yder Gild in het bysonder, hoe
groot het selven ook mooge zijn, niet het gemeen Wel-vaaren der
Steede, maar het een ende eenig Interest van dat Gilde betragt.
Ende derhalven soo is ook seeker, dat yder van dien vergaade-
rende, ende der gemeene Steede-saaken ooverweegende, niet
dan tot eigen Interest, alwaare het tot schaade van het Gemeen, ad-
viseeren ofte sijne stemme geeven sal, ende dat uit soo veele eigene
bysondere, ende teegen een strijdende ofte van malkandere ver-
scheelende Advisen ende Interessen, met welken het gemeen wel-vaa-
ren niet dan secundario, ofte naar het eigen, ende by gevalle be-
tragt werd, nietwes waareliks ten gemeenen nutte beslooten
kan werden. Gelijk het selven daageliks in die Steeden, welke
door Gilden geregeerd werden, te sien is.
Sulks de eigendlijke sin deeser FABULE is, aan te wijsem,
dat yder Gild in het bysonder, op de andere Gemeene Ingeseetenen
tragt te aasen, ende dat alle die Gildens tot der Gemeene Regee-
ringe eener Steede onnut, ende den anderen Ingeseetenen seer
Schaadelik zijnde, sy uit der Regeeringe alles welbestelde Stee-
zijn, haare Versouken, die sy in haare Vergaaderingen opstel-
len, ende vervolgens den Regenten der Steeden voordraagen, als
altijds ten naadeele der gemeene Ingeseetenen strekkende, door
de Wijse ende Agtbaare Regeerderen der Steeden ook altijds
afgeweesen behoorden te werden. Gelijk in deeser FABULE
geen Gild sijn oogwit bequam, maar alle die Saaken ongedaan
blijvende, door die Gilden ende haare Vergaaderingen, soodaanige
verwerringe ten naadeele der gemeene Ingeseetenen, wierd
veroorsaakt, dat die Stad gants niet omwald ende gesterkt wierd.
Laudat venales quas vult extrudere merces
Quisquis.
Yder Monnik prijst sijn Convent aan.
ID embstma_add132_emblem022 MOTTO_LA_NORM Laudat venales quas vult extrudere merces quisquis _IC {'n': '25I12', 'c': ['25II12'], 'p': ['2', '25', '25I', '25I1', '25I12'], 'b': '25I12', 'l': ['25Ik0', '25Ik1'], 'txt': {'en': 'prospect of city, town panorama, silhouette of city', 'de': 'Prospekt einer Stadt, Stadtpanorama, Silhouette einer Stadt', 'fr': 'panorama de ville, silhouette de ville', 'it': 'vista, panorama, profilo di una città', 'pt': 'perspectiva da cidade, panorama da cidade, silhoueta da cidade', 'jp': '都市の展望, 街の全景, 都市の輪郭'}, 'kw': {'en': ['panorama', 'silhouette'], 'de': ['Panorama', 'Silhouette'], 'fr': ['panorama', 'silhouette'], 'it': ['panorama', 'silhouette'], 'pt': ['panorama', 'silhueta'], 'jp': []}} ; {'n': '31A2514(+931)', 'k': '31k931', 'c': ['31AA2514'], 'p': ['3', '31', '31A', '31A2', '31A25', '31A251', '31A2514', '31A2514(+9)', '31A2514(+93)', '31A2514(+931)'], 'b': '31A2514', 'l': [], 'txt': {'en': 'arm held backwards (+ indicating, pointing at)', 'de': 'rückwärts gehaltener Arm (+ hinweisen, zeigen)', 'fr': 'bras tenu par derrière (+ indiquer, pointer vers)', 'it': "braccio tenuto all'indietro (+ indicare)", 'pt': 'braço seguro atrás (+ indicando, apontando para)', 'jp': '後ろ手に腕を組む (+ 示す、指す)'}, 'kw': {'en': ['backwards', 'pointing'], 'de': ['rueckwaerts', 'zeigen'], 'fr': ['en arrière', 'indiquer'], 'it': ['indietro', 'indicare'], 'pt': ['para trás'], 'jp': []}} ; {'n': '33A35', 'c': ['33A350'], 'p': ['3', '33', '33A', '33A3', '33A35'], 'b': '33A35', 'l': ['3k0'], 'txt': {'en': 'conversation, dialogue; conversation piece', 'de': 'Unterhaltung, Konversation, Dialog; Konversationsstück', 'fr': "conversation, dialogue; tableau de genre, scène d'intérieur", 'it': "conversazione, dialogo; 'conversation piece'", 'pt': 'conversa, diálogo; parte de conversa', 'jp': '会話, 対話; 話の種'}, 'kw': {'en': ['conversation', 'conversation piece', 'dialogue'], 'de': ['Dialog', 'Konversation', 'Konversationsbild', 'Unterhaltung'], 'fr': ['conversation', 'dialogue', "scène d'intérieur"], 'it': ['conversation piece', 'conversazione', 'dialogo'], 'pt': ['conversa', 'parte de conversação', 'diálogo'], 'jp': []}} ; {'n': '41A711', 'c': ['41A7111', '41A7112'], 'r': ['41C3'], 'p': ['4', '41', '41A', '41A7', '41A71', '41A711'], 'b': '41A711', 'l': ['41k0', '41k1', '41k2', '41k3', '41k4', '41k5', '41k6', '41k9'], 'txt': {'en': 'table', 'de': 'Tisch', 'fr': 'table', 'it': 'tavolo', 'pt': 'mesa', 'jp': 'テーブル'}, 'kw': {'en': ['table'], 'de': ['Materialitaet', 'Moebel', 'Tisch'], 'fr': ['table'], 'it': ['tavola', 'tavolo'], 'pt': ['mesa'], 'jp': []}} ; {'n': '41A7211', 'c': ['41A72111'], 'p': ['4', '41', '41A', '41A7', '41A72', '41A721', '41A7211'], 'b': '41A7211', 'l': ['41k0', '41k1', '41k2', '41k3', '41k4', '41k5', '41k6', '41k9'], 'txt': {'en': 'stool', 'de': 'Hocker', 'fr': 'tabouret', 'it': 'sgabello', 'pt': 'banquinho', 'jp': 'スツール'}, 'kw': {'en': ['stool'], 'de': ['Hocker'], 'fr': ['tabouret'], 'it': ['sgabello'], 'pt': ['tamborete'], 'jp': []}} ; {'n': '47B151', 'r': ['48C314'], 'p': ['4', '47', '47B', '47B1', '47B15', '47B151'], 'b': '47B151', 'l': ['47k0', '47k1', '47k2', '47k3', '47k4', '47k5', '47k6', '47k7', '47k8', '47k9'], 'txt': {'en': 'glass-maker', 'de': 'Glasmacher', 'fr': 'verrier', 'it': 'vetraro, fabbricante di vetro', 'pt': 'vidreiro', 'jp': 'ガラス製造人'}, 'kw': {'en': ['glass-maker'], 'de': ['Glasmacher'], 'fr': ['verrier'], 'it': ['vetraio'], 'pt': ['vidreiro'], 'jp': []}} ; {'n': '47B1611', 'r': ['47L22', '48C316'], 'p': ['4', '47', '47B', '47B1', '47B16', '47B161', '47B1611'], 'b': '47B1611', 'l': ['47k0', '47k1', '47k2', '47k3', '47k4', '47k5', '47k6', '47k7', '47k8', '47k9'], 'txt': {'en': 'carpenter', 'de': 'Zimmermann', 'fr': 'charpentier', 'it': 'carpentiere', 'pt': 'carpinteiro', 'jp': '大工'}, 'kw': {'en': ['carpenter'], 'de': ['Zimmermann'], 'fr': ['charpentier'], 'it': ['carpentiere'], 'pt': ['carpinteiro'], 'jp': []}} ; {'n': '47G6(TROWEL)', 'c': ['47G6(MORTISE CHISEL)', '47G6(PLUMB-LINE)', '47G6(RAMMER)', '47G6(WATER-LEVEL)'], 'p': ['4', '47', '47G', '47G6', '47G6(...)'], 'notation_with_name': '47G6(...)', 'bracketed_text': '(TROWEL)', 'b': '47G6(...)', 'l': ['47k0', '47k1', '47k2', '47k3', '47k4', '47k5', '47k6', '47k7', '47k8', '47k9'], 'txt': {'en': 'tools and machines ~ building (TROWEL)', 'de': 'Werkzeuge und Maschinen für Bautätigkeiten (TROWEL)', 'fr': 'instruments et machines ~ construction (TROWEL)', 'it': 'arnesi e macchine ~ edilizia (TROWEL)', 'pt': 'ferramentas e máquinas ~ construção civil (TROWEL)', 'jp': '道具と機械 ~ 建造物 (TROWEL)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '85(ADVISERS PROTECT THEIR OWN INTERESTS)', 'c': ['85(COCK AND PEARL)', '85(DOG ON BRIDGE)', '85(FATHER, SON AND ASS)', '85(FOX AND RAVEN)', '85(FROG AND COW)', '85(RAVEN AND SCORPION)', '85(REYNARD THE FOX)', '85(SWAN AND COOK)', '85(AESOP, Latin fable index)'], 'p': ['8', '85', '85(...)'], 'notation_with_name': '85(...)', 'bracketed_text': '(ADVISERS PROTECT THEIR OWN INTERESTS)', 'b': '85(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'fables (ADVISERS PROTECT THEIR OWN INTERESTS)', 'de': 'Fabeln (ADVISERS PROTECT THEIR OWN INTERESTS)', 'fr': 'fable (ADVISERS PROTECT THEIR OWN INTERESTS)', 'it': 'scene da favole (ADVISERS PROTECT THEIR OWN INTERESTS)', 'pt': 'fábulas (ADVISERS PROTECT THEIR OWN INTERESTS)', 'jp': '寓話 (ADVISERS PROTECT THEIR OWN INTERESTS)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(LAUDAT VENALES QUAS VULT EXTRUDERE MERCES QUISQUIS)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(LAUDAT VENALES QUAS VULT EXTRUDERE MERCES QUISQUIS)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (LAUDAT VENALES QUAS VULT EXTRUDERE MERCES QUISQUIS)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (LAUDAT VENALES QUAS VULT EXTRUDERE MERCES QUISQUIS)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (LAUDAT VENALES QUAS VULT EXTRUDERE MERCES QUISQUIS)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (LAUDAT VENALES QUAS VULT EXTRUDERE MERCES QUISQUIS)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (LAUDAT VENALES QUAS VULT EXTRUDERE MERCES QUISQUIS)', 'jp': '諺, 格言 等々 (LAUDAT VENALES QUAS VULT EXTRUDERE MERCES QUISQUIS)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML23. De Kat verslind den Haan.
DE Kat, die voorgegeeven had, uit een groot be-
row oover sijne sonden, een soo stil ingetoogen en-
de Heilig leeven te willen leiden, dat hy sig voortaan
van alle Vis ende Vlees soude onthouden, ende om gee-
ne onnoosele Dieren ter Wereld te dooden, niet eeten
soude dan Kruiden, Vrugten, ende Wortelen; had door
dat middel eenen ingang ende eenige opsigt oover de
Hoenderen bekoomen, als wanneer hy den Haan, die
mits de Kat geneegen was, den Haan te verslinden,
ende des niet te min die voor hem soo profitabile Naam
van Heilig te zijn, te behouden, soo wilde hy dien
Haan seer gaaren onder eenen heiligen schijn dooden
ende eeten. Ende derhalven siede hy hem: ,,Du
,,ontugtige Bouf vermengest dy teegen alle Natuurelij-
,,ke ende Goddelijke Wetten met Moederen, Dogte-
,,ren, ende Susteren, ende bist daarom op der We-
,,reld niet te lijden; maar behoordst anderen ten spie-
,,gele gedood te werden: op dat soodaanige ontugtig-
,,heid, ende groote krijtende sonde, onder den Dieren
,,niet meer in swange gaa. Waar op de Haan antwoor-
de, dat de Hoenderen door sijn veel-vuldig treeden,
ende sig sonder eenigen onderscheide, met allen den
Hoenderen te vermengen, meer Eyeren leiden, ende
oover sulks den Menschen aangenaamer waaren, als
meede insonderheid, dat de Menschen haar ook den
Kost verschaften om geene andere Reeden, dan op dat
sy beiden sulks doen souden. Deese Beschuldiging
dus klaarelik weeder-legt zijnde, soo beschuldigde de
Kat hem ten tweeden, dat hy de Menschen door sijn
geduurig gekraay, in haare Nagt-rust stoorde, ende
daarom allen de doode wel dubbeld verdiend had.
Ende antwoorde de Haan hem weederom, dat de
Menschen hem bysonderlik den Kost gaaven, op dat
hy met sijn gekraay haar de uuren by daage ende by
nagte, ende ook als een Propheet, het toekoomend
goed ofte quaad Weeder te kennen geeven soude, en-
de dat sy by gevolge ten allen tijden, haar slaapen,
waaken ende arbeiden, daar naar aan-rigten souden
soo wel beantwoord te zijn, dat hy den Haan onder
geenen Heiligen schijn konde eeten, denselven efter
doode ende seide: het zy wat het wil, ende wie
gy zijt, ik wil met geenen hongerigen Buike slaapen
gaan.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier verstaan met den KAT,
een Mensch die uiterlijk beleefd, vriendelik ende
saftmoedig is, om onder dien schijn eenige aansie-
nelijke Amten te bekoomen, ende alsdan des te
beeter, te sijnen voordeele, Schelmstukken te kon-
nen pleegen.
Met den HAAN, een onnoosel Mensch, die door schijn
bedroogen werd.
ALle Menschen zijn niet alleen innerlik vergenougd ende
blijde, of misnougd ende drouvig, wanneer sy door eenige
goede reedenen geleid, ofte door groote driften van bloed ver-
rukt werden, eenig goed ofte quaad te doen, ofte wanneer haar
geheugd, sulks gedaan te hebben: Maar hebben sy daar en
booven haar eigen selfs soo lief, dat sy daar beneevens wen-
schen, dat andere Menschen van haar, ende van haar doen en-
de laaten, soo in haar leeven als naa haare dood, wel gevoelen
ende losselik spreeken. Sulks men bevind, dat het aller-krag-
tigste middel, om de Menschen tot het goeden te drijven, en-
de van het quaaden af te schrikken, is in haar te verwekken,
te behouden een goed gewissen, als meede in haar te veroorsaa-
ken, eene seer groote begeerte om Eere, ofte eene diergelijke
Vreese, van Schande te sullen behaalen. Ende wanneer men Men-
schen vind, die in alle voorvallende Saaken, haar eigene lu-
sten ende vermaak volgen; sonder door de krasten van het ge-
wissen, ofte door de begeerte van Eere, ende door de vreese
van Schande, gedreeven ofte afgeschrikt te werden, om an-
deren goed te doen, ofte van anderen te verongelijken ende
te beschaadigen; Soo werden sy daar door vermaard, boos-
aardige Menschen te zijn, ende werden sy ook desweegen
soo seer van anderen vermijd, dat sy eindelik willende, voor-
taan niet konnen, veele geleegentheid vinden, om in de
verongelijkinge van eenen andere haar vermaak soo ligtelik te
vinden.
Ende werd niet soo seer deese, als een nog veel schaadelij-
ker slag van Menschen, door deeser FABULE afgebeeld.
Naamentlik soodaanige, die door een goed ofte quaad gewisse,
ende door Liefde ofte Vreese tot Eere ofte van Schande, niet al-
leen niet werden ten goeden opgewekt, ofte van den quaaden
afgeschrikt, maar die onder den schijnt van deugdelijke Wer-
ken te pleegen, geneegen zijn eene loffelijke Naame te be-
koomen, om de selve verkreegen hebbende, onder dat Deksel
des te veiliger, haare lighaamelijke Lusten neevens haare Geld-
ende Eer-ofte Heers-sugt te konnen versaadigen. Ende ver-
mits deese Menschen die heilsaame middelen, waar door de
Menschen ter deugden opgewekt, ende van den ondeugden
afgeschrikt plagten te werden, misbruiken, om des te meer
haare schaadelijke Lusten te konnen volgen, ende des te eerder
andere Menschen te konnen beschaadigen; ende dus doende,
teegen Goode ende den Menschen des te veiliger te moogen sondi-
gen: Soo zijn dit waarelik de aller-ondeugenste Menschen,
welke op den Aardboodem gevonden werden.
Want dit zijn die geveinsde Phariseen, welke in het oopen-
baar den Heiligen speelen, met een Splinter in eenes anderen
Mans ooge aan te wijsen, Muggen te siften, Comijn ende Rui te
gen hebben, niet sien soude, ende dat sy onderwijlen des te
veiliger in alles haare Vleesselijke ofte Heerssugtige Lusten vol-
gen, Cameelen doorslikken, ende heiliglik andere Menschen, jaa
Weduwen ende weesen meest verongelijken, ende van haare Goe-
deren, ofte Eere ende Leeven berooven souden konnen. Waar-
om ook oover die Phariseen meer als oover eenige andere slag
van Menschen, in de Heilige Schriften het Wee, Wee, werd
uitgeroepen. a
Dit zijn die Kerkelijken, welke op dat sy van andere Men-
schen des te meer geërd ende beliefd souden werden, on-
der den schijn van te yveren voor Goodes Glorie, ende de Stig-
tinge der heilige Kerke, alle Menschen, die haar niet Eeren ende
Dienen willen, ofte die van haar in eenige meeningen ofte ge-
dagten omtrend het Goddelik Weesen, ofte omtrend den eigent-
lijken Goodes-dienste verschillen, ende des niet te min onnooselik
ofte onstrafbaar van leeven zijn, doen dooden, van den ge-
meenschappe der Kerken afsnijden, ende den Satan oover-leeve-
ren, ofte uit den Lande jaagen.
Dit zijn die Politiken, welke om in eener Vrye Republike eenen
grooten aanhang onder der Ingeseetenen, ende daar door ee-
ne grootere magt, ter onderdrukkinge der gemeene Vryheid, te
bekoomen, geduurig roemen, dat sy de Vryheid ende het Wel-
vaaren des Vaader-lands beschermen, ende vergrooten willen,
ende alle de Wetten, oude Hand-Vesten ende Privilegien, heiliglik
naar-koomen of doen naar-koomen sullen, ende die onder dat
deksel ende onder den schijn van voor het gemeen te sor-
gen, het begeeven van alle Officien ende Beneficien, van tijden
ten tijden in der Vrye Republike voorvallende, den wette-
lik daar toe bevougden Vryen Regenten, on-ende tot sig trek-
ken, als ook op deselve wijse het uitleggen der Wetten ten haa-
ren voordeele sig aanmaatigen derven. Ende zijn dit einde-
lik die Politiken, welke geenen schoonen schijn konnende vin-
den, om onder dien de Republik te verkrasten, eindelik het
Mom afleggen, ende oopentlik den Tyran speelen, met de lof-
gequetste Majesteit, niet konnende doen dooden, ester door
Moorders van kant te helpen. In het korte gesegt, dit is
de Schijn-heilige Kat, die gaaren den Haan heiliglijk, dat is door
eenigen schijn van Regte, doen veroordeelen, dooden ende
op-eeten soude, ende niet konnende hem door eenige schijn
doen veroordeelen, alsoo hy waarelik niet allen onnoosel, maar
daar en booven een Heilig Propheet is, efter selfs, ofte door
daar toe opgemaakte Moordenaaren, de keele af bijt, ende hem
op-eet.
Nulli tutius peccant quam sub pietatis insula.
TYPE emblem pictura IC 34B12(+9514):34B232(+51) ; 57A632 ; 57AA613 ; 85(THE CAT KILLS THE COCK) ; 86(DE BUIK HEEFT GEEN OREN) ; 86(NULLI TUTIUS PECCANT QUAM SUB PIETATIS INSULA) PREV embstma_add132_emblem022 MOTTO_NLDe Buik heeft geene Ooren.
ID embstma_add132_emblem023 MOTTO_LA_NORM Nulli tutius peccant quam sub pietatis insula _IC {'n': '34B12(+9514):34B232(+51)', 'c': ['34B12(...)', '34B121'], 'p': ['3', '34', '34B', '34B1', '34B12'], 'b': '34B12', 'l': ['34k0', '34k1', '34k2', '34k3', '34k4', '34k5', '34k6', '34k7', '34k8', '34k9'], 'txt': {'en': 'cat (+ animal(s) killing) : fowl (cock, hen, chicken, etc.) (+ male animal)', 'de': 'Katze (+ tötende Tiere) : Geflügel (Hahn, Henne, Huhn etc.) (+ männliches Tier)', 'fr': 'chat (+ animal(animaux) tuant) : volaille (coq, poule, poussins, etc.) (+ animal mâle)', 'it': 'gatto (+ animale/i che uccide) : pollame (gallo, gallina, pollo, ecc.) (+ animale maschio)', 'pt': 'gato (+ matança de animal(es)) : aves domésticas (galo, galinha, frango, etc.) (+ animal macho)', 'jp': '猫 (+ 殺す動物) : 家禽 (雄鶏, 雌鳥, ニワトリ, 等) (+ 雄の動物)'}, 'kw': {'en': ['cat'], 'de': ['Katze'], 'fr': ['chat'], 'it': ['gatto'], 'pt': ['gato'], 'jp': []}} ; {'n': '57A632', 'r': ['59BB1'], 'p': ['5', '57', '57A', '57A6', '57A63', '57A632'], 'b': '57A632', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': 'Falsely accused Innocence', 'de': 'die fälschlich angeklagte Unschuld', 'fr': 'Innocence accusée Faussement', 'it': 'innocenza accusata ingiustamente', 'pt': 'inocência acusada injustamente', 'jp': '不当に告発された無実の人'}, 'kw': {'en': ['accusing', 'innocence'], 'de': ['Unschuld', 'anklagen'], 'fr': ['accuser', 'innocence'], 'it': ['accusare', 'innocenza'], 'pt': ['acusador', 'inocência'], 'jp': []}} ; {'n': '57AA613', 'c': ['57AA6131'], 'p': ['5', '57', '57AA', '57AA6', '57AA61', '57AA613'], 'b': '57AA613', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': "Cunning, Slyness; 'Astutia ingannevole' (Ripa)", 'de': 'Verschlagenheit, Listigkeit; Ripa: Astutia ingannevole', 'fr': "Astuce, Sournoiserie; 'Astutia ingannevole' (Ripa)", 'it': "furberia, ipocrisia; 'Astutia ingannevole' (Ripa)", 'pt': 'astúcia, dissimulação, hipocrisia; "Astutia ingannevole" (Ripa)', 'jp': 'ずるい, ずるさ'}, 'kw': {'en': ['Astutia ingannevole', 'Honestà', 'honesty', 'ruse'], 'de': ['Astutia ingannevole', 'Ehrlichkeit', 'List', 'honestà'], 'fr': ['Astutia ingannevole', 'Honestà', 'honnêteté', 'ruse'], 'it': ['Astutia ingannevole', 'Honestà', 'onestà', 'stratagemma'], 'pt': ['Astutia ingannevole', 'Honesta', 'honestidade', 'estratagema'], 'jp': []}} ; {'n': '85(THE CAT KILLS THE COCK)', 'c': ['85(COCK AND PEARL)', '85(DOG ON BRIDGE)', '85(FATHER, SON AND ASS)', '85(FOX AND RAVEN)', '85(FROG AND COW)', '85(RAVEN AND SCORPION)', '85(REYNARD THE FOX)', '85(SWAN AND COOK)', '85(AESOP, Latin fable index)'], 'p': ['8', '85', '85(...)'], 'notation_with_name': '85(...)', 'bracketed_text': '(THE CAT KILLS THE COCK)', 'b': '85(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'fables (THE CAT KILLS THE COCK)', 'de': 'Fabeln (THE CAT KILLS THE COCK)', 'fr': 'fable (THE CAT KILLS THE COCK)', 'it': 'scene da favole (THE CAT KILLS THE COCK)', 'pt': 'fábulas (THE CAT KILLS THE COCK)', 'jp': '寓話 (THE CAT KILLS THE COCK)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(DE BUIK HEEFT GEEN OREN)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(DE BUIK HEEFT GEEN OREN)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (DE BUIK HEEFT GEEN OREN)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (DE BUIK HEEFT GEEN OREN)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (DE BUIK HEEFT GEEN OREN)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (DE BUIK HEEFT GEEN OREN)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (DE BUIK HEEFT GEEN OREN)', 'jp': '諺, 格言 等々 (DE BUIK HEEFT GEEN OREN)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '86(NULLI TUTIUS PECCANT QUAM SUB PIETATIS INSULA)', 'c': ['86(BEWARE THE GEESE WHEN THE FOX PREACHES)', '86(LIGHTLY COME, LIGHTLY GO)', '86(OMNIA MECUM PORTO)'], 'p': ['8', '86', '86(...)'], 'notation_with_name': '86(...)', 'bracketed_text': '(NULLI TUTIUS PECCANT QUAM SUB PIETATIS INSULA)', 'b': '86(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'proverbs, sayings, etc. (NULLI TUTIUS PECCANT QUAM SUB PIETATIS INSULA)', 'de': 'Sprichwörter, Redewendungen etc. (NULLI TUTIUS PECCANT QUAM SUB PIETATIS INSULA)', 'fr': 'proverbes, dictons, etc. (NULLI TUTIUS PECCANT QUAM SUB PIETATIS INSULA)', 'it': 'proverbi, detti, ecc. (NULLI TUTIUS PECCANT QUAM SUB PIETATIS INSULA)', 'pt': 'provérbios, ditos populares, etc. (NULLI TUTIUS PECCANT QUAM SUB PIETATIS INSULA)', 'jp': '諺, 格言 等々 (NULLI TUTIUS PECCANT QUAM SUB PIETATIS INSULA)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML24. De Muisen ende de Kat.
De Kat veele Muisen verslonden hebbende, bevond
dat sy, om sijne klaauwen te ontgaan, in haare ho-
len bleeven; sulks hy, om haar daar uit te lokken, en-
de te konnen eeten, veinsde dat hy dood was; maar de
Muisen die veinsery haast gemerkt hebbende, riepen hem
toe, Al liet gy u hangen als een sak, en wy niet dan
uw vel saagen, soo souden wy u niet naarder koomen,
boeg wende, Heiliglik swoer, Penitentie te sullen doen
oover sijne veelvuldige moorden, ende nooit meer Visch
of Vleesch te sullen eeten; trok ten dien einde heilige
kleederen aan, sag voor sig needer, met eene eevene
troonie, onder een erbermelik mawen, ende traagen
gang. Het welk als een tijd lang geduurd, ende de Mui-
sen sulks verstaan ende daar naa selfs gesien hadden; als
meede gehoord hebbende, dat hy van alle andere Dieren
voor eenen seer heiligen Kluysenaar gehouden wierd; Soo
vonden sy goed, hem tot hunnen Ooverste te verkie-
sen, gelijk sy hem den Eed van getrouwigheid afnaa-
men, die hy ook deede, met hoofe betuiginge, van
hun vleesch nimmermeer te sullen proeven; ende daar
en booven haar teegen alle uitheems geweld kragtig te
sullen beschermen. Maar de arme Dieren, den Kat dus
binnen hare hoolen gebragt hebbende, bevonden wel haast,
dat hy in het eersten heimelik, daar naa oopenbaar, elk be-
gon op te eeten, ende dt hy onder eenen heiligen schijn, als
of sy sulks verdiend hadden, alle de dikste, vetste ende meest
gevleeschte Muisen verslond; waarom de ooverigen sig
weederom met der vlugt bergden in andere hoolen, daar
sy in haare beschansingen, het leeven in aller seekerheid
voor sijne wreede tanden ende klaauwen doorbragten.
Ende om in het toekoomende te veiliger voor hem te
zijn, beraadslaagen sy, dat om buiten haare hoolen
eenig maar vermaak ende ook voedsels te konnen genie-
ten, ende middeler wijle niet van hem oovervallen te
worden, het noodig was, hem een Bel om den halse te
doen: maar niemand eenig middel konnende uitvinden
om 't selven in 't werk so te stellen, soo moesten sy altijds
hoolen, sig voedende met die Hoope, dat die Kat niet
lang leeven, ende sy naa des selfs dood hunne oude
Vryheid weeder bekoomen souden.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier met de KAT afgebeeld,
een wreed, beveinst, ende schijnheilig Mensch,
die Ooverste werd.
Met MUISEN, wijse ende voorsigtige Menschen,
die geene andere Menschen verslinden of beschaadi-
gen.
DE Menschen zijn in het gemeen wel soo eergierig, dat sy
haar oogwit liever met Eere, als sonder Eere, ende met Schan-
de, tragten te verkrijgen. Sulks sy ten dien einde konnende den
weg van Eere gebruiken, die van Schande niet sullen soeken. En-
de hoewel met quaade stukken te bedrijven, nooit waaragtige Ee-
re, maar altijds waaragtige Schande behaald werd, soo is nogtans
onder die quaade stukken, welke de Menschen aanregten, dat
onderscheid aan te merken, dat een ende het selfden werk met
meerdere ofte met mindere schande bedreevven kan werden: En-
de ook van den Menschen alsoo uitgevoerd werd naar dat sy
schrander ende schijn-heilig, ofte wel plomp ende schaamteloos
zijn. Ende is wijders bekend, dat mindere Schande alsdan ee-
nigsins Eere schijnt te zijn. Ene vermits men lin weeder-wille
van eenen andere, oopentlik een stuk uitwerkende, daar mee-
die sulks lijden moet, ende daar en teegen Bedrog gebruikende,
wel eene meerdere Loosheid, maar ook zijn onvermoogen, nee-
vens eene ende deselfde quaadwilligheid betoond; ende dat het
geene mindere Eere is groot van vermoogen ende stout te zijn,
als daar en teegen Schande is onvermoogen ende bloode te wee-
sen: Soo siet men ook, dat de Menschen gemeenelik liever
door Geweld als door Bedrog, wanneer beide eeven veilig ge-
bruikt kan werden, haar oogwit tragten te bereiken. Ende
is dit de reeden, waarom de Menschen gemeenelik dan eerst
Bedrog plagten te gebruiken, als Geweld haar niet te staade koo-
men soude.
Omtrend welk Bedrog al weederom het selfden onderscheid
waargenoomen kan werden. Naamelik alle Bedrog bestaad in
werken ofte woorden der Menschen. Ende oovermits werken haa-
re klaare beteekeningen soo wel niet met sig brengen als woor-
den; soo schijns men met werken so seer ofte soo schandelik
niet te bedriegen als met woorden: Ende vermits men daar
en booven kan veinsen, ende liegen onder eenen gemeenen
Menschelijken schijn, of wel onder voorgeeven van eene onge-
meene deugd ende heiligheid; ende eindelik met daar beneevens
God tot een getuige van sijne opregtigheid aan te roepen, en-
de sig te onderwerpen aan sijne eeuwigduurende straffen; Soo
kan een yder ligtelik sien, dat wanneer beiden sulk veinsen en-
de liegen oopenbaar word, het eene mindere schande is, gemee-
ne Veinsery ende Logenen gebruikt te hebben, als door eene on-
gemeene Schijnheiligheiid, de Deugds selfs, ende de Liefde of Vreese Goo-
des, waar door de Menschen in ordre gehouden werden, mis-
bruikt te hebben, om schelmstukken te komen uitwerken.
Ende bevind men dien volgende, dat geene Menschen, dan
van de aller-uiterste boosheid, tot die schijn heilige Bedriegeryen
vervallen, om alsoo in ende onder den naame van God Almagtig
haare Boeven-stukken uit te werken, ende te verbergen.
Ende oovermits de Menschen in 't gemeen oover anderen
dien volgende de Menschen, die vreemd zijn van te willen ee-
nig geweld of bedrog, ten naadeele van anderen gebruiken, het
selfden van anderen niet ligtelik verwagten; soo werden desel-
ve ook veeltijds door eenen gemeenen schijn bedroogen.
Maar vermits soodaanig onschijn-heilig bedrog seer veel in
swange gaat; soo werden de eenigsins wijse ende deugdsaame
Menschen seer haast geleerd, sig daar voor te behoeden. Ende
vermits die allergrootste Deugd- ende goddeloose Schijnheiligheyd en-
de Vervloekingen, gebruikt weesende om andere Menschen te
bedriegen ende te beschaadigen, in alle wel-gestelde Republi-
ken swaarelik gestraft behoorde te werden, ende dien vol-
gende in den gemeenen Menschelijken ommegange, selden den
onnooselen, wijsen Menschen, voorkomt ofte gebeurd, ende die
quaade konsten den Onnooselen, als of sy die wilden pleegen,
nog min in haare gedagten gekoomen zijn : Soo konnen die deugd-
saame ende wijse Menschen gemeenelik daar door ook soo misleid
ende bedroogen werden, dat sy op die Schijn-heiligen al te ligt
vertrouwende, veeltijds haar verderf daar in vinden, sonder ee-
nigsins van dat verderf te konnen werden gereddet. Dit is de
sin deeser FABULE, daar de Kat eerst Geweld, vervolgens Be-
drog te vergeefs omtrend de Muisen gebruikt, ende eindelijk door
sijne Schijn-heiligheid ende diere Eeden, soodaanig de Muisen mis-
leid, dat sy, daar op betrouwende, haar welvaaren ende lee-
ven in sijne handen geeven, ende dat daar door ook verlie-
sen.
Dit zijn de Menschen, welke sig draagen, of sy het ligt des
Weerelds ende het sout des Aardboodems waaren, ende die des niet
te min innerlik groote duisternissen zijn; ende die in plaatse van
andere Menschen beeter te maaken, de selven daar door des
te eerder doen dwaalen, ende haar brengen op den weegen daar
sy beiden eewiglik verlooren gaan. Dit zijn die graaven, wel-
ke uiterlik seer vercierd, ende innerlik vol doods-beenderen
ende stank zijn. Dit zijn die Phariseen, welke alle het gunt
Heilig ofte van Goode geordineerd is, om de Menschen te be-
weegen, den weg des Deugds standvastelik te willen bewande-
gendeel seggen wy, alle dat Heiligen ende die Schijn-Deugden
misbruiken, om daar uit haare eigene grootheid ter verminderin-
ge ende ten eewigen verderve van anderen te soeken: ende
derhalven zijn dit ook die Menschen, welke teegen den Heili-
gen Geest sondigde, nog door Reeden, nog door Deugd, nogte
door de Liefde ofte Vreese Goodes bekeerd konnende werden, ge-
duurig sondigen, endesoo veele in haar is, ook anderen doen
sondigen, ende daar door ook, indien eenigen sulks verdienen,
eewiglik verlooten te gaan.
Sancta Laverna da mihi sanctum piumque videri
TYPE emblem pictura IC 11P3154 ; 11Q22 ; 34B12(+9451) ; 34B121 ; 42F32(BROOM) ; 43C11(+43) ; 47I2271 ; 57AA611:57AA611 ; 85(THE PENITENT CAT) ; 86(AL TE FIJN IS MAAR SCHIJN) ; 86(SANCTA LAVERNA DA MIHI SANCTUM PIUMQUE VIDERI) PREV embstma_add132_emblem023 MOTTO_NLAl te fijn,
Is maar schijn.
25. De Waater-ende Land-Voogels.
SEekere Bewooners van eenen Lande, aan See ende vee-
le versse Waateren geleegen, konden haare Wout-Voo-
gels, mitsgaaders der selven Bosschaadjen ende Nesten,
teegen de gemeene Vyanden, soo der Bewoonderen als der
Wout-Voogelen, niet beschermen, ten waare sy onderwij-
len gevoel wierden met der selven Eyeren. Ende alsoo
de selve Bewooners ook bevonden, dat die Eyeren by quaa-
de Jaaren door de wout-Voogelen alleen niet genougsaam
verschaft konden werden, om haar te voeden ende by
het leeven te behouden, soo noodigden sy alle Waater-
dinge, dat sy niet meer Eyeren dan de andere Wout-
Voogelen, ter gemeener bescherminge souden verschaffen,
ende dat sy middeler wijle ook alle Vry-ende Gerechtighee-
den der Oude wout-Voogelen souden genieten. SUlks de waa-
ter-Voogelen, door deese goede aanbiedinge ende schoone
geleegendheid des Lands, ende veeler Meeren, om sig daar
te erneeren, aangelokt zijnde, sig in grooter meenigte aldaar
ter needer stelden, ende sig seer wel, sooten Waatere als ten
Lande erneerden. Sulks deese waater-Voogels booven den
wout-Voogelen, die sig alleen ten Lande geoeffend had-
den, ende voorts met binnen-landse Neeringen geneer-
den, in weelde toenaamen; ende van tijden ten tijden
meer ende meer wooningen ende nesten in de gemeene
Bossehaadje bequaamen. Ende hoewel niet alleen de oude
Bewooners, maar ook selfs de oude wout-Voogels, seederd
dier tijde beeter ende met draagelijker Lasten teegen den
gemeenen Vyanden beschermd waaren geworden, ende
sig gemakkelijker erneerd hadden; soo wierden nogtans
de Kinderen der opgemelde wout-Voogelen oover der waa-
ter-Voogelen weelde seer misnougd, eeven of die tot haa-
re verminderinge strekte, sulks deese wout-Voogels ook de
Jonge Bewooners deeser Landen opwekten, om allangs
de Vry-ende Geregtigheeden der oude ende ook der nie-
weliks aankoomen sullende waater-Voogelen te minderen,
ende het ook van de jonge Bewooneren ligtelik verkree-
gen Jaa dat meer is, die Nieuwe ofte Jonge Bewooners
wierden soo eigen-baarsugtig, dat sy sig niet ontsaagen,
oopentlik Wille-keuren ten haaren eigen voordeele, ende
ten nadeele aller soo wout-als waater-Voogelen te maa=
ken. Waardoor voortaan weinige niewe waater-Voogels
aldaar quaamen nostelen, ende veele Ouden naar andere
geene die aldaar bleeven tot soo een klein getal quaamen,
dat sy gesaamentlik met den Land-Voogelen het noodige
t'haarer bescherminge, niet verschaffen konnende, van
haare Vyanden ooverwonnen, ende soo wel de aldaar ge-
bleevene Waater-Voogels, Nieuwelingen, neevens de Be-
wooners deeses Lands, gelijk meede de oude Wout-Voogels,
gevangen, verstrooid ende vernietigd wierden.
Uitlegging der Woorden.
De BEWOONERS, zijn de Regenten, als ook der
selven Dienaars, ende Krijgs-knegten, die alle uit
de gemeene belastingen leeven.
De WOUT-VOOGELS, zijn Ingeseetenen die door
den Landbouw ofte binnen-landse Neeringen leeven.
De WAATER-VOOGELS, zijn die sig op See ofte
met buiten-landsen Handel geneeren, het welk meest
Vreemdelingen ofte daar van afkomstigen zijn.
EYEREN, zijn de gemeene Lasten, die door allen ge-
draagen moeten werden.
DE Menschen scheppen in het gemeen en geduurig ende
groot misnougen uit de vermeerderinge van magt ende eere der
geenen die sy meenen sulke magt ende eere niet waardig te zijn;
ende is dit misnougen des te grooter, als het ontstaat uit de ver-
meerderinge der geenen die voormaals haar minder ofte gelijk ge-
weest, ende haar nu booven het hoofd gewassen zijn. Ende soo
lange dat misnougen werd gevoed, door die gedagten, dat de
Benijde tot die vermeerderinge van Magt ende Eere, door quaade
middelen gekoomen is; ende dat hy die meerdere goederen, magt
meene Ingeseetenen, als ook van ons eigen selfs, ofte van den Staat;
ende dat de misnougde daar beneevens niet tragt dan met wettige
middelen, soodaaniger Menschen vermeerdering te beletten ofte
te verminderen: Soo dunkt ons, dat in die Nijd niet veel te bereis-
pen is. Ende zijn dit die ongelukkig nijdige Menschen niet, wel-
ke door een geduurig onbehoorlik misnougen. ende door mid-
delen te bedenken, om andere Menschen. die beeter als sy vaaren,
te beschaadigen; sig selven quellen, een deeluw-verwig aansigt krij-
gen, ende allangs van spijt uitteeren. Maar in teegendeel zijn zit
soodaanige menschen, welke door de ooverdenkingen van haare
regtvaardige reeden van Nijd, ende van haar loffelik voorneemen,
sig met hun goed gemoed troosten konnen, ook selfs, wanneer hun
voorneemen is mislukt. Daar aan de andere zijde Menschen die
misnougd werden, om dat andere die haar in goederen, magt en-
de eere, minder ofte gelijk zijn geweest. ende die door behoorelij-
ke middelen haar meerder werden, sonder aan andere Menschen ee-
nige regtvaardige reeden te geeven om te vreesen, dat sy die meer-
der goederen, magt ende eere, misbruik sullen ten naadeele
van eenen andere, dat misnougen ende die Nijd niet op neemen,
dan uit eene verkeerde eigen selfs liefe, ende quaade Eergierigheid, die
ons by veranderinge van onse vergelijkenisse, verkeerdelik, ende
teegen der Waarheid doen gelooven, soo veel te rugge gegaan te
weesen, als anderen ons voor by gegaan zijn.
Ende oovermits dat misnougen ofte die quaade Nijd den Menschen
geene rust geefd, ofte toe laat, gelijk wel andere Passien, die alleen
by vlaagen ooverkoomen, maar dat die boose Nijd haar geduurig
by is. ende beesig houd om middelen te bedenken, waardoor sy
des Benijden Goederen, Magt ende Eere, minderen souden moo-
gnn; ende dat dit daar en booven alle onlustige ofte haatelijke ge-
dagten zijn, die men wil verbergen, om dat sy uitgewrogt wer-
dende, waarelik geen goed aan iemanne, maar quaad veroorsaa-
ken, ende dat ook soo wel aan den Benijden als aan den Nijdiger selve;
Soo siet men ook veeltijds, dat die Nijdigers van alle die geduurige
quellingen, een bleek, lood-verwig weesen bekoomen, ende uit-
teeren: gelijk dat hier vooren eenigsins aangeroerd is.
Ende gelijk men dit gebrek vind in enkele Menschen, soo werden
anderer onnooseler Menschen opgang te beletten ofte te stooren,
ook met haare eigene schaade, dan met ende door de selve midde-
len, waar door andere sig gemeerderd ofte verheeven hebben; sig
selven ook te verheffen, ende daar beneevens anderen loffelik voort
te helpen. Waar van daan ook komt, dat selfs in Landen, daar de
onde Inboorlingen niet konnen bestaan sonder geduurige toevloejin-
ge der Vreemdelingen sig aldaar ter woone needer settende, deese
oude Inboorelingen nogtans der niewe aankoomende Vreemdelingen
voorspoed benijden, ende met der selven oover dwars te drijven, denm
opgang der selven tragten te beletten. Gelijjk meede daar van daan
komt, dat de Inboorelingen, jaar selfs Niewelingen, die eenig voordeel
omtrend eenigen dienst der Republike, by gonsten, oft eenig Gild
verkreegen hebben, ofte welke eeniger Geoctrojeerde Compagnien, alle
andere Ingeseetenen van eenigen handele uitsluitende, deelhaftig
zijn, ende daar van het Bewind hebben, van tijden ten tijden by die
Regenten van de selve Landen ende Steeden aanhouden met te vertoo-
nen ende te versouken, dat de Vry-ende Geregtigheeden der on-geoctro-
jeerden moogen werden geminderd: hoewel het selven verkreegen
zijnde, niet alleen de ooverkomst der nieuwe Vreemdelingen, daar door
meer belet, maar ook de geheele Republik daar door allangs vernie-
tigd staat te werden; alsoo gemeenelik de schaadelikheeden van dien
door de geringe schaade van ydere Dwingende Octroje ofte Wille-keure
in het bysonder, niet aangemerkt werden, dan na de saaken soo-
daanigen swaai hebben genoomen, dat die groote beweeging niet
te stutten is, ende die saaken swaarelik, ofte niet te helpen zijnde,
de geheele Stad ofte Republik, door de Schaadelikheid aller opge-
melde geoctrojeerde Compagnien ende Keuren gesaamentlik, mits-
gaaders door de lang-duurigheid van dien, eeven gelijk een Berg
allangs uitgehold ende onderdraaven zijnde, daar ook eindelik
storten moet, ende wanneer die begind te storten door geene
Menschelijke konsten ofte kraften, van ende voor sijnen valle te
behoeden ende te stutten is.
Ende gaave God, dat de goede Regenten in Holland, welke sonder
geduurige vermeerderinge, ende toevloejinge van Koophandel
ende van Vreemden, het zy uit Braband, Vlaanderen, Duitsland, Deene-
marken, Noorweegen, Sweeden, Hispanien, Engeland ende Vrankrijk, Etc.
ofte door eene verkeerde begeerlijkheid ende Nijd der Oude Inboore-
lingen, oover het welvaarden der geenen, die uit deselve Volkeren
tot ons oovergekoomen zijn; sig niet lieten verleiden om Wetten
ende Keuren te maaken, waar meede die ofte andere Volkeren mo-
gen werden belet herwaarts koomende, sig allesins neevens onse
oude Ingeseetenen te erneeren, ende waar door by gevolge, de
Ingeseetenen in het gemeen onmagtig werdende, alleen die ge-
woonelijke Lasten te draagen, de Republik eindelik vervallen sal
moeten onder de Heerschappie van eenen Buiten ofte Binnen-landsen
Heere, die allen voormaals wettigen Regenten deeser Landen ende Stee-
den, haare magt, aansien ende profijten ontrekken, allen den Inboo-
relingen soo wel als den niewen Aankoomelingen, alle Wel-vaaren be-
letten, ende alsoo eindelik alle die voormaals gesaamentlik bloe-
jende Ingeseetenen verstroojen ende vernietigen sal.
'Oover sulks is de eigendlijke sin deeser FABULE, dat de Re-
genten geene Keuren ofte Placcaten ten haaren eigen Voordeele, en-
de ten naadeele der gemeene Ingeseetenen behoorden te maaken,
ende dat daar beneevens de gemeene Menschen niet behoorden
Nijdig te zijn op haare meede-Ingeseetenen, ende dat des niet je-
genstaande de oude Inboorelingen eenes Lands ofte eener Steede al-
tijds nijdig zijnde oover het welvaaren der niewe Aankoomelingen,
de Regenten sig, derhalven door de selven niet behoorden te laaten
verleiden, om onder deksel van eenige Octroi een Borger-Regt ofte Gild
te begonstigen, Placcaten ofte Keuren te maaken, die niet in het ge-
meen voordeelig, maar alleen seekeren Ouden Ingeseetenen Voor-
ende den gemeenen als ook den Niewen Ingeseetenen, dat is allen
die hier eene Vaste Woon-plaats hebben, ende buiten Poort-
ofte Borger-Regt ende Gilden hier leeven willen, Naa-deelig zijn.
Quis psittacum docuit suum chaire
Magistra fames.
D'Arremoede die soekt List,
Daar de Rijkdom niet op gist.
26. De Minnebroeders ende de Ambagtsman.
EEnige Minnebroeders quamen by een Ambagtsman, en-
de gaaven hem te kennen, dat sy andere Menschen
ende insonderheid alle goede Catholiken, soo seer bemin-
den, dat sy haar geheel leeven besteededen ten voor-
deele der Leeken, ende gants niet ten voordeele van
haar eigen selfs; sulks sy sig onderwijlen van den arbei-
den te verkrijgen, onthoudende; daar door haar Kloo-
ster in grooten hongers-nood vervallen was, ende de
billikheid vereiste, dat hy Ambagts-man van sijnen oo-
vervloed haar eenige Aalmissen deede: waar op hy ant-
woorde, niet te konnen gelooven, het gunt sy hem ge-
segt hadden; naademaal de liefde van sig selfs plagt te
beginnen, ende dat sy sterke Mannen waaren, die son-
der Wijf ende Kinderen, maar den minsten arbeid
doende, ligtelik aan den kost geraak konden; waar
op deese Minne-broeders den Ambagts-manne voorstel-
lik dat geene beesig was met Prediken, ende de goede
Catholiken aan te maanen, ofte op te wekken, tot alle
Christelike Deugden: Deese met seer geleerde Bouken
teegen de Ketters ende alle de Vyanden van de Moe-
der de Heilige Kerke te schrijven, die met bidden, ende
andere met Biegte te hooren, ofte de Heilige Misse te doen,
alles ten gemeenen dienste der Leeken, soo Leevenden
als Dooden. Waar op de Ambagtsman antwoorde, dat
hy alle die dingen, behalven de Misse, alleen deed,
ende egter met arbeiden sijn Brood verdiende, niet al-
leen voor sig selven, maar ook voor sijn Huisgesin',
ende dat hy daar beneevens alle sijne Kinderen selve
leerde, ondersogt ende wat meer daar toe vereist wierd.
Weshalven hy den Monniken ten laste leide, dat sy
onder pretext van andere Menschen meer als haar sel-
ven te lieven, ende onder deksel van haaren alge-
meenen Dienst waar te neemen, de Weereld onge-
voelig plonderen, ende dat sy van die roof, onder
den naam van Aalmissen, gemakkelijk, luy ende lek-
der Weereld eenigsins te staade quaamen.
Uitlegging der Woorden.
MINNE-BROEDERS, zijn alle Rooms-Ge-
sinde Geestelijken.
Een AMBAGTS-MAN, alle On-Geestelij-
ken.
DE Menschen zijn soodaanig geaard, dat sy haar eigen lee-
ven, lighaam, eere, &c. meer lieven, dan dat van een ander
beminnen ende besorgen. Ende hoewel eenige leeren, dat
wy God, ende die Deugd selfs, niet hoog genoug, ofte te veel
konnen agten ofte beminnen, ende dat wy die beiden daar en
booven om haar eigen selfs ende sonder eenig insigt, van daar
door eenig goed te sullen genieten, behoorden te dienen en-
de te beminnen; Soo konnen wy nogtans wel het eersten,
maar het tweeden niet vatten, dan in deesen sinne, dat wy,
naar het getuigenisse van ons eigen gemoed, omtrend beiden of-
te een van beiden, ons wel ofte quaalik gequeeten hebben-
de, bevinden, dat wy door de geheugenisse van dien, in ons
gemoed gerust ofte ongerust zijn, ende dat het derhalven on-
se pligt is, onse eigen rust te souken, ende die onrust ofte
knaaging des gewissens te vermijden, met ons daar omtrend
wel te draagen.
Ende aangaande alle andere Menschelijke Saaken, die wy
oordeelen voor ons Leeven, Siele, Lighaame, ende Eere, dien-
stig te zijn, die tragten wy niet alleen te eigenen, maar op
dat sy by ons langduurig souden weesen, soo tragten wy die
te dingen, soo veel goeds te doen, als in ons vermoogen is.
Ende als deese uitwerkingen geschieden omtrend andere
Menschen, soo werden dat naar geleegendheid van Saaken,
genaamd werken der Liefde, Vriendschap, ofte Barmhertigheid, soo
nogtans, dat deselve werken altijds haar opsigt ende begin be-
hoorden te hebben op ende van ons selven, naamelik, met
altijds indagtig te zijn, dat wy die goede Werken doende ofte
laatende, waarelik onse pligt voldoen, ofte daar in naa-laatig
zijn.
Dus bewijsd men liefde aan sijn eigen wijf, om dat het ei-
gen is, ende op hoope van weeder-liefde te sullen verkrijgen,
ende ook aan de gemeene Kinderen, om dat sy eigen zijn, en-
de op hoop, dat sy het dankbaarlik erkennen sullen, ende
aan sijne Vrienden, op hoope van soo goed weer-om te sullen
genieten: Ende eindelik aan mindere ellendige Menschen, uit
ooverdenkinge der gemeene Menschelikheid, ende dat het
ons, in den selven Stande, ofte in de selve ellende vervallen wee-
sende, seer aangenaam weesen soude, door eenige weldaadige
Menschen daar uit geholpen te werden.
Sulks wanneer eenige Menschen op den Tooneele deeses
Weerelds koomen, met dien schijn, als of sy haare Werken der
liefde deeden, alleen ten voordeele van andere Menschen, en-
de gants niet ten voordeele van haar eigen selfs, die onge-
woonheid alleen haar verdagt, ende ons indagtig behoorde
te maaken, dat op dien gronde, dat, indien bejaardag Men-
schen niet voor haar selven sorgden, sy seekerlik verlooren
souden gaan, ende dat daar en booven, wanneer sulks onder
de gemeene Menschen naargevolgd wierd, gewisselik het ge-
heele menschelik geslagt in de uiterste verwerringe soude ver-
vallen: welk quaad niet, dan van ondeugende Menschen ver-
oorsaakt ende verwagt kan werden, ende ook eene seekere
saak is, dat volgens de Leere des H.Apostels, eens wel gegronde
de Liefde altijds van sijn eigen selfs begind.
Derhalven noodsaakelijk zijnde, dat de Menschen voor allen
eerst sig selfs, ende daar na die van haaren Huise, ende alle de Inge-
moeten hebben, jaa dat sy ook de allervreemste Menschen onge-
veinsdelik, gelijk sy sig selfs, ende die van haaren Huise beminnen,
moeten lief hebben, naar geraade, dat yder van dien haar be-
staat; Soo zijn die Menschen, welke soodaanig haare eigene
vrienden zijn, dat sy met eenen Vrienden van alle de weereld
blijven, die geene, welke God almagtig hier ofte hier naa, met
sijnen Seegen kroonen sal. Want dit is Goodes Wil, ende
by gevolge, de ordre der Natuure, door welke naar te koo-
men ofte te schenden, de Menschen gerust ofte ongerust in haar
gemoed te weesen, bevonden werden.
Ende werd teegen deese ordre meest gesondigd door Men-
schen, die soo Beestagtig zijn, dat sy meenende aan de gemeene
menschelijke maatschappie niet verbonden te zijn, niemand
dan sig selfs agten, ende by gevolge sig daar van af schei-
dende, oopenbaarelik voor niemand als voor haar eigen selfs
sorgen, ende ook niemand anders lief hebben. Welk, in-
dien geene Koningen ofte Vorsten zijn, aanstonds meest alle
Menschen versoeid werden, ende derhalven weinig gevolgs heb-
ben. Maar daar zijn nog andere Menschen, die waarelik dee-
sen daar in gelijk zijn, dat sy voor niemand als sig selven, sorgen,
ende nogtans den Menschen tragten te doen gelooven, dat sy
niet dan ter grootere gloorie Goodes, ende ter liefde van andere
Menschen, alle haare sorge, vlijt ende tijd besteeden, ende dat sy
voorbedagtelik, om het eeuwige te bekoomen, sig van alle ge-
makken ende vermaaken deeser Weereld onthouden: ende hoe-
wel wijse Menschen, uit haare werken, hoe seer sy die ook be-
dekken, wel merken konnen, dat dit enkele geveinsdheid is,
om onder dien Mantel, leui, lekker, in groot aansien ofte hoo-
ge agtinge, ende gemakkelik ten laste der onnoosele Menschen,
te leeven, ende met eenen van de selven seer ge-eerd ende ge-
diend te werden; soo werden des niet te min meest alle een-
voudige Menschen van deese Schijn-Heiligen bedroogen.
Ende vermits deese Schijn-Heiligen altijds eenen grooten aan-
hang van ondeugende ende een-voudige Menschen hebben,
soo heeft men dat van alle oude tijden af sien pleegen van
metanen, ende sal de Weereld nooit soo gelukkig zijn, van dit
oolikste gespuis van Menschen ontslaagen te werden. Hoewel
het de pligt is aller Menschen, ende insonderheid der Ongeestelij-
ken, sig wel te wagten van die Schijn-Heiligen, ende sig ook des
te meer te wagten, hoe sy meer schijnen teegen den ordre der
Natuure ende goede Wetten van dien aan te gaan, op dat sy van
die Schijn-Heiligen niet schandelik bedroogen werden. Gelijk
in deeser FABULE de Minne-Broeders sig voor soodaanige
heilige Menschen uitgeevende, van deesen Ambagts-man, ten
naadeele van sig selfs ende die van sijnen Huise, geene Aalmis-
sen verkrijgen konnen, maar de Ambagts-man alle sijn goed ten
nutte van sig selfs ende sijn geheel Huisgesin blijfd behouden.
Aliud in titulo aliud in pixide.
TYPE emblem pictura IC 11P164 ; 11P315(MENDICANTS) ; 11Q22 ; 41A7112 ; 53DD1:46A2120 ; 57AA611:11Q0 ; 47B1611 ; 47B1611(+32) PREV embstma_add132_emblem025 MOTTO_NLPapen, Monniken ende Bagijnen,
Zijn soo heilig niet als sy schijnen.
27. Het Eekhoorn, Armelijn, ende andere Dieren.
DE Eekhooren ende Armelijn ontmoetteden malkan-
der, ende weetende dat sy beiden niet alleen van den
Menschen in het gemeen seer geagt waaren, maar dat ook
selfs de Koningen ende Vorsten haare meeste pragt toonden,
wanneer sy sig met haare seer schoone ende safte vellekens
kleededen, begonnen sig seer te verhoovaardigen, ende
in gevolge van dien, naamen deese Pronkers voor, alle
andere leelike arme ende on-eedele Dieren te versmaaden;
waar op een Padde haar in 't gemoet langs der aarde kroop,
die sy te saamen scheldeden voor een seer leelik, ja soo vuil
Dier, dat sy daarom niet waardig was, onder haare oogen
niet te min sulks hadde derven doen, swaarelik gestraft be-
hoorde te werden. Deese Padde beriep haar op haren Maa-
ker, seggende, dat het, sonder eenige haare schuld, hem be-
liefd had, haar soo leelijk ende neederig te maaken. Ende
dat sy Eekhoorn ende Armelyn daar en teegen, sonder eeni-
ge haare verdiensten, door Goodes goedheid soo schoon,
rijk ende eedel geschaapen zijnde, desweegen behoorden
God te danken voor die forme, welke by den Menschen
soo behaagelik was, ende dat sy mitsdien haar ongemoeid
behoorden te laaten gaan. Waarover deese hoovaardige
Diertjens soo toornig ende wreed wierden, dat sy der Pad-
den beide de oogen uit den hoofde krabden, ende haar lie-
ten ziel-toogen. Daar naa saagen sy een Uil, die sijn nest
in eener Boome had, sulks sy den selven met gelijke scheld-
naamen aan boord koomende, sijn nest ende eyeren braa-
ken ende weg wierpen, schoon de Uil sig op gelijker wijse
ende saftmoedige Uil weg vloog, vougde hy daar nog by
dese wijse waarschouwinge ende voorsegging: ,, Wagt u
,, van diergelijken meer te doen, of een ander sal wreeken
,,het versoejelik geweld, dat gy my gedaan hebt. Alle het
welke dese twee hoovaardige Dieren soo seer veragteden, dat
sy daar naa eenen Sim ofte Aap siende: hem verweeten, dat
hy geene steert had, ende een yder agter in liet kijken, 't welk
sy seer versoeiden ende voor schandelijk leelik uitmaakten;
maar deese dat smaalen ende schelden niet veelen willen-
de, sprong die twee hoovaardige op het ljf, doode haar,
ende bespottende daar meede haare kragteloose grootsheid.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben verstaan met EEKHOORENKENS ende AR-
MYNKENS ofte WEESELKENS, hoovaardige Menschen.
Met UILEN, wijse Menschen..
Met APEN, Hoovelingen.
Als wy ondersouken, waarom de Menschen malkanderen in-
nerlik behoorden te agten ofte te veragten, te looven ofte te
lasteren; Soo bevinden wy, dat het selven niet behoorde te geschie-
den, dan om het geene waarelik in den Menschen is, ende van des sel
ver goede ofte quade wille hangd, also dat willen ofte niet willen alleen
in ons vermogen schijnd te wesen; ende dat alle andere uitwerkingen
ende saaken zijn boven ons vermogen, ende een noodsaakelik gevolg
der Natuure, ofte dat sy buiten ons van onseekere oorsaken hangen:
behalven dat die dingen ofte saaken, welken door de Menschen, soo
wel ten Goeden als den Quaaden, konnende werden ge ende mis-
bruikt, nu goed ofte dan weederom quaad souden moeten werden
genoemd, naar het geval dat meede bragt; het welk ongerijmd sou-
de weesen, ende ons leerd, dat alle die saaken waarelik middelbaar,
dat is, nog goed quaad zijn. Naamentlik soodaanig is jong, gesond,
mooi, ende sterk te weesen, van een oud bekend geslagt gebooren te
zijn, veele goederen te besitten, veele te weeten, van andere Menschen
seer hoog geagt te werden, ende in het korte gesegt, van een groot ver-
moogen te zijn, om Goed ofte Quaad te konnen doen. Als ook het te-
gendeel van dien, middelbaare Saaken, dat is in sig selfs ten opsigte van
schuld ofte onschuld, Lof ofte Laster, *seederwijse gesprooken, nog *moraliter.
goed nogte quaad, genaamd konnen werden.
Ende efter bevinden wy, of de onkunde, ofte de verkeerdheid
der Menschen, soo groot te zijn, dat sy in het gemeen, deese mid-
delbaare saaken, naar 't haar voorkomt, seer hoog agten ende verag-
ten, jaa selfs die verre booven opgemelde Deugden ofte Ondeugden, al-
leen uit onse goede ofte quaade wille spruitende, stellen.
Ende insonderheid bevinden wy, dat dese dwaalingen ende missla-
gen begaan werden, als eenige Menschen over haar eigen selfs een oor-
deel vellen, hoeveel sy naar goede reeden ende billikheid behoor-
den sig te schatten, waardig ofte niet waardig te zijn; ende van ande-
re Menschen geagt ofte veragt behoorden te werden. Waarelik in
kleinen getale zijn die eedelmoedige Menschen, welke ooverlegd heb-
bende, dat sy alleen om haare goede ofte quaade wille geagt ofte ver-
willen ofte niet te willen, allen anderen Menschen eeven naast kan
zijn, ende dat sy derhalven geene reeden hebben, om sig seer ligte-
lik booven ofte beneeden andere Menschen te verheffen ofte te ver-
neederen. Gelijk meede waarhaftig is, dat deese eedelmoedige Men-
schen weeten, dat sy nog door het goed ofte quaad-doen der anderen
aan andere Menschen, in sig selven nogte beschaadigd nogte gebee-
terd werden, ende dat sy daarom over der selver goed doen aan ande-
re Menschen niet nijdig, ende oover het quaad doen der selven veel eer
meede-doogende zijn, als daar oover toornig, ende geneegen werden,
deselven te beschaadigen, ofte van de selven quaalik te spreeken.
Maar daar en teegn vind men veele andere Menschen, welke ont-
bloot zijnde van waare Deugd ende Wijsheid, sig in gevolge van dien
niet schatten; ende dat sy in teegendeel sig begaafd vindende met
schoonheid van lighaam, veele Goederen ende Eedeldom, uit eene ydele
Hovaardie sig heffen booven die geene, welke soo niet begaafd en-
de waarelik ten opsigte van haare goede Wille, beeter als sy zijn; waar
by nog komt, dat die ondeugende Menschen, weetende dat alle het
gunt by besitten, van soodanigen aard is, dat sy van den onkondigen
Menschen, welke altijds in den grootsten getaale zijn, meer ofte min
geagt sullen werden, naar dat meer ofte min Menschen die selve gaa-
ven in laagere ofte hoogere graade beistten, soo zijn sy in allen ma-
nieren seer nijdig op die geenen, die haar naast koomen ofte schijnen
te booven te sullen gaan. Gelijk sy meede gewoon zijn, om sig boo-
ven anderen des te meer te doen uitsteeken, leelike, arme ende on-eede-
le Menschen te veragten ende aan te rasnen. Ende terijle sy aldus
de Armen vertreeden, ende de wijse Menschen deese Hovaardige Gek-
ken wijken, werden sy des te baldaadiger, ende voortgaande in haa-
re quade wijse van leeven, ontmoeten sy daarom eindelik Menschen,
die haar in laatdunkentheid gelijken, ende in sterkste des lighaams te
booven gaande, die veragtinge ende dat smaalen niet lijden willen-
de, de Hoovaardigen aangrijpen ende ter needer leggen. Ons lee-
rende den eigendlijken sin deeser FABULE te weesen, dat de Hoo-
vaardigen, de Armen ende Wijse Menschen, wanneer sy haar niet ont-
wijken, vertreeden, ende dat de Hoovaardigen selfs daar naa, door
anderen haars gelijken, ter needer geveld werden.
Luxuriant animi rebus plerumque secundis.
TYPE emblem pictura IC 25F22(+514) ; 25F23(ERMINE) ; 25F26(SQUIRREL) ; 25F34 ; 25F51(TOAD) ; 25H114 ; 51D4 ; 51DD4 ; 57AA645 PREV embstma_add132_emblem026 MOTTO_NLDe Mug vliegd eindelik in de Kaarsse.
ID embstma_add132_emblem027 MOTTO_LA_NORM Luxuriant animi rebus plerumque secundis _IC {'n': '25F22(+514)', 'k': '25Fk514', 'c': ['25F22(...)', '25FF22'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F2', '25F22', '25F22(+5)', '25F22(+51)', '25F22(+514)'], 'b': '25F22', 'l': [], 'txt': {'en': 'monkeys, apes (+ animal(s) killing)', 'de': 'Affen (+ tötende Tiere)', 'fr': 'singes, singes anthropoïdes (+ animal(animaux) tuant)', 'it': 'scimmie, scimmie antropomorfe (+ animale/i che uccide)', 'pt': 'macacos, símios (+ matança de animal(es))', 'jp': 'サル, 類人猿 (+ 殺す動物)'}, 'kw': {'en': ['monkey', 'killing (animal)'], 'de': ['Affe', 'tötendes Tier'], 'fr': ['singe', 'tuer (animal)'], 'it': ['scimmia', 'uccidere (rapporti tra uomo e animale)'], 'pt': ['macaco'], 'jp': []}} ; {'n': '25F23(ERMINE)', 'c': ['25FF23(ERMINE)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F2', '25F23', '25F23(...)', '25F23(ERMINE)'], 'b': '25F23(ERMINE)', 'l': ['25Fk0', '25Fk1', '25Fk2', '25Fk3', '25Fk4', '25Fk5', '25Fk6', '25Fk7', '25Fk8', '25Fk9'], 'txt': {'en': 'beasts of prey, predatory animals: ermine', 'de': 'Raubtiere: Hermelin', 'fr': 'animaux prédateurs : hermine', 'it': 'predatori, rapaci: ermellino', 'pt': 'carnívoros, predadores: arminho', 'jp': '猛獣, 肉食動物: オコジョ'}, 'kw': {'en': ['ermine'], 'de': ['Hermelin', 'Saeugetier'], 'fr': ['hermine'], 'it': ['ermellino'], 'pt': ['arminho'], 'jp': []}} ; {'n': '25F26(SQUIRREL)', 'c': ['25FF26(SQUIRREL)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F2', '25F26', '25F26(...)', '25F26(SQUIRREL)'], 'b': '25F26(SQUIRREL)', 'l': ['25Fk0', '25Fk1', '25Fk2', '25Fk3', '25Fk4', '25Fk5', '25Fk6', '25Fk7', '25Fk8', '25Fk9'], 'txt': {'en': 'rodents: squirrel', 'de': 'Nagetiere: Eichhörnchen', 'fr': 'rongeur : écureuil', 'it': 'roditori: scoiattolo', 'pt': 'roedores: esquilo', 'jp': '齧歯類: リス'}, 'kw': {'en': ['squirrel'], 'de': ['Eichhoernchen'], 'fr': ['écureil'], 'it': ['scoiattolo'], 'pt': ['esquilo'], 'jp': []}} ; {'n': '25F34', 'c': ['25FF34'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F3', '25F34'], 'b': '25F34', 'l': ['25Fk0', '25Fk1', '25Fk2', '25Fk3', '25Fk4', '25Fk5', '25Fk6', '25Fk7', '25Fk8', '25Fk9'], 'txt': {'en': 'owls', 'de': 'Eulen', 'fr': 'hiboux', 'it': 'uccelli strigiformi', 'pt': 'mochos e corujas', 'jp': 'フクロウ'}, 'kw': {'en': ['owl'], 'de': ['Eule'], 'fr': ['hibou'], 'it': ['gufo'], 'pt': ['coruja'], 'jp': []}} ; {'n': '25F51(TOAD)', 'c': ['25FF51(TOAD)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F5', '25F51', '25F51(...)', '25F51(TOAD)'], 'b': '25F51(TOAD)', 'l': ['25Fk0', '25Fk1', '25Fk2', '25Fk3', '25Fk4', '25Fk5', '25Fk6', '25Fk7', '25Fk8', '25Fk9'], 'txt': {'en': 'tailless amphibians: toad', 'de': 'schwanzlose Amphibien: Kröte', 'fr': 'batraciens sans queue : crapaud', 'it': 'anfibi anuri: rospo', 'pt': 'anfíbios sem cauda (anuros): sapo', 'jp': '無尾両生類: ヒキガエル'}, 'kw': {'en': ['toad'], 'de': ['Kroete'], 'fr': ['crapaud'], 'it': ['rospo'], 'pt': ['sapo'], 'jp': []}} ; {'n': '25H114', 'c': ['25HH114'], 'p': ['2', '25', '25H', '25H1', '25H11', '25H114'], 'b': '25H114', 'l': ['25Hk0', '25Hk1'], 'txt': {'en': 'low hill country', 'de': 'Hügellandschaft', 'fr': 'contrée vallonée', 'it': 'regione di bassa collina', 'pt': 'região de colinas baixas', 'jp': '丘陵地帯'}, 'kw': {'en': ['hill', 'rolling hills'], 'de': ['Huegel', 'sanfte Huegel'], 'fr': ['colline', 'contrées vallonée'], 'it': ['colle', 'collina', 'terreno ondulato'], 'pt': ['colina', 'Colinas'], 'jp': []}} ; {'n': '51D4', 'c': ['51D41', '51D42', '51D43'], 'r': ['11S711', '23A45', '31AA140'], 'p': ['5', '51', '51D', '51D4'], 'b': '51D4', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': "Beauty; 'Bellezza' (Ripa)", 'de': 'Schönheit; Ripa: Bellezza', 'fr': "Beauté; 'Bellezza' (Ripa)", 'it': "bellezza; 'Bellezza' (Ripa)", 'pt': 'beleza; "Bellezza" (Ripa)', 'jp': '美'}, 'kw': {'en': ['Bellezza', 'Ripa', 'beauty'], 'de': ['Gesetzmaessigkeiten (allgemeine)', 'Ripa, Cesare', 'Schoenheit', 'bellezza'], 'fr': ['Bellezza', 'Ripa', 'beauté'], 'it': ['Bellezza', 'Ripa', 'bellezza'], 'pt': ['beleza', 'Bellezza', 'Ripa'], 'jp': []}} ; {'n': '51DD4', 'p': ['5', '51', '51DD', '51DD4'], 'b': '51DD4', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': 'Ugliness', 'de': 'Häßlichkeit', 'fr': 'Laideur', 'it': 'bruttezza', 'pt': 'fealdade', 'jp': '醜さ'}, 'kw': {'en': ['ugly'], 'de': ['Gesetzmaessigkeiten (allgemeine)', 'haesslich'], 'fr': ['laid'], 'it': ['brutto'], 'pt': ['feio'], 'jp': []}} ; {'n': '57AA645', 'p': ['5', '57', '57AA', '57AA6', '57AA64', '57AA645'], 'b': '57AA645', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': "Boast; 'Iattanza' (Ripa)", 'de': 'Prahlerei; Ripa: Iattanza', 'fr': "Fanfaronnade, Vantardise; 'Iattanza' (Ripa)", 'it': "iattanza, vanagloria; 'Iattanza' (Ripa)", 'pt': 'ostentação, vanglória; "Iattanza" (Ripa)', 'jp': '自慢'}, 'kw': {'en': ['Humiltà', 'Iattanza', 'boasting', 'humility'], 'de': ['Demut', 'humiltà', 'iattanza', 'prahlen'], 'fr': ['Humiltà', 'Iattanza', 'humilité', 'se vanter'], 'it': ['Humiltà', 'Iattanza', 'umiltà', 'vanagloria'], 'pt': ['ostentando', 'humildade', 'Humiltà', 'Iattanza'], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML28.De Voogelaar ende de Voogel.
SEekere Voogelaar omtrend den Maande van October
sijn Vinke-net in een goede ordere geset hebbende,
met alle sijne blinde soet quinkeleerende oude Vinken; en-
de eenige trouwen opgespannen zijnde, om de Netten
wel te konnen ooverhaalen, ende de vreemde Vinken
daar in te vangen, terwijle sijne eigene Vinken uit der
ne koomende, sig inbeeldeden, in den beginne des Soo-
mers te weesen, ende desweegen van groote vreugde son-
gen. Sulks de Voogelaar ook uit der konste ende seer
schoon speelde op een Fluitken in den Herfst-tijd, om
uit der Lugte ten deele aan te lokken, die vreem-
de Voogelen, welke, om den Winter in het Noorden,
die aldaar seer vroug met veel Sneew ende dik Ys vroug
aankomt, te ontgaan; Naademaal sy in dat Saisoen, al-
daar nog saad, nog wormen, nog vliegen, nog vissen,
om sig daar meede te voeden, vinden: Sulks sy alsdan naar
het Suiden vliegen, om buiten den Sneew ende Yse in der
warmte aldaar hunnen kost te konnen vinden. Welke
geleegendheid deese Voogelaar nu waar nam, om deese
onnoosele Voogelen aan te lokken, op dat sy sig aldaar
wilden needer setten. Ende het gelukte hem aanstonds,
dat een seer soet singende vremde Voogel op dat geluit nee-
der daalde uit der lugte, ende den Voogelaar vraagde, wat
hy aldaar maakte; die daar op antwoorde, dat hy eene
Stad bowde, des de Voogel seide, dat hy uitgevloogen
was, om eene wooning te souken, ende dat hem deese
plaatse, als seer vermaakelik zijnde, wonder wel behaag-
de, indien hy aldaar in der seekerheid sijnen kost konde
vinden. Waar op de Voogelaar hem wijders verseeker-
de, dat hy aldaar neevens de andere Voogelen, in aller
gerustheid sijnen kost vermogt te raapen, ende dat hy nu
eeven seer wel te passe quaam, om sig aldaar ter needer te
slaan, ende met die oude Voogelen gebuurschap te maa-
ken: Het welk die Vink geloovende, sig aldaar blijdelik
ter needer sette, neevens de oude Vinken: maar op der
selve stonde kreeg hy het Net oover 't hooft, om in ee-
vet geworden zijnde, kreeg hy met eenen des Voogelaars
duim op der keele, in welke benawtheid zijnde, hy nog
effen voor sijne dood seide; Lokt gy soo de Voogelen uit
der Vrye Lugt aan, om die daar naa te dwingen dat by
u blijven woonen, op dat, indien sy aldaar door eenig
goed voedsel middeler wijle vet worden, sy ook alsdan
door u geplukt, gedood, ende gegeeten souden moogen
wordne? Ende bowd gy soodaanig uwe Stad, welke
sullen de Inwooners zijn, die gy meend te verkrijgen en-
de te behouden? Voorwaar geene, dan die van deese
uwe quaade Konsten geene de minste kennisse hebben.
Ende sal deese uwe Schijn-Heilige wreedheid haast oo-
ver den geheelen Aard-boodem bekend, ende uwe Stad
allangs geheel ontvolkt werden, zijn, ende blijven.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier met een VOOGELAAR ver-
staan, Koningen, Vorsten, ende Regenten, die
Steeden bouwen.
Met het FLUITKEN, ende blinde singende Voo-
gelen, aanbiedingen van alle Vryheeden, aldaar te
sullen genieten, als ook de beloften van veele Voor-
regten te sullen hebben, ende te moogen in der Eewig-
heid gebruiken.
Met soet-singende VOOGELEN, uit der Lugt needer-
daalende, Koopluiden, Konstenaars ende Handwerks-
ofte Steeden vast zijn, ende derhalven van den eenen
Lande naar den anderen, seer ligt vervliegen kon-
nen.
Met het NET oover het Hoofd te krijgen, den In-
geseetenen door Verspondinge ofte eenig regt van ISSUE,
veel Gelds af te neemen, of wel de vertrekken willen-
de, ofte vertrokken zijnde, des niet te min met Schat-
tingen Iaareliks te beswaaren, om alsoo haar het ver-
trekken te beletten.
Met den Duim op der keele te krijgen, terwijle
men in eenige Landen ende Steeden sig ter needer geset
heeft, aldaar door Schattingen, Imposten, Tollen, en-
de Convoy-Gelden, beswaard te werden.
DAt de gemeene Bewooners der Steeden, ende insonderheid de
Regenten van dien, booven de gemeene Bewooners ende de
Regenten der platte Landen, groote Voordeelen genieten konnen,
ende dat ook die gemakken ende voordeelen des te meer ende groo-
ter werden, naar geraade dat die Steeden grooter ende meer be-
volkt werden, gevoeld ende weet een yder, in, ende door on-
eindelijk veele gevallen; ende inonderheid gevoelen ende wee-
ten de Staat-kondige Regenten der Vrye Republiken, het selven seer
wel, ende daaromme tragten sy ook oover alle haare Steeden, soo
veel haar doenelik is, te bevolken ende te vergrooten. Ende
hoewel Koningen, Vorsten, ende haare Hovelingen, het selven ook
seer wel weeten, soo willen sy nogtans in haare Landen niet gaar-
ne grootere ende meer bevolkte Steeden hebben, dan wiens In-
nen schatten, scheeren, ende bedwingen. Efter komen sy alle
daar in oover een, dat sy in haare Landen gaaren Steeden ofte
by-een-wooningen van veele Menschen hebben. Sulks wan-
neer in haare Landen geene Steeden zijn, of wel wanneer die
niet zijn, daar hun dunkt dat sy behoorden te weesen; Soo
zijn sy gewoon, daar afkondigingen ende uitschrijvingen van seer
groote Vryheeden ende Voorregten, die alle de Ingeseetenen sullen
mogen aldaar genieten, alle naabuurige Volkeren aan te lokken,
om aldaar ter woone te koomen, op hoope dat wel allermeest
de ligt-verhuisende Koopluiden, Konstenaars, ende Handwerks-luiden,
tot haar ooverkoomen, ende met haare rijkdommen, konsten
ende handwerken, daarwaarts ooverbrengen sullen. Sulks alle, die
geneegen mogten worden, in soo eenen gevalle haar Vaaderland
te verlaaten, om een beeter Land ofte beetere Stad te gaan bewoo-
nen, voor het uitwerken van die geneegendheid, ende eer sy
sig tot het vertrekken gereed maaken, ofte eenige onkosten ten
dien einde doen, wel behoorden te ondersoeken ende rijpelik
te ooverweegen, van wien die aanbiedingen ende aanlokkin-
gen gedaan werden. Want indien die uitschrijvingen ende aan-
lokkingen geschieden van Volks-Regeeringen ofte Vrye Republiken,
in het gemeen welvaaren, naamentlik soo wel der oude Inboore-
lingen, als der niewe Aankomelingen, haar eigen voordeel souken
ende ook vinden sullen konnen soodaanig in der eewigheid, dat
hoe die Gemeene, het zy der oude het zy der niewe Ingeseetenen, des
te beeter vaaren, opgemelde Regenten der Vrye Republiken ook see-
kerlik des te beeter vaaren sullen. Ende is dien volgende ook
waarhafftig, dat alle Koopluiden, Konstenaars, ende Handwerks lui-
den, die weegens verteerende ofte inkankerende Lasten ende
Schattingen, als ook door verslindende Oorlogen, Hongers-nood ofte
Pest, welke haare Koningen ofte Vorsten, ende andere gevallen
des Weerelds veroorsaaken, gedwongen werden haar Vaaderland
te verlaaten, het selven in soo eenen gevalle doen moogen, en-
de ook te doen behoorden, om te trekken naar soo eenen Lan-
de ofte soodaanige Steeden, daar hen die Vryheeden beloofd
heid genoeg te hebben, om door haare gewoonelijke beesig-
heeden, konsten, koophandel ofte arbeid, sig in die vreemde
Landen ofte Steeden te sullen konnen erneeren.
Maar wanneer in teegendeel die Aanbiedingen ende Beloften
van groote Vryheeden ende Voorregten aan alle oover-koomende
Vreemdelingen werden gedaan van Koningen ofte Vorsten; Soo
moeten die Vreemdelingen wel indagtig zijn, dat waarelik alle
groote Steeden, ofte om beeter te seggen, alle wijse ende rijke In-
geseetenen van dien, de quaade Regeeringen der Koningen, Vorsten, of-
te haare Hoovelingen, allermeest bemerken ofte gevoelen, ende
dat de Ingeseetenen der grote Volkrijke Steeden ook veiliger als
de Ingeseetenen der onbevolkte kleine ende arme Steeden, de
Tyrannie ofte al te groote dwang der Koningen ende Vorsten be-
letten konnende, den selven Koningen, Vorsten ende Hoove-
lingen, ook waarelik veeltijds teegenstaan. Ende dat sy daarom
ook altijds innerlik van den Koningen, Vorsten ende haar Hoo-
velingen, seer gehaat werden. Sulks allesins verwagt moet wer-
den, dat die Koningen ende Vorsten met haare Aanbiedingen,
Beloften, Schrift ende Seegel, van groote Vryheeden ende Voor-
regten, den gemeenen Ingeseetenen dier Steeden te sullen laa-
ten genieten, het voordeel gants niet souken van Borgeren ende
Boeren, naademaal sy gewoon zijn, die te plukken ende te
scheeren, maar dat sy nietwes anders voor hebben, dan uit
der ooverkoomende Vreemdelingen welvaaren, haare eigene
Grootheid ende Ooverdaad te voeden, ende dat soo haast sulks
doenlik weesen sal, sonder eenigsins agt te slaan op haare woor-
den, gegeevene Trow, Schrift, ende Seegel. Ende dat derhalven
Onderdaanen eener Een-hoofdige Regeeringe, onder welke sy ge-
booren zijn, ende daar sy by gevolge de Taale, Wetten en-
de Gewoonten, als ook de Menschen, waar meede sy omme
te gaan hebben, kennen ende alwaar sy daar en booven haa-
te Maagen ende Vrienden hebben, de selve verlaatende; om,
al waare het met de allerbeste bedongene Voorwaarden, te gaan
woonen onder eenen anderen Heere, Koning, ofte Vorste, daar
sy de Taale, Wetten, Gewoonten, ende Menschen, niet ken-
moogen werden by onvernustige Dieren, welken uit eenes bekenden
Leewen Hoole ontvlugtende, in eenes onbekenden Leewen Hoole sig needer
setten, alwaar sy door haare onkonde nog meer reeden om te
vreesen hebben, dat indien sy Vet ende Vleesig zijn ofte werden,
ende die Leew ofte een sijner Hoovelingen honger krijgd ofte krijgen,
sy ook veel eer als de oude gemeene Dieren, welken veel bee-
ter als sy, weeten, hoe die Leew ende sijne Hoovelingen ge-
paaid konnen zijn, seekerlik verslonden sullen werden. Ende
is mitsdien waarhaftig, dat deese Niewelingen by gevolge, dus
doende, seekerlik altijds, om den Rook te ontgaan, in den Viere
springen sullen.
Gelijk wy daageliks konnen sien, dat Koningen ende Vorsten,
niet jeegenstaande soodaanige gegeevene Trow, door strenge
Verbooden van alle der vertrekken willende Ingeseetenen Goe-
deren te sullen aanslaan, ofte door een versierd Regt van Ver-
pondingen, alle haare Ingeseetenen beletten uit haare Landen
te vertrekken, als ook de vertrokkenen t'haaren gelievem en-
de ten seekeren daage, weeder in roepen, om op verbeurte
van alle haare Goederen, die opgemelde Koningen ofte Vorsten
sullen konnen asterhaalen, in haaren verlaaten Vaaderlande te doen
weeder keeren: Ende sien wy dat sulks alleen geschied; op dat sy
Koningeen ende Vorsten onderwijlen, door swaare Schattingen, Im-
posten, ende Convoy-Gelden, ofte Tollen, op alle uit-ende in den
Lande gaande ofte koomende Waaren, Sig ende haare Hoovelin-
gen ende Krijgs-Bevelhebbers, souden moogen verrijken, ende met
een alle haare weeligste Onderdaanen van haare Leevens-mid-
delen, ofte ten minsten van alle haare weelde berooven souden
konnen, ende op dat sy de selven als Slaaven, die voor eenen
anderen sorgen ende arbeiten moeten, in arremoede souden
doen leeven ende sterven. Sulks wy wel moogen seggen,
dat het waarelik de allerdwaaste Menschen zijn, die op het soet
gesleuit van Koningen, Vorsten, ende Hoovelingen, haar Vry Vaa-
derland verlaaten, om sig ter needer te stellen onder eenen Ko-
ninge ofte Vorste.
Landen, die de Naame willen hebben, van Vrye Republiken te
zijn, niet soodaanige Aanlokselen ende Beloften, ende daar naa
ook soodaanige Belastingen ende benaawingen der gemeene
Ingeseetenen, ende der sig aldaar ter needer geset hebbende
Vreemdelingen, hadden gesien.
Ende alsoo dit is de eigendlijke sin deeser FABULE, soo
sullen wy hier van geene andere uitlegginge doen.
Fistula dulce caniit volucrem dum decipit auceps.
TYPE emblem pictura IC 25H114 ; 25I1 ; 31A2351 ; 41D221(HAT) ; 43C13 ; 43C131 ; 44C13 ; 44D2 ; 46B21 ; 48C752 ; 48C7351 PREV embstma_add132_emblem027 MOTTO_NLAls de Bruit is in de Schuit,
Soo zijn de Beloften uit.
29. De Muisen ende de Val.
De Muisen siende eenige gebraaden Spek, opgehangen
in een kleen Vertrek, daar den ingang veilig ende oo-
pen was, ende hun aanlokte, om met eene grage Mond
aan den kost te vallen; Soo naamen sommige Muisen om-
standig oogmerk, op alles, daar op te letten stond, ende
vermerkten, dat aan dat Vertrek niet meer dan eene in-
gang, ende geene uitgang was; sulks de selve ingang by on-
gevalle ofte door konst geslooten werdende, sy gewisselik al-
le gevangenen souden weesen, derhalven sy niet konden goed
vinden, daar in te gaan, seggende, dat sy sig selven liever
daar buiten in alle seekerheid, met gemeene Spijse, souden
Lekkernien te snoupen. Andere Muisen, die uitneemend
lekker waaren, ende naar die aller-lekkerste Spijse ten uit-
tersten haakten, seiden daar in geene swaarigheid te sien,
liepen daar haastig in, ende begonnen met groote vreug-
de van het Spek te eeten, tot dat sy vermerkten, door het
needer-vallen van der Deure, alle gevangenen te zijn, ende
dat de Vrees van haare aanstaande Dood, haar soo-
daanige de Smaak deeses gebraaden Speks benam, dat sy
in die selve spijse die voorgaande lekkernie niet konden
smaaken, maar al treurende door den Kok ofte Kelder-
meester gevangen wierden, ende aldus haar leeven eindig-
den; terwijle de andere, die sig met gemeene kost versaa-
digd hadden, ook met een groot vergenougen in haare
Hoolen vlooden, ende door dat middel haar leeven be-
hielden.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier verstaan, met MUISSEN die sig
met gemeene Spijse vergenougen, Menschen die
maatig leeven.
Met MUISSEN, die enkel het gebraaden Spek willen
eeten, Menschen die Lekker ende Gulsig, als ook tot den
Drank ende alle Wellusten, geneegen zijn.
Gelijk wy den oneindelik wijsen ende goeden God, Lof ende
Dank schuldig zijn, dat wy alle gebooren werden met eenpaa=
rige geneegendheid om te leeven, ende midderler wijle alle smer-
ten te ontgaan; ende dat wy ook gebooren zijnde, met die be-
houftigheid van ten dien einde Spijse ende Drank te moeten gebrui-
ken, wy ook bequaam gemaakt zijn, om door de ongemakken, die
de Honger ende Dorst in ons veroorsaakt, geprikkeld werdende, daar
in niet versuimig te zijn: Ende gelijk wy eindelik alle gebooren
werden met bequaamheeden, om door, ende geduurende een maa-
te Soetigheeden te genieten, ende dien volgende des te williger te
werden, om te eeten ende te drinken: Soo is aan de andere sijde seer
te beklaagen, ende te beschuldigen, de swakheid ofte verkeerdheid
veeler Menschen soo groot te zijn, dat sy door die byvallige Soetig-
heeden, sig soodaanig laaten verleiden, dat, daar sy door een maatig
goed verkrijgen, ende alle smerten vermijden souden konnen; Sy des
niet te min sig allangs aan der gulsigheid, ooverdaad, keurelikheid ende lek-
kerny, in Spijse ende Drank gevangen geevende, daar door niet alleen
haar leeven kort ende smertelik maaken, maar ook door Dronkenschap
haare sinnen verliesen, ende eindelik als eereloose veragtelijke Beesten,
schielik komen te sterven. Gelijk meede bekend is, dat die selfde
wijse ende goede God ten hoogsten geloofd ende bedankt behoorde
te werden, dat het hem geliefd heeft, den Menschen, tot eenen troost
in hare stervelikheid, te geeven die bequaamheid, om door de voort-
teelinge in haare Afkoomelingen, by naast in der eewigheid te konnen
leeven; ende dat het den selfden Goode ook geliefd heeft, de Men-
schen, wanneer sy haaren wasdom bekomen hebben, door oover-
vloedig voedsel, ende oovertollige geesten des menschelijken Lig-
haams, als dan uit den gebruike van Spijse ende Drank ontstaande;
veeltijds te ontrusten, ende eenigsins in haar verstand ofte oordeel te
bedwelmen soodaanig, dat sy alle haaren rust ende vergenougen souken
in het omarmen eenes Menschen, die van eene andere Sexe zy. En-
de is daar beneevens den Menschen niet alleen bekend, dat het Goode
ook geliefd heeft, die Menschen daar toe des te williger te maaken,
met beiden den selven Menschen in die vereeniginge ende omar-
minge te doen genieten onuitspreekelijke Soetigheeden: maar is ook
aldaar beneevens seer te beklaagen, dat, daar alle Menschen door een
wettig ende maatig gebruik van byslaapen, haar leven verlangen, sig
gerust stellen, die waare Soetigheeden eerelik genieten, ende in haare
seekere Afkoomelingen moogen ende konnen in der eewigheid leeven;
Veele van dien nogtans, alleen door die Soetigheeden, welke sy omtrend
het byslaapen genieten, sig soodaanig laaten verleiden, dat sy de selven
met eene onversaadelijke ende toomeloose keurelikheid, in alle on-
tugt en ooverdaad, ende met een beswaard gemoed naarjagende, in het
misbruik van byslaapen, haar teeven verkorten, veele ongemakken ende
ende daar beneevens onseekere Afkoomelingen naalaatende, eene seer
versoejelijke dood koomen te sterven.
Ende hoewel daar en booven den Menschen bekend is, dat daar
niemands Heer ofte Tyran, ende niemands Slaaf, maar sijn eigen Man
te willen zijn, den Menschen in het gemeen de meeste waarhaftige
Eere ende seekerste Ruste aanbrengen soude; veele nogtans soo Ver-
keerd, Eergierig ende Heerssugtig bevonden werden, dat sy door de be-
ginselen ende Soetigheeden der Regeeringe, sig soodaanig laaten ver-
leiden, dat sy in geduurige onrust hooger ende hooger klimmende,
ofte willende klimmen, om daar naa alle haare Meede-Broeders in der
Regeeringe ofte in den Raade, als Tyrannen, tragten te regeeren, ende dat
sy sulks niet konnende uitwerken, veeltijds alsdan tot die wan-hoope
vervallen, dat sy eenen anderen Tyran, het zy van binnen, het zy van
buiten, in der Republike verwekken, ofte invoeren, om onder der
selfs bystand ende schaduwe, oover alle andere haare Meede-Inge-
seetenen ende Meede-Broederen te konnen heerssen. Ende is ons
eindelik meede bekend, dat of schoon deese heerssugtige Menschen
haar hoogste oogwit quaamen te bekoomen, met sig Heer oover haa-
re meede Regenten der wel eer Vrye Republike te maaken, sy efter niet
dan een Tyrannig ellendig leeven, vol van schrik ende vreese souden
konnen leiden, ende dat die Heerssugtige mindere Ingeseetenen,
Welke eenen Tyran in de Republike hebben helpen invoeren, daar
beneevens gemeenelik in die hoope van groote Eere ofte Goed te
sullen verkrijgen, bedroogen werdende, onder dien Tyranne, welke
sy ingevoerd hebben, als ellendig opperste slaaven blijven leeven, of
door anderer wraakgieriger handen sterven, of van haare hoogheid
vervallende door Hertseer ende Spijt, onder de gemeene vervlou-
kingen aller Ingeseetenen der Republike, haar leeven eindigen.
