TEXT_EXPL_XML

<p>4. De Boomen begeeren eenen Koning.<lb/> De hooge Vrugteloose ende meest voedsel behoustige Bo-<lb/> men, den laagsten uit den aard behouftigen ende ver-<lb/> agteliksten aanwijsende, dat de Vogelen den Aarend tot haa-<lb/> re koninginne, ende de Viervoetige Dieren den Leew tot<lb/> haren Koning hadden; vougden daar by, dat sy niet min als<lb/> die, met eenen Doorlugtigen Koninge behoorden te werden<lb/> vereerd. Ende hitsen sy de selven dus aan, om gelijkelik<lb/> opstaanden te begeeren ende te kiesen eenen Koning oover<lb/> alle Boomen. Ende niet geheel van allen goeden verstande<lb/> ontbloot zijnde, soo dagten sy tot die waardigheid eenen<lb/> seer weinig voedsel behoevenden, maar goede Vrugten-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac044"/> draagenden Boom te verkiesen; weshalven sy eerst den<lb/> Olyfboom, daar naa den Vygenboom, ende eindelik den<lb/> Wijnstok daar toe verkoren: dog overmits die alle ende yder<lb/> van dien in het bysonder, om eene ende deselve reeden<lb/> weigerden die aangeboodene Heerschappye aan te neemen,<lb/> namelik dat sy, uit Heersugt, willende sweeven hooger<lb/> ende booven alle andere Boomen, seekerlik seer veel voed-<lb/> sels souden behouven, ende daar en teegen haar onvrugt-<lb/> baarig sap verteerd, ofte in onvruchtbaare takken soodaa-<lb/> nig verspreid soude werden dat sy ontaardende, voortaan<lb/> niet dan seer onnut houtm ende geene van haare goede<lb/> Vrugten, waar meede sy nu Goode ende den Menschen<lb/> aangenaam waaren, voortbrengen souden konnen: Ende<lb/> vermits die al te onvoorsigtige ofte al te behouftige Boomen,<lb/> aan deese goede reedenen, strekkende om alle Boomen van<lb/> eenen Koning oover haar te kiesen, af te leiden, geen ge-<lb/> hoor wilden gevenl Soo versogten sy ten laatsten daar toe<lb/> den seer behouftigen gants Vrugteloosen, tot timmeren,<lb/> branden, ende schaduwe te geeven onnutten, ende allesins<lb/> steekenden Doorn-bos. Welk des niet te min, ja des te<lb/> meer ende eerder, deese Heerschappie aangenoomen heb-<lb/> bende, asl alleen door sijne oovergroote nu hem opgedraa-<lb/> gene magt, ende door geene de minste Deugden, booven<lb/> anderen uitsteeken konnende, ook aanstonds sijne KOn-<lb/> ninglike opgedraagene magt gebruikte, met te gebieden,<lb/> ,,Dat alle de andere Boomen op hem te vertrouwen hadden,<lb/> ,,ofte dat andersins vier van hem uitgaan, ende hy alle de<lb/> ,,ongehoorsaame Boomen verteeren soude. Welk gebod<lb/> die Boomen nog willende nog konnende naarkomen,<lb/> soo ging ook waarelik uit dien Doorn Bosse vier, welke niet<lb/> alleen de andere Boomen, maar ook den Doorn-bos selfs<lb/> verteerde.<lb/> </p>

