TEXT_EXPL_XML

<p>5.De Leeuw, de Eezel, ende de Vos.<lb/> De felle sterke Leew ende de loose Vos, beide verscheurende ende<lb/> vlees-eetende dieren zijnde, maakten te saamen een verbond<lb/> met den onnooselen gras-eetenden Eezele, om ter jagte te gaan,<lb/> ende gelijke deilinge te genieten in alle het geene sy op der jagt<lb/> souden magtig worden. Als sy nu, na verloop van eenige tijd,<lb/> het deilen aan den Eezele bevoolen, die om sijn stemmig ende see-<lb/> dig gelaat ook de wijste van hun drien scheen te zijn; des begon<lb/> hy alles, met de grootste naukeurigheid, die een goed Deiler sou-<lb/> de konnen in den sinne komen, naar stijl van regtvaardigheid, drie<lb/> hoopen te formeeren, ofte verscheidentlik van eenen te leggen;<lb/> geeven soo aan den Leewe als aan den Vosse de keure van het<lb/> gunt sy voor sig begeerden, vougende daar by deese loffelijke voor-<lb/> waarden, dat hy seer geerne voor sig wilde behouden het deel dat<lb/> de twee andere verwerpen souden. De leew, swellende van hoog-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac050"/> moed, als hy sag dat de Eezelskop de woorden van haar Verbond,<lb/> soo als die laagen, verstond, sonder sijne hoog agtbaarheid daar en<lb/> teegen in der Schaale te leggen, ofte aan te merken: Ende dat<lb/> hy, door die nette deilinge, sig met hem scheen te willen verge-<lb/> lijkenl soo nam hy dat op als eene seer strafbaare kleinagtinge,<lb/> ende doode den Eezel, om niet alleen het deel des Eezels naar sig<lb/> te neemen, maar ook om van hem onder dat deksel ook een deel<lb/> sijner prooje te maaken.Dit gedaan zijnde, beval de Leew de dei-<lb/> linge aan den Vosse, die, bedenkende met wien ende waar meede<lb/> hy te schaffen had, het gevangen aas geheel anders opvatte, leg-<lb/> gende alle de vette bouten ende Pater-stukken aan de eene, ende<lb/> eenige bloote schenkels ende kleine spieren aan de andere sijde,<lb/> met byvoeginge, Dat die braave portie voor den Leewe, als Koninge<lb/> der Dieren was, alsoo die warelik Heer ende Eigenaar van alles zijnde,<lb/> hy ook alles met Regte mogte naar sig neemen, ende dat hy daarom<lb/> de andere maagere snippelingen voor hem niet soude derven nee-<lb/> men, dan als voor eenen van sijne Hoovelingen, ende in des Leewen<lb/> dienst zijnde. De leeuw, van deese deilinge verwonderd zijnde,<lb/> sprak hem vriendelik toe, seggende, Ik sie, dat gy bequaam zijt,<lb/> om met den Leewe verbonden te maaken, ende die lange te doen<lb/> duuren, als ook insonderheid, om hem seer groote diensten te<lb/> doen. Maar seg my, Broeder, wie heeft u geleerd, soo eene allesins<lb/> welvougende deilinge te doen? Daar de Vos op antwoorde, dat sijn<lb/> eigen goed vernuft ende goede Reeden, als ook insonderheid de<lb/> schaade van den Eezel hem soo wijs had kunnen maaken, ende ook<lb/> waarelik gemaakt had.<lb/> </p>