Ende meenen wy den eigendlijken sin deeser FABULE te wee-
sen, aan te wijsen, dat voorsigtige Menschen sig omtrend de Vlees-
schelijke Wellusten, maatig behoorden te houden, ende dat de Wel-
lustigen gemeenelik een drouvig einde hebben. By welken eigend-
lijken sinne ons heeft gedagt allernaast te koomen, die Brutale en-
Beestelijke drift, om oover sijns gelijken te Heersen ende te Tyran-
niseeren, selfs wanneer men in der Republike een aansienelik gerust,
ofte een vergeeten Borger blijven kan.
Plures gula quam gladius occidit.
TYPE emblem pictura IC 25F26(MOUSE)(+45) ; 34D111 ; 41A53 ; 52A24 ; 54A43 ; 55CC11 PREV embstma_add132_emblem028 MOTTO_NLSteek u in geen gat, of sie daar door.
ID embstma_add132_emblem029 MOTTO_LA_NORM Plures gula quam gladius occidit _IC {'n': '25F26(MOUSE)(+45)', 'k': '25Fk45', 'c': ['25FF26(MOUSE)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F2', '25F26', '25F26(...)', '25F26(MOUSE)', '25F26(MOUSE)(+4)', '25F26(MOUSE)(+45)'], 'b': '25F26(MOUSE)', 'l': ['25Fk451', '25Fk452', '25Fk459'], 'txt': {'en': 'rodents: mouse (+ animals eating and drinking)', 'de': 'Nagetiere: Maus (+ Tiere fressen und trinken)', 'fr': 'rongeur : souris (+ animaux buvant et mangeant)', 'it': 'roditori: topo (+ animali che mangiano e bevono)', 'pt': 'roedores: rato (+ animais comendo e bebendo)', 'jp': '齧歯類: ネズミ (+ 食べたり水を飲む)'}, 'kw': {'en': ['mouse', 'eating', 'drinking'], 'de': ['Maus', 'essen', 'trinken'], 'fr': ['souris', 'manger', 'boire'], 'it': ['topo', 'mangiare', 'bere'], 'pt': ['rato'], 'jp': []}} ; {'n': '34D111', 'p': ['3', '34', '34D', '34D1', '34D11', '34D111'], 'b': '34D111', 'l': ['34k0', '34k1', '34k2', '34k3', '34k4', '34k5', '34k6', '34k7', '34k8', '34k9'], 'txt': {'en': 'mouse trap', 'de': 'Mausefalle', 'fr': 'souricière', 'it': 'trappola per topo', 'pt': 'ratoeira', 'jp': 'ネズミ捕り'}, 'kw': {'en': ['mouse trap', 'trap'], 'de': ['Falle', 'Mausefalle'], 'fr': ['piège', 'souricière'], 'it': ['trappola', 'trappola per topi'], 'pt': ['ratoeira', 'armadilha'], 'jp': []}} ; {'n': '41A53', 'c': ['41A531', '41A532'], 'p': ['4', '41', '41A', '41A5', '41A53'], 'b': '41A53', 'l': ['4k0'], 'txt': {'en': 'shed, small building for a specific purpose', 'de': 'Schuppen, kleines Gebäude für einen bestimmten Zweck', 'fr': 'abri, resserre, petit bâtiment à usage spécifique', 'it': 'capannone, piccolo edificio per uno scopo specifico', 'pt': 'alpendre, pequeno edifício para um propósito específico', 'jp': '小屋'}, 'kw': {'en': ['shed'], 'de': ['Schuppen'], 'fr': ['abri', 'resserre'], 'it': ['rimessa'], 'pt': ['verter'], 'jp': []}} ; {'n': '52A24', 'r': ['11M41', '54A2', '54A7', '96A5(PRUDENTIA)'], 'p': ['5', '52', '52A', '52A2', '52A24'], 'b': '52A24', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': 'Precaution', 'de': 'Vorkehrung', 'fr': 'Précaution', 'it': 'precauzione', 'pt': 'precaução', 'jp': '用心'}, 'kw': {'en': ['Prudentia', 'carefulness', 'precaution'], 'de': ['Sorgfalt', 'Vorkehrung', 'prudentia'], 'fr': ['Prudentia', 'attention (soin)', 'précaution'], 'it': ['Prudentia', 'accuratezza', 'precauzione'], 'pt': ['carefulness', 'precaução', 'Prudentia'], 'jp': []}} ; {'n': '54A43', 'c': ['54A431'], 'r': ['11M42', '31B59', '57A73'], 'p': ['5', '54', '54A', '54A4', '54A43'], 'b': '54A43', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': "Temperance, Moderation; 'Misura' (Ripa)", 'de': 'Mäßigung; Ripa: Misura', 'fr': "Tempérance, Modération; 'Misura' (Ripa)", 'it': "temperanza, moderazione; 'Misura' (Ripa)", 'pt': 'temperança, moderação; "Misura" (Ripa)', 'jp': '節制, 適度'}, 'kw': {'en': ['Misura', 'Ripa', 'temperance'], 'de': ['Maessigkeit', 'Ripa, Cesare', 'Unerschuetterlichkeit', 'misura'], 'fr': ['Misura', 'Ripa', 'tempérance'], 'it': ['Misura', 'Ripa', 'temperanza'], 'pt': ['Misura', 'Ripa', 'temperança'], 'jp': []}} ; {'n': '55CC11', 'r': ['11N34', '46B512', '46B5120', '96A5(AVARITIA)'], 'p': ['5', '55', '55CC', '55CC1', '55CC11'], 'b': '55CC11', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': "Greed, Covetousness, Cupidity; 'Cupidità' (Ripa)", 'de': 'Gier, Begierde, Habgier; Ripa: Cupidità', 'fr': "Avidité, Convoitise, Cupidité; 'Cupidità' (Ripa)", 'it': "avidità, cupidigia, bramosia; 'Cupidità' (Ripa)", 'pt': 'ganância, cobiça, ambição, "Cupidità" (Ripa)', 'jp': '強欲, 貪欲'}, 'kw': {'en': ['Avaritia', 'Cupidità', 'covetousness', 'cupidity', 'greed', 'spending'], 'de': ['Gier', 'Habgier', 'ausgeben', 'avaritia', 'cupidità', 'verbrauchen'], 'fr': ['Avaritia', 'Cupidità', 'avidité', 'convoitise', 'cupidité', 'dépenses'], 'it': ['Avaritia', 'Cupidità', 'avidità', 'cupidigia', 'spendere'], 'pt': ['Avaritia', 'cobiça', 'Cupidità', 'cupidez', 'cobiça', 'gastos'], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML30. De Vos ende Doorne-Boom.
Hoewel de Doorn-Haagen als ook de Doorne-Boomen,
geene goede Vrugten draagen, gants niet cierlik van
stal zijn, nogte eenige schaduwe voor den Menschen of-
te Dieren, geeven, soo lange sy leeven, ende dat sy dood
ofte afgehouwen zijnde, geen hout tot Timmeren, Beeld-
houwen, ofte Haard-brand verschaffen, maar daar en tee-
gen soo leevendig als door zijnde, de onnoosele Dieren,
die omtrend haar koomen, van haare wolle ofte goederen
berooven, ende alle die met haar omgaan, scherpelik
steeken ende quetsen: Soo gebeurde nogtans, dat dit
ende vreesende van de selven gevangen te sullen werden,
in der haast sijnen toevlugt nam tot een by hem staande
Doorn-Haage, ende daar naa de Haage oovergeklommen
weesende, sig wijders begaf op eene Doorne-Boom, daar
omtrend zijnde, waar van hy weederom vallende, eenige
andere sijner Takken haastelik aangreep, ende sig daar door
in dervougen quetste, dat hy de Haage ende den Doorne-
Boom begon te schelden voor onheus teegen Vreemdelin-
gen te weesen, ende niet waardig te zijn, dat ooit eenig
verjaagd ofte vervolgd Dier, sijnen toevlugt tot ende op
haar naame; Maar deese hem bespottende, seide: Nie-
man heeft ooit by eenen steekeligen Dooren heul gesogt
ende sulks bekoomen, ende dat behoord gy, die vermaard
zijt, zeer schrander, ende doortrapt te weesen, best te
weeten, ende dien volgende hier uwe berging niet ge-
sogt te hebben, ofte gesogt hebbende, soo behoord gy
niet soo seer onse ontrow als uwe eigene onvoorsigtigheid
te beschuldigen, ende te bestraffen, wanneer gy in steede
van by ons hulp te vinden, van ons gestooken ofte ge-
plukt werd.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier verstaan met HONDEN,
vyandige Menschen.
Met een Vos, een Mensch, die door Listen ende Bedrog
gewoon is, sijne Leevens-middelen te souken.
Met een Doorn-Haage ofte Doorn-Boom,
Menschen die van goeddoen afkeerig, ende tot andere
te beschaadigen, begeerig zijn.
Goede ende Deugdsaame Middelen te souken, ende weetende, dat
sy nooit in soo eenen verseekerden stand konnen koomen, dat sy
niet onnooselik ende sonder haare schuld, in swaare ongemakken
souden konnen vervallen, als ook daar beneevens sig bewust wee-
sende, dat sy in swaare ongelukken vervallen zijnde, door schrik
ende vreese soodaanig in haar verstand ter needer geslaagen ende
vervoerd souden konnen werden, dat sy alsdan het dienstigen van
het ondienstigen niet wel souden konnen onderscheiden, merken
derhalven, eer sy in eenig gevaar zijn, seer wel op den loop des
Weerelds ende het doen der Menschen, om in allen gevalle, als
het de nood vereist, indagtig te konnen zijn, welke Menschen op-
regt, trow ende vriend-houdende, ende welke daar en teegen,
dubbeld trowloos, wreed ende verraaders zijn,
Maar Menschen, die daar en teegen gewoon zijn, haar behoud
te souken, niet soo seer volgens eenige goede Reedenkaavelingen, of-
te geheugenisse, als wel naar het haar in den sinne schiet, op der daad
soo als sy in noode zijn, met eenige vonden ofte listen daar teegen
te bedenken; soo gebeurd gemeenelik, wanneer haar dat eenige
maalen gelukt is, dat sy daar op al te seer betrouwen. Sulks sy
versuimd hebbende, voor af vrinden te maaken, ende ook geenen
anderen ommegang gehad hebbende, dan met losse Menschen;
die haar gelijken, door die wreede vervolgingen eeniger boose
Menschen, ofte door andere swaare ongemakken, vervallen in
soodaanige Schrik ende Vreese, dat sy van alleen verstande schijnen
beroofd te zijn, ende alsdan haare toevlugt veeltijds neemen, tot on-
bekende ende gants ondeugende Menschen, die in plaatse van regt
eergierig te weesen, ofte een menschelik meedoogen te hebben
oover ellendige Menschen, die haaren toevlugt tot haar neemen;
alsdan in teegendeel toonen of uit der aard, of door eene lange
gewoonte meer geneegen te zijn, andere Menschen te beschaa-
digen als te helpen, ende dat sy dien volgende sig niet ontsien,
voor een klein gewin, haare schaamte, eere, ende alles wat hier
op der aarden heilig is, te verkoopen, het Regt van Gast-vry-
heid te schenden, ende die arme vlugtende Menschen te bespot-
ten, te beschaadigen, ende aan haare Vyanden oover te leeve-
ren.
ende wijders te onderdrukken, Menschen die gewoon zijn te
leeven door listen ende quaade konsten, wanneer sy in haare ellen-
den haaren toevlugt tot ons genoomen hebben: wat sullen wy
seggen van die Menschen, welke konnen goedvinden, andere
Menschen, die om haare Deugd vervolgd werden, ende haaren
toevlugt tot haar genoomen hebben, selfs te beschaadigen ofte
aan haare Vyanden oover te leeveren; Waarelik, die sulks doen,
zijn geen Menschen, maar Gedrogten in Menschen schijn, ende die als
Gedrogten ofte monsters hadden behooren, ofte nog behoorden te
werden gesmoord, ende uit alle by-eenkomsten van eerelijke
Menschen gebannen te zijn, op dat haarder nooit meer mogte
worden gedagt, of wel, dat haare eereloosheid ende schandelik veragt
Leeven, haar mogte gedyen tot eene langduurige straffe.
Volgens welk voormelden blijkt, dat de Ouden met deeser FA-
BULE ons hebben willen leeren, dat Verstandige ende Deugdsaame
Menschen, eer sy in ongelukken ofte ongevallen vervallen zijn,
rijpelik ende met bedaarde sinnen, behoorden te ooverleggen,
aan wien sy, in swaare ongemakken vervallen zijnde, hulp ende
bystand behoorden te versouken, ende dat sy nooit van ondeugen-
de ende ontugtige Menschen, goede raad ofte bystand hebben te
verwagten. Ende dat dar en teegen listige, bedriegelijke ende on-
deugende Menschen, sig in voorspoeden vindende, nooit ooverleg-
gen, van wien sy in teegenspoeden, troost ende bystand, behoor-
den te versoukenm, ende dat sy derhalven in groote ongemakken
vervallende, door grooten haast sig meenen daar uit te redden,
wanneer sy van de naaste aanstaande Menschen hulp versouken,
schoon die van soodaanigen aard zijn, dat sy deselven in haaren
teegenspoede bespotten, ende nog meer verdrukken sullen.
Non apud Novercam conquaerendam.
TYPE emblem pictura IC 25F23(FOX)(+5212) ; 25F23(FOX)(+5222) ; 25G3(+222) ; 34B11(+9513) ; 43C11(+421) ; 57AA6141:56D21 PREV embstma_add132_emblem029 MOTTO_NLGaa by geenen Duivele ter Biegte.
ID embstma_add132_emblem030 MOTTO_LA_NORM Non apud Novercam conquaerendam _IC {'n': '25F23(FOX)(+5212)', 'k': '25Fk5212', 'c': ['25FF23(FOX)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F2', '25F23', '25F23(...)', '25F23(FOX)', '25F23(FOX)(+5)', '25F23(FOX)(+52)', '25F23(FOX)(+521)', '25F23(FOX)(+5212)'], 'b': '25F23(FOX)', 'l': [], 'txt': {'en': 'beasts of prey, predatory animals: fox (+ running animal)', 'de': 'Raubtiere: Fuchs (+ rennendes Tier)', 'fr': 'animaux prédateurs : renard (+ animal courant)', 'it': 'predatori, rapaci: volpe (+ animale che corre)', 'pt': 'carnívoros, predadores: raposa (+ animal correndo)', 'jp': '猛獣, 肉食動物: キツネ (+ 走る動物)'}, 'kw': {'en': ['fox', 'running'], 'de': ['Fuchs', 'Saeugetier', 'rennen'], 'fr': ['renard', 'courir'], 'it': ['volpe', 'correre'], 'pt': ['Raposa'], 'jp': []}} ; {'n': '25F23(FOX)(+5222)', 'k': '25Fk5222', 'c': ['25FF23(FOX)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F2', '25F23', '25F23(...)', '25F23(FOX)', '25F23(FOX)(+5)', '25F23(FOX)(+52)', '25F23(FOX)(+522)', '25F23(FOX)(+5222)'], 'b': '25F23(FOX)', 'l': [], 'txt': {'en': 'beasts of prey, predatory animals: fox (+ climbing animal(s))', 'de': 'Raubtiere: Fuchs (+ kletternde Tiere)', 'fr': 'animaux prédateurs : renard (+ animal(animaux) grimpant)', 'it': 'predatori, rapaci: volpe (+ animale che si arrampica)', 'pt': 'carnívoros, predadores: raposa (+ animal(es) escalador(es))', 'jp': '猛獣, 肉食動物: キツネ (+ 登る動物)'}, 'kw': {'en': ['fox', 'climbing'], 'de': ['Fuchs', 'Saeugetier', 'klettern'], 'fr': ['renard', 'monter', 'grimper'], 'it': ['volpe', 'arrampicarsi'], 'pt': ['Raposa'], 'jp': []}} ; {'n': '25G3(+222)', 'k': '25Gk222', 'c': ['25G3(...)', '25G31', '25G39', '25GG3'], 'r': ['25G11', '25H15', '25H151', '25H152'], 'p': ['2', '25', '25G', '25G3', '25G3(+2)', '25G3(+22)', '25G3(+222)'], 'b': '25G3', 'l': [], 'txt': {'en': 'trees (+ thorny twig)', 'de': 'Bäume (+ Dornenzweig)', 'fr': 'arbres (+ petite branche épineuse)', 'it': 'alberi (+ ramoscello spinoso)', 'pt': 'árvores (+ galho espinhoso)', 'jp': '樹木 (+ とげのある小枝)'}, 'kw': {'en': ['tree', 'twig', 'thorn'], 'de': ['Baum', 'Zweig', 'Rute', 'Dorn'], 'fr': ['arbre', 'petite branche', 'brindille', 'épine'], 'it': ['albero', 'ramoscello', 'spina'], 'pt': ['árvore'], 'jp': []}} ; {'n': '34B11(+9513)', 'k': '34k9513', 'c': ['34B11(...)', '34B111', '34B112', '34B113', '34B114'], 'r': ['34A3', '71K31132', '71T54', '73C852', '93E4', '94I52', '97C11'], 'p': ['3', '34', '34B', '34B1', '34B11', '34B11(+9)', '34B11(+95)', '34B11(+951)', '34B11(+9513)'], 'b': '34B11', 'l': [], 'txt': {'en': 'dog (+ animal(s) in pursuit)', 'de': 'Hund (+ Tiere bei der Verfolgungsjagd)', 'fr': 'chien (+ animal(animaux) à la poursuite)', 'it': 'cane (+ animale/i che insegue, caccia)', 'pt': 'cão (+ animal(es) em perseguição)', 'jp': '犬 (+ 追跡する動物)'}, 'kw': {'en': ['dog', 'pursuing'], 'de': ['Hund', 'verfolgen'], 'fr': ['chien', 'poursuivre'], 'it': ['cane', 'inseguire'], 'pt': ['cachorro'], 'jp': []}} ; {'n': '43C11(+421)', 'k': '43C1k421', 'c': ['43C111', '43C112', '43C113', '43C114', '43C115', '43C116', '43C117', '43C118'], 'p': ['4', '43', '43C', '43C1', '43C11', '43C11(+4)', '43C11(+42)', '43C11(+421)'], 'b': '43C11', 'l': [], 'txt': {'en': 'hunting, chase (+ hunting with dogs)', 'de': 'Jagen; die Jagd (+ mit Hunden jagen; Jagdhunde)', 'fr': 'chasser, la chasse (+ chasse avec des chiens)', 'it': 'caccia (+ caccia con i cani)', 'pt': 'caça, perseguição (+ caçando com cachorros)', 'jp': '狩猟, 追跡 (+ 犬を使った狩猟)'}, 'kw': {'en': ['hunting', 'occupations', 'dog', 'hunting dog'], 'de': ['Berufe', 'jagen', 'Hund', 'Jagdhund'], 'fr': ['chasser', 'occupations humaines', 'chien', 'chien de chasse'], 'it': ['cacciare', 'occupazioni', 'cane', 'cane da caccia'], 'pt': ['caça', 'ocupações'], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML31. De Leew ende eenige verslindende Beesten.
DE Leew met advijs van alle verslindende Beesten, een
gebod hebbende doen afkundigen, dat alle Hoorn-
Beesten voor Sonnen ondergang, de seer grasrijke ende
aangenaame Bosschaadje moesten ruimen, ende sonder
des selver believen, nooit daar in weeder te koomen had-
den, op lijf-straffe; Soo gebeurde het, dat een Koe, bui-
ten de Bosschaadje sig begeeven hebbende, haar sag ge-
volgd van eenen Paarde, als ook van eenen Haase, wel-
ke sy aldus aansprak:,, Broeders, wat beweegd u, neevens
,,my het Bos te verlaaten, daar deese Wet u geensins aan-
,,gaat? Waar op het Paard seekere Wen ofte Uitwas aan
nige gelijkheid met eene Hoorn die nog stond uit te koo-
men, hebbende, hem ligtelik voor een seer sterk, ende
voor den Leewe vreeselik Hoorn-beest soude doen aansien.
De eenvoudige Koe deese Reeden niet voor genougsaam
aanneemende, seide: Het oogmerk van deese Wet is, soo-
daanige ordre te stellen, dat de Leew door het middel
van de Hoorn-beesten niet soude konnen gestooten werden,
ende die Buil ofte Wen maakt u selven nog onbequaamer
tot stooten, dat of gy die niet en had. Ende als de Haas
seide, dat hy uit den Bosse vlugte, uit vreese, dat de
Leew sijne lange ooren voor Hoorens soude neemen, seide
de Koe insgelijks, dat die ooren niemanne konden beschaa-
digen, maar dat een Haas daar by des te ligter konde ge-
greepen werden; soo antwoordeden sy beiden uit eenen
monde: 't Is alles waar 't geen gy segt, maar wy hebben
veele Landen doorreist, ende daarom kennen wy mis-
schien beeter als gy de listige voorneemens der Leewen
ende Verslindende Beesten, die wy vermoeden daar heenen
te strekken, om onder eenige eerlijke voorwendinge, al-
ler gras-eetende Dieren vlees te bekoomen, ende soo doen-
de, evenwel de naam van regtvaardig te zijn, te konnen
behouden. Ende schoon genoomen des Leewen voornee-
men omtrend het afkondigen deeser Wet, soodaanig niet
waare, soo is het ons genoug, dat gewisselik de eerste
Hongers-nood ons in het gevaar van door den Leewe of-
te door de verslindende Dieren gegeeten te werden, bren-
gen soude; ende dat wy derhalven oover-vloedige reede-
nen hebben, ons te verseekeren, dat wy seer wel doen,
met die onseekerheid by de verslindende Dieren niet te
willen leeven, maar dat wy neevens u, verre van haar be-
hoorden te wijken, sal geen wijs Dier ontkennen.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben verstaan met den LEEW, een Koning
die door Wetten regeerd, ofte naar Wetten te Regee-
ren, verpligt is.
Met Verslindende BEESTEN, Hoovelingen ende Krijgs-
luiden.
Met Gras-eetende DIEREN, menschen die van haare ei-
gen Inkoomen leeven.
Met een PAARD, een vernuftig arbeidsaam mensch.
Met een HAAS, een ervaaren beleesen mensch, die nie-
mand beschaadigd.
Met Gasrijke BOSSCHAADJEN, seer aangenaame Hui-
sen ende Landen der gemeene Ingeseetenen.
Heeren, die sonder Wetten regeerden, ende derhalven haare
Ondderdaanen naar hun gelieven straften ende beloonden, wier-
den by de Ouden geagt te zijn Barbaren, dat is, de allergrootste
Tyrannen ende der selven Onderdaanen de aller-ongelukigste Slaaven,
waar van wy de Exempelen sien in Turkyen, Persien, Moscovien, Etc.
daar in die andersins soo seer geseegende Landen, alle kennisse,
alle deugd, alle rijkdom der Ingeseetenen belet ofte uitgeblust,
ende geroofd, als ook verteerd werd, door die boose regeeringe.
Heeren die naar hun gelieven voor haare Onderdaanen Wetten
maakten ende braaken, ende uitvoerden ofte belettenden uitgevoerd
te werden, wierden van de Ouden, Tyrannen, ende haare Onderdaa-
nen Slaaven, genoemd; om dat aldaar geene Wetten dan ten voor-
deele des Tyrans ofte sijner Raaden gemaakt, ende de Onderdaa-
nen Slaaven, genoemd; om dat aldaar geene Wetten dan ten voor-
deele des Tyrans ofte sijner Raaden gemaakt, ende de Onderdaanen
onder schijn van wetten niet naar reeden ende billikheid, maar ten
voordeele des Heeren ende sijner Hoovelingen eerst gemaakt ende daar
naa nog meer uitgelegt wierden, ende sy derhalven op der Wet-
ten eigendlijken sinne niet mogten sig verlaaten ende vertrouwen.
Heeren die geene magt hadden, eenige Wetten te maaken ofte
te breeken, maar die gesteld waaren, om deselve te doen execu-
teeren, ende die ook leeven moesten naar soodaanige Wetten als
een Raad, ofte eene vergaadering van veele andere daar toe be-
van ouds by den Grieken ende Latinen, *Koningen genaamd. Ende
oordeelden de selven, dat onder de eerste slag van Heeren, geene
verstandige Menschen konden, ende onder de tweede slag geene
behoorden te willen leeven ende woonen, zijnde alleen de derde slag
van Heeren draagelik. Alsoo de Wetten aldaar niet naar voorvalle
ende naar den Lust van eenen Mensche gemaakt, uitgelegd ende
gebrooken, maar vooraf voorbedagtelik ten voordeele der geenen
die daar aan gehoorsaamen moesten, gemaakt, ende de Regters, om
daar naar te oordeelen, als ook die Heeren om de executie te doen,
verpligt ende genoodsaakt plagten te werden. Sulks die gemeene
Ingeseetenen naar die Wetten schuldig geoordeeld werdende, haar
lijf ende goed verbeurd te hebben, het selven niet den Regteren nogte
dien Heere, maar hun eigen selfs moesten wijten, dat sy sig aan die
straffe ofte schaade te moeten lijden, door haare eigene misdaaden,
schuldig gemaakt hadden. Ende de Deugdsaame Ingeseetenen aan
de andere sijde, naar de Wetten geleefd hebbende, sig ook allesins ver-
seekeren konden, vry gesprooken, ende voor allen quaade beschermd
te sullen werden. Weshalven ook in soodaanige Republiken, die met
bepaalde Hoofden voorsien waaren, de Ondeugden eenigsins uitge-
bluft, ende de Konsten, Weetenschappen, Rijkdommen, Etc. der
gemeene Ingeseetenen ook eenigsins aangefokt wierden.
Daar in teegendeel deese FABUL ons afbeeld eenen Heer die,
steunende niet op de reeden ende billikheid, maar op sijne Hoovelingen
ende krijgsluiden, soodaanige Wetten maakt ende breekt, als ook de-
selve uitlegt ende doet uitleggen, ende executeerd naar sijn eigen gelie-
ven; ende ons derhalven leerd, dat de vernuftige arbeidsaame, gelijk
meede in kennisse ende deugden uitsteekende Menschen, door
de liefde tot haare Huisen ende Landen niet behoorden te werden
weederhouden, van te vlieden uit ende van soondaanige Regeeringe,
daar men waarelik naar den sinne der Wetten leevende, sijn leeven,
eere, ende goederen, niet langer behouden kan, dan als het eenen
Mensche, ofte die van sijnen Aanhange geliefd. Ende deselve FABUL
ons ook leerd, dat verstandige Menschen, hun voormaals Vry ende
daar naa ooverheerd Vaaderland verlaatende, sig nooit behoorden ter
needer te setten, dan in Republiken, daar men, naar Wetten lee-
vende, gerust mag zijn.
Ubi Dominus odit fit nocens, non quaeritur.
TYPE emblem pictura IC 25F23(LION) ; 44B531 ; 59CC2 PREV embstma_add132_emblem030 MOTTO_NLWijs my de Man, ik wijs u het Regt.
ID embstma_add132_emblem031 MOTTO_LA_NORM Ubi Dominus odit fit nocens, non quaeritur _IC {'n': '25F23(LION)', 'c': ['25FF23(LION)'], 'r': ['25F(+12)'], 'p': ['2', '25', '25F', '25F2', '25F23', '25F23(...)', '25F23(LION)'], 'b': '25F23(LION)', 'l': ['25Fk0', '25Fk1', '25Fk2', '25Fk3', '25Fk4', '25Fk5', '25Fk6', '25Fk7', '25Fk8', '25Fk9'], 'txt': {'en': 'beasts of prey, predatory animals: lion', 'de': 'Raubtiere: Löwe', 'fr': 'animaux prédateurs : lion', 'it': 'predatori, rapaci: leone', 'pt': 'carnívoros, predadores: leão', 'jp': '猛獣, 肉食動物: ライオン'}, 'kw': {'en': ['lion'], 'de': ['Loewe', 'Saeugetier'], 'fr': ['lion'], 'it': ['leone'], 'pt': ['leão'], 'jp': []}} ; {'n': '44B531', 'p': ['4', '44', '44B', '44B5', '44B53', '44B531'], 'b': '44B531', 'l': ['4k0'], 'txt': {'en': 'lawgiver', 'de': 'Gesetzgeber', 'fr': 'législateur', 'it': 'legislatore', 'pt': 'legislador', 'jp': '立法者'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '59CC2', 'c': ['59CC21', '59CC22'], 'p': ['5', '59', '59CC', '59CC2'], 'b': '59CC2', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': "Injustice; 'Ingiustitia' (Ripa)", 'de': 'Ungerechtigkeit; Ripa: Ingiustitia', 'fr': "Injustice; 'Ingiustitia' (Ripa)", 'it': "ingiustizia; 'Ingiustitia' (Ripa)", 'pt': 'injustiça; "Ingiustitia" (Ripa)', 'jp': '不公平'}, 'kw': {'en': ['Ingiustitia', 'Ripa', 'injustice'], 'de': ['Ripa, Cesare', 'Ungerechtigkeit', 'ingiustitia'], 'fr': ['Ingiustitia', 'Ripa', 'injustice'], 'it': ['Ingiustitia', 'Ripa', 'ingiustizia'], 'pt': ['Ingiustitia', 'injustiça', 'Ripa'], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML32. De Schaapen, Herder ende de Wagt-Honden.
EEnige voorsigtige Schaapen, aangemerkt hebbende de
wijsheid ende bequaamheid der Menschen, om haar
voor de Wolven te beschermen, ende haar midderler wij-
le ordentelik, van eenen afgeweiden Velde, naar een an-
der graasiger te drijven; koosen eenen aansienelijken Man
tot haaren Herder, op voorwaarden, dat hy voor sijnen
arbeid den Wol, die by tijden van haar afviel, tot sijner
Kleedinge gebruiken, ende dat hy ook haar oovertollig
Melk drinken soude moogen, Ende de Schaapen dus lan-
gen tijd gehoed zijnde, saagen sy eindelik, dat haar Her-
der, hoe besorgd ende weldaadig hy ook omtrend haar
ven, dat de Wol haar in den Soomere al te seer soude verwar-
men, soo kaal schoor, dat sy des Soomers niet min koude
als in de Wintere leeden, hoewel hy dat waarelik deede,
niet om dat hy daar meede der Schaapen wel-vaaren sogt,
maar in teegendeel, schoor hy haar uit gierigheid, om
haare Wol ten diersten te verkoopen. Ende bevonden
die Schaapen daar beneevens, dat hy dat selfden ook dee-
de met haar alle hunne Melk, die de natuur hun tot on-
derhoudinge van haare jonge Lammeren hadde geschon-
ken, af te tappen; onder voorgeeven, dat de Lammeren
haar daar van oover-aasen souden, ten waare sy haast leer-
den gras eeten. Ende dat die Herder daar en booven voor-
wendende, dat haar weinige grasige Velden haar niet alle
souden konnen voeden, indien sy al te veel vermeenigvul-
digden; het derhalven nodig was voor haar, op dat sy
niet alle stierven, by tijden eenige Schaapen te dooden,
sulks hy ook waarelik naar sijnen honger ofte sijne lusten
sig spijsde met haar vlees, hoewel alles onder voorwend-
sel, dat het geschiede ten haaren voordeele, ende met
eenen grooten yvere, om des te beeter haar teegen de
Wolven te konnen ende te sullen beschermen. Het welk
aldus door de Schaapen aangemerkt zijnde, ende de Her-
sijne aflijvigheid, hen te begeeven onder de beschermin-
ge der Wagt-Honden, die uit der aard geene Schaapen
doodeden, ende by Voorwaarden, alles sins met haaren
aarde oover een koomende, geene andere beloonine be-
geerden, als van haare Melk, ofte van de Schaapen, die
door siekte ofte ouderdom haare eigene dood quaamen te
sterven, gevoed te werden: naademaal sy van haare eige-
ne kleedingen genoug waaren versorgd, ende dat het met
te dooden, om die te eeten: gelijk het meede eene seer
goede saak waas, dat haar grootste Vyand, naamelik de
Wolf, ook den Honden vyandig, ende dien volgende een
gemeenen Vyand was; onder welke oppassinge der Wagt-
Honden, sy haar eenen langen tijd seer wel bevonden, en-
de nog langer wel bevonden souden hebben, indien op-
gemelde Wagt-Honden, onder den Lak dat sy Dol waaren,
door uitsinnige Schaapen, niet gedood waaren geworden.
Uitlegging der Woorden.
SCHAAPEN, zijn onnoosele Menschen, ofte gemeene
Onderdaanen.
WOLVEN zijn Vyanden ofte Tyrannen.
HERDERS zijn Menschen, die voorgeeven, andere te sul-
len helpen, ende onder dien schijn niet dan haar eigen voor-
deel souken, of wel wettige Koningen ende Vorsten.
WAGT-HONDEN, zijn soodaanige Menschen, die in
den ondergange van haaren Vriende, haar eigen verderf
souden vinden, ende daarom hem seer trowelik raaden.
Of wel het zijn opperste Dienaars, ofte Magistraaten ee-
ner Vrye Republike, die seer wel gegoed zijn, ende seer
weinig ofte niets van andere Ingeseetenen tot haare Huis-
houdinge behouven.
Wanneer de Menscehn zijn in eenen seer gerustigen Stande,
ende by gevolge tijd ende geleegendheid genoug hebben,
om alle voorvallende Saaken rijpelik te ooverweegen, eer sy be-
sluiten wat gedaan ofte gelaaten behoorde te werden: Soo leeren
sy nogtans selfs in dien aller-gewensten Menscheliken stande, en-
de by haare bedaarde sinnen weesende, niet soo seer wat haat nut
ofte schaadelik sal weesen, door eenige voorgaande eigenen Reeden-
kaavelinge ofte anderer Onderwijsinge, als wel door eigene bevindinge,
onde door het gunt sy aan anderen haars gelijken sien gebeuren.
werden, ofte in soo eenen Stande koomen, dat sy vreesen alle haar
goed, ofte haar lijf ende leeven te sullen verliesen, soo werden haa-
re sinnen geduurig opgewekt, om te bedenken de grootheid der
ongemakken, die sy voelen; ende zijn sy alsdan geduurig beesig
met de Saaken die sy vreesen haar te sullen ooverkoomen, nog vree-
selijker als sy waarelik zijn, sig selven voor te stellen; Sulks sy sig
in die stande nooit tijds genoug geeven, om met bedaarde sinnen,
ofte met wijse ende goede vrienden, welke sonder die ongemakken
ende buiten noode zijn, wel te ooverleggen ende te besluiten, wat
in soodaanigen stande der saaken, best gedaan ofte gelaaten waare:
maar aanstonds, op de minste schijn van te konnen ofte te sullen,
tot eenen beeteren stande, dan waar sy alsdan in zijn, geraaken;
soo besluiten sy altijds tot de eerste in der hand vallende verande-
ringen, ende behaagen die veranderingen haar ook gemeenelik
niet langer, dan tot dat sy met der daad bevinden, wel van quaad
veranderd, maar weinig ofte niet verbeeterd, jaa door de onge-
woonheid van de nieuwe ongemakken ende lasten te draagen, als
ook door veele andere oorsaaken, merkelik verargerd te zijn.
Sulks indien sy daar naa door eenige gevallen deeses Weerelds,
ofte om beeter te seggen, door Goodes genaade, onnooselik ende
sonder geweld, van dat haar swaarelik drukkend quaad werden
verloft, sy alsdan met seer bedaarde sinnen, de saaken rijper ende
beeter plagten te ooverleggen, ende te besluiten, niet te gebrui-
ken twijgelagtige middelen, ende Hulpers, die wel goed souden
konnen, doen maar magschien liever quaad doen sullen willen.
Naamentlik, sy vermijden alsdan seer wijselik t'haarer hulpe te ge-
bruiken soodaanige Menschen, die in het wel-ofte quaalik-vaaren van
haaren Vriend, niet haar eigen wel-ofte quaaliik-vaaren, maar haar eigen quaa-
lik- ofte wel-vaaren, gewisselik vinden sullen, ofte immers konnen, om
in plaatse van dien te gebruiken, soodaanige Raaders ende Hel-
pers, die neevens haaren Vriend staan ofte vallen sullen moeten.
Ende is dit selfs by de aller eenvoudigste Menschen, wanneer sy
haare eigene bysondere Saaken handelen, soodaanig de gemeene
loop; dat daar uit is ontstaan het Spreekwoord, dat een Eezel sig niet
meer dan eens stoot aan den selfden steene. Maar vermits geene Saaken
soo seer als eigene niet worden aangetrokken, ende dat daar en
draagen, ende de voordeelen, op veelen verdeeld werdende, klein
zijn voor eenen ydere der Ingeseetenen in het bysonder, ende
dat eindelik, door de stervelikheid der Menschen, de oude Ko-
ningen soo wel als Onderdaanen, geduurig sterven, ende niewe ofte
jonge aangebooren werden, die alle onweetende ter wereld komen,
ende de ongemakken der Ouden nog niet veroorsaakt ofte gelee-
den hebben: Soo siet men in deesen die al te groot onvoorsigtig-
heid gemeenlik pleegen, dat wanneer God de Heer haar sulks van
eenen Dwingelande ofte quaaden Koninge heeft verlost, dat sy de Saa-
ken wijselik ooverleggende, haar selven eens ende voor allen van
die ongemakken ontslaan, ende eene beetere forme van Regeeringe op-
stellen souden konnen, sy nogtans in plaatse van dien, niet dan ver-
anderingen van Menschen maaken; waar door de Onderdaanen wel
van Tyrannen veranderen, maar van de Tyrannie, die de Onderdaanen
gedrukt heeft, ende drukt, niet verlost werden. Sulks verbeete-
ren ofte weg-neemen der Ongemakken van der Regeeringe, met
die te brengen tot eene beetere forme, eigentlik is het werk der al-
derwijste ende aller deugdsaame Menschen. Gelijk in teegendeel het
verargeren der forme van Regeeringe, ende het invoeren der ge-
breeken van dien, in het grootste Schelmstuk dat Menschen op der
weereld, ofte in haar leeven, souden konnen doen.
Ende hoewel ter verklaaringe ofte bevestiginge deeses, soo uit
de oude als niewe Gedenk-schriften, van beiden souden konnen wer-
den bygebragt seer veele Exempelen, om aan te wijsen, dat selfs
veele der allerbeste Koningen, op dat sy met haare Hoovelingen in alle
ooverdaaden souden konnen leven, niet tegenstaande haare gedaane
Beloften ende afgelegde Eeden, de Rijkdommen hunner Onderdaa-
nen, onder schijn van Boeten ofte Verbeurt-maakingen, weegens ee-
nige opgeraapte Misdaaden, tot sig trekken: ende ten besten gaan-
de, haare Onderdaanen door veelderlei Schattingen ende Lasten kaal
scheeren, onder seer schoone dekmantels, jaa onder den schijn
van seer goede Medicijns te weesen, ende dat sy tijdelik, volgens
de Regulen der konste, de Anderen hunner Onderdaanen mocten
ende weeten te oopenen, naamelik met moedwillige oorloogen
te onderneemen, om door beide die midddelen de weelde ende
de vermeenigvuldiginge haarerr Onderdaanen te beletten; ende dat
die meenigvuldige ende geduurige voorvallen, wel vastelik be-
hoorden te besluiten, dat wanneer de goede God, door sijne ge-
naade, de Onderdaanen van eenen Dwingen-lande ofte Koninge sulks
heeft verlost, dat sy eene beetere forme van Rergeeringe souden konnen
opregten; het een seer schandelik versuim is, het selven niet te
doen: efter soo sullen wy geene andere Exempelen voor de oo-
gen stellen, als die van de Vereenigde Neederlanden, ende dat in soo-
daaniger wijse, dat wy ons eigen oordeel daar van niet oopenbaa-
ren, maar den Leesere selfs laaten oordeelen sullen, of de Ingesee-
tenen in plaatse van Graaven, Stadhouders ende Kapiteinen Generaal,
eerst verkooren, ofte van tijden ten tijden oover haar verkreegen
hebbende, ende daar naa, sonder de selven door gemeene Opwag-
ters geregeerd zijnde geweest, als meede eindelik weederom
Stadhouders ende Kapiteinen Genaeraal verkiesende, haare forme van
Regeeringe verbeeterd ofer verargerd hebben, ende of sy dien vol-
gende onder de Voorsigtige ofte Onvoorsigtigen, Gelukkigen of-
te Ongelukkigen, behoorden te werden gereekend: Want de
leeser, soo wel als wy, de gedagten vry hebbende, daar meede niet
kan sondigen, gelijk wel in teegendeel gedaan soude konnen wer-
den, door den geenen, die sig aan-maatigen soude, sijn oordeel
in deesen door gedrukte Bouken, voor ofte teegen, allen Ingesee-
tenen deeser Landen bekend te maaken; alsoo sulks souden strij-
den teegen de pligt eenes goeden Borgers, die van Goode wel eene
goede ende beetere Regeeringe, als waar onder hy leefd, vermag te bid-
den ende te wenschen, maar efter met de selve Regeeringe, soodaa-
nig als sy is, sig gerust ende te vreeden houden moet, sonder die sei-
telik te willen veranderen. Macrob.Saturn.lib.2.c.2. C.Tacit.Hist.4.
Maar wy sullen dit besluiten, met in het gemeen te seggen, dat
deese FABUL den Menschen leerd, dat wanneer sy sig in groote
ongemakken bevinden, ende arger vreesen, sy, om daar uit te geraa-
ken, niet haastig moeten resolveeren, te gebruiken middelen die niet
alleen baaten, maar ook schaaden konnen. Ende insonderheid dat sy
sig moeten wagten, in haare ongemakken ter hulpe te roupen sooda-
nige Menschen, welke naa de beweesene hulpe, door eene onderdruk-
kinge der geholpenen hare eigene grootheid ende magt souden kon-
nen opbouwen, om die wel eer Vrye Luiden tot haare Slaaven, ende
sig daar oover Tyrannen ofte Souvergine Heeren te maaken.
Piscator ictus sapit.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem031 MOTTO_NLHarde Slaagen leeren.
ID embstma_add132_emblem032 MOTTO_LA_NORM Piscator ictus sapit _IC ; $ TEXT_EXPL_XML33. De Duiker ende Land-Voogels.
EEn Duiker, des nagts het schijnsel der Sterren in een
Vis-rijk Waater siende, meende dat het blinkende
Vissen waaren, sulks hy, om die te vangen, den geheelen
nagt te vergeefs arbeide; ende daar naa by daage waare-
lik eenige Vissen in den waatere siende, die hy soude heb-
ben konnen vangen, om sig daar meede te spijsigen, soo
vreesde hy weederom te vergeefd te arbeiden, ende be-
droogen te sullen zijn. Ende murmureerde hy vervolgens
van onder het waater te haalen, ende dat met perijkul van
eenmaal daar door te sullen verdrinken: Derhalven hy be-
sloot, dat Ambagt van Vissen niet meer te doen; maar hem
by andere Voogelen te vougen, die sonder eenigen arbeid
haaren lekkeren kost op het Land vonden: des begaf hy
sig onder andere soorten van Voogelen, op het Land,
alwaar hy, door ongewoonte, soo wel als die Land-Voo-
gelen, de lekkerste ende voor hem noodsaakelikste ofte
dienstigste spijse niet kende, ende die nog min vinden
konde. Ende het ergsten van allen was, dat hy aldaar,
als een seer behouftige arme Vreemdeling, veragt wier,
ende dat hy in haare Spijse geene smaak vond; SUlks hy
maager wierd, ende wenste weederom als voor deesen,
sijnen kost in den Waatere te vinden: Maar, ten deele,
om dat hy sijne eerste gewoonte hadde verleerd, ende
afgewend; ende ten deele, om dat sijn lighaam tot soo
swaaren arbeid, door sijn uit-teeren ende quijnen, al te
swak geworden was, derfde hy sig niet meer tot het dui-
ken in den Waatere oovergeeven, waarom hy sturf van
honger ende gebrek.
Uitlegging der Woorden.
Met een DUIKER hebben de Ouden verstaan,
een Man, die met sijne handen te arbeiden, sijnen
kost gewint.
Met LAND-VOOGELEN, werden hier verstaan,
Menschen die meest met haare gedagten arbeiden, of-
kost winnen.
Om dat wy onse eigene Saaken ooverleggende, altijds meer
gevoelen het teegenwoordige Quaadem als het Goeden, dat
daar in steekt, ende dat wy daar en teegen in anderer Menschen
Saaken altijds eerst ende meer vermerken het Goeden als het Quaa-
den, dat daar in is: Soo ontstaat hier uit, dat wy in onse eigene
Saaken, wanneer wy die by anderer Menschen Saaken vergelij-
ken, niet wijs genoug zijnde, om wel te besluiten, wat van
beiden eigendlik te houden zy; wy dien volgende oover Saaken,
daar ietwes aan geleegen is, behoorden raad te pleegen met an-
dere Menschen, die wy meenen ons gonstig te zijn, ende die
Saaken, welke wy haar voordraagen, wel te verstaan. Ende in-
sonderheid is dat raad-pleegen noodig in de aller-gewigtigste Saa-
ken, waar onder deese drie werden geteld: De eerste met wat
beesigheid men sig behoorde te erneeren, om sijn leeven met ee-
ren door te brengen. De tweede, of ende in welke gevallen men
in eenen Lande, daar men gebooren ende opgevoed is, behoord
te blijven ofte van wooninge te veranderen, ende waar sig ter
needer te setten. De derde, of ende met wien men sig in den
Houweliken Staate behoorde te begeeven. Ook is in alle Saaken
wel aan te merken, dat, om de selven wel te konnen ooverwee-
gen, noodig is, eerst te hooren den raad der geenen, die men
meend dat de voorgestelde Saak in het geheel afraaden sullen, op
dat men uit die mooge hooren alle de gebreeken ende ongemakken
van dien; ende dat ook noodig is, daar naa meede gehoord wer-
de den raad der geenen, die der selve Saake toegedaan zijn; op
dat die ons bekend moogen maaken alle deugden, voordeelen ende
gemakken, welken in die Saake souden moogen weesen. Het
welk gedaan zijnde, ende kennelik weesende, dat geene wee-
reldse Saaken volmaakt zijn; maar dat sy alle, hoe soet ende
schoon sy ons toe schijnen, haare gebreeken hebben: soo is het als-
dan het werk des Raad-pleegende, te maaken twee bysondere
Lysten, ende in de eene te stellen alle de bygebragte ofte beden-
kelijke naadeelen der Saake, waar oover men raad gepleegd heeft;
om alle de voor-ende naa-deelen by sig selven rijpelik te ooverwee-
gen, ende daar naa te besluiten, wat gedaan ofte gelaaten behoord
te werden; altijds indagtig weesende, dat het in Saaken, die twij-
felagtig zijn, ende die van niemanne dan van onse eigene keure
altijds hangen; Sulks die altijds in ons vermoogen sullen weesen,
het ook altijds veel beeter is, de selven in dien stande van Saa-
ken te laaten als te doen, het gunt daar naa niet weederom door
ons on-ofte ver-daan sal konnen werden. Ende dat daar en tee-
gen in Saaken, die van eene twijfelagtige uitslag schijnen te wee-
sen, ende die ook van andere Menschen ofte enige voorvallen-
de geleegendheeden hangen, doorgaans beeter is die te doen als
te laaten; om dat, wanneer de geleegendheid, om sulks te kon-
nen doen, voor by gegaan is, op soodaanig laaten gemeentelik volgd,
een al te laat Berow, welk of schoon in ons ontstaat uit eene Men-
schelijke swakheid omtrend onse oordeelen, soo is het nogtans
voor ons beeter een drouvig Berow voor te komen, als daar meede
belaaden te zijn. Om nu deese gemeene Reeden-kaavelinge aan
bysondere gevallen toe te passen, soude te lang zijn: derhalven wy,
by onser FABULE blijvende, alleen sullen spreeken van veran-
deringen van Landen ende beesigheeden ofte Neerinen, in volgender
wijse.
Oovermits het geval van gebooren ende opgevoed te werden in
deesen ofte dien Lande, als ook de Beesigheid om sig te erneeren,
hangd van de keure onser Ouderen; soo is waarelik het grootste
geluk ofte ongeluk der Kinderen, gebooren ende opgevoed te
zijn in seer bloejende rijke, ofte in quijende arme Landen en-
de Steeden, ende in het geen minder geluk ofte ongeluk, dat
ook onse Ouders voor ons hebben verkooren soodaanige beesig-
heeden, als met de geleegendheid onser Landen ende Steeden,
als ook met onsen eigen aard best oover een koomen; oft wel
dat die daar teegen strijden. Want een groot gedeelte onses
leevens besteed zijnde, om ons aan ende tot soodaanige Landen
Steeden ende Neeringen bequaam te maaken ende te gewennen;
Soo hebben wy waarelk by veranderingen van dien, genoug-
saam den aller-bequaamsten tijd onses leevens verlooren. Ende
daanige kraft op ons, dat wy in andere Landen, ende te gelijk tot
andere beesigheeden oover gebragt zijnde, ons seer swaarelik
daar naar konnen schikken.
Ende op dat de Menschen in deesen bequaamer mogten wee-
sen, om wel te oordeelen, wat daar omtrend wel gedaan ofte
gelaaten zy, leeren ons de Wijsen seer dienstig te weesen, in on-
se jeugd veele omleggende Landen, Taalen, ende wijsen van
leeven der Menschen, gehanteerd, geleerd, ende besien te heb-
ben: met die ooverlegginge, of men sig daar naar soude konnen
schikken ofte niet. Ende ten anderen leeren de selve Wijsen, dat
men sig niet alle te gelijk mag ter woone needer setten in eenen
Lande, daar de forme van Regeeringe, Wetten ende Gewoon-
ten, ons onbekend zijn; ende dat men sig voor eerst in eenen
vreemden ons onbekenden Lande niet als ter prouve, ende om
daar van eenige kennisse te krijgen, ter needer behoorde te set-
ten. Ende dat men daar beneevens sijne oude wijse van Leeven,
Hand-teeringe ende Neeringe niet plotselik in het geheel be-
hoorde te verlaaten, maar ten deele ook sijne voorgaande te be-
houden; op dat, indien de niewe, beproufd zijnde, niet bee-
ter als de oude te weesen, bevonden werd; men in 't geheel
by het oude soude moogen blijven, ende sig alsoo ernee-
ren.
alle deese voorsieningen derhalven noodig zijnde by de
best beraadene Menschen; Soo is voorwaar geen wonder, dat
Menschen, die met geene andere wijse Menschen raad-plee-
gen, ende niet weeten, dat Menschen altijds met haare gedag-
ten ofte met den lighaame moeten arbeiden, ofte dat sy ander-
sins sig selfs veel quaads veroorsaaken, veeltijds alleen sien op
de naadeelen hunnes Vaaderlands ofte haarer Neeringe, ende daar
en teegen ook alleen sien op anderer Landen ende Neeringen
Voordeelen, sonder daar en teegen haare eigene Voordeelen ook
teegen de Naadeelen der anderen in der waag-schaale te leggen;
Soo is het, seggen wy, geen wonder, dat deese onvoorsigtige
Menschen haar Vaaderland ofte Neeringen teegen andere wisse-
lende, gemeenelik in plaatse van te verbeeteren, een seer
drouvig einde hebben.
nige voorgaande raad-pleegingen met andere Duikeren, uit
suivere leuiheid ende lekkernie, van het Waater op het Land
vliegende, ende sig aldaar met die Land-Neeringen, onder die
vreemde Land-Voogelen niet geagt siende, ofte sig konnende er-
neeren, al quijende komt te sterven.
Omnis mutatio periculum habet.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem032 MOTTO_NLWerp geene oude Schoenen weg,
eer gy niewen hebt.
34. Eene kat, Draak, ende de Vyl.
EEne Kat, door honger of door lekkernie, spijse souken-
de, quam in seekeren Smids-winkel, ende vond aldaar ee-
ne Vyl, die, op dat sy niet roesten soude, door den Smeede,
met lekkere Olie besmeerd was, welke de Kat aanstonds
begon te likken, ende ook seer soet bevond, sulks sy gedu-
rende, ende ook naa het aflikken der Olie, in het likken
voortgaande, haare Tong op de scharpe Vyle doorlikte, en-
de in plaatse van Olie, haar eigen bloed ende tong, wel-
ke sy eeven soet als de Olie geweest was, bevond, allangs
door honger swak van lighame werdende, ende haare tong,
om niew voedsel in te konnen slikken, missende, ellen-
dig quam te sterven. Ende alsoo omtrend de selve tijden
een Draak alle sijn leeven had besteed om Goud te sou-
ken, sulks hy daar door het Gulde Vlies van Colchos,
neevens de Goude Appelen der Hesperides, met veele an-
dere verborgene Schatten, in sijn besit gekreegen had: soo
wierd hy, weegens het bewaaren der selven, daar in,
ende daar oover soo besorgd, dat hy de selve Schatten
nooit verliet, maar met sijn eigen lijf bedekte, ende on-
derwijle nog by daage, nog by nagte ruste, tot dat hy
door den slaap-dranke ende de konsten van Medea, in slaa-
pe gevallen zijnde, van alles beroogd, ende door dat ver-
lies soo ontsteld wierd, dat hy om andere niewe Schatten
te vinden her-ende derwaarts loopende, eindelik in
des opgemelde Smids-winkel quam, ende die blinkende
schoone Vyl voor eene groote schat aansiende, opslokken
wilde, om deselve des te beeter ofte seekerder te bewaa-
ren: in vougen hy op die Vyl alle sijne tanden brak, en-
de daar en booven bespot wierd, dat hy had willen troost
ende schatten vinden by eenen die niemanne goed te
doen, maar alle het gunt hem voorquam, te bijten en-
de te verteeren plagt.
Uitlegging der Woorden
De Ouden hebben hier verstaan met eene KAT,
een wellustig Mensch.
Met een DRAAK, een seer gierig ende vrek Mensch
ende niemanne goed doen wil.
Met de Tong ende het BLOED der KATTE, der
Menschen eigen Leevens-middelen.
DEwijl alle het gunt van Goode is geschaapen, eenig goed ge-
bruik kan hebben, soo is ook alles in sig selven goed, ende
ontstaat die benaaming van quaad te zijn, onder den Menschen,
wanneer eenige Saaken van haar niet soodaanig werden gebruikt,
als sy behoorden gebruikt te worden, ende qy by gevolge door
eene alte groote liefde tot ons eigen selfs, alles schatten ende hoog
ofte laag agten, naar het ons ten goeden ofte ten quaaden voor-
komt. Sulks wy goed noemen ofte quaad, alle het gunt ons meer
goeds ofte meer quaads aanbrengd, eeven of het buiten ons geen
ander gebruik konde hebben.
Ende daar en booven bestieren de Menschen in het gemeen haar
verstand soo quaalik, dat sy van Menschen ende Saaken, die haar
onbekend zijn, altijds grootere gedagten, als van bekende Menschen
ofte Saaken hebben: gelijk op deese gronden geen Propheet in sij-
nen eigen Lande ge-eerd werd, ende verandering van Lande,
alleen een Eedelman maaken kan. Ende daar beneevens meenen
de Menschen, alle het onbekende soodaanig te weesen, als het
bekende deel van dien haar voorkomt: Gelijk op dien gronde
de Menschen van ouds den Aard-boodem geen kloot, maar vlak
te zijn, begrijpende, haare bekende Afteekeningen met eenige
Bergen, Bossen, Woestijnen ofte See, sig oneindelik
uitstrekten, ende derhalven plagten sy, in haare Kaarten, daar by
te schrijven, hier buiten is niet als Bergen, Bosschaadjen, woestijnen ofte
See, naar dat die laatste bekende benaaming, ende afpaaling was.
Ende insonderheid sien wy, dat die dwaalingen door de
Menschen niet werden vermijd omtrend Wellustige Saaken, want
of die schoon den Menschen eindelik veel meer quaads als
den van dien, by haar niet alleen die gemeene gedagten, dat
die soetigheeden altijds sullen duuren, maar geeven die daar en boo-
ben den Menschen soo diepe indrukselen, dat sy de onwaar-
heid der opgemelde gedagten niet pleegen te vermerken, dan
soo laat, dat sy door het genieten der selve Soetigheeden, alle
verdorven ende onbeeterlik zijn gworden. Ja sien wy, dat
de begeerten van Goederen ende Rijkdommen te verkrijgen, haaren
oorsprong genoomen hebbende uit de gemeene menschelijke behouf-
tigheid, de selve begeerten ook na het verkrijgen der Rijkdommen,
den Menschen by blijven ende vermeerderd werden. Sulks sy in
plaatse van het verkreegen behoorlik tot haare nood-drust, ge-
mak, ende vermaak te besteeden, tot grootere Gierigheid ende
Vrekheid vervallen, ende daar door geen min gebrek lijden, dan
of sy alle Goederen, die sy verkreegen hebben, ende als eigen
besitten, ontbeerden; terwijle sy met meer moeite, kommer
ende sorge, om die Rijkdommen nog te vermeeren, ende die
wel te bewaaren, belaaden werden, ende schandelik als dob-
beld arme Menschen leeven, ende sterven.
Cum furor haud dubius cum sit manifesta phrenesis
Ut Locuples moriaris egenti vivere Fato. *
Ende om eenigsins aan te wijsen, hoe bysondere Wellusten door
soete beginselen de Menschen verleiden, soo konnen wy aan-
merken, hoe blijdelik, schoon, cierlik ende net, Vrow Venus
gemeenelik komt aantreeden, hoe sorgeloos, ongeveinsd, en-
de vermaakelik Bacchus de Menschen aanlokt, hoe soet de on-
ervaarene Menschen door de Twist-Goddin Bellona ende Erinnis
werden aangehaald, om sig in eenige Krijgs-diensten te begee-
ven, den oorlog te volgen, ofte eenige Processen aan te leggen
ende te vervolgen. Maar seer weinige wijse Menschen bemer-
ken, hoe drouvig, slordig, vuil ende leelik, Vrow Venus te schei-
den plagt; hoe sinneloos, beestig arm ende schandelik, Bacchus
gewoon is te eindigen; ende hoe slaaf-agtig, rookeloos, arm
ende ellendiglik de Krijgs-luiden ende Pleiters, leeven ende ster-
ven.
litiken, die onder de Menschen voor de wijsten vermaard zijn,
doorgaans deese misslaagen doen, wanneer sy voor groote Soe-
tigheeden opneemen, het uitvinden, stellen ende vermeerderen,
als ook het begeeven der profitabile Amiten, ten laste van Stad
ofte Staat; ende dat sy daar en booven haare publike als ook der
Amtenaaren ende der selven Dienaaren Inkomsten vermeerderen,
met de eigene Leevens-middelen, waar door de gemeene Ingeseete-
nen van die Stad ofte Stat sig erneeren, ende haar voedsel sou-
ken moeten, te beswaaren; ende dat sy onderwijlen niet bemerken,
dat sy niet min als onse AEsopise Kat, haare eigene Tong door-gelikt
ende verteerd hebben. Naamelik, sy vermerken niet, dat die Stad
ofte Staat daar door laag gehouden, ende verminderd werd,
dan wanneer sy Regenten selfs, ofte haare Beamten ende Dienaars,
gemeene Ingeseetenen Leevens-middelen soodaanig verloopen
zijn, dat sy niet hersteld konnende werden, die Stad ofte Staat
in het geheel vergaat. Ende mitsdien alle die Regenten, Am-
tenaars, ende Dienaars, als niet gewoon zijnde, voor den kost
te sorgen, maar door de sorgen ende arbeiden der andere In-
geseetenen te leeven, de aller-ellendigste Land-loopers wer-
den.
Dus sien wy daageliks, hoe roekeloos ende blijdelik veele Ko-
ningen ende Vorsten, alleen om Lof te behaalen, ende oover den
gantsen Aard-boodem alsoo vermaard te zijn, als sy van haare eige-
ne Onderdaanen beroemd werden, teegen andere Staaten ende Lan-
den, die sy meenen te verteeren, oorloogen aanvangen: ende
hoe veele van dien soo harden teegenstand vinden, dat sy op
haare Vyanden de Tanden breeken, ofte self verteerd wer-
den.
Wat belangd die gebreeken, van te gelijk gierig ende Vrek te
te weesen, die zijn soo wel by de Oude als Niewe Digters, niet al-
leen in haare Rijmen, maar ook in haare Klugten van de Geer-aar-
den ende Waarenaaren, soo breed voorgedraagen ende bespot, dat
onnoodig is hier van meer te seggen.
Ende eindelik seggen wy, den eigendlijken sin deeser FA-
BULE te weesen, dat wy seer schow te zijn, ende de gemeen-
die in het gemeen meer schaade als baat den Menschen, die met
den selven ommegaan, ofte de selven verkreegen hebben, die met
brengen: Ende dat wy in het bysonder ons door de soete Begin-
selen der Wellusten, niet behoorden te laaten verleiden, om on-
gevoelig ons selven te beschaadigen, ende dat wy booven allen
ons moeten wagten, onse eigene Leevens-middelen te verteeren,
ofte aan te grijpen onse eigene Koningen ofte Vorsten, ende an-
deren die magtiger als wy zijnde, ons souden konnen slaan en-
de verteeren, met haare lange armen ende Struis-maagen.
Cum majore certare furiosum.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem033 MOTTO_NLDe Gierigheid, bedriegd de Wijsheid.
ID embstma_add132_emblem034 MOTTO_LA_NORM Cum majore certare furiosum _IC ; $ TEXT_EXPL_XML35. Diana, Acteon, ende sijne Honden.
Wanneer de Jaagers aan Diana in haaren Tempel
offerhande deeden, soo liet sy met haare Nimphem
sig aldaar nooit sien dan alle gekleed in witte Kleederen.
Ende als sy met haare Nimphen ter Jagt ging, waaren sy
alle gekleed in purpere bonte Rokken, omtrend den Halse
ende Schouderen geestig ofte swierig gepest, ende ook tot
aan de Knien opgeschort met goude Gespen, ende daar en
de kostelijke Pijl-kookers, ende treffelijke Boogen in
haare handen. Sulks alle Jaagers, geene andere gedag-
ten van haar hadden, dan dat sy van seer groote kennis-
se, wijsheid, ende suiverheid van leeven zijnde, daar en
booven eene eigene aangeboorene groote magt had, en-
de hadden. Ende in deesen stande der saaken gebeur-
de, dat Acteon, een seer yverig Jaager zijnde, door sij-
ne Honden een Hert tot in het binnenste ende duisterste
der Bosschaadjen vervolgende, Diana ende haare Nim-
phen aldaar sag sig naakt baaden, ende haare vuiligheeden
af-wassen, waarom sy alle, merkende dat Acteon haare vui-
ligheid ende mismaaktheid gesien had, ende vreesende, dat
hy hare naaktheid, mismaaktheid ende onsuiverheid gesien
hebbende, die ook aan anderen Jaageren bekend maaken,
ende dat Diana ende haare Nymphen daar door hare Eere
ende Offerhanden missen soude, sy Diana hem, door eene
daar op aanstonds volgens toorn, een Herts-vel om den
lijve wierp, ofte in een Hert veranderde, als ook sijne
Vrienden ende Honden, soo uitsinnig ende dol maakte,
ende teegen haaren eigen onschuldigen Heere soodaanig
ophitste, dat sy hem als een Hert handelden, ende
niet jeegenstaande alle het onschuld ende bewijs sijner
onnooselheid, naar welk st, mits haare beroerde sinnen,
ofte uitsinnigheid, niet luisteren wilden ofte konden,
hem al juigende ende met groote Vreugde verscheurden
ende op-aaten. Ende duurde opgemelde Vreugd der Hon-
den niet langer, dan tot dat sy vermerkten, naa het mis-
sen van haaren goeden Heere, ook haar daageliks Brood
ende Vlees, welke sy door sijne Voorsorge ende Iagt plagten
te genieten, te moeten missen.
Uitlegging der Woorden.
Met JAAGERS, hebben de Ouden hier verstaan,
gemeene Menschen ofte gemeene Onderdaanen./
DIANA ende haare NYMPHEN, zijn by de Ouden
alle seer aansienelijke Menschen, ende insonderheid
Koningen ofte Koninginnen, ende haar gevolg: als ook
daar meede verstaan konnen werden de Beveinsde Gee-
stelijken, ofte de Bestierders der kerkelijke Saaken.
Witte KLEEDEREN, Wijsheid ende Deugd.
Purpere KLEEDEREN, Goude GESPEN, PYL-
KOOKER ende BOOG, eene soo groote Magt, die
door gemeene Menschen niet weederstaan kan wer-
den.
NAAKTHEID ende ONSUIVERHEID, is Onwee-
tenheid ende Dwaasheid, Ondeugd ende Gebreeken.
Met HONDEN, werden verstaan Dienaars, ofte ge-
meene Ingeseetenen.
Met VRIENDEN, goede Bekenden.
Met een HERTS-VEl, een Lak die men ieman oplegt.
Met een HERT, een seer vrees-agtig vlugtig Mensch.
ALle Menschen, beesig weesende met de Waar-ofte Onwaar-
heid, Nut-ofte Onnutheid eener Saake te ondersouken, bevin-
den, dat het haar verdeeld, lang op eene ende de selve Saaken
te denken: Ende dat sy daarom meest seer haast besluiten, eer sy
de behoorelijke tijd ende moeite hebben genoomen, om selfs die
lijken Schijn, ofte uit krafte van eenige hare Voor-oordeelen, ofte ook naar
het gunt andere menschen, die sy hoog agten, waar ofte onwaar, nut
ofte onnut, seggen te zijn, haar oordeel vellen. Ende besluiten sy
dus, met veele grootere haast ende onbedagtheid als wel behoord;
sonder te bedenken, dat als de Saaken selfs haar tijd, om die te
ooverdenken, toelaaten, het alsdan veel beeter is, sijn oordeel
oover die Saaken op te schorten, dan sijn oordeel te vellen op
geene, ofte geen genougsaam vaste gronden. Uit welke geschaa-
penheid des menschelijken oordeels wijders ontstaat, dat veele
boose Menschen, deese haare swakheid, niet tragten te beete-
ren, met seer yverig ende naarstiglik alle de voorkomende Saa-
ken, wel te ondersouken, ende alsoo haare Kennisse, Wijsheid
ende Deugd allengs te vermeerderen, maar wel met seer ligt-en
de alle te gelijk den schijn van seer Geleerd, Wijs ende Deugdsaam
te zijn, te bekoomen; ende daar door ook by alle de gemeene
Menschen voor soodaanigen gehouden te werden.
Ende oovermits Menschen, die met eene seer groote magt gebooren
werden, ofte daar naa sig daar meede bekleed vinden, door quade
volgende opvoedinge ende ommegange met Menschen, die haar
vleyen ende bedriegen, allerwijdst af zijn van alle Kennisse, Wijs-
heid ende Deugd; Soo siet men ook daageliks, dat sy ende haa-
re Hoovelingen, sig niet dan met den schijne der selven beklee-
den. Waar door de Menschelijke Saaken, ende regte agtingen
van dien, soodaanig zijn vervallen, dat in 't gemeen de aller-be-
veinste grootste Schelmen, voor de aller-opregtste, heiligste, ende
Deugdsaamste Menschen gehouden werden: Ende dat daar en tee-
gen Menschen, die sig geener Schelmstukken nogte eenigen
quaden voorneemens bewust zijn, ende derhalven op dat gewissen
steunende, opregt ende oopenhertig leeven, sonder eenigen Cieraade,
Bedrog ofte konstige Beveinstheid te gebruiken; voor Vry-Geesten,
Atheìsten, ende Menschen van een seer schandelik ofte aanstootelik lee-
ven by de gemeene Menschen doorgaan.
Ende bevinden wy daar beneevens, dat die, welke de ge-
veinstheid der opgemelde gemerkt hebbende, daar en booven on-
derneemen, deselve aan anderen te ontdekken, den haat der Be-
veinsden seekerlijk op haare halsen haalen, sonder de gemeene
maaken, maar met in teegendeel van deselve ook veele onge-
makken te moeten lijden, ende dat alle anar geraade de Beveins-
den ende haaren aanhang, groot van vermoogen zijn. Sulks oo-
vermits de magt der Koningen, Vorsten ende Hoovelingen, ende by-
sonderlik ook der ondeugende beveinsde Kerkelijken, onweeder-
staandelik is, voor eenen gemeenen Onderdaane, ende dat sy die
magt nogtans niet langer konnen behouden, dan soo lange sy
door Beveinstheid ofte het Mom van Wijs ende Deugdsaam te zijn, haa-
re onweetenheid ende seer groote gebreeken, voor den gemeenen
Onderdaanen konnen bedekken: Soo siet men, dat sy meest alle
niet alleen ter dood toe, haaten ende vervolgen, alle die voorbe-
dagtelik haare Gebreeken ondersoukenm ende haar het Mom af-
trekken, maar ook alle, die by gevallen kennisse van haare Vui-
ligheeden gekreegen hebben, ende die nog niet hebben laaten
blijken, de selve gebreeken te willen oopenbaren. Want oovermits
sy weeten, dat de gemeene menschen van onbekende Saaken altijds
eene groote verwagtinge hebben, ende bekende Saaken klein ag-
ten: Soo hebben de meeste opgemelde Koningen ende Vorsten, als
ook de Phariseeuse Kerkeliken, die alleen door het Mom-aansigt van
Wijsheid ende Deugd, voor soodaanigen werden gehouden, daar
sy waarelik onweetende, dwaase, ende ondeugende menschen zijn;
groote reden om wel te besorgen, dat haar dat Mom niet afgetrokken
kan werden, door eenige gemeene Onderdaanen, die door het Mom
heen hare Schelmstukken ofte vuilen aard, gesien hebben. Gelijk
soodaanige Koningen, Vorsten ende Hoovelingen, als ook de opgemel-
de Phariseeuse Kerkeliken, niet plagten te versuimen, ten deesen einde
haar uiterste vermoogen aan te wenden, om desen onnooselen Men-
schen, die kennisse van hare Vuiligheeden gekreegen hebben, een
Lak op te leggen, met die van der misdaad der gequetser majesteit, het
zy Menschelike het zy Goddelike, als Land-verraaders ende ketters te doen
beschuldigen ende dooden, door, ende op het aanbrengen der Vrien-
den ende Dienaren, ofte door het oproer des Graaws, daar toe ten Hove
omgekost, ofte door die boos-aardige, beveinsde Geestelken bekald.
Sulks deese onnoosele Onderdaanen, alleen om dat sy de Hoofsche of-
te Kerkelike gebreeken gesien hebben, niet weetende op wien en-
Herten om swerven, tot dat eindelik, in de strikken der bosen Ko-
ningen ende Vorsten, ofte der beveinsde Kerkeliken, gevangen werden.
Ende is de sin deeser FABULE, dat in het gemeen, de aller-aan-
sienelikste Menschen, door Geveinstheid ende schijn van Deugden, die
by haar waarelik niet zijn, haare magt verkrijgen ende behouden:
ende dat sy alle, die deese Vuiligheeden der aansienelikste Men-
schen hebben vermerkt, daar door in ongemakken doen verval-
len, ende insonderheid leerd ons deese FABUL, dat als die On-
deraanen, die in haaren Staate de aansienelikste zijn, derven raaken,
sy alsdan tot onbedenkelike Quellingen vervallen, om dat sy alsdan
van haare Vrienden ende eigene Dienaaren verraaden, aangebragt,
beschuldigd, ende van de slegste oproerig ofte dol gemaakte Inge-
seetenen, ofte van daar toe uitgesogte ende gestelde Regteren, onder
schijn van Regt, gedood plagten te werden.
Crimen Majestatis eorum qui crimine carent.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem034 MOTTO_NLSeg maar dat eenes anderen Mans Hond dol is,
ende smijt hem dan veilig dood.
36. De Leewerik ende sijne Iongen.
DE Leewerik, die sijn Nest had in een stuk Kooren-
lands, sullende uitvliegen om den kost voor sijne
Iongen te souken, vermaande haar wel agt te neemen op
het gunt sy in sijn afweesen van de Menschen, dat altijds
haare Vyanden waaren, souden koomen te hooren: op
dat indien eenig aanslag der selven teegen haar sig mogte
oopenbaaren, sy gesaamentlik vervliegen, ende alsoo haar
lieve leeven bergen souden konnen. Waar naa de oude
Leewerik van sijne uit-reise weeder-gekeerd zijnde, so-wierd
hy van sijne Iongen gewaarschoud, dat het tijd was op te
hooren sijnen Soone belasten, sijne goede Bekenden te ver-
souken, dat sy, op soo goed weederom, sijn Kooren-
land geliefden te koomen afmaajen, om daar naa het sel-
ven in garven, ende vervolgens in Schooven te binden.
Sulks de selven onder dat Oogsten seekerlik het Nest vin-
den, ende sy allen daar op betrapt souden werden. Daar
op de oude Leewerik antwoorde, dat sy nog geenen haast
hadden, dewijl des Eigenaars Vrienden, tot eenen ar-
beide, ten behouve van eenen andere, te onderneemen,
niet seer gereed weesen, maar in teegendeel dat versouk
magschien weigeren, immers dat ligtelik versuimen, en-
de niet koomen, souden. Gelijk het ook geschiede. Ende
die Leewerik daar naa weeder gekoomen weesende, het
selven dus ook bevond. Dog ten tweeden maalen uitge-
vloogen ende weeder-gekeerd zijnde, so seiden hem de Ion-
gen, gehoord te hebben, dat de Eigenaar des Akkers sijnen
Soone hadde gebooden, te versouken alle sijne Buuren ende
Magen, ten einde die het Kooren souden komen af-snijden,
ende dat het dien volgende tijd was om te vervliegen.
Waar op de Oude Leewerik antwoorde, daar is nog iets
dat ons dringd ontijdig te vertrekken, ende eer gy ter
deegen vlugge zijt. Waarom het best is, dat uwe Vee-
deren nog wat groeijen, eer gy u op der vlugt begeeft,
om op uwe eigene teere Vleugelen te drijven; alsoo die
Buuren ende Maagen het werkn niet soo haast, als gy
meend, sullen aanvangen. Eindelik die Leewerik ten
derden maalen uitgevloogen, ende weeder-gekeerd zijn-
de, soo seiden die Ionge Leeweriken, te hebben gehoord,
dat de Eigenaar tot sijnen Soone seide, ik sie dat de Be-
kenden, Buuren, ende ook onse Magen, onsen Oogst ver-
suimen, ende dat wy onsen eigen arbeid sullen moeten aan-
delik, in onser Schuure soude koomen. Sulks ik selfs
mijn werk beginnen sal. Sie daar zijn twee Seissens, mor-
gen vroug sal ik u opwekken, om ons werk te beginnen.
't Welk de Oude Leewerik soo haast niet verstaan had, of
hy gebood de Iongen nevens hem te vervliegen, ende ge-
schiede het selven ten behoude van beiden. Alsoo de
oude Boer ende sijn Soon niet versuimden, des anderen
daags met den opgange der Sonne, het Kooren des dik
gemelden Akkers af te maajen, ende haar leedig Nest te
vinden.
Uitlegging der Woorden.
Met den Ouden LEEWERIK hebben de Ouden
verstaan, oude deugdsaame menschen, ofte Ouders.
Met de jonge LEEWERIKKEN, jonge Menschen, die
nog niet bequaam zijn haar selven te bestieren, ofte
Kinderen. Alle de andere woorden werden verstaan
in den eigendlijken sinne.
Oovermits alle Menschen soo ellendiglik ter Weereld koomen,
dat, in gevalle sy gebooren weesende, niet aanstonds seer
sorgvuldiglik bewonden ende opgequeekt wierden, sy ook daa-
delik souden sterven; Ende dat sy daar naa beginnende te spree-
ken ende te loopen als Kinderen, geene bequaamheeden hebben,
om haar lighaam te bestieren: als ook oovermits waarhaftig is, dat
sy daar naa ook door de kleinte van opgemelden lighaame, door
de groote driften van haar bloed, ende al te vogtige herssenen,
als ook insonderheid, oovermits sy van alle ervaarendheid ontbloot
zijnde, geen goed oordeel konnen geeven van het gunt omtrend
haare voorvallende Saaken gedaan ofte gelaaten behoord te wer-
den: Soo is noodsaakelik, dat de jonge Menschen doorde Ouden soo
langen tijd besorgd werden, tot dat haar lighaam ende oordeel groo-
eigene ervaarendheid, haare reeden-kaavelingen ende daar op vol-
gende goede oordeelen, met daar toe dienende voorbeelden, te
konnen bevestigen, soodaanig, dat sy van der seekerheid van dien
alles sins oovertuigd werdende, haar geheel leeven ende alle de
uitwerkingen van dien, daar naar derven rigten. Ende zijn der-
halven de Jonge Menschen gelukkig ofte ongelukkig, naar dat sy
besorgd werden van Oude Menschen die Een ende het selfde Interest
in het wel-ofte quaalik-vaaren van haare Kinderen ofte Weesen heb-
ben, ende van der selven Interest haar eigen Interest maaken, ofte
niet. Ende oovermits de Ouders niet wel een Interest, dat teegen het
welvaaren hunner Kinderen strijd, konnen hebben; Soo zijn de
selve Kinderen in soo eenen stande gelukkig, besorgd ende be-
stierd te werden, niet door Vreemden, alsoo dat veeltijds quaad-
willige ofte onbequaame Menschen zijn, die haar eigen Voor-
deel uit de schaade der Jongen, ende der Weesen souken,
ofte der selven wel-vaaren versuimen: Maar door haare ei-
gene Ouderen, die de gebrekkelikheid der saaken deeses wee-
relds, ende daar en boven ook de agteloosheid ofte quaad-willig-
heid der Menschen, wanneer sy omtrend anderer Menschen saa-
ken beesig zijn, hebben geleerd kennen; ende die derhalven
door haare kinderen gebaat ofte beschaadigd staan te werden. En-
de schoon genoomen de Ouders het waare Interest hunner Kinderen
niet wel mogten begrijpen, soo is des niet te min waarhaaftig, dat
sy de selven invallen gevalle niet trowloselik ofte flaawelik besorgen,
alleen uit krafte van eenige gedaane Beloften, maar wel; dat sy de
selve Kinderen ende alle haare Saaken, gaade slaan ende besorgen
met den selven yvere, waar meede sy haare eigene Saaken besorgen,
ende die aan geenen anderen Menschen beveelen willen.
Ende wat een onderscheid daar zy, of Menschen voor haar eigen
selfs, ofte voor eenen andere arbeiden ende sorgen, sien wy in alle
Menschelijke voorvallen; naamentlik, dat sy, niet teegenstaande
alle voorgaande beding van loon werk te sullen ontfangen, niet
de helft soo veel werks doen, wanneer sy voor eenen anderen, dan
wanneer sy voor haar eigen selfs arbeiden, ende dat sy daar en bo-
ven, schoon het haar daageliks werk is, ende sy die Saaken gron-
hebben, van het gunt gedaan ofte niet gedaan, wel ofte quaalik
gedaan behoorde te werden; maar bevind men, dat sy alles sins doen
het gunt in soodaanige gevallen voor haar gemakkelikst ende pro-
fijtelikst is. Ende gaat dit soo verre, dat wy daageliks bevinden,
dat eene gulden Eigen-baat, by die arbeidenden Menschen genoug
is, om te makken, dat sy den geenen, die haar gebruikt, honderd
gulden schaade aandoen, wanneer sy niet te vreesen hebben, daar
over gestraft te sullen werden. De Krast van dit Eigen-Interest, sien wy
ook, als eenig Amt ofte Voordeel van eenige Leeden eener Vergaderinge
versogt werd, namelik, dat nieman de quaade Man wil zijn, maar
dat yder lid van dien, goede woorden geeft, ende beloften doed
van gonstiglik te sullen stemmen, wanneer sy in het bysonder
aangesprooken werden, ende dat sy nogtans in der Vergaaderinge
weesende, selfs om het allerminste eigen bedenkelik voordeel, haarer
voorgaande beloften niet meer indagtig zijn, maar voor haar eigen
selfs stemmen: ofte wel, om eenen andere te behaagen, aan wiens
gonsten sy sig meer laaten geleegen weesen. Sulks uit allen het
voorgemelden blijkt, dat men sig op geene hulpe van anderen ver-
laaten moet, als men ietwes seekerlik gedaan wil hebben, maar dat
men selfs de hand aan werk slaan moet. Ende dat de Jongen de Ouden,
die een Interest met haar hebben, geloovende, ende sig daar naar ge-
dragende, seekerlik beiden behouden werden. Ende eindelik volgd
uit deese gronden, dat het waarelik de beste Regeeringe is, daar de Re-
genten ende de meeste Ingeseetenen, haar Eigen-Interest ende Wel-
vaaren niet vinden konnen, dan met het Welvaaren van het Gemeen,
te besorgen, ende daar in haar eigen te souken, ende ook waarelik
te vinden. Ende dat het daar en teegen de aller-onvolmaakste ende
ondeugenste Regeeringe is, daar de Regenten voor haar eigen wel-
vaaren niet willende ofte niet moogende sorgen, alle die sorge aan
eenen anderen Mensche beveelen, also die Eene Mensch, waarelik
ten besten gaande, niet dan voor sijn eigen selfs sorgen, ende ten
quaadsten gaande, sig selfs, ende alle sijne Onderdaanen, verwaare-
loosen ende verderven sal. Weshalven ook soodaanige Regenten ee-
ner Vrye Republike, welke geraaden mogten vinden, sig in het geheel
te ontblooten van der Souverainiteit oover de selve, om die ook in
het geheel ten nadeele der Weesen, oover welke sy door Goode ge-
eewigheid, het zy die Wijs, Mal, Gek ofte Dol mogten weesen, op
te draagen, niet alleen ten uitersten onregtvaardig ende wreed teegen
alle haare Naakoomelingen zijn: maar ook door alleen toonen,
dat sy in deesen van alle goede reeden, ende sinnen soodaanig be-
roofd zijn, dagt alle het gunt van sodanige sinnelose Menschen deesen
aangaande, gedaan souden mogen werden, volgens Regten, nul ende
van geener waarde is. Ende schoon genoomen sy naar Regten sou-
den mogen werden gesegt haarer sinnen meester te zijn, soo sou-
de daar uit volgen, dat sy haar selven wel, maar geenen anderen
sonder voorgaande last, ende geensins haare Weesen ofte Naakoo-
melingen, wiens regt sy wel vermeerderen maar niet verminderen
moogen, tot naarkoominge van dien, konnen verbinden.
Ende op dat de Regenten der Vrye Republiken, sig in deesen aan het
gunt voor deesen gebeurd is, fast souden moogen spiegelen, soo
sullen wy eenige Voorbeelden der Landen moogen spiegelen, soo
sullen wy eenige Mensche als Koning geregeerd werden, aan haalen.
Wanneer in Vrankrijk seederd den Jaare 710. van onses Heeren
Jesus Christus geboorte tot den Jaare 741. vier Koningen naar een,
malkanderen volgende, in steede van de Onderdaanen sorgvul-
diglik selfs te regeeren, nietwes anders hadden gedaan dan als
Dwaase ende half Gekke Menschen, haare Wellusten in alles te
versaaden, ende middeler-wijle het Rhijk* door haaren Hofmee-
ster, Karel Martel, te doen bestieren, die naa veele oorloogen uit-
gevoerd te hebben, sijnen Soon Pepin tot sijn Amt-volger naaliet,
welke met goed vinden der Staaten van Vrankrijk, ende toestem-
minge des Paus van Roomen, den Koning Childerik de derde dier naa-
me, af-sette, deede scheeren als een Monnik, ende in een Kloo-
ster stak: omtrend den Jaare 750. Waar naa, als in den Jaare
892. Kaarel de simple, uit krafte sijner geboorte, in der Regeerin-
ge gevolgd was, soo ontstonden, uit des selfs onbequaamheeden,
veele binnen-landse oorloogen, waar in Karel eindelik in den Jaa-
re 923. gevangen wierd, ende bleef; tot dat hy in den Jaare 929.
stierf. Als wanneer des selfs Soon Ludowijk de Vierde, door de Staa-
ten des Rhijks uit Engeland, daar sijne Moeder met hem gevlugt
was, ter Regeeringe geroepen wierd, welke, als meede naa hem
de, ende ook Lotharius Soon Ludowijk de Vijfde, omtrend tien Jaa-
ren in alle leedigheid ende wellusten doorgebragt hebbende, sonder
kinderen quam te sterven: ende aan Huge Capet, sijnen Hofmeestere
schoone geleegendheid verschafte, om in den Jaare 987. met goed-
vinden der Staaten, in weeder-wille des naasten Erfgenaams, sig Ko-
ning van Vrankrijk te maaken, naa day hy door swaare oorloogen
den naasten Erfgenaam Karel Hertog van Lottringen, in eenen Veld-
slaage ooverwonnen ende gevangen had.* Waar naa eenen tijd
lang de Regeering den Onderdaanen meer rust toeliet. Maar in
den Jaare 1380. ende vervolgens, quam den Ingeseetenen van Vrank-
rijk eerst oover een gebrek in der een-hoofdige Regeeringe, naa-
mentli, dat Karel de selfde te sijner twaalfde jaare Koning wierd, ende
eerst door Voogden, ende daar na eigener auctoriteit in sijne jonge Jaaren,
naar jongen ende quaden raad regeerende, sijne Onderdanen so door
binnen-landse oproeren, als door buiten-landse oorloogen, seer el-
lendig maakte. Maar waaren dit alle niet als seer gemeene Voor-
vallen den Eenhoofdige Regeeeringe, ende oopbaarde sig in den Jaa-
re 1393. een het aller-swaarsten. Namentlik dese Karel in den Maan-
de van Juli met sijnen Heire trekkende om Bretagnen te beoorloo-
gen, wier bevonden op eenen middage, door de hitte der Son-
ne, soo seer bevangen te zijn; dat hy als een raasend Mensc, met
eenen getoogen Swaarde, sijne Pagien tragte te grieven. Ende
oovermits hy, geduurende nog 22. Jaaren sijnes leevens, somtijds
by sijne sinnen, ende ook somtijds raasende was; Soo moesten ge-
duurende sijne rasernie, Voogden regeeren, tot welke door de Staaten
des Rhijks wierden gesteld sijne twee Oomen, de Hertog van Orleans
ende de Hertog van Bourgondien, die in soodaanige twist het Rhijk
regeerden, dat sy bedien, de een voor ende de ander naa, ver-
moord wierden. Naamentlik Jan van Bourgondien deede Lodewijk
van Orleans, soo als hy des avonds te Parijs over straaten reed, door
sijne daar toe gestelde Dienaars dooden, in den Jaare 1407. gelijk
meede daar naa Karel Dauphijn van Vrankrijk in den Jaare 1419. ge-
duurende sijns Vaaders dolligheid, het bewind des Rhijks den
Voofden onttrokken hebbende, onder eene geveinsde byeen-
komste ter versoeninge, den Hertog Jan van Bourgondien, uit wee-
daar naa tot den Jaare 1436. de arme Onderdanen van Vrankrijk, door
die binnen-landse oorloogen end oproeren, als ook door de En-
gelsen, die ten hulpe des Hertogen van Bourgondien in Vrankrijk geroe-
pen wierden, ende onder den naame van dat haar Koning de wet-
tige Erfgenaam des Rhijks was, het grootste deel van Vrankrijk
bematigden, ende Henrik Koning van Engeland in den Jaare 1422.
te Parijs tot Koning van Vrankrijk gekroond wierd, ende de arme
Onderdaanen tot omtrend den Jaare 1454. uit deesen hoofde ten
weedersijden schrikkelik gedrukt ende geplonderd zijn geworden,
als ook het geheele platte Land middeler wijle verwoest wierd.
Ende oovermits wy in onse Landen by naast een soodaanig geval
van Dolligheid in onsen Hertooge Willem van Beyeren, Graave van
Holland, seederd den Jaare 1357. ofte den beginne des Jaars 1358.
tot den Jaare 1389. onderworpen zijn geweest, ende daar uit geene
bysondere onderdrukking ende plondering der gemeene Ingesee-
tenen ende verwoesting onser platte Landen is gevolgd, soo moet
sulks toegeschreeven werden, aan de Voorsorge ende Souveraine Magt
der Staaten deeser Landen, dien Dollen Graave gevangen neemen-
de, ende houdende, als ook in weeder-wille sijns Wijfs, die als Moe-
der oover haar Kind, voorwende geregtigd te weesen, als Voog-
desse oover deese Landenm het Graavelik Amt te bedienen, alsoo
de edelen ende Steeden uit haare souveraine magt, niet den oudsten
Ludowijk den Romein, maar onses Graaven jongeren Broeder, als
de bequaamste zijnde, tot Ruwaard oover deese Landen aan-naa-
men: Soo sien wy ook in deesen gevalle, hoe gelukkig de Inge-
seetenen eener Republijke zijn, alwaar de Vrye Regenten haar
ende hunner Ingeseetenen wel-vaaren selfs besorgen, ende geenen
anderen beveelen, het gunt sy willen, dat seekerlik gedaan zy.
Adde quod est senibus rerum prudentia major.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem035 MOTTO_NLAls oude Honden staan te bassen,
Soo is het tijd om op te passen.
37. Een Akster, Voogelaar ende Voogelen.
EEn Akster, die uit der aard eenen scheeven gang had,
ende naar het begeeren eenes Voogelaars, haares Mee-
sters, sig somtijds wit ende somtijds swart wist te ver-
toonen, ende die, met den selven in alles naar te klap-
pen, seer vaardig de Duitse ende ook de Francoise Taa-
le geleerd had, wierd van dien Voogelaare seer begon-
voed. Dog alsoo de Akster vermerkte des selfs Meesters
Gierigheid soo groot te zijn, dat hy sijn werk maakte van
onnoosele Voogelen te vangen, ende die als dan ten dier-
sten aan andere Menschen te verkoopen, naar dat die
gevangene Voogelen, veel ende smaakelik Vlees door de
Keukens hadden, ofte dat sy by gebreeke van dien, aan-
genaam singen konden; soo vermoede ook de Akster, dat
sy seer haast deeses Voogelaars gonst soude verliesen, ende
hy haar niet lange ydel, onnut, ende lekker, soude wil-
len voeden, ten waare sy sijne Gierigheid door andere
middelen wiste te voeden. Weshalven sy tot eenen seer
grooten hoop onnoosele Voogelen vloog, ende sig als een
witte Voogel draagende, seer minnelik Duits ende Fran-
cois sprak: Ende als de Voogels daar oover seer verwon-
derd waaren, seide sy haar: Susters, deese Taalen heeft
mijn Heer my ser gonstiglik geleerd, ende voed my
daar en booven lekkerlik in aller leedigheid; Sulks ik
groote reeden hebbe, om te gelooven, dat indien gy mij-
nen Heere weet te believen, u ook het selfden geluk ge-
beuren sal. Waarom die vreemde Voogels den Akster
ernstig baaden, haaren Heere te gaan spreeken, ende te
versouken, dat hy haarer alleen ook beide die Taalen wil-
de leeren, met toesegginge, dat sy daar toe haare uiter-
ste naarstigheid doen souden. Dit door den Akster blij-
delik aangenoomen zijnde, vervloog sy, ende seide dee-
sen Voogelaare, dat hy sijne Netten bereide ende sprei-
de, alsoo sy met veele onweetende Voogelen soude koo-
men aanvliegen in sijne Netten: Het welk die Voogelaar
aanstonds doende, soo vloog de Akster weeder tot die
Voogelen, ende seide haar: Mijne lieve Susters, vliege
dat hy u vreedelik ende seer blijdelik ontfangen ende ont-
haalen, als ook die twee seer begeerde Taalen u seer
haast leeren sal. Sulks de Voogels haastig daar naa toe
vliegende, alle in sijne Netten needer daalden, aldaar
gevangen, ende door den Vongelaare ten hoogsten, des doe-
nelik, verkoft wierden. Sulks die Akster den Voogelaa-
re niet alleen aangenaam bleef, maar ook van hem, op
hoope dat sy hier naa hem nog andere diergelijke beuit
soude aanbrengen, meer ende meer begronstigd wierd.
Uitlegging der Woorden
De Ouden hebben hier verstaan met den AKSTER,
een Hooveling, die wit ende swart, kout en-
de heet, met eener Penne schrijven, ende uit ee-
nen Monde blaasen kan.
Met den VOOGELAAR, eenen Tyran, die sig met
verbeurt-maakinge der Goederen sijner Onderdaanen
verrijkt.
Met de andere VOOGELEN, onnoosele menschem,
die Hoovelingen willen zijn, ende aldaar gedood ofte
kaal geplukt werden.