<p>Uitlegging der Woorden.<lb/> Met hooge Vrugteloofe BOOMEN, werden hier<lb/> verstaan seer aanstenelijke dog behouftige, ende Boose<lb/> Ingeseetenen.<lb/> Met Geringe vergatelijke BOOMEN, de geringste en-<lb/> de altijds-behouftige Ingeseetenen eener vrye Repu-<lb/> blijke.<lb/> Met OLYF-BOOMEN, VYGE-BOOMEN, ende<lb/> WYNSTOKKEN, Ingeseetenen die van haar eigen In-<lb/> komsten niet alleen leeven, maar ook aan alle anderen<lb/> uit die haare Inkomsten den kost verschaffen.<lb/> Met den DOORN-Bos, een Krijgsman die geene vrug-<lb/> ten draagd; ende Koning geworden zijnde, alle het<lb/> voedsel der Ingeseetenen verteerd, ende daar en boven haar<lb/> steekt ende verdrukt.<lb/> Gelijk men dageliks in Monarchale ofte Een-Hoofdige Regeeringen,<lb/> siet de waarheid van ons Spreekwoord,<lb/> In het Hof,<lb/> Word Goud tot stof,<lb/> Ende staf tot Goud:<lb/> Wee die daar op bowd.<lb/> Naamelik dat veeltijds seer behouftige ende ontugtig leevende<lb/> menschen, aldaar door quaade konsten, ende sonder eenige an-<lb/> dere haare verdiensten, tot hooge Eer-amten verheeven ende<lb/> met Goederen opgepropt werden; als ook, dat daar en teegen<lb/> seer deugdsaame, gegoede, ende verstandige Ingeseetenen, al-<lb/> daar sonder eenige haare schuld veeltijds ter needer gesmeeten,<lb/> van alle haare goederen beroofd, ofte, gedood werden: Soo siet<lb/> men ook daar beneevens altijds in welgestelde Vrye Republijken, dat<lb/> de gegoede, deugdsaame ende verstandige Ingeseetenen, aldaar<lb/> <pb n="embstma_add132_fac046"/> haare Goederen ofte Amten seer gerustelik besitten, terwijle de<lb/> Spil-penningen, ende alle die door een ontugtig leeven sig aldaar<lb/> behouftig maaken, ofte gemaakt hebben, genoodsaakt werden<lb/> ende blijven, sig aldaar, volgens de Wetten der Republike, te<lb/> draagen, ende sig te onthouden van andere menschen te veron-<lb/> gelijken, te besteelen ende te berooven, ofte de straffe daar toe<lb/> staande te lijden. Het welk ook de reeden is, dat de Aansiene-<lb/> like, Ondeugende ende Behouftige Ingeseetenen eener Vrye Repu-<lb/> blike, altijds tragten een Hoofd oover de Republike op te werpen,<lb/> ende ten dien einde alle de geringe ende onweetende Ingeseete-<lb/> nen, die altijds in seer grooten getaale zijn, ende door oproeren<lb/> ofte binnelandse ooreloogen nietwes te verliesen hebben, aan<lb/> haaren snoere te krijgen, ende teegen de Wettige Regenten der<lb/> Republike op te hitsen. Ende dit is ook de reeden dat aldaar<lb/> geene gegoede, deugdsaame ende verstandige Ingeseetenen, maar<lb/> wel eenige behouftige, ondeugende Heerssugtigen, sig eerst tot<lb/> Hoofd der Misnougden, ende daar naa tot Heer oover de geheele<lb/> Republike opwerpen, ofte laaten indringen. Ende vermits deese<lb/> onse reedenkaaveling haar oorsprong neemt van eener Fabule ofte<lb/> Parabole, ons saaken leerende die geschied waaren, ofte ten deele<lb/> nog stonden te geschieden, ende van welke geene die Heyli-<lb/> ge Schriften gewaagen, * Soo sullen wy nu ter bevestinge onser<lb/> opgemelde reedenkaavelinge, niet dan de Historien in de Heylige<lb/> Schriften begreepen, aanhaalen ofte voordraagen.<lb/> De Israëliten ten meermaalen door den kloukmoedigen ende-<lb/> deugdsaamsten Krijgs-Ooversten, Gideon, uit der slavernie, waar<lb/> in sy gevallen waaren, verlost zijnde, begeerden dat hy ende<lb/> sijne wettige Afkoomelingen, Soon ende Soons Soon, naa hem,<lb/> ter belooninge van dien, haar Heer ende Koning werden soude.<lb/> Ende wees hy het selven seer ernstig van der hand af, met woor-<lb/> den op deesen sinne uitkoomende: ,, In eener Vrye Republike<lb/> ,,mag ende kan geen ander Heer ofte Koning zijn dan de Almoo-<lb/> ,,gende God, aan wiens reedelike ende billike Wetten, die hy<lb/> ,,ten dien einde in onse herten geplant heeft, wy alle gehoor-<lb/> ,,saamheid schuldig zijn. Maar daar en teegen had abimelech,<lb/> Gideons ondeugende Bastard-soon naaweliks sijnen Vaader Gideon sien<lb/> <pb n="embstma_add132_fac047"/> sterven, of hy maakte de Sichemiten, welke sijns Moeders land-<lb/> luiden waaren, oproerig, ende huurde daar en booven ondeu-<lb/> gende ydele mannen, met wlekers hulpe hy neegen ende sestig sij-<lb/> ner Broederen, alle Gideons wettige Soonen weesende, doode,<lb/> soodaanig dat van seeventig wettige Soonen deeses hoog-loffeliken Gi-<lb/> deons, naawelks Jotham alleen, Voorsteller deeser FABULE, Abi-<lb/> melechs wreedheid ontvlugten konde, terwijle deese onnutte<lb/> wreede Bastaard sig Heer ende Tyran oover alle de Israëliten maak-<lb/> te. Dog alsoo de Sichemiten, hem daar naa niet betrouwende,<lb/> wanneer hy in haarte Stad met sijne krijgs-knegte meende te koo-<lb/> men, buiten der Poorte slooten; soo beoorlogde, ende handel-<lb/> de hy haar, ja die stad selve soo wreedelik, dat hy haar alle doo-<lb/> de, de Stad vernielde, ende de plaatse van dien met sout bestroo-<lb/> jen deede. Ende ging hy dus voor tot eenige andere sijn moed-<lb/> willege ootloogen teegen de Israëliten te voeren, ter vermeerde-<lb/> ringe sijner magt; tot dat hy de Stad Thebes bestormende, aldaar<lb/> door eenen steen, geworpen van eener Vrowe, gewonde zijnde,<lb/> schandelik quam te sterven, ende gelijk dc Doorn-Bos onser FA-<lb/> BULE ons leerd, door sijnen eigen viere vernietigt te werden,<lb/> na dat hy de andere Boomen door sijnen Viere ook verteerd had. a<lb/> Ende indien wy daar en booven aanmerken dat de Israëlten,<lb/> geduurende haar Republijkste Regeeringe, onder haaren Wijn-stok<lb/> ende Vygen-boom gerustelik ende in verseekerheid leefden, om dat<lb/> eenlyder, doende wat in sijne oogen regt was, ofte met de Wetten oover-<lb/> een quam, alsdan van geenen Koninge ofte eenigen anderen Erf-<lb/> heere beschaamd gemaakt, ende qualik gehandeld konde werden: b<lb/> Soo behoorden wy daar ook by te vougen, dat de selve Vrye Regee-<lb/> ring in het geheel niet meer dan drie honderd ende seeventig jaaren<lb/> geduurd hebbende, de Israëliten, geduurende dien tijd, des niet<lb/> te min een maal agtentig, twee maalen veertig, ende ook twee maa-<lb/> len twintig jaaren naar een, in volkoomende Vreede ende Ruste heb-<lb/> ben geleefd, sonder eenige de minste Schattige aan den Regeer-<lb/> deren der Republike te betaalen. Van welke soo lange ende<lb/> soodaanige rust ende vreede der gemeene Ingeseetenen eener Monar-<lb/> chale ofte Een-Hoofdige Regeeringe, onses weetens in geene Ge-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac048"/> denk-schriften des gantsen wijden Weerelds eenige de minste<lb/> Exempelen by gebragt konnen werden.<lb/> Ende behoorden wy derhalven ook te besluiten, dat de Israëli-<lb/> ten naamaals eenen Koning oover sig begeerende, a van Gode vie-<lb/> rige koolen ofte vlammen uit dien Doorne-Bosse, op haaren eigenen kop<lb/> ende haar Hoofden gebeeden, ende verkreegen hebben. Naade-<lb/> maal eerst alle de twaalf Stammen van Israël gesaamentlik van eenen<lb/> ende den selven Koninge, daar naa de Stam Juda met Benjamin<lb/> ende de Tien andere Stammen afsonderlik door haare Koningen re-<lb/> spective, van vinnen met haare ooverdaad ende Tirannie, ofte met<lb/> ooreloogen, die de Koningen verwekten, geduurig geplaagd zijn<lb/> geworden, ende dat middeler wijle in die Koninglike geslagten,<lb/> alle Geile-min, Ontugt, Wreedheid, ende onderlinge Moord is<lb/> in swange gegaan, tot dat eindelik eerst de Tien Stammen met haa-<lb/> ren Koninge Hosea, naar Assyrien, ende niet lange daar naa oook<lb/> Jerusalem met dien Heiligen Tempel verwoest zijnde, de Stammen<lb/> Juda ende Benjamin met haaren Koninge Zedekias als Slaaven naar<lb/> Babylonien vervoerd zijn geworden. b<lb/> Weshalven eindelik wel te beseffen is dat deese Heilige FABUL,<lb/> ofte Parabol der Boomen, eenen Koning begeerende; waarelik<lb/> verstaan ende toegepast moet werden, van ende op alle Vrye Volke-<lb/> ren, die eenen Kooning ofte Erf-Heer begeeren: Mitsgaders van en-<lb/> de op soodaanige menschen, welke sig oover Vrye Volkeren tot Hoof-<lb/> den, Koningen ende Heeren opwerpen, ende indringen, ofte in-<lb/> dringen laaten.<lb/> </p>