<p>Uitlegging der Woorden.<lb/> Met den LEEWE werd hier verstaan een gewaapend<lb/> eergierig of heersuchtig mensch, die door andere<lb/> minder gewaapende met geweld te verderven, sijn onder-<lb/> houd ende grootheid soekt, dog niet dan onder den man-<lb/> tel van Eere, ende Regt.<lb/> Met den VOSSE werd hier verstaan een seer loos dog<lb/> swak mensch, die allesins door bedrog, ten verderve<lb/> van andere menschen, sijn voedsel ende onderhoud soekt.<lb/> <pb n="embstma_add132_fac051"/> De Leew, de Eezel, ende de Vos.<lb/> Met den EZELE werd hier verstaan een mensch van kleen<lb/> verstand, die gewoon is, naar de gronden van billik-<lb/> heid, door sijnen eigen arbeid ende spaarsaamheid sijn<lb/> voedsel te souken ende te leeven, sonder iemand anders<lb/> te beschaadigen.<lb/> Waar uit wy leeren, dat de menschen, naar de verscheide-<lb/> ne gestaltenisse haares lighaams, seer verscheidentlik geaard<lb/> zijn, ende ider van dien sijnen aangebooren aard tragt in te vol-<lb/> gen. Als meede dat die aard door goede opvoedinge ende vol-<lb/> gende Reedenkaavelinge, seer beswaarlijk ingetoomd, ende<lb/> nog beswaareliker uitgedreeven werd. Heet welk alsoo te wee-<lb/> sen de Oude Wijsen ons seer overvloedig hebben geleerd, ende wy de<lb/> waarheid van dien dageliks ondervinden, wanneer menschen boo-<lb/> ven haar geenen Regter ofte straffe te vreesen hebbende, gewoon<lb/> zijn haaren eigen aard allesins in te volgen. Sonder eenigsins de<lb/> Gemeene Billikheid ende de Reeden in aftinge te neemen.<lb/> Naamentlik een sterk mensch, die veel bloeds, ende geweldig drij-<lb/> vende groove geesten heeft, sig in soodaanigen stande bevindende,<lb/> omtrend eenen swakkeren, sal sig gemeenelik niet ontsien, sijn<lb/> voordeel uit eenes anderen menschen schaade, jaa sijn noodig be-<lb/> houd ende voedsel, uit de swakkeren verderf te souken.<lb/> Een mensch die swak van lighaam is, veel bloeds ende sneldrijvende<lb/> dunne geesten heeft, ende daar vaardig ende schrander in sijne<lb/> gedagten ende uitvindingen is, sig in dien stande gesteld vindende, dat<lb/> hy oover bedrog, te sijnen voordeele ende ten nadeele eenes anderen<lb/> gepleegd, niet kan werden gestraft, ontsiet sig gemeenelik niet, ge-<lb/> duuriglik sijne schranderheid ende quade konsten ten sijnen voordee-<lb/> le ende ten naadeele, jaa ten verderve eenes anderen, te gebruiken.<lb/> Daar en tegen een mensch, grof, ende sterk van lighame, als ook met<lb/> groove ende weinige geesten begaafd, ende mitsdien traag in sijne<lb/> beweegingen zijnde, als ook kleene kennisse ende weinig verstands<lb/> hebbende, sal in alle voorvallen de selfde zijn, ende geneegen wee-<lb/> sen, door arbeiden, sorgen, ende spaarsaamheid, sijnen kost te raapen,<lb/> ende sijn onderhoud of grootheid te souken, sonder eenen andere<lb/> te beschaadigen. Of indien hy van deese sijnen gronde afgaat, om<lb/> met eenige andere menschen, die gewoon zijn door geweld ende be-<lb/> drog hun onderhoud ende grootheid te souken, een verbond ter be-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac052"/> schaadigingen van anderen aan te gaan; soo sal hy daar in seekerlik<lb/> sijn eigen verderf vinden.