Alsoo een Dienaar eigendlik sijnen Heere diend, wanneer hy
niet sijne eigene sinnen ende voordeel betragt ofte uitwerkt,
maar sig alles sins vougd, keerd, ende wend, naar sijnes Heeren
believen, sonder op ietwes anders ter weereld agt te slaan: ende
nigste oog-wit aller menschelike uitwerkingen: So is ook kennelik,
dat nieman sig in eenes Heeren dienst verbind, dan met die ge-
dagten, van den Heere aangenaame diensten gedaan hebbende,
daar door des selven Gonst te bekoomen ofte Loon te krijgen, en-
de daar door sijnen arbeid te versoeten. Ende is het derhalven
eenen die gesind is eenen Heere te dienen, seer noodig, wel
te ooverleggen, welke geneegendheeden in dien Heere de oo-
verhand hebben, ende voor welke Saaken hy allermeest schrikt;
ende eindelik moet die Mensch ook sig selven wel ondersouken,
of hy, als sijn Dienaar, sig daar naar niet alleen sal konnen en-
de willen vougen; maar ook, of hy de selve geneegendheeden
sal konnen ende willen opwekken, ende vermeerderen, naade-
maal sonder het selven nog Heer nog Dienaar, het waare oogwit van
dien vrywilligen dienst ofte slaavernie, staan te bereiken.
Dit is de gemeene menschelikheid, welke allermeest in agtin-
ge moet werden genoomen, by die geenen, welke geneegen
werden, in den Hoove eenes Konings ofte Vorsten te dienen; naa-
mentlik sy moeten altijds indagtig zijn, dat hy seekerlik sijn ei-
gene Wellusten betragten sal, ofte sijne eigene Glorie ende Groot-
heid sal souken te vermeeren, ende dat geen der Hoovelingen dan
te sijner eigene schaade, den Koning ofte Vorst sal tragten wijser
ende beeter te maaken, dan hy is; om dat een wijse ende verstan-
dige Koninge ofte Vorst, de scheeve gangen der Hoovelingen,
die sy geduuriglik, ook ten nadeele der gemeene Ingeseetenen, en-
de veeltijds ook en naadeele haares Heeren, tragten te gaan, sou-
de beletten ofte merken, ende straffen. Maar is in teegendeel
seer waarhaftig, dat sy alle ten haaren eigenen Voordeele; den Ko-
ning ofte Vorst in sijne Geneegentheeden ofte Wellusten, ende booven
allen, in de aller-duisterste onweetenheid, sullen tragten te voe-
den, ende te houden. Sulks het Hof, gemeenelik vervuld zijnde
met Hoovelingen, die den Heere in sijne Vermaaken, Wellusten,
ende Geneegendheeden, maar niet in de kennissen der Saaken deeses
weerelds gelijk zijn; het niet te verwagten staat, dat een Mensch,
die standvastelik sijne eigene Deugdsaame wijse van leeven be-
tragt, ende sijnen Heere ten besten raaden wil, ten Hoove in dien-
deele te verwagten, dat eener, die het eeven eens schijnd te
weesen of hy een schelms-ofte een eerlik stuk uitgeregt heeft, of
hy loogen ofte waarheid spreekt, of hy loofelik ende onder schijn
van vriendschap, onnoosele Menschen verraad, dan of hy met
der waarheid, booswigten oover haare misdaaden beschuldigd,
hy daar door in des Heeren gonste raaken ende blijven sal, mits
die stukken met sijnes Heeren geneegendheeden oover een koo-
men. Indien derhalven iemand sig dus als een regt Hooveling gesteld
vind, ende weegens sijne Geboorte ofte aansienelijke Amten, als
ook weegens sijne behougtigheid ende lefde om sig selfs. sijnen
Vrienden, ende den Vaaderlande goed te doen, sig in diensten van
Koningen ofte Vorsten wil begeeven, soo moet die als dan seer naar-
stig opmerken, of sijn Heer seer Eer-ofte Geld-gierig is, of hy
stip van alle sijne Onderdaanen gehoorsaamd wil werden, of hy alle
sijne grootheid bowd op de kraft ende getrowheid sijner Krijgs-
luiden. Of hy alles sins tragt, sijne ende welke wellusten te versaa-
digen, sonder sig oover de Regeeringe te willen bekommeren. Of
hy tot Speelen, Jaagen, Dansen, ofte tot onmaatig Drinken, ende
onwettig Byslaapen geneegen is, of hy stout, dan of hy vrees-
agtig van aard is, &c. Want dit ontdekt hebbende, sal het den
Hoovelingen ligt zijn des Heeren gonst te verkrijgen, ende
te behouden, met hem daar in alles sins voor te gaan, dog soo
dat sy hem in alle het selven haaren Meester erkennen, met hem
booven anderen ende haar eigen selfs, te looven ende te stijven
Gelijk wy in deeser FABULE sien, dat een Akster alle dee-
se Hoofse bequaamheeden hebbende, sig by den Voogelaare
weet aangenaam te maaken, met hem in sijne Gierigheid te voe-
den, ende door de selve Konst ook in grootere agtinge te blij-
ven. Derhalven de eigendlijke sin deeser onder FABULE is,
ons te leeren, dat Dienaaren, ende insonderheid Hoovelingen, gee-
ne eigene wijse van leeven hebben moogen, om dat sy die alles
sins naar de geneegendheeden hunnes Heeren vougen moe-
ten, ende dat sy, om de gonste hunnes Heeren te bekoomen
ende te behouden, gewoon zijn, op des selfs begeeren ende
geneegendheid, als naar die vald, alle Vriendschap, Deugd, ende
den. Jaa dat sy wel meest onder den Schijn van Vriendschap,
haare Verraaderien pleegen, ende sig daar door haaren Heere
aangenaam maaken.*
Sie hier van Traitté de la Cour. de Monsieur de Refuge, ende
Ant. de Guevarra, Menosprecio de Corte. y despertador
de Cortesanos.
Oratio Amici simplex est, fallere Volentis
fucatum habet nitorem.
Wiens Brood men eet,
Wiens Woord men spreekt.
38. De Ojevaar ende de Apotheker.
EEn alles opslokkende Ojevaar ooverdenkende, dat de
Liefde, die alle de Ojevaars in het gemeen, haaren
eigenen Iongen, ende de Dankbaarheid, die sy haaren
Ouderen in den Ouderdomme betoonen, wanneer die bei-
den niet vliegen ende haaren kost winnen konnen, soo
groot plagt te weesen, dat de Grieken deese deugden niet
beeter konden uitdrukken, dan met te seggen Pelargein,
Antipelargein, dat is, Ojevaaren ofte sig draagen als een
Ojevaar: Ende daar beneevend weetende, dat de on-
op dese deugden der Ojevaaren soo seer hadden betrowd,
dat sy hem tot eenen Beschermer teegen haare Vyanden
gekooren hadden, ende hy ook dat Amt met diere Eeden
aangenoomen ende beswooren had, wierd door deese
ooverdenkinge in sijnen gemoede seer beswaard, als hy
bedagt, dat hy in teegendeel van sijnen aard, van sijnen
pligte, ende van sijnen Eede, alle de verstandigste ende
kloekmoedigste Vorssen hadde verstonden; ofte dat alle
die nog leefden, van hem als van eenen Tyranne spraa-
ken, ende van hem vlugteden: Sulks hy op de Dieren,
indien daar no eenige waaren, die het met hem hiel-
den, ende die of de aller-onweetenste ofte de aller-ondeu-
genste waaren, sig niet mogt vertrouwen, ende hy ten
besten gaande sijne Heerschappie ende Leeven niet konde
doen duuren, dan met geduurig meer andere Beesten te
verslinden: weshalven hy alles sins twijfelde, wat hem
te doen ofte te laaten stond. Ende terwijle hy dus in
beraad was, om sijne Heerschappie ofte Tyrannie oover
den Vorssen ter needere te leggen, ende tot sijnen ouden
aard te keeren; Soo ontmoetede hem by gevalle een seer
konstig Apotheker, die hem aanwees, dat hy niet alleen
een seer verfoejelik Tyran, maar ook weegens het eeten
van Vorssen, Slangen, Vissen Etc. de aller onreinste Voogel
des geheelen Aard boodems; ende een Bastaard Ojevaar
was geworden, ende daarom noodig was, dat hy naar
sijne Apothekers winkelging, om door gesonde Syroopen
ende Dranken, eene andere natuur ende gestaltenisse aan
te neemen, ende aldus een goed Borger, ende te gelijk
een reinen Voogel te werden, het welk de Ojevaar gaar-
ne aannam, dog by hem eenigen tijd geweest zijnde, soo
de spijse te gebruiken, alle het gestel sijnes lighaams, en-
de insonderheid sijner maage, soo seer had veranderd en-
de onsteld, dat hy geene smaak in deese gesonde Sap-
pen ende Siroopen kreeg, maar dat hy veel meer, ende
ook veel hartiger Spijse moeste inslokken, om daar van
gevoed te konnen werden. Waarom hy liever wilde kee-
ren tot het eeten van Kikvorssen, stinkend Aas, Slangen-
Eyeren, Hagedissen, Spinnekoppen, ende alle ander vuil
geplis, hoe leelijke eereloose naamen hy ook daar door
quaame te verdienen. Gelijk hy dus booser als voor heen
werdende, tot sijne uitbraaksel keerde, ende eindelik als
een vuile bloed-dorstige Hond quam te sterven.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben verstaan met KIKVORSSEn, dom-
me ende geringe Menschen, Boeren ende geringe In-
geseetenen eenes Lands, die in eener Republike gemee-
nelik eenen tot Beschermer kiesen, die haar daar naa
Tyranniseerd.
Met een OJEVAAR, een aansienelik Ingeseeten, die tot
eenen Beschermer der Republike gekooren zijnde, een Ty-
ran van dien werd.
Met een APOTHEEKER, een deugdsaam Raadsheer des
Tyrans, die hem raad de Tyrannie af te leggen, ende de
Republik in haare Vry-ende Geregtigheeden te laaten.
Die in eener Republike van aansienelijke Ouders gebooren zijn,
ende door eene pragtige Huishoudinge, ofte Huisen ende Landeryen
booven haar vermoogen te bouwen, ende te bebouwen, als ook dat
nog veel arger is, door dobbelen, vreeten, suipen ende hoereeren, hun-
ne vaaderlijke Goederen hebben verteerd, ende ten deele door
gende, gehouden werden; konnen voor haar geene redding uit
dien dubbeld ellendigen stande hoopen, dan door veranderinge om-
trend de gronden der Vrye Regeeringe te veroorsaaken. Ende in-
dien onder de selve misnougden een uitsteekt in Adel, die heers-
sugtig, bedriegelik, beveinst, trouwloos, mild, quistig, wel-
spreekend, beleefd, sterk van lighaam, ende seer driftig van geest
is; Soo werd die dan gemeenelik het Hoofd aller opgemelde Aan-
sienelijke misnougden: Waar by sig als dan aanstonds vougen alle
andere geringere Ingeseetenen, die in des gelijks benaawd, mis-
nougd, ofte in Regten vervolgd zijn, ende ook alle die vreesen
vervolgd te sullen werden, a ende in schulden steeken, ofte ook al-
le, die naaweliks aan den kost geraaken konnen; gelijk meede sig
by den selven Hoofde der Oproerigen vougen, de aller-geringste
Ingeseetenen eener Stad, die altijds de rijke ende deugdsaame Bor-
gers benijden ende haaten, als ook tot niewigheeden ende veran-
deringen geneegen zijn.
Ende alsoo in teegendeel alle deugdsaame Ingeseetenen, die
in der Vrye Republike Regeeringe ende Bedieningen ofte Amten
zijn, gelijk meede alle andere deugdsaame, gegoede ende ver-
standige Ingeseetenen weeten, dat de misnougden, ende insonder-
heid de Hoofden van dien, de Veranderingen der Regeeringe ten
geenen anderen einde begeeren, schoon sy altijds van hunnen
grooten yvere ten welvaaren des gemeenen Lands ende der Vryheid
van dien, roemen, dan c om de Eer-Amten, Diensten ende Inkomsten
ofte Finantien der Republike, als ook de Rijkdommen der gemeene
Ingeseetenen, in haaren gewelde te bekoomen, ende naar haar
gelieven, onder haare ondeugende Gonstelingen, Krijgsluiden en-
de Hoovelingen, te verdeelen; Soo werden derhalven alle die deugd-
saame Ingeseetenen, weegens gemeen ende ook eigen Interest, ende
ook aangeboorene ofte be-eedigde Pligten, genoodsaakt sig daar
teegen te stellen. Ende indien de misnougen de ooverhand krij-
gen, soo konnen sy sig geene seekere straffeloosheid oover dat
haar Land-verraad, Oproer ende Binnen-Lands Oorlog, verseekeren of-
te inbeelden, dan met alle Liefhebbers der Vaaderlijke Vryheid, uit
de eenigen Aansieneliksten der selven van Land-verraad beschuldigd
hebbende, onder schijn van Regt van Lijf ende Goederen te beroo-
ven. Als ook het Hoofd der misnougden alsdan niet plagt te ver-
suimen, sig in die Hoogheid te vestigen, met sig door die van sij-
nen Aanhange, als of die de wettige Regeeringe uitmaakten, voor het Hoofd
der Republike te doen kiesen, ende door dat middel alle sijne nog oo-
verige weederstreevers te doen swijfen, ofte te dooden, ofte uit den
Lande te drijven. Maar daar na so gebeurd veeltijds, dat soodaanig
Hoofd, tot eenige bedaardheid komende, ook sijne aanstaande dood
overdenkt, ende hoe veele diere Eeden hy geswooren ende gebroken
heeft; hoe veele loffelijke Liefhebbers hunnes Vaderlands hy ont-
eerd, verarmd, verjaagd, ofte gedood heeft; Hoe veele maagden,
vrouwen, kinderen, ende andere Ingeseetenen; om hem met wei-
nige andere ondeugende Menschen groot te maken, geschonden,
verkraft, verarmd ende vermoord zijn. Hoe veele Landen, Stee-
den, Dorpen ende Huisen, om sijne grootsheid wille, verwoest,
om verre geworpen, vernield ende verbrand zijn, Etc. Sulks hy waar-
schijnelik in de beginne sijner verkraftiginge der Vrye Republike
hebbende gemeend, in dat hoogste gesag zijnde, veele goede
Vrienden te maaken, met de Eer-amten, Bedieningen ende Goe-
deren der Republike ende der gemeene Ingeseetenen, naar sijn
gelieven uit te deelen, hy ook in teegendeel bevind, dat geene
deugdsaame verstandige Menschen aan eenen Tyranne hunnes Vaader-
lands, door het ontfangen van eenige weldaaden, verbonden wil-
len zijn tot eenige dankbaarheid: Ende dat daar en teegen de on-
deugende Menschen, die hem tot die Hoogheid gebragt hebben,
altijds meenen meer loons ende hoogere Amten, als sy van hem
verkrijgen, ende als haar noodig is, verdiend te hebben; Soo
bevind die Dwingeland sig derhalven ontbloot van alle trouwe Vrien-
den, ende omringd van de aller-ondeugenste slag van Menschen;
waar op hy sig niet mag verlaaten. Sulks by die Tyrannen ook veel-
tijds ontstaat eene innerlike wenschinge ende begeerte, om, indien
het moogelik waare, die hare onwettige Heerschappie ter needere
te leggen, maar deese Saake naarder ooverleggende, soo bevin-
den sy daar in weeder-houden te werden, door eene lange gewoonte
van quistig ende ooverdaadig te leeven; ende daar en booven werden
onder soo veelen, die sy beleedigd hebben, de een ofte de ander
sijn leed aan haar sal wreeken, indien sy borgerlik, stil ende sonder
Lijfwagt koomen te leeven. Waar van wy de Voorbeelden sien
in Phalaris, Tyran van Agrigenten, ende Octavianus Augustus, Tyran der
Roomse Republike, die dit wel in beraad gelegt, maar sig van der
Heerschappie niet ontbloot hebben.
Sulks de eigendlijke sin deeser FABULE is, aan te wijsen, dat
sig Tyran oover eene Vrye Republike te maaken, niet kan geschie-
den, dan door soo veele Schelmstukken uit te voeren, dat de Tyrannen,
tot eenige bedaardheid koomende, schrikken, ende in haar ge-
moed ontset werden, als ook wel souden willen, maar niet kon-
nen, sig daar van ontslaan; ende dat sy derhalven, in alle wreed-
heeden voortgaande, een seer bekommerd leeven leiden, ende on-
der geveinsde Vrienden in Goodes Toorne alsoo ellendiglik sterven,
als sy met vervloukingen, ende ten vreugde van alle goede deugd-
saame Menschen, ten graave daar heenen vaaren.
a.Vide Plutarch. in Sylla. b Sie Phalaris Epist 38.67. Dion cassi Hist.
lib.52.
A teneris assuescere multum est.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem037 MOTTO_NLMen mag sijne oude Schoenen verwerpen,
maar niet sijne oude Seeden.
39. DE Kikvors, die, uit eene grooe onweetenheid, sig liet
voorstaan, een seer schoon Dier te weesen, sag op
eenen tijdje in der Sloote, daar hy sig onthiel, eene Kreeft
swemmen, die uit eene sonderlinge kleine agtinge, die
de Vors van andere Dieren in het gemeen had, hem swart
ende leelik met uitpuilende oogen voorkoomende, hem
seer trotselik deede vraagen, Wie deese leelijke Beeste so
stout kende, dat sy sijn klaar water durfde bemorssen, ende
hem dat waater ook eenigsins benaawen, daar hy magtig
dat hy haar seer ligtelik konde uit den geheelen Watere ver-
drijven; 't welk hy soo haast niet gesegt had, of hy sprong
met eevelen moede naar der Kreefte, terwijle de selve Vors
nog al eeven breed roemde, van sijne magt ten Waatere
ende ten Lande, ende vougde de Vors daar by, dat hy haar
die onbeschaamheid, van hem te derven onder den oo-
gen koomen, wel haast soude verleeren, waar op de
Kreeft, volgens haare natuure, deinsende ende agterwaarts
gaande, niet anders antwoorde, als Susterlik ende in al-
ler Vriendschappe, met den Kikvorssen te willen omgaan,
sonder hem ende eenigen van den sijnen, of den waatere,
eenigsins te sullen naa-deelig zijn; Maar de dom driesti-
ge Vors dit agterwaarts gaan voor een teiken van vervaard-
heid ende vreese der Kreeste, door sijn luid roepen ende
blassen veroorsaakt, opneemende; begon nog meer te
dreigen, seggende, Loop niet te rug, gy blood ende lee-
lik Dier, gy sult dog mijner dapperheid niet konnen ont-
vlieden, maar sult terstond van my gedood werden, en-
de sal ik uw vlees den Vissen te verslinden geeven. Dit
gesegt hebbende, sprong hy op haar lijf; Waarom de
Kreeft, genoodsaakt zijnde sig te verweeren, sig omkee-
rende, den kikvorsse met haare selle Schaaren, soo eene
harde ende scherpe neep gaf, dat sy hem deede bersten en-
de hem alsoo doode. Stervende de Vors aldus eene schan-
delijke dood, die hy door sijner boosheid ende grooter
onweetenheid op sijnen halfe gehaald had.
Uitlegging der Woorden.
Met een KIKVORS hebben de Ouden verstaan,
een waarelik seer gering ende efter seer haastig,
Mensch.
Met eene Kreeft, een seer gering, stil ende neederig,
dog een wel bedagt ende Vreede-lievend Mensch.
ALle Menschen, die met goeder aandagt het weesen der Menschen
overdenken, bemerken, da sy alle op eene wijse geteeld, gebooren,
ende met eenerley Spijse opgevoed werden, ende in haare kindsheid
met eeven weinige kennisse, oordeel ende geheugenisse begaafd zijn; als
meede, dat sy, geduurende haar geheel leeven, aan de selve on-
maatige passien ofte driften der Siele ofte des Bloeds, aan de selve be-
houften ende gebreeken des lighaams, ende eindelik aan eene ende
de selve dood onderworpen zijn; jaa selfs, dat sy alle de allerminste
soo wel als de allermeeste ende hoogste van eenen ende den selven
Goode, haren oorsprong hebbende, ook alle van des selfs goed-
heeden, na dit broos, kort ende onvolmaakt, een eewig-duurend saa-
lig leeven vermoogen te hoopen, ende ook besitten konnen.
Sulks alle Menschen uit der aart gelijke Borgers deeses weerelds,
ofte onderling Broeders, ende malkanderen gelijk zijnde, ook bevin-
den, dat geduurende opgemeld kort leeven der Menschen, yder
van dien sig selfs aangemerkt zijnde, uit sig selfs eenen anderen
ook eeven veel goeds ende quaads toe brengen kan: ofte dat in allen
gevalle ons geen soo gering Mensch voorkomt, die niet by tij-
den ende wijlen ons of het aller grootste Goed ofte het aller grootste
Quaad soude konnen doen. Naamelik, met ons van der dood te
bevrijden, ofte met ons van den Leeven te berooven. Ende oo-
vermits alle Menschen daar beneevens haar eigen selfs eeven lief
hebben, soo volgd uit alle het voorschreeven, dat alle uitwerkin-
gen der Menschen, het zy die van onsen Lighaame ofte van on-
ser Siele, ofte van beiden voort komen, geen ander oogwit behoor-
den te hebben, dat te bekomen het gunt haar goed, ende te vermij-
den, het gunt haar quaad doen sal: het welk uitwerken der Menschen
efter alsoo niet bevonden werd, om dat sy, of wel door de verschei-
denheid der volgende kennisse, herst-togten, opvoedinge, ende veler ande-
gaaven, niet eeven seer ofte even wel tot haar eigen behoudm
ofte vermeerderinge ende verbeeteringe haares Stands, gebruik-
ken willen: sulks die verscheidendheid van Wille wijders veroor-
saakt Wijser ende Deugdsaamer, ofte Dwaaser ende Ondeugdsaamer Men-
schen. Want Wijse Menschen, door een rijp ooverleg des waaren
menschelijken weesens, neederig ende seedig van haar selven, en-
de ook van andere Menschen oordeelende; meenen het Goeden
ende het Quaaden, soo veele sulks den Menschen doenelik is, al-
lerseekerst te sullen verkrijgen ende vermijden, door de Rust ende
Vreede met alle Menschen te betragten, also yder van dien seekerlik
haar altijds veel goed ofte veel quaads doen kan.Ende daar en
booven zijn de wijse Menschen geneegen, vertrouwd Vriendschap-
pen te maaken met Menschen die haar allermeest gelijken, ende
met welke sy allerliefst ommegaan souden. On-wijsen Menschen
daar en teegen, de algemeene menschelijke onvolmaaktheeden,
behouften ende gebreeken, met toepassinge op haar eigen selfs
niet wel ooverdenken, nogte haare eigene bysondere gebreeken,
sonder vleijen bespiegelen willende, laaten haare gedagten alleen
gaan op haare eigene bequaamheeden van kennisse, oordeel, ge-
heugenisse, sterkte haares lighaams, ETc. Sulks sy sig alles sins ver-
re booven de regte waarde schatten, ende sig selven alles sins be-
haagen: sonder die regte wardie van andere Menschen daar en
teegen in der waag-schaale te willen leggen; Sulks sy daar door
seer Laatdunkende, Heerssugtig, Luidroepende, Scheldende en-
de Baldaadig werden. Ende dien volgende werden sy door die
haar behaagelijke gedagten, ende verkeerde eigen selfs liefde,
soo seer vervuld, ende van den regten weege vervoerd, dat sy sig
laaten voorstaan, des te meer te sullen werden geagt, wanneer sy
andere Menschen veragten, ofte hun alle haare gebreeken op het
breedsten, ende magschien verre booven der waarheid, aanwij-
sen, als ook die Menschen aldus after den rugge lasteren. Ende
laaten die trotse, onweetende Menschen sig ook voorstaan, dat sy
des te meer sullen werden ontsien, als sy andere Menschen
derven tergen ende verongelijken. Sulks deese quaadwillige Men-
schen geduuriglik nieuwe onrust ende vyandschap soukende, ein-
delik aantasten soodaanige Menschen, die, siende dat sy die vyand-
dagtelik alle haare kraften versaamelen, ende die alsdan gebrui0
ken, om dusdaanigen baldaadigen Menschen, alle kraft van quaad
doen te beneemen: terwijle aan de andere sijde die onbedagte
baldaadige Menschen, teegen alle goede reedenen, meer op de
swakheeden, die sy meenden in anderen te sullen ontmoeten, als
op haare verwagtinge, by anderen meer teegenstand, ende
by sig selfs min kraften bevindende, schielik in den strijde soo
versteld worden, dat sy versuimen te gebruiken alle die kraften,
welke sy waarelik, buiten die ontsteltenisse zijnde, gebruiken
souden konnen. Alle het welken wy sien in deeser FABULE,
alwaar de stille, neederige, langsaam voort gaande ende seedige
Kreeft, in den waatere leevende, te vreeden is, dat Waater met
den Vorsse in het gemeen ende in Vriendschappe te gebruiken, dog
siende dat de Vors haar onregtvaardiglik ende met gewelde wil
ontneemen het waater, sonder welk sy niet leeven kan; soo oor-
deeld sy, dat sy den strijd niet ontgaan, ende daar in niet dan
haar leeven verliesen konnende; sig dapper behoorde te weeren:
daar in teegendeel die snel swemmene, luid roepende, haast
ende hoog springende Vors, beiden het Waater ende het Land ge-
bruiken moogende, des niet te min het Waater alleen, sonder je-
mand anders daar in te gedoogen, beheersten, ende den Kreeft
daar uit drijven ofte dooden wil: maar in den strijde soo veel tee-
genstands vind, dat hy selfs gedood werd. Ende sien wy dit niet
alleen gebeuren in den daagelijksen ommegange der Menschen,
daar die moeite maakers, ende aller kloukste Vegters soo meenig-
maale sig in dat gevaar begeeven, dat sy selfs eindelik sneevelen,
als sy sulks het minsten verwagteden, ende alsoo seer schandelik
van den Aard-boodeme weg gerukt, ter helle needer daalen. Maar
insonderheid sien wy dit in die oorlog-lievende Koningen, Vorsten,
ende Republiken, naamentlik, dat sy alle haare Nabuuren tergende,
eindelik haaren Meester vinden. Gelijk daar van ten doorlugti-
gen voorbeelde strekt de Stad Roomen, welke omtrend seeven hon-
derd jaaren naar een, allee haare Naabuuren, jaa by naast den ge-
heelen bekenden Aard-booden getergd, geplaagd, ende verwoest
hebbende; daar naa heeft moeten lijden, dat eenige haarer eige
van eenen gedurigen schrikkeliken Moordkuil der allerbraafsten Borgeren,
gemaakt hebben. Tot dat eindelik de selle west-Gotten, als ook
vervolgens de Oost Gotten, weoste Wandalen, ende wreede Hunnen,
die Stadt t'elkens innaamen, plonderden, ende soodaanig verwoe-
steden, dat daar van in die tijden het volgend Rijmken gemaakt
wierd.*
Het Hoofd des Aardrijks was het pragtig Room voor deesen:
Nu moet die selve Stadt des weerelds Aarsgat weesen.
Sulks de eigendlijke sin deeser FABULE is, dat alle Menschen
neederige gedagten van haar eigen selven te hebben, als ook de Rust,
Vreede ende Vriendschap, te souken behoorden. Ende dat de laat-
dunkende, oorlog-lievende Menschen, de vreedsaamen baldaa-
diglijk aantastende, veeltijds dar in haar verderf vinden.
*Roma caput mundi quondam jam culus babetur.
Beati pacifici quoniam filii Dei vocabuntur. Matt. Cap. 5.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem038 MOTTO_NLTegen een beneepen Kat, is quaad vegten.
ID embstma_add132_emblem039 MOTTO_LA_NORM Beati pacifici quoniam filii Dei vocabuntur. _IC ; $ TEXT_EXPL_XML40. De leevendige ende doode Leew.
EEn Leew ontsag sig niet, geduurende sijn geheel Lee-
ven, sonder eenige andere reeden, dan ter versaadi-
ginge van sijnen honger, ofte om sijne uitsteekende kragten
te doen sien, ende met eenen te toonen, dat hy niet als een
gemeen Dier, aan eenige Wetten ofte Handvesten verbon-
den was, andere minderen, het zy vlees-het zy gras-ee-
tende Dieren te jaagen, te vangen ende te verslinden;
Sulks sy alle, om sijne gonst te bekoomen, ofte om sij-
nen toorne te ontgaan, hem seer eerden ende vleiden,
ofte wanneer sy niet gesind waaren, van hem eenige gonst
Vleyers waren insonderheid de Wolven, Beeren, Vossen ende
Apen, seggende, dat sy gaarne den Leew voor Opper-Jaa-
germeester erkennen, ende hem ter Jagt, op de gras-eeten-
de Dieren, behulpsaam weesen souden, mits yder van haar
een klein gedeelte van het gevangene vlees der onnoosele
Dieren, mogte genieten, ende dat middeler wijle ook
de Apen haar oover taafel ende andersins vermaakende,
ten loone van dien, sig met den afvalle souden moogen
voeden. Het welk de Leew aannam, ende sy daar op
alle de gras-eetende Dieren eenigen tijd gejaagd, ende
soo veele van dien als sy konden, verslonden hebbende,
quam de Leew, op wiens sterkte ende gonsten alle deese
boos-aardige Beesten vertrouwende, seer veele moorden
hadden derven begaan, te sterven; ende de andere ver-
slindende Dieren onderlinge te twisten ende te vegten, wie
in des ooverleeden plaatse Opper-laagermeester weesen sou-
de. Sulks alle de gras-eetende Dieren middeler wijle niet
gejaagd werdende, maar in vreede ende ruste sig oover-
vloedig voedende, seer in sterkte ende weelde toenaa-
men, ende des te luider uitriepen, dat met die verslin-
dende Beesten, welke niet wilden leeven naar eenige goede
reeden, Billikheid, ende Wetten, maar die in teegendeel alle
vreedsaame Dieren vertreeden, van haar voedsel berooven,
Ofte verslinden wilden; ende dat men haar dien volgende,
als niet leevens-waardige Gedrogten zijnde, uit der weereld,
immers buiten alle graasige Velden behoorde te houden.
Ende ging dat geroup onder alle de vreedsaame onnoosele
Dieren soo hoog, dat selfs de allerminsten van dien, sig
met grooter vreugde spoedigden, om te toonen, hoe wei-
nig een verslindend Beest, wanneer het van sijne sterkte
ontbloot is, geagt word. Weshalven de Haas op den lij-
sijnen baard van den monde, spotte met sijne doode tan-
den ende klaauwen, ende wrong des selfs staart, terwijl de
Eezel fen Leew met voeten trad, ende hem met sijnen hou-
ve after uit voor den koppe sloug; met byvoeginge dee-
ser woorden; ,,Deese slag geef ik u nu, om dat gy my
,,ende mijne kinderen soo meenigmaalen veragt, bespot
,,ende verongelijkt hebt; deese slag geef ik u, om dat gy
,,ons soo meenigmaalen uit onse eigene graafige Velden
,,gedreeven ende als Ballingen in vreemde Landen doen
swerven hebt. Ende deese laatste aller-felste slag geef ik
,,u nu, ter gedagtenisse, dat gy in uw leeven soo veele
,,van mijne Kinderen ende onnoosele Maagen verslonden
,,ende in uwen vervloukte Buike verteerd hebt.*
*Die de 10, Satyra van Luvenalis, spreekende van Sejanus.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier verstaan met den Leew, een
onder anderen uitsteekend Mensch, die uit sijn eigen
Inkoomen niet, maar door anderen geweld aan te doen,
leefd; als ook Koningen, Dwingelanden, Vorsten.
Met WOLVEN ende BEEREN, Krijgsgeluiden die eenen
uitsteekenden Mensche in sijne gewelde behulpsaam zijn.
Met Vossen ende APEN, Hoovelingen, die eenen
uitsteekenden Mensche raad geeven ende eenig vermaak
aanbrengen.
Met Gras-eetende DIEREN, alle Ingeseetenen eenes
Inkoomen ofte Arbeid leeven.
Met den HAASE, een beleesen ende ervaaren Mensch,
die sonder ieman te beschaadigen leefd.
Met den EESELE, alle Arbeiders ende Ambagts-als
ook insonderheid Koophandel drijvende Luiden.
Op welke FABULE de volgende Reeden kan werden gepast.
Waarhaftige Eer is eene betuiging met WOorden, Gebaar, of-
te Werken van hooge agtinge ende liefde, die men innerlik
van, ende voor iemans Deugden heeft.
Waarhaftige Schande is eene betuiging met Woorden, Gebaar,
ofte Werken, van de Veragtinge ende Haat, die men innerlik
van ende voor iemans ondeugden heeft.
Valsche Eer ende Valsche Schande, is als die uiterlijke betuigingen
werden gedaan van Menschen, die van den Ge-eerden ofte Ge-
hoonden geheel anders gevoelen als sy spreeken ofte gebaar maa-
ken.
Ende gelijk de waarhaftige Eere ofte Schande niet geschied dan aan
den geene diese waarelik verdiend, ofte ten minsten aan den gee-
ne die men meend, dat waarelik die Eere ofte Schande verdiend
heeft: Soo gebeurd ook niemanne valsche Eere ofte valsche Schande,
dan die de waare Eere ofte Schande niet verdiend, ofte die men
meend, dat de waarhaftige Eere ofte Schande niet verdiend heeft.
Naamentlik, wanneer ieman van soo een groot vermoogen is, dat
hy schelmstukken pleegen kan, sonder daar oover gestraft te wer-
den, ende in teegendeel beloonen ofte straffen kan de geenen,
die hem daar oover prijsen ofte laaken, ende insonderheid alle
de geenen, die hem in pleegen sijner Schelmstukken behulp-
saam zijn ofte eenigen teegenstand doen: Soo ontbreeken nooit
Menschen, die soo eenen Schelme valsche Eere bewijsen, ende vind
men ook altijds eenige Menschen soo Eedelmoedig, dat liever
van eenen Schelme valsche Straffe ende Schande lijden, als aan den
selvem eene valsche Eere bewijsem willen. Sulks om nu hier het
verbeeld u onder die Ingeseetenen van eene Vrye Republike, een seer
aansienlik Ingeseeten, wiens kosten van huishoudinge, sijne In-
komsten verre te booven gaan, sulks ter herstellinge sijner verloo-
pene Saken, geen raad is, dan met in die Republike verwerringe te
maken, ende daar door tot groter gesag komende, sig selven, ende
ook anderen tegen de Wetten door Officien ende Beneficien ofte ook
wel door gemeene Schattingenn, Scheeringen, ende als die niet genoug-
saam zijn, door verbeurt maaken, ofte openbaren gewelde ende plon-
deringen der rijkste ende vreedsaamste Ingeseetenen,te konnen ver-
grooten ende verrijken. Ende verbeeld u ook, dat die Persoon
als een ander Catilina, van soo een groot aansien is, dat de Ordi-
naris Regters niet magts ende moeds genoug hebben, om hem te kon-
nen straffen oover sijne misdaaden ende schelmstukken, die hy ten
nadeele der Vry-ende Geregtigheeden der Republike, ofte ten
naadeele eeniger Ingeseetenen van dien, in het bysonder bedreven
heeft. Want men alsdan bevinden sal, dat alle andere mindere In-
geseetenen. dat Spil-peningen ofte behouftige Menschen, ende in-
sonderheid Vreemden zijn; aanstonds dien Tyranne behulpsaam sullen
weesen, om de allerwijste, deugdsaamste, ende rijkste Ingesee-
tenen te beschuldigen, te dooden, ofte uit den Lande te jaagen,
ende sig met haare Goederen te verrijken, gelijk deselve ook sig
draagende als Hoovelingen ende Krijgsknegten des Tyrans, ende niet
hunner Republike, daar sy hare Soldie van trekken, dit alles binnen
des Lands uitgeregt hebbende, daar naa om in die ooverdaadige
wijse van leeven te konnen voortgaan, niet versuimen, oorlogen
tegen de nabuuren te veroorsaken, die so lange als haar mogelijk
is te rekken, ofte oorlogen uit oorlooge te saajen, om aldus door
een geduurig middel van waapenen, alle de mindere Ingeseete-
nen, als door noodsaakelijke Imposten ende Schattingen te konnen
scheeren ende villen. Terwijle die Hoovelingen ende Krijgsluiden dee-
sen Tyran, ten hoofsten weegens groote Wijsheid, Deugden ende
Couragie prijsen, ende gulde Beelden opregten, sulks de andere
Menschen of uit onkunde het selven geloovende, of uit vreese van
in des Tyrans ongenaade te sullen vallen, veinsende , dien Tyranne
alle bedenkelijke Eere aandoen, ende als eenen God aanbidden.
Welk veinsen, hoewel gemeenelik de waarhaftige Eerbieding van
den gepleegd, dat niet ergens aan te merken zy, dat nietwes
vrywillig, maar dat door dwang alle die eere beweesen werd. Ende
insonderheid siet men seer klaar, wie dat den Tyranne uit eigene
beweegingen uiterlik ge-eerd, ofte valsche ende afgedwongene
eerbiedigheid beweesen heeft, wanneer hy sonder eenen gewel-
digen Successeur naa te laaten omt te sterven, ende dat die voor-
maals vrye Ingeseetenen haare vryheid weeder bekomen. Dan siet
men eerst de waarhaftige Blijdschap uit de oogen van de Besten
ende verstandigste Regenten, gelijk meede van alle goede Ingeseetenen,
dan leeft men eerst het ware leeve ende bedrijf, namentlik ook de ge-
breeken ende niet alleen de LOftuiterien van dien Tyran, dan werden
sijne Beelden om verre geworpen, en somstijds sijn Lijk verscheurd en
langs der straten gesleept. Dan roepen alle wjse en deugdsame Inge-
seetenen, Daar legt die Moordenaar, die om eigene Grootheid te bejagen,
sig vermaakt heeft in wijse ende deugdsaame Ingeseetenen te doen moorden,
en soo veel onnoosel Bloeds in sijne moedwillige oorlogen te doen
storten. Daar legt die schelmse Roover, welke soo veele Weeduwen
ende Weesen gemaakt ende schandelik beroofd heeft, niet haare
Mannen ende Vaaders te doen vermoorden. Daar legt die vuile Ver-
kragter van schoone Jongelingen ende mooje eerbaare Vrouwen.
Daar legt dat verslindend ende versoejelik Gedrogt, welke ten verdrie-
te van alle wijse ende deugdsaame Ingeseetenen leefde, ende ten
vreugde van alle deselven gestorven is. * In het korte gesegt,
dit zijn de sprongen van den wijsen ende deugdsaamen Haase, ende de
slagen van den onnooselen arbeidsamen Eezele, wanneer de Leew gestor-
ven is. Gelijk onse Voor-Ouders in de voorgaane Eewe daar van een
staalken in de Neederlanden hebben gesien aan Philipus de tweede,
Koning van Hispanien, welke door de Historie-Schrijveren der oover-
Heerde Neederlanden, in sijn leven ende sterven als een Heilige Job
gepreesen, ende door de Schrijveren der Vereenigde Neederlande,
als een ander Antiochus afgemaald werd.
Ende is dit ook met eenen de eigendlijke leer ende sin onser
FABULE, die wy derhalven niet naarder op den einde onser Ree-
denkaavelinge, als naar derhalven niet naarder op den einde onder Ree-
denkaavelinge, als naar onse gewoonte op meest alle onse Fabulen
geschied is, ende geschieden sal, behouven uit te drukken.
*Vide Satyr: X. JUvenal: de Casu Sejani. ut & Sallust: Crijp: Bel:Catilin:
Mortuo Leoni et Lepores insultant.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem039 MOTTO_NLAls het diep verloopt, soo verset men de baakens.
ID embstma_add132_emblem040 MOTTO_LA_NORM Mortuo Leoni et Lepores insultant _IC ; $ TEXT_EXPL_XML41. De Man ende een Arend.
EEr de Menschen met Bus-kruid uit bussen, loode koo-
gelen, ofte haagel te schieten, hadden gedagt; soo
konden sy de andere Dieren niet schieten dan met Bou-
ten, Flitsen ende Schigten, ende die konden daar toe
niet bequaam zijn, ten waare aan den onschaadelijken
einde van dien Arends-veederen konstiglik ingevougd
rende, seide pijlen van noode te hebbem, om ten gemee-
nen nutte, alsoo sy beide vlees-eetende Schepselen waa-
ren, wildbraad te konnen schieten. Ende versogt die
Man derhalven, dat hy eenige veederen tot pijlen uit sij-
ne vleugels geliefde te plukken, ende hem die van sijner
rotse toe te werpen, op voorgaande gedaane beloften, dat
het te schieten ende te vangen ofte geschooten ende
gevangen Wild, tot gemeenen dienste soude zijn: Het
welk de Arend meende eene seer schoone geleegendheid
te zijn, om sonder arbeidsaam vliegen, sijnen kost te be-
jaagen, ofte wel vliegen willende, oovervloed ende
keure van spijse te bekoomen. Sulks hy den Manne het
begeerden ligtelik toestond, ende hem eenige sijner vee-
deren toewierp. Maar de Man daar naa den Arend soo
ernstig siende loeren, om op eenen Haaze te vallen, dat
hy geene sorge droeg, om sig selfs wel te behoeden, dagt,
dat hy den Arend doodende, sig van eenen moejelijken
Schuld-eissere ende Meede-Laagere verlossen soude, ende
dat hy daar en booven des Arends Vlees eeten soude kon-
nen, weshalven hy hem seer haastig den Bout in den lij-
ve deef, aan wiens einde de gewonde Arend sijn Vee-
deren siende; seide eene dobbeld bittere dood te sterven,
om dat hy met ende door sijne eigene Veederen gedood
wierd.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben verstaan met den Man, een roo-
vend doortrapt ofte schrander Mensch.
Met den AREND, een seer roofgierig mensch, meer op
sijne kraften als konsten steunende.
Wanneer de Menschen eene seer groote begeerte hebben, om
ietwes te verkrijgen, soo speelen haare gedagten geduurig-
lik op de volmaaktheeden van dat Voorwerp, ende op alle de see-
kerste Middelen, om dat seekerlik te verkrijgen: sonder met ee-
nen behoorelik te ooverleggen de onvolmaaktheeden end ge-
breeken des selfden, ende of sy door het verkrijgen ende aan-
wenden van die middelen, in plaatse van gelukkiger te werden,
onderwijlen niet selfs seer beleedigd ofte gedood souden konnen
werden.
Ende hoewel dit is eene gemeene menschelijke swakheid, sulks
die sig soo wel omtrend goede als quaade Voorwerpen ende Mid-
delen oopenbaad: Soo siet men die swakheid nogtans omtrend
de Quaade Menschen ende haare begeerelikheeden, allermeest in
swange gaan, ende bemerkt men ook, dat die daar en booven
gepleegd werd met dat onderscheid, naamentlik, dat wanneer
goede Menschen oover eene goede saake ende een goed voornee-
men, in ongemakken koomen te vervallen, sy met haare trouwe
Vrienden raadpleegen derven, om sig daar uit te redden, ende
in allen gevalle sig troosten met die goede gedagten, deselve on-
gemakken van den Menschen niet te hebben verdiend, ende dat
daar en booven de goede God haare korte smerte in eeuwig-duu-
rende vreugde ende genougen sal veranderen. Ende dat daar een
teegen de Quaade Menschen sig door haar eigen schuld, oover
quaade saaken ende voorneemen, in eenen seer bedroufden stan-
de van saaken siende, sy haare Schelmstukken ofte quaade onderneemin-
gen, aan geene eerlijke Menschen derven bekennen, ende raad
vraagen, om uit die ongemakken geholpen te werden, maar
voor eerst geplaagd werden, met de geheugenisse ende oover-
denkinge van alle haare Schelmstukken, waar door sy die plaa-
gen op haare halsen hebben gehaald, ende daar naa nog met te
ooverdenken ende te gevoelen de swaarte ende smerten der tee-
ten, dat sy met hare Schelmstukken, Goodes eewigduurende oor-
deelen ende straffen, welke sig oover alle werkers der ongereg-
tigheeden oopenbaaren sullen, te verwagten hebben.
Dus dien wy, dat Menschen, die sig gewennen te liegen ende
te bedriegen, niet genoug aanmerken, dat sy, soo doende, die
groote gaave Gods, als is sijne gedagten ende wille aan andere Men-
schen te konnen oopenbaaren, schandiglik voor ende in haar
selven vernietigen; Sulks sy daar naa in ongemakken vervallen-
de, ende andere Menschen aanroepende, die haar daar uit hel-
pen souden konnen, niet werden geloofd, wanneer sy in ernst
ende ter goeder trouwe de Waarheid spreeken; ende dat sy der-
halven door haare eigene schuld ongelukkelik in haare quaalen
blijven steeken.
Dus dien wy, dat Menschen, die sig aan de Begeerlikheeden
des sterken Dranks oovergeeven, niet genoeg aanmerken, hoe
groot eene saak het zy, door wel gestelde sinnen, ende een
goed vernuft, sijn eigen lighaam ende gedagten, ten behoude
sijns selfs ende sijner vrienden, te konnen gebruiken; ende dat
door het misbruiken des Dranks, de Menschen haare sinnen en-
de oordeel sulks koomen te verliesen; dat sy haar eigen lighaam
op veele naar soo wel niet als domme Beesten konnen bewaaren,
ende dat sy daar en booven sig onbequaam maaken, om eenige
den Menschen betaamende werken voor te neemen ofte uit te
voeren, ende dat sy eindelik door dat middel haar leeven seer
kort ofte ook smertelik maaken sullen.
Dus sien wy, dat de begeerlikheid van seekere Weedergaade te
verkrijen, der Menschen gedagten soodaanige opwekt, om al-
le de volmaaktheeden ende deugden van het beminde voorwerp
sig te verbeelden, dat sy selfs op geene onvolmaaktheeden of-
te gebreeken gedenken konnen: ende wanneer die van haare
Maagen, Vrienden ende Raaden voorgedraagen werden, sy die
niet aanneemen ofte gelooven willende, eindelik ongeluk-
kige Huwelijken aangaan, waar in sy beswaard worden met
die gedagten, dat sy die quaalen op sig selfs gehaald heb-
ben.
van Byslapen overgeven, niet genoug bedenken, dat sy het een als het
ander vinden sullen, ende dat die korte Vreugden aanstonds in een
Beroup veranderen, ende sy allangs daar door haare eere, goe-
deren, rust, gesondheid ende leeven verliesen sullen.
Dus sien wy, dat Menschen die uit groote begeerlijkhee-
den, om anderer Menschen goederen te verkrijgen, te saamen
spannen, om met gewelde ofte bedrog die te berooven ende te
plonderen, niet bemerken, dat sy door ontrow, oover het dei-
len van dien, on-eens worden, als ook malkanderen plonde-
ren ende dooden sullen, ende insonderheid, dat die beroofd
ofte gedood sal werden, welke den anderen soo sterk gemaakt
heeft, dat hy niet alleen haare gemeene Vyanden, daar het op
gemunt was, maar ook sijnen weldoender dooden, ende sig daar
meede vn alle dankbaarheid en verschuldiginge verlossen kan.
Dus sien wy, dat Koningen, Vorsten, ende Republiken, door
groote begeerlijkheeden, om anderer Landen te ooverwinnen,
veeltijds ten dien einde met eenen Derden aanspannen ende wel
vermerken, wat goeds hy Derde door sijne, ende de kraften, die sy
hem verschaffen, ten gemeenen nutte uitwerken soude konnen:
maar dat sy niet bedenken, dat hy Derde dus sterk geworden zijnde,
niet alleen de gemeene Vyanden afweeren, ende ooverwinnen,
maar ook sijne Weldoeners dwingen ende tot sijne Slaaven maaken
soude konnen.
Sulks alle opgemelde Begeerelijke Menschen sig in dien el-
lendigen stande bevindende, seer smertelik ooverdenken, dat
sy om andere menschen te beschadigen, van Goode vierige koo-
len op haaren eigen kop gebeeden ende verkreegen hebben,
ende dat sy mitsdien door eigen toedoen, die qualen op hare
eigene halsen gehaald hebbende, door enkele spijt allangs uit-
teeren, ende eindelik eene dubbeld bittere dood sterven, even
gelijk de Arends onser FABULE.
Sulks de eigendlijke sin deeser FABULE is, dat gemee-
ne Menschen ofte ook Kooningen ende Vorsten op haar selven be-
staan konnende, niet behoorden te gelijken deesen al te roos-
gierigen Arende; ende in gevolge van dien, op hope van meer-
den, die sy soo sterk makken, dat hy het gemeen oogmerk
door die hulpe niet alleen verkrijgen, maar ook, te sijnre
meerdere grootheid, den Weldoener beschaadigen soude kon-
nen, ende dat die Weldoener alsdan van dien Derden beschaadigd
ofte vertreeden werdende, eene dubbelde straffe voeld, van die
plaage op sijnen halfe gehaald te hebben.
Vivitur exiguo melius si noveris uti.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem040 MOTTO_NLSie voor dich, trow is weinig
ID embstma_add132_emblem041 MOTTO_LA_NORM Vivitur exiguo melius si noveris uti _IC ; $ TEXT_EXPL_XML42. De voorsigtige Slang, ende andere haar
vyandige Dieren.
Seekere voorsigtige Slang aangemerkt hebbende, dat,
indien sy uit vermaak, ofte om de lekkere kost te sou-
ken, breed uitweiden wilde, sy alsdan gewisselik veele
moeiten soude hebben, om alle de onderweege voorkoo-
mende saaken naar haaren sinne te schikken; ende dat
hier daar en booven seer veele andere Dieren waren, die op
het selfden aasden, daar sy Slang sig selven gaarne meede
voeden soude: ende eindelik aangemerkt hebbende, dat
alleen te beschaadigen, maar ook te dooden, ende tot
haare spijse te gebruiken; So koor sy, om dit alles voor te
komen, omtrend een graasig veld, daar sy haar behoor-
lik voedsel vinden konde, in eenen ontoegankeliken Hole
eener Rotse, haare vaste wooning; daar sy in der stillig-
heid haar met allen die van haaren Huisgesinne onder-
houden, ende tegen allen aanvallen beschermen konde, en
waar sy ook waarelik seer langen tijd sig onderhiel, ende
beschermde; om dat sy aldaar nog van agteren, nogte ter
sijden, van haare Vyanden konde werden besprongen;
ende dat sy voor uit hare ooren ende oogen gedurig wakker
hield, om alle onheil te konnen afkeeren, ende de quade
Dieren, die haar al te naa by-quamen, met haar Slangen-
vergif te konnen dooden: Waarom ook andere Dieren,
dat hare Vyanden waren, sienden, dat sy die voorsigtige
Slang niet sonder eigen gevaar konden te naar komen, op-
hielden van middelen te bedenken ende in den werke te
stellen, ten haren naadeele, also sy met groote reden hun
genougeden, met te konnen vermijden so een Dier, dat
sy niet, dan met selfs schaade te lijden, souden konnen
in dat Hol aanranden. Sulks die Slang aldaar voortaan
gerustelik leevende, ende van naaby haaren kost souken-
de, tijds genoug ten oover had, om all ehet geweld der
andere Dieren onder malkanderen, ende de onderlinge
smerte, daar uit ontstaande, wel te ooverdenken; ende
sig mitsdien seer gelukkig te agten, dat sy daar van be-
vrijd zijnde, in der stilte allangs oud worden, ende ein-
delik in het byzijn van Wijf ende Kinderen, gerustelik
haar leeven eindigen soude.
Uitlegging der Woorden.
Een Voorsigtige SLANG, is een seer wijs ende omsigtig
Mensch, ofte seer voorsigtige Regenten eener Vrye
Republike.
Een On-toegankelik Hol, is een yders eigen Huis; ofte
wel eene sterke onwinbaare Stad.
Andere Vyandige Dieren, zijn de gemeene Menschen,
die sonder eenige vaste regulen van leeven te hebben, on-
der malkanderen woelen: of wel Koningen, Vorsten,
Hoovelingen, Krijgsluiden, &c.
De saaken ende gevallen deeses weerelds oneindelik zijnde
ende sy alle meestendeel booven ofte buiten ons vermoogen
weesende, soodaanig dat wy die niet naar onsen sinne verschikken
konnen: ende daar en teegen ons bekend zijnde, dat een yder
sijne gedagten ende wille, soodaanig in sijn vermoogen heeft, dat
geene magt deeses weerelds, hoe groot die ook zy, hem kan be-
letten sijne wille te vougen, om ten besten te genieten, ofte te
willen draagen, alle de voor-ende teegen-spoeden, die hem oo-
verkomne, ende welken die Goddelijke Voorsienigheid hem toegvougd,
ofte opgelegt heeft: Soo is het dien volgende de pligt eenes Men-
schen, in alle den loope sijns leevens, omtrend alle, het zy in
voor- het zy in teegen-spoede hem voorkomende saaken, de al-
lergrootste wijs-ende voorsigtidheid wel te gebruikeen alle gaven,
die de goede God hem gegeeven heeft: ende is het insonderheid
sijne pligt, meer te arbeiden op dat eenig ding, namentlik sij-
ne eigene Siele ende Wille, seekerlik ende ten besten des doe-
nelik, de behaagelikheeden der saaken deeses weerelds geniete.
Gelijk het aan de andere sijde de pligt eenes Menschen is, sig te
schikken, om kloukkelik ende standvastig te willen draagen, een
quaad dat hy niet heeft konnen afweeren, ende dat eindelijk door
hem moet ende sal gedraagen werden: Sulks het sig selven leerd,
dat het alle sins meer geraaden is te arbeiden op een ding alleen,
den omtrend oneindelik veele taaken, met een geduurig woelen, en-
de met meest in der weere te zijn, om te verkrijgen verre afge-
leegene saaken, of wel om alle andere ons voorkoomende saaken,
te willen schikken ende tragten te stieren naar onse bysondere ge-
neegendheid, ende nogtans voor het meestendeel, ja by naast al-
tijds, in onse hope bedroogen te werden, sonder ons voorneemen
te konnen uitwerken.
Dit dan zijnde de eerste ende grootste Wijsheid, omtrend alle wee-
reldse saaken; soo is onses eragtens de tweede, dat naademaal een
Mensch in deese weereld niet kan leeven in eenen stande, die
volkoomentlik goed ende sonder gebrek zy, ende dat de voorspoe-
den ofte goede saaken, hem soo veele vreugd niet, als wel de
quaade saaken ende teegenspoeden hem veel grooter verdriet aan-
brengen; hy ten minsten moet tragten te leeven in eenen stande,
waar in by so verre hem geene groote vreugd ontmoet, hem niet veel
quaads ende verdriets gebeuren sal. Dat niet kan verkreegen wer-
den dan van eenen Mensche, die vastelik beslooten heeft, alleen
voor sijn selven, ende niet dan voor de geene die God ende de Na-
tuure ofte Reeden hem aanbevoolen heeft te sorgen, de weereld sij-
nen gang te laaten gaan, ende vermits sy onbeeterlik is, die te laa-
ten gelijk men die gevonden heeft. Want men is soo eenen stande
weinige saaken nodig hebbende, ende het weinige dat men heeft,
wel gebruikende, met weinig rijk ende eenigsins Goode geljk
werd, ende, als een stil vergeeten Borger, op sijn eigen haard, ende
naar sijnen sinne leeven kan: sonder door de nijd ende dwersdrij-
vingen van anderen, in sijn voorneemen gestut, ende daar oover
bedroufd te werden. Om welken gerustigen stand te verkrijgen, wy
sien, dat seer veele Griekse en Roomsche Helden, langen tijd de hoogste
Amten hunner Republike, het zy in oorloge, het zy in vreede, loffelik
bediend hebbende, des net te min haaren rust eindelk gesogt en-
de gevonden hebben, niet te boeren, ende haar eigen landeken te
bebouwen. * Daar in teegendeel de geenen, de sig aan de be-
geerlikheeden deeses weerelds, naamentlik des vlees, der oogen, ende
der grootsheid des leevens oovergeeven, om door Wellusten, Geld-
gierigheid ende Heerssugt, sig te versaadigen, groot gewoel te maa-
versaadigd werdende, ofte een einde van haare begeerlikheeden
siende; geduurig soo haast sy het eene verkreegen hebben, naar
het andere tragten, ende ook geduurig in het uitwerken van haar
voorneemen, haare teegenstreevers vinden. Sulks sy in geduurige
oorloogen, strijden, buyen ende stormen geleefd hebbende, el-
lendglik haar leeven eindigen, sonder ooit eene geruste vreedsaa-
me seekere haaven te beseilen, ende in der stilte aldaar soo wel
haar eigen voorgaande gevaarelik gewoel, als dat van anderen Men-
schen, met bedaarde sinnen te ooverdenken, om sig alsoo ten uit-
gange uit di rampsaalige leeven, ende ten geluksaaligen toekoo-
menden te bereiden.
Ende gelijk men dit aldus siet in enkelde Mensche, soo siet men
ook in geheele Familien, dat die geslagten langer in stande ende
aansiene blijven, welke meer haar eigen rust ende stilte, als eene
geduurige vermeerdernge van geld, magt, ende staat souken. En-
de insonderheid siet men het selven geheele Steeden ofte Republiken.
Naamentlik, dat die men het haren te vreeden zijn, ende geene
meerdere grootsheid ofte magt oover andere Landen, Steeden ende
Volkeren te oeffenen begeeren, maar onderwijlen haare Stad ofte
Steeden wel versterken, om sig met eene welgewaapende Borgerie,
daar in wel geslooten te houden, sonder sig te bemoejen met an-
dere Staaten, Koningen ofte Vorsten, verbonden te maaken, om die
geenen, welken sy allermeest vreesen, eeven magtig te houden, of-
te die teegen malkanderen op te hitsen, veel langer in weesen blij-
ven. Derhalven wy besluiten, dat opgemelde Landen ende Steeden,
welke alles sins de Vreede souken, ende ook geene anderen dan die
selven, seer langen tijd in ruste ende vreede, sonder Schattigen,
leeven ende bloejen konnen. Daar in teegendeel Koningen ende
vorsten, die geduurig haaren lof ende vermaak souken in meer te
begeeren, ook in geduurige onrusten leeven, ende malkanderen
niet min als haare Onderdaanen, door oorloogen ellendig maken.
Gelijk dat blijken kan aan de Italiaanse ende Switserse Republiken, die
gedurig in haar Hol blijven, sonder sig met andere Republiken ofte
Koningrijken te bemoejen, ende derhalven in seer groote rute lee-
ven; daar in teegendeel de Koningen van Vrankrijk ende Hispanien, als
ook de Turkse ende Duitse Keisers, mitsgaders andere Koningen ende
dere in geduurige oorlooge ende vreese is, van door eenen sijnen
magtigen Naabuure, uit sijne Landen verdreeven, ende van sijnen
Staate ontset te werden. Ende op hoe gladden yse de hoogste Die-
naars van Staat in Republiken, daar een Vorst groot gesag heeft, ofte
insonderheid onder Koningen staan, is onnoodig aan te wijfsen; alsoo
daar van geheele Bouken geschreeven zijn, ende de geheugenisse
van dien insonderheid oover de twee-aller-besten die wy ooit gehad
hebben, in deese Landen soo smertelik ende vers is, dat ondien-
stig soude weesen, daar van hier omstandige verhaalen te maaken.
Waarom wy onse Reedenkaavelinge ook aldus besluiten:
Een ander sy te Hoof ten glibbrig top gesteegen,
My baagd in stilt en rust te leeven aller weegen.
In 't weeten wat ik ben, eer't leeven my verlaat.
Die sig nooit, maar een aar kend, sterfd in drouver staat.
Sulks de eigendlijke sin deeser FABULE is, aan te wijsen, dat
Menschen, die naar een stil verseekerd gerust leeven tragten, met
haar vergenougen te souken in haar eigen selfs, sonder de goede-
ren, ofte staat van anderen te begeeren, ende daar door haare rust
te stooren, de allerwijste ende gelukkigste Menschen zijn, om dat
sy veel, meer als die andere Menschen, haar goed oogwit bekoo-
men, ende sig daar in vervrooliken, tot dat sy eindelik dit ellen-
dig onvolmaakt, teegen een eewig-duurend geluksaalig leeven
verwisselen.
* Stet quicunque volet, Potens
Aulae culmine Lubrico:
Me dulcis saturet quies.
Obscuro positus loco
Leni per fruar otio.
Nullis nota Quiritibus
AEtas per tacitum fluat.
Sic cum transierint mei
Nullo cum strepitu dies,
plebeius moriar senen.
Ill mors gravis incubat.
Qui notus nimis omnibus
Ignotus moritur sibi.
Seneca in Thyste-act.
Nusquam tutu fides.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem041 MOTTO_NLEen vergeeten Borger is best.
ID embstma_add132_emblem042 MOTTO_LA_NORM Nusquam tutu fides _IC ; $ TEXT_EXPL_XML43. De Boeren, met haare Hoenderen, End-
Voogels, Duiven, ende Bijen.
EEnige Boeren, haare Akkers ende Vee met grooten ar-
beide naarstelik bouwende, ende haare Waateren be-
vissende, bevonden, dat sy des niet te min naaweliks aan
den sooberen kost geraaken konden; derhalven sy in haa-
re Vergaaderingen bedagten ende beslooten, voortaan
haare Landen ende Waateren alsoo wel als voor heen te
deren, End-Voogels, Duiven ende Bijen, aan te lokken,
als ook die met aller rust ende Vryheid, in haare Landen
ende Waateren te laaten leeven, ende haar daar en boo-
van goede nesten ende korven te verschaffen, op dat sy
Boeren van tijden ten tijden daar uit de oovertollige Eyers
ende Jongen, als ook Was ende Honig souden mogen haa-
len, ende sig daar meede voeden, waar vooren sy niet
gearbeid hadden ofte arbeiden souden, het welk haar soo
wel gelukte, dat sy seederd dien tijd weegens de groote
meenigten van Hoenderen, End-Voogelen, Duiven, ende
Bijen, die sig aldaar ter needer setteden, seer weelig leef-
den. Maar deese Boeren gestorven zijnde, ende weelige
Kinderen, die nooit arremoede geproefd hadden, naalaa-
tende, soo naamen die geen' agt op de Voordeelen, die
deese Voogelen ende Bijen haar aanbragten, ende gevoel-
den daar en teegen, dat de Hoenderen geene Eyeren lei-
den sonder te kaakelen, dat de End-Voogels ende Duiven
haaren rust stoorden, met in den Morgenstonde te quaa-
ken ende te korren, ende dat de Bijen haar somtijds met
haaren angel staaken: Sulks deese weelige Kinderen in ha-
re Vergaaderinge beslooten, sig van die ongemakken te
ontslaan, met ongevoelig ofte allangs haar meer ofte rij-
kelijker als voor deesen, van Eyeren, Jongen, Honig ende
Was te berooven, ofte haare nesten ende korven om ver-
re te werpen, ofte die tot haar eigen gebruik te verande-
ren. Het welk de Voogels ende bijen bewoog te vliegen
mogten. Ende deese onbedagte Kinderen bevonden toen
ook, dat sy door het missen der Everen, Iongen, Honig
ende Was, sterkelijker als te vooren werken moesten, om
aan den sooberen kost te geraaken, derhalven sy de ver-
ter onthaal aanlokten, om tot haare oude wooningen te
keeren, maar die antwoordeden: ,, Wy zijn hier wel,
,,ende meenen hier te blijven, soo lange de Boeren ons
,, soo soude geen onser, die het heugd, hoe ondankbaar-
,,lik gy ons gehandeld hebt, ooit konnen goedvinden, tot
,,u t koomen. Waarom die Kinderen seer bitterlik haa-
re dubbelde arremoede betreurden.
Uitlegging der Woorden.
BOEREn, zijn Regenten van seer behouftige Lan-
den ende Steeden.
HOENDERS zijn Rentiers.
END-VOOGELS, zijn Buitenlandse Vissers ende Scheeps-
Vaarders.
Duiven ende BYEN, zijn Negotianten, ende verre
uitvliegende Handelaars in Manufacturen.
Dat de Menschen in groote ongemakken zijnde, door die
quellingen haar verstand scherpen, alle liften bedenken, en-
de haare arbeidsaam- ofte bequaam-heeden ten uitersten opwek-
ken, ende in het werk stellen, om sig daar uit te redden, weet
een yder, als ook niet onbekend is, dat Menschen die in gedu-
rige weelde ende voorspoede opgebragt zijn, daar door niet al-
leen Dom, Agteloos, ende laatdunkende van geest, maar ook leui ende
traag van lighaam, als meede wellustig ende quistig werdende, daar
door eindelik weeder in seer groote ongemakken ende bubbelde
arremoede plagten te vervallen.
heid, waar in wy sien, dat veele bysondere Menschen in groote
ongemakken ofte arremoede zijnde, met veel meer naarstigheid
ende spaarsaamheid als eenige slaaven, pleegen te wroeten, om die
behouftigheid ende arremoede te booven te koomen; ende dat
sy eindelik door die middelen veele goederen vergaaderd hebben-
de, soo domme, laatdunkende, wellustige, quistagtige ende leuje Kinderen
naalaaten, dat die weederom tot dien ongemakkelijken eersten
stande haarer Voor-Ouderen, ende tot grootere arremoede koomen
te vervallen. Gelijk het selfden meede bevestigd werd, met de
gesteltenissen der Landen ende Steeden, die uit der aard onvrugtbaar
zijn, ofte wiens Ingeseetenen door de Regenten met groote Vry-
heeden begaafd, ende met geene onse seer weinige lasten, dan alleen
uit der aard met ongelden seer belaaden zijn. Naamentlik, dat aldaar
gemeenelik soo veele Vreemdelingen door die groote Vryheeden wer-
den aangelokt te komen woonen, dat de gemeene Ingeseetenen
aldaar door groote naarstigheid, schranderheid ende spaarsaamheid, tegen
die ongemakken deeser On-vrugtbaare, ofte door de Natuure
met seer veel kosten te houdene Landen, soodaanig aandringen,
dat sy gemeenelik veel beeter, als vrugtbaare Landen ende
Steeden, ende der selver Ingeseetenen vaaren, als dat te sien is aan
Venetien, Genua, Holland, Etc. Ende daar en teegen blijkt, dat Lan-
den ende Steeden, die uit der vrugtbaar zijn, ende wiens In-
geseetenen door geene ofte weinige lasten belaaden werden, sig
seer weinig bekommeren met vlijtig te arbeiden, ofte met Vreem-
delingen in haaren Landen ende Steeden aan te lokken; Derhalven
de Landen aldaar weinig bebouw werdende, de Ingeseetenen in
het gemeen door geen naa-yver ofte andee noodsaakelikheid op-
gewekt zijnde, dommer, agteloser, quistagtiger ende trager werden, ende
daar door tot eenen foberder stand als de andere komen ende blij-
ven. Als wel eer te fron is geweest aan Pruissen, Deenemarken ende En-
geland, Etc. welke voor desen naar Wetten ende niet naar de spoo-
relose lusten eenes Heeren ofte Vorsten moetende geregeerd wer-
den, de gelukkigste Landen van geheel Europa waaren. Ende de
Ingeseetenen aldaar met seer weinig te arbeiden, in aller sorge-
loosheid, weelderig ende quistig plagten te leeven. Ende hoe-
wel onse voormelde Reedenkaaveling schijnd te slaan op een groot
hier werden bygevougd, dat het leeven aller Menschen bestaat
in ietwes te doen ofte te lijden, ende dat in alle het gunt wy doen
ofte lijden, ten deele door onse gebrekkelikheid, ten deele door
de onvolmaaktheid der saaken, die ons voorkoomen, altijds iet-
wes ontbreekt; Sulks wy in deese onvolmaakte weereld leeven
willende, onse gedagten niet moeten beesig houden met ietwes
op te souken, dat in sig selfs volmaakt is, maar wel met te ver-
volgen ende te betragten, het gunt, waar in voor ons meer goeds
als quaads te vinden is, ofte wel te vermijden ende van ons te
weeren het gunt waar in voor ons meer quaads als goeds gelee-
gen is. Ende oopenbaaren sig des weegen twee groote gebreeken
onder den Menschen, het eersten, dat sy veeltijds uit eenen afkee-
re van het quaade, dat aan goede saaken vast is, gants niet ver-
kiesen, ende soo doende, seer goede geleegendheeden, waar in sy
wat goeds souden hebben konnen verkrijgen, laaten voorby
gaan, het tweeden, dat sy veeltijds verkiesen het gunt, waar in
voor haar meer quaads als goeds, geleegen is; of wel dat sy ver-
mijden, ende van sig afweeren, het gunt, waar in voor haar meer
goeds als quaads te vinden soude weesen. Ende insonderheid be
vinden wy, dat Menschen in arremoede ende teegenspoede wee-
sende, veeltijds het noodsaakelijksten wel betragten, ende om dat
te bekoomen, gaarne andere mindere ongemakken op sig laaden,
ende dat daar en tegen Menschen, die in weelde ende voorspoed
leeven, veeltijds soo seer geneegen zijn, kleine tegenwoordige on-
gemakken van sig te weeren, dat sy daar door andere seer swaare
ongemakken op haare halsen haalen, die sy niet voorsien had-
den.
Gelijk wy sien, dat veele Menschen tot bequaam Jaaren ge-
koomen zijnde, de ongemakken des Houweliks soo swaar weegen,
dat sy geene tijdelijke keure gedaan hebbende, sig des naamaals
te vergeefs beklaagen.
Ende sien wy in desgelijks, dat Regenten van Landen ende Steeden,
die weinige Inwooneren hebben, ende dien volgende in arremoe-
de zijn, veeltijds wel konnen goedvinden, die Vreemdelingen aldaar
ter woone aan te lokken, ende met eenen gaarne te verdraagen,
die ongemakken, welke veele Vreemdelingen in groote Steeden veroor-
der weinig bevolkte Landen ende Steeden niet hebben geproefd,
sig weinig laaten geleegen weesen, om Vreemdelingen ter woone
aan te lokken, ofte die sy albereids hebben, sorgvuldiglik te be-
houden. Sulks sy veeltijds alle haare Inwooners, ende alle het gunt,
waar door die bestaan moeten, als ook insonderheid de Vreemde-
lingen sig aldaar ter woone needer setten willende, ofte geset heb-
bende, allangs soo seer beswaaren, dat sy genoodsaakt werden,
uit soo eenen Lande te blijven, ofte te vertrekken. Ende einde-
lik sien wy, dat die verloopene Ingeseetenen daar naa door de
Regenten, als sy haar misslag sien, aangelokt werdende, niet wee-
der bekoomen konnen werden,
Ende is derhalven de eigendlijke sin deeser FABULE, dat nog
bysondere Menschen in haren ommegang nog Regenten in hare regee-
ringe, een groot goed om een klein quaad, dat daar aan vast is, behoor-
den te laaten, ende dat sy uit meer quaden, die haar staan oover
te koomen, gewilliglik het minsten behoorden te kiesen.
Nihil ab omni parte Beatum.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem042 MOTTO_NLBemin uw Vriend met sijn' gebreeken,
Want nieman leefd daar sonder streecken.
44. De Kraai ende andere Voogelen.
EEne Kraai ooverdenkende, dat een Raaf haar seer
wel geleek, ende dat hy nogtans by de Menschen was
ge-eerd; ofte als eene heilige Waarseggende Voogel ge-
houden; ende dat sy daar en teegen seer weinig geagt
wierd, beelde sig in, dat het alleen om des Raaven kras-
naarbootsen, sy eeven hoog geagt soude werden. Waar-
om sy eenige Wandelaars siende voorby gaan, derwaarts
op eenen hoogen Boome vloog, ende seer luid krassende,
deselven in den beginne seer verbaasde, als niet weeten-
de, wat dit ongemeen vervaarelik krassen soude beduiden:
maar die Menschen daar naa, nawer op de Stemme ende
den Voogele lettende, so seide de wijste der Wandelaren, het
is niet dan het ydel geklap eener Kraaje, dat wy allesins be-
horen te veragten. Sulks de Kraai bemerkende, dat sy door
hare stemme, de naam van Kaaister, ende niet van Heilig
by den Menschen soude verkrijgen; voornam die van de
allerschoonste ende rijkste te zijn, by den Voogelen te beko-
men. Ten welken einde sy haare arme, swart-graawe
Veederen, met alleranderen Voogelen rijkste ende schoon-
ste veederen, die sy hier ende daar opraapte oft ont-
leende, bedekt, ende op haaren lijve geplakt hebbende,
meende dat sy nu de Voogelen veel ligter als voormaals de
Menschen, soude bedriegen, ende veragte sy daarom de
andere Kraajen, niet willende dan by Paawen, Papegaa-
jen, ende andere schoone Voogelen verkeeren, ende om
des te meer geagt te werden, aldaar het meeste pronken.
Maar de eenvoudige Swaluwe, die voor deesen de Kraai
seer wel, als ook haare Ouders, gekend had, by gevalle
daar voor bij vliegende, ende eenige haare eigene Veede-
ren in der Kraaje erkennende, wierd indagtig, dat sy
voormaals geroemd had, schooner als eene Swaluwe te
zijn, om dat die niet dan des Soomers, sy daar en tegen
des Soomers ende des Winters, in den selven Lande met
haare Veederen pronkte ofte bloeide, ende nam de Swa-
luw derhalven alle haare Veederen, daar de Kraai meede
pronkte, naar sig, waar door de andere Voogelen al te
heid, niet alleen het selven deeden, maar haar dus kaal
geplukt hebbende, ook uit haar geselschap dreeven. Sulks
die arme Kraai sig weeder naar die van haar eigen geslagt
begaf, welken indagtig werdende, dat sy van die Kraaje,
wanneer sy kostelik uitgedoft was, veragt waren geweest,
haar nu desgelijks veragteden, ende uit haar geselschap
dreven, dervougen, die Kraai in eensaamheid, arremoede,
ende droufheid, als sig van haar meerder, ende van haar
gelijk, ende van haar minder, veragt ende bespot siende,
ellendiglik quam te sterven.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben verstaan met KRAAJEN, loose,
klapagtige, hoovaardige ende laatdunkende Menschen.
Met geheele VEEDEREN, geveinstheid ofte goederen,
die ons niet eigen zijn.
Met SWALUWEN, eenvoudige sorgvuldige Menschen.
Met PAUWEN ende PAPEGAAJEN, Pronkers ende
Hoovelingen.
Hoewel alle Menschen daar in oover een koomen, dat sy gaar-
ne van anderen uiterlik geagt ende ge-eerd zijn, soo werden
nogtans, om sulks te verkrijgen, seer verscheidene, ja, naar dat
de aard ofte de oordeelen der Menschen verscheelen ofte teegen
een strijden, ook teegen eenstrijdige middelen gebruikt, Want
deugdsaame Menschen niet willende booven haare innerlijke waar-
de uitterlik geschat ende ge-eerd werden, leeven oopenhertig en-
de onbeveinsd, als verseekerd weesendem dat de Eeer de schaduw
der Deugd is, ende die altijds te volgen plagt, ende dat sy daar
en booven, by ontstentenisse van dien, ten spijte der quade Reg-
teren, ende onkondige oordeelaaren, sig altijds met haar goed
lende booven haare verdiensten uiterlik geagt ende ge-eerd zijn,
gebruiken ten dien einde de middelen, die haar de naaste zijn:
naamentlik de Magtigsten deeses weerelds, als Koningen, Vorsten, Etc.
doen sig door haar oover-groot ende opentlik geweld ontsien ende
eeren, maar de Deugdelose onvermogene gebruiken ten selven ein-
de Bedrog ofte Beveinstheid. Ende overmits deese onse FABUL niet
dan van hoovaardigen Beveinsden ofte bedriegeren spreekt, soo mer-
ken wy aan, dat de onvermoogensten van dien, als selfs seer laag,, en-
de van allen goederen ontbloot zijnde, gemeenelik alle Heerssugt,
Rijkdommen, kostelijke Wooningen, pragtige Kleederen, lek-
kere Spijse, ende alle het gunt ydel ofte haast vergankelik is, schij-
nen te veragten: ende dat sy daar en tegen met haare voorbedagte
sleepende woorden, ende gemaakte gebaaren ons seer ernstig
schijnen aan te raaden alle Neederigheid ende Seedigheid, neevens een
goed gewisse te bewaaren, met Goodes Gloorie te vermeerderen, sijne
Kerke wel te stigten, ende in het bysonder aller Menschen eewig-
duurend Heil ende Saaligheid wel te besorgen; daar sy selfs onderwij-
len door alle het voormelden kallen, niet anders voor hebben, dan
voor heilige Menschen geagt te werden, ende onder dien Mantel over
die Siele ende Gedagten van andere Menschen te heerssen, ende
middeler-wijle stillekens in alle wellusten ende overdaad te leven.
Ende oovermits sy de schijn-heilige beveinsde werken oopenbaarlik
voor den Menschen, ende haare eigene wellustige niet dan heimelik
doen, soo werden die heilige Beveinsden nooit dan van de allerwijste
Menschen ondekt ende verlaaten: Ende oovermits die in seer klei-
nen getaale zijn; soo mogen sy die gebreeken deeser heilige Beveins-
den, niet dan seer spaarelik, ende by haare goede bekenden, oo-
penbaaren.
Ende ten tweeden merken wy aan, dat onder die hoovaardige
ende onvermoogene Menschen, eenige soo veele Goederen ende
Rijkdommen besitten, dat die haar doen gelooven, dat sy verre be-
needen haare waardie van andere Menschen geagt ende ge-eerd
werden: sulks sym, om die meerdere agting ende Eere te bekoo-
men, eenen geheel anderen, als den schijn-Heiligen weg in slaan.
Naamentlik, niet dan van groote dingen te spreeken, pragtig in
weesen, ende eindelik selfs met geleende penningen soo lange te
brageeren, tot dat by het een ofte het ander voorval, ieman sijne
penningen weeder-eist, ende alle de andere Schuld-eisers gaan-
de werden om het selven te doen, sulks alsdan die pronkers, tot
arremoede ende schande vervallende, sig van alle Menschen ver-
laaten vinden.
Van den Schijn-heiligen vinden wy dageliks ende oover alle voor-
beelde, onder alle Godsdiensten ofte Secten, het zy der Heidenen,
Jooden, Christenen, ofte Mahometanen. Ende insonderheid by den
Priesteren, Moniken ende Leeraaren der selven, wanneer die wel be-
srpaakt zijn, namentlik, dat meest alle de selven die Heilig te zijn
vermaard werden, waarelik ende in der daad seer ondeugende
beveinsde Menschen zijn, die wel door eenige weinige wjse Men-
schen ontdekt werden, maar des niet jeegenstaande, by alle Dwa-
sen, die naaweliks de naam van Menschen te zijn, konnen draa-
gen, ende nogtans verre het meesten getal uit maaken, in voller
agtinge blijven.
Van de Grootse Pronkers, sien wy daageliks de voorbeelden, als
eenige Half geleerden de naam van seer Geleerd ende Wijs te zijn be-
geerende, ten dien einde seer groote Bouken maken, met uit seer
veele anderen, de woorden van dien ter neder te stellen; sonder
den regten sin van dien soo wel begreepen te hebben, dat sy niet
min als of sy selfs de Autheuren van dien waaren, sig waarelik die
sin ende die Saak eigen gemaakt hebben; Sulks sy, daar oover
naarder ondervraagd werdende, alles sins hare ontweetenheid en-
de schande oopenbaaren moeten.
Gelijk meede onder de selve hoovaardige Pronkerts geplaatst
moeten werden, alle Borgers die Rijker als sy waarelik zijn, gehou-
den willen werden, ende booven haar vermoogen eenen Staat
voeren, Koopmanschappen drijven, Gelden op Interessen nee-
men, ende des niet te min tot haar vermaak, altijds behoufti-
ge, ende kostelijke Hof-Steeden koopen: Sulks een ider, het
geleende weder eissende, sy seekerlik tot arremoede ende schan-
de vervallen moeten.
De eigendlike sin deeser FABULE is dien volgende, dat wy
de geveinstheid van eenen hooge ren stande, den Beveinsden spot ende
veele ongemakken veroorsaakt, immers altijds door verstandige
Menschen ondekt werd. Ten tweeden, dat de Schijn-heiligheid, niet
dan van de aldervuilste ende ondeugenste Menschen ge-ende mis-
bruikt, als ook alleen van de allerwijste Menschen altijdds ondekt
werd. Ten derden, dat alle, die sig niet op haaren eigen gronde
maar steunende op het gunt sy van anderen geleend hebben, ver-
heffen, seekerlik een seer drouvig einde plagten te hebben.
Magistratus virum arguit.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem043 MOTTO_NLAls Aapen hooger klimmen willen,
Dan siet men eerst haar kaale billen.
45. De Eezel ende de Hoovenier
DE Eezel sig verhuurd hebbende, voor seekeren tijde
eenen Gardeniere te dienen, ende derhalven hem
moetende behulpsaam zijn, bevond, dat hy des ugtens
vroug naar den Gaarden gaan, ende des avonds laat met
Moes-kruiden geladen, daageliks weedekeerende, swaa-
ren arbeid voor eenen andere doen moest, ende onder-
wijlen naaweliks tijd had, sijnen buik, met kruiden, al-
niere bedongen had, ende genoot, dan de soobere kost, en-
de dat die Hovenier hem middeler wijle getrouwelik voor
den Wolven soude beschermen; derhalven wierd de Ee-
zel daar oover misnougd, ende bad Iupiter, dat hy aan
eenen eigen Heere verkost mogte werden, hoopende dat
soo een Heer dan gedenken soude, dat de Eezel hem ei-
gen was, ende dat hy by gevolge beter als een Huurling,
voor hem sorge dragen soude, om hem niet te oooverladen,
ende tijdelik sijn voedsel te verschaffen: Maar sulks hem
door Iuptier toegestaan wesende, ende hy verkost werden-
de aan eenen Tiggel-bakkere, so deed die hem als een ver-
vloukte, die sig vrywillig ten Slaave had laaten verkopen,
aldaar Leem ofte Tegelen dragen, op eenen dorren gron-
de, daar gras nogte loover groeide, om dat onderwijlen te
konnen eeten; ende bevond hy, dat des niet te min die
Tiggel-bakker sijne eigene neeringe, ende de profijten
van dien soo seer verwaarloosde, dat hy naaweliks
sijnen buiken met distelen, welken ende geen gras uit
dien dorren gronde groeiden, ende met strooi vullen kon-
de; Sulks hy weeder den selven God om eenen anderen
Heer bad, ende sijn gebed verhoord zijnde, verkost wierd
aan eenen Leertrouwere, alwaar hy daageliks sag, dat sijn
Heer aansienelijker Beesten als de Eezel was, deed doo-
den ende villen, alleen om haar quijt te weesen, ofte om
der selven huid te bekomen. SUlks hy met sugten deese
woorden uitede: ag my ongelukkige, die my naar mij-
nes eersten Meesters geleegendheid niet hebbe willen vou-
gen! Ag my ellendige! die ooit een eigen Heer begeerd
hebbe! Ag my dubbeld oover ellendige, die eindelik een
Heer hebbe gekreegen, die om sijn eigen profijt, dageliks
my in sijnen dienste afgearbeid sal hebben, my dooden
ende mijnen Huid touwen sal.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier verstaan met den EESELE,
eene onkondige arbeidsaame Gemeente eener on-
volmaakte Republike.
Met den eerste Heer ofte Meester, een gehuurd ofte
beloond Hoofd der Republike, dat nog de naam van
Heer oover de Ingeseetenen van dien te zijn, niet draagt;
ende efter oover deselve soo veel vermag, dat sy hem door
haaren arbeid ooverdaadig voeden moeten.
De tweede Heer is een, die sig waarelik Heer oover
die Republike gemaakt heeft; ende derhalven in aller
reedelikheid ende naar voorgaande Wetten ende oude
Gewoonten gebiedende, gehoorsaamd werd; terwijlen
hy sig gants niet bekommerd met te sorgen, waar van
die arbeidsaame Gemeente leeven sal, maar eeven-
wel haar gebiedender wijse, tot alle het gunt hem lust,
niet slaaf-agtig kan doen dienen.
Met de derde Heer hebben de Ouden verstaan een
Gebooren Heer, die in alle Wellusten opgevoed is,
ende nietwes bedenkt, dan hoe hy de aansienelikste In-
geseetenen dooden, ofte verdrijven, ende van haare Goed-
de gemeene Ingeseetenen doen arbeiden ende kaal pluk-
ken sal; Sulks sy, om haar arm leven te behouden, al-
les moeten doen ende lijden, wat dien Tyranne lust te
ge-orfte ver-bieden.
Waar op de volgende Reeden kan werden gepast.
ALle Menschen weegen hunne teegenwoordige ongemakken
soo swaar, dat sy wenschen ende met seer grooten ernst alles
sins tragten daar in verligt ofte in 't geheel daar van verlost te
werden: Dog met een groot onderscheid tusschen wijsen ende Dwa-
sen Menschen. Want Wijsen, weeten dat men van quaad wel tot
arger vervallen kan, ende souken, niet soo seer veranderinge van
Regenten onde gemakken, als beeteringe omtrend de ordre der
Regeeringe, ofte de geheele wegneeminge van het ongemak in der
eewigheid. Ende indien sy, naar ijp ooverleg, geene beeterin-
ge konnen beoogen, oordeelen sy raadsaamer te zijn, een quaad
daar men aan gewoon is, geduldig te draagen, als een nieuw ee-
ven groot, ofte grooter, op sijnen halse te haalen. De Dwaasen
daar en teegen in ongemakken zijnde, pleegen geenen raad met
Wijsen, maar op de allerminste schijn van door veranderinge eeni-
ge beeteringe te sullen erlangen, soo verkiesen sy dol-driftig de
eerste voor der hand koomende veranderinge, het zy van Men-
schen, Regenten ofte Saaken: al is het dat uit die schoon-schijnende
veranderinge haar seekerlik veel grooter quaad, als sy geleeden
hebben, ooverkoomen sal. Waarvan ons deese FABUL de
klaare waarheid vertoond. Naamentlik, wanneer de arbeidsaame
ende Staat-s onkonidge Ingeseetenen eener qualik bestelde Vrye Re-
publik aldaar een Huurling ofte gehuurd Hoofd hebben, ende be-
vinden, dat hy in plaatse van de gemeene Ingeseeten, volgens sij-
ne pligt ende diere Eeden, ter uitvoeringe van hare Saken, Hand-
vesten, Gewoonten, ende Wetten ofte Resolutien, behulpsaam
te zijn, ende indien het doenelik is, haar van hare laten te ver-
geeringe, als andere gemeene, belet ende beswaard, soo denken
die onkondige Ingeseetenen niet, wy konnen hem niet loosen son-
der een grooter quaad te veroorsaken, ende moeten geduld heb-
ben, tot dat de huur ge-eigend zy; met hoope, dat als dan de
wijsere Regenten ofte Ingeseetenen eenige beetere ordre, ten wel-
vaaren des gemeenen Lands uitgevonden sullen hebben: maar
aanstonds komt in haare gedagten, dart een Eigenaar beeter voor
sijn eigen goed, als een Huurling voor t gehuurde sorgd. Dat de
Ouders haare eige Kinderen beeter ende meer besorgen als wel haar
aanbesteede How-Kinderen. Derhalven sy als dan dol-driftig roepen
ende bidden, dat die Huurling of wel een ander, haar eigen Heer wer-
de. Het welk, indien sy verkrijgen, soo bevinden sy ook seer
haast dat een Eigenaar meend sijn eigen goed naar sijnen lust te
moogen gebruiken, breeken ende maaken. Ende bevinden sy
alsdan eerst, het groot onderscheid hier is, tussen eenen Vaa-
der ende eene Heere te hebben. Dat een Vaader arbeid ende sorgd
om sijne Kinderen te voeden, ende voor de selve Schatten te verga-
deren, maar dat een Heer door sijner Slaven arbeid ende sorge oo-
verdaadig plagt te leeven, ende naa sijne dood sijne Schatten niet
aan sijne Slaven, waar van sy gekoomen zijn, maar aan sijne eige-
ne Erven doed koomen. In het korten gesegt, sy bevinden,
dat die tweede Heer als nu meenende, immers voorgeevende, een
meerder Regt ten laste der Ingeseetenen bekomen te hebben, alles
sins sijne eigene lusten tragt te versaaden, ende dat hy ten dien
einde aller Ingeseetenen Vry-ende Geregtigheeden vermag te ver-
nietigen, ende ook derselven Goederen niet alleen alles sins naar
sijn gelieven te ge-ende te mis-bruiken, ofte besteeden, maar
dat hy ook vermag, haar tot sijne Slaven te gebriiken. Waarom
die onnoosele Ingeseetenen van die ongemakken der Regeeringe
weeder verlost willende zijn, ende door haare Staats onkonde niet
weetende, dat die gebreeken natuurelik aan die Koninglijke ende
Vorstelijke Magt verknogt zijn, meenen dat die ontstaan uit de quaad-
aardigheid van die Heer; waarom sy al weder bidden ende roepen
om eenen anderen Heer, als sig latende voorstaan, dat die beeter als
de voorgaande, wesen sal; maar dien derden Heer gekregen hebben-
de, bevinden sy, dat die, Heer, sig spiegelende aan de voorgaande
onder het een ofte het ander deksel alle Ingeseetenen, die in amten,
kennisse, deugden ofte rijkdommen uitsteeken, ende die vermoed wer-
den naar de voorgaande Vrye Regeeringe te haaken, te doen dooden,
ofte uit der Regeeringe eerst, ende daar naa haar uit den Lande te
verdrijven, ende die alsdan ook eindelik van haare goederen te
berooven; om door dat middel alle geheugenisse der Vrye Regee-
ringe, by haare Onderdaanen uit te blussen, ende daar naa de on-
noosele arbeidsaame Ingeseetenen, naar sijn gelieven, door Schat=
tingen ende Belastingen soo magteloos te makken, dat sy in der
eeuwigheid niet alleen haare dierbaare Vryheid quijt sullen weesen,
maar daar en booven dat sy dien Heere ook slaafagtig dienen sullen
moeten. Ende is onnodig, deese FABULE met drouvige Exempelen
te bevestigen, alsoo wy, de smerte van dien gevoeld hebbende,
ook groote reeden hebben, om God almagtig yverig te bidden,
dat hy ons, dat is allen Regenten, geeve die kloukmoedigheid,
welke vereist werd, om sig te willen ende te konnen wagten,
van als botte Eezels te vallen onder het geweld eenes Leertrouwers.
Substine & abstine.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem044 MOTTO_NLDie blijft, die beklijft.
ID embstma_add132_emblem045 MOTTO_LA_NORM Substine & abstine _IC ; $ TEXT_EXPL_XML46. De Haan ende de Vos.
Hoewel eene Klok-Hen hare Kiekens sorgvuldiglik ge-
waarschowd had, dat sy sig moesten wagten van der
bedriegeryen ende gewelde der Vossen, soo gebeurde des
niet te min daar naa, dat een der selven Kiekenen groot
geworden, ende een Haan zijnde, ten deele door klein-
ne inbeeldinge van sijne groote kraften, omtrend den
Vosse derfde koomen; ende van den selven gegreepen
weesende, aanstonds verscheurd ende gegeeten soude zijn
geworden, ten waare en schrikkelik ende schielik on-
weeder den Vos ontsteld, ende den Haan uit dien bloed-
dorstigen monde des selven verlost hadde. Waarom hy
met bedaarde sinnen ooverdenkende, hoe seer naaby hy
sijn kostelik dierbaar leeven verlooren had, ende dat hy't
niet meer dan eenemaal konde verliesen soo deede sulks
in sijne herssenen soo eenen grooten indruk, dat hy daar
naa selven verschrikt was, als hy by gevalle een Vosse-vel
op straate sag leggen, ende in aller yle daar van weg
vloog, sulks andere jongere Haanen hem daar oover be-
spotteden, ende hy antwoorde: Broeders, had gy, ge-
lijk als ik, onder de kluiven van eenen Vosse geweest, gy
soud niet alleen sijn Vel, maar ook sijne voetstappen, jaa
self de schaaduwe van dien vreesen.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier met een KLOK-HEN ver-
staan, vaader ende Moeder, ofte oude Lui-
den.
Met KIEKENS ende jongere HAANEn, Kinderen
ende jonge Luiden.
Met VOSSEN, BEdriegers ende Geweldenaars.
ken, door eene klaarheid van welbescheidene Reedenkaa-
velingen, ende daar op volgende goede Besluiten, omtrend
het gunt voor Waar ofte Vals, Heilsaam ofte schaadelik te houden
zy, soo seer innerlik oovertuigd ende gerust behoorden te zijn,
dat daar van geene de minste twijfeling by haar ooverbleeve:
Soo bevinden wy des niet te min, dat wy naaweliks van die
klaare wel onderscheidene Reeden afgesien hebben, of dat wy ons
laaten voorstaan, daar omtrend niet geheel oovertuigd, ende
gerust gesteld te zijn, dan naa dat onse eigene Ondervinding de
deugdsaamheid onser ofte anderer Menschen Reedenkaavelingen
bevestigd heeft.