SEQ

6

PARENT

embstma_add132

HIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_add132_pic043.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_add132_emblem005

IIHIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

Man running away from the burning bush that has been elected king of the trees

SOURCE_FILE

embstma_add132.xml

MOTTO_NL_NORM

God zei tot Samuel: met een koning te begeren hebben zij niet u maar mij verworpen. I Samuel 8

LINK_FACSIMILE

embstma_add132_fac043

MOTTO_LA

<p>Ut nemo doceat fraudis et sceleris vias, Regnum<lb/> docebit. Senec. Thieste</p>

TYPE

emblem pictura

IC

25G31:41B12

25H155

31A27112

33B9

44B62

85(THE TREES ELECT A KING)

86(GOD ZEI TOT SAMUEL: MET EEN KONING TE BEGEREN HEBBEN ZIJ NIET U MAAR MIJ VERWORPEN)

86(UT NEMO DOCEAT FRAUDIS ET SCELERIS VIAS, REGNUM DOCEBIT)

PREV

embstma_add132_emblem003

MOTTO_NL

<p>God seide tot Samuel, met eenen Koning te begee-<lb/> ren, hebben sy niet u, maar my verworpen.<lb/> I. Sam. 8<lb/> </p>

ID

embstma_add132_emblem004

MOTTO_LA_NORM

Ut nemo doceat fraudis et sceleris vias, regnum docebit. Seneca Thyestes