<lb/> Welke driederley slag van menschen, ider in sijne soort vergaderd<lb/> zijnde, ons de Krijgers, Hoovelingen, Borgers ende Boeren afbeelden:<lb/> Als meest leevende in volgender wijse, de eersten door openbaren ge-<lb/> welde, de tweeden door bedrog ende quade konsten, de derden door saa-<lb/> ligen arbeid, sorgen, ende spaarsaamheid. Sulks deese laatsten van die<lb/> haare gronden afgaanden, om met die geweldige ende bedriegelike men-<lb/> schen eenige maatschappie aan te gaan, ende verbonden, ten naadeele<lb/> ofte ter overwinninge van eenen derden, te maaken, sy daar in see-<lb/> kerlik haar eigen verderf vinden sullen. Ende werd om deesen aard<lb/> van geweld onder schijn van Eere ende Regt te pleegen, af te beelden,<lb/> door Esopus, niet gebruikt de persoon van een Wolf, ofte van een Beer,<lb/> waar mede een wreed ofte bot wreed mensch beduid werd, maar wel<lb/> de persoon van een Leew ofte vos, waar meede gemeneelik een<lb/> Koning, Krijgs-Ooverste ofte Hooveling verbeeld werd.<lb/> Gelijk wy dat ook sien aan Kooningen ende Republijken, wanneer<lb/> die, steunende op haare groote magt, geneegen zijn haare swak-<lb/> kere Nabuuren te ooverweldigen, ende nogtans dat niet doen<lb/> willen dan onder den mantel van goed Regt ende Eere. Als nu<lb/> gebleeken is aan den Leewe van Vrankrijk, ende voor deesen ge-<lb/> bleeken heeft aan dien loosen Vosse, Ferdinand van Arragon, wan-<lb/> neer die het magtige Vrankrijk verkloekte met eerst het Koning-<lb/> rijk van Napels ende Sicilien onder haar tween te verdeelen, en-<lb/> de daar na ook de Françoisen uit haar aandeel van dat Rhijk<lb/> van Naapels ende Sicilien te drijven, ende sig daar in te zetten.<lb/> Ende is dat ook wel eer gebleeken aan de magtige Roomse<lb/> Republijk, alsoo die altijd onder deksel van eenig Regt ende<lb/> Eere, haare Naabuuren aantastede, ende onder haar geweld bragt.<lb/> Sulks het voor alle Landen ende Republijken, wiens ingeseetenen<lb/> door arbeid, sorge, ende onnoosele ommegang met andere men-<lb/> schen, haar onderhoud ende voedsel moeten souken, eene doo-<lb/> delike misslag soude weesen, sig met Koningen ofte Staaten, ter over-<lb/> winninge van eenen derden, te verbinden. Alsoo, wanneer het<lb/> selven ten besten gelukt, ende die Naabuur door gemeene<lb/> Magten overwonnen soude weesen, eindelik die onnoosele<lb/> Bondgenooten ook tot eenen prooje souden werden, der door<lb/> geweld ofte bedrog alles inslokkende Kooningen ende Republijken.<lb/> </p>

SEQ

7

PARENT

embstma_add132

HIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_add132_pic049.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_add132_emblem006

IIHIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

A lion, fox and donkey agree to divide the spoils of the hunt

SOURCE_FILE

embstma_add132.xml

MOTTO_NL_NORM

De sterkste heeft allen 't halve recht, de zwakste is een geplaagde knecht

LINK_FACSIMILE

embstma_add132_fac049

MOTTO_LA

<p>Jus in armis opprimit leges timor. Senec. Herc. Fur.</p>

TYPE

emblem pictura

IC

25F23(FOX)

25F23(LION)

46A633(+0)

46C13142

53C11

54A45

54AA4

59B41

85(THE LION, THE DONKEY AND THE FOX)

86(DE STERKSTE HEEFT ALLEN 'T HALVE RECHT, DE ZWAKSTE IS EEN GEPLAAGDE KNECHT)

86(IUS IN ARMIS OPPRIMIT LEGES TIMOR)

PREV

embstma_add132_emblem004

MOTTO_NL

<p>De Sterkst heeft allen 't halven Regt,<lb/> De Swakst' is een geplaagder Knegt.</p>

ID

embstma_add132_emblem005

MOTTO_LA_NORM

Ius in armis opprimit leges timor. Seneca Hercules Furens