De Menschelijke swakheid, om ons op onse eigene goede
Reedenkaavelinge te derven betrouwen, dan dus groot zijnde,
ende daar by koomende, dat wy van eenes anderen Men-
schen kloukheid in het oordeelen, ende ongeveinsde Liefde
t'onswaarts, niet so verseekerd konnen wesen, als wel onse eigene
gedagten ende Liefde ons seekerlik bewust zijn: Soo is 't geen
wonder, indien wy anderer Menschen Reedenkaavelingen ende
raad min als onse eigene betrouwen, ende die niet altijds naar die
innerlijke waardie van dien agten, ende den selven involgen,
ten zy de Ondervinding ons de Waarheid ende Nuttigheid van
dien ook geleerd ende bevestigs heeft.
Ende is dit de Reeden, dat jonge Luiden ten deele door haa-
re groote driften ende kraften, als ook door haar gebrek van
ondervindinge misleid werdende, de Onderwijsingen ende den
raad der Ouden veragten, sig in groote gevaaren steeken, ende
veelen van dien daar in sneevelen.* Ende is dit ook de ree-
den, waarom dat die geenen, welken het geluk hebben ge-
had, van uit groote gevaaren niet door haare eigene kraften,
maar door wonderlijke onverwagte voorvallen gereddet te
werden, ende onderwijlen ouder geworden te zijn; daar door
soo om-ende voor-sigtig weren, dat sy schijnen door eene
ken selfs, maar ook voor de minste schijn van dien te wagten,
ende van haare eigene schaaduwe vervaard te zijn: Sulks sy ge-
meenelik bespot plagten te werden van de jonge Luiden, welke in
soodaanige gevaaren nooit zijn geweest, ende die niet beden-
ken, dat het gunt ons noodig is, ende wy niet meer dan een-
maal verwaareloosende verliesen konnen, soo sorgvuldiglik moet
werden bewaard, dat alle het gunt de minste schijn soude kon-
nen hebben, om ons daar van te berooven, vermijd moet wer-
den ende dat men in soo eenen gevalle ook op de allerminste
schijn, alle het gunt waar in ons verderf soude konnen leggen,
altijds moet vermijden, volgens deesen Regul der Politiken,
dat men het gunt schaaden kan ende niet baaten, altijds moet laaten: om
in teegendeel altijds te doen, het gunt niet schaaden, maar wel baaten
kan.
Dit is de Wijsheid der Ouden, die al weederom te vergeefs
de Jongen onderrigten, ende welke nieuwe Aankoomelingen op den
Tooneele deeses Weerelds, men ook door onkonde ende ge-
brek van ondervindinge, geduuriglik den gevaareliken weg siet
inslaan. Ende siet men dese agteloosheid niet alleen in bysondere
Menschen, die hare eigene Saken wagen, maar eene nog veel grotere
in die geene, welke als Regenten de gemeene Saken van Landen ofte Stee-
den hebben te besorgen, want of sy schoon door hare agteloosheid
de Republike in het uiterste gevaar, van de gemeene Vryheid te ver-
liesen, gebragt hebben, ende dat sy die niet door haare wijs-
heid, maar alleen door Goodes onnaspeurelijke Genaade daar naa
magtig zijn te herstellen, soo siet men nogtans seer dikwils ge-
beuren, dat de minste schijn van Eigenbaat die eigenste Regenten al
weederom beweegen kan, om dien weg des gemeenen
verderfs in te slaan, met in plaatse van den geenen, daar de goe-
de God haar van verlost had, eenen anderen Dwingeland allangs
weederom oover sig ende de gemeene Ingeseetenen te stellen.
Waar van wy voor by gaande de oude veevuldige Griekse Re-
publiken, als ook die van Romen, alleen die van Florencen voor-
stellen sullen, alsoo die Regenten naa veelvuldige overwagte
der anderen eindelik Pieter de Medicus verdreeven hebbende,
ende hy in den Jaare 1496. die Stad met duisend, soo Ruiters
als Knegten meenende te oover-rompelen, soodaanig in sijnen
togte door eene ongemeene duistere nagt-reegen belet wierd,
dat hy te laat voor der Poorte koomende, daar buiten blij-
ven moest, ende de Regenten der Republike dus alleen door
de Goddelijke Voorsienigheid, voor dien Tyranne behoed zijnde, daar
naa door haare onderlinge twisten, soo weinige sorge drou-
gen oover het stellen der noodige ordren, om des selfs Naa-
saaten uit alle bewind der Republijke te keeren, dat sy alle
in den Jaare 1531. Voor Alexander de Medicis, als haaren Hertooge,
die wel eer Vrye Florentijnse halsen moesten buigen. Ende
gaave God, dat wy in onsen Vaaderlande, geene diergelijke on-
derneemingen onser Hoofden der Republike, ende naa de on-
verhoopte Goddelijke verlossinge van dien, geene dierge-
lijke agteloosheid der Regenten, ter behoudinge der gemee-
ne Vryheid, bespeurd, ofte misschien nog te verwagten had-
den.
Wat sullen wy dan seggen, dat de waare sin deeser FA-
BULE zy? Naamentlik, dat een Haan ofte Mensch, die een-
maal uit den gewelde sijner Vyanden, ende van der Dood,
by geluk verlost is, sig niet al te sorgvuldig voor den selven
Vyande wagten kan. Ende dat alle Regenten, die eenmaal uit
het perijkel van de gemeene Vryheid te verliesen, het welk ee-
ne Borgerlijke dood is, allen door de Goddelijke goedheid ge-
reddet zijn, ende die des niet te min geene sorge draagen,
om tot diergelijke quaalen niet weeder te vervallen, veel meer
als deese Haan te beschuldigen zijn, ende gewisselik sy, ofte
ten minsten haare kinderen, als veragte ende verdoemde Slaa-
ven, haar leeven in hertseer ende schande sullen moeten ein-
digen: wanneer sy met eenen, als het te laat sal weesen, be-
merken sullen; dat alle de oneindige Schatten, die sy soo suu-
relik arbeidende voor sig selven ende voor haare kinderen mee-
ende mitsdien alleen strekken sullen, om de boejen ende roeden,
waar meede sy gedwongen ende geplaagd sullen werden, en-
de de Beulen, die haar pijnigen sullen, te betaalen.
Quod saepe fieri non potest, fiat diu mors eligatur longa.
Senec. Oedip.
Die maar een oog heeft, bewaard het best.
ID embstma_add132_emblem046 MOTTO_LA_NORM Quod saepe fieri non potest, fiat diu mors eligatur longa _IC ; $ TEXT_EXPL_XML47. De Eezel, die een Heilig Beeld draagd,
werd ge-eerd.
SEekere Eezel wierd door eenige Opperste Priesteren
gebruikt, om een Heilig Beeld op sijnen rugge al-om
te draagen, ende om dien Eezel wat aansienlijker, als hy
uit sig selfs was, te maken, plagten sy hem ten dien ein-
Laakenen cierlik op te toojen. Als hy nu gewaar wierd,
dat, alwaar hy met den Beelde aanquam, de Menschen
uit eerbiedige devotie voor hem needer boogen, willen-
de het Beeld, als ook dien cierlijken blinkkenden Eezel,
in dier wijse op het hoogsten vereeren, soo meinde hy,
dat deese eere alleen aan, ende om hem selfs gedaan
wierd, ende door deese ongewoone plegtigheeden hoo-
vaardig geworden zijnde, soo liet hy sig-voorstaan, dat
alle die groote beleefdheeden, hem, om sijne groote
bequaamheeden, fraaje gestalte, ende schoonheid van
ooren, wierden aangedaan; oordeelende, dat hy by ge-
vole ook waarelik die eerer waardig was: Onderwijle
gebeurde, dat die Priesters vermerkten, dat de Eezel
altijds sijnen ouden tred wilde gaan, sonder naar hun ge-
lieven, vaardig ter regter ofte ter linker, haastiger ofte
traager, sijnen reis te willen ofte te konnen afleggen:
derhalven sy van sinnen veranderdende, dien Eezel in ha-
ren heiligen Ommegange niet meer gebruiken willen-
de, hem ten dienste eenes Eezeldrijvers oover gaaven,
alwaar hy sijne oude inbeeldinge behoudende, van sij-
ner groote waardigheid, geen pakken meer wilde draa-
gen, hoe seer sijn Drijver hem daar toe aanporde tot,
dat hy hem met rijkelijke stokslaagen dwong, ende daar
neevens toesnaauwde; Dat sijne oovergroote bottig-
,,heid hem hadde belet te begrijpen, dat de voorgaande
,,eerbieding alleen eigen was aan den Beelde, welk de
,,Priesters hem te draagen hadden gegeeven, ende dat
,,de eerbiedigheid, niet dan een gevolg van dien, ende
,,hy, sonder dat, een gemeen plompe Eezel was ende
moetende vougen, aldaar van denselven, ende van alle
andere Dieren, booven welken hy sig hadde meenen te
verheffen, seer bespot wierd, ende desweegen van hert-
seere quam te sterven.
Uitlegging der Woorden.
MET Opperste PRIESTERS, verstaan wy hier
alle Menschen, die oover Goddelijke of Men-
shelijke Saaken, de Opperste Magt heb-
ben.
Met een Heilig BEELD te draagen, in hooge bedie-
ninge van Staat ofte Kerk te weesen.
Met een EEZEL, een Mensch van weinig kennisse, en-
de seer gering vernust ofte oordeel.
Op welken gronde wy de volgende Reedenkaavelinge
bouwen.
ALle Menschen beminnen ende besorgen haar eigen seer, 't ge-
meen weinig, ende eenes anderen Mensche Welvaaren ende
Eere gants niet, dan voor soo veel sy meenen, dat het tot haar
eigen Welvaaren strekt. Ende siet men het selven allermeest in
Menschen, die soo hoog gesteegen, ofte gebooren zijn, dat sy
oover haar versuim ofte misdaaden in deesen begaan, ofte die sy
vervolgens nog souden konnen ende willen begaan, door geene
andere Menschen, volgens Wetten, ten Regte gesteld ende ge-
straft konnen werden.
als Goodes Stadhouders ofte Gooden op der aarden zijnde, ende nie-
mand booven haar hebbende, Goodes Eere soo weinig agten, dat
sy, om sig selven te ontlasten van een pak dar haar betaamde, sy
gemeenelik sig niet schamen, eenen lompen Eezele, Goodes beeld
te doen draagen, waanende genoug te zijn, om haaren Godsdienst
in agtinge te houden by den gemeenen Man, die niet als op het
uitterlijke gebaar plagt te sien, dien langsaam ende voorsigtig
treedenden Eezel met silve ende god te bekleeden. Ende wy
in gevolge van dien, ook daageliks sien gebeuren, dat niet alleen
in Koningrijken, maar ook in quaalik gestelde Republiken, de Hoog-
ste Bedieningen van Staat ende Kerken, veeltijds werden toever-
trouwd, aan daar toe seer onbequaame Menschen. Ende dat die
des niet te min, ten deele door het vermoogen van dat Amt, ten
deele door den glants van hare huishoudinge ende grooten Staat,
eerbiedigheid bejeegend werdende, sy door hare al te groote ei-
gen-selfs liefde, die gemeenelik uit grooter onkunde ende klei-
de laatdunkendheid vervallen, dat sy sig laten voorstaan, die Am-
ten ende aller Ingeseetenen Eerbiedigheid, ten vollen waardig te
zijn. Ende derhalven sig ook innerlik verre booven haars gelijken
verheffen, niet alleen soo lange sy in die hooge bedieningen zijn,
ende des weegen van eenen idere der Ingeseetenen ge-eerd ofte
ke van kennisse ende oordeele, hoe men sig moet draagen, om
in die Bedieningen te konnen blijven, van die seer aansienelijke
ende profitabile Amten ontbloot zijn geworden: als wijtende
haare verneederinge nooit aan haare onbequaamheeden, maar al-
tijds aan eenige haare ongelukken ofte boosheeden van andere
Menschen, die ten onregte haar by den Souverain swart gemaakt
ende gelastert hebben, om haar uit die Amptern geslooten
hebbende, selfs in die haare Bedieningen te konnen tree-
den.
Sulks deese onbequaame ende kleine Verstanden, haaren ou-
den voorgaanden trand in alle haar doen behouden willende, en-
dig oover hare verheffinge zijn geweest, of ook van wijsere men-
schen, die haar uit enkel ontsag ge-eerd hebben, beschouwd
werdende; sig nog verre beneeden haare opregte waardye ge-
schat moeten sien, ende hooren by alle voorvallen, dat sy uit hert-
seere in teeringe vervallen, ende daar van koomen te sterven.
Daar in teegendeele de geene, welke in hooge Bedieningen
weesende, bescheidelik van der waardie hunner Hooge Be-
dieninge, ende ook oover hun eigen selven van die Amten ont-
bloot zijnde, geoordeeld hebben, altijds de selven blijven. Ge-
lijk men ten deesen einde van den wijsen Thomas Morus verhaald,
dat hy ten tijden van Hendrik de Agtste Canzelier van Engeland
zijnde, sig in alles met Koetsen, Paarden ende Dienaaren, naar
die Bedieninge droeg, sulks hy ter Kerke in bysonder Ge-
stoelte, ende sijn Wijf in een ander sittende, gewoon was door
eenen sijner Dienaaren haar aan te seggen, dat de Heer Canzelier
gegaan was, op dat Me-Vrouw alsdan ook opstaande, sy gelijkelik
aan der Koetsen koomende, alsoo gesaamentlik huiswaarts rijden
mogten. Gelijk ook daar by verhaald werd, dat hy, wanneer
die Kooning hem net groot Seegel ontnoomen, ende hem van dat
Amt afgeset had, hy aanstonds ook sijne geheele Huishoudinge
daar naar aanstelde, met sijne oovertollige Koetsen, Paarden en-
de Dienaaren af te schaffen; ende dat hy den eersten volgenden
Sondaage niet meer dan met eenen Koetsiere ende eenen Dienaare
ter Kerke gereeden zijnde, ten einde des Gods-dienst, selfs
ontstond, ende sijnen Wijve al schertsende ging seggen; Mada-
me, Mylord is gone, dat is, Me-Vrouw, mijn heer is gegaan;
ende leide hy haar met der hand naar de Koetse, eeven gelijk
gemeene Borgers haare Wijven deeden. Sig selven niet alleen,
maar sijn Wijf ook leerende, dat het eene seer groote wijsheid
was, sig met eenen goeden genougen, ende blijder Geest te ken-
nen, ende te draagen naar den staat, daar men sig in bevind.
hoog gesteegene, ende weegens haar Bedieninge ge-eerde
Menschen indagtig te maaken, dat sy om altijds de selven te
konnen blijven, wel dienen sig selven te ondersouken, ende niet
hooger te schatten dan sy eigendlik, ende sonder eenige Bedie-
ninge, waardig zijn.
Nosce te ipsum.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem046 MOTTO_NLMen kend een Mans Neederigheid als hy Groot is.
Men kend een Mans Rijkdom als hy dood is.
48. De Arend ende de Vos
EEn Arend sijn nest op eener Boome hebbende, maak-
te vriendschap met den Vosse, die derhalven ook sijn
nest sogt ende sijne Jongen wierp onder aan den Boome,
maar als de hongersnood den Arend perste, om sijne Jon-
gen te versorgen, vergat ofte veragte hy alle regulen van
was, om voedsel voor sijne eigene Jongen te souken,
soo viel hy o die Jongen, ende gaf de selven aan sijne
Kiekens ten eeten; denkende, indien de Vos gewaar
wierd, dat hy sijne Jongen gedood had, dat hy hem
efter niet veel leed konde doen; gelijk waarelik de Vos
weedergekeerd zijnde, ende verneemde wat de Arend
gedaan had, sig als toen niet konde wreeken, dan met
hem te schelden ende te vlouken.
Sulks deese Arend, door deese straffeloosheid, nog
stouter werdende, meende eene andere schoone gelee-
gendheid gevonden te hebben, om sig ende sijne jon-
gen weederom te konnen voeden met de stukken van
een Geit, die den Gooden geofferd wierd; hy nam der-
halven het vetste stuk van den Altaare, ende bragt het
in sijnen neste, sonder te vermerken, dat onder aan het
Vlees eene koole viers hing, tot dat die sijn nest ver-
brande; ende de S. Arends onvlugge Jongen daar uit
vliegende, ende vallende, den Vosse, die den selven aan-
greep, tot buit wierden.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben met eenen AREND verstaan, een
magtig Mensch, ofte een Koning ende Vorst.
Met eenen VOSSE, een behendig doortrapt Mensch, of-
te een Hooveling.
DEwijl selfs de aller-gelukkigste Menschen seer onkondig in
veel Saaken, die haar aangaan, bevonden werden, ende
booven naar den lighaame seer veele gebreeken ende behouften
onderhaavig zijn, ende dat sy sig selfs daar uit, alleen zijnde, niet
konnen redden; Soo volgd, dat sy niet konnen nogte behoorden
te leven als Engelen, ofte als wilde Beesten, voor soo veel die afge-
scheiden zijn van andere Menschen, maar dat sy met eenige der
selven ommegaan ende vriendschapen maaken moeten, ende
behoorden, om soo veele doenelik, de ongemakken ende de
vermaaken onses leevens te verminderen ende te vermeerderen,
Ende oovermits ons voorkoomen, Menschen die ons meerder, min-
der, ofte ons gelijk zijn, ende dat ons daar aan seer veel geleegen
is, of wy met den eenen ofte met den anderen Ommegaan ofte
vriendschappen maaken: Soo staat ons nu te ooverleggen, met
wien van dien oorbaarlik zy, eenige Vriendschap aan te gaan ofte niet;
dat is, onderlinge vreugd, droufheid, troost, raad ende hulpe,
gemeen te maaken, ende in het gemeen te genieten. Waar om-
trend men aanstonds siet, dat ten weedersijden de onderlinge kraft
ofte magt ende wille, om het opgemelden te konnen ende te willen
doen ofte genieten, noodig is. Ende dat, wanneer een van
tween mogte ontbreeken, het nooit aan de wille ontbreeken
mag, om dat de kraft ofte magt sonder wille, altijds ydel ende
vrugteloos is.
Daar en booven soo siet men ook, dat men in het aangaan der
Vriendschappen, boven allen op de goede wille bouwen moet, om
dat sonder die goede wille, wel eene geveinsde, maar geene waar-n
haste Vriendschap, gemaakt kan werden. Ende oovermits een
meerder sig inbeeld, niet ligtelik te sullen vervallen tot die onge-
leegendheeden, waar in hy eenen minderen siet, so werd hy daar door
minder bewogen, om sijne magt ende kraften ten voordeele van sij-
nen minderen Vriende, werkstellig te maken: behalven dat hy door
de Hoogheid, daar hy sig in vind, de ongemakken der minderen
so wel niet begrijpen kan, om haar so bequamelik te troosten, als
of hy in den selfden stande ware. Ende in teegendeel is bekend,
dat des selven Raaden ofte Bidden, door den Minderen voor een ge-
bod moet werden opgenoomen, als ook dat de Meerder, weetende
van den minderen niet soo wel getroost, geraaden, ende gehol-
werd, om het selven van sijner sijde te presteeren, ende kan die
traagheid ofte naalaatigheid, ja ook ontrow, ontstaan, uit die gedag-
ten, dat by 't schenden der Regten van vriendschap, een Minder
sig niet wreeken, ende hem soo veel als sijn Meerder, ofte sijns
gelijk; niet beschaadigen soude konnen: sulks hy veel eer gesind
kan werden, sijnen minderen Vriende ontrow te zijn, ofte te be-
schaadigen.
Maar in Ommegangen ofte Vriendschappen onder gelijke Men-
schen, bespeurd men gelijke ofte by naast de selve kennisse, passien, en
magt ende komt dan aanstonds in gedagten de gemeene mensche-
likheid naamentlik, dat het gunt soo eenen Vriende gebeurd is,
ons seer ligtelik ook gebeuren soude. Ende geeft die gelijkheid
derhalven ten weedersijden eene groote bequaamheid, ende ook
geneegendheid, om onderling geheim van verdriet ofte vreugd,
gemeen te maken, raad te pleegen, daar in te helpen, ende ook
geholpen te werden. In soodaaniger vougen, dat men sijn geheim
ende droufheid sijnen Vriende bekend gemaakt hebbende, schijnd
van de helft van dien ontlast te zijn, ende daar en teegen hem
onse vreugd hebbende meede gedeeld, soo schijnen wy onse blijd-
schap te verdubbelen. Ende werd om alle voor-verhaalde ree-
denen de Vriendschap, van alle oude tijd, het Sout onses leevens, en-
de eene heilige Saak genaamd, met die opmerkinge, dat deselve
neevens den Godsdienst, in waarde behoorde te werden gehou-
den. Ende dat Menschen, die in Vriendschappen ontrow zijn, sig
gemeenelik niet ontsien, Goode ontrow te zijn, ende dat sy door
het schenden van beide die heilige Saaken, by Goode ende den
Menschen plagten so gehaat te werden, dat, wanneer sy daar minst
om denken, andere geringe Menschen, die sy voormaals trow-
looselik beschaadigd hebben, geleegendheid krijgen, ende geene
versuimen, om haar ten uitersten te beleedigen ofte te vernietigen.
Het is derhalven den Minderen seer ongeraaden, met sijnen
Meerderen Vriendschappen te willen maaken. Ende moet men
insonderheid indagtig zijn, dat Koningen ende Vorsten, meenende
niet aan haaren Minderen verbonden te konnen zijn, ende boo-
ven allen niet aan eenige van haare Onderdaanen, sy derhalven
schappen te bewijsen ofte niet, jaa om die ook te mogen dooden.
Sulks hoe naauwe ende vertrouwde ommegang deselve met
eenen Koninge ofte Vorste moogen hebben, sy altijds denken moe-
ten, dat Koningen ofte Vorsten, nooit iemans Vrienden ofte Maagen
yijn, a maar wel, dog selden, Vrienden hebben; ende dat sy
waarelik in noode zijnde, haare gewaande Vrienden niet alleen
te verlaaten, maar ook te beschaadigen ende te vernietigen plag-
ten: Sulks selfs de aller-doortrapste ofte wijste Hoovelingen, ee-
ne schijn-vriendschap met Koningen ofte Vorsten gemaakt heb-
bende, die ongemakken niet konnen ontgaan. Gelijk wy lee-
sen konnen, dat die vermaarde Hooveling Philippe de Comines,
soo gemeensaam met den Hertooge Karel van Bourgondien was,
dat hy eenmaal met dien Hertooge van der Jagt ten Huise wee-
der gekeerd zijnde, ende met den selven alleen in sijner Kaa-
mere weesende, hy sijne Laarsen niet konde uit trekken, ende
daar toe de hulp des Hertoogen versogt, die eene der selven uit
getrokken hebbende, hem daar meede om der ooren sloeg, seg-
gende, Leer dus, van uwen Heere, nooit uwen Dienaar te maaken. En-
de alsoo dit niet alleen rustbaar, maar ook Comnieus van den Ho-
velingen daar oover met der naame van Leer-laars geduurig bespot
wierd; was dit eene der oorsaaken, waarom hy naamaals sijn Va-
derland ende sijnen Heer verried, jaa genougsaam eene oorsaak sij-
ner Dood was.
Maar daar en teegen soo sien wy ook veeltijds gebeuren, dat
de Magtigsten trowlooselik haaren Minderen Vriend beleedigd heb-
bende, ende de mindere haare wraak Goode opgeevende, sy sig
veeltijds, door Goodes onvermijdelik bestier, van die ontrouwe ge-
wrooken sien, wanneer die Koningen ofte Vorsten, daar minst op
denken.
De regte sin deeser FABULE is derhalven, ons te leeren,
dat selfs de aller-doortrapste Mensch, dat is een Vos, geene
vriendschap met eenen Arende behoorde te maken, om dat een
Arend in sijnen noode, den Vosse sijnen Vriende, als sijnen mindere,
FABUL, dat God, als een KOning der Koningen, de heilige Vriend-
schap soo hoog te agten, ende den Arend, dat is ook den aller-
hoogste Mensche, soo seer oover die ontrouwe te straffen en-
de te verblinden plagt, dat hy nog grootere schemlstukken mee-
nende te doen, daar in sijn verderf ende ondergang vinden sal,
ten trooste ende ten genougen der geenen, die door den Arend-
de, dat is dien uitsteekenden Mensche, verongelijkt zijn geweest.
Habet et musca splenem.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem047 MOTTO_NLBeeter een Hond ten Vriende als ten Vyande.
ID embstma_add132_emblem048 MOTTO_LA_NORM Habet et musca splenem _IC ; $ TEXT_EXPL_XML49. De Republik der APen, ende een Schipper.
EEn welbedreeve Schipper uit Europa, vaarende om
nieuwe Lanen te ontdekken, wierd op de breedte van
140 ende de hoogte van 25 graden, by Suiden der linie van
soo eenen swaaren ende lang-duurigen storme beloopen,
dat hy op eene gants onbekende Kust verviel, ende al-
daar Schip-breuk leed; alle sijn Volk verloor, ende al-
welk hy aanstonds doorwandelde, om te sien, of het van
Menschen bewoond was, ende of hy van den selven iet-
wes ten eeten soude konnen krijgen. Ende bevond hy
eindelik, dat aldaar geene Menschen, maar wel Aapen
woonden, die de Duitse Taale spraaken, ende wijders
uitneemend seer wel menschen geleeken te zijn. Ook
bevond hy, dat sy als toen door eene groote onagtsaam-
heid, behalven eene kleine koole alle haar vier hadden
laaten uitgaan, ende dat sy derhalven in groote verlee-
gendheid zijnde, om meer Viers tot haar gebruik te be-
koomen, eenige blinkende Wormen geraapt, ende op
die kole met veel rot hout geleget hadden, ende dat sy al-
meendende daar door den brand in dat hout te brengen
Het welk die Schipper siende, haar dus aansprak, ende
seide; ,,Lieve Vrienden, gy vermoeid u niet alleen te
,,vergeefd, maar hoe gy meer ende sterker op die Wor-
,,men, dat Hout, ende die koole blaasd, hoe eer uw Vier
,,verteerd sal weesen, sonder dat rot hout aangestooekn
,,te hebben; bevrijd liever die koole Viers van dien last,
,,ende legtse sonder eenigen anderen arbeid daar omtrend
,,te doen, op drooge dorre blaaderen, die sullen ook son-
,,der eenig blaasen door den Viere aangesteeken werden,
,,ende eene groote vlamme veroorsaaken, die ook het
,,groen hout tot Vier maken sal konnen. Op welke raad
deese Aapen antwoordeden: ,,Gy Vreemdeling zijt hier
,,eeven komen aandrijven, ende zijt des niet te min soo
,,laatdunkende, dat gy meend beeter als wy te weeten,
,,wat tot onsen gemeenen welstande diend, het past u
,,niet ongevraagd, ons raad te geeven, maar het past ons
,,sien glinsteren ende vonken van sig geven, sulks het om
,,aangesteeken te weren, ende te vlammen, niet, dat
,,nog een weinig aangeblaasen moet sijn, ende begeeren
,,wy, dat gy het selven neevens ons doen sulkt, ten zy gy
,,aanstonds door ons swaarelik gestraft wild zijn. De
Schipper riekende in wat eenen lande hy was, blies nee-
vens de Aapen op den Viere, tot dat de kool verteerd
ende sy voortaan gesaamentlik sonder Viere, in grooer
arremoede ende ellenden, haar leeven eindigen.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben verstaan met een bedreeve
SCHIPPER, een Mensch van groot verstand en-
de ervaarendheid.
Met AAPEN, Menschen van soo een klein verstand, dat
sy selfs niet weeten, wat haar goed is, ende daar en
booven allen goeden raad veragten.
Met eene Koole VIER, de gemeene Vryheid ofte Lee-
vens-middelen.
Met blinkende WORMEN, ende Verrot blinkend
Hout, alle Wille-keuren ofte Placcaten, waar
meede onder schijn van voor de gemeene Ingeseete-
nen ende haare Leevens-middelen te sorgen, in tegen-
deel alle Ingeseetenen eenes Lands ofte Steede, omtrend
hare Neeringen meede bedwongen, ende belast werden.
te, die in Vryheid zijnde, van selfs om den kost op
het yverigste, ende op het beste des doenelik, arbeid,
ende daar door Landen ende Steeden doed groejen en-
de bloejen, tot dat sy door Ordonnatien ofte Wille-
keuren bepaald, ende allengs verjaagd, ofte de Nee-
ringen daar door vernietigd werden.
Dat de Menschen in het gemeen sig seer weinige aan anderer
Menschen geneegendheeden, ende seer veel aan haare eige-
ne laten geleegen zijn, siet men klarelik als sterke met swak-
ken, ofte loose met eenvoudige Menschen ietwes te verrigten heb-
ben. Namentlik, dat die sig niet beesig houden met de swakken
en eenvoudigen, door oover-reeden en aanraden in hare meeninge te
brengen, maar wel met de selven door geweld te dwingen, ofte door
Bedrog ten dien einde te misleiden. Ende also men het selven meest
heeft sien in swange gaan onder die Staatkondigen ende Kerkeliken,
die Landen, Steeden, ofte Kerken bestieren, soo is daar uit ons
Spreekwoord ontstaan, dat de stoutsten ende onbeschaamsten het beste deel
van de Weereld hebben, om dat de Weereld met seer weinige kennisse geregeerd
werd. Ende meenen wy, dat de Waarheid van dit boovenstaan-
de niet sal konnen ontkend werden, van imanne die de gebreek-
ken der Eenhoofdige Regeerderen, soo oover haaren weereldlijken
Stand, als oover haarer onderhoorige Kerken saaken, sal gelieven
te bedenken, ende daar by te vougen; dat nu by naa alle Men-
schen van den geheelen bekenden Aardboodem, sodaanig van en-
kele Hoofden, door magt, ende met weinige kennisse, als ook mits-
dien meest door Geweld ende Bedrog geregeerd werden.
Dog alsoo de Regeerders der Vrye Republiken niet alleen verpligt
zijn met Eeden, in het maken der Wetten, het welvaaren van den
geheelen Staat, ende niet in het bysonder haar eigen te betrag-
ten, maar dat sy daar en booven aan die haare Wetten, soo wel als
de gemeene Ingeseetenen, onderworpen zijn; soo soude ieman
heid op den Regeerden der Vrye Republiken kan werden gepast. Ende
die saak naarder ondersoukende, soo bevind men, dat die Regeer-
ders in het gemeen wel soo voorsigtig zijn, dat sy omtrend Saa-
ken, die alle Ingeseetenen van dien Staat, ende by gevolge haar
ook raken, het gemeen Welvaaren betragten: maar dat ook veele
van dien des niet te min sig seer ligtelik laten bedriegen, ende ook
met seer kleine kennisse Regeeren, wanneer haar Saken voorkomen,
die niet haar ofte haaren Vrienden in het bysonder, maar seekeren
anderen gemeenen Ingeseetenen, aangaan: alsoo die seer selden
op dat haar gemeen belang ondervraagd, ofte gehoord werden. Ge-
lijk in deesen wel aan te merken is, dat alle Regenten, die genee-
gen zijn, Menschen aan te lokken, om nieuwe Colonien te maken,
Steeden te bouwen, te bevolken ofte te vergrooten, gemeenelik
aan eenen ydere geeven volkoomene Vryheid, om aldaar te ko-
men woonen, ende sig alles sins te erneeren, waar meede ende
hoe sy te raade werden sullen; mits sig onthoudende van Geweld
ende Bedrog omtrend andere Menschen te pleegen: ten zy de sel-
ve door de Vierschaare ofte voor den Regt-banke der gemeene
Ingeseetenen gestraft willen zijn. Ende kan men daar naa ook
aanmerken, dat nogtans die selve Regeerders naauweliks dit hun
oogwit door die volkoomene Vryheid der Ingeseetenen verkreegen
hebbende, sig gemeenelik door eenige schoon-schijnende versou-
ken eeniger bysondere Ingeseetenen laaten verleiden, om die vol-
koomende Vryheid aller Ingeseetenen te besnoejen ende te bepaa-
len, ende mitsdien de Volrijkheid dier Steeden te minderen.
Dus sien wy, dat selfs in Republiken, die niet dan door de mee-
nigte haarer Ingeseetenen konnen bestaan, ende welke Ingesee-
tenen sig ook niet dan met buitenlandse Handel, See-vaart, weverijen
Handwerken en Konsten erneeren konnen, de Regenten van dien veele
Ingeseetenen bekomen hebbende, des niet te min aanstonds goed
vinden konnen, aan eenige weinige Ingeseetenen, met uitsluitinge van
alle anderen, Monopolien oover geheel America, Africa, ende Asia, te
Octrojeeren, om in gevolge van dien, opgemelde Landen alleen
te mogen bevaaren ende te behandelen, ende uit krafte der Octro-
jen, de Vaart ende den Handel te beletten van oneindelik veele Men-
deren ende Maagen, bevaaren ende behandelen souden, ende wel-
ke mitsdien, voor haar eigen sorgende, het selven veel beeter sou-
den doen, als die, welken nu de gemeene Vaart ende Handel waar-
neemen door hunne besoldige Dienaaren, welke gewoon zijn, ge-
meen goed te laaten verlooren gaan, om eigen te besorgen.
Gelijk meede veele Vrye Regenten eeniger Steeden, ter ver-
minderinge der Vryheid harer gemeene Ingeseetenen, ook goed
gevonden hebben, Wille-keuren te maken, welke ende hoe eenige
Stoffen ofte manifacturen in hare Stad niet, ofte sullen, mogen wer-
den gemaakt; Ende daar en booven van alle Ambagten, Diensten,
Konsten ende Weetenschappen, beslootene Gilden e maaken, ende die
te authoriseeren met eenige Gilde brieven, altijds ten voordeele
ofte Monopolio der respective Gilde-broederen, ende ten naadeele
der Vryheid der opgemelder gemeene Ingeseetenen, strekkende.
Met eenen woorde gesegt, door deese Octrojen van beslootene
Compagnien, Looi-ballen, Gilden ende Gilde-brieven soodaaniger
Octrojen ende Wille-keuren, werd het noodige Vier, dat is de ge-
heele Vryheid, als ook het Leevens-middel der gemeene Ingesee-
tenen, verteerd, ofte uitgeblaasen.
Ende is dit de eigendlijke sin deeser FABULE.
Simia est simia etiamsi aurea gestet insignia.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem048 MOTTO_NLAls ons de malle Planeeten regeeren,
Soo kan geene Wijsheid 't quaad afkeeren.
50. Eene Revier ende haare Fonteinen.
SEekere groote ende diepe Revier door eene seer lange
streeke Lands, door bergen ende daalen loopende,
onderwijlen alle Velden bevogtigende, ende daar door
seer Vis-rijk zijnde, als meede eindelik haare Waateren
in der See loosende, wierd by gevolge door seer veele van
booven neederwaarts daalende, ende van beneeden naar
booven klimmende, vol gelaadene Schaapen bevaaren:
van Gewassen, Vrugten, Berg-ende Hand-werken, door
die Reviere versenden, ende ook alle haare behouften van
Spijse, Drank , Kleedinge, wooninge, ende alles wat
tot haar gemak ofte vermaak strekte, uit der See ontfan-
gen konnenden; Soo wierd die Revier daar door soo seer
laatdunkende, dat sy scheen niet te weeten, waar haar
meeste Waater van daan quam, maar in teegendeel te
gelooven, dat haare grootheid in 't geheel ofte ten mee-
stendeele uit de Heemelse Voorvallen van Reegen ende
Sneeuw ontstaan was, ende voortaan onstaan soude; wes-
halven die groote Waater-stroom hare Fonteinen beschul-
digde, uit kleinmoedigheid verborgen te blijven tussen de
Sneew, Bergen, ende kaale Rotsen, als ook uit groote
leuiheid traag te loopen, ende geene Vrugten ofte vissen
voort te brengen, nogte eenige Scheepen, ten nutte der
Menschen, te konnen draagen.
Ende oovermits de Fonteinen op deeser beschuldiginge
antwoordeden, dat alle grootheid, vermaardheid, ende
nuttigheid der Reviere moeste toegeschreeven werden aan
haar, om dat meest alle haar Water daar van daan quam:
Soo wierd het selven van der Reviere ontkend, sulks by bei-
den haar verschil stelden ten uitsprake der Menschen, al-
soo die eigendlik de vrugten der Fonteinen ende der Re-
viere genooten hadden, ende als nog genooten. Deese
Menschen het oordeel oover dat verschil ofte die twist aan-
genoomen hebbende, waaren te leui om oover Bergen
ende Daalen te gaan souken, waar die Fonteinen stonden,
ende wel te ooverweegen ende te sien, waar alle die Waa-
teren oorsprongelik van daan quamen, ende hoe noodig
die ten haaren welstande waaren; maar veeltijds Reegen
ende Sneew hebbende sien uit den Heemele vallen, als
der Reviere vergaapende, weesen aanstonds het vonnis
dat de Menschen alle haare nuttigheid uit der Reviere,
ende gants geene uit der Fonteinen trokken. Het welk
der Fonteinen soo seer speet, dat sy, om te toonen hoe
onregtvaardig dat der onkundigen Menschen Vonnis was,
alle hare Wateren inhielden, en daar door de Velden dee-
den dorren, de Revier onbevaarbaar maakten, ende sulks
deeden verdroogen, dat de Vissen daar in stierven, en-
de die domme Menschen, welke van den Waateren ofte
den gebruike van dien moetende leven, des niet te min de
Revier geroemd, en de Fonteinen veragt hadden, genood-
saakt wierden, te souken andere Revieren, ende Menschen
daar omtrend woonende, die de Fonteinen van dien soo
wel eerden ende besorgden, dat sy geduurig ende oover-
vloedig veel Waaters uitwierpen, ende mitsdien alle In-
wooners der aanleggende Landen, in weelde deeden lee-
ven.
Uitlegging der Woorden deeser FABULE,
is by naast onnodig; dan te seggen, dat
Met FONTEINEN werden verstaan de geduurige
ende seekere Middelen van subsitentie der by-
sondere Familien, Steeden ende Landen.
Met REEGEN ende SNEEW, werden verstaan eenige
onseekere Voorvallen, die niet voorsien, nogte met eeni-
ge sorge eewig-duurende gemaakt konnen werden, ende
die wel waargenoomen werdende, de grootheid der Fa-
milien, Steeden ende Landen helpen vermeerderen.
die Middelen van subsistentie in weelde bloejende.
Door MENSCHEN, die de Fonteinen veragten, Regen-
ten, die soo onweetende zijn, dat de gemeene Middelen
van hare subsistentie voor soodanigen niet erkennen, en-
de derhalven de selven veeltijds goed vinden te beswaa-
ren, ten behouwe van andere onvrugbaare ofte trek-
kende Ingeseetenen, Gilde-Broederen, Officianten, Etc.
Om dat de regte oorsprong, ofte de eerste beginselen veeler groo-
te Natuurelijke, ende ook Menschelijke Saaken, onbekend ende
duister zijn, ofte bekende weesende, soo gering schijnen, dat sy
des weegen veragt werden: Soo heeft men van ouds gesegt, dat
de waarheid aller Saaken in eenen diepen Putte verborgen was, of wel, dat
men deselve niet dan uit eenen diepen Putte sien konde. Gelijk wy nog
heeden bevinden, dat de eerste oorsprong der Fonteinen, als ook
van Ebbe ende Vloed der See, van Donder, Blixem, Winden, Reegen, Haa-
gel ende Sneew, van der beweeginge des Seil-steemds, jaa van den
geduurigen ommeloope des Bloeds in onsen lighaame, onbekend,
ofte duister, ofte ondekts weesende by den Menschen, soo ge-
ring is, dat de selve niet alleen veragt werd, maar dat men daar
en booven de geenen, die getragt hebben de waarhaftige oor-
saaken van dien aan te wijsen, ende die daar en booven ten min-
sten de begrijpelijke ende waarschijnelijke eerste ende naaste oor-
saaken van dien aangeweesen hebben, in onse tijden des weegen
heeft getragt ende als nog tragt, by den gemeenen Volke van
Atheisterie, dat is, van Goddeloosheid, ende veragtinge aller so wel in-
nerlijker bysondere, als uiterlijker publijke Godsdiensten verdagt te
maaken ofte te beschuldigen. Daar in teegendeel Menschen,
die haare onweetenheid omtrend de ordre der oorsaaken ende daar
uit ontstaande Werken, welke de Al-wijse ende Al-magtige God,
onder sijne Schepselen gesteld heeft, ende in der eeuwigheid on-
middels alles aan Goodes Magt ofte Seegen toe te schrijven, wa-
relk het aller-kragtigste Bewijs van Goodes al-om teegenwoordig
Weesen, soo veel in haar is, verduisteren ofte vernietigen. Ende
om van deese kennisse der Natuurelike, tot Menschelijke Saaken oover
te treeden, soo sien wy, dat veele groote ende sterke Jongelingen,
niet willende gedenken, dat sy in des Moeders lighaame tusschen
pis ende drek geformeerd zijn, ende daar naa gebooren weesen-
de, in haare vuiligheeden souden hebben moeten vergaan, ten
waare sy door haarer Ouderen voorsorge gereinigd ende gevoed
waaren gewordenL: wy des niet te min ook daageliks sien konnen,
dat veele jonge Luiden naawelijks haare groote ende sterkte be-
koomen, sonder haare oude ende swakke Ouders ondankbaarelijk
te veragten, ende daar door haaren eigen ondergang ofte verderf,
ter bedrouvinge haarer Ouderen te verhaaften. Ook sien wy,
hoe weinige Koningen ende Vorsten wel ooverdenken, dat sy geene
meerdere Natuurelike Magt, dan de minste haarer Onderdaanen heb-
ben, ende dat sy geen Regt, ende mitsdien geene civile oft magt
der Regeeringe besitten, dan die haar van hare eigene Onderdaanen
opgedragen is, ende dat sy die magt niet langer, dan het den gesa-
mentlijken Onderdanen geliefd, konnen behouden.* Ende in ge-
volge van dien, sien wy des niet te min dageliks, hoe die Koningen
ende Vorsten haare eigene Onderdaanen klein agten, drukken, pluk-
ken, dooden, ende vertreeden: Sulks daar uit ontstaan oproeren,
ende binnen-ofte buiten-landse oorloogen, met so kleine liefde der
opgemelde Onderdaanen voor haare Koningen ende Vorsten als
ook soo flaauwe afkeeringe van uitheems geweld, dat die Lan-
den ende Steeden geduurig van den eenen Tyranne onder den an-
deren vervallen, ten sy die Ingeseetenen soo gelukkig zijn, dat
sy ter eeuwiger schande, ende ten verderve haarer Koningen ende
Vorsten, eene Vrye Republikse Regeeringe opregten konnen.
Quicunque multis viris unus prae est,
Hoe debet his quibus pre est.
Proesse debet neutiquam diutius,
Hi quam volunt quibus pre est.
Quid impotentes Principes superbiunt?
Quod imperant precario.
Verba eminentissimi Viri Thome Mori.
der Weereld, onbekend, duister, ofte soo gering zijn in de oo-
gen der Regenten van dien, dat sy die oorsaaken van haar weesen
ende grootheid, in het geheel schijnen te veragten. Ende om ter
aanwijsinge van Voorbeelden, ten deesen einde dienende, niet verre
te loopen, wie sal ons leeren de eerste beginselen van neeringen,
oewooningen ende aangroejen der groote Hollandse Steeden,
Dordregt, Haarlem, Delf, Leiden, Amsterdam, Gouda, Rotterdam, Etc.
waar van Leiden de oudste van dien, geen ses honderd Jaaren oud
is. Ende welke Stad, als ook der selven Hand-vesten ofte Leeraaren,
sal ofte sullen ons niet met eenen aanwijsen eene seer geringe door-
togt van eene Stroom, Vliet ofte Sijl, als ook eenen Dam ofte Sluis,
neevens eene kleine binnen-landse Visserie ende Landbow, eerstmaals
veroorsaakt hebbende eene by-een-wooninge van weinige arme
Menschen, die door arbeid- ende spaarsaamheid onder eene Vrye
Volks-Regeeringe, eerst de Manusfacturiers, daar naa de buiten-landse
Vissers, ende eindelik de koop-ende oover Seesen Handelaars, nevens
den Schipvaart ende Reeders in Scheepen veroorsaakt hebbende, waa-
relik de oorsaak onder grootste Steeden zijn, en wie siet niet, dat nu
der selver afkomelingen eene eedele afkomst roemen, om alle die oor-
saken van der grootheid en weelde der Steeden ende der bysondere
Huisen ten uitersten te mogen veragten, ende indien die veragting
blijft duuren, soo is seeker, dat die onse groote Steeden ende Huisen
seer haast wederom, in Dorpen en Hutten veranderd sullen worden.
Dus sien wy, dat de meeste rijkdom van Borgerlijke Familien
in Holland, sijnen oorsprong heeft van Weevers ofte Reeders in mani-
facturen, van buiten-landse Vissers, Seilen maakers, lijn-Slaagers, Reeders
in Scheepen, Winkel-houders, factoors, jaa self van maakelaars, wan-
neer by den selven geweest ofte gebruikt zijn, naarstig en suinigheid,
geringe Huisen, weinige Dienst-boden, geene Hof-steeden. Koetsen
ofte Paarden, geene dan seer onkostelijke ofte duursaame Kleedin-
gen, ende dat sy alle genuttigd hebben geringge onkostelijke Spij-
se, als gespeekeld ofte gerookt Ossen-vlees, Konijnen, Abber-
daan, Stok-vis, See-ende Revier-vis, Grutten, Erreweeten,
Boonen, Stok-vis, See-ende Revier-vis, Grutten, Erreweeten,
Boonen; gelijk wy meede behoorden aan te merken, dat onse
voor Ouders in deese Landen gebruikt hebben tot drank, inlands
Bier, Melk ofte Wei, Meede, Waater, Etc. alles binnen onse
beetere het) ook, dat meest alle de Afkoomelingen, ja selfs, veele
eigene Kinderen van dien, soodanigen oorsprong ofte afkomst ont-
kennen, ende dat sy sig daar van schamen; ende die middelen, wel-
ke haar groot gemaakt hebben, niet alleen veragten, maar dat nog
veel erger is, dat sy n gene andere beesigheeden, als zijn, binnen-
ofte buiten-landsen Koophandele, Praktijk van Studien in de Medicijnen
ofte Regten oeffenen willen: maar dat sy in teegendeel groots, leui,
ende quistig zijnde, seer groote ende kostelijke Huisen bewoo-
nen, veele Dienstbooden ende Paarden voeden, Hof-steeden en-
de Koetsen houden, volgens der Francoisen wijse, telkens haare
kostelike kleedinge verwerpen, om andere naar die nieuwe Snee-
e te maken, niet, an versse kost, Vlees of Vis, klein Gebent,
Wilbraad ende Confituren schadden, geene dan uitheemse, ofte
ten minsten op de uitheemse wijse toegemaakte spijse eeten, en-
de geene dan uitheemse kostelike dranken drinken willen.
Sulks alle die Kokken, Pastei-ende Banket-bakkers, Confitu-
riers, ende die in onse Landen onnutte Wijn-verkoopers te sleet,
ende alle die veelvuldige andere Konstenaars, werden gevoed door
ende van onse schaadelijke pragt ende weelde. Het welk de aller-
voorsigtigsten der opgemelden rijk gewordene Ingeseetenen vermer-
kende, ende dat door continuatie van soodaanige wijse van Iee-
ven, hare arremoede ofte die van hare kinderen, aanstaande sou-
de weesen; andere middelen van subsistentie tragten te bekoomen,
naamelik aan Regeerende Familien te Houweliken, ofte ook sonder het
selven, in Regeeringe van Land ofte Stad gebruikt te werden, en-
de onder der hand door aantellen van Penningen, eenige profita-
bile Amten te kopen ende te bedienen. Het welk voor eerst bui-
ten haar vermoogen is, om sulks seekerlik te bekoomen, ende in
alleen gevalle van de gontse der Regenten hangd. Ende daar en bo-
ven soo is ook het getal der geenen, die naar der Regeeringe ende
profitabile Amten daar van hangende, staan ofte die te bekoomen
tragten, seer groot, ende verkrijgen gemeenelik geene dan de
meest-vermoogende behouftigen dar haar oogwit. Sulks die Regenten
ofte Amtenaars als dan weegens haare behouftigheeden, alle ande-
re gemeene Ingeseetenen, welke door haare beesigheeden, de
Landen ende Steeden nog doen subsisteeren ofte bloejen, soo
gants niet laaten geleegen weesen, maar in teegendeel de selven
alles sins schijnen te veragten.
Waarom hier naa niet anders schijnd te sullen volgen, dan dat
die Fonteinen allangs min, ende eindelik geen waater meer geeven,
ende onse groote, trotse Revieren van Rijn, Maase, Amstel, ende
Ye, als onnut verdroogen, sullen; dat is, voor ende door onsen
gemeenen Ingeseetenen niet meer bevaaren ende behandeld sullen
werden.
Ende meenen wy derhalven den eigendlijken sin deeser FABU-
LE te weesen, dat alle Menschen, die den waaren oorsprong van
haare eigene grootheid ontkennen, ende sig daar van schaamen,
verdorven ende vernietigd sullen werden, alsoo, volgens ons oud
spreekwoord, ieman die sig sijner Neeringe schaamd, nooit sal ofte kan
bedyden.
Ad principia recurrendum.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem049 MOTTO_NLMinst geagt, meest verlooren.
ID embstma_add132_emblem050 MOTTO_LA_NORM Ad principia recurrendum _IC ; $ TEXT_EXPL_XML51.De Eezel met een Leewen-huid.
ALs de Reusen, Iupiter souden bestormen, quam on-
der anderen sijnen helperen Silenus rijden op eenen
Eezel, welke Eezel door den aanvalle van die ongemeen
groote Menschen, wiens gelijken hy voor deesen nooit had
gesien, vervaerd werdende, op sijn alder-luidst bestond
te ruggelen ofte te krijten: Sulks de Reusen nooit soo ee-
ne stemme gehoord hebbende, sig inbeeldeden, dat ee-
nig seer schrikkelik Gedrogt haar soude aangrijpen; waar-
om sy ook schielik de vlugt naamen.
Gelijk meede daar naa Bacchus de Indianen beooreloo-
ook van Silenus op den selven Eezele rijdende, geholpen
wierd. Als wanneer de selve Eezel in den strijde weeder-
om schrikkende van die grouwelijke Elefanten, ten hoog-
sten kreet; Sulks als daar by quam het gehuil der opge-
melde dolle Wijven, in de eene hand met Slanen, ende
in de andere met groene Wijn-ranken bevlogte Spietsen,
slingerende; de Indianen nooit diergelijk gehoord ofte
gesien hebbende, aanstonds de vlugt naamen, ende in
die vlugt gedood, ofte gevangen wierden,
Weshalven Iupiter ende Bacchus, als ook Silenus, even
of die EEzel die van twee strijden gewonnen had, den selven
van aller dienstbaarheid vry maakten, en hem daar en boven
vereerden met eenen Leewen-huid, waar door hy sig des
te meer inbeelde, dat die ooveriwnningen waarelik
door sijne deugd verkreegen waaren; ende dienen van
alle Menschen ende Beesten, die hem voormaals gekend,
veragt ende gedwongen hadden.
Dog als de Eezel ten selven einde sig met den Leewen-
huid in der vougen hadde bekleed, dat hy meende sijne
lange uitsteekende Ooren voor Hoornen, ende hy selfs der-
halven voor schrikkelijker als een Leeuw te sullen werden
aangesien; Soo liep hy her-ende derwaarts, naar sijne
voorgaande wijse krijtende, om opgeroerde Menschen en-
de Beesten te vervaaren; gelijk waarelik alle Kinderen, en-
de de aller-onweeenste Beesten, in den eersten voor hem
schrikten, ende vlugteden, tot dat de Vos sijne stemme
gehoord hebbende, haar waarschouwde, dat het de ou-
de Eezel onder nieuwe kleederen was. Sulks alle die on-
noosele Menschen ende Beesten stille stonden, ende saa-
gen, dat de Moolenaar den Eezel al te voeren van sijne
ne lange Eezels-Ooren kende, toetrad, hem den Leewen-
huid ontnam, ende daar na hem met stok-slagen dwong,
Sakken te draagen, ende alle diensten, jaa ook meer als
van ouds te doen, sonder dat opgemelde Gooden sig des
belgden; ten deele, om dat sy sig oover des Eezelf al te
groote dommigheid schaamden, naamentlik, dat hy had
gespronkt ende geroemd met het gunt hy aller meest moest
verbergen. Ende ten deele, om dat hy haar in Ontsag
ende Eere gelijk had willen zijn.
Uitlegging der Woorden.
Uitlegging der Woorden.
Met JUPITER, BACCHUS ende SILENUS, heb-
ben de Ouden verstaan, Koningen ende Vorsten.
Met den EEZEL, een dom dienstbaar mensch, die door
sijn geluk laat-dunkend werd; ofte een soodaanig mensch,
die door eenige voorvallen ende niet door sijne verdiensten,
een aansienelik Amt bekoomen heeft.
Met den LEEWEN-HUID bekleed te zijn, hebben de
Ouden willen beduiden, in eenige hooge Bedieninge te
weesen, ofte eenig Amt te bekleeden.
Men heeft van alle oude tijden af seer veele Dwaase ende On-
deugende Menschen sien klimmen tot, ende blijven in soo
groote hoogheid van Eere, Goed, ende Magt: ende daar en teegen
heeft men soo veele Wijse ende Deugdsaame Menschen sien needer
gesmeeten, onder het geweld der Dwaasen, ofte haar geduurig
sien worstelen teegen alle Smaad, Onderdrukkinge, ende Arremoede,
die de ondeugende Menschen haar veroorsaken; dat eenige Men-
schen daar door bewoogen zijn geworden te twijfelen:,, of ook
,,de menschelijke Saaken naar eenige Wijsheid bestierd wierden,
,,dan of alles by gevalle en sonder eenige Wijsheid veroorsaakt wierd.
Want gelijk de Eerste Koningen ende Vorsten haares geslagts, die
hoogheid niet door eene Vrywillige Keure ende de meeste Stemmen
len pleegen te bekomen; alsoo werden de Afkoomelingen deeser eer-
ste Koningen ende Vorsten hares geslagts, sonder eenig haar toe-
doen, ende by gevalle, tot ofte in die hoogheid gebooren. Ende
het zy de selven ofte haare voornaamste Hoovelingen de Amten der
Regeeringe aan den meest daar vooren betaalende verkoopen ofte
niet, soo siet men in beide gevallen, dat onder de Een-Hoofdi-
ge ofte Monarchale Regeeringe, die Amten meest van de ondeugenste
Menschen verkreegen werden; nademaal een verstandig Deugd-
saam Menschm die voorneemens is, uit het bedienen van eenig
Amt niet meer eigen voordeels te trekken, dan met den gemeenen
nutte der Onderdaanen ofte des Lands bestaan kan; daar vooren so
veele niet sal willen geeven, als een ander die het selven Amt
ten geenen anderen einde begeerd, dan om daar uit soo veel ei-
gen proftijts als hem doenelik sal weesen, te trekken; son-
der eenigsins het gemeen nut der Onderdaanen in agte te neemen.
ende naademaal Koningen ofte Vorsten, die geene Amten ver-
koopen ofte laaten verkoopen, meest alle de selven uitdeelen,
sonder op eenige verdiensten te sien, alleen op het aanraaden van
haaren allerliefsten Hooveling, ofte naar haare eigene Lusten ende ver-
maaken, die sy scheppen,, uit het aanbrengen van een bevallig
,,Vrow-Mensch, ofte eenige goede tijdinge, uit een aardig vleyen,
,, uit een geestig woord op sijnen tijde gesprooken, uit eene ver-
maakelijke kluft, Etc. Immers naademaal opgemelde Koningen ende
Vorsten, in volgende de Staat-kondige regulen der Een-hoofdige
Regeeringe, die Amten aan geringen ende des onwaardigen, als die
daar door des te meer aan haar verpligt werden, liever begeeven,
dan aan die van Grooten Huise, welke door haare geboorte ofte ver-
diensten des meenen waardig, ende den begiftere des min verpligt
te zijn; Soo klaagen de aller Deugdsaamste Onderdaanen, ende
Hoovelingen altijds ten hoogsten oover die ondraagelijke quaa-
len, van sig voor by gegaan, ende de ondeugensten als ook on-
bequaamsten, boven haar verheeven te sien. Ende sien wy dit
hier selfs aan den Gooden, Jupiter, Bacchus, ende Silenus, wan-
neer sy den Eezel sonder eenige sijne verdiensten, jaa oovermits
sijne flaauwhertige onbequaamheden, met eenen Leewen huide
vereeren.
schen des geluks waardig zijn ofte niet, soo sal niet ondienstig
zijn, hier met korte woorden voor te draagen, wat gedagten
ende oordeelen sy middeler wijle van, ende oover sig selven be-
hoorden te hebben ende te vellen. Ende in het bysonder sullen wy
seggen, wat Mensch sig in deesen gevalle hoog otfte laag vermag
te schatten. Want hoewel alle Menschen in sig selfs aangemerkt
weesende, van eene ende deselve waardie zijn, wanneer sy gem-
booren werden; soo maaken des niet te min daar naar haare
toe-ende-teegen-vallen, neevens veele andere omstandigheeden, onder
de selven een seer groot onderscheid. Ende is het by naast de hoog-
ste Wijsheid, sig selven, met alle omstandigheeden bekleed zijnde,
wel te kennen.
Om waar toe te koomen, wy altijds moeten indagtig zijn, dat
wy ons selven beeter, als andere Menschen ons kennen; b
ende dat wy derhalven meer ons eigen oordeel oover ons eigen sel-
ven, dan anderen Menschen seggen van ons, behoorden te geloo-
ven: Ende daar beneevens behoorden wy ook indagtig te zijn,
dat onse innerlijke waarde ofte onwaarde, meest bestaat in onse stand-
vaste Wille, om Goed ofte Quaad, soo aan ons eigen selfs, als aan ande-
re Menschen te doen. Ende sullen wy dit beiden wel indagtig zijn-
de, veel meer reeden vinden, om een laag, als om een hoog gevoe-
len van ons eigen selfs te hebben, ende in gevolge van dien, sullen
wy tragten, als ware Philosophen ofte goede Christenen, te leeven.
Maar de Staatkondige Menschen meenen, dat sy in deesen haare
pligt voldoen, wanneer sy by sig selven wel ondersouken ende uit-
vinden, wat magt sy eigendlik hebbende om sig selfs, ende andere
Menschen, die booven, beneeden, ofte beneeden, haar zijn, het zy
met, het zy tegen allen Regt en Reeden, te konnen baten ofte schaden.
Namentlik sy ondersouken,, of sy klouk van oordeel zijn, veel weeten,
,,veel gehoord ende gesien, eene groote geheugenisse, een welgemaakt,
,,schoon, gesond, en sterk lighaam hebben, of sy veele Heerlikheeden ofte
,,Goederen als eigen besitten, of wel door gonste van Koningen en Vorsten,
,,die Amten bekleeden, sonder dat die Staatkondigen gewoon zijn, de
goede Wille ofte Deugd der Menschen, ten voordeele der gemeene Onder-
daanen strekkende, eenigsins in agtinge te neemen, om dat die Konin-
voor soo veele die ten voordeele van hun eigen selfs strekken. Sulks
yder hunner Onderdaanen, ende insonderheid yder Amtenaar, wel moet
opmerken, wat goeds hy eenen andere, als ook sijnen Heere doen,
ende wat quaads hy beiden afweeren kan.
Want indien de selve Onderdanen ofte Amternaars bevinden wei-
nige naturelijke gaven, ende veele swakheeden te hebben, sulks hare
agting alleen op een geluk, ofte op de gonst eenes Heeren steund; so
is in gevallen nodig, dat sy sig beleefd ofte neederig, in dien sy
eenig Amt bekleeden, daar in dragen; ende dat sy seer weinig spree-
ken; als meede dat sy met Menschen, die haar wel eer gekend heb-
ben, nooit ommegaan, ende sig wagten van eenige gemeenschap met
den selven te maaken, in hoedaanige geleegenheeden het selven
ook soude moogen weesen.
Ende oovermits de geene, die sonder eenige haare verdiensten, tot
groote Eere, veele Goederen ende hoge Amten geraakt zijn; door hare
kleine kennisse, gevougd by die hoogheid ende vleyerie, ende eigen-liefde,
blind ende bovaardig werden: Soo vervallen sy gemeenelik soo verre
van opgemelde goede Gronden, om te konnen in die agtinge blijven,
dat sy allangs hare eigene gebreeken voor groote Deugden aansien, ende
daar meede derven pronken, selfs by den genen, die haar allerbest,
en eer sy tot die Agtinge ofte Hoogheid gesteegen waren, gekend heb-
ben ofte kennen, en sy ook oover sulks door de selven by alle andere,
die haar voormaals niet gekend hebben, bekend gemaakt werden,
met alle haare gebreeken; waar door die Amtenaars ofte Hovelingen ge-
meenelik haare Amten, ofte ten minsten alle haare agtinge verlie-
sen, ende dubbeld ellendig werden.
Dese FABUL leerd ons derhalven, dat het geluk den Menschen
geene Wijsheid ofte Deugd, maar gemeenelik eene seer groote Laat-
dunkenheid aanbrengd, ende dat sy by gevolge soo eenen groo-
ten haat op sig laaden, dat sy geheel ter needer gesmeeten werden,
sonder daar naa nooit weeder te konnen oprijsen, ende met daar en
teegen van alle Menschen bespot zijnde, in schande ende versma-
delijke arremoede, haar leeven te moeten eindigen.
Inscitia semper arrogans
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem050 MOTTO_NLDie onweetend is, werd vermeeten.
ID embstma_add132_emblem051 MOTTO_LA_NORM Inscitia semper arrogans _IC ; $ TEXT_EXPL_XML52. De Wolven, als ook de Schapen ende Verkens,
met haare Wagt-honden.
NA dat de Wolven eenen tijd lang oorlog teegen de
Schapen gevoerd, ende gesien hadden, dat de Scha-
pen van haare Wagt-honden soo wel beschermd wierden,
dat sy met oopenbaarelik teegen haar te oorloogen, geen
voordeel oover haar krijgen konden: Soo sonden sy haa-
re Gesanten uit, om den Schapen aan te leggen, dat sy
waarelik niet haare Vyanden, maar seer geneegen waa-
ren, als reedelijke Dieren, in ruste ende vreede op haar
sijnen, in vreede te laten leven. Ende vougden de Wolven
daar by, dat het selven belet wierd door der Schapen Wagt-
honden, wiens gebaf ende gedurig grijnsen ofte tergen, voor
haar onlijdelik was. Ook seiden de wolven, dat het oorlog
ten beiden sijden schadelik ofte seer lastig was, ende inson-
derheid voor den Schaapen, die haare Wagt-honden moe-
sten voedenl sulks indien sy eenige Wagt-honden en afdan-
ken, ende de anderen soo verre af versenden wilden, dat
de Wolven in haar Bos het gebaf der Honden niet souden
konnen hooren, aanstonds alle het gunt ten weeder-sij-
den was gedaan ende geleeden, ook ten weeder-sijden
vergeeven ende vergeeten soude werden, ende de Vreede
geslooten soude weesenl met voorwaarden, dat de Wol-
ven gerustelik in de Bossen, ene de Schaapen in de daar-
aanpaalende gras-rijke oopene Velden, haar voedsel sou-
den vermoogen te souken.
Welke aangeboodene Vreede de Schaapen aan-naamen;
ende in gevolge van dien, veele van haare wWagt-honden
afdankten, ende de ooverige wel soo verre naar andere
Grensen versonden, dat de Wolven haar aanstootelik ge-
baf ende grijnsen, nogte hooren nogte sien konden,
maar efter bleeven de Honden so-na-by, dat de Schaapen,
indien de WWOlven ontrow waaren, met eene storm-klok,
die in seckere Boom hing, te luiden, haare snel loopen-
de wagt-honden ten hulpe roupen souden konnen.
Ende als eenigen tijd daar naa de wolven eene schoo-
ne geleegendheid sagen, om de Schaapen te konnen oo-
vervallen, ende dat de wolven ook ten dien einde uit den
Bosse den Schaapen naaderden, ende sy haare storm-klok
souden luiden, soo bevonden sy, dat de kram der klok-
ke, waar aan de kleepel plagt te hangen, met der tijd.
gevallen, was; Sulks sy uit die Velden, met groot verlies,
ende after laatende veele Lammeren, vlooden naar de
wagt-honden, die als dan den wolven soo dapper aanvie-
len, dat sy ook genoodsaakt wierden, met after-laatinge
van eenigen haaren beuit, bossewaarts te keeren.
Weshalven die Wolven, siende dat haar aanslag ten
deele mislukt was, op een niew Gesanten uitsonden, dat de
Vreede. weegens seeker mis-verstand, door eenige bal-
daadige Wolven, ten onregte aan haare sijde, hoewel
niet door gemeen goed-vinden, was gebroken geworden.
Ende dat sy nu ook willende toonen, hoe seer sy genee-
gen waren, eene verseekerde eewige Vreede met den Scha-
pen te maken, bereid waren, ter verseekeringe van dien,
haar tot Gijselaars oover te geeven, hare aller-liefste Kin-
deren, naamelik eenige jonge wolven, mits de Schaapen
daar en teegen haar nietwes ten Gijsele souden behouven
oover te leeveren dan hare in vreede onnutte wagt-honden.
Het welk als eene eewig-duurende Vreede, ten beiden
sijden aangenoomen, met diere Eeden bevestigd, ende
ten weeder-sijden volbragt zijnde; soo wierden die jonge
wolven Gijselaars, allengs soo oud, dat sy seer luid be-
stonden te huilen over hare gevangenisse. Het welk de oude
wolven hoorende, voorwendeden, dat tegen het heilig Regt,
de Schaapen hare Gijselaars beleedigen, ende de Vreede
misdien door den Schaapen gebroken was, sulks sy als toen
scheenen te yveren, niet alleen voor haare lieve Kinderen,
maar ook voor het heilig Regt der Vreede, ende den Gysela-
ren van dien, met op die weereloose Schaapen, welke nu
van haare wagt-honden ontbloot waren, aan te vallen, en-
de sig naar haren lust, met dat soet Schaapen-vlees te ver-
met onderwijlen by den onkondigen eene groote eere te
behaalen.
Uitlegging der Woorden.
WOLVEN, zijn Menschen die door geweld ofte bedrog
haar voedsel ofte grootsheid souken; namentlik,
Hovelingen ofte Krijgsluiden, ende Tyrannen.
SCHAAPEN, zijn weereloose onkondige ende onbedree-
vene Menschen, ende insonderheid geringe Borgers en-
de Boeren, waar op alle Tyrannen aasen, ende van
welke te plonderen, te scheeren, ofte te schatten, sy
in alle ontugt ende ooverdaad leven.
WAGT-HONDEN, zijn wijse ende wel gegoede Ma-
gistraats-persoonen eener Republike, welke Republike
qualik-ende wel-varen haar alsoo vele ende meer Scha-
de ofte Baat aanbrengd, als den gemeenen onnooselenn
Ingeseetenen.
Wanneer eenige Menschen, in sig selven aangesien weesende,
soo swak zijn, dat sy haare weederstreevers ofte na-by geleegene
Vyanden niet konnen afweeren, dan ten zy alvoorens eenige goede
voorsorge gedraagen, ofte ordre gesteld zy, dat sy in tijden van
noode teegen die Magtigen, door anderen werden bygesprongen
ende geholpen; Soo konnen die Swakken by het eerste versuim
ofte onstentenisse van hulpe, seer ligt oovervallen ende beschaa-
digd werden. Ende derhalven soo is soodaanigen Swakken no-
dig die magtiger weederstreevers ofte Vyanden te vermijden, ende hoe
verder hoe beeter, van haar te wijken, ofte altijds seer wel op ha-
re hoede te zijn.
Dog alsoo de aard der Menschen, ende de gevallen deeser we-
rel niet toelaaten, altijds evenwel besorgd ofte op sijne hoede te
ge-aard ofte besteld zijn, dat sy op die Swakken aasen moeten,
om dat sy, sonder aar van haar voedsel te trekken, seekerlik
souden vergaan; So moeten ook die Swakken sig verseekeren, dat die
Magtigen als dan geen gebrek lijen, maar wel die Swakken vertee-
ren sullen, wanneer ende soo haast als sy die konnen bemagtigen.
Weshalven die Swakken sig van geene Sterkere, ende insonderheid
van geene harer Weeder-streeveren ofte Vyanden behoorden te laten be-
kallen ende beweegen, om sig ter bescherminge tegen hare Vyan-
den, ongereeder te maken, ofte hare noige hulpers verre van der
hand te senden, om dat sy alsdan daar door alleen den magtigen schie-
lik ende gants onverwagt op haare halsen trekken souden.
Het welk waarhafig zijnde, so blijkt des te meer, dat de Swakken
noit, ende om gene reedenen ter wereldd, hare Wapenen ofte Hulpers be-
hoorden oover te geven in de handen der opgemelde Magtigen, ten zy
die Swakken dus hare kraften verminderd hebbende, aanstonds van
die Magtigen, welke in het gemeen met de Reeden spotten, en met hare
Eeden speelen, ooverweldigd willen zijn.
De waarheid van het welken wy eenigsins konnen leren, uit de da-
gelikse ervarenheid, wanneer gebeurd dat Swakke met Magtiger han-
delen oover-een komen, en dat ten wedersijden ietwes bedongen
werd: Namentlik en insonderheid, wanneer bedongen werd, dat de
Swakken eerst ietwes doen ofte geeven sullen; Want of
schoon de Swakken het bedongen voldaan hebben, en daar na van den
magtiger ook het beloofden vorderen, so bevind men nogtans gemee-
nelik, dat die Magtigen als dan eenigen uitvlugt ofte schoonen schijn be-
denken ende voorwenden, waarom sy het selven, dat sy beloofd heb-
ben ofte gants niet; ofte niet ten vollen willen doen ofte geeven,
weetende dat het den swakken ongeraden sal weesen, den magtiger
door den gemeenen Regter daar toe te willen dwingen. Sulks hoe de
magtigen, eer het Verdrag aangegaan is, meer schoone beloften doen,
om de swakken tot soodaanige onderhandelingen te beweegen, hoe
die swakkere sig daar van des te sorgvuldiglijker moeten wagten.
Dit aldus onder de gemeene Ingeseetenen eenes Lands voor vast
gesteld zijnde, soo moeten wy daar benevens seggen, dat Menschen,
by wie de Opperste Magt is, ende, die derhalven niet konnen werden
ietwes te laaten ofte te doen, gemeenelik nog door schaamte nog
door schande pleegen afgeschrikt te werden, van te doen ofte te
laaten alle het gunt haar wel gevald ofte mishaagd, sonder sig aan
eenige gedane beloften ofte eeden te vebinden. Sulks de mag-
tigsten van dien gewoon zijn, de swakkeren, wanneer die in goede
stande van tegenweere sig gesteld hebben, voorbedagtelik met seer
schoone Beloften ende diere Eeden te misleiden, ten einde, dat die
daar op betrouwende, ende sig ten teegenweere onbequamer ofte
magtelooser gemaakt hebbende; sy daar na des te gemakkelijker over-
vallen, ende des te seekerder door haar ooverweldigd souden konnen
worden. Weshalven onder, die Opperste Magten geene Vreede ofte
eenige Verbonden gemaakt konnen worden, dan mits yder van dien
sijne kraften behoudende, de Swaktste onderwijlen sig soo veele
doenelik, van den Magtigen afscheide, ende gescheiden blijve.
Gelijk wy hier in deeser FABULE sien, dat de in sig selven
weereloose Schaapen in plaatse van de sterke ende scherp-getane
Wolven, haare Vyanden, te vermijden, ende nietwes gemeen mt
haar te willen hebben, op haar begeeren de nodige Wagthonden ver-
re van haar doen gaan, ende onderwijlen geene goede sorge dragen,
dat sy op 't luiden der Klokke, door de Wagt-honden, tegen die aan-
vallende Wolven, tijdelik bygesprongen konnen worden. Ende sien
wy daar benevens, dat die onnosele Schapen des niet te min, ten twee-
den male nietbedenken, dat sy hare Wagt-honden ten Gijsele oover-
geevende, sig magteloos maaken, ende dat daar en teegen de oude
Wolven, haare Jongen oovergeeevende ten Gijsele, eeven soo magtig
als sy te vooren waren, blijven, Ende dat deswegen alleen het gehuil
der jonge Wolven, den Ouden een genougsaam eerlik deksel is, om on-
der dien schijn de weereloose Schaapen te oovervallen, ende tot ha-
re spijse te gebruiken.
Sulks de eigendlijke sin deser FABULE is, dat de swakken nooit
de magtigen behoorden te vertrouwen. Ende dat insonderheid ge-
ringe Vrye Republiken alle gemeenschap met Koningen ende Vorsten be-
hoorden te vermijden.
Pabula Tyrannorum plebs et rustici.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem051 MOTTO_NLBorger en Boer,
Is Heeren Voer
53. De Slang, Oogen, Ooren ende Staart.
De Slangen met haare eigene Oogen ende Ooren, van
verre ende na-by siende ende hoorende, als ook sou-
kende ende vermijdende, alles wat den geheele lighaa-
me voor-ofte-naa-deelig was; hadden eenen seer langen
tijd haar geheele lighaam soo wijslik bestierd, dat het da-
geliks in kraften ende weelde toeneemende, alle de leeden
dier Slange een sonderling genougen daar in hadden be-
hooren te scheppen. Des niet te min gebeurde, dat de
Gat-blaas, de Mild, de Teel-leeden, de Maag, ende de
schoone dog leedige Darmen, te saamen spandenl om ge-
lijkelik den Staart tot opstand teegen de Oogen ende Oo-
ren te verwekken, seggende, dat sy sig vougden by den
Staart, ende dat derhalven den Staart door deesen nie-
wen aanwasse verre het grootste gedeelte des geheelen lig-
haams uitmaakte; Ende dat de geringe Oogen ende Oo-
ren dus langen tijd het geheel lighaam bestierd hebben-
de, de Staart volgens de natuurelijke Billikheid ende ge-
lijkheid, die onder alle de leeden eenes lighaams, ten
grooten wel-vaaren gedyen soude, ook nu haare beurt,
om het geheele lighaam te bestieren, behoorde te hebben.
Waar teegen te Oogen ende Ooren niet alleen sig stel-
den, maar ook het Hert, Leever ende Lond, uit eige-
ner beweegeninge de Tong deeden seggen, dat onder alle de
leeden hares lighaams, soodanige ingebeelde gelijkheid niet
te vinden was, ende dat die niet dan ten verderve des ge-
heelen lighaams, betragt konde werden: om dat sy ken-
nelik de aller eedelste deelen des geheelen lighaams, ende
met haar niet te vergelijken waren; alsoo sy alle de kraft,
beweeging ende leeven, aan den geheelen lighaame toe-
bragten, ende dat sy des niet te min wel begeerden van
de Oogen ende ooren, maar niet van die sinneloose oover-
daadige ende wellustige Leeden, bestierd te werden.
Dit alles ongeagt sleepte de Staart aanstonds met ge-
welde het Hoofd ende het geheel lighaam, regt naar een
by geleegen Eiken-Bos, alsoo daar oovervloedig voedsel
was, dog bestond de staart het selven seer reukelooselik,
sonder daar toe eenige bequaame weegen ofte graasige
Velden bereid ofte gesogt te hebben; naamelik sy sleepte
doornen, sulks den Hoofde het gebruik van het gesigt en ge-
hoor benoomen wierd, ende het Hart, Leever ende Long
weederom de Tong deeden roupen, Houd stille, houd stille,
want gy verderft het geheel lighaam; Laat dog de oogen
ende Ooren ons allen, gelijk voor deesen, bestieren. Dog
in plaatse van te hooren, wilde de Staart liever hare groote
kraften toonen, met eenen anderen steilen Berg snel op
te konnen klimmen, in spijt ende eerder als een aanren-
nend Ruiter haar soude konnen beloopen ende dooden.
Maar dese oneenigheid, ende by gevolge domme kraf-
teloosheid, veroorsaakte soo eenen tragen voortgang der
Slange-staart, dat de Ruiter haar beliep, ende met sijnen
swaarde het oppersten deel der Slange van het beneeden-
sten scheidende, het geheele lighaam doode, ende die
gedoode Leeden te sijnen eigen nutte, ofte om sijne lu-
sten te voldoen, gebruikte.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben verstaan met de geheele SLANG,
een Huis-gesin, ofte een Republik in goede ordre
zijnde.
Met OOGEN ende OOREN, Man ende WijsL: ofte
de Aristokratike Regeerders eener Republike.
Met Gal-BLAAS, MILD, TEEL-LEEDEN, MAAG,
ende schoone leedige DARMEN, weederspanninge,
toornige, wellustige, gulsige, ende ydele Kinderen, van
een Huis-gesin: ofte nijdige, heers-sugtige, misnougde,
geseetenen eener Republike.
Met HART, LEEVER ende LONG, gehoorsaame en-
de deugdsaame Kinderen in een Huisgesin: ofte de ver-
standigste, deugdsaamste, welvaarenste, ende meest ge-
goede Ingeseetenen eener Republike.
Met STAART, Dienstbooden van een Huisgesin: ofte
de aller geringste, onweetenste, ondeugenste, ende meest
behouftige Inwooners, die op de Beetere Ingeseetenen
Baarer Republike aasen.
Met aanrennende RUITERS, die de Slang dooden ende
gebruiken, Menschen die uit de twisten van anderen
leeven, ende aldus bekoomen het gunt waarom getwist
word, als Advocaten, Procureurs, &c. of wel
een Krijgs-Ooverste, die door de Scheuringen der
Republike, ofte met de kleine Leeden tegen de groo-
ten op te hitsen, sig Heer van dien maakt, ende het
geheel lighaam verteerd.
Wanneer Menschen gebooden ofte Wetten ontfangen van ande-
ren, die een gemeen interest met haar hebben ende die sy
meenen wijser als de gemeene Menschen te zijn, so laten sy sig ligte-
lik van de selven leiden, bestieren, oover-reeden ofte regeeren: Maar als
daar en teegen Menschen gebooden ofte wetten ontfangsten van eenen
Mensche, die aan sijne geboden ofte wetten niet onderworpen
is, en welke dien volgens een geheel ander Interest heeft, als die aan de
geboden ende wetten onderworpen zijn; soo krijgen deselve On-
derdaanen billik die gedagten, dat met die gebooden ende wet-
ten wel seekerlik het voordeel des gebieders ende wetgevers altijds,
maar ook veeltijds het nadeel der Onderdaanen, die aan opgemelde
soodanig een Hoofd, die Onderdanen gemeenelik niet oover-reed,
leid, bestierd, ofte regeerd, maar tyranniseerd ende dwingd, om uit
vreese van een meerder quaad, dat haar soude ooverkomen, te doen
ofte te laaen, het gunt sy sonder opgemeld ge-ofte ver-bod,
niet doen ofte laaten souden willen.
Even dus is het by-naast gesteld, wanneer in eenen Vryen Staate,
onkondige ofte dwaase Menschen, hoewel een ende het selven Interest
met anderen hebbende, sig onderwinden aan allen, ende by ge-
volge ook aan sig selven gebooden ende wetten in het ge-
meen, ende ook aan haar in het bysonder, schadelik zijn, sy aan
die geboden ende wetten niet gehoorsamen, dan uit dwang ende vree-
se van een meerder quaad, dat haar soude mogen ooverkoomen.
Ende oovermits de Reeden segt, dat de wijse ofte deugdsaame Men-
schen, niet van den Onkundigen ofte Ondeugenden oover-reed, geleid
ofte bestierd konnende werden, nog min van de selven getyranni-
seerd ofte gedwongen behoorden te zijn: Soo werd daar door de grond
van eene scheuringe in der Regeeringe geleg, door welke die Regee-
ring in het geheel ten gronde gaat, ende ons spreekwoord be-
waarheid, *dat, Geen dwang, duurt lang.
Dus sien wy daageliks dat Huisgesinnen, daar Man ende Wijf de
wijse zijnde, ende een Interest met haare kinderen hebbende, den
selven, als ook den Dienstbooden gebieden, ende daar sy eerbiedig-
lik gehoorsaamd werden; in het gemeen voorspoedig zijn, ende
van den meede Ingeseetenen des Lands ofte der Steede hoog ge-
agt werden. Gelijk wy meede daageliks sien, dat als Man ende
Wijf on-eenig werden, ofte dat de Kinderen teegen haare Ouderen
opstaan, dat als dan binnens huis alles soodanig verwerd is, dat de
ondeugensten des geheelen Huisgesins, als dan gemeenelik van
de minst deugende Dienstbooden, ofte van andere ondeugende Men-
schen, buiten den Huise woonende, ook opgewekt werd, om aan
den allerbesten het allerquaadsten te doen, namentlik, om door
Lasteren en Pleiten Man ende Wijf van een, ofte Kinderen van hare
Ouderen te scheiden, sonder dat het selven door Wijse ende Deugd-
saamen tusschen-spreekende Vrienden kan werden belet. Waar
rijken, de gemeene sken des Huisgesins verwareloosd, en de Partyen
ten wedersijden door Advocaten, Procureurs, en Notarissen, Etc. als aanren-
nende Ruiters, daar onse FABUL van gewaagd, geplukt ofte geplon-
dert worden, soodaanig dat meest alle die Huisgesinnen tot arre-
moede vervallen, ende by haare Meede-Ingeseetenen altijds seer
klein geagt werden, ofte dat sy in het geheel vergaan.
Dus sien wy dageliks, dat meest alle Koningrijken en Vorstdommen, also
daar niet meer dan een Hoofd met sijnen aanhange, alle de andere In-
geseetenen dwings tot gehoorsaamheid aan alle het gunt hem lust
te gebieden; gedurig vol binnen-landse twisten zijn, ofte dat opge-
melde Koningen ende Vorsten, geduurig buitenlandse oorelogen voeren;
Sulks die Ingeseetenen aldaar gewisselik, alle magteloos, misnougd
ofte arm zijnde ofte werdende, die Koningen ofte Vorsten ook veeltijds
in gevaar zijn, haar Hoogheid en alles dat sy daar benevens besitten, ofte
haar eigen is, door hare Onderdanen ofte door hare Vyanden, te verliesen.
Dus sien wy daagliks, dat Republiken, daar de Wijsten ende Be-
quaamsten Regeeren, ende daar de onkondige ofte geringste Ingeseete-
nen sig van de selven laten leiden, seer langen tijd in Vreede ende all
Voorspoeden, ten welstande aller, en insonderheid der WIjse en Deugd-
saame Ingeseetenen duuren. Ende sien wy ook, dat in teegendeel
die Republiken, alwaar de onkondige ende geringe Ingeseetenen by sor-
me van Ambagten ofte Gilden, by-een koomen, om wetten voor de
geheele Stad ofte Republik, ende mitsdien ook voor seer veele wij-
sere ende deugdsaame Ingeseetenen te maken, ofte om uit den
haare eenige Magistraaten, ter uitvoeringe der Wetten te kiesen,
doorgaans aan den wijsten ende besten Ingeseetenen seer groot mis-
nougen geeven, ende daar door twisten ende scheuringen veroorsaa-
ken, welke aan uitheemse ofte inheemse Vorsten, Krijgs-Ooversten, ofte
anderen Bevelhebberen, goede geleegendheid verschaffen, om alle de
Regalia ofte Vry-en Geregtigheeden der Repunlike sig aan te matigen, en-
de eindelik selfs die Republik te oovervallen, ofte te vernietigen,
ende soo wel oover de wijse als oover de dwaase, groote ende klei-
ne Ingeseetenen te heersen, ende eindelik die alle onder eene sware
slavernie te doen buigen.
Welke onse Reedenkaavelinge, wy niet dan met eene oude Historie
ende eene bygevougde FABULE bevestigen sullen. Als kort na
mene Vryheid gesteld was, so bevonden veele geringere Borgers door
hare quade huishoudinge, sig met vele Schulden en gelden op Interessen
genomen, beladen; en geen middel hebbende, om door eene deugde-
like betalinge, sig daar van te ontlasten, als ook by gevolge vree-
sende, dat sy by gebreke van dien, naar inhoude der wetten, Slaven
hunner Schuld-eisseren gemaakt souden werden: Soo begeerden
sy, dat de Borgemeesters ende de Raad der Republike, haar door eene
niewe te maken en gemeene Wet, van alle hare Schulden bevrijden sou-
den. Ende alsoo de Borgemeesters ende Raaden de meeste en rijkste
Schuld-eissers wesende, niet wilden soo eene onbillike wet ten na-
deele van haar eigen selven maken; So liepen alle die geringe Bor-
gers uit der Steede, ende setteden sig neder op den Heiligen Berge,
3000 treeden van Roomen geleegen, al waar sy sig beschansten, om
niet van den rijken Borgeren oovervallen te werden. Gelijk aan
de andere sijde, de rijke Borgers te Roomen ook vreesden, dat sy
van den uitgeweekenen, ende te gelijk van den geringsten, die nog in
der Steede gebleeven waaren, oovervallen ende gedwongen sou-
den werden te lijden alle het gunt die souden gelieven te doen.
Weshalven de Borgemeesters ende de Raad van Roomen goed vonden,
Menenius Agrippa derwaarts te senden, om die geringe Borgers te
beweegen, weder tot Romen te keeren. Welke Agrippa van geringe
afkomst, ende daarom den geringen des te aangenaamer zijnde, in
hare beschansinge beleefdelik ontfangen wierd, alwaar hy en ge-
ringen volke ten opgemelden einde, deese Fabule rawelik voor-
droug.
,,Ten tijden, als de Leeden des menscheliken lighaams nog soo
,,wel als nu niet oover-een quamen, om een Mensch uit te maken,
,,maar dat yder Lid sijn eigen Voorneemen, Raad ende Taal had: so
,,wierden sy alle misnougd oover den Buik, seggende, dat sy alle
,,voor den Buike sorgen, en voor hem met groten arbeide de nodige
,,spijse souken moesten, terwijle hy in het midden sijn rust hiel ofte
,,alle wellusten genoot. Ende beslooten sy onderling, dien leu-
,,jen Buik niet langer te voeden: Sulks de Hand voortaan geene
,,spijse in den Monde steeken, nog de Mond die ontfangsten, nog de
,,Tanden die kauwen wilden, op dat sy door dat middel den weelde-
,,rigen Buik betemmen souden. Maar voelende en siende, dat sy hier
,,de uit-teerden; Soo seiden die Leeden onderling, nu besef-
,,fen wy, dat yder lid des menschelijken lighaams, sijn eigen
,,dienst moet waarneemen, om het geheel te behouden, ende
,,dat wy den Buik niet meer voeden, als de Buik ons doed,
,,met de Spijse te verteeren ende in goed Bloed te verande-
,,ren, als ook met dat bloed allen Leeden toe te senden.
Dus, seide haar Agrippa, sal het met u gaan, ende met ons,
ten zy gy haast weeder keerd. Gy sorg-vuldige ende arbeid-
saame Gemeente benyd de rust, ende veragt de beesigheeden
der Raads-heeren en Rijke Borgeren, daar gy door bestaan en uw
voedsel van trekken moet. Ende was alleen het verhaal deeser Fabule
soo kraftig in de gemoederen der geringe Borgeren, dat sy aan-
stonds naar Romen keerden, alwaar sy onder een verdrougen,
dat de geringe Borgers voortaan a haare Voorstanders kiesen
souden, om haar teegen de onderdrukkingen der Borgemee-
steren ende des Raads te moogen beschermen.b
Wat nu eigendlik de sin onser FABULE zy, meenen wy
onnodig te zijn, dat alhier eigendlik klaarder uit te drukken,
alsoo het selven genougsaam, met de Uitlegginge der Woorden in
der FABULE begreepen, voor aan is geschied.
aTribimos Plebis.
b.Tit.Liv.Lib.2.
Consule queis aetas longa magistra fuit.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem052 MOTTO_NLDaar Paap of Hoofling raad,
En Krijgsknegt sied en braad,
Of 't Wijf heeft 't Regiment,
Neemd 't selden een goed ent.
54.De Schildpad, Haas, ende Kikvors.
DE Schildpad wel eer over hare traagheid van den Haase
bespot zijnde, had, om die spot in het toekomende niet
meer onderworpen te zijn, eene wedding aangegeaan met
den Haase, dat sy, niet jeegenstaande haare traagheid,
de selve reise eerder als hy, soude afleggen: waar op sy
ding had gewonnen; terwijle de Haas, op sijne snelheid
betrouwende, laat opstond, ende ook onderweege sijnen
tijd in der Herberge versuimde, om sijne lusten te versadigen.
Ende daar en booven wist de Schildpad, dat de Hasen
ook wel eer in haare Vergaderinge rijpelik ooverlegt heb-
bende, dat sy van Menschen, Honden, ende Grijp-voo-
geen geduurig vervolgd wierden, sonder sig te konnen
beschermen, ofte haare Vyanden beleedigen; ende dat sy
daarom hadden beslooten, gelijkelik in eener diepe poe-
le te springen, om aldus een eind van haar altijds be-
kommerlik leeven te maaken. Dog dat sy alle sterkelik
ten dien einde derwaarts loopende, hadden gesien, dat
de Kikvorssen, haaren aanval vreesende, alle waaren ge-
sprongen in den watere, om sig aldaar te verbergen. En-
de dat derhalven een der wijste Haasen het selven opmer-
kende, had aangeweesen, dat hier leevendige Schepse-
len waaren, die nog meer Vyanden, als sy hadden; Jaa
dat die ook de Haasen vreesden, en des niet te min haar le-
en sorgvuldiglik bewaarden, met tijdelik te vlugten naar
hunne sterkten, en sig aldaar te onthouden, tot dat die nood
oover was. Dat sy Haasen, snelder dan de Kikvorssen zijn-
de, het selven ook beeter doen konden. Gelijk die Schild-
pad daar beneevens wist, dat de Haasen op deese ver-
maninge hadden beslooten, voortaan ten besten des doe-
nelik, hare Vyanden te vermijden, en besprongen werden-
de in hoolen haar leeven te bergen: Ende dat het selfden
haar soo wel was gelukt, dat het geslagt der Haasen tot
heeden toe in weesen was gebleeven.
Eindelik wist ook de Schildpad, dat sy sig in haare
schild verborgene houdende, meenig-werven van Grijp-
voogelen, ende andere Vyanden, aangegreepen was ge-
dat sy derhalven op haar van Jupiter ten gaste ge-
noodigd zijnde, alle andere derwaarts gegaan, ende sy
alleen ten huise gebleeven was, met die verontschuldigin-
ge, dat Oost West,'t Huis best was. Dat die verontschul-
diging Jupiter ook soo wel had bevallen, dat hy haar des-
weegen had gebooden, voortaan haar Huis altijds, ende
ook oover alle, derwaarts sy begeerde, met sig te dragen;
ten einde sy van geene Grijp-vogelen verslonden, ofte van
quaade Buuren gequollen soude werden.
Dit alles niet jeegenstaande, soo gebeurde daar naa,
dat sy de Kikvorssen ten lande seer snel springen, ende in
den waatere seer snel swemmen siende, waande die seer
gelukkig, ende sig selven seer ellendig te zijn, tot dat sy
bemerkte, hoe de Kik-vorssen, des niet te min, ten lan-
de van seer veele Woud-voogelen, ende ten waatere van
veele nog snelder swemmende Water-voogelen, Slangen,
ende Vissen, verrast ende verslonden wierden: als wanneer
sy ten regte oordeele, seer gelukkig te sullen weesen,
indien sy, naar den stand, daar sy in was, sig wilde vou-
gen, sonder de standen der andere Dieren te benijden
ofte te wenschen: ende derhalven soo besloot sy, ende nam
standvastelik voor, hare kennisse omtrend saaken die haar
eigen wel-weesen mogten betreffen, soo veele haar doe-
nelik was, voortaan te vermeerderen, ende sig daar in al-
tijds naar de maate haarer weetenschap te draagen.
Uitlegging der Woorden.
Met SCHILD-PADDEN, hebben de Ouden ver-
staan, trage dog vlijtige ende arbeidsame Menschen.
sene Menschen.
Met KIK-VORSSEN, Boeren, ende andere gering ofte
gemeen Volk, dat haastig opspringd ende weder haast duikt.
WAnneer men op den verscheiden aard der Menschen agt neemd,
soo bevind men, dat eenige van dien geswind in haare ligha-
melike beweegingen, ende ook seer vaardig in alle hare gedagten
ofte oordeelen zijn: ende dat dese twee saken den selven, als ook
anderen Menschen, in den beginne altijds soo een groot behaa-
gen geeven, dat sy, door opgemeld behaagen, gemeenelik wer-
den opgewekt, om hoogere ende grootere saaken, dan die sy be-
sitten, ofte haar betamen, te begeeren. Want oovermits soo-
daanige hooge saaken niet dan by geluk, ende met onverdrietige
sorge ende geduurigen arbeid plagten verkreegen te worden; en-
de dat die standvastigheid selden by die vlugge lighaamen ende ge-
swinde geesten ofte verstanden gevonden werden: Soo siet men
oook veeltijds dat sy door het groot gevoelen, welke sy van haare
eigene bequaamheeden hebben, saaken onderneemen derven, die
sy door haare sorgeloosheid, versuim, ende afkeer van eenen ge-
staadigen arbeid, niet bereiken konnen. Als wanneer sy alle ha-
ren moed verliesende, ook haare uitwerkingen in het geheel ver-
brooken werden, ende sy niet alleen vermerken, dat sy beneeden
de trage Menschen, die sy voormaals te versmaden plagten, behoor-
den geagt te werdenl maar sig ook als dan inbeelden de aller-ramp-
saaligste onder alle de Menschen des gantsen Aardboodems te zijn.
Daat en teegen bevind men, dat andere Menschen, die traag
in haare lighaamelike beweegingen, ende ook in haare gedagten
ende oordeelen zijn, daar door, soo by sig selven, als by andere
Menschen, in seer klein agtinge weesende, niet derven groote
ende hooge saaken, die haar souden konnen ontschieten, begee-
ren: ende dat sy daarom tragtende maar mindere saaken, die haar
betaamen, deselve allangs, ende treede voor treede, met eene soo
groote sorgvuldigheid ende gestaadigen arbeid bejaagen, dat sy
veeltijds hun oogwit bekoomen, ende als dan eerst bemerken,
se voorgaande werken, ende alle ons geheel leeven kroond: als
meede van haar als dan eerst vermerkt werd, dat die vlugge ende
hoog-vliegende Menschen, die sy wel eer te benijden plagten,
selden haar oogwit bereikende, ende veeltijds een drouvig einde
maakende, waarelik niet gelukkiger als sy, maar veel ongelukki-
ger zijn. Want dan vermerken sy eerst, dat men sig waarelik ge-
lukkig maakt, wanneer men sijne gedagten niet soo seer laat gaan
op het goed, dat een ander heeft, ende ons ontbreekt; als wel op
het gunt een ander derfd ende wy besitten. Ende insonderheid
bevinden sy als dan, dat men sig gelukkig maakt, wanneer men
tragt, sig met sijn eigen lot te verheugen, ende stil te leven, son-
der gedurig naar eenen anderen stand te haaken.
Alle het welken wy meenen, door onse daagelikse ervaaringe
omtrend ons eigen selven, ende andere enkelde Menschen Menschen, soo
bekend te weesen, dat ten dien einde geene aanwijsinge vereist
werd. Maar wel diend hier aangeweesen te werden, dat het self-
de onderscheid ook in geheele Volkeren gevonden werd: Namelik,
wanneer wy de grove lighamen ende de trage verstanden der Duit-
sen aanmerken, ende die vergelijken met de vlugge lighaamen ende
geswinde oordeelen der Francoisen; soo behaagd ons in den Begin-
ne een Fransman altijds meer als een Duitsert: Maar als wy daar na
rijper ooverleggen, wie van beiden in den geheelen loope sijnes
leevens, meer goeds ofte quaads, baat ofte schaade, gemak ofte
ongemak, sig selven ende den gantsen menschelijken geslagte aan-
doed: Ende wie van beiden by gevolge door sijne eigene deugd
ofte schuld, met weer genougen ofte misnougen, sijn leven be-
hoorden te eindigen, Soo meenen wy, dat de prijs van dien den
Francoisen niet behoorde te werden gegeeven.
Immers dien wy, dat de Volkeren van Europa, die traag in hare bewee-
gingen en gedagten zijn geweest, als Grieken, Romeinen, Schieten, Celten,
Duitsen, Etc. Republike Regeeringen, ten voordeele der gemeene
Ingeseetenen, hebben opgeregt, ende aller-langst behouden hebben,
terwijle andere vlugge Volkerenm en seer schrandere Verstanden, tot ee-
ne Monarchale Regeeringe, meest altijds ten voordeele van eenen Mensche, en
ter onderdrukkinge aller Onderdanen strekt, vervallen zijn. Gelijk
wy nog heeden sien, dat de schranderste bewooners van geheel Italien.
netianen ende Genueesen, als ook die trage Switsers de selve behou-
den. Gelijk wy meede sien, dat geene Volkeren in geheel Europa
met eene swaardere slaavernie onder eene Monarchale Regeeringe
werden gedrukt, als de vlugge Francoisen, terwijle die trage Duit-
sen, indien niet alle, immers ten meesten, deele hare gemeene Vry-
heid naar siele ende lighame, kloukmoediger beschermen.
Derhalven leerd ons deese FABUL, dat de Schildpad, dat is de
traage, neederige, ende in Vryheid leevende Menschen, veel ge-
lukkiger zijn als de geswinde Hasen, dat is, seer vlugge ende hoog-
hertige Menschen, die veeltijds van haare Vyanden gedood, ofte
als de hoog-springende Kikvorssen, van haare eigene Koningen en-
de Vorsten verslonden werden.
Vivitur exiguo melius si noveris uti.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem053 MOTTO_NLEen die met klein beslag
Sijn leeven einden mag,
Heeft meen'gen blijden dag,
En selden groot geklag.
55. De Schaapen ende Verkens, met haare
Wagt-honden.
Seekere Schaapen ende Verkens, hebbende eenen en-
de den selven Herder, die haar met aard-ofte staan-
worpen, als ook met sweep-ende stok-slaagen by een te
houden, te verweiden, ende door die middeler onder-
haar, dat die Herder schielik quam te sterven. Sulks de
allerwijste Schaapen aanstonds in der gemeene Vergaade-
ringe voordroegen, dat sy alle indagtig waaren de onge-
makken ende quaalen, die sy geduurende de sorge ende
opsigt haares ooverleeden Herders onderworpen waaren
geweest; ende dat alsoo die des niet te min een seer goed
Herder was geweest, sy derhalven met seer goede reeden
mogten besluiten, dat selfs de aller-beste Herders haare
Melk daageliks aftrappen, by geleegendheid hare wol af-
scheeren, ende, om haar noodig voedsel te vinden, som-
tijds eenige Schaapen, ende veeltijds de andersins vrugte-
loose Verkens, dooden souden: ende vougden die wijse
Schaapen daar by, dat het derhalven raadsaamer was,
ter gemeener bescherminge tegen de Wolven, te gebrui-
ken seekere klouke Wagt-honden; die nog Schaapen nog-
te Verkens, tot haare spijse te dooden plagten; ende die
geener schaapen wolle tot haare kleedinge nodig hadden,
maar allleen Melk voor hare spijse en drank van den Scha-
pen bedingen souden: terwijle sy Schaapen ende Verkens
van slijk-ende aard-ofte steen-worpen, als ook van sweep-
ende stok-slaagen vry weesen, ende niet dan met baffen
geregeerd werden souden.
Welke voorslag allen Schapen ende ook den Swijnen wel
gevallende, en die Wagt-honden die opsigt oover den Scha-
pen en Swijnen aan-neemdende, als ook voor der selven heil
wel sorgende; Soo nam die Kudde in alle weelde toe, ende
insonderheid vermeenigvuldigen de Schapen; alsoo die
sig naar alle goede ordren der Wagt-honden draagende,
geen der selven van den Wolven gegeeten wierd. Maar
de Verkens, siende dat de Honden nog staf nog sweep had-
den wijds ende sijds, niet jeegenstaande het baffen der
Honden, ende haare vermaaningen, dat sy soo doende,
haar niet teegen de Wolven souden konnen bescher-
men.
Deese trouwe Wagt-honden sig dus veragt siende van
die geenen, welk weinig ofte gants niet tor haar onder-
houd verschafteden, leiden de saak oover met de niet min
gehoorsaame als veel contribueerende Schaapen, ende
wierd van alle de selven goed gevonden, dat de honden
haare opgedraagene Magt souden ouffenenm met de onge-
hoorsaame Verkens te bewdingen, ende met aan den klei-
nene de straffe te beginnen. Sulks de wagt-honden daar
naa eenige Biggen siende verre af weiden, den selven
gebooden, by der Kudde sig te vervougen; waar op die
Biggen antwoordeden, dat sy nog eenige Aard-aakers uit-
graaven ende eeten wilden, eer sy sig van daar naar der
geheele Kudde begeeven souden.
De Honden deese onbeschaamde ongehoorsaamheid der
kleinen ooverdenkenden, oordeelden, dat sy behoudens
Eere ende Eed, in deesen gevalle niet konden stille staan;
weshalven sy wijders gesegt hebbende, dat sy haar, by
gebreeke van aanstonds voort te gaan, daar toe souden
dwingen: Soo waaren die Biggen wel soo stour, haar toe
te snaauwen: ,,Gy siet dat de groote Verkens dageliks veel
,,wijder van der Kudde af gaan weiden, om arger te
,,doen als wy kleine Biggen, sulks indien gy oover onse
,,kleinigheeden uwen moed op ons wild koelen, ende
,de Grooten onbedwongen laaten, gy doen sult als de
,,wreede Havikken, die de schaadelijke Arenden ende
,,Wolven voor by te vliegen, om de onnoosele Dui-
,,zijn.
Welke woorden voor den Wagt-honden onlijdelik wee-
sende, soo greep yder van dien een Bigge by den ooren,
te gelijk niet min kreeten, dan of men haar de keele had af
gesteeken. Ende alsoo eenige verborgene Slagtirs, om haar
oogwit te bereiken, sig altijds, dog bedektelik omtrend
die Kudde gehouden hadden, soo wilden die nu niet ver-
suimen, dit vier van ongehoorsaamheid aan te blaasen,
om het selven tot een volkoomen oproer te doen uit-
bersten: in gevolge van het welke sy aanstonds de groo-
te Verkens beliepen, ende soodaanig wisten op te hit-
sen, dat sy al knorrende naar die Wagt-honden draafden,
ende met haare schrikkelijke Verkens-tanden, sonder
naar eenige reedenen, die de Honden van haar doen
gaaven, te willen hooren, haar aanstonds verscheur-
den, onder dien Lak, dat het Verraaders waaren.
Weshalven opgemelde Slagters uitgewrogt hebbende
het gunt sy voor hadden, naamentlik die Kudde ont-
steld, sonder Herder, ende sonder Wagt-honden te sien,
sig selven in het geheel daar van Meesters maakten; en-
de voortaan de grootste ende vetste Schaapen ende Ver-
kens, niet alleen tot haar noodig voedsel gebruikten,
maar ook haar vlees ende vagt ten meesten prijse verkof-
ten, om met die Penningen, daar van koomende, in
alle ooverdaad, weelde ende wellusten te leeven. Sulks
die Slagters voortaan geene Schaapen ende Verkens, dan
alleen ten Slagtbanke, voededen ende aansokten.
Met SCHAAPEN, hebben de Ouden verstaan,
gegoede Ingeseetenen, door wiens Schattingen
Landen ende Steeden beschermd werden.
Met VERKENS, arme wreevelige, ende arbeidende
Ingeseetenen.
Met Verborgene SLAGTERS, aansienelijke behouftige
Ingeseetenen, die door Oproeren te verwekken, in
der Regeeringe van Landen ofte Steeden tragten te
geraaken.
De andere Woorden deeser FABULE vereissen geene uit-
legginge.
MEnschen, die van gegoede Ouderen gebooren zijn, werden
gemeenelik soodaanig opgebragt, dat sy door onderwijsin-
ge, leefden van goede Bouken, bereisen van vreemde Landen,
ende ommegaan met veelerei slag van Menschen, niet alleen
kennisse krijgen van die Saaken, waar door den kost gewonnen
werd, maar ook van den loope des Weerelds, ende van der Re-
geeringe, in het bysonder der Landen en Steeden, daar sy gebooren
zijn, ofte Woonen, Namentlik sy leeren, voor soo veel de Menschen
aangaat, hoe haare Meerdere, haare Gelijken, ende haare Minderen
gesind ende ge-aard zijn. Ende bevinden opgemelde gegoede
Menschen, dat de Meerdere haar ter bescherminge van Landen ende
Steeden, lasten opleggen, schatten ende scheeren, als ook, dat sy aan
haars gelijken veeltijds ietwes van het haren moeten toegeven, indien
sy in ruste willen leven, ende met geene Dingtalen gequollen zijn.
Ende bevinden eindelik de gegoede Menschen, dat de arme Min-
ofte met welken sy ietwes anders gemeens hebben, geduurig
bedriegen, ende verkorten derven; om dat van haar by Pleidojen
nietwes te halen is. Ende bevinden die ook eindelik, dat alles gaat
volgens het spreekwoord: Six cincq geefd niet, Dues as heeft niet,
Quatre trois moet geven, om Six cincq ende Deus as te doen leven.
Dit aldus gesteld zijnde in de aller-vreedsaamste tijden, soo
hebben daar en boven in tijden van oorloge, ende insonderheid
van opstand ofte oproer der geringe Ingeseetenen, teegen den Re-
geerderen van Landen ofte Steeden, de gegoede magtelose Inge-
seetenen nietwes anders te verwagten, dan dat sy de ballen sul-
len moeten betaalen, daar de anderen meede sullen speelen,
ofte speelen, ende gespeeld hebben. Namentlik, dat sy door
ende geduurende die twisten ofte oorlogen, seer geschat ende
geschooren, ofte geplonderd, ende inhet geheel van hare goe-
deren beroofd sullen werden.
Ende vermits opgemelde gegoede Ingeseetenen deese quaalen
voorsien, ende vreesen; soo vougen sy sig gemeenelik met groo-
te Reedenen seer gaarne naar de geleegendheid der saaken, en-
de der Regeeringe, welke ten hunnen tijde in weesen is,
wenschende rust ende vreede in haare daagen te moogen ge-
nieten, ende schrikkende booven allen, voor den Opstand, ende
Oproer den Ongegoeden, tegen der Regeeringe, ofte teegen den Re-
geederen hunnes Vaderlands, ende der Landen ofte Steeden, waar
in sy woonen.
De Ongegoeden daar en teegen, zijn meest tweederlei, naa-
mentlik of van ongegoede ouderen geboren, of wel selfs door een
ontugtig leeven tot arremoede geraakt. Waar van de eersten ge-
meenelik dienstbare Menschen zijn, ende geene kennisse ter wereld
hebben, dan van een Ambagt om den kost te winnen, zijnde
voorts van een seer ontugtig leeven, dom, laat-dunkende, on-
gestaadig, ende soo dol driftiig in alle het gunt sy voorneemen,
dat sy, geduurende die drift, naar geene Raad ofte Reedenen wil-
len ofte konnen luisteren. Ende oovermits sy, selfs buiten
dien drift zijnde, weeten dat rijke Menschen haar in Regten be-
trekkende, goed naar quaad geld werpen souden, ende dat de
Schouten, meer geld-als bloed gierig zijnde, van haar niet trek-
die gegoede Magteloosen te verongelijken, oft haar eenig straf-
baar geweld aan te doen. Gelijk opgemelde ongegoede Ingeseete-
nen seer ligtelik bemerken, dat sy door ooreloogen ende Oproe-
ren teegen der Regeeringe, geene Goederen verliesen, maar hare
bequaamheid om te dienen, Konst, Ambagt ende Handen, seer ligtelik
in andere Landen, om aldaar ook naar hare oude wijse te leven, oo-
verbrengen konnen, ende dat sy daar en boven, geduurende het Op-
roer, in eenen seer grooten getaale straffeloos ende onbekend, sou-
den weesen: Ende derhalven soo zijn de selven ook altijds gereed
ende geneegen tot die Oproeren.
Sulks, wanneer daar nog by komen eenige sware voorvallen der Re-
publike, de andere aansienlike dog ongegoede Ingeseetenen: nament-
kik alle Spil-penningen, die door een ooverdadig, vuil ende ontugtig
leven in schulden steeken, ofte tot die arremoede geraakt zijn, als dan
niet plagten te versuimen, die andere domme Menschen onder der
hand tot Opstand teegen de wettige Regenten aan te hitsen, en-
de indien de selve Oproermakers de ooverhand behouden, de Re-
geerders te dooden ofte te verwerpen, om sig in der selven plaat-
sen te drinken, ende door dat middel sig niet alleen van de wel-
verdiende Straffen te bevrijden, maar ook hare verdorvende Huis-
saaken ten laste der gegoede Ingeseetenen te herstellen.
De waarheid van het welken, voor soo veele het den gemee-
nen menschelijken ommegang raakt; door onse daagelikse ervaa-
rendheid werd bevestigd; ende voor soo veele het de gemeene
Regeeringe ofte Oproeren daar teegen, aangaat, is onnoodig, daar
van eenige exempelen by te brengen, alsoo de Historien aller Lan-
den ende Steeden daar meede vervuld zijn. Dog indien de Lee-
sers des niet te min eenige begeeren, soo behouven sy maar te ge-
denken, door wien ende hoe in den Jaare 1672. ende 1673. bin-
nen de Vereenigde Neederlanden, die Oproeren teegen de wettge Re-
genten van dien aangesteeken, uitgevoerd, ende ge-eindigd zijn.
Ende alle het selven wel ooverdagt hebbende, soo sullen sy groo-
te reedenen vinden, om sig te verwonderen, hoe de Regenten
eeniger Steeden aldaar seedert die tijden, ende als nu nog kon-
nen goed vinden, tot Schutteren haarer Steeden aan te neemen, gants
de oude Verkens onser FABULE, tanden in hare monden gekreegen
hebbende, ofte uit sig selfs, ofte uit aanhitsingen eeniger heers-
sugtige ende door ontugt ofte quaad leeven behouftig geworde-
ne Ingeseetenen, altijds tot plonderinge der gegoede Ingeseetenen,
ende tot Oproeren teegen de wettige Regenten te veroorsaaken mag-
tig, ende ook geneegen sullen weesen.
wat nu wijders de eigendlijke sin deeser FABULE, ende de
leering van dien zy, konnen de aandagtige ligtelik bemer-
ken, ende is derhalven onnodig hier gesegt.
Alterius non sit, qui suus esse potest.
Persequitur Deus piacula in parentes.
Die op goed' Ouders is verbolgen,
Moet haast den Beul of 't Kalfs-vel volgen.
56. De Eesel sonder Herssenen ende Ooren.
EEn Eesel, die in het draagen van swaare lasten, sij-
nen Heere eenen langen tijd veele goede ende groo-
te diensten gedaan had, wierd een maal swaarder als ge-
meen belaaden, sulks hy aan eener Steene, die in sijnen
weege lag, soodanig stronkelde, dat hy onder sijnen laste
de, hem met veele stokslaagen deede rijsen, welke harde
slaagen door de groote smerte soo diepe indrukselen in
des Eesels herssenen maakten, dat hy seedert dien tijd om-
trend dien Steene nooit quam, sonder daar aan te geden-
ken, ende sig soo voorsigtig te draagen, dat hy niet meer
aan den selven Steene quam te stooten; maar veroorsaak-
ten daar en boven die harde stokslaagen, dat hy eindelik
van sijnen Heere scheidende, sig in eenen Woude begaf,
alwaar hy een geruimen tijd seer stillekens geleefd heb-
bende, het gebeurde, dat de Leew siek wierd, ende by-
een riep alle de voornaamste bloedgierige Dieren, op dat
die eenig genees-middel voor hem souden uitvinden: en-
de terwijle geen der opgemelde Dieren eenig genees-mid-
del wist, seide de Vos, dat de ooren ende herssenen eenes
Eesels, naar de regulen der Genees-konste bereid zijnde,
wonderlik goed waaren, om den Leewe sijne voorgaan-
de sterkte te doen verkrijgen. Waarom de Leew den
Vosse last gaf, den Eesel ten Hoove, ende in sijnen ge-
welde te lokken.
Sulks de Vos naar het Woud ging, ende den Eesele al-
dus aansprak: ,, Uwe groot sterkte, luidrustige vervaare-
,,lijke Stem, groot geduld omtrend het draagen van al-
,,lerlei ongemakken, ende uwe matigheid in spijse ende
,,drank, als meede insonderheid uwe groote wijsheid,
,,volgens welke gy die al te ondankbaare Menschen hebt
,,verlaaten, om stillekens in dit Woud te leeven, heb-
,,ben u by de wilde Dieren soo vermaard gemaakt, dat
,,het lof van by de wilde Dieren soo vermaard gemaakt, dat
,,het lof van dien is gekoomen ter ooren des Leews, Ko-
,,ning aller vier-voetige Dieren, ende is die derhalven
,,geneegen, u tot sijnen oppersten Diener van Staat te
,,den niet moogt verbergen, maar die ten voordeele al-
,,ler vier-voetige Dieren, waar van gy een zijt, gebrui-
,,ken moet; Soo gaa gy, mijn goede vriend, met my,
,,ik sal u seer trouwelik ten Hove leiden. De Eesel dee-
se schoone woorden geloovende, ging, ende wierd ge-
leid tot den leewe, die als toen sijne Pooten, om den
Eesel te grijpen, uitgestrekt hebbende, sig soo swak be-
vond, dat hy niet door slaan. ende hem tot sig trekken
konde. Sulks de Eesel ontspringende, weeder tot sijn
Woud keerdel terwijle de Leew uit vreese dat sijne on-
magt ende te gelijk sijne voorgenoomene wreedheid, al-
len onnooselen Dieren bekend souden worden, seer drou-
vig ende schaamrood zijnde, oover dat mislukken, sig
nogtans verseekerde, alle sijne behaalde schande, door
vermeerderinge van magt ofte sterkte, indien hem die
gebeurde, ende ook andersins niet te konnen doen ver-
dwijnen. Waarom hy ook den selfden Vos bad, ander-
maal den Eesel te gaan bekallen, ende ten Hoove te ge-
leiden,
Waar op hoewel de Vos antwoorde, gants teegen den
aard der Eeselen te weesen, twee maalen teegen den sel-
ven Steen te stooten, hy nogtans verhoopte, onder schijn
van Vriendschap, met diere Eeden bevestigd, deesen on-
nooselen te sullen konnen verleiden, naademaal men al-
soo, wel veel wijsere Dieren had konnen bedriegen; Sulks
hy dit Gesandschap ondernam, tot den Eesele ging, en-
de hem aldus toesprak: ,,Voorwaar uwe al te groote vree-
,,se ende schigtigheid toond wel, dat gy gewoon zijt by
,,ondankbaare Boeren, ofte in Wouden, maar niet ten
,,Hoove onder de aller-beleefste ende heusse Dieren te
,,blijd is geweest, dat hy als by naast uit sig selven wee-
,,sende, u op het aller-vriendelijkste ende met de meeste
,,teekenen van liefde heeft willen om-armen, ende nog
,,wil, sonder eenie gedagten te hebben, u in het min-
,,sten te beschaadigen: Dit heeft hy my heiliglik geswoo-
,,ren, ende sweer ik dit ook u van sijnent wegen; my daar
,,en booven voor het naarkoomen deeses, ten Borge en-
,,de Pande stellende: keer derhalven, mijn lieve, me
,,my naar den Leewe. Door welke woorden de Eesel
bewoogen wierd, weeder tot den Leewe te gaan,die
hem als toen soo seeker nam, dat hy hem gegreepen,
ende gedood hebbende, den Vosse in een bysonder Ver-
trek oover gaf, om aldaar van de ooren ende herssenen het
bewust genees-middel te bereiden.
Maar de Vos ooverdenkende dat het beeter was, door
die soo ongemeen heilsaame middelen, sig selfs als een
ander te sterken, at dat kooksel selfs op, ende ging den
Leewe als een wonder verhaalen, dat hy in den Eesele
gants geene Herssenen, ende wel lange groove, maar gee-
ne opregt hoorende Ooren gevonden had. Het welk als
de Leew niet konde gelooven, de Vos efter betoonde
waarhaftig te zijn, met deese aanmerk-waardige woor-
den: ,, Voorwaar, indien deese Eesel, een regt Eesels
,,gestel, daar herssenen ende bequame ooren aan waren,
,,hadde gehd, om selfs te konnen bedenken, ofte van
,,anderen te hooren, wat hem goed ofte quaad ware, hy
,,soude nooit, teegen den aard van alle gemeene Eese-
,,len, ten tweeden maale aan den selven steen gestooren,
,,ende sig laaten beweegen hebben, weeder ten Hove te
,,koomen, daar hy eenmaal den dooden-dans ontspron-
,,den gedaan heeft: soo is immers kennelik, dat hy in
,,allen deelen geen opregte Eesel is geweest, maar dat
,,hem seekerlik eenige voornaame deelen ofte innerlijke
,,leeden, moeten hebben ontbrooken.
Uitlegging der Woorden.
Met den EESELE, die niet twee maalen oover
den selven Steen stoot, hebben de Ouder ver-
staan ende aangemerkt, een Mensch, voor soo vel
by lighamelik, ende sonder eene reedelike Siele, be-
gaafd is.
Met den EESELE, die ten tweeden maale sig laat
verleiden, Eenvoudige Menschen, die sig door loose
ende schrandere, te meermaalen laaten bedriegen ende
verleiden.
Met HERSSENEN begaafd te zijn, hebben de Ouden
hier verstaan, Menschen die bequaam zijn om uit haar
eigen selven te bedenken, alle het gunt haar noodig ofte
nut is.
Met OOREN begaafd te zijn, hebben sy verstaan, Men-
schen die bequaam zijn, om van anderen onderrigt en-
de geraaden te werden.
daar van daan in alle onse seenuwen ende spieren: of wel, indien
onse lighaamen daar en booven geene beweegingen hadden, dan
die uiterlik ontstaan van de voorwerpselen onser vijf sinnen, naar on-
se Herssenen, ende daar van daan naar ons hert, ende naar alle on-
se andere Leeden; Soo souden wy bevinden, dat saaken, die on-
se lighaamen seer gesmert ende beschaadigd hadden, ook midde-
ler wijle soo diepe indrukselen in onse herssenen souden hebben
gemaakt, dat diergelijke saaken daar naa ons voorkoomende, al-
tijds door ons geschowd ende vermijd souden werden: tot dat al-
langs, het sy door konst ofte geweld, eenig ander daar teegen strij-
dend indruksel, in onse Herssenen veroorsaakt wierde. Ende is
dit het gunt men in paarden ofte Honden noemd schigtig ende ongeleerd,
oft wel bereeden ende geleerd te zijn. Gelijk met op dien gronde
ook segt, dat een Eesel sig niet meer dan eene maal aan den self-
den steen plagt te stooren.
Ende oovermits de Menschen, boven opgemelde tuigen de lig-
hamelike beweegingen der Beesten, besitten eene reedelike Siel, die oordee-
len kan en ook in der daad oordeeld van alle, insonderheid schadelike
ende smertelike beweegingen, die op ende in onse lighamen ver-
oorsaakt werden, ende dat die Gedagten ofte Oordeelen te saamen,
ook wel seer diepe indrukselen in onse Herssenen maken, soo plee-
gen wy voortaan die ende diergelijke schaadelijke Saaken, sorg-
vuldig ende standvastig te vermijden. Sulks soodanige Menschen,
welke des niet jeegenstaande, sig in de selfde seer gewigtige saa-
ken twee maalen laaten verleiden, in deeser FABULE ten reg-
te Eesels sonder Herssenen ende sonder Ooren genaamd werden. En-
de is derhalven onnoodig, de sorgen der Menschen, die goede
Herssenen ende Ooren hebben, in deesen meer op te wekken.
Maar is voorwaar wel dubbeld bestraffens waardig, dat de smer-
ten ende schaaden, die wy andere Menschen sien, ofte hebben
sien lijden; ende die wy hooren ofte leesen, dat andere Menschen
lijden ofte geleeden hebben, ons niet opwekken, om soo diepe
indrukselen in onse Herssenen ende Geheugenisse te maaken, dat wy
de selve voordeelen uit die sagte spiegelen van anderer menschen
quaalen, als uit onse eigene drouve ervaarendheid konnen trek-
schaade ofte schande, ende dat het daar en teegen een seer wijs
Mensch te agten is, die door eenes anderen Mans gevaar sijne wijs-
heid vermeerderd heeft, gelijk met der waarheid daar ook by
gevougd werd, dat de Dwaasen altijds ende oover alle soo veele,
ende de Wijse soo weinige zijn, dat de Weereld door die weinigen
niet gebeeterd, maar in weeder-wille der selven, door de groo-
te meenigte der Dwaasen, altijds in den selven stande gehouden
werd.*
Het welk alsoo yder van ons daageliks in ons selven, ende ook
omtrend andere Menschen, in het bysonder bevind, geen bewijs
den ook by naast altijds by versaamde Menschen, dat is, in geheele
Volkeren, bevonden werd waarhaftig te weesen. Namentlik, hoe
re Keisers geplaagd, ende daar van ontslaagen geworden zijnde,
t'elkens door het eigen Interest der Boosen, ende der Dwaasen Ver-
geetelheid, weederom tot die schrikkelijke Eenhoofdige Regeeringe ver-
vallen. Ende om tot onse Landen te keeren. Hoe meenig maalen
hebben onse Graven van Holland, de gemeene Vryheid der Eedelen,
der alinge Gemeenten ende der Regenten onser Landen ende Steeden
vertreeden, ende eenige deugdsaamste ofte kloukmoedigste van
dien, daar en booven door den Hoove ende schijn van Justitie,
lijf ende goed doen verliesen, eer dat onse laatste Graaf in den Ja-
re 1581. 1618. 1650. 1672. gevaaren zijn, soude ten deele te lang
zijn om hier te verhaalen, ende moet ook ten deele door eene
plegtiglik afgekondigde Vergeetelheid, ongeroerd blijven. Sulks wy
dit sullen besluiten, met te seggen, dat het eigen Interest, ende
het groot getal der Dwaase Nakoomelingen, in het gemeen magtig
genoug is, om te maken, dat sy sig niet spiegelen aan de gruwe-
len, die hunnen onnooselen Voorsaaten zijn oover gekoomen, om
sig daar van te wagten.
dat wy alle saaken, daar ons geleegen is, by ons selven wel te
ondersouken, ende daar oover met andere Menschen raad te plee-
gen, als ook onse goede besluiten daar omtrend gemaakt, seer diep in
onse geheugenisse te drukken behoorden, ofte dat wy ten minsten den
raad van andere Menschen omtrend die saken moeten hooren. Ofte
dat wy anders sins waarelik wel dubbeld, dat is den aller-plomp-
sten Ooren- ende Herssenloosen Eeselen gelijk zijn.
Asinus ad lapidem non bis offendit eundem.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem055 MOTTO_NLEen wijs Man laat sig maar eenmaal bedriegen.
ID embstma_add132_emblem056 MOTTO_LA_NORM Asinus ad lapidem non bis offendit eundem _IC ; $ TEXT_EXPL_XML57. De Spinnen, Vliegen, ende Swaluwen.
DE Spinnen vertoonden wel eer den Vliegen ende den
Swaluwen, dat alles ten nutte der Menschen gescha-
pen zijnde, ook het gemeene besten der Menschen op het
aller-sorgvuldigsten van alle Dieren, ende insonderheid
van haar, die meest by arme menschen woonden, be-
hoorde te werden behertigd: ende dat in teegendeel van
dien veel vliegend Gedierte, de Kamers menschen met
de Spijsen met Maajen verteerden, ende ook ten aller-
besten drank, door sig daar in gulsiglik te verdrinken,
besoedelden. Weshalven opgemelde Spinnen verbooden,
op verbeurte van lijf ende goed, dat geen vliegens Gedier-
te, hoedaanig het ook waare, voortaan in de Huisen der
Menschen hadde te vliegen. Ende om deese haare wet-
ten te bekraftigen, sponnen sy aanstonds voor alle Deu-
ren ende vensteren der Menschen, seer konstige sijne
Webben, welke van de Vliegen niet gesien, ofte soo wei-
nig geagt wierden, dat sy des niet te min in de Huisen
tragtende te vliegen, in de Webben verwarden, ende ook
bleeven hangen, tot dat de Spinnen, onder schijn van
weegens het oovertreeden der afgekondigde wetten, goed
Regt te doen, die Vliegen doodeden, ende sig met den
Vleesse ofte den Bloede der selven, lekkerlik ende oo-
vervloediglik voededen.
Het welk den Vliegen in het gemeen soodaanig ver-
droot; dat sy eenen uit den haaren, als een Gesant tot
den Swaluwen schikten, die haar aldus toesprak: ,, De
,,vuile ende vergiftige Spinnen veinsen in haare wetten
,,seer te yveren voor den welstande aller, ende bysonder-
,,lik der arme Menschen, daar sy in teegendeel met de
,,selve Wetten nietwes beoogen, dan onder dien schoo-
,,nen schijn sig met onser ellendigen Vlees ende Bloed te
,,versaadigen. Ende oovermits sy dus doende, ende ons
,,soo bedriegelik verteerende, ook merkelik uw voedsel
,,verminderen, ende voorneemens zijn, u dus verswakt
,,hebbende, haare Webben soo sterk ende hoog te wee-
,,ven ende te spinnen, dat sy ook daar in u vangen,
,,dooden, ende verslinden sullen, daar gy nogtans op-
,,regte Beminners der Menschen, ende altijds seer goede
,,tot u, want voorwaar, indien wy geringe Dierkens
,,onse vrye naturelijke vlugt niet mogen behouden, maar
,, in vreede moeten leeven, van door andere Dieren ver-
,,slonden te worden, het sal ons veel draagelijker wee-
,,sen, van eenen soet-singenden Beminner der Menschen
,,alleen, als van u, ende daar en booven ook van die
,,vuile ende Menschen vergiftende schijn-heilige Spinnen
,,vervolgd te werden. Doe derhalven u, ende ons dat
,,goeden, van de Wetten, welke de Spinnen soo wel te-
,,gen u als tegen ons gemaakt hebben, te verbreeken,
,,ende oover alle door hare gespranne Webben te vliegen.
Welke reedenen de Swaluwen, als met haar eigen Interest
oover een koomende, wel beseften, ende daar en booven soo
qualik namen, dat de Spinnen haare vrye vlugt hadden
derven met Wetten bepaalen, dat sy van dien tijde aan
alle Spin-webben met haare vlugt braaken, de Spin-
nen selfs verjoegen, ende de geheele Een-hoofdige Regee-
ring ofte Republik der weinige Spinne-koppen vernieigden.
Uitlegging der Woorden.
Met de MENSCHEN hebben de Ouden verstaan,
Salus Populi, het gemeen wel-vaaren.
Met SPINNEN, vuile schijn-heilige wreede Menschen,
die eene wet-geevende Magt bekoomen.
Met SPINNE-WEBBEN, Wetten ofte Keuren.
Met VLIEGEN, seer geringe Ingeseetenen.
Met SWALUWEN, Menschen die de Wetten ende de Straf-
fen ontwassen zijn.
Ingeseetenen van seekere Landen ofte Steeden, ende ook yder
slag van Menschen in ht besonder, sig in haaren Wandel ofte
Handel moeten draagen, ofte by gebreeke van dien gestraft wer-
den. Ende in gevalle de Menschen uit der aard niet meer haar
eigen behoud ende wel-vaaren als het gemeen betragteden ende be-
sorgden, ende daar beneevens niet altijds haar eigen goed bejoe-
gen, ende eenes anderen verwaareloosden, soo soude hier geen
groot verschil gevonden werden, of die Wetten ende Keuren door
eenen Mensche, of door weinigen, ofte door seer veelen, den gemee-
nen Ingeseetenen voorgeschreeven wierden: maar oovermits de
Menschen in het gemeen, haar eigen goed seer driftig betragten,
ende gemeen goed meest laaten verlooren gaan, ofte seer flauwelik
besorgen, als ook een andermans goed in het geheel te verwaarloo-
sen, ofte ook selfs de schaade tot haar eigen voordeel af te leiden,
ende te doen dienen plagten; Soo bevind men ook, dat de Wetten
ofte Keuren, in Landen ende Steeden, daar niet meer dan een Mensch
heerst, ende Wetten ofte Keuren geeft, waarelik alleen naar des
selfs lusten, ofte tot des selfs eigen-baat ofte nut, ende meest al-
tijds om sulks door de beswaaringen aller andere Ingeseetenen te
verkrijgen, ingesteld ende gegeeven zijn. Gelijk men ook bevind,
wanneer die wet-geevende Magt vervallen is in handen van seer
weinige Menschen, dat die seer weinigen haare Wetten ende Keuren
wel altijds vercieren met eener Inleidinge, maar dat nogtans
de Instellers ende Opgeevers van dien, waarelik daar in haar eigen
voordeel altijds, ende ook veeltijds haar eigen baat, ter vemin-
deringe ofte door onderdrukkinge aller andere Ingeseetenen, be-
oogen.
Sulks het gemeen Welvaaren in geene Landen ofte Stee-
den waarelik met Wetten ofte Kouren betragt werd, dan ten zy al-
daar de wet-geevende Magt is by soo veele ende soo veelerlei slag
van Menschen, dat die niet alleen met woorden, maar waarelik
ende in der daad, het die niet alleen met woorden, maar waarelik
gende, niet konnen haar eien Welvaaren betragten, dan met
eenen het Welvaaren des geheelen Volks te besorgen.
Ende dat de gemeene Ingeseetenen aller Landen ende Steeden,
der Een-hoofdige, ofte der Regeeringe van seer weinige Menschen,
by den Grieken genaamd Oligarchie, onderworpen zijn, wanneer
een ofte weinige Menschen de Wetten ende Keuren uitleggen, ver-
klaaren, ende executeeren mag ofte moogen, sonder des weegen door
eene andere seer groote vergaaderinge, de Souveriniteit in deesen
representeerende, gestraft te konnen werden, leeren ons de Ou-
den, wanneer sy Wetten Netten, ofte Keuren leuren noemen, alsoo
die alleen de kleine Vissen te vangen, ende daar en tegen van de Groo-
ten gescheurd ofte oovertreeden plagten te werden. Ende wanneer
de Ouden daar by voegen, dat selfs in onse rouwe Populare Regeerin-
gen onder de Duitsen en Batavieren, de oude Gewoonten, en daar uit
onstaande Goede Seeden, veel kraftiger waren, en ook veel beeter on-
derhouden ofte beleefd wierden, als by andere slaaffe Volkeren seer
goede Wetten. * Ende oovermits alle het voorgaande ons van
ouds met eene andere FABULE seer klaar is afgebeeld, soo sullen
wy die hier in plaatse van eene wijdere verklaringe laaten volgen.
,,De Leew, als Koning der Dieren, een gebod hebbende laten uit-
,,gaan, dat op lijfstraffe geen Beest den andere sonder wettige oorsa-
,,ke hadde te beschadigen, en dat yder jareliks sijn bedrijf ten Hove
,,gebiegt hebbende, des wegen vry gesprooken ofte gestraft sou-
,,de werden: Soo gebeurde, dat de Wolf ende de Vos by den Eesele
,,quamen, ende hem aldus toespraken: Broeder, ons verdriet, ende
,,vermits uwen tragen gang, sal u des te meer verdrieten, de lan-
,,ge weg, die wy ter Hofvaart, om aldaar onse Biegt te spreeken,
,,doen moeten; weshalven wy een middel bedagt hebben, om
,,ons drie daar van te ontlasten; namelik ons drie hier onderling
,,te Biegten, ende daar naa de absolutie, met onser twee getui-
,,gen bevestigd zijnde, ten Hove te senden, om middeler wij-
,,le ons by u in deese goede klavere weide te konnen verlusti-
,,gen. Het welk den Eesele geviel, ende de Vos aldus sijne Biegt
,,voor hun beiden sprak: Het is gebeurd, terwijle ik des nagts
,,door een Dorp reisde, dat een Haan met sijn ooverluid kraajen,
,,dat eedele menschelik geslagt in den slaape stoorde, des ik ver-
,,toornd werdende, den Haane den kop af beet, ende sijn lighaam,
,,op dat het de Hennen door stank niet soude beschaadigen, op at.
,,Des niet te min gebeurde drie daagen daar naa, dat sy Hebben, in
*C.Tacit. deGerm.
,,lekens voor by gaande, na riepen, Moordenaar, Moordenaar; sulks
,,ik ter bescherminge mijne eere, die ik nevens mijn leeven, ende
,,meer schat waardig te zijn, toe schoot, drie Hennen doode, en op dat
,,niet stinken souden, op at: dit is alle het gunt, waar oover ik uw
,,tegen des Konings VVet, maar tegen den eigendlijken sin van dien
,,niet gesondigd, met de Menschen te besorgen, ende met uwe Eere te
,,beschermen, des ik aanmerkende uwe seer loffelike Insigten, stem-
,,me u te absolveeren, onder belofte nogtans, van soodanige haa-
,,stigheid omtrend het dooden van Dieren, hier naa niet meer te
,,gebruiken. Ende wierd dit voorstemmen aanstonds door den
,,Eesele bejaad, ende voor goed gekeurd, terwijle de VVolf aldus
,,sijne Biegt begon.
,,Eenmaal wandelende langs den weege, sag ik eene Sog het
,,Kooren eenes armen Bowmans vertreeden, omwroeten, ende
,,verslinden, terwiijle haare Biggen hongerig weesende, van haar
,,afdwaalden, ende sig uit den slijke niet redden konden, sulks ik
,,door toorne ontsteeken oover de groote schade, die by den Bow-
,,manne aandeed, ende oover dat versuim der moederlijke pligt, de
,,selve Sog doode en op at. Drie dagen daar na den selven we gaan-
,,de, sag ik, dat die onnoosele Biggen seer mager waren geworden,
,,ende bedenkende, dat sy door gebrek van Moeders-melk, eene
,,seer ellendige lang-duurige dood seekerlik souden sterven, ten
,,waare sy uit meede-doogen haastelik gedood wierden, soo deed
,,ik het waarelik met dat Insigt, ende at haar voorts op. Dit is
,,alle het gunt ik te Biegten hebbe, ende waar oover gy kond
,,vonnissen. Sulks de Vos aanstonds daar oover aldus redeneerde:
,,Hoewel gy bekend Moeder ende Kinderen te hebben gedood, en-
,,de het ten eersten opslaage schijnd, dat gy alles sins teegen de
,,Wetten des Konings soud hebben gesondigs, soo sie ik nogtans,
,,dat uwe Motiven ende Insigten, van der Menschen schaden te behoe-
,,den, de Moeders tot hare pligt op te wekken, ende meededoo-
,,gendheid omtrend ellendige Kinderen te gebruiken, seer goed en-
,,de loffelijk zijn; welke Deugden door geene Wet verbooden
,,konnen werden. Weshalven ik u, voor soo veel my aangaat, vry
,,spreek. De Eesel dit gehoord hebbende, seide, sig met die Stem-
,,me te vougen.
,,te Biegten. Sulks hy dat in volgender wijse deede. Gy beiden
,,weet, dat mijn aard niet strekt, om andere Dieren te beschadi-
,,gen ofte eenig bloed te vergieten, ende daar van dien volgende
,,nietwes Biegten kan. Dog om u te voldoen, sal ik u ietwes ver-
,,halen, dat my onnoosele gebeurd is, terwijle ik eenen Heere
,,diende. Het was een oud Man, die seer koudelik van voeten zijn-
,,de, gewoon was, in het reisen sijne Schoenen, met wat hoois
,,daar in te steeken, droog ende warm te houden: Als ik deesen
,,eenmaal in den Wintere oover eene berg had gedragen ter plaat-
,,se daar hy soude vernagten, bragt de VVaard hem drooge mui-
,,len, op dat sijne narte ende beslikte Schoenen daar buiten blee-
,,ven. Ende daar binnen zijnde, vonden mijn Heer ende de VVaard
,,sig in der Stoove soo wel, dat nog Heer nog VVaard mijner gedagt,
,,ende my den gantsen nagt in seer bittere koude buiten Huis en-
,,de Stalle lieten staan, des ik my aldaar sonder Hooi ende Strooi
,,ofte eenig kort voeder vindende, uit seer grooten honger alle
,,het hooi uit opgemelde Schoenen at. Dit is alle het gunt ik kan
,,seggen, of soo gy't wilt noemen, Biegten, hoewel ik niet kan siien
,,dat daar op ietwes te seggen kan vallen. O seide de Vos aanstonds,
,,dit is wel aleen van Dieren te beschaadigen, ende niet van hooi
,,te eeten, gewaagen; maar indien men de gevolgen der opgemel-
,,de sake wel in siet, namelik, dat soo een heerlik Schepsel, als is
,,een koudelik oud Man, in den Wintere door u beroofd is geworden
,,van hooi, en dat by voort reisen, daar uit seer ligtelijk heeft konnen
,,volgen eene Verkoudheid, Hoeft en Buikpijn, die den ouden Man in
,,het graf souden hebben konnen sleepen, soo oordeel ik, VVOlf-Neef,
,,om de quade gevolgen, dat dese Eesel de dood wel dubbeld waardig is,
,,straf hem derhalven ten spiegele van anderenl waar op de VVOLF
,,dat avis bevestigende, toe schoot, ende den Eesele de keele af beet,
,,om hem gesaamentlik te konnen eeten, ende sijn bloed drinken,
,,gelijk de VVolf ende de Vos sig aanstonds met die spijde versadigen.
Weshalven wy meenen den eigendliken sin onser twee voorgedra-
gene FABULEN te weesen, dat een ofte weinige Wetgeevers al-
tijds VVetten ten voordeele van hun eigen selfs maakt ofte maaken,
ende dat ook een ofte weinige Regters de Wetten uitleggende, ver-
afgonst draagd ende draagen, ofte eenig ander voordeel voor haar
eigen selfs daar uit trekken kan ofte konnen, uitgelegd, verklaard,
ende uitgevoerd werdenL ende meenen wy daar beneevens, dat
deese FABULEN ons by gevolge ook leren, dat de oopenbaare
oovertreeders der Wetten, in die seer gebrekkelike Regeeringen ende Vier-
schaaren, wegens eenige hare voorgewende goede Insigten, niet min vry
gesprooken, als de kennelik onschuldigen, wegens eenige versierde quade
gevolgen, altijds gestraft konnen werden. Ende meenen wy, dat daar en
boven der geringe Ding-pligtigen veeltijds naar de uiterste strengheid
van Regten geoordeeld ende gestraft werden, terwijl andere hoog
gesteegene Ingeseetenen der Landen ende Steeden, alle goede Wetten
oover- ja ver-treeden derven, ende dat sy ook de Regters, wanneer sy haar
Regts-gebied tegen haar willen oeffenen, om verre werpen, end us
doende, in plaatse van neevens andere Ingeseetenen, voor haaren
daagelijksen Regtere Dingpligtig te zijn, ende volgens haare mis-
daaden gestraft te werden, oopentlik naar hunnen lust, sonder ee-
nige wetten onderworpen te zijn, oover alle de Ingeseetenen gebie-
den, ende die alle slaasagtig doen dienen eene seer ellendige slaavernie.
Waar in die Geweldenaars de groote Vissen ende Snouken naar volgen,
naamentlik met die alleen de Netten der Visseren, waar meede
men haar neevens de kleinen, dagt te vangen, te verbreeken, maar
ook met daar naa alle kleindere Vissen te verslinden.
Dat veniam corvis vexat censura columbas.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem056 MOTTO_NLDe Groote Dieven die met goed en perlen brallen,
Gewoon zijn door een Strop de kleinen te doen vallen.
58. De Hooge ende Laage Boomen.
DE Son sijne straalen schietende op, ende sijne warm-
te mitsdien meede deelende aan, seekere vrugtbare
Klingen ende Dellingen, die, ter bequamer tijden, door
soete dawen ende reegenen uit den hoogen Heemele nee-
derdaalende, bevogtigd wierdenl had aldaar sonder ee-
nige andere voorgaande saaden, veelerei Boomen ende
Heisteren uit der aarde doen spruiten; welke niet jeegen-
ofte selle Storm-winden ende Haagel-buyen, allangs voor-
spoediglik opwiessenl alsoo sy, in haare teederheid, daar
vooren weeken ofte boogen, ende dat sy ook onderwij-
len door de vettigheid des aardrijks, waar in sy geplant
waren, weelig ende digte by een op-groejende, yder van
dien sijn deel van dat geweld schuttende ofte draagende,
de kraft van dien soodaanig verbrooken wierd, dat het
selven haar niet konde beletten te bereiken de palen van
haaren naturelijken wasdom.
Maar zijnde opgemelde Boomen aldus geraakt in dien
gelukkigen stande, voor deesen van allen gesaamentlik,
ende van eenen ydere in het bysonder, soo seer gewenst;
naamelik, dat de Hoogste Boomen, den Laageren Boomen
ende Heisteren af hielden veele quade Winden, alsoo sy de
selve op haare hoogste toppen braaken ofte schutteden;
ende dat daar en teegen die Laage Boomen ook met haare
hoogste takken niet alleen de stammen, maar ook de laagste
takken der Hoogste Boomen bereikten ende beschutteden.
Gelijk sy Boomen gesaamentlik meede gewenst ende be-
reikt hadden dien stand, dat de Heisters de stammen der
Laage Boomen soo wel dekten, dat de kraften der koude
gebrooken wierden: Soo gebeurde des niet te min, eerst
dat de Hoogste Griekse ende Italiaanse Kupressen, daar
naa de stijve onversettelijke Duitse Eiken, ende eindelik
de Schotse Linden, jaa selfs ook de niet diep gewortelde
Vlaamse Abeelen, siende op hare eigene groote Hoogheid,
sig lieten dunken, dat de andere Mindere Boomen ende
Heisters haar voedsel verminderden; ende dat, indien sy
selfs daar na meer voedsels, dat de mindere Boomen haar
nu ontrokken, quamen te genieten, sy als dan nog veel
nog veel breeder uitspreiden souden konnen.
Weshalven die Hooge Boomen nog meer hoogste bekoo-
men willende, bevaalen alle die mindere Boomen, geene
uitgesonderd, sonder eenige genade, uit te roeden. Waar
teegen de Vygen-ende Olijf-als ook de Appel-ende Pee-
ren-Boomen, neevens de andere Mindere Boomen, Wijn-
stokken ende Heisters, seer ootmoedig vertoondenL,, Dat
,,sy uit den selven aardrijke, door gonsten des Heemels,
,,neeens malkanderen gesprooten, ende in die gemeene
,,naturelike Vryheid opgegroeid waren; dt sy ook nieman-
,,ne met haare Wortelen, Takken ofte Vrugten, eenige
,,de minste schaade deeden, maar dat sy in teegendeele
,,de Hoogere Boomen veelsins voor quade gevallen beschut-
,,teden, ende daar en boven God ende de Menschen, daar
,,hunner aller heil van koomen moeste, verheugden ofte
,,voededen. Ende versogten sy derhalven aldaar, gelijk
,,voor deesen, te oogen groejen ende bloejen. Maar
alles was te vergeefs. Dese hooge Boomen greepen de Nee-
derigten aan, ende roeiden de selven uit met groter vreug-
de, tot dat sy selfs dus Kaal ende bloot staande, by volgen-
de koude Winter-tijden, ende scherpe felle Storm-winden,
soo in hare stammen als takken, dervougen wierden aan-
gestraft ende getroffen, dat sy meest alle verdorden, ofte
om verre waaiden, ofte dat ten minsten by naa alle haa-
re takken gebrooken wierden.
Meer Uitlegging der Woorden is hier onnodig, dan dat met de
Hooge Vrugteloose ofte onvrugtbare BOOMEN, Heers-
sugtige, Geld-gierige Menschen verstaan worden; ende dat
met de Laage vrugtbare BOOMEN, de sorgvuldige ende
arbeidsame Ingeseetenen der Landen ende Steeden gemeend
zijn.
ende magt gebbooren werden, ende dat de ongelijkheid ofte
uitsteekendheid van magt, die sig daar naa onder den Menschen
oopenbaard, seer selden haar oorsprong heeft, ofte gegrond is,
van ofte op eene uitsteekende kennisse, ofte deugd, hoewel sulks naar
reeden ende billikheid behoorde te zijn; maar dat in teegendeel dit
onderscheid meest ontstaat uit den gelukke ofte ongelukke der geenen,
van wien men geteeld ende gebooren is; ofte wel uit eenige andere
gevallen, waar in onse kennisse ofte deugd sijn deel niet heeft: Soo
volgd hier op ook gemeenelik, dat de Swakste Menschen, die ee-
nige kennisse einde deugd, maar gants geene magt oover andere Men-
schen hebben, altijds begeeren, dat de Magtigsten sig naar Reeden en-
de Billikheid draagen: Ende soo volged ook in teegendeel, dat de
Magtigsten sig in het gemeen bewust zijnde, dat sy de andere Men-
schen nog in kennisse, nogte in deugd, maar wel in magt oovertref-
fen, veeltijds de Reeden ende Billikheid soo seer versmaaden, dat sy
daar naar niet luisteren, maar teegen haaren minderen enkel ge-
weld gebruiken willen.
Ende of wel onse Heer ende Saaligmaaker Jesus Christus selfs, als
ook sijne Leerlingen, ons oovervloediglik geleerd, als ook met hare
wijse van leeven ende sterven bevestigd hebben, deese waarheid,
namelik:,,Dat de Menschen, sonder opsigt van Heer ofte Onder-
,,daan te zijn, aangemerkt weesende, malkanderen niet behoor-
,,den te dwingen, om ietwes uiterlik te doen ofte te laaten, maar
,,wel daar toe te ooverreeden, ende met goede exempelen van leven daar
,,toe te beweegen, ten einde het selven vrywillig ende van gantser
,,herte, ten weedersijden geschiede: Soo sien wy nogtans, dat de
magtige Roomse Keisers ende haare Groote Onderdaanen, naar die goe-
de Reeden ende Billikheid der swakke Menschen ende Leeraaren,
soo weinig hebben willen luisteren, dat sy binnen de eerste drie
honderd Jaaren, die ootmoedige ende deugdsaame Christenen, oo-
ver het geheele Roomse Rijk, neegen maalen, van tijden ten tij-
den te reekenen, seer wreedelik vervolgd, ende, voor soo veele
in haar was, alle uitgeroeid, ofte gedwongen hebben, om vol-
gens de gebooden der Heidense Priesteren, uiterlik ofte ook geveins-
delik, de Afgooden te dienen, ende haar leeven aan te stellen.
reedelike ende deugdsame Christenen, alleen uit krafte der waarheid
de selve met een goed leven, ende met alles te lijden ende te ver-
dragen, bevestigende,ongeloovelik vele Heidenen en Joden warelik tot
den Christen geloove bekeerd hebbende, sonder eenig geweld daar
omtrend te gebruiken, naweliks door den Eersten Christen Keiser
Constatinus boven den anders gesinden gewassen waren; of sy ge-
nougden sig niet met die Billikheid van uit krafte der Politike Wetten,
meer als de Heidenen ende Jooden begonstigd te werden, maar tee-
gen alle goede Reedenen, ende teegen de voorgaande Leere der op-
regte Christenen, soo bewoogen sy den Tweeden Christen Keiser, den
Heidenen haare Tempelen te ontneemen, als ook haar de oeffening
van den Heidensen Godsdienst op straffe des doods te verbieden.
Ende kort daar aan gebooden die Roomse Christen Keisers met oo-
ver allen afgekondigde Wetten, aan alle hare Gouverneuren ende Be-
amten, ook de Leeraren ofte Priesters der Heidenen, uit den gant-
sen Roomsen Rijke te verdrijven, mitsgaders alle der selven Bou-
ken, die voor den Heidensen, ofte teegen der Christen godsdienste
geschreeven waaren, te verbranden.*
De Hoosse Christen Biskoppen, die der Keiseren ooren besaaten,
door het Hoofs leeven dus van den regten weege des waaren Chri-
stendoms, bestaande in geweld te lijden, ende niet te doen van
ende aan andere Menschen, maar te ooverdreeden die men bekee-
ren wilde, afgedwaald zijnde; soo keerden sy ook, daar na als
die Heidense ende Joodse weeder-spreekers ontbraaken, teegen alle
andere Christelike Leeraren ende der selven Vergaaderingen, bestaanden
veeltijds uit yveriger ende beetere Christenen, als die Hoofs-gesin-
den waren, hoewel die met haar in der Leere niet allesins oover een
quamen. Ende deeden deese Hoosse Biskoppen, teegen alle andere
Leeraren, die van haar in Leere ofte leeven verschilden, ende dien
volgende haar des weegen scheenen te bestraffen, om de selven
onder eenen schoonen schijn te konnen vervolgen, verdrijven of-
te dooden; foor de gonsten der Keiseren van tijden den tijden by
een roepen, om oover die sweevende verschillen te oordeelen,
Concilien, bestaan sullende uit soodaanige Biskoppen ende Leeden, die
seekerlik de minst-vermoogende, aldaar als Scheurmakers ofte Ketters
Debiliores semper quod aequum est postulant,
sed fortioris illud parvi faciunt. Aristot.
Ootmoedig waaren de gedagten,
Als 't onder 't kruis lag sonder kragten:
Maar naawliks heeft het kragt gekreegen,
Of 't toond sijn' kragten wel ter deegen.
59.De Vos ende de Haan.
DE Vos hongerig, ende van meeninge weesende, sij-
nen buik met den Hane te versaadigen, ging stille-
kens naar hem toe, ende siende dat hy schielik op eenen
hoogen Boome vloog, soo meende hy des niet te min,
dat hy soo onvoorsigtig soude weesen, van sig door eene,
ten dien einde: ,, Blijf dog staan, ofte koom vry af tot
,,my, want daar is van hooger hand Vreede onder ende
,,voor alle Dieren verkondigd. Maar de Haan antwoor-
de daar op; Ik hebbe nog van geene Vreede onder den
Dieren gehoord, ende daar en booven bedenk ik in my
selven, dat het gunt gy my segt, waarhaftig zy ofte niet,
het in beiden gevallen voor my het seekersten is te blij-
ven in dien stande, waar in gy my nog beschadigen, nog
dooden kond.
De Vos dit gehoord hebbende, ende vermerkende, dat
hy als toen ter versaadiginge sijnes hongers, nietwes uit-
regten soude konnen, ging sijns weegs, met die hoope,
dat het hem beeter gelukken soude, indien hy niet soo
seer op eenes anderen mans gebrek, van kennisse ofte voor-
sigtigheid, als op sijne eigene sterkte ende wonderbaarlik
snelle sprongen betrouwende, den Hane laagen leide, en-
de besprong, wanneer hy daar minst op dagt. Sulks
de Vos, om dit werkstellig te maaken, den Haan soo vlij-
tig ende geduurig beloerde, dat hy hem eindelik op het
onvoorsiensten besprong, ende by der keele weg droug;
dog sullende hem dooden, soo wierd hy door eene schie-
like ende schrikkelke Bliksem-Donder-Wind-ende Ree-
genbui, die onverwagt uit den Heemele ter aarde viel, soo
ontsteld, ende ook soo ter needer geslagen, dat hy sijnen
mond oopende, de Haan ontsnapte ende wijders op eenen
Boome vloog.
Waarom de loose ende schrandere Vos, vreesende van
honger te sullen sterven, indien hy deesen Haan niet wee-
der bemagtigde, alle sijne sinne inspande, om eenige middel
ten dien einde uit te vinden. Ende alle sijne konsten wel
ende in het bysonder de Haanen, soo trots ende laatdunken-
de waren, dat wanneer alle gemeene Loogenen ofte Bedrog
ende Geweld ontschooten was, sy nogtans ligtelik souden
konnen werden bedroogen ende ooverweldigd, indien
men haar ongemeen seer hare deugden, boven der waar-
heid, verhefte; ende haare ondeugden, als of het waare-
lik deugden waren, prees. Gelijk de Vos daar beneevens
sig verseekerde, den Haan in deesen te sullen misleiden,
indien hy hem alle het opgemelden wist te doen ende te
seggen, onder den schijn van eene oude vertroude vriend-
schap.
Weshalven hy kort daar aan weederom naar dien sel-
ven Haane ging, ende hem dus toesprak: ,, Uwen Va-
,,der hebbe ik in mijner jongheid gekend, ende oover-
,,mits sijne oovergroote deugden, soo heb ik voorwaar,
,,terwijle ik met hem in gemeenschap leefde, veel goeds
,,van hem genooten. Sulks ik nu in mijnen ouderdom
,,verstaande, dat hy eenen eenigen seer beroemden Soon
,,had naagelaaten, die hem in alles geleek, te vergeefs u
,,hebbe getragt te spreeken; om dat sy, sonder my te
,,willen hooren, aanstonds ontvloogt. Ende u onlangs
,,naarder soo vervoerd, dat ik my niet konder weederhou-
,,den, haastelik toe te springen, om, uit schuldiger dank-
,,baarheid, uw heilig hoogd te kussen: maar vermerkende,
,,dat hy dit ten quaadste duide, soo heb ik aanstonds u
,,los gelaaten; ende uit de selve groote geneegendheid
,,soo koom ik nu weeder tot u, om met u eene vertrou-
,,de vriendschap te maaken, ende alsoo uwe oovergroo-
,,te Wijsheid ende Deugden te vereenigen met mijne
,,uwen Vadere hebbe ten nutte van beiden onderhouden,
,,te vernieuwen met u; die niet alleen alle andere Vooge-
,,len, maar selfs uwen seer loffelijken Vader verre oover=
,,trefd.
,,Want wie onder alle Voogelen heeft soo luide soet-
,,singende stem als gy? Wie heeft soo schoone veederen
,,als gy? Wie is soo wel de goede ende quaade tijden
,,voorseggen als gy? Wie kan soo wel by dage als by nagte
,,de stonden afmeeten, ende de Menschen ten arbeide op-
,,wekken als gy? Ende boven dit alles zijt gy soo Koning-
,,lik dapper in het treeden der Hennen, dat gy, sonder
,,eenig onderscheid tussen moeder ende kinderen te maken,
,,naaweliks met twaalf van dien u versaadigen kond, en-
,,de trekken de Menschen boven opgemelde voordeelen,
,,ook door uwe groote vrugtbaarheid uit de eyeren ende
,,kiekens, die gy soo oovervloediglik teeld, seer groote
,,profijten.
,,Sulks ik eindelik aanmerkende, dat de Natuur uw
,,hoofd alleen, ende geener anderer Dieren kop, heeft
vercierd met eene dubbelde, te weeten Koninglike ende
,,Priesterlike Kroone, ik my ook ten hoogsten verwonder
,,oover die groote dommigheid der andere Dieren, dat
,,sy tot heeden toe uwe waardigheid niet hebben erkend:
,,gon derhalven my, die met meer kennisse begaafd ben,
,,als die sy hebben, naarder tot my te koomen, op dat
,,ik u mooge bewijsen, de Eere ende het Ontsag, dat ik
,,u schuldig ben, niet alleen met uw Magtig ende Heilig
,,Hoofd te kussen, maar ook met aan den Soone te be-
,,looven ende te bewijsen, de selve onderdaanigheid en-
,de beweesen.
De Haan dit alles ooverblijdelik gehoord hebbende, en
door eene so lof-tuitende schoone Reeden bedroogen ende
bewoogen zijnde, vloog haastig tot den Vosse, die hem als
toen gewis greep, ende sig met sijn vlees versadigde; mee-
nigwerven onderwijlen dat schijnwijs Hoofd bespottende,
ende seggende: Wie heeft ooit dommer Dier, om niet
te seggen Propheet, gesien, als deesen Haan, die twee-
malen mijne laagen ontgaan zijnde, sig voor de derde niet
gewagt, nogte die voorsien heeft.
Uitlegging der Woorden.
Met VOSSEN, hebben de Ouden verstaan, loose
Bedriegers.
Met HAANEN, Menschen met gemeene kennisse ende
voorsigtigheid begaafd.
WAnneer de Saaken, die ons meede ofte teegen souden kon-
nen gaan, ons uit ons eigen selven soodaanig voorkoomen
ofte door andere Menschen voorgedraagen werden, dat sy in ons
geene herts-togten van Liefde ofte Haat, Blijdschap, ofte Toorn, tot,
teegen ofte oover de selven verwekken; Soo oordeelen wy in het
gemeen van die Saaken, wanneer sy duister zijn, gants niet; ofte
wanneer sy klaar zijn, voor ofte teegen, sonder ons selven daar in
te bedriegen; ofte, gelijk wy gemeenelik seggen, te laten door eenen
andere bedriegen: Ende houden wy het ook daar vooren, dat Men-
schen, die in soo eenen stande niet voorsigtig genoug zijn, om
sig van den quade te wagten, den gemeenen slag van Menschen
hier uit veeltiijds ontstaat, dat boose Menschen, die andere minder
vermoogende, weegens haar gemeen menschelik verstand, ende
genougsaame kennisse, niet hebben konnen misleiden; den sel-
ven lagen leggen, om haar schielik te oovervallen ende te oover-
weldigen. Welk beiden, indien haar ondoenelik is ofte mislukt, en
sy des niet te min haar quaad voorneemen tragten te gbereiken, soo is
selfs voor den aller-schrandersten onder die Boosen nietwes te bedenken,
dan hoe sy in den geenen, die sy door bedrog meenen te ooverwel-
digen, sullen veroorsaaken de herts-togten van Liefde ofte Haat, Blijd-
schap, Droufheid ofte Toorn.
Ende om in desen den sinne onser FABULE naarder te komen,
soo seggen wy, dat onse eigen-selfs liefde, wanneer wy van ons ei-
gen selven oordeelen, ons in het gemeen soo seer verleid, dat
wy meenen wel de halft wijser, deugdsaamer ende rijker &c. te
weesen, dan wy wurelik ende in der daad zijn: Sulks die schran-
dere ende boose Menschen, op deesen gronde bouwende ende
voort gaande, met ons verre booven der waarheid te prijsen, ons
allangs inneemen met die voor-oordeelen, dat sy wel tot ons genee-
gen zijn: waar door sy als dan de geleegendheid bekoomen, om
ke meest in ons heerst, om alsoo ons ende alle Menschen, die
niet dan met eene gemeene voorsigtigheid begaaft zijn, seekerlik
te konnen verleiden.
Ende oovermits de Menschen in het gemeen seer Eer-oft Heers-
sugtig, ende ook seer Geldgierig zijn: Soo is het ook de konst der
schranderste Bedriegeren, te veinsen, seer tot iemanne geneegen te
zijn, ende hem door gedurige loftuiteryen van ongemeen schoon,
wijs, magtig, heilig, rijk, Etc. te zijn, ofte hem soo eenen te sul-
len maaken, des selven verstand ende oordeel soodaanig te be-
dwelmen, dat hy die loogenen ter sijner groot-maakinge strek-
kende, al te ligtelik geloofd, ende de waarheid onser Spreek-
woorden bevestigd: naamentlik, Geen arger Venijn, Dan Vriend te
schijnen ende Vyand te zijn Eigene Deugden besien wy met een Vegroot-
eenes anderen Menschen met een Verkleen-glas. Die wil liegen ende altijds ge-
loofd zijn, moet seggen, dat eene leelike Jong-Vrow mooi is. Soo lang daar
righeid bedriegd altijds sijne wijsheid. Elk meend sijn uil te zijn een
valk. Etc.
Ende leeren ons daar en booven het selven niet alleen de Histo-
rien aller Volkeren, maar ook onse geduurige Ondervinding,
Wanneer men den Heidensen Keiseren ende Koningen wijs maak-
te, dat in haar meer als in eenige haarer Onderdaanen, ietwes God-
deliks was, ende sy sig met Tempelen, Altaren, Offerhanden en-
de Gebeeden deeden eeren, ende dat nog heeden op den selven
gronde de Naavolgers der selfden, Heilige Majesteiten ende Gesalfden
des Heeren genaamd werden. Jaa dat meer is, de drouve ondervin-
ding leed ons, dat niet alleen van ouds de blinde Heidenen sooda-
nig hebben konnen werden misleid; maar dat nog heeden de
Christenen, die als seer klaar siende Menschen, roemen God Almag-
tig niet dan reedelijker wijse teldienen, des niet te min soodaanig
in haren verstande ende oordeele verblind werden, dat men haar kan
doen gelooven, dat van tijden ter tijden, Een seeker Mensch van Gode
soo begaafd is, dat hy van Godsdienstige ofte Kerkelike Saken ietwes
plegtilik seggende, daar omtrend niet dwalen kan. Gelijk de selve
ervaarendheid ons mede leerd, dat hier nog eenige Menschen zijn, die
van eene Goddedlike Sendinge roemen, ende voorgeeven, als Godes Priesters,
offerhanden voor Leevenden ende Dooden alleen te mogen doen.
Als ook ons niet onbekend kan zijn, dat selfs onder den geenen,
die opgemelde Roomse dwaalinen verwerpen, eenige van dien
derven vooreeven, door een Goddelik Beroup, Godes Gesanten ge-
worden te zijn, om alleen ende met uitsluitinge van andere ge-
meene Menschen, des selfs Geheimenissen ende Wille te mogen ver-
klaaren, ende de Afvalligen van haare Leere, den Satan te mogen
oovergeeven.
Ende eindelik soo bevinden wy ook, dat hier nog eenige Men-
schen zijn, die sig inbeelden bysonderlik ende op seekere tijden van
den Heiligen Goddeliken Geeste aangeblasen, onderregt, ende ge-
dreeven te werden. Alle welke Saaken wy meenen haaren oor-
sprong te hebben, uit de alte groote eigen-selfs Liefde, die de Men-
schen in het gemeen sig toedragen, als ook uit de Swakheeden der
gemeene Menschen, die van alle haar onbekende Saaken seer groo-
eenige schrandere bose Menschen de selve swakheeden nog verder
opwekke, om die onbedagten ende onnooselen te gebruiken ende
te doen dienen tot hare eigene Grootheid, Voedsel ende Vermaak.
Sulks de eigendlike sin deeser FABULE is, dat de Menschen
aangevogten werdende door het Bedrog ende Geweld van anderen, in
het geemen sig selven wel redden, ende door anderen geredded
konnen werden; maar niet als sy door haare al te groote eigen selfs
Liefde, sig selfs bedriegen, ofte sig door anderer Lostuitereyen, on-
der schijn van Vriendschap, laaten verleiden, om den weg haares
verderfs driftig inne te gaan, ende su ons leeren, dat ons verderf
waarelik meest altijds uit ons eigen selven ontstaat.
Non e fiero nemico chi no sa far l'amico.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem058 MOTTO_NLDe goede God bewaare ons voor de Kussen
des haters. Prov. cap. 27
60. Een boer ende eene Slang.
EEn Boer des winters oover weegen gaande, vond al
daar eene seer groote stijf-bevroosene Slang, ende dier
meeninge zijnde, dat de Slangen, hoe sy grooter zijn, den
Huise daar sy in komen te woonen, des te meer geluks aan-
brengen; soo nam hy haar op, bragtse te sijnen huise, ende
verwarmde haar by den viere soodanig, dat sy hare voor-
gaande kraften weeder kreeg, ende dus genougsaam van
der doode verrees: Als wanneer de Boer sijnen Wijve be-
val, haar van tijde ter tijden spijse voor te setten, naast
onthiel. Waar na het ook scheen, dat die Boer in sijne
saaken gelukkiger als voorheen was.
Efter gebeurde op eenen Sondage, dat de Boer, hooft-
pijn hebbende, des weegen te bedde bleef leggen, ter-
wijle sijn geheel huisgesin ter Kerke ging. Sulks het aldaar
gants stil zijnde, de Slang uit den Hoole kroop, ende
buiten hare gewoonte vast ommesag: waar oover die Boer,
welke sulks gemerkt had, alsoo des selfs kamer-deu oo-
pen naar den viere stond, geneegen weesende te sien, wat
de Slang soude doen, sig verborg om daar op te letten;
ende dien volgende met sijne eigene oogen sag, dat de
Slang alle houken doorsien, ende nieman gemerkt heb-
bende, naar den viere kroop, ende in eener groote potte
met spijse, daar op te kooken staande, haar vergif deede
vallen, ende straks weederom in haaren Hoole kroop,
hebbende waarschijnelik die verwagtinge, dat het gehee-
le huisgesin, van die spijse sullende eeten, daar van ster-
ven, ende sy dus alleen Erfgenaam van alle haare naa-
laatenschap weesen soude.
De Boer dit gesien hebbende, groef stillekend de pot
met die vergifte spijse in der aarde, op dat nieman daar
door vergiftigd wierde. Ende om oover die groote on-
dankbaare moorddaadige gierigheid behoorelik straffe te
ouffenen, settede hy sig op dien tijd, als men der Slange
plagt spijse te brengen, booven dat Hol, met eener bijle
in sijner hand. Maar de Slang bewust zijnde hares schelm-
stuks, kroop met omsigt, ende traager als voor heen;
sulks de Boer, soo haast hy haar sag, toeslaande, de wand,
ende niet haar hoofd, dat sy tijdelik intoog, klief.
Eenigen tijd daar na scheenen de saaken van dien hui-
se niet soo voorspoedig, als wel eer te gaan: waarom het
geeven, ende eene onderlinge vaste Vreede ende Vriend-
schap met haar te maaken. Ten welken einde de Boer,
het lieve ene heilige sout ende brood voor den Hoole ge-
bragt hebbende, de Slange riep, ende daar by heiliglik
swoer, dat sy allesins seeker voor hem weesen soude, in-
dien sy geliefde alles te vergeeten, ende hare oude vriend-
schap te verniewen. Waar op die voorsigtige ende wee-
reld-wijse Slang antwoorde: ,, Vermits wy ons leven niet
,,dan eenemaal konnen verliesen, ende het ons beider-
,,sijds eeven dierbaar is, Soo is niet wel moogelik, ende
,,is ook gants ongeloovelik, dat gy my voortaan soud kon-
,, nen sien, sonder dat de geheugenis mijner al te groote
,,misdaad in u verniewd, ende gy opgewekt wierde, om
,,sorge te dragen, dat sulks niet meer door my konde ge-
,,schieden. Het welk alsoo my niet seekerlik soude kon
,,konnen doen, te beneemen, naamelik met my te doo-
,,den ofte in eewiger gevangenisse te werpen: Ende dat
,,volgens het spreekwoord:
Bak quaade Eyeren in de pan,
Soo koomen daar geen quaa Kiekens van.*
,,Soo heb ik voorwaar groote reeden om te vreesen, dat
,,gy sulks ook ter eerster geleegendheid soud tragten te
,,doen. Immers, al konde gy waarelik alles vergeeven,
,,jaa vergeeten, soo soude ik nogtans nimmer naar mijn
,,Hol konnen kruipen, sonder aan den wande van dien
,,te sien, de oover blijfselen der doodelike slaage, die gy op
,,mijnen kop meende te brengen, en die ik, dat nog meer
,,is, weet warelik van u verdiend te hebben; + Sulks ik be-
,,koomende geleegendheid ook warelik toebrengen soud
,,ten waare ik u voorquaame ende selfs van kant hielpe.
,,Derhalven ik oordeel, dat in deesen stande der saaken,
,,nog voor my, nog voor u, eenige veiligheid ende ver-
,,seekerdheid, om niet onderling gedood te werden, en-
,,de onderwijlen onbekommerlijker te leeven als wy nu
,,doen, kan zijn; dan ons verre van een te scheiden, en-
,,de des niet te min ten weeder-sijden op onse hoede te
,,weesen.
Uitlegging der Woorden.
Met eener SLANGE hebben de Ouden verstaan
een seer geld-sugtig ende kaarig, ofte een seer
voorsigtig Staatkondig Mensch.
Met eenen BOERE, een goed aardig, ligt-geloovig, onvoor-
sigtig Mensch.
Dewijle alle reedelijke Schepselen, geene uitgesonderd, haat
eigen behoud behooren te souken, ende wanneer sy ietswes met
anderen te schaffen hebben, weten dat eene wel-gestelde onderlin
ge Liefde, om sig te behouden, van sijn eigen selfs behoorde te be-
ginnen; So volgd hier uit; dat geen verstandig Mensch aan den an-
dere eenige weldaad doed, dan met die gedagten en hoope, dat hem
desweegen van den geenen, welke die weldaad genieten, ofte ook
wel van anderen, by voorvallende geleegendheden, ook eenig goed
sal weedervaaren. Ende wanneer daar naa de geen, welke die
weldaad genooten heeft, de selve met eene andere weldaad, vry-
willig, aan sijnen weldoenere selve, ofte aan den geenen, die hem
lief zijn, erkend ofte niet, soo werd de selve gesegt. Dankbaar of-
te Ondankbaar te zijn. Ende werd derhalven de Dankbaarheid of-
te Ondankbaarheid met regten gesegt alle menschelijke Deugden
op te wekken, ofte uit te blussen. Sulks in gevolge van dien de
seer versoeid behoorden te werden. Gelijk het oude Latins Spreek-
woord ons dat leed, namelik, Ingratum dicas & omnia dixeris. Seg
maar dat hy ondankbaar is, ende sy sult soo veel quaads van dien
Mensche gesegt hebben, als men van iemanne ter wereld seggen kan.
Gelijke meede de Grieken met hare Fabulen eenen Ondankbaaren
mensch willende afbeelden, ons voordraagen, dat de Wolf een been in
sijner keele hebbende, den Kraan ootmoedig bad, hem daar van,
ende mitsdien van der dood te verlossen; ende dat de Kraan het
selven met sijnen langen bek, van seer diep uit der keele getrok-
ken hebbende, met die hoope, dat de Wolf voor die groote wel-
daad dankbaar soude wesen, de Wolf in steede van dien den Krane had
,,gesegt: Het strekke u ter oovergroote belooninge, dat ik u het
,,hoofd, wanener het in mijnen monde was, niet hebbe afgebeeten.
Ende is meede aanmerkens waardig, dat de selfde Grieken ons
der Wolven aard in seventien verscheide Fabulen leerend kennen, met
hem wel afbeelden, Doomme, Bedroogen werdende, Bedriegende, Gul
sige, Kaarige, Nijdige, Mein-eedige, ende Wreede Menschen: maar dat
sy ons door den Wolve nooit eene eenige Deugd der Menschen lee-
ren. Sulks sy met alle opgemelde FABULEN gelijkelik aange-
merkt weesende, ons niet duistelik te kennen geeven, dat by
ondankbaare Menschen gants geene Deugden te vinden zijn.
Ende hoewel de Oosterse Fabulen ons wijder leeren, dat de Men-
schen in het gemeen alle genootene weldaden in den sande, ende op
den See-strande, en hare gedane weldaden in de klippen schrijven, al
waar dat schrift door de minste winden ofte See-vloeden, aan
stonds werd uitgewist, ofte iin der eewigheid blijfd, ende dat mits-
dien onder alle Dieren deeser weereld geene ondankbaardere wer-
den gevonden als eeven de Menschen; Soo vermoogen wy nogtans
niet ons geweeten te beswaaren, met ons te onthouden, van in
soodaanige gevallen, daar wy selfs gaarne van anderen geholpen
souden werden, den selven behulpsaam te weesen.
Dog wanneer eenige Menschen, naa seer groote genootene
Weldaaden, booven die gemeene ondankbaarheid; door Geld- ofte
Heerssugt, alsoo die gebreeken alleen, magtig zijn de Menschen
tot de aller-snoodste Schelmstukken te beweegen, sig laaten ver-
leiden, om haren Weldoener te verderven, ende te dooden; ten
met sijne Eeer-amten bekleeden, in plaatse van hem Dankbaar te zijn:
Soo begaan sy daar meede een onuitspreekelik groot Schelmstuk, en is
dat een Gebrek ofte Boosheid, welke wy in onser Tale, om der seld-
same ende schrikkelijke vervlouktheid van dien, met eenen woorde
niet konnen uitdrukken: alsoo dat gebrek wegneemd alle gronden
van onderling vertrouwen ende ommegang der Menschen, ende dat
mitsdien die booswigten sig onwaardiig ende onbequaam maken, om
met eenige Menschen, die sy in het bysonder alle ter versaadigin-
ge van haare Geldgierigheid ofte Heersugt, souden konnen beschadi-
gen ofte dooden, eenige de minste gemeenschap te hebben.
Ende derhalven is het soo eene bekende groote onvoorsigtigheid ofte
Staats-onkone, in soodaanige geleegendheden van gepleegde ondank-
baarheid, met die bose Menschen, wanneer haar voorneemen mislukt
is, te versoenen, en met die daar na eenige de minste gemeenschap te
hermaken; dat sulks niet dan van gants onweetende, Staats-onkondige,
domme Boeren, welke niet wijs genoug zijn, haar eigen seeker verderf
te voorsien, kan werden verwagt: Gelijk om die groote Dwaasheid
te verbeelden in onser FABULE, de persoon van eenen Boere en-
de Boerinne voorgedraagen werd.
Ende om nu onse voorgaande Reedenkaavelinge te bevestigen,
schijnd wel dienstig te weesen, met exempelen aan te wijsen, dat
nog heeden in onsen Lande veele diergelijke Heerssugtige, Geldgieri-
ge Booswigten, als ook soodaanige onvoorsigtige Menschen zijn,
ofte onlangs geweest zijn; maar soude het selven al te veel aan-
stoots geeven: om dat de allerbooste ende te gelijk de allermagtigste
Menschen deeses Aardboodems, sig in die Exempelen geraakt en-
de gemeend te zijn, souden vermoeden, ende mitsdien gewisse-
lik op den uitlegger deeser FABULEN swaare slagen souden doen
vallen.
Sulks het ons genoug sal weesen, nu te moogen seggen, dat
de eigendlijke sin deeser FABULE is, ons te leeren, dat altijds,
ende in alle Landen, diergelijke ondankbaare boos-aardige, dog
onweetende ende des Staats-onkondige Menschen, als deese Boer
ende Boerin was, gevonden werden.
Chi manco offende perdona assai,
Chi piu offende perdona mai.
Die een maal een Schelmstuk doet, is een
Schelm, ende is noit te betrouwen.
61. De Krokodillen ende de Koningjens.
DE Krokodillen ooverdenkende, dat sy tot het saajen
ende maajen, gelijk meede tot alle Handwerken on-
bequaam waarenn, ende dat sy daar en booven weegens
haare groote lighaamen, seer veel voedsels noodig had-
eigen selfs niet verschaffen konden; bemerkten daar en
teegen, dat sy seer bequaam waaren om ten waatere en-
de ten lande veel voedsels op andere leevendige schep-
selen te bejaagen. Weshalven sy ook goed vonden,
niet verre van der See, aan de aller-vermaardste Stroom
des ouden Weerelds, naamelik de Nijl, sig te onthou-
den; ten einde sy op de uit der See naar booven klim-
mende, als ook op de van boven naar beneeden daalen-
de Vissen, souden konnen aasen, ende daar beneevens
sig ook met den Vleesse aller Land-dieren souden konnen
voeden. Ende alsoo die Krokodillen ter opgemelder jagte
seer naarstig op pasten, ende veele vangsten deedem, soo
wierden sy mits dien aldaar seer oovervloedelik gevoed.
Waar en tegen de kleine Koning jens weetende, dat sy de
allerkleinsten onder alle de Voogelen waren, als ook oover-
denkende, dat sy seer weinig voedsels nodig hadden, en dat
de tongelose Krokodillen hare monden en tanen, van den
Visse ofte den Vleesse, onder het kaauwen ende slikken, daar
in ofte aan blijvende hangen, niet suiveren konden; ende
dat sy nogtans daar van gaarne ontlast ende gesuiverd
souden werden, soo verseekerden opgemeld kleine Ko-
ning jens sig, dat sy alleen daar van genougsaam, ende
dat meer is, ten nutte van beiden, gevoed souden kon
nen werden. Weshalven sy klein, schraal, ende maa-
ger zijnde, seer ligtelik daar naar toe vloogen, ende den
Krokodillen beloofden, indien sy gegeeten hebbende,
haare monden wilden oopenen, dat sy Koningjens als
dan daar in vliegen, ende de selve monden als ook haa-
re tanden ende keele, van den aanhangenden ofte daar
in blijvenden Visse ofte Vleesse suiveren, ende daar
voedsel ofte loon te begeeren. Het welk de Krokodillen
aannaamen, ende in gevolge van het beloofden, t' elkens
als sy gegeeten hadden, haare monden oopenden: ge
lijk meede de Koningiens niet versuimden, aldaar haar
voedsel van het ooverschot der Krokodillen te souken,
ende te vinden.
Het welk ten nutte van beiden, eenen seekeren tijd
geduurd hebbende, soo wierden die Koningjens door het
nuttigen van dat niew ende seer aangenaam voedsel soo
lekker ende gulsig, dat sy vermerkt hebende haar peu-
teren in den monde, tanden ende keele, den Krokodil-
len seer aangenaam te zijn, ende soo veel gemaks aan te
brengen, dat sy daar door gemeenelik van den slaape
bevangen wierden: Soo verlokte haare gulsigheid, ende
insonderheid deese slaap der Krokodillen, de Koningjens
soodaanig, dat sy gesaamentlik beslooten, in der selven
slaape schielik het peuteren in den monde te laaten, om
in der keele te kruipen, ende aldaar wijder niet alleen
meer spijse te vinden, maar ook het aller-lekkerste beet-
jen, naamentlik de leeven, te eeten. Het welk ook al-
soo geschag. Maar terwijle die Koningjens sig dus met
die leever meenden te versaadigen, besweeken de Kro-
kodillen, slooten haare monden, ende stierven: Sulks
die domme ende al te gulsige Koningjens, haare aller-
meeste wellusten meenende te versaadigen; aldus ook
door haare domme gulsigheid haar leeven eindigen.
Uitlegging der Woorden.
Met KROKODILLEN werden hier verstaan, In-
geseetenen eenes Lands ofte Steeden, die van
buiten des Lands ofte van buiten der Steeden,
soodaanige Winsten den Lande ofte den Steeden,
daar sy woonen, inbrengen, dat sy daar van le-
ven, ende andere meede Ingeseetenen ook van haar
ooverschot konnen doen leeven.
Met KONINGJENS werden verstaan, alle andere
Ingeseetenen, die haaren dienste ofte haare Handwer-
ken, ende lijfs ofte leevens behouften, ter consum-
tie in dat Land ofte die Steede, verhuuren ofte ver-
koopen, om van de Winsten die sy dar op haare meede
Ingeseetenen doen, te leeven.
Met den LEEVER, werden verstaan, de Winsten,
welke den buiten-landsen Handelaaren, ende die haar
behulpsaam ofte ten dienste in die qualiteit zijn, tot
haar eigen onderhoud noodig zijn, of wel, die sy, het
zy in die qualiteit ofte ook als Menschen, noodig heb-
ben, om dien handel met profijt te drijven, ofte te
konnen subsisteeren.
Indien men sig konde verbeelden eene seer volkrijke Stad, ge-
leegen in eene gants onvrugtbaare Landsdouve, aan Visseloose wa-
ling te dienen ofte gediend te worden, als ook met, voor, ende aan
malkanderen alle lijfs-ende leevens-behouften te verschaffen, te maaken
ende te verkoopen; sonder dat ieman der selven van buien in die
Steede eenige vrugten ote winste bragte: Soo soude die stad konnen
werden vergeleeken by eenen Mensche, die daageliks voedsel no-
dig hebbende, nogtans het selven buiten sijnen lighaame niet
konnende vinden, ten raade soude werden, sijnen honger te stel-
pen, met sig in armen ofte beenen eene Ader te oopenen, ende
daar uit sijn eigen bloed te suigen. Ende soude die Mensch aan-
stonds bevinden, dat sijn lighaam, met een voedsel uit sijne ei-
gene Leeden getrokken, niet bestaan, maar quijnen ende vergaan
soude; ten waare van buiten eenig bequaam voedsel in den ligha-
me gebragt wierde.
Ende oovermits alle de Ingeseetenen eener Stad te saamen,
waarelik een Politik ofte Borgelik lighaam uit maaken, soo is het
eeven dus ofte naar geraade, gesteld met die Steeden, welke uit
haare eigenen Situatie den Ingeseetenen gants geene, ofte al te
weinige Vrugten ende Leevens-middelen verschaffen kon-
nen.
Ende is dit de reeden, waarom men nooit eene diergelijke Stad
vind, wiens weesen bestaat in dienstbaare Menschen, als Medicijns, Ad-
vocaten, Procureurs, Brood-bakkers, Bier-brouwers, Kleedermaakers, Met-
selaars, Timmerluiden, ETc. haare diensten, ende waaren, alleen aan
de eigene Ingeseetenen van haare Stad doende ende verkoopende. Al-
soo alle de selven, met dus op malkwanderen te aasen, ende geene
winsten te doen, dan die haaren meede Ingeseetenen af gaan sou-
den, aanstonds quijnen, ende seer haast verteerd weesen souden.
Welk ons besluit niet kan werden geswakt, met aan te wijsen,
dat in seer veele groote Steeden, van ouden tijden af, soodaani-
ge dwingende Gilden zijn geweest, oovermits men die Steeden
wel doorsoukende, bevinden sal, dat die Steeden, of door eene
groote Hof-houdinge eenes Heeren, ofte door groote daar voor by
loopende Stroomen, ende een versierd Stapel.Regt, gevoed werden
door de Winst ende een voedsel, dat den Vreemdelingen af gaat.
blijkt klaarelik, dat alle opgemelde Ambagts-luiden, ende andere
Dienstbare Menschen, in soodanige Steeden dependeeren en gevoed
werden, van hare meede Ingeseetenen, ofte van andere Menschen,
die buiten der Steede vrugten ofte winsten vergaders ofte gedaan
hebbende, genegen zijn, alle die winsten vergaderd ofte gedaan
tot, en voor haar nooddrust, gemak ende vermaak aan anderen hare
meede Ingeseetenen te besteeden. ENde soodaanige nutte Ingesee-
tenen, die de andeen aldaar doen leeven, zijn Landbouwers, bin-
nenlandse Vissers, Renteniers, die buiten des Lands haare Gelden op
Wissel laaten loopen, ofte op Renten uit geeven aan haare meede
Ingeseetenen, welke daar meede van buiten des Lands, winsten
in den Lande weten te brengen. Gelijk meede insonderheid soo-
danige seer nutte Ingeseetenen zijn, alle binnenlandse Manufacturiers,
buiten-landse Handelaars, Vissers, Reeders in Scheepen, met allen die in den
selven in die qualiteit ten dienste ofte behulpsaam zijn, met haar
eenige koopwaaren te verkoopen, ofte haar anders sins ten dien-
ste te weesen. Alle welke Ingeseetenen haar selven door haa-
re buitenlandse winsten gevoed hebbende, alle die andere In-
geseetenen ook van haar ooverschot in der eewigheid konnen voe-
den.
Dog in gevalle opgemelde dienstbaare Ingeseetenen, Ambagtslui-
den, ende Verkoopers ter sleet binnen der Steede, niet tragten haa-
re teering soodaanig aan te stellen, dat sy sig met soodaanig vry-
willig ooverschot der buitenlandse winsten laaten genougen, maar
leui ende gulsig werdende, van den Regeerden haarer Steeden
versouken, dat sy van haaren Dienste, Ambagte ofte Slijtinge,
een Gild gelieven te maaken, met uitsluitinge van alle anderen,
dien Dienst, dat Ambagt ofte die Neeringe niet te moogen
doen, dan op seekere voor haar soo voordeelige, als voor an-
dere haare meede Ingeseetenen alsoo naadeelige Bepaalingen
ende Voorwaarden: Soo zijn dit waarelik onse ESOPISE Ko-
ningjens.
ENde is gevalle, dat ook de Regenten soodaaniger onvrugtbaa-
relik geleegene Steeden, soo onvoorsigtig zijn, het selven als dan
toe te staan, soo zijn dit ook waarelik onse in slaape gevallene
ESOPISE Krokodillen. Want als dan vergaaderen die Gildemeesters
ofte Ooverluiden seer selden, dan met onder haar te beden-
ken, eenige ordre, om door Monopolien meerdere winsten ten
laste der gemeene Ingeseetenen, ende ter verkortinge van
der andere meede-Ingeseetenen aangeboorene Vryheid van den Re-
genten te versouken ende te bekoomen.
Het welk allengs, ende met der tijd soo verre gaat, dat die nutte
Ingeseetenen, welk buiten des Lands ofte der Steede handelen, ha-
re leevens behouften niet konnen bekomen, dan met daar vooren van
haare Winsten soo veele aan die Gilde-broederen op te schieten,
dat sy niet genoug oover houden, om alle andere lasten der Re-
publike te dragen ende aldaar te konnen subsisteeren, waarom sy als
dan genoodsaakt werden, maar andere Landen ende Steeden, daar sy
meer Vryheid genieten, ende min geschooren werden, te verloopen.
Ende werden sy als dan gevolgd van alle die geenen, welke haar
in die qualiteit ten dienste ofte behulpsaam zijn.
Sulks ook als dan die seer ligt vervliegende Gilde-broeders en-
de Werk-gesellen, welken den opgemelden nutten Ingeseetenen
in die qualiteit, ofte voor soo veel sy Menschen waaren, ten
dienste zijn geweest, dit gemeen verloop, oovermits haaren
kleinen omslag ende weinige bagadje, seer gemakkelijk kon-
nen volgen, ende ook volgen moeten. Ende alsoo konnen die
Gilden ende Gilde-broeders geene doen bloejen, maaar wel den
geheelen ondergang dier Steeden veroorsaaken, wanneer sy in de-
sen slaaperige ofte versuimende Regenten ontmoeten.
Sulks de eigendlijke sin deser FABULE is, dat de Regenten
van behouftige Steeden, nooit behoorden te gedoogen, dat Gilde-
broeders ende dienstbaare Menschen eener ende der selve neeringe, by
een quamen, en Requesten instelden, ter verminderinge der Vryheid ha-
rer meede Ingeseetenen, ofte ten laste der selven. Ende dat inson-
derheid opgemelde Regenten sig seer sorgvuldiglik behoorden te
wagten, eenige Wille-keuren te maken, waar by haare Ingesee-
tenen, die van anderen leeven, in weeder-wille ende ten laste
der meede Ingeseetenen, die haar ten werke stellen ofte doen
leeven; haar voedsel ofte winsten bekoomen moogen ofte kon-
nen. Om dat die nutte ende groote meede Ingeseetenen verloo-
pende, noodsaakelik die kleinen, welke van de Winsten der
anderen moeten leeven, ook verloopen moeten, ende aldus eene
civile Dood veroorsaaken; soo voor haar selven als voor haar Wel-
doeners, ende voor eene geheele Steede.
Secundae res sapientum animos fatigant.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem060 MOTTO_NLHet zijn sterke beenen die weelde
draagen konnen.
62. De Vos sonder Staart.
EEn Vos, die wel eer op seer geringe plankjens breede
waateren had oover gevaaren, mits sijne Staart als
een seil opsteekende, ende daar meede den wins bequa-
melik vangende: ende die daar beneevens in sijne hooge
ende wonderlijke onnaarspoorelijke sprongen, sig van sij-
ner Staarte bediende als van eenen Stiere, om sig te doen
needer vallen soo ende daar het hem geliefde, ja die daar
en boven van de Vloojen, als sijne binnen-landse Vyanden,
geplaagd werdende, de selve all te gelijk konde dooden,
wanneeer het hem maar geliefde opgeheevener Staarte al
langsamer hand in den watere te gaan, ende te duiken, om
door dat middel de Vloojen, in den troppe der Staarte ge-
dreeven hebbende, als dan die Staart schielik onder den
waatere te haalen, ende all de Vlooijen te gelijk daar op
ende daar in te doen drijven ende verdrinken: ende ein-
delik een ende deselve Vos, welke selfs den Wolf, sijnen
grooten uitheemsen Vyand, in eenen oopenbaaren kam-
pe had ooverwonnen, alleen met die konsten, dat hy sij-
ne Staart bespit, in der stoffe gewenteld, ende als dan
in de oogen des Wolfs geslingerd hebbende, door die
scherp-bijtende slijke, hem eerst het gesigt benoomen,
ende daar na gedood had; Die Vos seggen wy, was door
alle deese klouke daaden seer vermaard ende ge-eerd ge-
worden.
Dit alle sniet jeegenstaande, wierd die Vos eindelik in
eener strikke gevangen, sonder daar uit te konnen gera-
ken, dan alvoorens eenen slag van den Boere, die de vangst
sijner Strikke quam besigtigen, te verwagten; welke Boer
als dan meenende den Vosse het hoofd te klieven, door
des selfs spartelen miste, ende hem den Staart af hiew.
Welke Vos dus ontsprongen zijnde, in sijner eenig-
heid sijn verlies betreurde, ende ooverdagt, dat hy, die
voor deese van andere Vossen seer ge-eerd ende geagt
was geweest, nu, dus mismaakt zijnde, ende sig als voor
heen van sijne Vyanden niet konnende redden, wel haast
van de andere Vossen, sijne oude Vrienden, sig versmaad
soude sien, in vougen dat de dood hem wenschelijker dan
het leeven soude wesen: ende dat hy ook daar en boven
van sijne vyanden wel haast gedood soude werden. Sulks
hy eenen tijd land getwijfeld hebbende, of hem soude lu-
sten soodaanig langer te leeven ofte niet, eindelik eenen
moed grep, door hoope* dat hy veele gesellen in sijnen
ongelukke soude konnen bekoomen, ende daar door sijn
verlies, indien hy sijne saak wel aan leide, draagelijker
maaken soude.
De Vos ging derhalven in der vergaderinge der Vossen,
alwaar hy in volgender wijse sprak: ,,Mannen Broeders,
,,ik hebbe oover alnge gedagt, op de ongemakken, die
,,onse lange ende swaare Staart ons aandoed: ende
,,weegens onse onderlinge Maagschap vind ik my ver-
,,pligt, alle de selven u nu voor te draagen. Want voor
,,eerst is seeker, dat onse Wijskens haar waater niet loo-
,,sen konnen, sonder de selve te bepissen; ende dat sy
,,als dan den Staart door haare swaarte ende langte
,,over slijk, stoffe ofte sand sleepende, ende veel van
,,dat daar aan blijvende hangen, haaren lighaame eene
,,seer afsienelijke vuiligheid, als ook eene ondraagelijke
,,swaarte veroorsaakt, ende haar door alleen dik
,, doed vallen in de handen onser vyanden. Alle deese
,,ongemakken zijn wy Mannen ook in tijden van Ree-
,,gen onderworpen. Ende daar boven gebeurd veel-
,,tijds, dat wy met onsen geheelen lijve de Strikken, Vosse-
,,vallen, ende laagen der Laageren ontgaan zijnde, ofte onse
,,in hoolen geborgen hebbende, onse Staart in den Strik-
,,ken ende Vallen gekneld blijfd; gelijk my allerklouksten
,,Vosse selfs onlangs gebeurd is: ofte het gebeurd nog meer,
,,dat wy by den Menschen door onse Staarte ontdekt,
,,ende daar by opgehaald werden. Sulks waarelik onse
,,Staart ons nergens toe schijnd te dienen, dan om van
,,ons schandelijke Vloer-vaagers te maaken. Weshalven
,,ik besluit, u seer ernstig te raaden, dat gy in aller haast
,,u ook de Staart doed af kappen.
De meeste eenvoudige Vossen in der haaste niet weeten-
de, wat daar in te doen ofte laaten soude weesen, en
de schijnende als by ooverrompelinge ende de meeste
stemmen, sig allen de Staart te sullen laaten afkappen:
Soo stond een der kloukmoedigsten op, ende sprak als
volgd: ,,Mannen Broeders, ons werd hier voorgesteld
,,ende aangeraaden eene Saak, welke, indien wy eenmaal
,,gedaan sullen hebben, ons in der eewigheid beletten sal,
,,ooit weeder in den selven stande, daar wy nu in zijn, te
,,keeren; weshalven het in allen gevalle eene groote ende
,,aller noodigste wijsheid is, daar in niet te treeden, dan
,,rijpelik te konnen ooverweegen. My aangaande, weet
,,ik van nu af aan, ende behoord ook nu u allen indag-
,,tig te zijn, in hoe veele geleegendheeden onse Staart
,,ons dienstig is geweest, ende hoe meenigmaalen sy ons
,,uit doods benauwdeeden verlost heeft. Ende meen ik,
,,dat selfs deese Vos sig schaamen soude, ons dit aan te
,,raaden, ten waare hy albereids sijne Staart quijt zijn-
,,de, ook met onse schaade ende schande de sijne hoop-
,,te te verminderen. Door welke reedenen, aller een-
voudiger Vossen oogen soodaanig wierden geoopend, dat
sy deesen Vos niet alleen om sijner staarteloosheid ver-
smaadeden, maar hem ook als eenen valsen schandelijken
Schelm ende Verraader, eewiglik uit haare Vergaderinge
banden: ende hy derhalven als een woest Balling, afson-
derlik van alle Vossen, moetende leeven, in dubbelde
schane; arremoede ende spijt, seer haast dat seer ellen-
dig leeven eindigde.
Uitlegging der Woorden
Met VOSSEN hebben de Ouden verstaan, Men-
schen die met een goed menschelik verstand be-
gaafd zijn.
Met de STAART, hebben sy verstaan de bysondere en-
de ook algemeene Vryheid.
MEn segt gemeenelik, dat de Menschen de Dood, der Arremoe-
de, ende de Schande, soo seer vreesen, dat sy, om die te ont-
gaan, ofte haar Leeven te verlangen, als ook haare Goederen ende
Eere te vermeerderen, veeltijds van alle deugden soo verre afdwaa-
len, dat sy sig niet ontsien, om het eene te ontgaan, ende het
andere te bekoomen, God Almagtig te versaaken, haar eigen soet
Vaaderland te verraaden, ende haare lieve Kinderen, Ouderen, Broede-
ren ende Sufteren, van haare goederen te berooven, ende alle die
haar ander sins seer lieve Menschen alsoo in verdriet te brengen:
op dat selfs een soo groot verdriet ontgaan souden mogen, welk
sy sig verbeelden in arme ofte eerloos te leeven, of wel in het sterven
geleegen te zijn. Dog of wel de Dood hier door ons voor aangesteld,
ende by anderen de vreeselikste onder alle vreeselike saaken genaamd
werd; a Soo leeren ons nogtans de Gedenkschriften, welke ons de
geschiedenissen ende den aard der Menschen voordragen, dat de
Dood veel min als de Schande, wierd gevreesd van de Atheniense Vrou-
wen, wanneer die van der onstervelikheid der Sielen, door den
Philosoof Plato ooverreed zijnd; om die te genieten, sig in groo-
ter meenigte blijdelik doodeden: en dat de Republik geenen raad
konde vinden, om sulks in het toekomende te beletten, dan met
af te kondigen: ,, Dat men alle de lijken der geenen, die sig sel-
,,ven souden dooden, naakt uitgeschud op der markt, t' haarer
,,schande, ten toone soude stellen. Gelijk meede de Historien
ons leeren, b dat de Duitsen van ouds, wegens eenige flaawhertig-
gemeene Vergaaderingen gebannen, ofte ook de Ooverspeelige Wij-
ven door haare Mannen daar van oovertuigd, ende smaadelik als
eereloosen uit den huise gedreeven zijnde, veeltijds om die Schande
te ontgaan; sig voorbedagtelik, ende met hulpe haarer Ouderen
ofte naaste Maagen, verhingen.
Ende bevinden wy ook daageliks, dat de Arremoede ons niet
swaat om draagen soude weesen, indien de selve niet altijds den
Armen by alle Menschen, jaa selfs by die geenen, daar van sy, in
weelde zijnde, seer plagten gepreesen ende hoog geagt te zijn,
die schande aanbragt, dat sy voor veragtelijke ende belaggelijke
Menschen gehouden werden.a Ende indien niet daar en teegen
alle die veel goeds besitten, gemeenelik daar om alleen van de mee-
ste Menschen plagten ge-eerd ende gepreesen te werden.b Het
is dan waarelik de vrees van de schande, ende een verkeerde begeerte
van ge-eerd te werden, die gemeenelik oorsaak der opgemelde
groote Schelmstukken is.
Dog het is tijd, naarder aan den sinne onser FABULE, te ko-
men. Een yder weet dat eener, die sig vrywillig een Slaaf maakt
van eenen anderen Mensche, daar hy een Vry-man konde blijven;
het veragtelikste ende het schandelikste schelmstuk bedrijfd, dat een
Mensch ooit op sig selven uit voeren kan. Ende daarom siet men
ook veeltijds, dati die sig bewust zijn, soodaanig vuil stuk begaan
te hebben, anderen ook aanraaden desgelijks te doen ; op dat sy,
door dat middel haare schande met de meenigte hunner meede-ge-
sellen, eenigsins souden minderen.
Dus gaat het ook in Vrye Landen ende Steede, daar een Mensch in
soo grooten aansien is geraakt, dat de mindere Ingeseetenen ende Ma-
gistraats-persoonen die verkeerdelik Eer-ofte Heers-sugtige, ende wa-
relik de aller schandelikste slaaffe Menschen zijn, vermoeden den
Hoogst gesteegen met hulpe van eenige weinige anderen, Heer ofte
Tyran oover alle de Ingeseetenen der selve Landen ende Steeden te kon-
nen maken, want sy gemeenelik als dan gelijk boos-aardige Slaven,
sig ten dien einde ten Hove aangegeven, ende daar door ook hare Vry-
alleen gedaan te hebben; maar ook daar en boven geduurig an-
dere Menschen, welke sy ter uitvoeringe haares schelmstuks van
nooden hebben, aanraaden sig meede ten Hove te begeeven, om
aldaar de selve schelmstukken, die sy begonnen hebben, te helpen
uitwerken ende volvoeren, ten dien einde haar seer smaakelik
voorstellende alle de voordeelen die sy aldaar souden konnen ge-
nieten, ende in het geheel verswijgende, alle de sorgen, ongemak-
ken, ende ellenden, welke die Menschen seekerlik onderworpen zijn,
die sig Slaven van eenen Heere gemaakt hebben, ende welke dien
volgende van dien tijde aan nietwes uit eigener beweeginge mo-
gen doen ofte derven seggen, maar altijds naar eenes anderen voor-
pijpen dansen ende singen moeten. Ende insonderheid verbergen
deese slaafse ende Land-verraadende Menschen voor den geenen die
sy voorneemens zijn ten Hove te trekken, de groote smert die haar
oover den hoofde hangd, indien sy sig dus Staarteloos gemaakt heb-
bende, anderen niet konnen beweegen om sig ook de Staart te
laaten afhouwen.
Dit hebben wy in de voorleedene eewe gesien aan den Regenten
der afvallige Neederlandse Provintien, welke sig onder de Heerschap-
pie des Konings van Hispanien, ofte om beeter te seggen, onder
deses Erf-Hertog-ofte Erf-Gravelike Bedieninge begeeven hebbende;
gedurig den vryen Vereenigden aanradeden, insgelijks te doen; seer
breed voorstellende alle de groote Vryheeden, die sy genooten, en-
de de groote Lasten, die de Vereenigden alleen om den schijn van ee-
ne meerdere Vryheid te genieten, moesten draagen: maar in het
geheel verswijgende het swaare juk des Pausdoms, ende hoe groo-
te Slaavernie ofte ellendige stand het is, te woonen in eenen Lan-
de, daar het wel-ofte quaalik0vaaren, jaa Leeven ofte Dood al-
ler Ingeseetenen eenes Lands, hangd van de gonsten ofte afgond-
sten eenes eenigen Mensche.
Eindelik hebben wy ook in de voorafgaande ofte onse Eewe gesien
ofte gehoord, dat eenige slaafse Ingeseetenen van Koningrijken, Her-
togdommen, Landen, ofte Steeden, die wel eer vry geweest zijn, om
naar den eis der Republike, Dienaren van Staat te mogen kiesen ofte
niet; sig daar na hebben laten beweegen, om eenemaal ende voor
alleen, soodanige Erf dienaren te kiesen, ende mitsdien voor soo vee-
hebben wy vervolgens gesien, dat de selve slaaffe Menschen daar na
ook seer hebben gewoeld ende gewroet, om de vrye Regenten ende
Ingeseetenen van andere Republiken, Steeden ende Landen, te kon-
nen bekallen, dat sy meede soodanige Erf-dienaren koosen: maar dat
die altijds geandwoord hebben; Gy hebt de Vryheid gehad, om
naar den eis uwer Republike Dienaren van Staat te kiesen ofte niet,
ende in allen gevallen eenen kiesen willende, den bequaamsten te
kiesen, nu zijt gy die Vryheid quijt, ende moet u laaten bedienen
van onbequaamen ofte ook quaad-willigen, soo als sy gebooren sullen
worden. Deese uwe schande soud gy gaarne met onse schaade min-
deren, waarom gy ook beantwoord werd, gelijk de wijste Vos in de
ESOPISE FABULEN onsleerd, namelijk: ,, Wy sien waar het
,,u schort; ende wat gy voorneemens zijt. Gy hebt uwen Staart
,,niet wel bewaard, maar laaten afknappen, ende raaded gy der-
,,halven, dat wy het ook doen, om u gelijk te zijn. Wy daar
,,en teegen bevinden ons met onser Staarte soo wel, dat wy die
,,standvastiglik denken te behouden.
Ende dus meenen wy den eigendliken sinne deeser FABULE
soo genougsaam te hebben verklaard, dat het gevolg, ende meer
van dien te seggen, grooten aanstoot geeven soude konnen, in ge-
valle Quaadwillige Leesers het selven teegen de goede wille des Au-
theurs, op seekere onse geschiedenissen souden willen toepassen.
Nemo ad id sero venit, unde nunquam cum
semel venit, potuit reverti. Senec. in Herc. Fur.
Dat men maar eenemaal doen kan, moet men
niet haast, maar wel doen.
63. De Vissers ende het beroerd Water.
Seekere oude Vissers in een keer klaar ende beslooten
Water haare Netten uitgespreid hebbende, ende daar
in uitneemend veele seer jong kleine Vissen, ende niet
meer groote als haare noodrust vereiste, beslooten, en-
sy de weinige groote tot haare spijse, ende lieten alle de
kleine Vissen, op datse grooter werden souden, vry swem-
men: Sulks deese oude Vissers op de selve wijse van tijde
ten tijde haare neering doende, veele groote Vissen vin-
gen, ende sig daar by seer wel bevonden.
Waar naa eenige jonge Vissers haare netten des gelijks
uitwerpende, eeven diergelijke vangst deeden, ende al-
soo sy geene teering na neering stellen, maar ook lekker
ende ooverdadig eeten wilden, soo greppen sy beide groo-
ten ende kleinen: waarom een der selve kleine Vissen die
Visschers aldus aansprak: ,,Mannen, gy hebt albereids tot
,,uwes arbeids loon soo veele groote Vissen gevangen, dat
,,gy ende uw huisgesin daar meede genougsaam gevoed
,,kan werden, ende is aan een van die groote meer spijse
,,als aan duisend onser die ook eeven soo groot staan te
,,werden, indien gy ons hier laat leven, tot dat gy ende
,,wy ouder zijn gewordenl; als wanneer gy ons altijds in
,,dit uw beslooten waater sult konnen vangen. Laat dog
,,uwe dwaasheid soo groot niet zijn, dat sy in uwe Ou-
,,derdom duisend groote Vissen sult moeten missen in
,,plaatse van eenen, die wy nu naweliks opweegen.
Maar niet jeegenstaande deese goede reedenen, ver-
slonden ende vernielden deese jonge Visters allangs de groo-
te ende ook alle de kleine Vissen. Sulks die selve Vissers
daar na weederom groote netten uitgeworpen, ende son-
der ietwes te vangen, den gantsen nagt gearbeid hebben-
de, treurig met haar Toorsligt huiswaarts voeren, als
wanneer eenige Toninen, zijnde seer groote Vissen dog
van geene goede smaak, waanende dit ligt de Son te wee-
sen, wiens ligt sy seer beminnen, in haare Schuit spron-
sers sig soo seer verblijden, dat sy seiden onnodig te zijn,
sig oovr den kost seer te bekommeren.
Gelijk sy eenigen tijd daar na weederom het Net uit-
geworpen hebbende, ende dat naar sig trekkende, be-
vonden dat het uitneemend swaar om trekken was, sulks
sy door de hoope, dat daar in seer veele groote Vissen sou-
den weesen, sig daar oover seer verblijden, dog einde-
lik het Net aangehaald, ende daar in niet dan eene seer
swaare steen gevonden hebbende, die vreugd schielik in
droufheid veranderde.
Weshalven terwijle sy malkanderen seer bedrukt aan-
saagen, een der selven, die niet de wijste ende beste,
maar de ooverdaadigste, behouftigste, ende welspreeken-
ste Visser was, de anderen aldus aansprak: ,,Voor dee-
,,sen hebben wy met kleinen arbeide, ja al soet singende,
,,die meenigvuldige Kleene Vissen in onse Netten gekree-
,,gen, ende die alle vernield. Daar naa zijn by geluk,
,,sonder eenig ons toedoen, eenige Toninen in onse Schuit
,,gesprongen SUlks nu geene ooverig zijn, dan andere
,,groote Vissen, die sig door geene soete stemme ofte eenig
,,dwaal-ligt laaten vangen, alsoo sy door ervaarendheid
,,in de klaarheid des Waters onse Netten hebben leeren
,,kennen, ende soo haast sy die vermerken, soo vlieden sy
,,wy die met onse eigene handen grijpen, dooden, ende
,,alsoo weederom tot onse voorgaande weelde geraaken
,,sullen.
Deese raad beviel deesen Jongen behouftigen Visseren
soo wel, dat sy dien aanstonds in het werk stelden, ende
soo veele groote Vissen vongen ende dooden, dat sy daar
meede eenen geruimen tijd in alle ooverdaad ende vreug-
de leefden, ende daar naa niet dan te laat bemerkten,
dat het Water door haare Beroerten in het geheel Visse-
loos geworden was, sulks sy daa naa aldaar geene Vissen
meer konnende vangen, van Vissers Landloopers wier-
den, ende van arremoede in vreemde Landen stierven.
Uitlegging der Woorden.
Met VISSERS hebben de Ouden hier verstaan,
Leeraars ofte Herssugtige Menschen.
TONINEN, zijn aansienelike domme Ingeseetenen, die
weinige Goederen hebben.
Groote VISSEN, zijn de meest gegoede ende wijste In-
geseetenen, die door geen bedrog, maar alleen door op-
roer ende geweld, ooverheerd ende gevangen konnen
werden.
ALe gegoede Menschen, die aan eene wijse van leeven gewoon
zijn, in welke sy, door rust ende vreede, haaren stand ende
goederen best konnen behouden, zijn ook gemeenelik vreedsaam,
eenen anderen raakt, willende verkrijgen, het selven, door ande-
re Menschen klaarelik te ooverreeden, tragten te bekoomen,
ende onderwijlen ook seer afkeerig zijn, van ten dien einde ofte
ter verbeeteringe van haaren stande, bedrog, ofte geweld te willen
gebruiken, alsoo sy selfs geen bedrog ofte geweld van andere
Menschen lijden souden willen. Daar enteegen bevinden wy, dat
ongegoede Menschen, die soodaanige wijse van leeven hebben
aangevangen, in welke sy niet konnne blijven, dan door andere
Menschen van haare goederen ofte amten te berooven, ende de
selven ten dien einde te verleiden, ende te verraaden, ofte te
ooverrompelen, ende te dwingen: alsoo afkeerig zijn van alle oo-
penhartig, ende goede reedenkaavelinge als sy wel in teegen-
deel geneegen zijn, om door duistere ende opgepronkte woor-
den ofte teekenen, het goed oordeel ofte verstand der Menschen
te bedwelmen, ende die daar na ook te leeren, te raaden ofte te
gebieden, alle het gunt ter grootmakinge der opgemelde behouf-
tige Menschen, ende Leeraren, ote Gebiederen strekken kan.
Dit in het gemeen van alles Menschen gesegt hebbende, soo
vinden wy goed den sinne onser FABULE naarder te koomen,
met den Leesere indagtig te maken, dan onse eerste Heilige Leeraars,
in onse Heilige Schriften werden genaamd Vissers der Menschen, ende
de Leer des Euangeliums, een Visnet, dat ten voordeele der geenen,
die daar meede bevangen werden, uitgeworpen is. Als meede aan te
merken is, dat dese goede Vissers hebben geleerd ende onderweesen,
eenen reedeliken Christeliken Godsdienst, die vremd van alle dwang
is; ende dat daar en teegen alle die dwang gebruiken, zijn Jaagers,
Geweldenaars, ofte soodaanige boose Vissers onser FABULE, die
alle het gunt sy bejaagen ofte Vissen, verslinden.a
Dit to eenen vasten gronde gesteld weesende, behoorden de
Leesers wijderds aan te merken, dat de Heilige Apostelen ende hare eer-
ste Navolgers, in aller eenvoudigheid ende klaarheid hebbende ge-
leerd, dat de god Abrahams, die Heemel ende Aarde geschaapen
had, was de eenige waarhaftige God, ende ook verkondigd heb-
bende, dat Jesus Christus was de waare Messias ende Saaligmaaker,
de seer veele, dog meest seer geringe Menschen hebben bekeerd,
genietende onderwijlen by de meest Gegoeden de sobere kost voor
haaren arbeid.
Gelijk meede wel aan te merken is, dat door deese klare ver-
kondiginge des Evangeliums, alle die versierde Godsdiensten,
Oraculen ende Mirakulen der Heidense Romeinen ende Grieken vernie-
tigd, verstomd ende after gebleeven zijn.a
Dog is, God beeter het, niet te min aan te merken, dat naa
deese eenvoudige Christen Leeraars, gevolgd zijn andere Leeraars, die
met haare niewe spitsvindige Leere niet soo seer de Saaligheid haa-
rer Leerlingen, als wel hare Eere, van met een doordringend klouk
verstand begaaf te zijn, ende insonderheid ook haare eigene tijde-
lijke grootheid, beoogd hebben. Ende dat sy daar en booven,
om dit oogwit te bereiken, de reeden ende het verstand der Men-
schen, soo veel in haar was, hebben verduisterd met seer veele
wonderen ende geheimnissen b in te voeren, ende dat allangs op
deese wijse, naamentlik met soo van Goode Almagtig ende onse
Ziele te spreeken, te leeren ende te onderwijsen; als of soo wel
God als onse Zielen geen Geest maar Lighamen waren, ende ook som-
tijds weederom naar de waarheid van dien. Ende desgelijks som-
tijds van beesten, als of sy een menschelik verstand ende Ziele hadden,
ende somtijds ook van de Menschen, gelijk of in haar nietwes dan
beestelik was. Sulks haare eenvoudige Leerlingen uit soodaanige te-
gen een strijdende leere nietwes van Goodes, der Zielen, en-
de der Menschen weesen hebben konnen begrijpen.
Ende kan wijders eenen ydere bekend zijn, dat opgemelde on-
trouwe Christen Leeraars, op dese duistere gronden hebben gebowd
haar Rijk der Duisternissen, waar in sy hebben konnen doen geloven
alle hare versierde Miraculen, verschijningen van Engelen, DUivelen, Hei-
lige Zielen uit den Heemele, ende klagende Zielen uit den Vageviere.
Sulks die wel eer eenvoudige reedelike, Heilige, ende klare ver-
kondiging des Evangeliums, by haar allangs is veranderd gewor-
den in Heidense Konsten ofte verborgendheden, by haar Mysteria ge-
dommelik alle geloofd wilden hebben. a
Christenen, hebben weeten te misbruiken, om voor haar uit te
werken die veelvudige, onder armoeds schijn weelderige Monni-
ken ende Nonnen, rijke Abten, magtige Biskoppen, trotse Cardinalen,
ende een soo schrikkelik Hoofd oover alle de selven, dat het uit sijne
gemaakte Duisternisse donderde ende blixemende, by naast alle
Menschen heeft verbaasd en doen buigen, behalven de allerwijste,
welke sig van tijden ten tijden daar teegen kloukmoediglik ge
steld hebben, b ende om welke van tijden ten tijden ook te be-
vangen, door die Roomse Geesteliken geduurige beroerten onder de
Onderdaanen, ende oorloogen tegen den wettigen OOver-Heer ver-
oorsaakt zijn geworden, waar door ook eindelik by naast alle die
Menschen aan deese duistere Leeraren onderworpen zijn gewor-
den, ende sy Leeraars dus waarelik Vissers van Menschen zijn ge-
worden, niet om die als volgens de Leere der Heilige Apostelen, be-
hoorde vry naar Lighame ende Siele, maar om daar van volgens de
Leere der Tyrannen, waarelik naar Siele ende Lighame haar slaven te
maken. Sulks dit eigendlik zijn de Vissers onser FABULE, die
het Waater beroeren ende alle Vissen verslinden.
En sien wy de waarheid onser FABULE ook gedurig in an-
dere Menschen, wiens Ouders spaarsaam uit haare eigene Inkom-
sten geleefd hebben, wanneer die Kinderen des niet te min
door Pragt, Ooverdaad, ofte Lekkernie, rijp ende groen vertee-
ren, ende onderwijlen by gevalle ende geluk eenige ervenisse of-
te goed tot onderstand bekoomende, eeven gelijk de Vissers onser
FABULE hare Toninen vangen, daar na nog in hare quistagtige huis-
houdinge voortgaanl; SUlks sy sig eindelik daar door genoodsaakt
vinden, niet min als deese boos-aardige jonge Vissers het Water, en-
de als nieuwe Nimrods ende geweldige Jaagers, de Republik, waar
in sy woonen, te beroeren, om, door dat middel, het Wild dat sy
bejaagen, namentlik de kraft der Regeeringe, ende die profijtelijkste
Amten van dien, te bekomen ende te verkopen, ofte onstentenisse
van dien, den Brand die sy in der Republike hebben aangesteeken, ge-
ondergang, dat is met beider ondergang ende verderf tragten uit
te blussen ende te eindigen.
Sulks de sin deeser FABULE is, dat alle Menschen, ende by-
sonderlik de Heerssugtigen, het zy Kerkelike Leeraars, het zy Politi-
ke Regeerders, met een weinig behoorden te vreeden te zijn, of-
te dat sy anders sins door haare ooverdaad ende door die Heerssugt,
beiden sig selven als ook de Kerken ende Republiken verderven.
In discordiis pessimo cuique plurima vix pax
et quies bonis artibus indigent. Tacit.
Daar Rust is ende Vree,
Heeft God altijds sijn Stee,
Daar Twist regeerd en Nijt
Is men Gods Seegen quijt
64. De Vos, de Bok, ende de Boer.
EEn Bok, vreesende van eenige Jaageren gevangen te
sullen werden, verborg sig gemeenelik by dage in ee-
nen Wijngaarde, om daar naa des nagts sig in oopene
Velden met de kruigen van dien te konnen versaadigen.
Dit aldus eenigen tijd geduurd hebbende, sonder dat de
de oovervloed ende lekkernie der Ranken bekoord; en-
de niet jeegenstaande de Wijnsokken hem vermaanden
soo onvoorsigtig niet te weesen van te minderen ende te
verteeren de geenen, door wiens welvaaren ende hoog-
heid behouden moeste werden; Soo verslond hy alle
de lekkerste ranken, die hem voorquamen, tot dat hy sig
aldaar niet langer konnende voor den Wijngaard-manne
verbergen, genoodsaakt wierd, Veldewaarts te vlugten;
alwaar hy eenen Vos sag, die insgelijks den Jageren ont-
sprongen was.
Dus beiden benaauw ende yverig hunnen wegspoedende,
maakten sy vriendschap, en wierden sy seer dorstig, ende by
eene Water-put komende, sprongen sy beiden seer schielik
daar in, om dus hare dorst te lessen,. Dog hare drink-luft ge-
boet hebbende, merkte de Vos eerst, en daar na ook de Bol,
dat sy daar niet weeder uit springen konden; weshalevn
sy beiden, ende insonderheid de Bok, treurden; tot dat
de Vos in volgender wijse sprak:,, Broeder, hoewel het
,,sig laat aansien, dat wy hier beiden gevangen, ofte van
,,hongere sterven, ofte van den Jageren gedood werden
,,sullen: Soo heb ik nogtans ietwes bedagt, waar meede
,,wy ons seekerlik van der door sullen redden: nament-
,,lik, staa met uwe afterste pooten op den gronde, ende
,,met de voorste tegen de muure; breng dan uwe kin te-
,,gen de borst, op dat uwe hoorens ten hoogsten opstee-
,,ken; dan sal ik op uwen rugge, ende vervolgens op u-
,,we hoorenen klimmende, met eener sponge hier uit
,,geraaken, ende daar na ook u daar uit helpen konnen.
De Bok, dit hoorende, wierd blijde, sette sig aanstonds,
als gesegt was, ende de Vos sprong nog veel blijdelijker
ders oover de ellende ofte verlossinge des Boks te bekom-
meren, met den Bokke schertste: ende als die hem daar
en teegen seer ernstig bad, sijne dier beloften naar te
koomen, soo beschimpte hy hem des te meer, seggende:
,,Indien gy soo veel verstands als baards had, gy goud in
,geene Put hebben gesprongen, sonder al voorens te
,,weeten, hoe gy selfs ongeholpen daar uit raaken soud,
,,ende nog min soud gy, daar in zijnde, hebben geloofd,
,,dat ik u daar uit helpen soude konnen ende willen.
Jaa ging des Vossen ontrouw ende gierigheid soo ver-
re, dat hy de vriendschap des ellendeien Boks versmaa-
dende, dig wende tot den Boere, wiend Wijngaard de
Bok verdorven had, ende hem beloofde, dien Bok te
wijsen ende leeveren, mits de Boer hem daar en teegen
beloofde de allerbeste Henne sijner werve. Het welk die
Boer ook plegtiglik beloofd hebbende, soo leide die Vos
den Boer tot die Put, alwaar die Boer, den Bok gedood
hebbende, hem te sijnen huise bragt, om sig daar mee-
de te spijsigen. Alwaar toen de Vos, als sijn bedongen
loon, vorderde de allerbeste Henne; ende des Boeren
Wijs haren manne in der stilte seide, dat hy aan Eeden,
eenen Booswigte gedaan, die ook seer trowlooselik sijnen
Vriend den Bok had verraaden, ende daar en booven
meenigmaalen eenige van hare Hoenderen had gestoolen,
ende daar door de dood wel dubbel veriend had, niet
was gehouden: Maar dat hy nu den Vos, terwijle hy de
Henne blijdelik verwagte, behoorde te dooden, om die
allerbeste Hen te behouden, ende sig met eenen voor al-
tijds te wreeken, ende te ontslaan van dien lossen Die-
ve. Welke raad des Wijfs den Boere seer wel behaagde;
op dat, terwijle hy sijn hoofd uitstak, om de Hen te aan-
vaarden, de Boer hem soo eene selle slag mogte geeven,
dat hy aanstonds in sijnen bloede smoorde, gelijk het
selven door haar ook alsoo uitgevoerd wierd.
Uitlegging der Woorden.
DE Bok, is een dom Mensch, die sig door sijne In-
stend laat verleiden.
De WYNGAARD, is een deugdsaam Mensch die door de
gemeenschap der dwaasen ende boosen altijds schaade lijd.
De VOS, is een schrander loos Mensch, die van sijne
lusten verleid werd.
DE BOER ende sijne WYF, zijn Menschen, die ten
deele uit wraak-ende ten deele uit geld-gierigheid, sig
niet ontsien, haar beloften ende eeden te breeken.
GElijk een Gebouw, dat op eener Rotse ofte op eenen onbe-
weegelijken gronde, vast in een gebouwd ende verbonden
werd, soo langen tijd bestendig is, als de Materialen van dien
duuren; Sulks het onderwijlen door geene storm-winden, stort-
reegens ofte waater-vloeden, om verre geworpen kan werden:
Ende dat daar en teegen een Gebouw, dat op Sande, Veene, ofte
op eenen anderen weeken gronde gebowd is, hoe vast he ook
mooge schijnen gebowd, ende wel aan een verbonden te zijn,
buiten alle verwagtinge der geenen, die den grond niet kennen,
ofte Waater-vloeden, seekerlik ter needer stort, schoon de ma-
terialen in sig selven goed, ende vast in een gebonden waaren: a
Alsoo gaat het ook met de Vriendschappen di ede Menschen on-
derlin maken;namelijk als sy die ten weedersijden bouwen op
goede Reeden, waarheid ende Billikheid, mitsgaaders op eene stand-
vaste wille ofte goede maximen ende gewoonte des leevens van sig te
draagen naar hare innerlike kennisse om het goeden te doen, en-
de het quaden te vermijden: Want als dan soo is de Liefde ofte
Vriendschap in sig selven onverbreeklik: om dat die gebouwd
werd op de VVet der Nature, welke God Almagtig soodanig allen
Menschen ingedrukt heeft, dat schoon genoomen Heemel en-
de Aarde mogte vergaan, deese Wet nogtans onder den Men-
schen bestendig blijven soude.b Ende derhalven soo konnen en-
de behooren die Liefden ende Vriendschappen gemaakt hebben,
selfs duuren; sonder dat eenige wellusten, ofte liefde tot wijven,
kinderen, ouderen, jaa selfs tot ons eigen leeven, die kan ver-
breeken. Ende is dit eigendlik de Liefde ofte Vriendschap, die
tussen Castor ende Pollux, Damon ende Pthias, Orestes ende Pylades,
was, van welken de Grieken getuigen, dat elk van die tween, voor
ende om den anderen te behouden, der Godinne Diana begeerde
opgeofferd te zijn. Gelijk meede de Hebreen gewaagen, dat ee-
ven soodaanige Liefde ende Vriendschap tussen Jonathan ende David
geweest is, ende dat die niet, dan met der dood, gebrooken
konde werden.
Ende in teegendeel soo konnen de Liefden ende Vrienschappen,
welke ten beiden ofte ook maar aan eene sijde gegrond zijn op
verkeerde oordeelen ofte onkonde, ende daar uit ontstaande eenige
in der haast voor by gaande Herts-togten, niet langer duuren, dan
tot dat beiden ofte een van tween, beetere kennisse van saken be-
komt, ende dat die drift daar door ophoud; ofte dat eene daar
teegen strijdende Passie, al ware het ook door eene andere dwa-
aardige Menschen nooit eene opregte ende langduurige Liefde
ofte Vriendschap kan zijn.
Gelijk de ondervinding ons dageliks leerd, dat Menschen, die
om meer vermaak in Eeten, Drinken, Byslaapen, ETc. te genieten,
Vriendschappen gemaakt hebben; Soo haast van die Wellusten niet
versaadigd, ofte van eene andere, daar teegen strijdende, inge-
noomen zijn, of dat die Vriendschappen eindigen, ja veranderen
in Vyandschappen. Ende insonderheid sien wy dit by de gee-
nen 1 die met bedaarde sinnen, ende buiten alle Herts-togten-zijn-
de, soodanig door Geld-ofte Heers-sugt oover-Heerst werden, dat,
wanneer sy in plaatse van haare be-oogde winsten, schaade; ofte in
steede van meer krat ende Amten der Regeeringe te bekoomen,
verlies van dien te verwagten hebben: sy ook als dan haar oordeel
soo qualik gebruiken, dat nog voorgaande Liefde, ofte genootene
Vriendschap, nog Beloften, nog Eeden, kraftig genoug zijn, om haar
binnen de paalen van haare voorgaande Vriendschap te houden. en-
de sien wy, dat in teegendeel die Geld-, ende ook boven allen de
Heerssugt, kragtig genoug is, om haar alle het gunt by den Men-
schen voor heilig ende deugdsaam gehouden behoord te werden,
als dan onbeschaamdelik te doen schenden.
Dus sien wy dageliks, dat domme Menschen, om een lekker beet-
jen of dronkjen te genieten, niet min als onse Bok door de soe-
tigheid der Wijnranken, sig laaten verleiden, om te verteeren
die Menschen, welke haar voor de dood bevrijd hebben, en-
de nog bevrijden souden willen, indien het in haar vermoogen
ware.
Dus sien wy dagelijks dat selfs seer schrandere Menschen, niet
min als de Vos, om eenig erf, dat haar naar reeden ende geboor-
te niet toe komt, door valse ofte gebeedelde, ende half afgedwon-
gene Uiterste Willen te konnen in het geheel beuren ofte deelen, ende
voor soo veele genieten, alle banden van Vriendschap, met welken
sy aan de wettige Erfgenaamen verbonden begaan, dat sy als
verbreeken, maar ook somtijds die wreedheeden begaan, dat sy als
dan dien onnooselen Testateur, ende haaren eigen Weldoener, of
haar leeven behouden mogten hebben, verraaden, ende vanm
kant helpen.
Dus sien wy daageliks, dat by naast de allerwijste Menschen
niet mit als de Boer ende Wijf, onse FABULE, door de
wraak-ende geld-gierigheid by een gevougd zijnde, sig seer ligte-
lik laaten verleiden, om Bond-breukig ende Mein-eediglik haa-
re Weldoeners te beschadigen, ende het zy natuurelik het sy po-
litikelik te dooden ofte te doen dooden; om der selven amten te
bekoomen.
Ende hoewel onse FABUL niet uidrukkelik van der heers-
sugt gewaagd, soo behoorden wy nogtans te weeten, dat die de
kraftigste van alle Passien is, ende dat sy de Menschen, die daar van
beseeten zijn, niet dan in den grave verlaat: Ende dat oover sulks
onder de Heers-sugtigen geene opregte bestendige Vriendschap kan
zijn: maar kennelik ism dat sy in teegendeel onder den schijn van
Liefde ende Vriendschap, geduurig daar op uit zijn, om , ter
haarer eigene verhooginge, den anderen te bedriegen ofte te oover-
weldigen. Gelijk wy daar beneevens behoorden te weeten, dat,
hoe die heers-sugtighooger stijgen, hoe des te meer Bedrog, Ge-
weld ende Wreedheid onder haar, ende onder de allermeest ge-
weesene Vrienden, in swange gaat.
Het welk met duisenden soo Griekse als Romeinse Historien beve-
stigd soude konnen werden: Maar sullen wy ons genougen, met aan
te wijsen het drie-manschap ofte Verbond van Vriendschap tussen Antonius,
Lepidus ende Augustus, om den Menschen indagtig te maken, hoe
onbeschaamd, mein-eedig, ende godlooselik, yder van dien het
grootste deel des bekenden Aardboodems, jaa hun eigen Vader-
land ende Huis-gooden, den vlammen; als ook hunne allerbeste
Vrienden, op soo goed weederom, aan den andere ten slagtban-
ke op die schrikkelijke dood-rolle oover-leeverde; op dat yder van
verdelgen, ende oover sijn aangeweesen deel des opgemel-
den Aardboodems, heerschen soude: In gevolge van het Vers-
ken;
De Huis-goon, en mijn Egte pand,
De vlammen oover en het vier.
Geen Kroon nog Scepter staat te dier.*
Ende hoedaanige vrugten die heers-sugt binnen de Vereenigde
Neederlanden, in de Jaaren 1618.1650.1672. ter ver-
breekinge van Vrienschappen, Eeden, ende alles wat voor bei-
lig behoorde gehouden te werden, heeft voortgebragt; sullen
wy voor deese maale onder de respective wetten van Amnestie, of-
te Mysterien van Staat ende Kerke, ten onsen Leedweesen, verbor-
gen laaten blijven.
Fugienda est amicitia, eorum animus incertus
et dubius est. Plutarch.
Niet dat soo naaw gewoogen diend,
Als keur te maaken van een Vriend.
65. DE Vos, de Leew, ende de Os.
Leewe in onderlinge groote Vriendschap geleefd heb-
bende, gebeurde dat een Os, daar omtrend koomende
weiden, seer luid bulkte; Sulks de Leew noit eenen Osse
gesien ofte het loejen der selven gehoord hebbende, sig
inbeelde, dat het een seer schrikkelik Dier was, ende
niet uit den Bosse, derfde gaan, om voor sig selven en-
de voor sijne Vrienden, als van ouds, sijnen ende haaren
kost te bejaagen.
Ende hoewel de Leew sijne vreese, soo merkte
des niet te min de Vos de reeden van dien, bood sig aan,
ende kreeg ook last, te verspieden wat een Beest het was, dat
soo eene vreeselijke stemme had, om sulks den Leewe
daar na te verwittigene. Waar naar deese Vos den Os ge-
vonden, ende vriendelik met hem gesprooken hebbende,
den Leewe van veele saaken bescheid bragt, naamelik,
dat het een seer wijs ende fastmoedig Dier was.
Het welk de Leew niet konnende gelooven, soo ging
de Vos, met des Leewen goedvinden, tot den Osse, be-
loofde ende swoer met hem eene onverbreekelike vriend-
schap te sullen onderhouden, ende versorgt, dat hy met
hem naar den Leewe ginge, op verseekeringe, dat hem
aldaar niet quaads soude weedervaaren: ende dat sy twee
de wijsheid ende loosheid by een vougende, altijds de gonst
des sterken Leews t'haaren voordele gebruiken souden kon-
nen: Waar op die Os derwaarts ging, ende de Leew als
dan soo veele wijsheid ende saftmoedigheid in den Osse
bevond, dat hy hem voortaan veel meer sijner secreeten
als den Vosse betrouwde;
Waar door de Vos soo nijdig op den Osse wierd, dat
hy voornam hem te verderven. Hy ging derhalven tot
den Leew ende seide: Ik soude u gaarna wat heimeliks,
ende dat van grooter gewigt is, seggen; maar verseekere
my, dat het u seer onaangenaam om hooren, ende mag-
schien ongeloofbaar sal weesen, ende sal het derhalven
beeter weesen dat ik swijge. Dog daar en teegen be-
denkende, dat daar uw leeven aan hangd, ende dat ik
onser Vriendschappe, indien ik deese waarheid sweege,
soo weet ik niet wat my te doen staat.
Waar op de Leew seer ernsitg begeerende te weeten,
wat het was; soo seide eindelik de Vos, onder beloften
dat het niet gemeld soude werden: Een mijner getrow-
ste gesellen, wiens naam ik beloofd hebbe te swijgen,
heeft my seer omstandiglik verhaald, gehoord te hebben,
hoe de OS met een ander gras-eetend sterk Dier raad pleeg-
de, om u uit den Bosse te drijven ende te dooden. Nu heb
ik my ontlast, ende gy zijt veel wijser als k om te besluiten,
wat daar in te doen ofte te laten zy. Maar als het mijne
saak waare, soo soude ik hem seekerlik dooden, eer hy
het my deede: want of gy al schoon aan der waarheid
deeses soud moogen twijfelen, soo is nogtans seeker, dat
gy niet, dan met hem te dooden, die twijfelinge weg-
neemen kond.
De Leew, dit gehoord hebbende, seide: ik kan niet
goedvinden te dooden een Dier, dat my soo lief is ge-
weest, sonder al voorens te hooren, wat het te sijner ont-
schuldiginge seggen kan. Waar tegen de Vos, vreesende
dat sijn verraad dus ontdekt soude werden, seide; Hem te
hooren spreeken, sal voor u eene saak weesen vol van ge-
vaar: want indien hy in het minsten vermoed, dat sijn aan-
slag ontdekt is, soo sal hy u als dan seekerlik aanvallen ende
dooden, om sijn eigen leeven te behouden: ende kond gy
dat niet voorkoomen, dan met seer wel op uw hoede te
zijn, ende wel agt te neemen op zijn gebaar, naamelik of
hy met meer schroom als voor deesen u naarderd: of hy
ten weedersijden om siet: of hy sijne ooren schud: of hy
sijne staart ten beiden sijden slaat: want indien een van
allen geschied, soo is seeker, dat hy wat quaads in den
hem voor te koomen.
Deese raad behaagde den Leewe. Sulks de Vos wij-
ders sijnen dienst aanbood, ende by gevolge last kreeg,
om den Osse op te passen, te spreeken, ende tot den
Leewe te geleiden.
De Vos deese schoone geleegendheid gekreegen heb-
bende, om sonder eenig quaad vermoeden ten weeder-
sijden sijn quaad saad te saajen, ging met traanende oo-
gen, ende drouvelik, tot den Osse, beklaagde in het ge-
meen het ongeluk aller Dieren, die met den Leewe eeni-
ge gemeenschap hadden, alsoo sy voor alle trouwe dien-
sten meest eene drouve vergeldinge bequamen. Sulks de
Os, hier door ontsteld, hem vroeg, wat daar gaande
was, ende de Vos antwoorde: Tot quijtinge van mijn
gemoed, ende ter voldoeninge onser trouwe vriendschap-
pe, sal ik, met perikule mijnes leevens, op uwe voor-
gaande beloften van my niet te melden, u oopenbaaren,
met deese mijne ooren gehoord te hebben, dat de Leew,
meenende alleen by den Wolve te zijn, hem seide: De
Os is my nergens toe nut, ende heeft daar en boven te-
gen my wat quaads in den sinne, waarom ik hem by de
eerste schoone geleegendheid sal dooden, op dat ik my,
u, ende eenige andere Dieren, met sijnen vleesche mo-
ge spijsigen.
Waarop op de Os antwoorde: Ik heb den Leewe, gelijk
gy weet, altijds trouwelik gediend, sulks hy my met gee-
nen Regte kan dooden, maar indien hy my efter dooden
wil, soo kan ik hem seer beswaarelik ontgaan. Ik sal der-
halevn, als voor deesen, onbeschroomd tot hem treeden,
op hoope, dat hy mijne onschuld eerst hooren, ende dan
spaaren sal. Doe dat dog niet, mijn goede Vriend, sei-
kond; koome hem niet naa by; staa op uw verset; ende
indien gy als dan siet dat hy sig ten strijde bereid, u sterk
aansiet, sijne ooren opsteekt, ofte met sijnen staart tegen
der aarde klapt, ontvlugt dan ten besten gy kond.
Deese raad geviel den Osse seer wel, ende besloot, hy
des anderen daags met den Vosse tot den Leewe te gaan.
Onderwijle verhaalde de Vos, uit grooter vreugde, sijnen
getrouwen Broedere, die hem ontraaden had sulks te on-
derneemen, hoe verre hem sijne saaken wel gelukt' waa-
ren. Ende wilde God, dat hoewel sy heimelik ende fast
spraaken, nogtans een Luipaard, in het voor by gaan,
daar van ietwes hoorde.
Des anderen daags ging de Vos met den Osse naar den
Leewe, al waar de een van den anderen ofte des Vossen laste-
ringen, nietwes weetende, sy sig beiden drougen naar des
Vossen raade: sulks de Leew seekerlik geloofde, dat de Os
schuldig was, ende daarom als uit sig selven de sterkste
zijnde, hem aanstonds schielik besprong ende doode.
Weinige daagen daar naa bedagt te Leew, dat hy ee-
nen, die hy selfs altijds trow bevonden had, alleen op
het seggen des Vossen, had gedood tyranniger wijse, on-
gehoord ende onverweesen; waarom hy treurig werd, en-
de eenigsins den Vosse mistrouwende, naardere vriend-
schap met den Luipaarde maakte, die aan des Leewen
Moedere alsdan oopenbaarde, wat hy van des Vossen op-
sette, om den Os te doen vermoorden, gehoord had. En-
de die Moeder bragt sulks soo kraftig den Leewe aan, dat
de Vos daar op in boejen gelegt, ende de saak wijder on-
dersogt wierd; terwijle des Vossen Broeder hem aldaar een-
maal des nagts in der stilte besogt, ende in het breede ver-
haalde, hoe qualik hy gedaan had, sijnen raad te verag-
bloed des Ossen op sijnen koppe soude druipen. Ende al-
soo twee Dieren, naast aan den kerkere woonende, ook ver-
moeden dat de Os door den Vosse was verraaden geworden;
soo hadden sy de gevangenisse geduurig verspied, ende
deese reedenen des Vossen ende sijnes Broeders beluisterd,
sulks sy daar van ook getuigenissen gegeeven hebbende,
de Vos ook eindelik wettig verweesen, ende ter dood
gebragt wierd.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben verstaan met den VOSSE, een loos
doortrapt Mensch, ofte Hooveling.
Met den LEEWE, een sterk onvoorsigtig Mens ofte
Koning.
Met den OSSE, een wijs ende deugdsaam Mensch, ofte
soodaanig Hooveling.
De geneegendheid om geen Slaaf maar Vry te zijn, den Men-
schen aangebooren weesende, a ende sy bevindende ofte sig
inbeeldende, b dat in alle land-standen een ofte meer Mensch ofte
Menschen, niet alleen voor sig selven vry is ofte zijn, maar dat
die ook oover andere Menschen gebieden, ende die doen dienen
naar hem of haar lust ofte lusten; ende dat sy mitsdien waarelik
alle die Onderdaanen te gelijk berooven van, ofte niet dan precario,
dat is tot weederseggens toe, laaten gebruiken, alle het gunt
den Menschen aangenaam is; ende dat die haar daar beneevens in
gedurige vreese stellen, van te moeten draagen alle het quaaden,
dat hem ofte haar lust, den Onderdaanen op te leggen; Soo volgd
schen te heerssen, de vierigste van alle onse Herts togten is. a
Ende oovermits Koningen ofte Vorsten die heerschappie, ofte dat
Vorstendom bekoomen hebbende, als dan sig het meesten plagten te
versadigen, of met den roeme van de paalen hares Gebieds wijder uit
te strekken, ofte met allesins hare Wellusten ofte met die beiden te vol-
gen; terwijle sy de geheele Regeering gemeenelik door en op den
eenen ofte den anderen haren Gonsteling ofte eersten Dienaare van Staa,
laten drijven, soodanig, dat warelik naar des gonstelings opgeeven,
alle Wetten aldaar ge-ofte ver-maakt, ende alle Officien ofte Beneficien
aldaar begeven als ook benoomen werden: Soo volgd ook daar uit,
dat de geneegentheid, om soodaanig een Gonsteling ten Hoove te
werden, by naast eeven soo brandende by den Menschen is, als
de Begeerte om Souverain-ofte Tyranniglik te heerssen.
Ende gelijk Koningen in haaren Rhijke geen eigen Wijf, Kinde-
ren, Vaader ofte Moeder, Suster ofte Broeder hebben, ofte die
anders aanmerken, dan als Onderdanen, die haar allesins ten dienste
moeten staan: ende die Koningen niet weeten wat Heiligheid,
Godvrugtigheid, ofte Trow te seggen zy;b Soo volgen die
eerste Dienaars van Staat, ende Gonstelingen alle die Koning-en-
de Vorstelike gebreeken soo wel naar, dat daar uit het Latins spreek-
woord is ontstaan, c Die God of Maagen min, en blijve niet ten Hoof.
Alsoo die eerste ende mindere Gonstelingen, gelijk meede alle die
sulks tragten te werden, om dien stand te behouden ofte te ver-
krijgen, soodanig met liegen ende bedriegen aan een hangen, dat
sy sig niet ontsien, ten dien einde geduurig door valse Eeden, en-
de sig selven te vervlouken, indien sy niet het een ofte het ander
doen ofte laaten, terwijle sy in het teegendeel van dien, selfs ha-
re naaste Maagen ende getrowste Vrienden tragten te verraaden,
te verderven, ofte op de slagt-banke te brengen.
Want oovermits sodanigen Menschen ofte Hovelingen ontbreekt
de Opperste Magt, om haar voorneemen oopentlik en door geweld onder
schijn van Regt te konnen uitvoeren, so vinden sy sig in soodanigen
stande geneegen de allerfijnste Hoofse konsten, daar onse FABUL
eigentlik van gewaagt, te gebruiken: Namentlik, niet alleen on-
seer goede Vrienden, die sy, of beiden te gelijk, of wel een van
tween niet ooverweegen ofte oopentlik verderven konnen; eerst
seer groot mis-trouwen te veroorsaaken, ofte ten minsten sulks te
tragten: Ende indien haar sulks gelukt, die als dan teegen mal-
kanderen op te hitsen, ten einde de een den anderen verdorven of-
te gedoor, hebbende, de Ooverwinneer onderwijle ook soo ver-
swakt werde, dat sy loose Bedriegers hem als dan ook geweldiglik
aanraaden ende verderven konnen.
Of indien deese boos-aardige Menschen ende Hovelingen vermerken,
dat sy in soodaanigen stande zijn, dat haare geveinsde Vriendschap,
valsche Eeden, ende Vervloukingen, niet magtig genoug zijn om twee
Menschen ofte Staaten, die sy gaaren beiden verderven souden,
van een te scheiden, ofte tegen elkanderen op te hitsen, soo gebrui-
ken sy gemeenelik dit middel, dat sy veinsen het verschil, welk
sy met beiden hebben, in alle manieren minnelik by te willen leg-
gen, ende die beiden te gelijk niet konnende in slaape wiegen of-
te bedriegen; Soo versieren, Sweeren ende Vervlouken sy sig by
ydere der Partyen in het bysonder, die twist-saake by den andere
genougsaam ge-effend te hebben, en dat het voor den laatsten eene
groote dwaasheid soude wesen, alleen, zijnde tegen de magt des Ko-
ninges, des Vorsten, ofte des grootsten Hoovelings te willen streeven;
hoopende dat gelijk de Cardinaal van Lottringen oover honderd jaa-
ren van sijne onbeschaamde loogens in Vrankrijk plagte te seggen:
Indien sijne, ofte nu haar valse loogens maar vier en twintig uuren
seekerlik mogten ofte mogen geloofd werden, sy als dan middeler
wijle waarschijnelik ook haar oogwit bekoomen souden hebben;
Ende verseekeren de aller-grootste Gonstelingen des Hofs sig daar
en booven, dat gelijk een groot Heer, die door loogens sijn voor-
neemen uitgewrogt heeft, daar oover niet bestrafd maar gepree-
sen plagt te werden; sy desgelijks haar voorneemen uitwerkende,
als seer gawe Politiken te zijn, van alle gemeene Onderdaanen ge-
roemd ende geagt sullen werden.
Ende eeven op die selve wijle speelen die God-ende Eere-ver-
geetende Menschen, ofte mindere Hoovelingen ook met hare Looge-
nen, Eeden, ende Vervloukingen, wanneer sy eenige saak met
weinige Stemmen bestaande, sullen moeten afhandelen, ende sy de
meerderheid van dien verkrijgen ofte bekuipen willende, by opregte
en onnosele Leeden, eer die saak in der Vergaderinge voorkomt, veinsen,
liegen, sweeren, en sig vervlouken, dese en die stemmen aan hare sijde
te hebben, welke sy warelik niet hebben; en daar beneeven siet men,
dat sy aan verscheidenen van dien, om de selven te winnen, gemeene-
lik beloven, eene ende deselve Officien ofte Beneficien, welke niet dan
aan eenen alleen besteed konnen werden; ende welke daar en bo-
ven in haare magt niet zijn, ofte welke sy waarelik gants niet
meenen op eenen der selven, welke sy dus schelmagtig tot haare
sijde tragten oover te trekken, te doen komen: hebbende warelik
haar oogwit bereikt, als sy soo een eerlik man ofte lid eener Vergaa-
deringe tot de eerste valse treede gebragt, ende daar doo by de an-
dere goede Leeden der Vergaaderinge stinkende gemaakt hebben.
Ende gave God, dat wy, leesende de beroemde opregt-ende
standvastigheid der oude Batavieren, geene reeden hadden om
schaamrood te werden, als wy sien hoe verre der selven naakoo-
melingen, het zy gemeene Ingeseetenen, het zy Regeerders der Lan-
den ende Steeden, van haare goede wijsen van leeven afgeweeken,
ende van die opregt-, rond- ende standvastigheid verbasterd, en-
de tot geveinstheid, ontrouwe, ende slaawhertigheid oovergegaan
zijnl hoewel niet t'eenemaal niet lange kan duuren, ende dat ook de kraft
der Waarheid ende Opregtigheid soo groot is, dat sy eindelik die
geveinsde Loogenaars ende Bedriegers soodaanig te ooverwinnen
plagt, dat sy daar naa niet meer geloofd werden, selfs als sy de
waarheid spreeken; behalven dat die boose Menschen niet min,
als de listige ende bedriegende Vos onser FABULE, veeltijds in
hare schelmstukken afterhaald, oovertuigd, ende daar oover gestraft
werdende, als dan bevinden waarhaftig te zijn, dat niet alleen de
opregte Menschen somtijds, maar ook die ondeugende beveinsde
Bedriegers, meest altijds een drouvig einde hebben: ende seekerlik
altijds met een seer beswaard gemoed ten graave needer daalen.
Ende bevinden sy derhalven ook waarhaftig te zijn, dat op der
aarde voor allen Menschen, ende allen Regenten, geene grootere en-
de beetere konst is, dan waarelik in alle sijn doen ende laaten sig
Man, ofte Regent.
Alle welke onse Reedenkaavelingen wy seer ligtelik uit oude en-
de niewe Historien met seer veele Voorbeelden souden bevestigen,
indien wy geneegen waren, daar van een geheel Bouk te schrijven,
ende indien wy niet mer eenen genougsame reedenen hadden om
te vreesen, dat de Waarheid van dien teegen ons, eenen ondra-
gelijken haat veroorsaaken soude.
Sulks wy nu besluiten den eigendlijken sin deeser FABULE te
weesen, dat een Mensch ofte Hooveling, die aan beiden ofte eene
sijde wil mank gaan, gemeenelik tussen twee stoelen in den asse
valt, ende als een veragte schelm komt te sterven.
Pro regno velim Patriam Penates, Conjugem flammis dare
Imperia pretio quolibet constant bene. Senec. Theb.
Ontrow slaat sijnen eigen Heer.
ID embstma_add132_emblem065 MOTTO_LA_NORM Pro regno velim Patriam Penates, Conjugem flammis dare Imperia pretio quolibet constant bene _IC ; $ TEXT_EXPL_XML66. De Eesel ende het Paard.
EEn Eesel ende een Paard eenen ende den selfden Hee-
re dienende, soo wierd het Paard gebruikt om ee-
ne ligte waagen te trekken, ende ook somtijds den Heer,
ofte eenen kleinen last te dragen; waar vooren hy in der
weiden het beste gras, ende op der stallen seer goed hoor,
ende daar en booven kostelijken vetten haaver genoot.
op sijnen gekromden rugge de aller-swaarste lasten te dra-
gen, ende daar vooren van sijnen Heere nietwes genoot,
dan ten velden ende weegen, Distelen ofte eenige ande-
re ondeugende groente, ende in der Stallen, kaf ende
strooi, Sulks hoewel de Eesel reeden had, sig te ver-
blijden, dat een Dier, welk hem onder allen anderen
naast geleek, gelukkig was; insonderheid omtrend soo-
daanige saaken, waar meede dat Dier hem niet beschaa-
digen, maar wel baaten konde; soo wierd hy des niet te min
daar oover bedroufd, misnougd ende nijdig.
Dog kort daar aan een oorlog rijsende, moest dat
Paard ende niet de Eesel, sijnen heere in den strij-
de soodaanig ten dienste zijn, dat het Paard aldaar
seer swaarelik gequetst zijnde, moest huiswaarts keeren.
Alwaar de Eesel sulks siende, wel ten deele met goede ree-
denen sig innerlik verblijden, soodaanige dood ofte smerte
niet onderworpen te zijn: maar ook ten deele teegen al-
le reeden ende billikheid sig verheugde, om dat hy nu ver-
merkte, dat het Paard alsoo ongelukkig als hy was; daar
nogtans des selfs ongelukken de sijne niet verminderen
konden.
Ende eenigen tijd daar naa, als het Paard geneesen
was, moest die Heer met verscheidene Koopmanschap-
pen, oover lande eene verre reise doen, waar toe hy het
Paard seer ligtelik, ende den Eesel seer swaar beloed.
Sulks de Eesel onderweegen bemerkende, dat hy einde-
lik onder dien swaaren laste soude beswijken, den moe-
digen Paarde, welk met schoone veederen op den hoof-
de, ende met klinkende bellen aan den lijve versierd was,
aldus aansprak: ,,De Natuur heeft soo groote gelijkheid
,,gemaakt, dat een braave Hengst niet ongaarene eene
,,Eeselinne dekt, ende dat eene Merrie sig blijdelik van
,,eenen Eesele laat berijden, als ook dat die beiden met
,,smerten ondeilbare Veulens voortgebragt hebbende, de-
,,selven met grooter liefde op voeden. Daar en booven
,,hebben wy eenen selfden Heere lange gediend, binnen
,,welken tijd ik nooit uw voedsel verminderd, maar al-
,,tijd den swaarsten last geduldelik gedraagen hebbe. Nu
,,voel ik my soo swaar belaaden, dat ik onderweegen sal
,,beswijken, indien gy niet hebt die goedheid my te ver-
,,ligten. Heb ook derhalven deernisse met my, gy die ik wa-
,,relik mijnen Broeder mag noemen, ende ontlast my van
,,eenen deele mijner al te swaaren laste, op dat ik moo-
,,ge behouden blijven, ende gy naa mijnen ondergange
,,niet genoodsaakt werdet, den geheelen last alleen te
,,dragen.
Dog alle deese goede reedenen komende uit den monde
des veragten Eesels, wierden door den trotsen hoogdraven
den Paarde versmaad, ende wierd de waarheid van dien
gants niet ooverwoogen, maar wierd insonderheid des
Eesels seggen des te meer veragt, om dat het Paard sig
liet voorstaan, dat de Eesel al te vermeetel was geweest,
met sijne Maagschap te vertoonen, ende daar en boven
sig Broeder des Paards te derven noemen. Sulks de Ee-
sel gants niet ontlast werdende, ook onder dien waarlik
al te swaaren last quam te beswijken, ende de Heer in
opgemelden stande sijner saaken sig genoodsaakt, ende
ook geraaden vond, alle de pakken, daar de Eesel mee-
de belaaden was geweest, op den Paarde te leggen, en-
de daar en booven hem met des Eesels huide te beladen.
beseffen konde, hoe groote gemeenschap ende maagschap,
waarelik tussen eenen hoog-draavenden Paarde ende ee-
nen ter needer geboogenen Eesele was. Ende by gevol-
ge, hoe qualik hy gedaan had, sig niet tijdelijk oover
dien armen Eesele te erbarmen.
Uitlegging der Woorden.
Met een PAARD, hebben de Ouden hier ver-
staan een weelig trots Mensch.
Met een Eesel, een traag, arbeidsaam, gering
Mensch.
HEt is kennelik, dat alle Menschen door den Seegen van eenen
ende den selfden Goode, op eene wijse geteeld, gebooren ende
gevoed weren, als ook dat sy in haar geheel leeven alle de selve
gevallen, soo naar der SIele als naar den Lighaame, onderworpen
zijn; ende eindelik dat sy stervende, alle moogen verhoopen, van
den selfden Heere, met een eeven geluksaalig eewig leeven be-
genaadigd te sullen werden.
Het welk onweederspreekelik waarhaftig zijnde, ende daar by
ooverwoogen werdende, dat alle Menschen verpligt zijn, een le-
ven te leiden, dat met den welvaaren des geheelen menschelij-
ken geslagts, soo in het gemeen als in het bysonder, aangemerkt
zijnde, oover een komt; a Soo is ook kennelik, dat wy het wel-
de meeste gelijkheid, gemeenschap, ende maagschap meede
hebben; te besorgen, ende der selven qualik-vaaren, af te wee-
ren behoorden. Gelijk meede uit den selven gronde volgd, dat
wy ons ook behoorden te verheugen, ofte te bedrouven, als het
den Menschen, ende insonderheid soodaanigen Menschen wel of-
te quaalik gaat.
Ende naademaal de Menschen door opgemelde onderlinge ge-
neegendheeden, in dit haast vergankelik leeven sig dus alle soo
gelukkig souden maken, als hun aard hier eenig geluk ofte wel-
vaaren bereiken kan: Soo staat ons wijders te ondersouken, of,
ende waarom de Menschen in het gemeen sig naar deese goede
reedenen dragen, ofte waarom sy haar leven daar naar niet aanstel-
len willen. Namelik, niet jeegenstaande opgemelde goede Ree-
denkaavelingen, soo bevind een yder in sig selven, ende merkt
ook in andere Menschen, dat de Hertstogt van ons eigen selfs liefde,
ons soo selven niet aanmerken onder die voorgeroerde menschelike ge-
meenschap ende maagschap, ofte, dat wy ons selven niet aansien als
een deel te zijn van den geheelen menschelijken geslagte, welk wy
soo veel in ons i, te minnen ende te besorgen behoorden; ende dat
wy ook in de aanmerkingen van deesen gemeenen welvaaren,
ons hoogste genougen behoorden te stellen; maar is in deesen
onse dwaling soo groot, dat wy daar en teegen ons selven by naast
altijds aanmerken, als of wy Menschen onderling gants van een
gescheiden waaren, ende sulks als of een yder geen deel waare,
maar een geheel op sig selven maakte, ende dat eenes anderen wel-
ofte qualik-vaaren ons niet aanging, dan voor soo veele wy selfs
daar door gebaat ofte benaadeeld staan te werden.
Jaa gaat die onse dwaaling soo verre, dat by naast nieman
meend wel ende gelukkig te weesen, dan ten zy hy sig aanmer-
ke, als beeter ende gelukkiger te zijn, als een ander; ende inson-
derheid als een die hem meest gelijkt ofte gelijk plagt te wee-
sen. Ende veroorsaakt die selve dwaaling wijders, dat ook by
naast nieman meend rampsaalif ofte ongelukkig te weesen, wan-
neer hy andere Menschen, die hem naast, ofte in alles gelijk plag-
dan hy selver is.
Waar uit dan wijders volgd, dat wy veeltijds vreesen, dat een
ander, ende voorneementlik een die ons gelijk plagt te weesen,
sijne voorspoed ter onser verneederinge ende verminderinge sal
doen strekken, ofte dat hy uit ende met ons qualik vaaren, sijn
eigen welvaaren sal souken te vemeerderen. Ende schoon ge-
noomen wy vermoeden konden, dat de Menschen in het gemeen
ende insonderheid die ons naast zijn, ofte meest gelijken, soo-
danige Boosheid teegen ons niet souden pleegen; soo is nogtans
eenen ydere bekend, dat Menschen die langduurige voorspoeden
beleeven, gemeenelik soo hoogmoedig, trots, ende laatdunken-
de werden, dat sy haare gedagten in het geheel van de ellenden
ende ongelukken anderer Menschen, jaa ook eenigsins der gee-
nen, die haar gelijk plagten te weesen, afwenden; ofte, ten
besten gaande, die smerten, onder welke andere Menschen sug-
ten, seer flaauwelik ende gelijk als in eenen Droome aanmerken,
sonder dat die al te weelderige Menschen daar by eenige uitwer-
kingen ten voordeele der ellendigen vougen.
Ende oovermits nogtans God Almagtig waarelik onder alle Men-
schen soodaanige gelijkheod heeft gemaakt, dat alle het gunt den
eenen gebeurd, ook den anderen gebeuren kan, ende dat ook
alle Menschen, wanneer sy buiten die driften ende swier van
bewoogene verfoejelike Nijd, ende Onbarmhertigheid zijn, die ge-
breeken in andere Menschen seer haast vermerken, ende ook al-
tijds haaten: Soo volgd daar uit ook veeltijds, dat die ter needer
geslagene Menschem, van eenige andere warelik meede-doogende
opgeholpen werden. Ende soo ontstaat hier uit ook seer ligtelik,
dat die Nijdigers sig selven niet alleen te vergeefs plaagen, maar
daar en boven sig ook door die Nijd in veele ongemakken inwik-
kelen. Gelijk meede die trotse ende onbarmhertigen, door de selve ge-
breeken, veele rampen op hare eigene halsen plagten te haalen, en-
de in die ellenden te blijven steeken; om dat sy van de meede-
doogende Menschen werden geoordeeld, aller hulpe onwaardig
te zijn, ende die roeden, met welk sy gestraft werden, wel ver-
diend te hebben.
dan onnoodig sal weesen, de waarheid van dien met bysondere
Voorbeelden te bevestigen. Sulks wy niet dan een Voorbeeld van
Staat, het welk onses eragtens ter verklaaringe onser FABULE
diend, aanwijsen sullen.
De Raden des Konings van Hispanien, Philippus de tweede, nijdig
geworden zijnde oover het groot welvaaren onder Neederlanden,
bestonden insonderheid seedert den Jaare 1560. de selven al-
langs soodaanig te beswaaren, dat daar uit onse lang-duurig,
ende eindelik ook voor den Rhijke van Hispanien, al te koste?
lijke Oorlogen volgden. Sulks die Raaden daar na, ende voor-
naamelik seedert den Jaare 1629. sienden dat sy de SPaande Nee-
derlanden teegen onse ooverkostelijke Veldtogten, die ons nu nog
ter needer drukken, niet souden konnen beschermen; ende
voorsienden, dat het altijds Conquesteer- ofte Krijgs-lievende
Vrankrijk* eindelik meede op de Neederlanden vallen, ende veelligt
soo wel eerst de Spaansen als daar na de Vereenigde Neederlanen in 't
geheel wegneemen soude; vertoonden van tijden ten tijden aan
den Vereenigden Neederlanden, dat het onderling best ware Vreede te
maken, om dat, als sy Spaansen dien last des Oorlogs niet langer dra-
gen souden konnen, Vrankrijk, haar als dan aangrijpen, ende misschien
de Spaanse Neederlanden veroovren soude. Ende dat als dan ook
dese Landen niet alleen de oude Magt van Vrankrijk, maar ook de
Niewe ende met de Spaanse Neederlanden gesterkte Magt, souden
moeten, ende niet konnen, afkeeren. Maar alle deese goede
reedenen des Spaansen afgematten Neederlandsen Eesels, waren te ver-
geefs; Want onse moedige Ruiter, ofte selfs het Hollands Paard,
versmaade de versouken ende klagten des opgemelden Spaans-
Neederlandsen Eesels.
Sulks nu ten weedersijden eindelik gevoeld werd, hoe oover
hondert ende meer Jaaren, de Spaanse Eesel quaalik beraaden is
geweest, de weelde des Neederlandsten Paards te benijden; ende
hoe seer daar naa ook onse RUiter, ofte het Hollands Paard, uitnee-
mend onvoorsigtig geweest is, den oover-laaden Spaans-Needer-
landsen Eesel niet soo tijdelik te willen van eenen deele sijnes lasts
van des Eesels geheelen Last, ende daar en booven sijnen Huid te
sullen moeten draagen, ende misschien daar onder te sullen be-
swijken.
Ende alsoo wy meenen den eigendlijken sin deeser FABULE
klaar genoug door onse voorgaande geheele Reedenkaavelinge
te zijn uitgedrukt, soo sullen wy, sonder daar van meer te spree-
ken, dus eindigen.
Est miser nemo nisi comparatus. Senec. in Troad.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem065 MOTTO_NLMet welke maate gy meet, sal u weeder
gemeeten worden. Matth. cap. 7
67. De Hond, Wolf, Schaap, ende Teef
met Iongen.
EEn Hond, die in sijnen neste voor eener Koestalle lag,
om die te bewaaren, sig in den slaape beloopen sien-
de van eenen Wolve, die hem aanstonds wilde verscheu-
ren, seide hem: ,,SIe hoe dor ende maager ik door eene
,,voorgaande seer swaare siekte geworden ben, sulks gy
,,nu aan my seer weinige spijse hebben kond. Daar en
,, teegen ben ik eeven seer gesond geworen, ende is mij-
,,vervloedige spijse, ende daar door ook mijne voorgaande
,,lijvigheid, bekomen sal konnen; Spaar derhalven my nu
,,ten uwen ende mijnen voordeele, tot dat die Bruiloft
,,gehouden zy, als wanneer ik door die oovervloed van
,,spijse dikker ende vetter geworden zijnde, gy aan my,
,,veel meer als nu, te kluiven sult vinden. Ende ik be-
,,loof met dieren Eede van nu af aan onweeder-roupelik,
,,my als dan gewillig aan u oover te sullen geeven.
De gierige Wolf sulks geloovende, ging door, ende
quam niet weeder, dan naa dat de Bruilofts-dagen voor
by waren gegaan, als wanneer hy den selven Hond ge-
rustelik in der Koestalle op den hooi-soldere siende slaa-
pen, hem van beneeden toeriep, dat hy, volgens sijn
gegeeven woord, tot hem had af te koomen. Maar de
Hond hem bespottende, antwoorde: ,, Du domme beest,
,,vergenouge dy met den raade, die ik dy nu geef, na-
,,melik, indien du ooit my ofte eenen anderen Hond vin-
,,dest slaapende buiten der Stalle, dat du geene andere
,,Bruilofte dan die verwagtest. Waar meede de Wolf
met honger, ende treurig, heenen ging.
Daar na gebeurde, dat die selve Hond van eenen Schaa-
pe vordere drie Mudden Koorens, welke hy versierde
dat het Schaap hem schuldig was; ende alsoo het Schaap
die schuld ontkende, betrok hy dat in Regte voor der
Schaapen daageliksen Regteren, namelik voor den Beere,
Wouwe ende Havikke: Alwaar hy door valse getuigen en-
de gierigheid der Regteren, yder derselven sijn aandeel
des beuits? van den Honde bedongen hebbende, ende sul-
lende bekoomen; hy een Vonnis te sijnen voordeele be-
quam, ende het onschuldige Schaap, ter voldoeninge van
dien Vonnisse, gedwongen wierd, om het geld, ten in-
ten scheertijd sijne Wolle te laten afscheeren, ende door
het verkoopen van dien, het daar toe noodige geld te
konnen opschieten.
Deese Hond dus door schoone beloften ende niet te
geeven, het geweld eenes dommen ende sterkeren beeste
als hy was, afgekeerd, ende een swakker onnooseler Dier,
door schijn van Regten, warelik van sijne Wolle beroofd,
hebbende; wierd daar naa door eener swangere Teeve
van sijner maagschappe, die geen nest had, seer ootmoe-
dig versogt, dat hy haar sijn nest wilde leenen, ten ein-
de sy daar in haare Jongen mogte werpen. De Hond dit
toegestaan, ende de Teef hare Jongen allangs op; sulks
onderwijlen dien Honde sijne ongemakken beginnende
te verveelen, hy der Teeve die vertoonde, ende met ee-
nen begeerde, dat sy 't geleende nest voor hem ontleedig-
de: Waar op de Teef hem seer voor de genootene vriend-
schap bedankt hebbende, ende beloovende daar vooren,
soo lange sy leefde, hem dankbaar te sullen weesen, hem
wijder op alle Broederschap versogt, dat hy sijne aan haar
beweesene goedheid nu niet wilde veranderen in die
wreedheid, van haar uit den neste te drijven, eer haare
Jongen oover weegen konden gaan, om haaren kost te
souken. Welke billikheid ende beweegelik reedenen wee-
derom op dien Honde soo te sullen afwagten. Dog die
tijd daar naa gekoomen zijnde, ende hy eerst seer ern-
stig, als ook eindelik met dreigementen, van haar daar
uit te sullen drijven, sijn nest begeerende; Soo antwoor-
de die Teef, te gelijk oprijsende met haare vijf sterk-
gewordene Jongen: Gy behoufd niet te dreigen, maar bijt
man dan die, sal seekerlik het nest behouden. Sulks die
Hond niet dervende die Teeve ende te gelijk haare vijf
sterke Jongen aanvatten, sijn eigen nest met drougheidR
verlaaten, ende voor altijds daar buiten gaan swerven
moest.
Uitlegging der Woorden.
Met eem HOND, hebben de Ouden verstaan, een
Mensch van gemeen verstand, ende trow aan snijnen
Heere, dog onbeschaamd, gulsig, gierig ende on-
dankbaar.
Met een WOLF, een dom, gierig, ende wreed Mensch.
Met een SCHAAP, een onnoosel wel gegoed Mensch.
ALsoo in deeser voorgaande FABULE werden voorgedraagen
drie middelen, door welke boosaardige Menschen andere on-
noosele Menschen, ofte ook sy elkanderen van haare goederen
tragten ende ook pleegen te berooven; naamelik, oopenbaar Ge-
weld ofte Bedrog, schijn van Regt, ende ontleenen, met gedagten van
het geleende niet weeder te geeven ofte in te ruimen; Soo sul-
len wy hier, oover yder van dien, in volgender wijse spreeken.
Hoewel men, volgens Billikheid, ende alle bekende Naturelike, Bor-
gerlike ende Geestelike Wetten, geweld met geweld afkeeren, ende
kennelik bedroogen zijnde, sig in sijn geheel doen stellen mag;
Soo werd nogtans by eenige Godsleerenden van al te naawen Gewee-
ten beweerd: Dat eene afgedwongene met Eede bevestigde Belof-
te, volgens den Regul van ons gemoed, a voldaan ende naargekoo-
men behoorde te werden: ende sullen wy derhalven die saak wat
breeder voordraagen; Naamelik, indien deselve afgedwongene
Beloften ende Eeden, van, ende bysondere gemeene Menschen
gedaan zijn: Dat de Roomse Borgelike Wetten, de selven niet al-
,,Dat de nyoodsaakelikheid, van ongeoorloofde Saaken, betaame-
,,like maakt. Dat het beeter is in quade Saaken geen Trow en-
,,de Eed, als Woord te houden. Dat de woorden van eenen Men-
,,sche, hoedaanig die ook zijn, nooit moogen strekken ter ver-
,,minderinge der Kerke. Ende dat men in soodaanige gevallen
,,mein-eedig zijnde,, alleen den Almagtigen God vertoornd, ende
,,sijne Siele besoedeld, daar men met die schadelike beloften ende
,,eeden naar te komen, Goodes gebooden seer hoovaardiglik versmaad,
,,sijnen eeven naasten veeltijds met eene goddeloose wreedheid be-
,,schaadigd, ende sijne eigene Siele altijds seer wreedelik vermoord:
,,Ende dat het eene dubbele dwaasheid soude wesen, sijn woord
,,naar te koomen ten behouven van eenen, die in soo eenen ge-
,,valle seekerlik sijn gegeeven woord ende eed niet naar koomen
,,soude willen ofte moogen.
Ende indien dit aldus wel ende regt is, ten opsigte der beloften
ende eeden, die ieman voor sig selfs ende oover sijne eigene saaken
doed, soo is het selven nog veel meer waarhaftig ten opsigte van
Voogden, die sig teegen haaren pligt soodaanig ten verderve hun-
ner onnoosele Weesen souden hebben verbonden. Ende insonder-
heid is het selfden allermeest waarhaftig, ten opsigte van Regenten
ofte Voogden oover Landen ende Steeden; oovermits alle de selven,
niet alleen volgens de naturelike billikheid hare eigene Onderdanen, ten
voordeele van andere Vremden niet verderven mogen, schoon sy sig
daar toe met beloften ende eeden hadden verbonden: maar ook, om
dat sy daar en boven ten aanvange haarer Regeeringe, met beloften
ende eeden verpligt zijn, ten voordeele hunner Onderdaanen te
regeeren, ende der selven verderf af te weeren.
Sulks dit de eerste belofte ende eed zijnde, welke sy als Regenten
ende Voogden hebben gedaan, het ook sig selven leerd, dat indien
sy daar naa door dwang ofte onkonde eenigen eed ofte verbondl strek-
kende ten verderve hunner Onderdaanen ofte gemeene Ingesee-
tenen, met eenigen anderen vremden Regenten ofte Staaten aangegaan
hebben, sy opgemeld verbond niet houden, ende dien laateren snoo-
den eed, strijdende teegen haaren eerste seer loffeliken eed, niet naar
te koomen behoorden.
billikheid ofte wet der Nature, als ook door de gonsten der borgerlike
ende geestelike Regten, sig van, ende uit het geweld ofte bedrog van
andere Menschen wel redden, ende eevenwel daar na niet beden-
ken, hoe groote Schelmstukken sy souden begaan, indien sy
selfs geweld ofte bedrog omtrend andere onnoosele Menschen quaa-
men te gebruiken; maar dat sy allangs verder gaan om ook door schijn
van Regten, andere onnoosele gegoede Menschen van haare goe-
deren te berooven, met den selven Processen aan te doen, ende te
betrekken voor Regteren, door wiens gonsten ofte omkoopingen,
gevougd by valse Getuigen, sy seekerlik Vonnissen ten haaren
voordeele weeten te bekoomen, ende die onschuldigen, niet min
als onse ESOPISE Hond, het onschuldige Schaap, van sijne Wolle
te ontblooten.
Ende daar en teegen sien wy ook veeltijds, dat die selfde boos-
aardiglik inhaalende Menschen, eeven of de Goddelijke Wraak
haar vervolgde, * ende verblinde, sig selven veeltijds door ande-
rer Menschen, die haar gelijken ofte nog booser zijn, smeekende
woorden, soodaanig laaten verleiden; dat sy aan den selven haar
leeven ofte meer quaad koomen te lijden, dan sy voormaals anderen
onnooselen hebben aangedaan: Ende dat sy eeven als onse ESO-
PISE Hond haar eigen nest uit meede-doogen aan eener volle Tee-
ve hebbende geleend, voor altijds daar uit gehouden werden. By
naast eeven gelijk de Borgers van Straalsont in den Jaare 1629. hare
Stad aan den Sweeden ingeruimd hebbende, deselve seedert dien
tijd, tot heeden toe, daar in hebben moeten gedoogen.
Ende meenen wy den eigendlijken sin onser FABULE in het
voorgaande soo wel te hebben verklaard, dat onnoodig zy, naar
onse wijse, op den einde deeses daar van meer te seggen.
Quod male juratur pejus praestatur.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem066 MOTTO_NLWees niet al te regtvaardig.
Want, Maat houd staat.
68. De Vos, de Raaf, ende de Duif.
EEn Vos sig op der aarde uitgestrekt hebbende, eeven
of hy dood waare geweest, op dat hy door dat mid-
del eenige onnoosele Voogelen bedriegen, naarder tot
sig aanlokken, ende die als dan schielik bespringende,
ter versaadiginge sijnes hongers verslinden soude konnen:
Soo wierd door een daar omtrend vliegende Raaf des
Vossen aadem-togt, ende dien volgende des selfs lift ende
Sulks hy aanstonds alle andere Voogelen ging waarschou-
wen, dat sy sig van dien dood schijnenden Vosse sorgvul-
diglik hadden te wagten, indien sy door hem niet wil-
den verslonden zijn.
Waarom de Vos, gemerkt hebbende dat sijne lifte on-
dekt was, genoodzaakt wierd hongerig heenen te gaan,
ende door die arremoede weederom deese lift bedagt, na-
melik, sijn nest te gaan maken, ende sijn verblijf te hou-
den in den hoole eenes Booms, op welke eene onnoose-
le Duif haar nest had, ende haare Jongen voede. Het
welk hy gedaan hebbende, der Duive toeriep, dat sy hem
somtijds een Ei, ende somtijds een jonge Duif uit den
neste had toe te werpen, of dat hy andersins den Boome
opklimmen, haar ende haare Jongeren dooden, als ook,
indien sy't ontquaame, haare Eyeren rooven, ende het
nest verbreeken soude. Sulks die onnoosele Duif, mee-
nende uit twee quaaden het besten te kiesen, den Vosse,
op sijn begeeren, nu een Ei ende dan een Iong uit den
neste toewierp.
Het welk dese Duif dus eenen tijd met grooter smer-
ten gedaan hebbende, ende de Vos t'elkens weeder koo-
mende, om Eyeren ofte Jongen te begeeren; soo klaag-
de sy eindelik aan den Rave die op haaren Boome quam
vliegen, het groot verdriet welk sy had, met suurelik den
kost voor sig ende haare lieve Jongen gesogt hebbende,
ten laatsten die ten spijse van soo eenen Booswigte te moe-
ten op-offeren.
Waar op de Raaf, die in deesen niet soo vrees-agtig
als de Duif was, haar raade, dat sy den Vosse, wanneer
hy haar weederom dreigde; haar ende alle haare jongen,
wierpe, rond uit te antwoorden: ,,Indien gy vliegen
,,ofte den Boome opklimmen kondet, gy soud met geen
,,eenen Eije ofte eenen mijner Jongen t'elkens te vreeden
,,zijn geweest: maar gy soud al oover langen tijd, volgens
,,uwen roof-ende bloed-gierigen aard, my ende mijne
,,Jongen verslonden hebben. De Vos, naar sijne voor-
gaande wijse weeder een Ei ofte een Iong begeerende, ende
der Duive bedreigende, dat sy alle haare Jongen anders
sins daadelik soude dooden: Soo antwoorde sy gelijk de
Raaf haar te antwoorden geleerd had.
De Vos dit hoorende, ende sig verseekerende, dat de
Duif die wijsheid ende kennisse uit haar selver niet had,
ondersogt die saak soo wel, dat hy te weeten quam, dat
de Raaf in deesen der Duive Raadsman was geweest:
weshalven hy voornam, sig daar oover aan den Rave te
wreeken, die hem nu ten tweeden maale had belet, sijne
proje te bejaagen, ende te verkrijgen. De Vos spoedigde
sig dan naar den Rave, wanneer hy hem sag sitten op ee-
nen hoogen dorren Boom, als ook hem seer prees, ende
des selfs geluk verhefte boven dat van alle andere Dieren,
die niet, gelijk hy, in der lugt vliegen, ende daar be-
neevens op der aarde soo staatiog gaan konden. Ende dat
het hem eene groote vreugd weesen soude, indien hy des
Raven heerliken gang op der aarde mogte aanschouwen,
ende daar uit sig verseekeren, dat hy ook waarelik soo
eem heilige ende waarseggemde Vogel, was, als waar voo-
ren de Menschen hem hielden te zijn.
De Raaf, door deese schoone lof-tuitende woorden op
der aarde needer gedaald zijnde, ende daar al draai-naar-
sende heen ende weeder trotselik gegaan hebbende; Soo
Raaf het op der aarde konde stellen, als de wind sijne
pluimen oover de oogen waajende, hem het gesigt be-
lettende, ende wel voornaamelik, als de wind van afteren,
van vooren, ende van alle sijden aanblies. Seer wel,
seide de Raaf, weet ik my als dan te voorsien, want
als dan berg ik mijn hoofd onder mijne linker vleugel.
Ende de Vos daar op uitroepende, eene soo wonderlike
saak te zijn, sijn hoofd onder eene sijner vleugelen te kon-
nen dekken, dat hy sulks niet konde gelooven, ten wa-
re hy't saage: Soo sloeg de Raaf sijn hoofd onder sijn
linker vleugel, ende hiel dat aldaar soo langen tijd be-
dekt, dat de Vos hem onderwijle greep ende doode, om
hem tot sijne spijse te gebruiken, roepende luid keels:
,,Soo moeten sy vaaren, die eenen anderen goeden raad
,,geeven, ende sig selven niet sorgvuldiglik weeten te
,,wagten van de soete woorden haarer vyanden.
Uitlegging der Woorden.
Met den VOSSE, hebben de Ouden verstaan,
een listig roofgierig Mensch.
Met den RAVE, een Mensch van gemeen verstand, die
van hem in der hand vallende geleegendheeden, ofte
roof, leefd.
Met der DUIVE, een seer onnoosel Mensch, ende die
des niet te min bequaam is, om goeden raad te volgen.
ALs de Menschen onderling in eenige saaken van aard ofte eeni-
ge geneegendheeden verscheelen, ende in andere met malkande-
saaken, waar in sy gemeenelik van malkanderen verscheelen, on-
derling niet soo wel bekend, als in het gunt, waar in sy met mal-
kanderem eenigsins oover een komen. Ende segt men in soo ee-
nen gevalle, dat alla harten gesusters zijn. Sulks gemeenelik de een
den andere in dat stuk niet ligtelik misleiden ofte bedriegen kan;
om dat een yder volgens ons Spreekwoord weet, dat men om van gee-
nen Boere bedroogen te werden, altijds eenen Boer meede brengen moet.
Gelijk wy ook in onser FABULE sien, dat de aller-doortrap-
ste listige Vos den dommen Raaf, alleen om dat sy beiden van Ro-
ve leeven, in dat stuk niet bedriegen kan: maar dat die Raaf des
selfs konsten te sijner schaade ende schande, aan alle andere Voo-
gelen oopenbaar maakt. Dog het voornaamste oogwit deeser FA-
BULE is niet soo seer dit, als wel een groot gebrek der Men-
schen aan te wijsen: Naamentlik, dat veele aan anderen ter tij-
den ende plaatsen, daar het hoordl seer goeden raad, ende aan
sig selven niet, geeven konnen, ofte versuimen te geeven. En-
de derhalven soo staat ons de oorsaak van dien te ondersouken,
ende hier voor te draagen in volgender wijse.
Het is eenen ydere bekend, dat als ons saaken voorkoomen van
soo eenen grooten gewigte, dat van die te vermijden ofte te ver-
krijgen, ons verderf ofte behoud hangd, wy die niet konnen aan-
merken, ofte wel ooverleggen, wat die saaken in sig selven zijn,
ofte ons aanbrengen sullen, ende nog min, wat daar omtrend ge-
daan ofte gelaaten behoorde te werden; dan met eenen in ons te
veroorsaaken seer groote passien ofte de herts-togten van Schrik ende
Vreese, Toorn ende Haat, ofte wel van groote Hoope, Blijdschap ende
Liefde.
Ende die driften soo in onsen Bloede ende Geesten, als in ons Hert
ende Herssenen veroorsaakt weesende, soo in ons, geduurende die
onse innerlike beroerte, niet wel moogelik, dat wy onse gedag-
ten van die seer vreeselike ofte seer behaagelike voorwerpselen af-
wenden, om met een bedaard gemoed te ondersouken, wat dat
waarelik in het eene ende het andere Vreeselik ofte niet Vreese-
lik, Behaagelik ofte niet Behaagelik zy. Ende nog veel min kon-
nen wy als dan bedenken, de waare ende beste middelen, om het
dat die passien ons als dan soodaanig bevangen, dat wy niet wel
dan op het gunt dat ons, als seer Vreeselik ofte als seer Behaagelik
voorkomt, konnen gedenken.
Maaar geheel anders zijn wy gesteld, wanneer wy onse gedagten
laten gaan oover anderer Menschen saaken: want alsoo die ons ge-
meenelik niet van soo na-by als wy ons selven raaken, sulks dat daar
uit in ons geene al te groote Schrik ofte Toorn, Blijdschap ofte Liefde,
veroorsaakt kan werden: Soo siet men ook, dat van die minst be-
roerde ende meest bedaarde Menschen, gemeenelik de allerbeste
raad afdaald. Ende dien volgende, soo behoorden wy voor ee-
ne seer vaste Maxime te houden, dat wy in alle saaken, daar ons
seer veel aan geleegen ism altijds raad pleegen met soodaanige on-
se Vrienden, die wy van langer hand gekend, ende in alle gelee-
gendheeden trow te zijn, bevonden hebben.
Onder welke swaare Saaken, waar in de meeste Menschen sig
door hare passien leelik plagten te vergrijpen, zijn de naarvolgende:
,,Wanneer haar door haars gelijken ofte meerder, Hoon ende Smaad-
,,heid aangedaan werd: Wanneer haar meerder ten kennelijken on-
,,regte, haar een gedeelte haarer Goederen ontneemen wil, ofte ont-
,,noomen heeft; of ende hoe sy sig daar tegen behoorden te stel-
,,len: ofte wel dat kleinder quaad geduldig te draagen, om nog
,,een grooter te ontgaan: als ook, of sy sig ten Hoove ofte ten Oor-
,,looge behoorden te begeeven, dan niet. Of, ende met wien
,,men behoorde te tragten, sig in den Houweliken Staate te begee-
,,ven ofte niet. Of ieman, die den Roomsen Godsdienst toegedaan
,,is, sig Geestelik behoorde te maaken ofte niet , Etc?. Want oo-
vermits wy die Saaken, weegens haar oovergroot gewigt ende
aangeleegendheid, niet konnen te regt bedenken sonder onse
herts-togten gaande te maken; Soo zijn geene Menschen bequaam,
om oover die haare Saken soo suiver ende wel te oordeelen als een
trow Vriend; welken eenen, alle Menschen ten dien einde behoor-
den voor af uit te kiesen.
Ende dat sulks onder de gemeene Menschen waarhaftig is, sien
wy dageliks aan onse Regts-geleerden ofte Advocaten, als ook aan den
Doctoren in der Medicine; naamelik, dat selfs de aller-ervaarensten
nelik liever de voorspraak ofte voorsorge van anderen, jaa selfs van
min geoeffende Advocaaten ofte Medicijn-meesteren gebruiken willen,
dan hare eigene Saak te bepleiten, ofte haare eigene Siekte te
besorgen ende te cureeren.
Ende om te toonen, dat die Herts-togten het oordeel der Regen-
ten, soo van Kerke als van Staat, ook alsoo bedwelmen ofte vervoe-
ren; Soo sullen wy van ydere van dien een staalken, in de Veree-
nigde Neederlanden voorgevallen, den Leesere indagtig maken; Na-
mentlik, het is eenen ydere bekend, dat onser alle wijsgierige Men-
schen, het zy Grieken, Romeinen ofte Barbaaren, Heidenen, Jooden, Chri-
stenen ofte Mahometaanen, die van tijden ten tijden haare kennisse
tragten ofte getragt hebben te vermeerderen, tweederlei wijsen van
Reedenkaavelingen ten allen tijden in swange gegaan hebben, ende
ook in der eewigheid in swange gaan sullen. De eene beginnen-
de door de ondersoukinge ende uitvindinge der Oorsaaken, om al-
soo needer te daalen tot de Effecten, ofte uitwerkingen der selven:
De andere, beginnende door de ondersoukinge ende ooverdenkin-
ge der Effecten ofte Schepselen, om van daar op te klimmen tot en-
de alsoo uit te vinden de Oorsaaken van dien.
Ende meenen wy hier uit ook klaarelik te volgen, dat alle
Menschen, die eenige klaare ende bescheidene kennisse van een God-
delik weesen hebben, ende die daar beneevens gewoon zijn ge-
weest, de eerste wijse van Reedenkaavelinge te gebruiken, ofte
nog zijn, ofte sullen werden; ook seer klaar ende bescheidendlik
sullen begrijpen; dat God Almagtig noodwendig in sijne wille soo
vry is, dat geene andere soo groote Vryheid by eenige Schepselen
kan werden bedagt te zijn; ende dat de selve Goddelike Wil de
eenige Oorsaak van het weesen ende alle werken sijner Schepselen
zijnde, door geen der selven in het uitwerken sijner Wille ooit
is geweest, ofte kan werden bepaald. Sulks deese Menschen ten
allen tijden de Goddelike Pradestinatie, ende de Fataliteit van alle Saa-
ken, ten opsigte der Menschen, geloofd, geleerd, ende gedree-
ven hebben, ende ook altijds drijven sullen.
Ende uit krafte van opgemelde gronden, meenen wy ook, dat
weederom aan de andere sijde, alle de geenen, welke de andere
ofte nog zijn, ofte sullen werden; altijds gelooven, leeren, en-
de drijven sullen, dat onse wil, niet alleen ten opsigte van ons ei-
gen selfs, vry is; maar ook ten opsigte der voor ons onbegrijpe-
lijke Goddelike bestieringe oover de selve. Jaa dat meer is, de selve
Menschen sullen altijds sig derven beroupen op ons eigen gewee-
ten, ende ons vraagen of wy niet innerlik in ons selven bevinden,
onse wil uit eigener aard soodanig vry te zijn, dat in onse gedag-
ten geene grootere vryheid van willen ofte niet te willen, kan vallen;
ende dat eene bepaalde ofte bedwongene wil warelik geene wil sou-
de weesen, Gelijk de Heidenen, soo Grieken als Romeinen, ten dee-
sen opsigte hebben geroemd, in deeser Vryheid haaren Goden niet te
moeten wijken, maar haar daar in gelijk te zijn.
Ende alsoo hier by nog komt, dat onse Heilige Schriften in veele
Plaatsen opgemelde Goddelijke Pradestinatie ende Fataliteit seer kla-
relik leeren; ende dat daar en teegen nog veel meer Schriftuur-
plaatsen zijn, welke soodaanig van de vryheid der menschelike wille
spreeken, eeven als of daar geene Goddelike Pradestinatie ofte Fa-
taliteit ware: Soo sal selfs onder de Christenen het verschillend oor-
deel daar omtrend, door de Heilige Schriften niet werden ge-eindigd,
maar altijds zijn, ende nooit weg genoomen konnen werden.
Sulks de Menschen deser twee verscheidene gevoelen van allen tijden
in der wereld onder de aller-wijsgierigste Menschen geweest zijnde, en
sullende gevonden werden; ende yder van dien des niet te min sig
aan der Goddelike Regeeringe onderwerpende, en daar op betrouwen-
de; soodaanig dat hy sijn geheel Leeven ende sijnen Godsdienst naar
de reeden ende billikheid, als ook naar de Goddelike ordonnatien,
waarelik tragt in te stellen; Soo behoorden alle bedaarde Men-
schen, ende insonderheid alle de On-Roomsen ofte Gereformeerde
Christenen, welke roemen alleen door eene goede Reeden-kaave-
linge ofte krafte der waarheid, sonder eenige dwang ofte mensche-
like Authoriteit, in het stuk van den Godsdienst geleid te werden;
ende die daar en boven in dese Landen niet dan door Eendragt kon-
nen bestaan tegen de Paus-ende Frans-ofte Spaans-gesinden, ende die
daar en booven altijds geneegen zijn geweest ende nog behoorden
te zijn, om met die van de Augsburgse Confessie Christelike Broederschap
den; Soo hadden alle die On-Roomsen seggen wy, daar naa ook
seer wel behoorden te konnen sien, dat de Staaten deeser Landen
te meermaalen seer wijs-ende voorsigtiglik hadden ge-ende ver-
booden, niet jeegenstaande die verschillen omtrend opgemelde
Goddelike Predestinatie, ende de Vryheid der Menschelike willen, de Chri-
stelike Broederschap te onderhouden, ende oover die verschillen
geene Broederschap ofte goede Eendragt in Kerke ofte Staat te breken.
Ende des niet te min soo hebben daar naa eenige Stooke-branden,
ende insonderheid Twee de grootsten der selven, die door Scheurin-
gen meerdere grootheid sogten; soo veele op de Herts togten
ende Passien ofte gemoederen der gemeene Ingeseetenen ende der
Regenten deeser Landen vermoogen, dat de sterkste party de swak-
ste als dwaalende verbande, de Leeraaren der selven af ende uit
den Lande settende, ende de Regeering ofte Regenten van onse
Landen ende Steeden, naar hun welgeevallen, af ende aansettende.
Het welk, hoe onreedelik ende hoe schaadelik het voor onse lan-
den ende Steeden als ook Kerke geweest zy, als toen oovermits de
beroerde gemoederen niet konde werden gesien, gelijk wy het
selven, nu van afteren, ende als het te laat is, met bedaarde sinnen
seer wel begrijpen konnen.
Ende eeven soodaanig is gegaan met onse Saaken van Staate
ende Oorlooge. Want hoewel de Paus-ofte Spaans-gesinden onsen
Voor-Ouderen in de voorleedene eeuwe oovervloedige reedenen
hadden gegeeven, om met lijve ende siele sig teegen der selver
inquisitie, Bloedraade, ende Tyrannie te stellen; soo hadden nogtans
die ooreloogen niet langer behooren te duuren, dan tot dat wy
binnen de Vereenigde Neederlanden tot soodaanige verseekerheid wa-
ren gekoomen, dat wy Vreede met Hispanien gemaakt hebbende,
onse verkreegene Vryheid konden behouden.
Ende hebben ook niet ontbrooken bedaarde Menschen, soo
binnen als buiten des Lands, die ons geraaden hebben tijdelik
Vreede met Hispanien te maken, uit die insigten, dat wy die pure-
lik op den Koophandele ende Seevaart, ende dien volgende door Vry-
heid ende Vreede bestaan moeten, ons niet behoorden te onderwin-
den de Magten van Europa eevenwigtig te houden; alsoo dit eigend-
van Hispanien ende Vrankrijk. Ende dat Hispanien soo haast daar
toe niet onbequaam ofte onvermoogen soude weesen, of dat wy
de selve ende vry meerdere ongemakken van Vrankrijk, dan van
Hispanien te vreesen souden hebben.
Maar onse herts-togt ofte haat teegen de Spanjaarden, of wel de
heerssugt van eenigen anderen, was soo groot, dat wy haar t' eene-
maale, ende tot ons eigen nadeel, uit de Spaanse Neederlanden heb-
ben willen verdrijven. Sulks de selven onderwijlen teegen Vrank-
rijk onmagtig, ende wy met oneindelike Schulden belaaden zijn-
de gewordenl niet eer als nu hebben begreepen, hoe noodsake-
lik het zy, dat de geenen die door Liefde ofte Haat, Vreese ofte
Toorn bevangen ofte beroerd zijn, gebruiken ende volgen den
raad van Vrienden, wiens gemoederen bedaard zijn: Ende inson-
derheid hoe noodsaakelik het is, dat de geenen, welke bedaard
zijnde, anderen hebben konnen goeden raad geeven, seer wel
indagtig behoorden te zijn, door haare passien soodaanig sig niet
te laaten vervoeren, dat anderen haar konnen verraaden, in ee-
nige andere geleegendheeden, als waar uit sy haare Vrienden ge-
reddet hebben: Eeven gelijk onse Raaf de Voogelen ende de Duif
seer wel bewaard teegen ende reddet van den Vosse, maar des niet
te min sig selven van den Vosse laat verleiden.
Ende meenen wy dit den eigentliken sin onser FABULE te
weesen.
Cum bene valemus aegris recte consulimus.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem067 MOTTO_NLAltijds zijn de beste Stierlieden aan Lande.
ID embstma_add132_emblem068 MOTTO_LA_NORM Cum bene valemus aegris recte consulimus _IC ; $ TEXT_EXPL_XML69. Een Hert, spiegelende syne Beenen,
ende Hoornen.
EEn Hert dat maar een oog had, langs der See strand
gaande, ende sijn goed oog landewaarts, van waar hy
het wuaad vreesde, ende sijn blind oog See-waarts, van
waar hy geen quaad vreesde, gewend hebbende, wierd
des niet te min uit eenen voor by gaanden Scheepe, met
snelheid sijner beenen den Iaageren, die sig aan Strande
hadden doen setten, ontliep. Ende terwijle hy van der
quetsuure geneesen wierd, soo verborg hy sig in eenen
Wijngaarde, alwaar hy eindelik sig niet onthoudende van
de ranken, die hem bedeken, op te eeten, daar door
aan sijne Hoornen sulks van den Bowluiden vermerkt ende
vervolgds wierd, dat hy niet dan door de groote snelheid
sijner Beenen, den selven ontloopen konde.
Jaa het gebeurde eindelik, dat hy te gelijk vab Iaage-
ren ende Honden soo seer naargejaagd ende benawd wierd,
dat hy vermoeid ende afgeloopen zijnde, geraaden vond
met toestaan ende ten genougen der Koejen ende Ossen
eener Stalle, sig aldaar te verbergen in den hooje: alwaar
de sorgeloose Dienaars des Bowmans, naar hare gewoon-
te, alles sloffelik besigtigende, het Hert niet gemerkt
wierd. Sulks het onderwijlen sig seer wel voede ende uit-
ruste, soo dat als daar naa de alles-doorsnuffelende ende
besorgde Meester de Herts-hoornen haast vermerkt had, en-
de naar hem toequam, hy vaardig ontspringen ende uit
der Stalle ontloopen konde.
Dit alles niet jeegenstaande, gebeurde daar naa, dat
het Hert sijnen dorst aan eener klaare Beeke lessende,
daar in sijne seer dunne Beenen, ende ook sijne schoone
wel-getakte Hoornen bespiegelde, ende sig selven oover
die sijne seer schoone Hoornen seer wel behaagde, ende
die ten hoogsrten prees; om daar en teegen sijne dunne
Beenen aansiende, die ten meesten te veragten; als niet
wel oover een koomende met sijnen schoone lighame, en-
de insonderheid niet wel vougende by sijne ooverschoo-
ne groote ende wel-getakte Hoornen. Dog terwijle hy
met deese gedagten bevangen was, wierd hy door het
seer verschrikt, ende ontliep hy die allen in oopenen
Velde seer ligtelik, door de geswindigheid sijner Beenen;
tot dat hy in den digten Bosse quam, alwaar hy door de
swaarte sijner Hoornen vermoeid zijnde geworden, als ook
insonderheid door de groot-ende getakt-heid der selven,
sulks in sijnen loope opgehouden, belet, ende in die tak-
ken der boomen ingewikkeld wierd, dat hy, meenende
sig aldaar te verbergen, het selven niet konde doen, maar
middeler wijle van den Honden afterhaald, verscheurd,
ende gedood wierd, Als wanneer hy niet dan door dee-
se laatste ende al te laate ondervindinge wijser geworden
zijnde, met sijnen stervenden monde deese sijne laatste
woorden uitsugte: ,, Ag my ellendige, die het schoone bo-
,,ven het nutten hebbe gesteld, ende nu niet dan als het
,, te laat is, bemerke, hoe dwaaselik ik hebbe gepreesen
,,de Hoornen, die my alsoo beswaarelik als schadelik zijn,
,,ende daar en teegen veragt hebbe de Beenen, daar waa-
,,relik alle mijn behoud in bestaan soude, indien ik die
,,wel hadde weeten te agten ende te gebruiken,
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben verstaan met een Hert, een
Mensch van seer kleine kennisse, ende by gevolge
vrees-ende pronk-agtig.
Met HOORNEN, kostelijke, onnutte ende schaadelijke
Cieraaden, ofte Menschen die anderen beswaaren.
Met BEENEN, de Suilen ende Gronden van welvaaren
der Menschen, ofte de gemeene Vryheid der Ingeseetenen.
den, welke de Menschen in haar leeven ontmoeten, of
wel Tyrannen, die een Vrye Republik verkragten.
DAt de Menschen sig selven behoorden te ondersouken, om
te weeten wat naar Siele ende Lighaame in haar loffelik, pro-
fitelik,? ende aansienelik ofte schoon is; ende wat daar en teegen
in haar waarelik lastig, schaadelik ende vuil of leelik is, hebben
wy, by geleegendheid van andere FABULEN, breeder voorge-
draagen; nu is ons voorneemen, te reedenkaavelen oover die
Menschen ende Staaten, welke soo verre van der waare kennisse haa-
res selfs afgedwaald zijn, dat sy het gunt haar waarelik lastig ofte
schadelik is, wenschen ofte tragten te verkrijgen; ende ook veel
hooger agten dan alle het gunt waarelik tot haar eigen welvaaren
ende behoud dienstig ofte noodsaakelik is.
Onder welke Saaken, die ons schaadelik konnen zijn, ende
welke by gevolge ondersogt behoorden te werden, of ons in soo-
daanige tijden ende geleegendheeden waarelik niet lastig ende
schaadelik sullen weesen, wy altijds behoorden te stellen de naa-
volgende Saaken: de Magt der Regeeringe oover Landen ende Steeden
te hebben: Amten van Staat ofte van Oorlooge te bedienen: Welspre-
kenheid, Sterkte ende Schoonheid van lighaame, als ook veele goederen
te besitten: Wijd vermaard ende seer beroemd te zijn: Lang te lee-
ven ende oud te werden: Een Ee-gaade het zy Man ofte Wijf en-
de Kinderen te hebben, Etc. Alsoo alle die saaken den Besitteren
van dien veeltijds warelik de eenige oorsaak geweest zijn ende al-
tijds weesen konnen, van hare smerte, ondergang, verderf ende
dood, gelijk Juvenalis het selven bysonderlik aanwijst in sijn tiende
Schimpdicht; ende wy ons derhalven daar van onthouden.
Ende in teegendeel soo behoorde ons altijds indagtig te zijn,
dat ons niet schaaden konnen, ende wy by gevolge niet te veel
konnen wenschen, begeeren ende besitten, de volgende Saaken.
Alleen op God Almagtig ende op sijn Goddelik bestier te betrou-
wen, ende middeler wijle van hem te bidden, dat hy ons geeve
een welbestelde Siele, ende de selve vereenige met ofte doe woo-
dinge van dien ofte onse dood te vreesen: ende dat hy ons liever
doe ondergaan, ende gewillig op ons laaden alle ongemakken
deeses Weerelds, als dat wy een eenig schelmstuk teegen iemanne
begaan, ofte ons aan onse eigene vleesselike Wellusten oovergeven,
ende ons daar meede besoedelen souden.
Aldus voorgedraagen hebbende, hoe deesen aangaande waare-
lik de Menschen gesind behoorden te weesen; Soo staat ons wij-
ders aan te merken, hoe de selven, des niet jegenstaande, ten
meestendeele bevonden werden. Ende om denk sinne onser FA-
BULE wat naarder te koomen, soo seggen wy, Dat in het ge-
meen de Menschen, ende insonderheid die van kleine Kennisse en-
de vrees-agtig zijn; ook al het gunt mooi, aansienelik, beroemd
ende heerlik is: ofte ook alle het gunt bequaam is ofte gehouden
werd te wesen, om andere Menschen te beschadigen, veel meer te
agten gewoon zijn, dan het gunt haar warelik sonder die luister,
dienstig, profitelik, ende noodsaakelik is,
Als meede waarhaftig is, dat die hoge agting der opgemelde on-
nutte ofte lastige saken, by haar so lange blijfd duuren, als die Men-
schen in dien stande zijn, dat sy die weinig geagte, dog dienstige,
profitabile, ofte noodsakelike dingen, niet daadelik nodig ende te
gebruiken hebben. Ende is het daar en boven waarhaftig, dat die
quaade voor-oordeelen by die Menschen blijven duuren, niet jegen-
staande sy door veele haare kleine voorvallen het teegendeel van
dien hadden behooren te leeren; tot dat sy sig in soo eenen stan-
de bevinden, dat die seer aansienelike ende lastige Saken haar geheel
verderf veroorsaken. Als wanneer sy eerst ten regte beiden de scha-
delikheid der eene, ende de nuttigheid der anderen bemerken.
Eeven gelijk het Hert onser FABULE eerst op den Seestrande,
daar na in den Wijngaarde, als ook in der Stalle, door de hoogte
sijner Hoornen ontdekt, ende alleen door de geswindheid sijner
Beenen behouden werdende; daar naa des niet te min sijne Hoornen
alleen, om dat sy aansienlik ofte groot waren, ende dat hy scheen
daar meede andere Dieren te komen beschaadigen; veel hooger
schat als sijne dunne Beenen, waar meede alleen hy sig selven te
meermaalen uit doods benaawdheeden geredded had, ende nog
stond te redden. Sulks waarelik die quaade voor-oordeelen soo-
vervoeren, tot dat sy eindelik door haare lastige pragt ende praal,
als ook door hare bequaamheeden, om andere Menschen wel te kon-
nen jaagen, beschaadigen, verongelijken ende met Processen quellen,
dog selfs onderwijlen niet stille staande, hoe noodsaakelik het is, dat
men eerder en meer tragte te bekomen de middelen om sig te be-
houden, als om aansieneliker ofte heerliker te leven, ende eenen ande-
re te konnen beschadigen: of wel, als dan begrijpen sy eerst, hoe
dienstig het in alle ons leven is, dat wy de Saaken, waar door wy
ons geneeren konnen, en behouden moeten werden, meer en hoger
agten, als die Saken, welke seekerlik ons seer lastig sullende wesen,
des niet te min in onse oogen seer aansienelik ende heerlik schijnen.
Ende gelijk wy dit daageliks sien in bysondere Menschen, soo
behoorden wy het selfden ook wel te konnen sien, omtrend de Saken
van Regeeringe, en den gemeenen Staat van Landen en Steeden: waar van,
hoewel wy oneindelik veele exempelen souden konnen aanhalen, so
sullen wy des niet te min, met weinigen ons genougen, dat trotse
hoornen min als dunne beenen geagt behoorden te werden.
Naamelik, wanneer het vrye Volk van Israel het beloofden Land in-
genoomen had, ende puurelik op den Landbow bestaande, der-
halven alles sins behoord had oorloogen tegen sijne Nabuuren te
vermijden, en te ontgaan, ja te ontvlugten; en dat sy ook soodanig
drie hondert twee en tagtentig Jaren, meest in Vreede ende Vryheid,
sonder eenige opper-Hoofden, dan alleen in oorlogs tijden, onder mag-
telose Regteren, t'elkens voor eene reise gekooren, bestierd waren ge-
worden, so mishaagden haar die dunne Beenen der Regteren, waar mee-
de sy de ongemakken van haar leeven soo meenigmaalen ontgaan
waren, ende begeerden sy die seekerlik lastige dog doorlugtige ende
schoon-schijnende Hoörnen, ofte met eenen woorde gesegt, ge-
kroonde Koningen ofte Vorsten, waar meede sy scheenen haare naa-
buuren beeter te konnen steeken ende te beoorloogen. Maar lei-
der! hoewel sy seer haast bevonden, dat die Koningen ofte Vorsten
haar seer lastig waaren, soo wierden sy daar door niet wijser, toe
dat sy eindelik door hare Koningen ofte Vorsten van binnen verteerd;
ende van buiten in veele oorloogen teegen hare Naabuuren inge-
wikkeld zijnde, eerst in de Tien stammen, ende daar naa ook in de
den wierden vervoerd. Ende door die allerhardste slaagen wij-
ser geworden zijnde, soo leefd men ook, dat sy daar naa, omtrend
drie honderd Jaaren naa een, sonder die schoone Koninglike Hoor-
nen, ten tijden der Machabeen, in Vryheid geleefd hebbende, ein-
delik door haare onderlinge heerssugt, tweedragt ende scheuringen,
quaamen te vervallen onder het geweld der Romeinen, voor wien
by naast de geheele Aardboodem moest bukken.
En zijn wy by naast eeven dus gevaaren in deese Landen, als wanneer
de Bataviers, wel eer levende in volkomene Vryheid, wy ons daar na niet
hebben vergenougd met Jaareliks te kiesen soo magteloose Graven,
dat sy sig ook moesten vergenougen, door hare aanklagt in onse Re-
publike, van binnen de ruste ende vreede te betragten, ende al-
le oorloogen teegen haar naabuuren te ontgaan. Maar wy heb-
ben daar naa allangs begeerd ende verkreegen magtiger Graaven
voor haar geheel leeven, die de Vrye Hollanders hebben beginnen te
dwingen, ende gelijk dese hoornen den Herre, ook den Hollanderen ten
verderve zijn geweest.
Ende hoewel wy somtijds van die Tyrannen ofte Dwingelanden verlost
werdende, door onse oude Beenen, de Republik wederom in volkomene
Vryheid souden hebben konnen stellen; als na het dooden des Graven
Floris in den Jare 1296. na het afsterven van Grave Jan, in den Jare
1299. van Willem, in den Jare 1345. van Karel, in den Jare 1477.
Soo hebben wy des niet te min liever gewild, ons teegen der
selven Graaven afkoomelingen geweld te voorsien met papiere har-
nassen, ende eer wy die voor onse Graaven erkenden, te bedin-
gen onder die verkeerde Naame van Privilegien, by naa nietwes,
dan het gunt door de Natuurelike Billikheod, aangeboorene Vryheid,
ende onse oude Gewoonten, ons eigen Regt was; ende waar op
die Tyrannige ofte dwingende Graven seer veel hadden geusurpeerd;
sulks alle onse so genaamde Gravelike Privilegien, by na niet wes anders
in houden, dan eene ydele belofte, dat sy sig voortaan van die usur-
patie ofte Dwingelandie aldaar gemeld souden wagten. Naamelik,
aldus bedongen wy van Vrouwe Margareta van Bejeren, die groote
Privilegien van Noord-ende ook van Suid-Holland, ende van Vrouwe
Maria van Bourgondien het groot Privilegie van Holland ende Seeland.
Ende hebben wy, alsoo die Graavelike Hoornen weeder op onsen
Kaas-en Broodse beroerten op onse halsen gehaald; Tot dat onse aller-
doorlugtigste ende lastigste Hoornen uit den Huise van Oostenrijk, onse In-
geseetenen in gedurige buitenlandse oorlogen inwikkelende, ende
ons van binnen ten uitersten schattende, ende de aller-aansiene-
liksten, als ook de aller-deugdsaamsten Ingeseetenen naar Siele en-
de Lighaame vervolgende ende plaagende, daar door onse Landen
ende Steeden in het geheel stonden te verwoesten, ten waare de
Staaten van den Landen sig daar tegen kloukmoediglik gesteld, en-
de den Graave afgeswooren hebbende, eindelik nog door de Tiran-
nien des Hertogen van Anjou ende des Graaven van Lycester geleerd
moesten werden, dat alle soodaanige magt, wanneer die in eenes
Menschen handen mogte by een gevougd ofte gesteld werden, den
Landen, Steeden, ende Ingeseetenen ten hoogsten verdervelik sou-
den weesen.
Ende geeve de goede God, dat der selven Naakoomelingen nooit
soodaanige Doorlugtige ende Schoone, dog lastige ende schade-
like Hoornen, weeder op haare hoofden haalen, als haare Beroem-
de Voor-Ouders in den 1581. seer loffelik afgeswooren hebben.
Ende meenen wy dit te zijn den eigendlijken sin deeser onser
FABULE.
Pauci dignoscere possunt vera bona, atque illis
multum diversa. Juven. Satur: 10
Die het mind en kend het niet.
Die het kend en mind het niet.
70. Het Schaap ende de Hond.
EEne Ooi gesien hebbende, dat haare Heer eenen
Hond met goed brood ende lekkere spijse van sijner
tafele voedede, vroeg hem, waarom hy een Beest, dat
voor hem gants geenen arbeid deed, ende waar van hy
geen Melk, Wrongel, ofte Kaas ten sijnen voedsele, ja selfs
geene Iongen tot spijse, ofte eenige Wolle te sijner klee-
voede; ende dat hy in teegendeel haar, daar hy Melk,
Wrongel, ende Kaas, te sijnen voedsele, ende daar en
booven Lammeren tot lekkere spijse, ende Wolle te sij-
ner kleedinge van trok, geene spijse ter weereld ver-
schafte: Sulks sy ende alle andere Schaapen, genoodsaakt
wierd, haare spijse daagelijks met arbeide ende kom-
mere uit ende van der aarde, op der Heide te gaan sou-
ken.
Waar op die Hond, het selven gehoord hebbende,
ende meenende in sijne Eere geraakt te zijn, soo driftig
wierd, dat hy sijnen Heere het woord uit den monde
nam, ende aldus antwoorde:,, Onse Heer voed my voor-
,,waar soodaanig, niet sonder groote reedenen: want in-
,,dien ik u niet bewaakte ende voor den Wolve bescherm-
,,de, gy soud seekerlik van andere Menschen gestoolen,
,,ofte van den Wolven verslonden worden, Jaa dat meer
,,is, gy soud niet konnen ofte derven landewaarts uit-
,,gaan, om op der Heide uw voedsel te souken: sulks gy
,,alle seekerlik van honger souded sterven, indien ik u
,,niet behoede. Welke reedenen door dien Schaape
soo wel bevat wierden, dat niet alleen sy maar ook alle
andere Schaapen, daar naa sig seer wel vegenougden, dat
haare Heeren voortaan de Wagt-honden meer eerden, lief-
den, ende lekkerliker voededen dan de Schaapen.
Ende of wel ook daar naa gebeurde, dat terwijle de
Hond in slaape gevallen was, een Wolf stillekens aan quam,
ende dat Schaap by den halse gegreepen hebbende, op
sijnen nekke weg voerde; soo konde sy nogtans dat ver-
suim in haaren Wagtere, ende die wreedheid van haaren
bekenden Vyande, als zijnde gemeene gevallen des leevens
in schikken, ende eenigsins ten goeden houden; sonder
ken. Eeven wel gelukte het, dat de Heer sulks gesien heb-
bende, den belaaden Wolf soo haast ende snel vervolgde,
dat die Wolf, om sijn eigen leeven te konnen bewaaren,
genoodsaakt wierd dat Schaap los te laaten.
Maar eindelik gebeurde, dat die selve Hond in steede
van de Schaapen trouwelik tegen de Wolven te bewaaren,
een Schaaps-vagt aangetrokken hebbende, om des te min
bekend te zijn, weegens soo een groot schelmstuk als hy
ondernoomen had, sig onder de Schaapen vermengde,
eeven eer men die tussen den ligte ende den donkere naar
der Stalle soude drijven, ende hy dit selfde Schaap by
der keele greep, om daar meede bossewaarts in te lopen,
ende dat aldaar stillekens te verslinden. Ende oovermits
die Hond van dien Schaape efter bekend was geworden,
soo blatede sy uit aller kraften, ende weederstreefde den
Honde soo veel haar mogelijk was. Het welk beiden uit-
werkte; dat de Heer daar door opgewekt wierd, dien on-
dankbaaren, trowloofden, ende bedriegelijken VVAgthond
schielik te volgen, te afterhaalen, ende te dooden; om
dat onnoosele Schaap dus van der dood te verlossen.
Het welk gedaan weesende, soo seide die Heer den
Schaap, seer verwonderd te zijn, dat sy voor deesen,
wanneer sy door deeses Honds versuim van den VVolve
weg gedraagen wierd, geen geluid gegeeven, ende seer
weinig teegen gestreefd had: daar sy nu in teegendeel soo
luid geroepen, ende soo seer teegen gestreefd had als
haar moogelik was geweest. Waar op het Schaap ant-
woorde: ,, Van oover langen tijd wel te hebben verwagt,
,,dat de Hond haar soo sorgvuldiglik niet als sig selven,
,,voor den VVolve bewaaken ende bewaaren soude, ende
,,dat hy dien volgende nu ofte dan haar versuimende, sy
,,onse oopenbaare Vyanden zijn. Sulks ik my al oover
,,langen tijd soodanige dood toegeschikt, ende my bereid
,,had, om die geduldiglik te draagen. Maar onverwagt
,,ende schielik bevindende, dat deese Hond, die van u,
,,door mijn Melk, Lammeren, ende VVolle, rijkelik ende
,,lekkerlik is gevoed geworden, alleen op dat hy ons, en-
,,de by gevolge ook my, voor de Vyanden beschermen
,,ende voor der dood behoeden soude; nu my selfs by
,,der keele greep, ende dat nog met een Schaap-vagt,
,,eeven of hy mijn Broeder waare, bekleed zijndel soo
,,was die spijt ende smert voor my onlijdelik, ende kon-
,,blaaten, ende my ten uitersten onwillig te draagen, of-
,,te ter weere te stellen.
Uitlegging der Woorden.
Met SCHAAPEN hebben de Ouden in deeser FA-
BULE verstaan, nutte Ingeseetenen, die door ha-
rer banden arbeid, ende daar uit onstaande vrug-
ten leeven.
Met HONDEN, Menschen die niet met haare handen,
maar door haare kennisse ende sorge, het welvaaren van
anderen te betragten behoorden.
Met een HOND die onder Schaaps-kleederen een
Schaap wegvoerd, alle Menschen, die anderen voor
geweld te beschermen, ofte de waarheid te leeren be-
hoorden, ende welke daar en teegen om des beeter te
konnen anderen ooverweldigen ofte bedriegen, het Hei-
...
met soodanigen Honde verstaan, Leeraars, ende Am-
tenaars, die enkel aangesteld zijn, om de gemeene In-
geseetenen wel te leeren ende te onderrigten, of wel om
die voor anderer geweld te beschermen, ende die de sel-
ven in teegendeel misleiden ende ooverheersen.
Het is bekend, dat de Menschen bestaan uit Siele ende Ligha-
me, ende dat eenigen van dien haar selven meer beesig hou-
den, ende ook haar onderhoud souken, met ende door hare Ken-
nisse, Weetenschappen, Sorgen, ende Gedagten der Siele te besteeden
ten voordeele van haar selven, ende ook ten nutte van andere
Menschen; door welken sy hoopen te subsiteeren, ofte sig ook ge-
neeren moeten: sonder met den Lighaame veel te arbeiten.
Als ook bekend is, dat andere geringere Menschen haaren kost
moetende souken door den arbeide haares Lighaams, gemeenelik sig
laaten voorstaan, een veel beswareliker lot als de andere wijse en-
de sorgvuldige Menschen te hebben; ende dat daar en boven de sel-
ven ten haaren laste leui, lekker, ende ooverdaadig gevoed ende
ge-eerd werden: Sulks die geringen Ingeseetenen op anderen
ook seer nijdig ende misnougd plagten te weesen. Dog kan aan
de bescheidene deeser geringe Menschen seer ligtelik vertoond wer-
den, dat de anderen, die haare Weetenschappen, Konsten, als
ook hare eigene Goederen ende Penningen soo gebruiken ofte aan
leggen, dat sy uit de winsten van dien, weelig ende rijkelik be-
staan konnen; daar door warelik den geringen Ingeseetenen van eenen
Staat geene schaade, maar wel een groot voordeel aanbrengen.
Ende wat belangd de andere Ingeseetenen, welke desgelijks
met hare gedagten meest arbeiden, ende daar door bestaan; Na-
melik alle, die in Regeeringe van Landen ende Steeden, ofte in ee-
nige Amten ende Bedieningen daar van afvloejende zijn; kan den ge-
zingen Ingeseetenen ook seer klaar aangeweesen werden, dat indien
de andere meerdere Ingeseetenen sig wel quijten, met soo wel in
tijden van Vreede als Oorlogen te besorgen, dat goede Ordren
ende Wetten gemaakt, ende dat alle, die in het eenige Magistratelike
...
ten einde sy hunne pligt wel waar neemen: de selve geringe In-
geseetenen als dan door opgemelder sorgen soo veele dat in haar
plaats hebben kan, ofte haar doenelik is, welvaaren. Ende dat
sy derhalven waarelik groote reeden hebben, om neevens onsen
ESOPISEN Schaape, oover des Honds leedig gaan ende oover-
vloedige spijse, dat is oover alles opgemelder Aansienelijker Inge-
seetenen welvaaren ende weelde vergenougd te zijn.
Maar oovermits waarelik veeltijds gebeurd, dat alle die Inge-
seetenen, welke den gemeenen Staat te besorgen hebben, het sel-
ven seer flaawelik, ende met veel minderen yvere, dan of sy hare
eigene bysondere Saken behandelden, waarneemen; ende daar be-
neevens ook veeltijds daar omtrend seer onagtsaam ende versuiming
bevonden werden: Soo hebben als dan ook waarelik die geringe
Ingeseetenen seer groote reedenen, om oover die weelde ende bal-
daadigheeden der selven seer nijdig ende misnougd te zijn. Dog
als de bescheidensten der geringen ende der onbegonstigden Ingeseetenen,
als dan sig erinneren, dat die flaaw-ende onagtsaam-beelden in het be-
sorgen van het gemeen welvaren, by naast aan den aard der Men-
schen vast zijn; Ende dat sy selfs behoorden te vermoeden, in den
selven stande weesende, eeven soo agteloose ende versuimig te sul-
len zijn: Soo behoorden sy ook als dan opgemelde onagtsaam-
ende dwaas-heeden geduldiglik te konnen draagen; Eeven gelijk
het Schaap onser FABULE het versuim des Honds, ende de wreed-
heid des Wolfs met seer weinig geblaat ende gebaar verdroug.
Maar als het gebeurd dat eenige Menschen, volgens reeden en-
de billikheid, ofte ook door een bysonder Verband ende Eed, verpligt
zijnde voor anderer welvaaren te sorgen, de selven in teegendeel
voorbedagtelik, ja onder Regts-ofte heiligheids schijn beschaadigen:
Ende insonderheid als het gebeurd dat eenige Ingeseetenen in Regee-
ringe ofte eenige hooge Bedieninge aangesteld zijn, alleen om de Vry-en
Geregtigheeden van den Staat, als ook het welvaren der gemeene In-
geseetenen voor te staan ofte te besorgen, ende den gemeenen
Staat, als ook ydere Ingeseetenen binnen in den Staate, alle oover-
last ende geweld af te houden, ende ook teegen alle oovervallen
ofte geweld van buiten te beschermen: Ende dat sy ook ten dien
einde rijkelik beloond werdende, des niet te min selfs onder schijn
...
voorneemen den Vryen Staat te ooverheeren, ende de gemeene Ma-
gistraten, ofte Ingeseetenen tot publike Slaaven te maaken; Soo is,
seggen wy, die dubbelde onreedelikheid, ondankbaarheid, ende
trowloosheid, gants overdraagelik.
Ende voornaamelik is dat alles onverdragelik, wanneer die ver-
breeking van allen Regte, Eede, ende Handvesgten, geschied onder het
deksel van den waren Godsdienst, het heilig Regt, ofte de gulde dierge-
kogte Vryheid des Lands voor te staan; want diergelik Bedrog, Geweld,
ofte Ooverheersing als dan soo ondraagelik ende soo smertelik is,
dat daar en teegen, om de Voornaamsten, welke aan die schrik-
kelike Schelmstukken schuldig zijn, te straffen; ende met eenen
te beletten, dat niet meer geschiede, alles te doen geoorlofd is,
en ook alles by opgeset behoorde te werden. Eeven gelijk ons Eso-
PIS Schaap sig alles sins tegen sijnen bedriegeliken wagthonde stelde.
Ende sien wy ook, dat de borgelike Wetten der Grieken ende Ro-
meinen, gelijk meende onse Neederlandse, de Menschen alles sins
swaarder straffen oover de misdaaden begaan teegen den geenen,
welke sy hadden behooren voor alle ooverlast ende geweld te be-
schermen, ofte die, welke sy beleedigd hebben, te besorgen.
Ende voor soo veele opgemelde misdaaden teegen den Staat,
ende de verbreekinge der gemeene Vryheid aangaat, is bekend, dat
van ouds veele Republiken in den haaren groote prijsen hebben op-
gesteld, om genooten te werden by den geenen die dooden sou
de, ofte die gedood had soodaanige een Ingeseetenen, welke volgens
pligt ende eede verbonden was ofte is, sijn vry Vaderland te bescher-
men tegen alle ooverheersinge, ende des ongeagt selfs tragte, ofte
tragt dat te ooverheeren, ofte ooverheerd had. a Ende om niet al te
lang te wesen, soo sullen wy in desen de Republik van Athenen voor-
draagen, alwaar voor den Raadhuise eene steene Suil was opgeregt,
inhoudende deese Solons Wet: ,, Die in deese vrye Stad tragt te
,,heerssen, mag van eenen ydere straffeloos gedood werden, ende
,,moet de dooder voor heilig gehouden zijn, als meede soo moet,
,,die dooder alle des gedooden naagelaatene goederen hebben.
Ende als, niet jeegenstaande dese wet, een seer aansienelik Ingesee-
ten der Steede, met name Pifistratus, de Republik ooverheerd hebben-
Hhh2
a. Cicer. pro Milone epist.Bruti ad Cicer.Eusebv.Philad.20.
gebeurde dat de tweede, genaamt Hipparchus, sig Koninglik, dat is, soo
ontugtig droug, omtrend Armodius ende des selfs Suster, dat Armodius
daar in gestijfd ende geholpen weesende, door sijnen getrouwen
vriend Aristogiton, in eener volle Vergaaderinge, Hipparchus doode,
ende sy ook beiden aldaar sneevelden: Soo veroorsaakte ende berei-
de dit voorval de gemoederen der Ingeseetenen soodanig teegen den
Oover-heerser, dat ook Hippias binnen drie Jaren daar na genoodsaakt
wierd uit Atheenen te vlugten: alwaar daar na een Raads-besluit, ter ver-
seekeringe der gemeene Vryheid, tegen de onderneemingen soodani-
ger boos-aardige Ingeseetenen: ende onder anderen ook deese Bor-
ger-eed, om jareliks in ydere Wijk, op seekeren dage in de Lenten, door
yderen Borgere gedaan te werden, vast gesteld wierd in dese woorden:
,,Soo haast ik kan, sal ik met mijne eigene hand dooden den geene
,,die de Vryheid onser Republike tragt te verbreeken, ofte verbroken
,,heeft; als ook den geene, die als dan uit des selfs naame eenige Ma-
,,gistraatelike bedieninge waarneemd. Ende in gevalle ieman sig Heer
,,oover onse Republike maakende, ofte eenen andere daar toe hel-
,,pende, door iemanne gedood werd; soo sal ik den dooder des we-
,,gen voor Gode ende de heilige Engelen alsoo suiver houden, als of
,,hy eenen oopenbaaren Vyand der Republike gedood had. Ende ik
,,sal alle de goederen des gedooden, die onder my mogten weesen,
,,sonder ietwes van dien after te houden, ooverleeveren, soodaanig
,,dat de helft van dien koome aan den geene, die den Oover-heersser
,,heeft gedood, ende de andere helft aan den geene, door wiens raad,
,,aanleidinge, beleid ofte hulp hy gedood is geworden. Ende in-
,,dien de geen, die den Heersser ofte Dwingeland aantast, ofte dood,
,,onderwijlen komt te sneevelen; soo sal ik hem, als ook sijne kinde-
,,ren ende afkoomelingen, eenen met de selve eere als waar meede Ar-
,,modius ende Aristogiton in deese Republik nu ge-eerd werden.a
Ende dat de aard der Neederlanderen in desen ook menschelik is, kon-
nen wy hier uit merken, dat sy allangs oneindelik veele usurpatien ofte
dwingelandien hebbende konnen ten besten inschikken en verdragen,
van haare respective Hertogen, Graven ende Vorsten, ende bysonderlik
van die uit den Huise van Bourgondien ende Oostenrijk, eer sy Philippus van
Hispanien in den Jare 1581. afswoeren, sy nogtans den Hertog van anjou
dwingelandie der Spanjaarden, ende vervolgens in den Jare 1580. tot
Hertoge, Grave ende Vorste oover dese respective Neederlanden beroepen
hebbende, ende hy in den Jare 1582. als Hertog van Braband ende Gel-
derland, Graaf van Vlaanderen, ende Vorst van Groningen, Ommelanden Etc.
den behoorliken Eed afleggende, alle de respective Landen te sullen
bestieren naar hare Vry-ende Geregtigheeden, ende middeler wijle de
selve te sullen beschermen tegen het geweld den Konings van Hispanien:
Soo schooten ende leiden sy hem nog Jareliks seer mildelik ten dien
einde toe, boven de bedongene 2400000. andere 1600000. guldens
tot de Oorlogs-lasten; ende tot de onkosten sijner Hof-houdinge 600000.
ende 16.guldens. Maar wanneer alle dese Eeden ende Mildheeden soo
weinig vermogten, dat hy, des ongeagt, onder schijn van voor den
Roomsen Godsdienst te yveren, eenige voornaame Steeden, als Antwerpen
ende Bruggen, door sijne Krijgsluiden tragtede te bemagtigen, om
door de selven alle der gemeene Regenten ende Ingeseetenen Vry-ende
Geregtigheeden te verbreeken, ende oover die naar sijne sinnen te
konnen heerssen; Soo wierd hy daar in gestut, ende aanstonds, son-
der eenige sijne andere usurpatien ofte inbreuken af te wagten, uit de-
se Neederlanden verdreeven; sulks hy kort daar aan in Vrankrijk van
hartsseere quam te sterven.
Ende eeven dus ging het daar na met den Grave van Lycester, wan-
neer die in den Jare 1586. in dese Vereenigde Neederlanden voor Gouver-
neur ende Capitain Generaal wierd gekooren, met soodanige wettelike
groote magt oover de Justitie, Land-ende Krijgs-saaken, als ooit eenig
Gouverneur Generaal in dese Neederlanden hadde gebruikt; Ende wierd
dese Groot-magt hem opgedragen niet door de Gedeputeerden ter Ge-
neraliteit, daar wel op te letten staat, maar door de Gesamentlike Veree-
nigde Neederlanden, ofte om beeter ende klaarder te spreeken, door alle
de respective Staaten van dien, alle welke afsonderlik in haare Pro-
vinciale Vergaderingen daar toe plegtiglik by een gekomen waren, be-
slooten hadden, hem tot Gouverneur ende Kapitain Generaal der
Vereenigde Neederlanden aan te neemen, ende door hem den By-
sonderen Stadhouderen en Kapitainen Generaal der respective Pro-
vincien te gebieden, wat sy te doen ofte te laten hadden. Gelijk me-
de aanmerkens waardig is, dat hem die magt ook alleen was opge-
dragen, om ons tegen de Spaanse Heerschappie te helpen, alle onse Vry-
hy sig hier een seer groot yveraar voor den Gereformeerden Godsdienst te
zijn, ende tragtede hy in den Jare 1587. onder dien schijn verscheide
Steeden in Holland door sijne Krijgsmagt voor sig te verseekeren,
ende alsoo sijne heerschappie hier te vesten, ende alle deese Ingesee-
tenen tot sijne Slaaven te maaken.
Maar het selven mislukt zijnde, wierd sulks door den Staten van Hol-
land so qualik genomen, dat drie van sijnen aanhang tot Leiden onthalst
werdende, hy seide te wesen, dat hy voor sijn eigen hoofd sorgde; ont-
sag sig in eenige beslotene Hollandse Stad te komen; vertrok naar
Engeland, wierd van sijn Gouverneurschap Generaal ontslagen, ende stierf
seer korten tijd daar na, waarschijnelik van spijte ende harts-seere.
Welke twee schrikkelike voorvallen, so kort na een in dese Vereenig-
de Neederlanden volgenden, eindelik in de Staaten der opgemelde Lan-
den so diepe indrukselen op der selven gemoederen hebben gemaakt,
dat seedert den Jare 1587. alle voorgaande gedagten van in plaatse van
eenen Philippus eenen anders-genaamden, die dog eeven de selve men-
schelike geneegendheid soude hebben, om sijne wettelike magt boven
en tegen de Wetten deser Landen te vergrooten, als ook om de Vryheid
deser Landen te onderdrukken, tot Grave ofte Hertoge te maken, zijn
verworpen; ende soo wy hopen, om de Gruwelen, welke onse Voor-
ouders in dese Landen voormaals door de selven zijn onderworpen
geweest, neevens alle andere schadelikheid van dien te vermijden, in
der eewigheid verworpen sullen blijven.
Ja dat meer, en seer aanmerkens waardig is, soo hebben wel opge-
melde Staten, tot heden toe, geenen Gouverneur ende Capitain ofte Stad-
houder Generaal oover alle de Vereenigde Neederlanden willen kiesen, maar
heeft yder Landschap sijn eigen bysonder Stadhouder gekooren, hoe-
wel de keure van verscheide Provintien veeltijds is gevallen op?
eenen ende den selven Menschc. a
De sin onser FABULE is derhalven, dat de Menschen onderling
wel vele mislagen malkanderem ten goeden konnen houden, ofte wel
verdragen; maar dat het voor den selven eene gants onverdragelike
saak is, voorbedagtelik te werden beleedigd van eenen die van billik-
heid, geboorte ende eedes wegen verpligt is, ende ook rijkelik geloond
werd, alleen om den geenen, die hy verkort ofte onderdrukt, in alle
hare Vry-ende Geregtigheeden te bewaaren ende te beschermen.
a Sie dit alles op de gemelde Jaren by P.C. Hooft. Everhard van Rheid Etc.
ende de handelinge der Groote Vergaaderinge des Iaars 1651.
Universus mundus exercet histrioniam.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem069 MOTTO_NLHet zijn de allerquaadste Honden, die haaren
eigen Voeder naar der keele bijten.
71. De Vos ende de Leew.
EEn Vos seer veel hebbende gehoord van der schrikke-
likheid eenes Leews, eer hy den selven ooit gesien
had; Soo gebeurde, dat hy hem onverwagt van verre
koomende te sien, soodanig verschrikte, dat hy by naast
van schrik soude hebben gestorven, ten waare hy aan-
stonds, geduurende die ontsteltenisse, gevlugt ende sig
koomende, soo bestrafte hy sig selven, dus haastig gevlugt
te zijn, dat hy niet had konnen opmerken of de Leew
warelik soo een vervaarelik Beest was, als waar vooren hy
uitgekreeten wierd. Ende nam hy vooren, den Leew te
sien koomende, niet te vlugten voor dat hy hem ter dee-
gen had aanschowd: Gelijk kort daar naa gebeurde, dat
de Vos, hoewel met eenige ontsteltenisse, den Leew sien-
de aankoomen, bleef staan; ende hem besigtigd hebben-
de, oordeele, dat hy op veele naar soo schrikkelik niet
was, als hy sig had ingebeeld hem te zijn. Ende de Vos
naa eenige daagen den Leew ten derden maale siende,
wierd soo stout, dat hy den Leewe derfde aanspreeken,
ende van hem antwoord verwagten.
Dit alles geschied zijnde, soo verseekerde sig de Vos,
dat de Leew wel veel sterker als hy, maar ook van veele
mindere kennisse was; ende dat hy met sijne oovertreffen-
de kennisse ende schranderheid des Leewen sterkte wel
soude konnen opweegen. Weshalven hy sig ook oor-
deele bequaam te zijn, om met den Leewe eenige naar-
dere kennisse te maaken: Gelijk hy daar naa den Leewe
ten vierden maale ontmoetende, hem groetende ende al-
dus aansprak:,, Heer Leew, ik hebbe verstaand, dat de
,,allergrootste Beesten, als Ossen, Paarden, Eeselen, Ver-
,,Kens, Schaapen, Geiten Etc, soo schow voor u zijn, dat
,,sy seer swaarelik door u beloopen ende bejaagd konnen
,,werden, sulks uwe oovertreffende kraften seer weinig
,,ten staade koomen: ende daar beneevens weet ik, dat
,,aan ydere van dien meer spijse is, als wy beiden sou-
,,den konnen nuttigen, ende dat sy ook sterker zijn, als
,,dat ik die tot mijn voedsel soude konnen dooden.
,,nige list teegen den selven werde gebruikt; ende heb ik
,,eene saak bedagt, die voor ons beiden seer nut soude
,,weesen, ende die ik u nu oopenbaaren sal: Naamelik,
,,indien gy my geliefd te belooven, dat het afval van
,,ydere der selven Beesten, voor my door u oovergelaa-
,,ten sal werden; Soo verbind ik my, opgemelde groo-
,,te Beesten geduurig te verspieden; ende, indien het my
,,moogelik is, die tot u te verleiden, ofte ten minsten u
,,t'elkens aan te wijsen, waar sy sig onthouden. Dit geviel
den Leewe seer wel, sulks dit verbond onderling geslooten
wierd; in gevolge van het welken van tijden ten tijden, vee-
le soodanige Dieren door den Leewe t'elkens den afval voor den
Vosse. Sulks sy beiden van die oovervloedige spijse seer wee-
lig wierden: Ende op dat onderwijlen de Vos van den Lee-
we niet beschaadigd soude werden, soo gebruikte hy gedu-
rig die omsigtigheid, dat hy den Leewe nooit soo naa-by
quam, dat hy hem met eene sprong soude hebben kon-
nen oovervallen.
Dog eindelik wierd de Leew oud ende siekelik, wes-
halven hy sijne spijse op die wijse niet meer konde bejaa-
gen ofte den Vosse spijse geeven: Sulks de Leew voortaan
in sijnen hoole bleef, ende onderwijlen van daage ten daa-
ge, als een Koning der Dieren weesende, nu dit, ende
dan weederom een ander Beest deede ontbieden, om hem
in sijnen hoole te koomen besouken ende troosten: ende
deede hy door sijnen Boode daar by vougen; dat mits
sijne bekende swakheid daar in voor hen gants geen ge-
vaar soude weesen. In gevolge van het welken veele on-
noosele Beesten, daar op vertrouwende, ende in des Lee-
slonden wierden: als wanneer ten laatsten de Leew den
Vosse ook deede ontbieden, met aansegginge, dat sijn
seer vermaakelik geselschap den Leewe soo aangenaam
weesen soude, dat hy daar door waarschijnelik sijne voor-
rige gesondheid soude bekoomen. Waar op de Vos naar
den Leewe ging, maar naar sijne wijse niet naar by hem
quam: sulks de Leew uit sijnen hoole hem siende, hem
ook versogt naarder te koomen; daar by vougende, dat
hy, nu oud ende siek zijnde, hem immers niet soude
konnen beschadigen, al mogte hy dat willen, als neen. Ende
dat hy derhalven niet behoorde soo schow als voor deesen
te weesen. Waar op de Vos antwoorde: Terwijle gy
jong ende gesond waard, heb ik altijds u die eerbiedig-
heid beweesen, dat ik altijds geschroomd heb, digt by
u te koomen; Ende meen ik verpligt te zijn, u in uwen
Ouderdomme ende Siekte nog meer te eeren ende te ont-
sien: Te meer, dewijle ik sie, dat veeler Beesten spoo-
ren naar uw hol leiden, ende geene daar uit koomen.
Weshalven ik u van verre gesondheid ende sterkte, ten
onser beiden welvaaren, toegewenst hebbende, weeder-
om mijnes weegs gaa.
Uitlegging der Woorden.
De VOS, is in deeser FABULE êen gemeen verstan-
dig, dog swak Mensch; ofte een voorsigtig Hove-
ling, die van geringer afkomst is,
kleine kennisse: of wel een Koning ofte Vorst.
WAnneer eenige Saken, daar wy selfs geen kennisse van heb-
ben, in onse gedagten werden gebragt door een gemeen ge-
rust, ofte door eeniger Menschen seggen, soo behoorden wy daar
van niet te oordeelen, of sy waarelik soodaanig als sy ons voorge-
draagen werden, zijn, ofte niet: maar wel ons oordeel op te
schorten, tot dat wy selfs daar van genougsaame kennisse verkree-
gen hebben. Alsoo wy des niet te min daar van oordeelende,
werden gesegt met een Voor-oordeel ingenoomen te zijn, ende wy
daar en booven bevinden, dat wy door die Voor-oordeelen altijds
soodaanig werden vervoerd, dat wy ons die selve Saken als dan
veel schrikkeliker, ofte, naa het voorvald, ook veel begeereli-
ker ende aangenaamer ofte treffeliker te zijn, ende ook voor ons
te sullen weesen, verbeeldenl dan wy die naar ingenoomene
kennisse waarelik bevinden te zijn.
Het welk de Ouden ons eigendlik met deeser volgende FABULE
hebben willen leeren. Eenige Mannen op den See-strande wan-
delende, saagen verre in der See ietwes swarts, ende oordeelen
gesaamentlik, dat het een Schip was; ende het selven naarder aan-
gedreeven zijnde, soo meenden sy alle, dat het een wrak van een
Schip was, waar in magschien nog eenige kostelike Koopman-
schappen souden weesen. Dog het selven nog naarder besiende,
soo seiden sy, dat het niet dan een Balk was. Ende eindelik aan
strande gedreeven zijnde, soo bevonden sy, dat het niet dan ee-
nige tot alles onnutte by een gedreevene dorte Wijnranken waa-
ren. Sulks hier uit de Latijnse Spreekwoorden zijn gesprooten:
Minuit praesentia famam. Omne ignotum pro Magnifice.?
Het geroep is altijds grooter als de daad. Alles wat onbekend
is, siet men voor wat treffelijks aan. Als ook deese Duitsen,
Geen Propheet is in sijnen eigene lande ge-eerd. Verandering van
Land kan een Eedelman maaken.
Ende veld men des te eer soodaanige quaade oordeelen oover
deel dat Menschen, ende bysonderlik de ondeugenste van dien, hare
onvolmaaktheeden ende gebreeken, soo veel haar doenelik is, ver-
bergen, ende daar en teegen veinsen, veele ende ook die vol-
maaktheeden ende deugden, te besitten, waar van sy t'eenma-
le vremd zijn. Jaa selfs die Menschen, welke schijnen met eeni-
ge meerdere als gemeene kennisse te oordeelen van andere Men-
schen, oordeelen bysonderlik seer verkeedelik van de Grootsen
deeses weerelds, wanneer de selven in het bysonder haar onbe-
kend zijn: verbeeldende sig gemeenelik die Menschen, ende
spreekende ook al dan van die selven niet gelijk sy waarelik en-
de in der daad zijn, maar wel soo als sy naar Reeden ende Billikheid,
om soo eene Heerschappie waardiglik te oeffenen, behoorden te wesen.
Sulks als ieman in hare gedagten brengd Roomse Pausen, Cardina-
len, Biskoppen, Abten, Priesters, en vermaarde Leeraars der Kerke: ofte wel
Keisers, Koningen, Vorsten, Raadsheeren, Borgemeesters, Scheepenen, Etc. sy, ge-
durende der selven leven, van de selven niet oordeelen, naar sy in der
waarheid bevonden werden te zijn: maar wel, of sy soodanige wa-
ren, als sy op het aller volmaaksten behoorden te weesen. Ende
duuren die dwaalende oordeelen by die onverstandigen Menschen
gemeenelik soo lange sy leeven. Maar by den vernustigen Men-
schen, duuren die voor-oordeelen gemeenelik niet langer, dan
tot dat sy met den selven hoog geagten Menschen eenige gemeene
ommegang, ofte andere geleegendheid, om de selven beter te lee-
ren kennen, gekreegen hebben.
Als wanneer sy van tijden ten tijden bevinden, dat het ook
Menschen zijn, dien wel met eenige kennisse ende deugden be-
gaafd, maar ook in veelen, jaa ook omtrend de meeste Saaken,
onweetende ende ondeugende zijn. Ende insonderheid bevin-
den sy, dat de geenen, welke op deese wereld als de aller-groot-
ste, ende dien volgende ook de uitsteekenste, weegens kennisse
ende alle deugden vermaard werden, in teegendeel warelik meest
werden bevonden gants onkondigen, ende insonderheid seer on-
deugende Menschen te zijn.a Eeven gelijk onse ESOPISE Vos
seer groote gedagten van den Koninge der Dieren, den Leewe,
gang met den selven, bevind, dat hy niet dan een seer gering
verstand ende weinige deugden had.
Dit dan zijnde de gemeene loop des Weerelds ende aller Men-
schelijke Saaken, sonder dat in ons vermoogen zy, die te resor-
meeren ofte te beeteren; Soo is het voorwaar een stuk van wijsheid,
ons daar naa soo wel te vougen, dat ons daar uit de meeste
voor-ende de minste naa-deelen aankoomen. Het welken hier
in meest bestaat, dat wy ons niet al te gemeensaam maaken met
Menschen, die seer veel van onse verscheelen. Ende is dit inson-
derheid waar te neemen by den geenen, die geneegen zijn, sig
by Koningen ende Vorsten ten Hove te erneeren. Eeven gelijk men
het vier soo naar-by mag koomen, dat men daar van verwarmd;
maar niet soo naar, dat men daar van gebrand werde. Ende ge-
lijk de Vos onser FABULE sig wel soo naar aan den Leewe houd,
dat hy een gedeelte sijner prooje genieten kand, maar niet soo
naar, dat hy van des Leewen klaauwen bereikt kan werden.
Dog werd der oude Hoovelingen voorsigtigheid allermeest ver-
eist, wanneer haare Koningen ofte Vorsten oud ofte siekelik ge-
worden zijn, ende sy by gevolge haaren Hoovelingen niet veel
goeds meer, maar veel quaads konnen doen. Sulks sy Hoove-
lingen ten Hoove in haare Bedieningen willende blijven, see-
kerlik door de jonge Hoovelingen der jonge aankoomende Konin-
gen ende Vorsten, staan verschooven, ofte nog veel haarder ge-
handeld te werden. Want in soo eenen gevalle meenen wy het
aller-wijste ende dienstigste te weesen, sig uit den gewoele der
menschelijke Saaken te begeeven, ofte sig tijdelik van sijne be-
dieningen te ontslaan, het Hof te verlaaten, ende in sijnen ou-
derdomme stillekens voor sijn eigen selven te gaan leeven. Ee-
ven gelijk onse ESOPISE Vos, wanneer de Leew oud ende sie-
kelik, ende ook seer bejaard geworden is, sig seer voorsig-
tiglik uit des Leewen Hoole houd, ende op sig selven stillekens
gaat leeven.
Eindelik seggen wy dat de eigendlike Leer deeser onser FA-
BULEN is, ons aan te wijsen, dat de Menschen sig gemeenelik
bedriegen, wanneer sy schielik ende sonder voorgaande ondersouk,
bekende Saaken oordeelen: Ende leerd onse FABULE ons
ook in het bysonder, dat de Menschen sig seer groovelik
plagten te bedriegen, wanneer sy naar het gemeen gerust van
der Koningen ende Vorsten groote kennissen ende deugden een oor-
deel vellen. Ende dat sy de selven kennende, sig sorgvuldig
behoorden te wagten, met haar seer gemeensaam te leeven, en-
de omme te gaan.
Cum Principibus ut cum igne.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem070 MOTTO_NLEen oud Hoveling,
Een oud Schoveling.
72.De Gevangene Vos ende de Haan.
EEn hongerige Vos meenende eenen Haane te beloo-
pen, sag dat hy uit vreese, van hem op eenen Boo-
me vloog, ende de Vos des niet te min geneegen weesen-
de den selven te eeten, seide hem, dat daar vreede on-
der alle leevendige Dieren afgekondigd was; ende dat hy
derhalven veilig ter aarden needer daalen, ende neevens
hem sijnen kost te souken vermogt. Waar op de Haan,
hem te bedriegen, ende vervolgens te verslinden, seer
rekhalsde, als van verre ietwes siende, om daar door des
te meer des Vossen voorneemen te ontdekken. De Vos,
dat rek-halsen siende, vroug wat ende waar naar hy dus
ernstig sag. Ik sie, seide de Haan, twee honden seer
snel herwaarts loopen: Ende de Vos daar op; Soo is het
tijd, dat ik my berge. Hoe, antwoorde de Haan, kond
gy my aanraaden te betrouwen op eene vreede die voor
ende onder allen Dieren afgekondigd is, ende daar gy u
selven niet op betrouwen wild? Het is waar, seide de
Vos, dat de vreede afgekondigd is, maar ik weet niet,
of de honden van die afgekondiginge sullen hebben gehoord;
ende nog veel min, of sy sig daar naar sullen willen dra-
gen. In allen gevalle is het best, dat ik gaa, ende alsoo
seekerlik mijn vel bewaare Vaar wel,
Egter gebeurde daar na, dat die selve Vos desen Haan
soo wel beloerde, dat hy hem schielik ooverviel, ende
weg droug; terwijle de Boer, als Eigenaar van den Haane,
met een knuppel voorsien weesende, den Vos naa-liep,
ende uitschold voor een Roover, die sijne Hoenderen
diefagtig stal; ende dat de Haan den Vosse seide; Hoort
gy niet, hoe gy in uwe Eere geraakt werd? waarom swijgt
gy stille sonder u te verdeedigen, gelijk eenen eedelmoe-
digen Beeste toekomt? Waar door die Vos soo tot spree-
ken aangeprikkeld wierd, dat hy beginnende den Boere
te antwoordenl ,,Dat liegt gy als een schelm; want een
,,Haan die in mijn geweld komt, is my niet min eigen, als
,,die gy met geweld in uw kot houd en hebt; sulks terwijle
de vos sijnen mond oopende; de Haan hem ontvloog, seg-
gende: ,,Dus heb ik onnoosele ten tweeden male my voor
,,ofte uit den muile deses losen Vossen bewaard en geredded.
deren van eenen Boere soo nu ende dan hebbende ge-
roofd, ende weeder koomende om eenige te rooven, in
eener strikke, door den Boere daar toe gelegt ende ge-
spannen, gevangen wierd; in het by zijn van niemanne
dan van den selven Haane. Sulks de Vos in deser benawd-
heid des doods zijnde, vergat, dat hy eenmaal den Bok,
uit enkele roof-gierigheid, ende ook eenmaal den Wolf,
om sig van sijnen Vyande te ontlasten, beiden in der
strikke gevangen zijnde, aan eenen Boere, alvoorens van
hem een deel des beuits bedingende, hadde verklikt.
Ende derhalven in deesen ellendigen stande den Haan
tot sig riep, ende seide hem:,,Broeder, heb deerenisse
,,met mijn ongeluk, ende ik sal u in der eewigheid dank-
,,baar zijn. Wat kan dog mijne dood, ende een hand
,,volbloeds, u helpen, die geen vlees eet ofte bloed drinkt.
,,Ik bid van u nu geene andere ofte meer genaade, dan
,,dat gy eene stond mijn ongeval voor den Boere verswijgd,
,,alsoo ik middeler wijle kansse sie, om den strik aan stuk-
,,ken te bijten, ende mijn selven alsoo te verlossen. De
Haan, vreesende dat misschien de Beer niet vaardig by
der hand zijnde, ende de Vos middeler wijle kloukelikst
knaagende, den strik breeken ende sig verlossen mogte,
seide hem:,, Broeder, ik neem uwe beloften aan; en-
,,de beloof ik u ook, dat ik my sal onthouden, dit aan den
,,Boere te boodschappen; verhaast u niet, maar neem
,,alles seeker: ende geloof dat ik meer reeden hebbe, u,
,,als den Boere te lieven, alsoo die seekerlik mijnen Hen-
,,nen ende Kickenen geen voedsel geefd, dan om haare
,,Jongen ende Eyeren te bekoomen, ende om eindelik
,,my soo wel als de anderen gemest hebbende, seekerlik
,,te dooden: Sulks by den Menschen voor ong geen an-
,,onverwagte dood; daar ik met u in onminne leevende,
,,efter mijn leeven hebbe konnen behouden, ende des te
,,meer daar van verseekerd ben, nu gy my uwe vrien-
,,schap beloofd hebt. De Vos, door ende in deese sijne
benaawdheid ligt-geloovig zijnde, vertrowde op dit seg-
gen, beet flaawelik omtrend ende op den Strik, terwij-
le de Haan den Boere haastig boodschapte, dat de Vos ge-
vangen was, Ende als die met eene Knodse in sijner
hand gewaapend zijnde, haastig aan quam, om den Vos
te dooden, seide de Vos, dat siende: ,, Ag my ellendige
,,al te ligt-geloovende, die my hebbe ingebeeld, dat een
,,Haan my trow soude weesen, daar ik mijn leeven soo
,,veele van sijne Hennen ende Kiekenen hebbe Gedood.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier met den VOSSE verstaan,
een schrander Mensch, die van listige greepen ende
streeken meend te leeven,
Met den HAANE, een Mensch van gemeen verstand,
kennisse ende oordeel.
DAt de Menschen op driederlei wijsen tragten haar oogwit te be-
reiken, is eenen ydere bekend. Namelik, door eene ooverwee-
gende kraft, ? anders gesegt geweld, eenige Menschen te dwingen; of
wel door andere Menschen te bedriegen en te verraden; of eindelik met
goed te doen ofte wel te ooverreeden, en soodanig wel te raden, dat hoe-
wel die raad ten onsen voordeele strekt, de selve des niet te min
ook waarelik gedye ten voordeele des geraaden. Ende meenen
wy het selven ook eenigsins in het voorgaande te hebben aange-
sijne sterkte ofte magt wel meet, ende daar op bowd, gemeene-
lik sijn oogwit bekomt, maar ook het verkreegene niet behoud,
dan soo langs als die sijne ooverweegende magt duurd: ende dat het
selven gemeenelik niet seer lang duurd, is om dat aan de andere
sijde alle Menschen van regts weegen meenen onderling gelijk te
zijn, ende dat sy derhalven met seer groote reeden geduuri tee-
gen dien dwange aandringen, tot dat sy die dwingende Menschen
ooverrompelen, ende haar ook die magt om dat quaad weeder
te konnen doen, benoomen hebben.
Daar in teegendeel Menschen, die met anderen soodaanig han-
delen, dat sy die met goede reeden oovertuigen ende haar doen be-
grijpen, dat de raad, die sy geeven aan beiden, ofte ten minsten
aen den geraaden nut ende dienstig is, veeltijds haar oogwit be-
reiken, ende ook altijds te bereiken, ende 't verkreegene te be-
houden, behoorden: dewijl de geneegendheid om sijn eigen In-
terest te bejaagen, ofte te willen bejaagen, ende dat verkreegen
hebbende te behouden, aan den Menschen eigen is, ende dien-
volgende in der eewigheid duuren kan, ofte sal.
Ende wat het derden aangaat, naamentlik sijn oogwit te willen
bereiken door liegen, bedriegen, ende verraaden; is kennelik, dat
het selven niet staat te gelukkenm dat ten zy die Verraader ofte Be-
drieger voor vast steld, dat hy soo schrander ende klouk, ende de
Geraade soo grof ende onvoorsigtig sal weesen, dat hy het bedrog
niet sal vermerken. Ende oovermits de Menschen in het gemeen
een al te groot gevoelen van hare eigene kennisse ende bequaam-
heeden hebben; ende daar en teegen eene al te kleine van andere
Menschen, daar sy sig als dan by vergelijken; Soo siet men ook
veeltijds gebeuren, dat die Bedriegers ende Verraaders haar oogwit
niet bereiken, ende in steede van dien selfs bedroogen ofte ver-
raaden werden. Gelijk wy hier sien, dat de Vos den Haane oover-
vallen hebbende, hem eenen seer korten tijd in sijner muile weg
droug: Ende dat het hem ontschietende, den Haan met der ver-
kondiginge des Vreedes te bedriegen, hy in teegendeel met de
twee andere gevallen selfs van den onnooselen Haane bedroogen
ende verraaden wierd.
FABULE is; Soo meenen wy ook het voornaamste oogwit dee-
ser onser FABULEN te zijn, te leeren, dat die Menschen, wel-
ke groote herts-togten onderworpen zijn, gedurende de selve seer
ligtelik bedroogen ende verraaden konnen werden. Het welk wy
ook eenigsins voor deesen aangeweesen hebben: Sulks nu alleen
in het bysonder aangemerkt behoorde te werden, dat wanneer ons
eene Vrees des doods, ofte onses geheelen verderfs bevangd, wy voor
dien tijde daar van sodanig beseeten werden, dat by-na alle onse ge-
heugenis van voorleedene saken, en ons goed oordeel, ons schijnd te
begeeven. Gelijk wy hier sien, dat die ooverschrandere en wijse Vos,
schielik ende buiten sijne verwagtinge, in eener strikke gevangen
zijnde, niet bedenkt, dat sijn leven den Haane wel schaden, maar
niet baaten kan, als ook, dat hy veele sijner Hennen ende Kie-
kenen gedood had, ende daar en booven deesen eigensten Haan in
sijner muile hebbende gegreepen, weg te voeren ende te dooden
getragt had; het welk hy nogtans wel had behooren indagtig te
weesen, om sig daar naar te konnen dragen: maar sien wy dat hy
alleen om die soobere reeden, dat de Haan kooren ende geen vlees
at, vertrowde in deeser benaawdheid weesende, dat die Haan hem
uit die angsten des doods soude laaten ontspringen.
Ende op dat wy ons moogen verseekeren, dat meest alle Men-
schen, in den stande des Vossen zijnde, diergelijke ofte nog groot-
tere dwaasheeden plagten te begaan, soo sullen wy het volgende
hier by vougen. Het is bekend, a dat, volgens goede oude gewoon-
ten, alle de goederen der verstorvene Duitsen vervielen op haare
naaste Maagen, sonder dat aldaar eenige de minste Testamenten, Co-
dicillen, ofte Donatien mortis cansa, anders gesegt Uitterste Willen, of-
te maakingen, bekend waren; tot dat sy, Christenen geworden zijn-
de, in steede van daar door in hare Siele oover haren toekomenden
stande geruster te werden gemaakt, dan sy in het Heidendom waren
geweest, en met meer vreugde een eewig salig leven te gemoet te
sien; nademaal sy volgens het eenig waarhaftig geloof nu in desen te
betrouwen behoorden op Godes oneindelike wijsheid, goedheid en magt,
gelijk meede insonderheid op sijne heilige, desen aangaande geoo-
penbaarde Beloften: Soo zijn sy in teegendeel, door de geld-ende
eer-gierigheid der Papen ende Monniken, soo verre van dien spoo-
geheel leeven, schijnen bevangen geweest te zijn met de angsten
des doods, ende der eewige verdoemenisse; ofte ten minsten met de
verwagtinge der onuitspreekelike smerten des Vaageviers. Als wan-
neer die selve Paapen ende Monniken haar ook hebben doen geloven,
dat het de allerbeste Aalemissen waren, niet als sy den warelik behouf-
tigen Menschen van hare goederen ietwes mede deelen, maar wel als
sy haare tijdelike goederen in haar leven ofte wel na hare dood, op
de Roomse wijse, door Testamenten ofte Maakingen, deeden koomen
ende vervallen aan Kerken ofte Kloosteren: jaa ook, dat nog meer is,
wanneer sy haare Landen, Regten, ende Goederen, door giften
onder den leevenden, mits daar oover behoudende het bewind en-
de het vrugt-gebruik, ofte de lijftogt; den selven Kerken ofte Kloosteren
oover gaaven: terwijle die Paapen ende Monniken haar als dan ver-
seekerden, dat sy, sulks gedaan hebbende, ten jongsten dage en-
de ook aanstonds op haar sterven, suiven souden weesen, by Gode
ende alle de Heilige Engelen. Gelijk de selve Paapen ende Monniken
in volgende eewen, wanneer sy het Vagevier hadden bedagt, haar
ook verseekerden; ende Borgen daar vooren bleven, dat ten min-
sten wegens te doene Sielmissen, haare Sielen gebeeterd, ende voor
de vlamme des viers verkoeld souden werden.
Sulks dese onnoosele verschrikte Christen Menschen dus verleid
wierden, om warelik tegen hare kinderen en naaste Maagen, welke sy
billik meest souden lieven, de aller-grootste wreedheeden te ge-
bruiken, met haar te ontneemen het gunt van geboortens wegen
haar toequam, ende waar door sy sig eerlik souden geneeren: om
in teegendeel daar meede te voeden, in alle sorgeloosheid, seer
groote Heeren, soo in het Kerkelike als in het Weereldliken te maaken.
Gelijk wy sien, dat onses weetens nergens dan in Duitsland, de Bu-
koppen ende Abten het weereldlik Regts-gebied oover alle hare Ingesee-
tenen Leeken ook ouffenen.
Ende dat de selve misslagen ook in het Weereldliken werden be-
te sullen werden, leerd ons de Graafvan St. Paul, Constabel van
Vrankrijk, welke in de Historien een seer wijs Heer, ende een
seer loose oude Vos geweest te zijn, vermaard is. Wanneer die
den Koning van Vrankrijk, ende den Hertog van Bourgondien, door
veele voorgaande Saaken, vertoornd hebbende, vreesde dat sy
hem in sijne sterke Steeden, St. Quintin ende Han, beleegeren,
dooden ofte verderven souden, ende des wegen ook in den Jare
1475. soodaanig in sijnen oordeelen ofte sinnen bedwelmd wierd;
dat of hy wel seekerlik met eenen seer grooten Schat naar Duitsland
trekken, en sig aldaar needer setten konde, tot dat die sware bui oo-
ver was; hy des niet te min verkoos te doen, het argsten dat hem
soude hebben konnen oover koomen, naamelik, op toesegginge
des Hertogen van Bourgondien, dat hem niet quaads soude geschie-
den, sig in des selfs sijns Vyands handen oover te geeven: alwaar
hy door dien Hertoge Karel, wanneer die alle sijne naa te laaten
Schat bedongen had, aan den Koninge Ludowik van Vrankrijk oo-
vergeleeverd zijnde, door des Konings gebod, hoewel des onschul-
dig zijnde, als Crimen Majestatis begaan hebbende, te Parijs oopent-
lik wierd onthalst. a
Het is derhalven de sin deser FABULE, dat de vreese des doods
veeltijds de allerwijste Menschen onbequaam maakt, om wel te kon-
nen oordeelen wat haar te doen ofte te laaten staat, ende dat sy
derhalven, voor dat sy met die Vreese bevangen werden, rijpelik
by sig selven behoorden te ooverleggen, ende te besluiten, met
welke Vrienden sy in soo eenen stande zijnde geraakt, sig van Vrien-
den, die buiten dat gevaar zijn, behoorden te laten raaden, ende
der selven raad te volgen.
Fallere fallentem non est fraus.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem071 MOTTO_NLDie eenen Bedrieger bedriegd, verdiend
eenen Stoel in den Heemele.
73. De Trompetter ende Vleeder-muis.
SEekere vrye Republik van haare oopenbaare Vyanden
aangetast sullende werden, soo schooten alle waare en-
de moedige liefhebbers der vryheid hunnes Vaaderlands, het
Harnas aan, ende begaaven sig met bussen ende spietsen
ter bescherminge der onwaardeerlike Vryheid ten velde;
alwaar een flaawhertige Trompetter haar geleide, ende met
sijnen soeten Sange den selven dapper ten Strijde aanmoe-
digde, dog selfs door slaawhertigheid uit den Strijde en-
de buiten den Slaage bleef. Ende alsoo die Republiks-
op het aller-loffeliksten haar leeven eindigden; Soo wierd
ook de Trompetter gevangen, als wanneer hy seer erbar-
melik voor sijn leeven bad, seggende, Ik heb u niet be-
leedigd, nog konnen quetsen, gelijk gy siet dat ik geene
Waapenen, als deese Trompet hebbe, ende ook al te slaaw-
hertig ben geweest, om my in den strijde te begeeven;
,,Ja daarom sullen wy u des te eerder dooden, antwoor-
,,den de Vyanden, om dat gy, te bloode zijnde om selfs
,,te vegten, andere Menschen geduurig onder der hand
,,daar toe opwekt. Sulks de Trompetter sonder eenige
genaade, aanstonds gedood wierd.
Eene Vleedermuis dit verstaan hebbende, nam voor in
alle verschillen, of sy schoon haare naaste Maagen aan-
gingen, sig onsijdig te draagen, ende het zy met Woor-
den, het zy met Werken, geene Party te verkiesen; sulks
sy geduurende den strijd der Katten teegen de Voogelen.
uit der lugte ter aarden by ongelukke needer gevallen zijn-
de, ende van eener Katte gevangen werdende, ontken-
de een Voogel te wesen, als waarelik geene veederen heb-
bende. Weshalven sy als eene Muis weesende, waar
teegen de Katten als toen niet oorlogden, los gelaaten
wierd. Ende als daar naa een oorlog tussen de Muisen
ende Katten gereesen was, soo wierd deese Vleedermuis,
die sig met dien oorlog niet hadde willen vermengen, des
niet te min van eene andere Katte gevangen, die haar
wilde verslinden, ende ontquam sy weederom uit die
klaawen, met te seggen, dat het oorlog haar niet aanging,
alsoo sy een Voogel was die in der lugt vliegen konde,
Dog als eindelik een oorlog ontstond tussen alle vier-
voetige Beesten ende de vliegende Dieren, soo was het der
Vleedermuise onmoogelijk, sig onsijdig te houden; weshal-
sijde koos, dan tot dat sy sig verseekerde dat de vier-voe-
tige Beesten ooverwinners souden weesen, als wanneer sy
sig selven vougde, ende een groot yveraar om den
vier-voetige, Beesten den strijde te helpen winnen, vein-
sen te wesen, daar ook seekerlik een aandeel des beuits
hoopte te bekoomen. Maar alsoo de Arend den Voogelen
gants onverwagt ten hulpe quam, gafdat haar soo groo-
ten moed, dat sy op niew den vier-voetigen Beesten aan-
vallende, de selven deeden wijken, ende eindelik op der
vlugt dreven; als wanneer de Vleedermuis seer haastig van uit
de vier-voetige Beesten tot de Voogelen oover-vloog, seggende
aldaar, een Voogel te zijn, ende sig oover dese ooverwinninge
ten uitersten te verheugen: dog de Voogelen de saak naar-
der ondersoukende, seiden, dat sy warelik of een dobbel-
de Verspiedster, of wel een Ooverloopster was, sulks sy haar
selschappe aller Voogelen verbannen te zijn, ende niet dan
des magts, wanneer alle andere Voogelen rusten, te moo-
gen vliegen.
Uitlegging der Woorden.
Waare ende moedige LIEFHEBBERS, zijn die
Menschen, welke met woorden ende daaden, met
lijve ende siele helpen.
TROMPETTERS, zijn die met wenschen ende woorden
after der hand helpen; maar als, ende daar het nijpt,
ofte nijpen sal, sig buiten de ongemakken houden willen,
VLEEDERMUISEN, zijn die Menschen, welken sig
buiten alle verschillen, het zy van Vremden, het zy
van Vrienden ende Maagen, ofte der Republike hou-
den willen, om sig altijd met eenigen schijn by den Oo-
verwinnere te konnen vougen: ende welke des wegen ein-
delik uit alle Geselschappen van eerlike Menschen ge-
bannen werden.
DAt alle Menschen, in wat stande sy ook zijn mogen, haar selven
naast. en in den stukke van eigen-liefde, ofte sig te beminnen, alle
eeven na zijn, veroorsaakt, dat sy haar eigen selfs altijds liever als eenen
anderen hebben, ende in die eigen selfs liefde alle seer wel oover
een koomen. Maar oovermits andere Menschen ons van seer naa
by, ofte van seer verre bestaan konnen, soo volgd daar uit ook een
groot onderscheid in de liefdel welke men anderen Menschen schul-
dig is: Want hoewel ons werd geleerd, dat wy ons eeven naasten, dat
is, een Mensch niet dan als een Mensch aangemerkt zijnde, ter quijtinge onser
gemeene menschelike pligt, moeten lief hebben als ons eigen sel-
ven; a Soo verstaan wy sulks nogtans niet, van de eevene grootheid
maar wel van de eevene opregtigheid der beiden opgemelden liefden.
Naamelik, wy verstaan dat die Liefde ten opsigte van ons selven,
ongeveinsd, waarhaftig, ende werksaam weesende, ook soodaanig ten
opsigte onses eeven naasten moet zijn. Hoewel onse liefde, die wy
den Menschen alleen, om dat sy Menschen zijn, toe dragen, wa-
relik de laagste trap is der liefde, die ons soo meenigvuldiglik door
de Heilige Schriften, ende ook buiten dien door de Reeden in onein-
delike voorvallen werd geboden te oeffenen: en van welke laagste
trappe van ongeveinsde liefde, wy verpligt zijn op te klimmen tot ho-
gere, naar dat de Menschen ons bestaan; als die van mede Ingeseetenen of-
te Borger, goede Bekenden, Vriend, Maag,Suster,Broeder,Vader,Moeder,Kind,
Ee-gaade, om yder der selven naar sijne behoorliken graade te lieven.
Ende is het selve onderscheid ook insonderheid aan te merken,
wanneer die Menschen, meede Ingeseetenen ofte meede Borgers, goede
Bekenden, Vrienden, Maagen, Susters, Broeders, Vaaders,Moeders,Kin-
ders, Ee gaaden, werden gecombineerd ofte te samen gevougd. Want
geraade altijds meer als de minsten moeten werden geliefd.
Sulks uit onse opgemelde Reedenkaavelinge volgd, dat wy het
welvaaren onses Vaaderlands, als waarelik in sig vervatende ons sel-
ven, ende by naast alle andere Menschen, die ons lief zijn, gelijk mee-
de alle andere Saaken, die ons aangenaam souden konnen weesen;
booven alle andere Saaken deeses weerelds, in het bysonder aan-
gemerkt weesende: jaa booven ons eigen leeven, wanneer wy ons
selven maar als een eenig Mensch aanmerken, behoorden te bemin-
nen. Ende zijn op deesen gronde geboud de lessen der wijse Grie-
ken, a ende Romeinen, ons leerende, dat het eene seer loffelike Saak
is, te strijden ende te sterven, om sijn Vaaderland te beschermen,
ofte voor sijn verderf te bewaaren. Gelijk meede op den selven
gronde soo veele treffelike Helden ten dienste des gemeenen Vaa-
derlands ofte der gemeene Ingeseetenen, seer loffelik haar leeven
hebben opgeofferd, als Mucius, Furius Camillus, Decius Vaader, De-
cius Soon, Tiberius ende Cajus Gracchus, Agis ende Cleomenes, Etc. b
Ende wy ook in de laatst voorgaande ofte in onse Eeuwe in dee-
se Neederlanden soodaanige loffelijke Helden, haar leeven voor
den Vaaderlande, ofte der Vryheid van dien, opsettende, hebben
gesien; welker geheugenisse niet jeegenstaande de drouvige be-
looningen der wreede bloedige Regteren ofte Schavotten, ende
moord-daadige Schooten, waar door sy haar leeven hebben ge-
eindigd; by allen vroomen ende bysonderlik den Vryen Neederlande-
ren, in eewig-durende Seegeninge sal blijven.
Maar dunkt ons nu genoug in het gemeen oover deese onse FA-
BULEN te hebben gereedenkaaveld, ende tijd te zijn, die in het
bysonder toe te passen, met te seggen, dat die ons vertoonen vee-
lerlei aard van Menschen, in het stuk der liefde, welken sy ande-
ren Menschen schuldig zijn, sig seer verscheidendlik draagende:
Naamentlik, sy verbeelden ons voor eerst opgemelde seer deugd-
same Eedelmoedige Menschen, welke om anderen, ende insonderheid
haar vry Vaaderland ofte het welvaaren der gemeene Ingeseetenen
te beschermen ende voor te staan, sig aan seer veele ongemakken
ende gevaaren des doods onderwerpen, ende welkers geheugenisse,
schoon by door bose Regteren Land-verraders te zijn verklaard werden,
des niet te min by Gode en den Menschen in soodanige Seegeninge is,
dat die als eene seer heilsame Balsem, op der selven af-en nakomelin-
gen needer daald, in spijte aller ondeugende Menschen ende Tyrannen
ofte Dwingelanden, die der selven door veroorsaakt hebben; ende
in spijte der geenen, die sig vermeeten, door hare jeegenwoordige
Magt, de geheugenisse der volgende Eewen te sullen uitblussen. a
Sulks die by gevolge ten Regte met de volgende Rijmen zijn uit-
gelaggen geworden, b
De tijd en heeft nooit weg genoomen,
De naam en 't ooverschot der vroomen,
Want naa dat sy zijn ooverleen,
Soo blijkt haar deugd voor yder een.
Na dese Menschen draagd onse FABUL ons ten tweede voor, so-
danige Menschen, welken als eenige swaarigheeden anderen Men-
schen ofte den gemeenen Vaaderlande staan oover te komen, wel ge-
neegen souden werden, daadelik te helpen: maar het selven niet
derven doen, uit vreese van ongemakken, dan flaaw ende bedek-
telik; sonder sig in der spitse te willen stellen. Ende zijn dit die
Menschen, welke, wanneer die Saaken wel gelukken, schande in
steede van roem weg draagen; ende die des niet te min, als de Sa-
ken qualik gelukken, nevens die regt eedelmoedigen te lijden heb-
ben. Sulks dit waarelik zijn de Trompetters, welken met anderen
ten strijden aan te moedigen, wel eenig goed doen, maar selfs
niet strijden dervende, nooit de ooverwinninge helpen bevegten.
Der derde slag van Menschen, welke onse FABUL voordraagd,
zijn die geenen, welke geene Menschen als sig selven beminen?,
ende die by gevolge alle ongemakken van andere Menschen, ja selfs
van den geheelen Staate hunnes Vaderlands, soo agteloos aansien,
dat sy sig buiten alle ongemakken ende verschillen der selven willen-
de houden, oopentlik voorgeeven, sig daar in niet te sullen vermen-
gen, naar Neuteraal ofte Onsijdig te sullen blijven, sonder sig met den
Houksen ofte Kabbeljaawsen te verklaaren ofte te yveren. Ende zijn
dit waarelik die Vleedermuisen, welken naar haar eigen nut ofte ge-
mak dat schijnd te vereissen, nu Muisen ende dan weederom Vooge-
lik geen van beiden zijn. Welke slag van Menschen haat eigen
Voordeel, alleen, ende het gemeen Welvaaren der Ingeseetenen hunnes
Lands, gants niet lievende ofte agtende, van ouds soo vuil ende ver-
soejelik zijn gehouden geworden, dat tot Atheenen, door dien deugd-
saamen, Staatkondigen ende wijd-vermaarden Solon, tegen de sel-
ven de volgende Wet was voorgesteld, ende door den Volke gemaakt:
DIE IN EENE VERDEELDHEID DER REPUBLIKE
GEENE SYDE VERKIEST, ZY EERELOOS.
Ende wierd derhalven, het zy de eene ofte de andere syde quam bo-
ven te leggen, die Eereloose, ten Regten van alle waardigheeden, dien-
sten, ende Borger-regt beroofd. a
Gelijk nog eenige honderden Jaaren daar na, de allerwijste Men-
schen, als Socrates, Plato, Aristoteles, Etc. van der Staatkondige Re-
geeringe handelende, op die eigenste gronden hunne Republike
hebben gebowd: jaa is het selfden, als zijnde eene eewig-duren-
de Waarheid ofte Nuttigheid, by onser Vaaderen tijden, in Holland met
deese woorden bevestigd geworden. ,,Maar by aldien beide de
,,twistende Partyen wettelike Regierders tot Hoofden hadden, soo sal
,,men de form der Regeeringe met yders bepaalde magt aanmerken,
,,daar beneeven de Saake, daar sy om twisten: van het welk goed
,,bescheid weetende, soo sal men den geenen teegen-staan, die tee-
,,gen sijn Eed, de goede Wetten, Vryheeden, Amten, wil ver-
,,anderen, ofte geheel wegneemen, ende die Regeerders toeval-
,,len, die sulks, volgende haar Eed beschermen.b Ende alsoo dit
derde slag van Menschen veeltijds vervald ter eene veel grootere vui-
ligheid: soo is de meenig onser FABULE, dit vierde vervlouk-
te slag van Menschen ons ook voor te dragen. Namentlik, wel-
ken sig soo langen tijd onsijdig houden, tot dat sy vermerken, wel-
ke sijde seekerlik sal booven leggen, om als dan sy sig teegen de
onder sullende leggen Menschen, of het schoon de aller-snijsste,
deugdsaamste, ende volgens haar eigen geweeten, de aller-loffeliksten
zijn, op het aller-felsten ende wreedsten te verklaren, met die te ver-
volgen, op hoope, dat sy der selven Goederen, Amten, Waardigheeden
ofte Diensten deelhaftig sullen werden.
Temporarri, Apostaten, ofte Ooverloopers, die sig, soo in Saken van den
Godsdienst als van den Staat, dus meenen naar den tijd te vougen, en
den Ooverwinnenden ofte den Magtigsten toe te vallen, en te doen gelo-
ven, dat sy waarelik de ordren der Menschen, van welken sy zijn
uit gegaan, ofte van welken sy sig gescheiden hebben, op het aller
meesten haten; des niet te min ook veeltijds van den Ooverwinneren die
dese boosheid en geveinsdheid seer ligtelik merken, werden gehandelt.
Gelijk onse Vleedermuisen van den Vogelen; namelik met die buiten alle
geselschappen van Menschen, wy laten staan eerelike Menschen, te
verbannen, ende haar te doen leiden een leeven veel bitterder als
de dood, en op dat de Doos haar niet tot eenen troost, maar het le-
ven tot eene straffe strekke.a Welk leven ook waardig zijn, niet,
die volgens dese Leere der Philosophen, warelik roemwaardige Men-
schen, welken het op eenen Dwingelande ofte eenen sijner Gonstelin-
gen te dooden gemunt hebben: hoewel de vervloukte Gonstelin-
gen, die de ooren der jonge Keiseren Arcadius ende Honorius, ten
verderve hunner Meesteren ende aller goede Ingeseetenen, der Republi-
ke besaaten, dese Wet instelden ende afkondigen deeden, alleen
op dat sy in haare Schelmstukken voortgaan souden moogen, en-
de onderwijle van der wel-verdiende dood, bevrijd souden wer-
den. b welken den gemeenen Staat haarer Vrye Republike, ende het
welvaaren aller Ingeseetenen van dien, tragten om verre te wer-
pen, om dus eenen Dwingelande behaagende, door des selfs gonsten
haare eigene grootheid op de ellenden ende slaavernie aller deugdsaame
Ingeseetenen, te bouwen.
Ende meenen wy dus de eigendlike leere deeser FABULE ge-
nougsaam te hebben uitgedrukt.
Amicus est qui re juvat cum re est opus.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem072 MOTTO_NLEen vriend kend men in der nood.
ID embstma_add132_emblem073 MOTTO_LA_NORM Amicus est qui re juvat cum re est opus _IC ; $ TEXT_EXPL_XML74. De Rijke ende Arme Muis
EEn Muis, in seekeren ontoegankelijken Hoole zijn
nest hebbende, oover eenen seer grooten aldaar ver-
borgen schat, aansag ende telde de selvedageliks; het welk
in hem een soo groot genougen, vreugde ende by gevolge
ook sterkte veroorsaakte, dat hy daardoor veel rasser konde
soodanigen Schat in haar nest niet hadden. Sulks hy in vee-
le geleegendheeden spijse beliep ende besprong, wanneer
de andere Muisen daar aan niet konden geraaken. Ende
oovermits hy was van eenen milden aard, soo versaamel-
de hy die spijse niet alleen voor sig selven, maar sijn nood-
drust daar van genoomen hebbende, soo deelde hy den
behouftigen daar van rijkelik meede; Sulks seer veele
Muisen sijn geselschap sogten, ende sy alle hem niet al-
leen seer preesen weegens sijne mildheid, groote sterkte,
schoonheid des lighaams, maar ook wegens sijne wonder-
lijke wijsheid, groote kennisse, welspreekentheid, ofte lief-
taligheid, beleefde manieren, groot geduld ende saftmoe-
digheid, booven ende omtrebd andere Muisen.
Dit aldus eenen tijd lange geduurd hebbende, so gebeurde
dat eenige Menschen, uit de hoge sprongen des Muisen, ver-
moedende, dat omtrend des Muisen hol eenige Schat vonden,
ende ook weg namen; Sulks die Muis weeder in sijn nest
koomende, ende sijn Schat niet vindende, aanstonds be-
vond, dat sijn hert toe sloot, als ook, dat sijn moed, en-
de alle sijne sterkte des lighaams, door die droefheid hem
begaaven. Sulks hy in sijnen hoole treurig bleef leggen,
tot dat hy eindelik, ten deele uit vreese, dat sijne onmagt
den anderen Muisen, die van hem plagten te leeven , be-
kend soude werden; ten deele uit eigen grooten honger,
uitging om spijse te souken; dog konde hy niet bereiken
die hooge plaatsen, daar hy voormaals seer ligt op konde
springen, ende oovervloed van spijse vinden; Ende hoe-
wel hy niet genoug voor sijnen eigen buik hadde konnen
versaamelen, soo quaamen de andere Muisen des niet te
min naar haare gewoonten, hem besouken, op hoope,
...
ne spijse, ende hem daar en booven hongerig vindende,
gingen sy misnougd van hem weg;
Ende seide een van dien, die de wijste onder alle de
selven wilde schijnen te zijn, ende die waarelik de Boos-
aardigste als ook mitsdien ten quaaden de Voorbaarigste
was: a ,,Broeders gy siet dat de Muis, die ons van sijn
,,ooverschot plagt te voeden, nu kragteloos ende selfs
,,behouftig is geworden, ende dat wy nu van hem niet-
,,wes anders te verwagten hebben, dan dat hy van tijde
,,ten tijde ons sal aanspreeken ende bidden, op dat wy
,,van het weinige voedsel, dat wy voor ons selven bejaagd
,,hebben, hem ietwes meede deelen; ende hoe sullen
,,wy hem dat sonder schaamte oover onse groote ondank-
,,baarheid, konnen weigeren? Derhalven hy ons niet al-
,,leen onnut, maar ook lastig soude weesen; en daarom soo
,,raade ik, dat wy hem alle verlaten; ende op dat wy daar
,,over geene schande behalen, maar schijne, dat wy niet son-
,,der grote reedenen eenen ouden Vriend in sijnen node ver-
,,laten, so moeten wy aan andere Muisen seggen, dat hy al te
,,quistagtig is geweest; ende daar door sijne arremoede selfs
,,op sijnen halse heeft gehaald: dat hy gedurig heeft gepronkt
,,ende gesnorkt met sijne sterkte ende schoonheid, ende
,,dat die daar door soodaanig gespild zijn, dat hy sig on-
,,bequaam gemaakt heeft, om sijnen kost te souken: dat
,,hy een laat-dunkende onweetende snappert is geweest,
,,die oover allen het hoogste woord wilde voeren; ende
,,eindelik, dat hy soo plomp ende gemeelik is, dat met hem
,,niet gemeensaam geleefd kan werden. Ende wierd alle
het selven dus beslooten als ook uitgevoerd.
a Sapientiae parum Eloquentie satis.
b Occasiones quetit qui vult recedere ab Amice.
hoord hebbende, ende daar na nog meer vermerkende, voor-
nam sijne uiterste kraften te gebruiken, om nog eenen hogen
sprong naar veele spijse te doen, en die verkregen hebbende,
daar door sijne oude agtinge te bekoomen: ende dit self-
den tragtende te doen, terwijle de Huisheer sliep, sprong
hy t'elkens te kort, ende maakte door dat gerust den
Huisheer wakker; die op hem paste, ende met eenen
stokke op den koppe soo trefte, dat het bloed daar uit
sprong, ende hy ter naawer nood sig in sijnen hoole berg-
de; alwaar hy sig oud ende arm, ende mitsdien van alle
Menschen verlaaten, jaa ook van meest alle sijne oude
Vrienden gelasterd, ende bespot bevindende; a alle de
ellenden sijner armoede bedagt ende betreurde: waar door
hy meer ende meer sijne kraften verloor, ende ellendig
wierd.
a Fortuna juvenibus amica. Divitem Fuisse duplex pauperras.
Uitlegging der Woorden, is hier niet van nooden, dan
dat de Ouden met MUISEN altijds verstandige
Menschen hebben afgebeeld. Ende dat
Met de RYKSTE MUIS hier waarelik de verstandig-
ste ende deugdsaamste Mensch eener geheele Vergaade-
ringe werd verbeeld.
HOewel alles, dat de oneindelik wijse God heeft geschaapen,
Naturaliter, ofte in sig selven goed is; Soo is des niet te min
Moraliter, ofte naar Seeden regt gesprooken, seeker, dat een Mensch
die eene wil ende standvaste begeerte heeft, om sijne kennisse van
Saaken, die hem nut konnen weesen, te vermeerderen; ende niet
alleen sig selven, maar ook andere Menschen, maar de maate sij-
ner kennisse, veel goeds te doen; desweegen seer lofwaardig is
Als meede seeker is, dat hoe soodaanig een Wel-willend Mensch
grootere magt heeft om goed te doen, ende ook dien volgende
andere Menschen, waarelik meer goed doed, hoe hy desweegen
meer prijsens waardig is.
Daar en teegen is niet min seeker, dat hoe een Quaad willig
Mensch meer naa-laatig is om sijne kennisse te vermeerderen, of-
te te ondersouken alle het gunt van sijner pligte is, ende hoe hy
als dan een grootere wil ende standvaste begeerte heeft om sijn eigen
voordeel, al ware het ten verongelijke ende schaade van andere Men-
schen, te verkrijgen; hoe hy des wegen meer gelasterd ende ge-
haat behoorde te werden; b schoon de magt, om sijn oogwit te be-
reiken, hem mogte ontbreeken: om dat naar Seesen regt ofte Mo-
raliter, de wil by Gode ende den Menschen altijds voor de Daad werd
gehouden. c Gelijk aan de andere sijde een yder weet, dat hoe
een Mensch meer magt ende vermoogen heeft om sijne Quade wille
uit te voeren, ende ook ten naadeele van anderen uitvoerd, hoe
hy meer verdiend, gelasterd ende gehaat te werden.
Ende dien volgende soo is waarhaftig, dat alleen de goede ofte
quaade Wil der Menschen, in ende om sig selven, moraliter, dat is,
volgens Seeden-regt, verdiend, geloofd ende bemind, ofte mispree-
sen ende gehaat te werden. Ende is des niet min waarhaftig, dat
ook alle het gunt den Menschen eenige magt ofte vermoogen aan-
brengd, om anderen Menschen ietwes goeds ofte quaads aan te
doen, naar Seeden-regt nog lof nog lafter? in sig selven waardig is:
maar wel den Menschen veel goeds ofte veel quaads veroorsaakt,
naar dat die magt komt aan Menschen, welken de selven wel ofte
qualik sullen willen besteeden.
Ende werden derhalven alle soodanige Saaken, welke buiten ons,
ofte booven ons vermoogen konnen zijn, in de Schoolen genaamd In-
disserente ofte Middelmaatige Saaken: Namentlik, sterkte ende schoon-
heid des lighaams, kennisse, groote geheugenis, weetenschappen, konsten,
wel ter taale ende ter penne, milddaadig ende eedel zijn.
By welke middelmaatige Saaken nog gevougd konnen werden,
groote Naam, ende veele Vrienden te hebben, als ook gelukkig
te zijn, ofte veele onverwagte goede toevallen beleefd te heb-
ben. Ende eindelik is naar Seeden-regt by den Menschen ook ee-
ne middel maatige, dat is nog goede nog quaade Saak: De al-
lergrootste souveraine Magt, ofte deel aan de Hooge Regeeringe der Re-
publike te hebben, schoon genomen, dat dit de allergrootste men-
schelike, ende ook somtijds eene Goddelike Magt, in de Heilige Schrif-
ten genaamd werd.a
Ende om nu niet te spreeken van den onverdienden Roeme ofte
Love, welke de Menschen, die in opgemelde hoge Regeeringen of-
te Bedieningen zijn ende blijven, altijds genieten; om dat alle Men=
schen, die van haar ietwes, dat sy goed noemen, weg draagen,
ofte hoopen te sullen weg draagen, het welk doorgaans de aller-
stoutste ofte onbeschaamste, ende mits dien ook veeltijds de aller-
onweetenste ofte ondeugenste zijn, de selve Souverainen altijds ten
hoogsten looven ende voor Gooden uit krijten; terwijle daar en tee-
gen de monden ende pennen der Menschen, die waarelik deugd-
saamer zijn, ende wel beeter weeten, door de vreesen van straffen
te sullen moeten lijden, weederhouden werden, naar hunne ken-
nisse ofte naar waarheid daar van te spreeken, ende den laster of-
te de gebreeken der opgemelde Grooten te oopenbaaren: Soo sul-
len wy nu van die oovermatige Menschen, ende de versindende
Beesten der ESOPISE FABULEN, oover gaan tot de gemeene
Menschen, als zijn de Muisen onser FABULE. Ende sullen wy
omtrend de selven aan merken, hare verkeerde oordeelen, wan-
neer die geveld werden oover vermoogene ende onvermoogene
Menschen; niet in het gemeen, maar alleen als sy aangemerkt
werden, terwijle sy groote Rijkdommen besitten, ende wat de selve
Menschen van haar oordeelen, wanneer sy van haare rijkdommen
tot Arremoede vervallen zijn, Gelijk dit eigendlik is het voorwerp
onser FABULE, het welk wy aldus voordraagen.
Hoewel, volgens onse voorgelegde gronden, naar Seeden-regt,
onder den Menschen nietwes lofwaardigs ofte goeds is, dan de goede
Wil der Menschen; soo noemen sy des niet te min altijds met de
naame van Goed, alle het gunt dat haar, of in het gemeen, ofte
ofte gehoopt werd te sullen aanbrengen: Ende looven sy dat self-
den niet alleen booven maaten; maar ook alle het gunt daar hee-
nen strekt, ofte daar omtrend is. Gelijk wy daageliks sien, dat
wanneer eenige Menschen seer veele goederen ofte groote Rijk-
dommen besitten, ende daar van seer mildelik anderen meede dee-
len, dat als dan ook de monden, ende de pennen, ende de druk-
perssen, der geenen, welken van die rijkdommen hebben meede
gedeeld, ofte hoopen deelagtig te werden, gaande werden ge-
maakt, niet alleen om die Menschen weegens haren grooten rijk-
dom ende mildheid te prijsen; maar dat sy ook als dan daar en boo-
ven, gelijk als door een Vergroot-glas aanschouwen, alle het gunt
omtrend die Menschen waarelik goed ism ofte by den selven schijnd
goed te weesen. Sulks indien by die rijke milde Menschen maar
eenig het minsten sweemsel is van sterkte, schoonheid, wijsheid, kennis-
se, geheugenisse, welspreekenheid, beleefde seeden, geduld ofte saftmoedig-
heid; de selven des niet te min vermaard, ende uitgetrompet wer-
den, alle die deugden in soo hoogen graade te besitten, als of
geene andere Menschen daar in by haar waaren te vergelijk-
ken.
Ende in teegendeel sien wy ook, dat die selve rijke Menschen
naaweliks tot Arremoede vervallen, ende behouftig geworden zijn,
of die selve Trompers bemerken, dat sy van den Arm geworden Rij-
ken geen vermaak, gemak, ofte magt staan te bekoomen; maar
dat sy dien Armen Mensche billik met ende van hare eigene goederen
eenigen onderstand behoorden te doen: waarom sy als dan dat haar
Vegroot glas omme keeren, ende op den selven ongelukkige Men-
schen als dan niet sien als door een Verklein-glas, makende van het
minste sweemsel sijner gebreeken, de aller-grootste ondeugden.
Sulks sy als dan sijne Standvastigheid ende beset oordeel, voor Hard-
nekkigheid ende eensinnigheid, sijne groot- ende kloukmoedigheid,
voor trotsheid ende hoovaardie; sijne mildheid voor verquisting; sij-
ne welspreekenheid voor sotteklap ende raaskallen, Etc, uitkrijten,
op dat sy souden moogen schijnen haaren Vriend met reeden ende
sonder schande te verlaaten.
Ende oovermits dit alles niet alleen van Vreemden, maar ook
ende sijner goederen deelhaftig te werden, geschied: Soo werd
ook gemeenelik door deese oover-groote boos-aardigheid ende on-
dankbaarheid der opgemelde Menschen, de lust ende het gemoed,
ofte de sinnen des geweesenen Rijken Menschen, gemeenelik soo
seer ter needer geslaagen ende verbrooken, ofte soodaanig met
Vreese ende Schaamte vervuld; dat hy de bequaamheeden, wel-
ke hy warelik heeft ofte soude hebben, niet derfd als voor heen
werkstellig maken, sulks hy daar door sijner geveinsden Vrienden
lasteringen des te geloof-baarder maakt.
Waarom soodaanig een Mensch, als daadelik van alle sijne
bekenden verlaaten ofte gehoond werdende, in andere vreemde
Landen moet gaan woonen, om aldaar sijnen kost met mindere
Hartseer, ende met meerdere rust te souken, ofte behoord hy
met ons ESOPIS Muisken te seggen, dat het leven van hem ondra-
gelijker is als de bittere dood selve.
Ende oovermits de Rijkdommen der Ingeseetenen deser Landen, we-
gens de Volk-rijkheid der selven, niet wel konnen bestaan dan in Losse
goederen, als sig noodwendig alle met den Koophandele ofte gelden op
renten te geven, moetende erneeren; en dat ook de Vaste goederen
deser Landen, ende de Vrugten van dien, door de groote daar op
ten deele nieweliks gebragte, ende ten deele van ouds staande La-
sten, voor den besitteren ofte eigenaaren van dien, by naast in het
geheel Vrugteloos gemaakt zijn: Soo heeft men ook in geenen
Lande des geheelen Aardboodems soo veele ge-ende vervallen van
Rijk te zijn, ende Arm te werden, gelijk meede van der waar-
heid onser FABULE; als eeven in deese onse Landen. Sulks
oovertollig soude wesen, met eenige Voorbeelden aan te wijsen, hoe
rijk geworde Koopluiden als seer wijse geroemd, ende daar na arm
geworden zijnde, als dwaasen by allen Menschen gelasterd wer-
den. Ende wy ons sullen genougen, met den Leeser tot der Pa-
rabole des Rijken ende Armen Hiobs versonden hebbende, alleen
twee ofte drie andere voorbeelden van Staat voor te draagen.
Wanneer Lucius Sergius Catilina, met sijne ondeugende ende oo-
verdaadige ontugtige Boeven ende Spil-penningen door een schie-
lik oproer, de Roomse Republik meende te verkraften, ende dat hy
in teegendeel onder dat voorneemen, met alle sijnen Aanhang ver-
den, ende daar na ook in de volgende Eewen, als een der aller-
grootste Schelmen, die ooit op den Aardboodeme geweest is, ver-
maard geworden. Maar als daar na Julius Caesar, ende des selfs Neef
als ook geadopteerde Soon Octavianum Augustus, het selfden niet alleen on-
dernoomen, maar ook met oneindelik veel meer Borger-bloed te ver-
gieten, ende als Bloedhonden te drinken, ende door veele trowloofde
mein-eedigheeden ende plonderingen des geheelen Roomsen
Rhijks hebben uitgevoerd; vervullende alle de ontugtige wree-
de Schelmen, wekke haar daar in behulpsaam waaren, met de Eer-
amten ende Goederen der Vroome gedooden, ofte uitgeschuddene Bor-
geren: Soo zijn de selve Julius Casar ende Octavianus Augustus, niet
alleen als dan vab de oover gebleevene onweetende, geringe of-
te boose Menschen, gepreesen geworden; maar werden die
schrikkelijke Gedrogten als nog by de meeste Historie-schrijve-
ren gepreesen, als of het seer vroome Helden waaren ge-
weest.
Ende is het niet meer dan honderd Jaaren geleeden, dat de
Spaanse Raad oover hare kloukheid, geheim, ende doordringend-
heid, wegens haare goede Successen door geheel Europa vermaard
ende gepreesen wierd: Ende nu op den selfden Raad, seederd
sestig Jaaren seer quaade Successen zijn gevolgd: Soo is die sel-
ve Raad by naast ten spotte van geheel Europa geworden.
Dus hebben wy selfs in onse Landen te meermaalen gesien,
dat Menschen, die waarelik geen gesond menschelik oordeel, of-
te genougsaame kennisse hadden, om voor gemeene Menschen
te konnen doorgaan; Borgemeesters van aansienelijke Steeden ge-
worden zijnde, eeven gelijk als of God Almagtig den Menschen
altijds wonderbaarelik, op het verkrijgen des welgemelden Amts,
de daar toe vereiste Wijsheid ende Deugd in store, aanstonds voor
de aller-wijsten ende deugdsaamsten, met monden, pennen,m ende
druk perssen, vermaard zijn geweest: tot dat de selven of van die
Hoogheid vervallende ofte stervende, weederom als de groot-
ste Nars-kappen ebde Weet-nietten, ende als of het daar en boo-
ven seer ondeugende Menschen waaren geweest, gelasterd zijn
geworden.
Saaken twee hand-vatten hebben, naamelik regts ende slinks, al-
soo ook de Reeden ofte het oordeel der gemeene Menschen,
twee aansigten heeft; ende dat sy nu dit, ende dan weederom
dat aansigt aansien, op dat sy het aansigt, dat haar meest be-of-
te mis-haagd, naar dat haar geliefd, prijsen ende misprijsen moe-
gen.
Pauper unique jacet.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem073 MOTTO_NLGeld, dat stom is,
Maar regt dat krom is.
75. De Goden ende een Afgoden-dienaar.
EEn Heidens mensch in oude tijden, by de Griekse en-
de Latinse Poëten geleesen hebbende, dat haare Goo-
den in den beginne der eerste Scheppinge des Aardboo-
dems, de Menschen, ende alle de Beesten, wonder wijs-
selik naar hun gelieven geschaapen hadden; ende dat sy
haar ook van tijden ten tijden geluk ofte ongeluk deeden
ooverkomen; kreeg daar door van den selven, ende in het
bysonder van Jupiter, die gesegt wierd den Heemel te be-
dat hy van, ende voor Iupiter een Beeld ende een Altaar
opregte; ende dat hy daar aan daageliks, met vreese en-
de beeven genaakende, ietwes van sijne goederen offerde;
ten einde die Iupiter hem rijk en geluksaalig wilde maken.
Dit aldus eenen tijd lang geduurd hebbende, soo be-
vond dit Heidens Mensch, dat hy onderwijlen, ten dee-
le doo sijne gedaane Offerhanden, ende ten deele,
om dat hy meer op Iupiters bystand, als op sijnen ei-
gen arbeid ende sorgen, betrouwd had, allangs armer of-
te ongelukkiger geworden was: weshalven hy als dan eerst
de Schriften die van den Gooden handelden, naarder on-
dersoukende, aanmerkte, dat opgemelde Poëten ende
Schrijvers van hunne Gooden niet alleen soodanig spraken,
als of het Menschen waaren geweest, die seer in kennisse
ende groote deugden boven andere Menschen hadden uit-
gesteeken: Maar dat die Goden ook somtijds uit onweeten-
ofte vergeetelheid sig vergreepen hadden; ende dat sy daar
en boven veeltijds voorbedagtelik door hoererie ofte oover-
spel, door dronken drinken, bedriegen, liegen, mein-eedig
te zijn, ofte door eenen gulden reegen ende geld te schie-
ten, hun voorneemen bekoomen, haare geile lusten met
Mannen ende Vrouwen versaadigd, als ook veele Men-
schen beschaadigd hadden.
Sulks ons Heidensch mensch allangs mindere gedagten
van die Gooden krijgende, voor nam te ondersouken, of
de vermaardste van allen, al-weetend ende ook al-magtig
was; Hy voer dan naar Delfos, ende vroeg aldaar Iupi-
ter Hammon, of het Musken, welk hy in sijne handen be-
slooten hield, leevendig ofte dood was meenende, in-
dien geantwoord wierd, leevendig, het selven aanstonds
dood te drukken, ende alsoo te vertoonen; Of indien ge-
op dat alsoo Jupiter ende sijne Priesters van onweetenheid
mogten werden oovertuigd. Maar ons Mensch kreeg tot
antwoord, leevendig ofte dood, soo gy wild. Ende be-
sloot hy daar uit, dat by Iupiter ende sijnen Priesteren,
wel eene menschelijke doortraptheid was, om niet ligte-
lik afterhaald te werden; maar dat hy seekerlik niet Al-
magtig was: alsoo hy anders sins het Musken in weeder-wille
van hem, naar sijn gelieven leevendig ofte dood had kon-
nen doen vertoonen, en hem selfs alsoo beschaamd maken.
Sulks hy besloot, den Gooden voortaan geene Offer-
handen ten sijnen schaade te doen. Ende beloofde hy
Iupiter in gevolge van dien, te sijnen huise klouk ende
gesond weeder gekeerd zijnde, op te offeren; niet een
gedeelte der goederen die hy besat, ofte door sijnen ar-
beide verkrijgen soude; maar wel de halft van alle het
gunt sy onder weege by geluk ofte der Gooden bestier,
mogte konnen te vinden. Ende gelukte het hem ook kort
daar aan, in sijnen weegte te vinden eenen reis-sak, ver-
vuld met Daadelen ende Amandelen, welke hy niet ver-
suimde onderweegen alle te veroorbooren, ende te sijnen
huise gekoomen zijnde, aldaar sijnen Beelde van Iupiter
op te offeren alle de steenen der Daadelen, ende alle de dop-
pen der Amandelen: seggende den Beelde, hier hebt gy
het binnensten met hem buitensten, ende mitsdien de halft
van allen het gunt ik gevonden hebbe.
Ende als eindelik die Heidense mensch daar na nog meer
sag, dat hy, niet jeegenstaande sijne veel-vuldige gebee-
den, jaa des te meer door sijne Tijd-quistinge in die on-
nutte gebeeden te storten, nog armer wierd: Soo ontstak
hy in yvere, ende verbrak hy het houte Beeld: als wan-
neer hy daar binnen in seer veele verborgene goude pen-
ningen vond, ende luid keels uitriep: ,, Nu sie ik eerst
,,ten regte, hoe schadelik het is den Afgooden te dienen;
,,ende hoe voordeelig het zy, de selven te veragten, en-
,,de haare Beelden te verbreeken.
Uitlegging der Woorden.
Alle woorden deeser FABULEN zijn gesprooken in den
eigendlijken gemeenen sinne, ende vereissen derhalven
gene bysondere Uitlegginge.
OOvermids van ouds, ende ook nu nog onder den Geleerden seer is
getwist, en dageliks getwist werd, wat eigendlik een Afgod, Af-
goodery ofte Afgooden-dienst zy, en dat selfs onder den Christenen eenige
Secten van dien werden gevonden, welken yverig ontkennen daar aan
schuldig te zijn, en des niet te min van anderen daar meede beswaard
werden: Soo vereist nu deese FABUL, dat hier gesegt werde,
wat wy daar meede verstaan: alsoo anders sins onse Reeden-kaa-
veling daar omtrend duister, ende voor den Leesere onnut soude
weesen. Namentlik, alsoo nieman kan weeten wat een Afgod zy,
sonder al vooren te weeten wat een God is: soo seggen wy, dat wy
met den woorde God verstaan een soodanig volmaakt Weesen, dat daar
in gants gene gebreeken, maar in tegendeel alle bedenkelike volmaakt-
heeden begreepen zijn; ende dat die noodwendig te gelijk by een,
van alle ende in aller eewigheid geweest, nog zijn ende sullen
blijven; sonder eenige veranderinge. Om dat alle bedenkelijke
volmaaktheeden soodaanig te besitten, Goode soo eigen is, dat wy by
ofte van den denkbeelde, welke wy van Gode hebben, a met onse gedag-
ten gants geene volmaaktheeden daar by vougen, ende weder daar van
afscheiden, ofte eenige onvolmaaktheeden ende gebreeken daar by vou-
gen konnen, sonder dat denkbeeld in ons, geheel te vernietigen; en-
de in steede van dien in onse Herssenen te smeeden, een teegen
sig selfs strijdend versiersel, het welk waarelik buiten onse Hersse-
nen ende gedagten gants geene Weesentlikheid b heeft, ofte heb-
ben kan: maar waarelike eene Niet is. c
dat een soodaanig ons versiersel een Goddelik weesen verbeeld; soo
meenen wy, dat hy van dat sijn eigen versiersel een Afgod maakt.
Ende indien hy het selven versiersel sijner herssenen eerd, bemind, ofte
vreesd; ende daar van ietwes goeds hoopt, ofte quaads vreesd, bid,
ofte arbeid: Soo meenen wy ook, dat hy als dan Afgoodery begaat,
ende van sig selven eenen Afgooden dienaar maakt.
Van welken Afgooden-dienaren niet te min seer veel verschillen die
Menschen, welke van Goode niet dan een seer duister denkbeeld, welk
des niet te min eene waarhaftige Goddelike Eigenschappen met
hare gedagten af scheiden, ofte eenige onvolmaaktheeden ende ge-
breeken daar by vougen, ende alsoo eenig teegen een strijdend
Versiersel in haare gedagten veroorsaaken.
Gelijk een yder Goodes oneindelike Volmaaktheid ooverdenken-
de, by sig selven bevinden kan, dat Goodes Weesen onverdeeld wee-
sende, geene toevalligheeden onderhaavig, is.b Ende dat wy des
niet te min met ons onvolmaakt verstand op dat Goddelik Weesen
denkende, wy ons niet meer dan eene eenige Eigenschap van dien,
te gelijk voorstellen, ende verbeelden konnen; ende dat wy daar
beneevens die eene niet; wy laten staan alle Goddelike Eigenschap-
pen, in der waare diepte ende breedte,c begrijpen konnen.
Gelijk wy ook bevinden, dat wy ons selven met goede reedenen
verheugen, ende ons verwonderen moeten, als wy van dat Godde-
lik Weesen ietwes het minsten, ten regte verstaan: alsoo dat minsten
eene waare aanleiding geeft, om alle de andere Goddelijke Ei-
genschappen ook te konnen verstaan.
Geheel anders is het gesteld met den Menschen, alsoo by der
selven bepaald Weesen, veele toevalligheeden d konnen zijn, ende
ook afweesen; sonder dat hun Weesen in sig selfs, ofte het denkbeeld,
dat wy daar van hebben, vernietigd, ofte in een versiersel veranderd
werde. Hoewel de Menschen door die toevallen geduurige ver-
anderingen onderworpen zijn, ende wy ook naar ons gelieven nu
op eene menschelike toevalligheid, ende dan weederom op het ei-
gentlik Weesen der Menschen denken konnen; tot dat die Mensch
komt te sterven.
De Goddelike ende ook de Menschelike Saaken op deeser wij-
se door eenen Denkbeelde in onse gedagten ofte Herssenen komen-
de, ende ook aldus buiten onse gedagten ende Herssenen, waare-
ende daade-lik a gesteld weesende: Soo volgd van selfs, dat de
Afgooden-dienaars, als bouwende op eener dwaalinge, op eenen ver-
siersele, op eenen niet, van allen goeden gronde, om daar op te
konnen bouwen ende daar van ietwes goeds te verwagten, ofte
voor den quaade verseekerd te weesen, ontbloot zijn. Ende dat
sy des niet te min aan dat niet haare Lof-sangen, Gebeeden, ende Dank-
seggingen stortende, ofte haar Offerhanden doende, behoorden te
weeten, dat de Priesters van dat niet, waarelik die Offerhanden
meest weg dragen, immers dat die onweetende, vreesende Men-
schen, welke die Offerhanden doen, door die Offerhanden ook ge-
meenelik plagten verarmd te werden.
Gelijk meede daar uit volgd, dat warelik den Afgooden-dienaa-
ren, hunne ongerustheid des gemoeds niet ontnoomen, nogte hun-
ne arremoede voorgekoomen kan werden, dan met de Afgooden soo
verre te veragten, dat sy den selven geene Ofterhanden meer doen
willen.
Sulks eindelik wijders daar uit ook volgd, dat die selve Men-
schen geene volkoomene gerustheid des gemoeds, met bygevoug-
de Rijkdommen verkrijgen ende behouden konnen: dan met het
Beeld des Afgods, dat is het versiersel hunner herssenen te vernieti-
gen, ende met daar en tegen een denkbeeld van den waarhaftigen God
formeeren, ende vastelik vertrouwen, van den al-wijsen, onein-
delik goeden, ende al-magtigen Goode, alles goeds te sullen verkrij-
gen, ende ook van allen quaaden te sullen werden beschermd, be-
vrijd ofte verlost. Eeven gelijk de Afgooden-dienaar onser FABU-
LE, eerst aan de kraften sijnes Afgods twijfeld, daar naa sijne Of-
ferhanden inne houd, ende eindelik des selven Beeld in het geheel
verbrijseld hebbende, met veele Rijkdommen vervuld werd.
De heilsaamheid van op den waaren Almagtigen eenigen God te
betrouwen, ende de schaadelikheid van in sijne herssenen Afgoo-
den te versieren, te maken, te vreesen ende te dienen, aldus voor-
scherpsten ende in het breeden te ondersouken, ende aan te wij-
sen, of ende welke nu onder de bekende Volkoren, jaa selfs on-
der de genaamde Christenen, Afgooden-dienaars gevonden werden.
Maar ons voorneemen van alleen FABULEN met weinige woor-
den te verklaaren, laat dat niet toe. Sulks wy deesen aangaande,
niet dan kortelik sullen aanwijsen, dat de Rooms-gesinde Christenen
veele teegen een strijdende versierselen in haare herssenen gesmeed,
ende gemaakt hebben, die sy eeren, vreesen ende dienen; ende
ook andere Menschen met gewelde ten geloove op te dringen trag-
ten. Welke wijse van een geloof waarelik voort te setten, alsoo
ongerijmd ende teegen een strijdende is, als hun geloof selfs.
Naamelik, de tegen een strijdende versierselen, die wy in de Roomse
Kerke meenen te sien, zijn dese: dat de Paus van Romen naar Lighaam
en Siele, een gemeen Mensch zijnde, des niet te min in sijne mee-
ningen omtrend Saken van den Godsdienst, onfeilbaar? is. a Dat God
Almagtig, die een God van ordre is, door de ooverblijfselen, het zy van
lighaame, het zy van kleederen der afgestorvene Heiligen, b ja selfs
door de Beelden der selven, wanneer die Heiliglik gediend ende
ge-eerd werden eenige wonderen, c dat is Saken sonder genougsame
en bequame oorsaaken, ja selfs op de eene plaatse meer als op de an-
dere soude willen doen. Dat sy wetenm dat de Heiligen die afgestor-
ven, ende door den Pause Heilig te weesen verkondigd zijn, des
niet te min onse gedagten weeten, ende onse gebeeden verstaan.
Dat uit krafte van vyf woorden, door eenen Rooms Priester pleg-
tiglik oover een stukjen Broods gesprooken, d het selven in een
geheel menschelik Lighaam verwandeld, jaa God Almagtig selver
soude geworden zijn: Ende dat soo een geheel menschelik lighaam
des niet te min door eenes anderen Menschen mone, in des selven
mage, welke dog kleine deelen onses lighaams zijn, verswolgen ende
begreepen ofte beslooten soude konnen werden, en dat by gevolge
wy geloven konnen, dat het Deel grooter soude konnen wesen als het
der Rooms-gesinden, niet dan eene gedurige ontsteltenisse ofte verwer-
ringe van gedagten, vreese en schrik voor den Vageviere en der Helle,
niet alleen, maar ook insonderheid voor den Sieken ende Siel-toogen-
den, ofte voor de ooverleevende veroorsaaken konnen, wanneer
hare Priesters daar by leeren, ende den Menschen konnen doen ge-
looven, dat door den Priesteren ofte haare Gebeeden, ende ook door
Siel-missen, die nieman dan een Priester doen mag, ende sal, mits
eenige Penningen genietende, de afgestorvenen uit den Vageviere ver-
lossen konnen, ende sonder geld-schietinge niet sullen.
Ende oovermits de Souveraine ofte opperste wettige Regeerders
eenes Lands, ook waarelik Gooden in de Heilige Schriften werden
genaamd. a Soo moet ook daar uit volgen, dat alle Onderdanen,
welken soo eene groote magt werd opgdraagen, ofte welke tot soo
eene groote magt indringen ofte sig laten indringen, dat die magt
door den Souverain niet weederom ingetrokken kan werden: ofte
dat ook soodaanige Onderdaanen ende Dienaaren van Staat, wel-
ke de Wetten des Lands, ofte der Republike Handvesten ver-
treeden konnen, sonder daar oover door de Souveraine Ooverigheid
vaardiglik gestraft te konnen werden, waarelik in die Republike
der aller-ondeugensten ende ook der aller-onweetenste Ingeseetenen,
ofte Politike Afgooden zijn, en dat soo wel de als dan krafteloose Re-
genten ende Ingeseetenen, aldaar in geduurige twisten, verwer-
ringe, vreese ende sorgen ellendig moeten leeven, ten zy die
Afgod verbrooken werde, ende de wettige Souveraine Regenten als
dan haare kraften soo wel hervatten, dat sy de Wetten ende Hand-
vesten der Landen ende Steeden, van allen Onderdaanen ofte In-
geseetenen, hoe groot die ook weesen mogen; konnen doen ge-
hoorsaamen ende ook naar koomen: Ende de Overtreeders, ofte
Verbreekers der Wetten, oude loffelike Gewoonten, ende der Hand-
Vesten, naar inhoude der selven konnen doen straffen.
Wat de eigendlijke Leer onser FABULEN zy, is onnoodig
hier op den einde gesegt, alsoo de sin van dien door onse voor-
gaande Reedenkaavelinge genougsaam blijkt.
Quod finxere timent.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem074 MOTTO_NLEn buig u voor geene vreemde Gooden, maar
verbreek ende vermorsel haare Beelden.
Exod. cap. 23.
76. De Vos ende het Mom.
EEn Eesel, hebbende by gevalle gevonden eenen Lee-
wen-huid, kleede ende bedekte sig daar meede het be-
sten hy konde; ende dus door Bossen ende Velden sijnen
Meestere ontloopende, deede hy de onnoosele beesten,
als Haasen ende Herten, schrikken: ende sulks siende,
wierd hy daar door ook soo laat-dunkende ende baldaa-
Schaapen ende Kalvers sig meede souden voeden, vertrad
ende verdorf: als wanneer hy van eenen Vosse bekend,
ende aan sijnen Meestere verklikt wierd; die hem van den
Leewen-huide ontbloote, ende onder stokslaagen hem leer-
de, dat hy met sijne eigene huid, die hem van sijne Ou-
deren aangebooren was, ende hem wel paste, sig te vree-
den houden moest.
Daar naa gebeurde, dat een Luipaard, die sig weegens
sijne veelvuldige wel-geteekende Vlakken, by alle onnoo-
sele vier-voetige Dieren, voor de schoonste van allen uit-
gegeeven had, ende ook vervolgens ge eerd was gewor-
den, deesen selven Vosse ontmoetede, ende ook by hem
roemde, de schoonste aller vier-voetige Dieren te zijn, en-
de als soodaanig ook ge-eerd te moeten werden; als wan-
neer de Vos hem antwoorde: ,, Uw klein verstand ende
,,weinige kennisse maakt, dat gy soo laat-dunkende zijt,
,,dat gy u verre boven uwes gelijken, ja boven uwe meer-
,,deren verheft, als niet weetende, dat in geen schoon Vel de
,,waarhaftige schoonheid eenes Beesten is, maar dat die
,,innerlik bestaat in seer klouk van oordeele te weesen, als
,,ook in seer groote kennisse te hebben, ende bysonderlik
,,in een seer goed gebruik van dien. Loop derhalven heen
,,gy Nars-kap, ende doed u van de gekke Dieren ont-
,,sien ende eeren; van my hebt gy dat niet te verwagten.
Eindelik gebeurde, dat die selve Vos quam in den werk-
huise eenes Beeldhouwers, alwaar hy seer wonderlik kon-
stig gemaakt Beelden besag, onder alle welke meest uit-
stak, ende hem seer wel behaagde, een uitneemend schoon
Vrouwen beeld; welk alsoo hy seer vriendelik aansprak,
ende geen antwoord kreeg, hy ook daar naa het selven
besag. Ende eindelik in dese woorden uitberste: ,, Geen
,,wonder is het, dat gemeene Beesten sig van schoon-
,,schijnende laaten bedriegen, alsoo ik selfs by naast mis-
,,leid was van deesen schoon-schijnenden Vrouwen-beelde,
,,eer ik ter deegen de innerlike schoonheid van dien on-
,,dersogt, ende bevonden had, of, ende dat daar in wa-
,,relik seer goede Herssenen waaren; alsoo daar in alleen
,,de voornaamste schoonheid bestaat: ende oovermits ik
,,nu bevind, dat de selve Herssenen u in het geheel ont-
,,breeken, soo kan ik niet meer ten uwen loove seggen,
,,dan, Hoe schoon soud gy waarelik weesen, indien gy
,,goede Herssenen had ! ende hoe gekkelik staat gy nu
,,voor my, dewijl ik weet, dat die u ontbreeken !
Uitlegginge der Woorden
.Met den EESELE onder eenen Leewen-huid, werd
verstaan een plompert, die by geluk tot hoog-
heid is geraakt, ende die oover sulks alle minde-
re andere menschen, veragtelik oover sijne schou-
deren aansiet, ofte voor ende met sijne magt een
yder wil doen schrikken.
Met den LUIPAARDE, een Pronkert van 'klein ver-
stand, die door sijne schoone Kleederen, groote Rijk-
dom, Pragt ende Praal, wil ge-eerd ende gediend zijn.
Met de eenvoudige onnoosele DIEREN, eenvoudi-
ge menschen, welke door dien schijn bedroogen werden.
Met den VOSSE, wijse ende ervaarene menschen, die
den schijn ontdekken, ende de geveinsde Hypocriten
ten toone stellen.
OM dat in deese Weereld geene Menschen, hoe gelukkig sy
ook morgen weesen gebooren, sonder swakheeden ende ge-
breeken zijn; ende om dat sy alle, hoogere gedagten, ende ook meer
liefde hebben van, ende voor soodaanige Menschen, wiens swak-
heeden ende gebreeken sy niet weeten: dan van ende voor soo-
danige Menschen, welkers swakheeden ende gebreeken sy seer
wel kennen: soo siet men ook daar en booven seer weinige Men-
schen die soo bescheiden ende maatig in haare oordeelen ende ge-
neegendheeden zijn, dat sy alle de swakheeden ende gebreeken
eenes Menschen in de eene, ende daar en tegen alle de volmaakt-
heeden ende deugden des selven in de andere schaale gelegt heb-
bende; als dan eerst, ende niet eerder ooverweegen ende oor-
deelen, welke schaale swaarder is, ende hoe veel ende hoe weinig
soodanig een Mensch behoorde geagt ende geschat te zijn, waar-
dig te weesen.
Ende oovermits by opgemelde menschelijke gebreeken ofte
swakheeden nog komt onse aangeboorene eigen selfs liefde, soo maakt
die, dat wy soo haast geene kennisse van iemans swakheeden en-
de gebreeken gekreegen hebben; of wy werden door eene ver-
keerde eergierigheid ofte nijd teegen den selven soodanig met voor-
oordeelen ingenoomen, dat wy daar naa in dien selven Mensche
naaweliks eenige Volmaaktheden ofte Deugden aanmerken konnen.
Ende oovermits ook alle Menschen verpligt zijn, haar eigen baat
te souken; voor soo veele het selven sonder naadeele eenes derden
kan werden verkreegen: soo behoorden ook alle de selven genee-
gen te weesen, haare eigene swakheeden ende gebreeken, in het
gemeen voor anderen Menschen, soo veele haar doenelik is, te
verbergen; sonder sig te vergenougen, met seer oopenhertig lee-
vende, wel te doen ende vrolik te zijn, om aldus bekend te wer-
den voor soodaanigen als sy waarelik zijn. Met welke onse mee-
schelike Saaken; ende manhafte kloukmoedigheid, onvergelijke-
like Trajano Boccalini, wanneer hy ons leerd, dat alle ende selfs de
allerbeste Menschen, welke oover anderen, ofte in eenige publike
Amten en Diensten gesteld zijn, aldaar de onderhoorigen, niet soo seer
door dwingen ende oover-reeden; als wel door haare authoriteit
ende haar aansien, beweegen konnen, om ietwes te doen ofte te
laaten, ende dat sy alle haar aansien verliesen souden, indien sy niet
sig in alle haar doen met een graantjen geveinsdheid vercierden.
Ende om deese onse generale gedagten door de bysonderen te
verklaaren, soo vraagen wy den Leeser, welke Pausen, Cardinalen,
Biskoppen, Abten, Priesters, Monniken, Professoren, Leeraars, Predikan-
ten, Etc. ofte Keisers, Kooningen, Vorsten, Veld-ooversten, Raads-heeren
van eenige Hooven van Judicature, Hoovelingen, Borgemeesters, Schee-
penen, Raaden, Etc. souden alleen door haar aansien, ende sonder
dwang by den Onderdaanen, ende by den gemeenen Menschen
ietwes vermogen, ende die beweegen om haar te gehoorsaamen;
indien sy alle wisten met wat swakheeden ende gebreeken de sel-
ven binnen haare Kloosteren, Hooven, ende Huisen, gemeenelik on-
der malkanderen, ofte met haar gesinne leeven: ende met hoe wei-
nige liefde ende mindere sorge voor het gemeen welvaaren, de
meesten der selven regeeren; als ook eindelik, hoe quaalik, quistig
ende ooverdaadig die penningen, welke soo beswaarelik door de
gemeene Onderdaanen gewonnen ende suurelik opgebragt door de
gemeene Onderdaanen gewonnen ende suurelik opgebragt zijn;
besteed, verquist, ende misbruikt werden? Ende verseekeren wy
ons, dat de bescheide Leeser op deese Vraage sal antwoorden, dat
niet een der selven opgemelden, gewilliglik ge-eerd ende gehoor-
saamd soude werden: alsoo selfs een Heilig Propheet in sijnen eigen
Lande niet ge-eerd kan werden van sijne Landsluiden, ende dat al-
leen, om dat sy hem meer dan de Vremden kennen: ende dat daar
en teegen een Vremde, om dat hy niet genoug bekend is, door-
gaans meer werd ge-agt ende ge-eerd, dan hy warelik waardig is.
Dog alsoo deese verberging? onser swakheeden ende gebreeken,
eigendlik niet is die Hypocrisie ende Geveinsdheid, welke Goode en-
de den Menschen soo seer mishaagd, dat die soo wel in onse Hei-
lige Euangelien, als in onser FABULE, seer ernstig bestraft werd;
heid; soo moet daar van nu ook ietwes gesegt werden. Namentlik
dese schadelike geveinsdheid huisd in die Menschen , welke van sig ge-
ven ende veinsen te besitten die Volmaaktheeden ende Deugden,
welke waarelik in haar niet zijn, ende die daar en boven dese vein-
sery gebruiken, alleen op dat het selven van den eenvoudigen
Menschen geloofd werdende, sy ten haaren eigen meesten voor-
deele die bedroogene ten meesten souden konnen beschaadigen.
Sulks waarelik hier met onse FABULEN ook in het bysonder
werden afgebeeld die Menschen, welke veinsen eene grootere
liefde tot God ende haar eeven naasten te dragen, als andere gemee-
ne Menschen, ende dat alleen, op dat sy middeler-wijlen van die
eenvoudigen ge-eerd, ge-agt, ende ontsien werdende, der selver
diensten genieten, als ook der selver, jaa der Weeduwen ende
Weesen goederen, Huisen ende Landen, inslokken souden moo-
gen ende konnen. a
Gelijk voor deesen de beveinsde Phariseen, oover welken des
weegen in de Eevangelien soo meenigvuldig Wee, Wee, uitgeroepen
werd, sulks deeden, ende de Roomse Geesteliken nu nog heeden het
selfden veel konstiger, meesterliker ende ooverdaadiger doen. En-
de daar en boven werden in onser FABULE afgebeeld die Men-
schen, welke voorgeeven veel grootere magt, schoonheid ende
kennisse te hebben, dan sy waarelik besitten, ende dat alleen, op
dat sy sig daar door van den eenvoudigen Menschen souden doen
vreesen, dienen ende gehoorsaamen.
Gelijk wy hier sien, dat de Eesel door den Leewenhuid de sterk-
te ende de felheid eenes Leews; de Luipaard door sijn geplakt Vel
sijne schoonheid, ende het schoon Vrouwen-beeld, eene uitneemende
menschelike kennisse ons verbeelden wil; ende dat die Eesel, Luipaard
ende dat Vrouwen-beeld, wel van den onnooselen Dieren, dat is,
wel van den eenvoudigen Menschen, die het binnensten der selven
niet weeten, maar niet van den Vosse, dat is wijse Menschen,
die het innerliken der selven wel doorsogt hebben, voor soodaani-
gen gehouden, ontsien ende gediend werden: Jaa sien wy hier
daar beneevens, dat die selve Vos ende wijse Menschen, deese Hy-
le Weereld beschaamd maaken.
Sulks waarelik die bysondere Geveinsden, met haare Hypocrisie en-
de Geveinsdheid, geduurende haar kort ende broos leeven, altijds
wel vreesen afterhaald te sullen werden, maar soo veele voordeel
ende vreugde niet behaalen, dan of sy in der daad vromelik han-
delden, ende daar op sig vervrolikten.
Dog moogen wy eindelik hier niet verbergen, dat die Hypocrisie
ende Geveinsdheid der geenen, welke eene souveraine ofte publike Magt
oover Kerk ofte staat besitten, alleen door die onweederstandelike
Magt, soo diepe wortelen schiet, ende die vrugten voortbrengd in
de herten ende herssenen aller gemeene Ingeseetenen, dat die Re-
genten sulks weetende, ende daar op betrouwende, alle andere Wijse
Ingeseetenen, welke die Geveinsdheeden ende Bedriegerien begin-
nen te ondekken, ofte verdagt werden te sullen oopenbaaren, de
selven aanstonds konnen doen beschuldigen en schandelik dooden,
als of sy a de Goddelike ofte Koninglike Hoogheid gequetst hadden. En-
de is dit het gunt Lodorik de elfde dier Name, Koning van Vrankrijk,
Regenten niet noodsaakelik is, jaa aldaar gebruikt werdende, den
selven Geveinsden veeltijds meerdere schaade aanbrengd, dan of
sy den regten weg des Deugds waaren ingegaan.a
Weshalven wy eindelik seggen, dit de Leer onser FABULE te
weesen, dat wijse ende deugdsaame Menschen, hare swakheeden
ende gebreeken, wel moogen ende ook behoorden voor den ge-
meenen Menschen te verbergen: Maar dat alle die geene, welke
eenige Heiligheid ofte Deugd veinsen, om door dat middel ten naa-
deele haares eeven naasten, haare eigene grootheid ofte voordeel te
bejaagen, seer schaadelike, schandelike, ende vervloukte Men-
schen zijn, ende dat sy seekerlik altijds soodaanigen sterven.
Bene agere & laetari. Eccles. 3
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem075 MOTTO_NLSiet niet drouvig als de Phariseen, maar wagt u
van haare geveinsdheid. Matth. 6. 16, 23.
77. De Poffer ende Loogenaar.
EEn rijke Boer, die in sijner Jeugd als een Reiser, vee-
le vreemde ende verre afgeleegene Landen had be-
sogt, ende veele Jaaren naa een uitlandig was geweest,
eindelik weederom in sijnen Vaderlande komende, roem-
oovertreffelike Helden-stukken, die hy buiten des Lands
bedreeven had. Ende onder anderen swetste hy eenmaal
van eener soo uitneemende groote spronge, die hy tot
Rhodos soude hebben gedaan, dat geen der Inwooneren
van Rhodos hem het selfden had konnen naar doen. En-
de dat ook alle de Rhodiensen dat geseiden souden met der
waarheid konnen, ende ook willen betuigen. Ende alsoo
eener uit den geselschappe daar op uit schoot:,, Mijn lie-
,,ve Vriend! indien het gunt gy segt, waarhaftig is, soo
,,behoufd gy geene getuigen om ons sulks te doen geloo-
,,ven; maar is noodig, dat gy het metter daad bewijsd;
,,Denk derhalven, dat hier Rhodos is, ende wy Rhodien-
,,sen zijn, die getuigenisse van uwe oover-groote spron-
,,gen sullen geeven, doed die maar, ende wy sullen toe-
,,sien. Deese Poffer dus in sijne woorden gevat zijnde,
ende geene grootere sprongen als gemeen konnende doen,
ofte dervende onderneemen te doen, wierd van allen den
toehoorderen uitgelaggen, soodanig, dat hy met schaam-
te uit der vergaaderinge moest gaan.
Ende dit gerust oover den gantsen Lande verspreid
werdende, soo konde hy voortaan in geene geselschappen
komen, ende aldaar eenig woord voeren, sonder aanstonds
bespot ende uitgelaggen te werden. Het welk hem soo
verdrietig viel, dat hy voornam eensaamer als voor heen
te gaan leeven, ende voortaan sijne Schaapen niet meer
door eenen andere, maar selfs dageliks op der Heiden in
sijner eensaamheid te drijven, ende aldaar voor den Wol-
ven te hoeden. Dit aldus eenen korten tijd gepleegd heb-
bende, ende sijne gewoonte van liegen niet verleggen
konnende, soo viel hem in den sinne een middel om daar
de geenen, welken hem van te vooren bespot ende uit-
gelaggen hadden; hy veinsde derhalven, dat eenige VVol-
ven waaren gekoomen, om sijne Schaapen te rooven,
ende riep ooverluid:,, Help goede Buuren, help! want
,,de Wolven willen mijne Schaapen eeten. Nu is het my
,,ernst, help! op dat ik het hier naa u ook doen moge.
Sulks de selve Buuren seer haastig toegeloopen zijnde, al
weederom van dien Loogenaare bespot ende uitgelaggen
wierden. Dog als eindelik gebeurde, dat waarelik seer
veele Wolven op hem ende sijne Schaapen aanvielen, ende
hy met waarhaftige traanen in den oogen, seer erbarme-
lik riep:,,Kom nu lieve Buuren, kom nu niet alleen mij-
,,nen Schaapen, maar ook my ten hulpe, want seer veele
,,Wolven sullen anders sins my ende mijne Schaapen ee-
ten. De Buuren dit hoorende, meenden, dat hy haar
als voor heen bedriegen, bespotten, ende uitlaggen wil-
de: waarom ook elk ten sijnen huise bleef.
Sulks die Harder?, terwijle die Wolven alle sijne Schaa-
pen verslonden, ter naawer nood bossewaarts den Wolven
ontvlugte, met op eenen Boome te klimmen ende af te
men zijnde, schaamde hy sig weeder by den Menschen
te gaan, om van den selven, welke hy bespot had, ge-
ende arremoede onderstand te bidden: Weshalven hy in
den Bosse al dwaalende, hongerig ende kout zijnde, om-
me sworf, soukende naa eenige Aard-ende Boom-vrug-
ten, als ook naar eenig hol, om sijnen buik te konnen
versaadigen, ende sig in den kuile te bergen, ofte te verwar-
men. Als wanneer hy te sijnen gelukke ontmoete een
goed-aardige Satyr, die meede-doogen met den hongerigen
kouden Menschen hebbende, hem ten sijnen huise noodigde,
ende derwaarts leidende, onderwijlen sag, dat hy t'elkens
in sijne handen blies, weshalven hy vroeg, waarom sulks
geschiede? ende ten antwoorde kreeg, Om de handen te
verwarmen. Deese Satyr daar naa den Mensche aan ta-
fele seer heete spijse voorgeset hebbende, sag weeder-
om, dat de selfde Man ook op de spijse bliesl sulks hy
hem ten tweeden maale vroeg, waarom hy dat deede?
ende als hy ook ten antwoorde kreeg, Om die spijse te ver-
kouden; soo voer die Satyr daar op uit in volgender wijse:
,,zijt gy een Mensch, die naar het u geliefd, heet ende
,,koud uit eenen monde blaasen kond, ende ook waare-
,,lik blaast, soo wil, nog kan ik met u eenige de minste
,,gemeenschap hebben. Vertrek derhalven aanstonds uit
,,mijnen huise. Sulks die Loogenaar in den Bosse nee-
vens de wilde Beesten, sijn kort ende onuitspreekelik el-
lendig leeven doorbragt.
Uitlegging der Woorden.
Met een REISER, ende met een SCHAAP-HER-
DER, hebben de Ouden verstaan, een be-
schaamde ende een onbeschaamde Loogenaar.
anders Broer simpel gesegt.
WY bevinden, dat de goede, wijse, ende Almagtige God, onser
Siele heeft ingestort a veele geneegendheeden ende begeerten,
welke als door geene voorgaande Reedenkaavelinge in ons veroor-
saakt werdende, aan den Weesen der Menschen ofte menscheliken aard
schijnen vast, ofte eigen te zijn. Als namelik is, onse begeerten om
liever te leeven als te sterven. Om ons lighaam te beschermen tegen alles,
waar van het staat gequetst te sullen werden. Om soo wel in ons
leeven, als ook naa onse dood, van andere Menschen ge-eerd te
werden.b Ons te verblijden ofte te bedrouven, wanneer wy geden-
ken ietwes goeds, ofte ietwes quaads gedaan te hebben.c Als ook
ons te verheugen ofte te treuren, als wy sien dat eenen anderen Men-
sche ietwes seer goeds ofte seer quaads oovergekoomen is, eeven of
wy aan beiden deelhaftig waaren, Etc.d Ende vougen wy einde-
lik daar by, om onser FABULE te naaderen, de begeerten om van
alle saaken de waarheid te weeten,e ende onse gedagten, die wy heb-
ben, aan andere Menschen te oopenbaaren, ende bedroufd te zijn, als
een ander ons liegd. Van het welken wy aldus Reedenkaavelen.
Onder Goodes Schepselen, waar meede wy eenige gemeenschap
hebben, zijn ons geene dan de Menschen alleen, bekend, welke
met eene denkende ende herdenkende Siele begaafd zijn. Ende mee-
nen wy de waar-ofte on-waarheid der Saaken, ten opsigte der Men-
schen, te bestaan, in de oover-een-komste ofte verscheidendheid van
der selven gedagten, met der Saaken, waar op sy denken, ende
mits dien haar die Saaken innerlik soodaanig verbeelden, als sy in der
a Instinctus Naturae.
b Stat sua quique dies breve ? irreparabile tempus.
Omnibus est vitae sed Eamam extendere Factis,
Hoe Virtutis opus. Horat:
c Se judice nemo nocens absolvitur. Iuvenal. Sat,13.
d Ut redentibus arrident sic flentibus adsunt,
Humani vultus si vis me flere dolendum est,
Primum ippsi tibi. Horat.
e Amicus Plato, Amicus Socrates sed magis tamen Amica Veritas.
ende goede God, beneevens die Reedelike Siele, daar en booven de
Menschen begaafd heeft met der bequaamheid, om alle haare ge-
dagten, welke sy van eenige Saaken hebben, onderling bekend te
maaken, door eenige woorden ofte teekenen, welke eene seekere be-
teekeninge hebben. Ende seggen wy, die woorden ofte teekenen
waar-ofte loogen-agtig ende vals te weesen, naar dat die, inner-
lik met onse gedagten oover een koomen, ofte daar van verschil-
len.
Ende is het niet min een gonstig Goddelik ingeeven, dat wy meer
geneegen ende meer verblijd zijn eene waarheid te spreeken ofte
gesprooken te hebben, dan eene Ioogen. Dog oopenbaard sig tus-
schen de waarheid te willen weeten, ende die ook te willen den
Menschen oopenbaaren eene seer groote verscheidendheid. Naa-
demaal wy altijds ende van alle Saaken, de waarheid moogen en-
de ook willen voor ons selven liever weeten, dat niet weeten;
om dat het ons wel baaten; maar niet schaaden kan, die waar-
heid voor ende in ons selven ontdekt, ende uitgevonden te heb-
ben: Ende dat wy daar en teegen ons geneegen vindende, eeni-
ge waarheeden aan onse eeven naasten te oopenbaaren, alvoorens
behoorden wel te ooverleggen, of het ons, ende den selven nut
sal weesen, hem die waarheid geoopenbaard te hebben, dan of
hem ende ons het selven schaadlik sal weesen.
Want indien wy, het oopenbaaren der waarheid, in dien stan-
de Saaken oordeelen onnut ende schaadelik te sullen weesen;
soo is het eene Saak, die sig selven leerd, dat het beeter ism die
kennisse te verbergen, ende die alleen voor Goode ende by ons te
houden, dan die te oopenbaaren.
Jaa dat meer is, uit den selven gronde volgd ook onweeder-
spreekelik, dat wanneer het verswijgen der waarheid niet genoug-
saam is, om het quaaden ons ende onsen eeven naasten te hou-
den, ende het goeden op ons ende op onsen eeven naasten te doen
needer daalen; ende dat wy waarelik meenen beiden door geen
ander middel te konnen vermijden ende verkrijgen, dan met loo-
gens te spreeken, die ten niemans naadeele strekken; dat wy als
dan die loogens te spreeken verpligt zijn. Hoewel wy het selven
genen, ende met eene geduurige geneegendheid, van liever de
waarheid te spreeken, dan te liegen, in dien sulks met de liefde,
die wy ons selven ende onsen eeven naasten schuldig zijn, konde
bestaan.
Ende zijn dit als dan de vermaarde ende waarhaftige * Heilige
Bedriegeryen, welke sy sonder eenige beswaaringe onses gemoeds,
geduurig gebruiken omtrend Menschen, die haarer sinnen niet
wel Meesters zijn, als Kinderen, Gekken, Dollen, Raasenden, Dron-
ken, Sieken, ende door toorne Verrukte Menschen; wanneer die,
door haar de waarheid te oopenbaaren, beleedigd, ende door ee-
nige loogens haar te doen gelooven, staan gebaat te werden. Ende
zijn deese opgemelde bedriegeryen niet die loogens, welke onse
FABUL bestraft: Maar het zijn die loogens, welke uit eigene ge-
neegendheid ende buiten alle noodsaakelikheid werden geloogen
Naamelik, wanneer men liegt, om te schijnen wonderlik veel te
weeten, ofte besogt te hebben. Of wel om andere Menschen te
verongelijken, te beschaadigen ofte te bespotten. Of wel, het
zijn die loogens, welke te spreeken, de Menschen in haare jong-
heid aangewend hebben, eer sy te regt konden bedenken, hoe
groot een quaad het zy, sig in het Ioogen spreeken te vermaa-
ken, alsoo die quaade oude gewoonte van liegen, den Loogenaaren
altijds by blijft, ende haar nooit, dan in den grave verlaat.
Ende zijn deese Loogenaars des te verfoejeliker, om dat sy niet
alleen haar Eeven-naasten misleiden, bedriegen ofte beschaadi-
gen: maar ook, om dat sy als de aller-ondankbaarste Menschen ver-
pligt zijnde, Goode dankbaar te zijn oover die aller-grootste wel-
daad, van haar bequaam gemaakt te hebben, tot den ommegan-
ge met andere Menschen, ende dat alle die bequaamheid hier in
bestaat, dat sy onderling haare gedagten konnen bekend maaken,
sy des niet te min, voor soo veel haar aan gaat, in teegendeel deese
groote gaave Goodes in haar genougsaam vernietigen, ofte onnut
maaken, ende soodaanig verderven, dat het waarelik ons veel
nutter is, ende ook aangenaamer behoorde te weesen, met domme
stomme Beesten, die ons niet bedriegen nogte beschaadigen, te ver-
oopenbaaringe hunner gedagten, van alle voorkoomende Saaken;
hebben verwisseld tegen eene konst, om andere Menschen, daar sy
meede omme gaan, te bedriegen en te beschadigen; ende welken dien
volgende sig ook ter, ende der verkeeringe, met reedelike Men-
schen alles sins onnut, ende gants onwaardig hebben gemaakt.
Want indiene waarhaftig is, het gunt de Oud-vaader Augustinus segt,
naamelik, dat het veel beeter is tot sijn geselschap te hebben ee-
nen bekenden Hond, dan eenen Mensche, wiens taale men niet
verstaat: Soo is nog veel meer waarhaftig, dat het veel beeter is
te verkeeren met Beesten, dan met Menschen, die haare taale ge-
duurig gebruiken, om Menschen, die met haar omme gaan, te
bedriegen ende te misleiden, soodaanig, dat sy door der bedroo-
genen ende mis-leiden schaade, haaren eigen-baat bejaagen sou-
den konnen.
Ende daar en boven soo werden die Loogenaars, hoe snel sy mee-
nen voor te loopen, veeltijds op der daad, van der waarheid in hun-
ne Loogenen afterhaald; ende daar oover van den Menschen be-
spot. Jaa dat meer is, die bekende Loogenaars veroorsaaken ook
ten hunnen eigen naadeele, dat, wanneer sy daar naa in ernste de
waarheid spreekenm ende gaarne van andere Menschen geloofd of-
te geholpen souden werden, sy nogtans geen van beiden verkrij-
gen. Eevn gelijk wy in onser FABULE sien, dagt de Ioogen.
agtige snorkende Reiser, niet jeegenstaande hy oover sijne groote
sprongen, alleen in Boeren-geselschappen roemde, hy efter aan-
stonds afterhaald ofte beschaamd werd: ende dat de Ioogen-agtige
seer erbarmelik roupende Harder, de waarheid spreekende, niet ge-
loofd werd, nogte eenige hullpe bekomt, maar in teegendeel oo-
ver sijn verlies bespot werd.
Sulks ook daar naa die Loogenaars sig uit alle geselschappen hun-
ner bekende Menschen moetende onthouden, als dan gemeenelik
gaan dwaalen, ende geen geselschap vinden, dan der aller-gering-
ste ende onkondigste Menschen, die nietwes te verliesen hebbende,
naar het doen der Menschen, eer sy sig met den selven gemeen
maaken, niet verneemen, maar door den rijkdom ofte uiterlijke
aansienelikheid der selven, misleid werdende, sig laaten voorstaan,
den: by welken, alsoo sy haare gewoonte van liegen niet gelijk haa-
re oude Schoenen konnen af leggen, sy ook seer haast daar in af-
terhaald, ende selfs uit ofte van die by een wooninge der geringste
Menschen verdreeven werden. Waar door de Loogenaars eindelik
als veragtelike Beesten, buiten allen verkeere ende ommegang van
Menschen, haar leeven eindigen moeten. Eeven gelijk de Loo-
genaar onser FABULE van alle bekende Menschen verlaaten zijn
de, sig bossewaarts onder de Satyrs begeefd, ende aldaar ook in
sijner Loogen-taale afterhaald zijnde, ende uit den geselschappe
der selven verdreeven werdende, onder den Beesten in den Bossen,
sijn leeven seer ellendiglik eindigen moet.
Ende alsoo alle het voormelden soo klaar is, dat ter bevestinge
des selven geene Exempelen behouven bygebragt te werden: soo
sullen wy ook meer ter verlustiginge als ter onderrigtinge des
Leesers, eenige van dien hier laaten volgen.
In den beginne der Reformatie des Christeliken Godesdienst, waren in
het gemeen de Papen ende Monnikken der Roomse Kerken van alle goede
reeden-kavelinge ende van alle kennisse der Heilige Schriften, soodanig
ontbloot, dat sy in steede van met de selven hunnen Goodesdienst, als
ook hare Hierarchie ofte Kerkelike Regeeringe, te bewijsen, en de Leere
der Reformateurs in den beginne seer onbeschaamd, ende schan-
delik wegens hare leer ende leeven, te beliegen. Gelijk sy ten desen ein-
de uitstrooiden, dat Joan Calvin in sijner Jongheid tot Noyon oover
begaande Sodomitische Sonde, door het Gerigt oopentlik gegeesseld,
ende gebrandmerkt was geworden; Ende van Martin Luther, dat hy
gemeensamelik met den Duivele plagt omme te gaan; Welke eerste
schaamteloose Loogen, door het getuigenisse des Gerigts van Noyon
weederlegd, a ende de tweede in volgender wijse bespot, is ge-
worden.
Lang na den ooverlijden van Martin Luther, is gebeurd, dat eenige
Monniken en Protestanten by een gekomen weesende, om eenige ver-
schillige Leerstukken te betwisten, een der Monniken den Protestanten
seide, seekerlik onderrigt te zijn, dat Martin Luther in sijn leven niet al-
lik na sijne Dood in eenen Duivele veranderd was: alsoo men naa-
maals sijne Dood-kist oopenende, daar in eene swarte Muis, ende
geen Lijk gevonden had. Welke Loogen aldus van eenen der
Protestanten beandwoord wierd; Gy verhaald die Historie maar ten
halven, sulks dienstig is, dat ik die nu ten einde uit voordraage;
soo als die naar die selve waarheid gebeurd is. De Muis, dus lan-
ge als gy verhaald hebt, beslooten zijnde geweest, had eenen
seer grooten honger gekreegen, sulks hy ter eerster oopeninge
des grafs, uit den kiste sprong, naar de Sacriftie lie, ende aldaar
alle de Pauselike op Francijn geschreevene drooge Bullen op at; en-
de daar naa, om sijnen dorst, welke hy van die ooverdrooge kost
gekreegen had, te lessen, sig niet ontsag, alle het Wy-waater der
Kerke op te drinken: waar door de gegeetene Bullen in dat veel-
vuldige Waater uitdijgende, des Muisen buik soodaanig deeden
spannen, dat hy genoodsaakt wierd te pissen, ende ook soodaa-
nig piste, dat het geheel Vaagevier der Kerke uitgeblust wierd.
Ende dus wierd die Ioogen-agtige Monnik seer aardiglik met de-
selve munt betaald ende bespot.
Een Spaans ridder, die den meesten tijd sijnes leevens had be-
steed, met West-ende Oost-Indien te bereisen, in Hispanien weeder
gekeerd zijnde; vermaakte sig doorgaans, met in alle geselschap-
pen veele Wonderen, die hy gesien soude hebben, te verhaalen.
Onder anderen te Valladolid in eener herberge aan den disse met ee-
nige andere Heeren sittende, soo vertelde hy in West-Indien gesien te
hebben eene Kool soo groot, dat hy met nog vier andere Ruiters
ten paarde, sig eenmaal in de schaaduwe van dien, teegen de
brandende hitte der Sonnen seer bequaamelik bergde. Waarop
een ander Heer vervolgde, in den selven Lande ook geweest, ende
aldaar gesien te hebben, dat gemaakt wierd eene koopere keetel soo
groot, dat drie honderd Mannen, yder twintig Vaademen van
den anderen zijnde, daar aan arbeiden. Ende als de Ridder daar
op vroeg waar toe soo eene groote Keetel diende, kreeg hy ten
antwoorde, om die wonderlik groote Kool te sieden, ende ging
dat al glim-laggende door. Daar naa vertrok de selve Ridder naar
Madrid, ende vroug onder weegen sijnen Reis-broeder, wat hem? van
maakelik waaren? waar op die Reis-broeder rondelik antwoorde,
dat sijne Vertellingen wel veeltijds seer lustig om aan te hooren,
maar ook somtijds soo ongeloovelik waren, dat hy daar oover af-
ter sijne rugge belaggen, ende als een groot Loogenaar bespot
wierd. De Ridder dit verstaan hebbende, bekende in sijne Ver-
tellingen soo yverig, ende ook om die op het alder-wonderliksten
te stoffeeren, soo seer geneegen te weesen; dat hy de ongeloof-
baarheid van dien, niet konde vermerken, dan als het te laat was:
weshalven hy sijnen Reis-broeder versogt, altijds in den herbergen
aan Taafele neevens hem te willen sitten, om als hy hem aldaar
soude hooren al te sterk stoffen, hem by den pande sijner Wam-
busse saftjens te trekken, tot een teeken, dat hy sig behoorde in
sijne woorden te maatigen. Dit aldus versprooken zijnde, ge-
beurde, dat sy des avonds ter herberge by een groot geselschap
quaamen, alwaar ter taafele naar ouder wijse eenige Wonderen ver-
haald zijndel deese Ridder ook verhaalde, in Japan te Meaco ge-
weest, ende aldaar niet alleen gesien te hebben des Keisers, Hof,
daar alle Bruggen, Deuren, Vensters, ende Daaken, met goude plaaten waren
oovertrokken; maar dat hy daar ook gesien had eene Kerk die duisend
en vijf en twintig treeden lang was. De Reis-broeder merkende, dat
dit te hoog liep, trok den Riddere by den pande, sulks die schielik
ende onbedagt daar by vougde; Ende ses treeden breed. Waar
op yder der toehoorderen glimlagte, ende een van dien vroug,
waar toe dog soo een gebow, dat geene Kerk, jaa geene bequaa-
me Wandel-gang konde zijn, diende. Ende die Ridder antwoorde,
het is mijne schuld niet, dat dit Gebow soo misbowd door my
voorgedraagen is, maar wel die van mijnen Reis-broedere, die my
te vroug by den pande mijner Wambusse getrokken heeft; want
ik anders sins gemeind was, die Kerke vierkant, gelijk dat wel be-
hoorde, te maaken. Waar op by alle het Geselschap niet alleen
seer gelaggen wierd, maar t'elkens, als daar naa ieman ietwes ver-
haalde, dat eene tastelijke Loogen was, soo wierd daar op ter-
stond als schimpende den Riddere gesegt: Mijn Heer, dat is wat te
lang, maak het dog vierkant, naardemaal gy u daar op soo meester-
lik verstaat. Sulks hy sig in dier vougen bespot vond, dat hy
Mendaci non creditur et jamve verum dicenti.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem076 MOTTO_NLAl is de Loogen nog so snel,
De Waarheid afterhaaltse wel.
;
SEQ 80 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic519.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem079 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Geen grooter goed, dan een goed genoegen LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac519 MOTTO_LA
Contantum esse suis rebus, maxime sunt
certissimaeque divitiae.
Geen grooter goed, dan een goed genoegen.
ID embstma_add132_emblem078 MOTTO_LA_NORM Contantum esse suis rebus, maxime sunt certissimaeque divitiae _IC ; $ TEXT_EXPL_XML;
SEQ 81 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic527.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem080 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Seg my, met wien gy hebt verkeerd, Soo heb ik uwen aard geleerd. LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac527 MOTTO_LA
Vulgus amicitias utilitate probat.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem078 MOTTO_NLSeg my, met wien gy hebt verkeerd,
Soo heb ik uwen aard geleerd.
;
SEQ 82 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic535.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem081 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Soud 't Ey veel beeter zijn als 't Hoen, Dat soud een regte Duivel doen. LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac535 MOTTO_LA
Naturae sequitur semina quisque suae.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem079 MOTTO_NLSoud 't Ey veel beeter zijn als 't Hoen,
Dat soud een regte Duivel doen.
;
SEQ 83 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic543.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem082 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Al die haare billen Gewennen tot pillen, Haar leeven verspillen LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac543 MOTTO_LA
Eripit interdum modo dat medicina salutem.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem080 MOTTO_NLAl die haare billen
Gewennen tot pillen,
Haar leeven verspillen.
;
SEQ 84 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic557.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem083 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM De geleegenheid maakt eenen Dief LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac557 MOTTO_LA
Sua conservare privatae domus de alienis
certare regia laus. C. Tacit.
De geleegenheid maakt eenen Dief.
ID embstma_add132_emblem082 MOTTO_LA_NORM Sua conservare privatae domus de alienis certare regia laus _IC ; $ TEXT_EXPL_XML83. De Eeken-boom ende het Ried.
Uitlegging der Woorden.
...
...
...
verligten. Om waar te antwoorden, Rehabeam drie daagen uit-
stel begeerde, ende middeler-wijle eerst raadpleegde met de ou-
de Raadsheeren sijns Vaaders, die hem raaden te buigen, ende toe
te geeven: met verseekeringe, dat indien hy sulks deede, hy
daar naa sijne wil van geheel Israël ligtelik krijgen soude kon-
nen.
Ende alsoo hy daar na ook den jongen Raadsheeren, die met hem
opgewassen waaren, afsonderlik raad vraagde, wat hem in deesen
te doen stond; soo raaden die hem niet allen af, te buigen, ende
den Regenten van geheel Israël ietwes toe te geeven; maar raaden die
hem daar en booven, den gemeenen Regenten van Israël, ofte den
Gesanten van dien, aldus, ende met deese woorden te dreigen:
,,Dat indien sijns Vaaders Jok soo dik was geweest, als sijne kleine Vinger,
,,ende indien by haar met Roeden gegeesseld had; dat sijn Jok soo dik sou-
,,de weesen, als sijnes Vaaders Lendenen, ende dat hy haar ook met Scor-
,,pioenen kastijden soude. Het welke laatsten als rehabeam den Is-
raëliten had aangesegt, soo namen sy het selven soo qualik, dat tien
stammen Rehabeam als eerste MInister van Staat verwierpen ofte afswoe-
ren, en Jeroboam tot haren Koninge, ofte eersten Dienare van Staate, koo-
ren. En gebeurde dat geene Stam dan die van Juda, waar uit Rehabeam
gebooren was, ende de geringe Stam Benjamin, die tegen Juda aan-
paalde, mitsgaaders de Priesters, om dat die buiten Jerusalem in
de Stamme Juda geleegen, niet mogten offeren, ende anders sins
ydel souden zijn geweest; ofte verjaagd souden zijn geworden,
Rehabeam tot Koninge aan naamen, ende by hem bleeven. Sulks door
Rehabeams onbuigsaamheid, geheel Israel omtrend den Godsdienst
als omtrend de Politike Regeeringe, eerst in tween gescheurd ende
daar naa ook in het geheel vernietigd is geworden.
als Philippus, Koning van Hispanien, ende Hertog ofte Graafm, en-
de mits dien de hoogste ofte eerste Dienaar van Staat, der respective
Neederlandse provintien zijnde, ter verbreekinge van der respective
Staaten souverainiteit, ende ter verminderine van de Vryheid der
alinge Ingeseetenen ofte Staaten der wel opgemelde Landen, ei-
gener Authoriteit, ende mits dien seer onwettiglik, veele Tyrannige
Si vis omnia tibi subjicere, subjice te rationi
et legibus patriae.
Daar is nieman soo sterk, of hy vind
sijnen sterkeren.
;
SEQ 86 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic581.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem085 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Die sig self queld, Een goed Vriend queld LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac581 MOTTO_LA
Cor ne edito.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem083 MOTTO_NLDie sig self queld,
Een goed Vriend queld.
;
SEQ 87 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic591.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem086 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Een Dronkaard is veel minder als een Beest te agten LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac591 MOTTO_LA
Quid non ebrietas designat. Horat. Epist.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem084 MOTTO_NLEen Dronkaard is veel minder als een
Beest te agten.
;
SEQ 88 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic601.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem087 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Twee doen deselve saak, en 't Regt wijsd d'een ten loone Een Strop om sijner keel, en d'aar op 't hoofd een Kroone LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac601 MOTTO_LA
Terras Astrea reliquit.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem085 MOTTO_NLTwee doen deselve saak, en 't Regt wijsd d'een ten loone
Een Strop om sijner keel, en d'aar op 't hoofd een Kroone.
Juvenal. Sat. 13
;
SEQ 89 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic613.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem088 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Men kend een Mans Wijsheid ende Deugd als hy groot is. LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac613 MOTTO_LA
Honores mutant mores, sed raro in meliores.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem086 MOTTO_NLMen kend een Mans Wijsheid ende Deugd
als hy groot is.
;
SEQ 90 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic625.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem089 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Eendragt, maakt magt, En twist, verkwist LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac625 MOTTO_LA
Concordia res parvae crescunt. discordia
maximae dilabuntur.
Eendragt, maakt magt,
En twist, verkwist
;
SEQ 91 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic635.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem090 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Een goed begin geefd goed behaagen, Maar 't einde moet de lasten draagen LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac635 MOTTO_LA
Impia sub dulci melle venena latent, Amor. Ovid.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem088 MOTTO_NLEen goed begin geefd goed behaagen,
Maar 't einde moet de lasten draagen.
;
SEQ 92 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic645.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem091 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Tijd gewonnen, veel gewonnen LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac645 MOTTO_LA
Interea fiet aliquid O chi ha tempo ha vita.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem089 MOTTO_NLTijd gewonnen, veel gewonnen.
ID embstma_add132_emblem090 MOTTO_LA_NORM Interea fiet aliquid O chi ha tempo ha vita _IC ; $ TEXT_EXPL_XML;
SEQ 93 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic655.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem092 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Het doen gaat voor 't seggen LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac655 MOTTO_LA
Non verbis, sed rerum testimoniis opus.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem090 MOTTO_NLHet doen gaat voor 't seggen.
ID embstma_add132_emblem091 MOTTO_LA_NORM Non verbis, sed rerum testimoniis opus _IC ; $ TEXT_EXPL_XML;
SEQ 94 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic665.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem093 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Hoogmoed komt voor den valle LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac665 MOTTO_LA
Plures arrogantia quam desperation perdit,
Vana sine viribus ira.
Hoogmoed komt voor den valle.
ID embstma_add132_emblem092 MOTTO_LA_NORM Plures arrogantia quam desperation perdit, Vana sine viribus ira _IC ; $ TEXT_EXPL_XML93. De Vos ende de Kraan.
EEn Vos siende op eenen engen weege den Beer, die
sijn Vyand was, aan koomen, ende dat hy hem niet
ontvlugten konde, wagte den Beer in, kugte ende steen-
de, seggende: ,,God behoede my, dat mijn aas geene
,,andere eedele Dieren doode. De Beer dit hoorende,
vroeg wat hem schorte, ende antwoorde de Vos: Een
Man heeft my met vergifte Vijgen vergeeven; sulks die
voor u veel lekkers te eeten weesen.
De Beer seer hongerig weesende, ende den Vos, die
hy meende vergiftigd te zijn, niet dervende eeten, vroug
ende verstond waar die Man was; ging derwaarts, ende
meende hem haastig te verslinden: maar die Man was een
gewaapende Iaager, ende weerde sig met sijne honden,
booge ende swaarde soo wel, dat de Beer door het gekraak
van eene aanrennende Waagen nog meer verschrikt zijn-
de, seer bloedig, gequetst, ende met eene oor af, ont-
liep, ende alsoo gesteld zijnde, weeder tot den Vosse quam,
versoukende, dat hy eene pijl, die in sijnen rugge stak,
wilde uit trekken, ende hem goede raad geeven tot het
geneesen sijner wonden.
De Vos, siende dat die quetsuuren niet doodelik waren,
seide hem te zullen wijsen een holle boom, waar in veel
Hoonings lag, ende dat daar voor quetsuuren ende stoo-
ten geen beeter genees-middel als Hooning was. Dit ge-
viel den Beere; die daar na toe ging, op den boome klom,
den Hooning roofde, ende de Bien stoorde, terwijle de
Vos eene wigge uit de kloove des booms trok, ende daar
in des Beeren handen, waar meede by beesig was, den
Hooning te rooven, soo seer klemden, dat hy sig van de
Bien, die hem aanstonds met geheele swermen oovervie-
len, soo lange opgehouden wierd, dat de Boeren ende
Houthakkers, het geruft hoorende, met haamers ende
bijlen daar na toe liepen, ende in tijds quamen om den
Beer te dooden. Als wanneer de Vos het selven van ver-
re aansiende, met vreugde seide: ,, Daar legt mijn Vyand;
,, daar legt die Dik-kop, die sterk genoug meende te wee-
,, sen om alle Dieren ende Menschen te verslinden; daar
,, konsten ter needer geveld is.
Dit eerst door den Vosse, uit noode om sijn leeven te
bergen, loffelik, ende daar na, om sijn Vyand te doo-
den, sonder schande a gedaan zijnde; Soo moedigden
deese gelukken hem aan, om andere onnoosele Dieren, ter
versaadiginge sijnes hongers, met konst in sijnen gewel-
de te krijgen: Ten welken einde hy sig wende tot eenen
Haane, die hy van verre op eenen boome sag staan, en-
de derwaarts gaande, met veele loftuitende woorden, van
den boome af, tot sig noodigde; alsoo in sijnen gewelde
kreeg, ende doode. Jaa dat meer is, het was den Vosse
niet genoug met een schandelik bedrog, ende onder den
schijn van den Haan voor een groot Propheet te houden,
hem tot sig gelokt, ende gedood, als ook sijnen honger
met des selfs Vlees versaadigd te hebben: maar als hy
sulks gedaan had, spotte hy nog met den selven, seg-
gende:
Hier legt de Propheet in den drek,
Die waarlik was een groote gek:
Want hy selfs in de grootste nood,
Niet kon voorsien sijn eige Dood.
Ende eeven dus droug hy sig, wanneer hy daar naa op
eener Boome eenen Raaf sag, die in sijnen bek eene Kaas
had, met welken de Vos geneegen was sijnen buik te
vullen, namentlik, hy prees den Raaf weegens sijn swart
fluweelen Kleed, dat met goud bestrooid was, ende als
een swart-blauwe Saphir blonk; Dat sijne Steevelen opregt
Corduaan ofte Spaans leeder geleken; dat hy warelik ee-
nen schoonen bek had; dat sijne twee oogen als twee Kar-
nen staart soo treffelik droug, ende eenen soo mannelij-
ken gang had; dat alle andere Voogelen daar aan sig be-
hoorden te spiegelen: ende om alles met weinige woor-
den te besluiten, Dat de Gooden sonder twijfel soo eenen
schoonen lijve, met groote wijsheid, helle stemme, en-
de met de bequaamheid om oovercierlik sijn woord te
konnen doen, hadden begaafd: ende dat het hem Vosse
het allergrootste geluk deeses weerelds soude weesen, die
stemme te mogen hooren, ende daar naa aan andere Die-
ren voor eene wonderlike niewe tijdinge te verhaalen; dat
hy de stemme des aller-eedelsten Schepsels, dat op der
Aarde ooit geweest was, gehoord had. Door alle welke
lof-tuiterien de Raaf verleid werdende; riep hy met aller
magt, Cras, Cras. Ende antwoorde de Vos aanstonds,
O Deo Gratias. Want den Raave ontviel door het oope-
nen sijns Beks de Kaas, ende de Vos nam die op, seggen-
de: ,, Du Nars-kop, propheteer nu met dijnen hongeri-
,, gen buike, dat y booter ende melk quaalik bekoomen
, sal, ik sal het des niet te min met u wel weeder waagen.
Dit alles den Vosse gelukt weesende, soo behaagde hy
sig in sijne konsten ende spotterien soo seer, dat hy, om
sig met den Kraane te vermaken, hem ten eeten noodig-
de; welke tot den Vosse gekoomen zijnde, bevond dat
die hem in eenen vlakke schootele seer dunner lekkere Sop-
pe voorstelde; ende weetende, dat hy met sijnen scher-
pen bek daar niet ofte seer weinig van eeten konde, ef-
ter hem de spijse seer aan prees, ende aanmaande, daar
van sijn bekomst te eeten, terwijle hy selfs alles opslorp-
te, ende den beschimpten Kraan hongerig huiswaarts liet
gaan; alwaar de Kraan ooverdagt hebbende, hoe hy den
ten eeten noodigde, ende gekomen zijnde, in eene glase
Flesse met soo engen halse, dat daar in des Vossen hoofde
niet konde gaan, hem seer lekkere Brye voor sette, ende
hem seide: , Vos-neef, gy siet wat lekkere Spijse in de
,, Flesse is, eet daar van soo veel u lukt, ende indien uw
,, hoofd wat te dik is, soo lik het glas van buiten, ende
,, genouge u met den reuke der Spijse, eeven als ik by
,, naast t'uwe huise hebbe moeten doen. De Vos deese
schimp siende, ende hoorende, moest in sig selven beken-
nen, die wel verdiend te hebben, ende ging derhalven
met schaamte ende schande door
Uitlegginge der Woorden.
Met den VOSSE, hebben de OUDEN in deese FABU-
LEN verstaan, schrandere ende seer ondeugende
Menschen, die sig niet ontsien, door de allerbooste
weegen haar oogwit te bekoomen, ende nog daar en
booven de door haar Beleedigden, te bespotten.
Met den BEERE, een dom, sterk Mensch.
Met den HAAN, een gemeen, dog geleerd Mensch.
Met den RAAVE, een dom gierig Mensch..
Met den KRAANE, een wakker ofte waakend, ende op-
regt Mensch.
... etc.
Judice me fraus est concessa repellere fraudam
TYPE emblem pictura IC 57AA621 ; 85(FOX AND HERON) ; 85(FOX AND STORK) PREV embstma_add132_emblem092 MOTTO_NLSpotters huis brand ook wel.
ID embstma_add132_emblem093 MOTTO_LA_NORM Judice me fraus est concessa repellere fraudam _IC {'n': '57AA621', 'r': ['54AA4', '56F2523'], 'p': ['5', '57', '57AA', '57AA6', '57AA62', '57AA621'], 'b': '57AA621', 'l': ['5k0', '5k1', '5k2', '5k3', '5k4', '5k5', '5k6'], 'txt': {'en': "Cheat, Deceit; 'Fraude', 'Inganno' (Ripa)", 'de': 'Betrug; Ripa: Fraude, Inganno', 'fr': "Escroquerie, Fraude, Supercherie; 'Fraude', 'Inganno' (Ripa)", 'it': "inganno, frode; 'Fraude', 'Inganno' (Ripa)", 'pt': 'aldrabar, engano, fraude; "Fraude", "Inganno" (Ripa)', 'jp': '詐欺, 虚偽'}, 'kw': {'en': ['Fedeltà', 'Fides', 'Fraude', 'Inganno', 'deceit', 'fidelity'], 'de': ['Betrug', 'Fides', 'Treue', 'fedeltà', 'fraude', 'inganno'], 'fr': ['Fedeltà', 'Fides', 'Fraude', 'Inganno', 'fidélité', 'tromperie'], 'it': ['Fedeltà', 'Fides', 'Fraude', 'Inganno', 'fedeltà', 'inganno'], 'pt': ['engano', 'Fedeltà', 'fidelidade', 'Fides', 'Fraude', 'Inganno'], 'jp': []}} ; {'n': '85(FOX AND HERON)', 'c': ['85(COCK AND PEARL)', '85(DOG ON BRIDGE)', '85(FATHER, SON AND ASS)', '85(FOX AND RAVEN)', '85(FROG AND COW)', '85(RAVEN AND SCORPION)', '85(REYNARD THE FOX)', '85(SWAN AND COOK)', '85(AESOP, Latin fable index)'], 'p': ['8', '85', '85(...)'], 'notation_with_name': '85(...)', 'bracketed_text': '(FOX AND HERON)', 'b': '85(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'fables (FOX AND HERON)', 'de': 'Fabeln (FOX AND HERON)', 'fr': 'fable (FOX AND HERON)', 'it': 'scene da favole (FOX AND HERON)', 'pt': 'fábulas (FOX AND HERON)', 'jp': '寓話 (FOX AND HERON)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; {'n': '85(FOX AND STORK)', 'c': ['85(COCK AND PEARL)', '85(DOG ON BRIDGE)', '85(FATHER, SON AND ASS)', '85(FOX AND RAVEN)', '85(FROG AND COW)', '85(RAVEN AND SCORPION)', '85(REYNARD THE FOX)', '85(SWAN AND COOK)', '85(AESOP, Latin fable index)'], 'p': ['8', '85', '85(...)'], 'notation_with_name': '85(...)', 'bracketed_text': '(FOX AND STORK)', 'b': '85(...)', 'l': ['8k0'], 'txt': {'en': 'fables (FOX AND STORK)', 'de': 'Fabeln (FOX AND STORK)', 'fr': 'fable (FOX AND STORK)', 'it': 'scene da favole (FOX AND STORK)', 'pt': 'fábulas (FOX AND STORK)', 'jp': '寓話 (FOX AND STORK)'}, 'kw': {'en': [], 'de': [], 'fr': [], 'it': [], 'pt': [], 'jp': []}} ; $ TEXT_EXPL_XML;
SEQ 96 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic683.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem095 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Daar is ter weereld geen arger fenijn, Dan vriend te schijnen, en vyand te zijn LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac683 MOTTO_LA
Mors in olla.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem093 MOTTO_NLDaar is ter weereld geen arger fenijn,
Dan vriend te schijnen, en vyand te zijn.
;
SEQ 97 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic693.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem096 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Schijnheilig Roomen roemd de beste Stad te weesen, Duits Duuren niet te min de Kroone spand in deesen LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac693 MOTTO_LA
Quod cito fit, cito perit.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem094 MOTTO_NLSchijnheilig Roomen roemd de beste Stad te weesen,
Duits Duuren niet te min de Kroone spand in deesen.
;
SEQ 98 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic701.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem097 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Die altijds het Schaap wil weesen, Heeft in 't eind den Wolf te vreesen LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac701 MOTTO_LA
Te ne cede mali sed contra audentius ito. Virg. Aeneid.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem095 MOTTO_NLDie altijds het Schaap wil weesen,
Heeft in 't eind den Wolf te vreesen.
;
SEQ 99 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic709.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem098 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Is God met ons, wie kan ons deeren? LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac709 MOTTO_LA
Incantamenta sunt muliercularum figmenta
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem096 MOTTO_NLIs God met ons, wie kan ons deeren?
ID embstma_add132_emblem097 MOTTO_LA_NORM Incantamenta sunt muliercularum figmenta _IC ; $ TEXT_EXPL_XML;
SEQ 100 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic721.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem099 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM In Voorspoed sie toe LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac721 MOTTO_LA
Tempore Pacis de Bello cogitandum.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem097 MOTTO_NLIn Voorspoed sie toe.
ID embstma_add132_emblem098 MOTTO_LA_NORM Tempore Pacis de Bello cogitandum _IC ; $ TEXT_EXPL_XML;
SEQ 101 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic729.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem100 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac729 MOTTO_LA
Nullum Numen abest si sit Prudentia, sed te nos
facimus Fortuna Deam Coeloque locamus.
Daar geschied veel Ramps, maar de Dwaa-
sen krijgen 't meest.
;
SEQ 102 PARENT embstma_add132 URL_IMAGE embstma_add132_pic737.jpg TIPE emblempictura HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Die wel leeft, Die wel sterfd LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac737 MOTTO_LA
Qui non est hodie, cras minus aptus erit.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem099 MOTTO_NLDie wel leeft,
Die wel sterfd.