$ TEXT_EXPL_XML

8. Van den Leewe ende sijne Vrienden. DE papegajen, Aapen, ende Vossen, de ordinaire en- de eerste Vrienden van den Leewe, wierden ge- waar, dat de wijse ende welversogte Haas, ingang by den Leewe gekreegen had, ende dat de Leew desselven raad soo hoog agtede, dat hy voortaan geenen anderen raad sijner eerste Vrienden gebruiken wilde, waaromme sy alle daar oover soo nijdig wierden, dat sy te saamen span- den, om een voor een by den Leewe te koomen, ende hem alsdus de eens voor ende de andee naa, uit eenen monde spreekende, te onderregten, ende te doen gelooven, dat de Haas op sijnen verstande soo groote glorie droeg, dat hy seide ende roemde, dat, indien de Leew regeerde naar sijne onderwijsinge, hy alsdan waarelik selfs niet, waar wel hy door den Leew, afgaande van sijnen raade, die enkelik strekte om volgens de reden ende billikheia, ten voordeele van het gemeen, heerschappye oover an- dere Dieren te voeren, ende alsoo in tegendeel nar sijnen eigen lust ende tot sijn eigen vermaak willende regeeren, alwaare het ten verdriete der gemeene Dieren, hy het sel- ven soude doen als een Tyran, die men, in soo eenen gevalle, gantsgeene gehoorsaamheid schuldig was, ofte weesen sou- de. Het welk aanbrengen de Leew gelovende waaragtig te zijn, om dat het eene waarschijnelijke Saak was, waar van soo veele teegen eenen het selven getuigden, dat hy teegen alle Regulen van Regten sonder den vroomen ende on- nooselen Haas te hooren in sijner verantwoordinge, ver- klaarde hem voor een Oproer-maaker, die hy gebood aan lijf ende goed te straffen. Dog de saak daar naa onder- soekkende, bevond hy, dat sijne eerste Vrienden maar beveinsde Vrienden waaren, ende dat sy deesen ee- nigen getrouwen Vriend des Leewen door nijdigheid hadden doen dooden; soo dat eindelik de Leew oud, ende door deese voorvallen vreesagtig en swakgeworden zijnde, wel bevond, dat hy tot sijner gesondheid, ende om sijne voorgaande sterkte te bekoomen, niets soo heil- saams konde gebruiken dan Papegaais-tongen, Vossen- herssenen, ende vet gemest Apen-vleesch, ende geduu- rig daar op toelag, om deselven een voor een in sijn ge- weld te krijgen. Waarom sy, die best wisten wat sy verdiend hadden, het selven haast gemerkt hebbende, sig altijds by een hielden, ende in sijn Hol niet wilden koomen, om niet van den Leewe te werden verslonden; ende, indien het doenelik waar, door eenige konsten hem voor te koomen, ende selver om den halse te bren- gen, tragteden.

;

Uitlegging der Woorden. Met den LEEW hebben de Ouden verstaan een Ko- ning door geboorte, die eenigsins edelmoedig ende verstandig is. Door PAPEGAJEN, AAPEN, ende Vossen, hebben sy verstaan Menschen, die ongeneegen zijn met arbeiden haaren kost te raapen, ende daar en teegen trag- ten van groote Heeren met vleyerye, grillen, wonder- lijke konsten ende wreedheden, ooverdaadig gevoed te werden, gelijk Hoovelingen soodaanige meest zijn. Door HAASEN, Menschen die van haar eigen inkoomen, sonder andere te beschaadigen, gewoon zijn te leven in der stilte, ende nogtanns veele Landen bereisd, als meede veel geleerd, gehoord, ende gesien hebben. Dit zijn menschen die vaste ende deugdsaame Maximen van le- ven hebbende, niet willen krommen, om gemakkelijker door de weerelt te koomen, ende mogt men die wel on- Hoovelingen noemen. In gevolge van het welken alsoo de Ouden ons met deeser FA- BULE hebben willen vertoonen, een Konings Hof, ende alle sijn Bedrijf, soo sullen wy het selven aldus kortelijk voordraagen. Die van Koningen gebooren werden, onder die verwagtinge van tot mannelijke Jaaren gekoomen zijnde, een Koningrijk te sullen be-erven; vinden sig van jongs aan omringd van menschen jong van jaaren, die geene andere Maximen ofte vast voorneemen hebben, dan om by alle middelen, hoedaanig die ook zijn mo- gen, des jongen Heeren liefde ende gonsten te bekoomen; op dat sy by der selven volgende successie in der Regeeringe, van dien nieuwen Koninge, soo voor sig selfs als hare maagen, de aller- aansienlijkste amten mogen verkrijgen. Ende vermits jonge men- schen van teegenwoordige ernstige saaken, als ook van alle sorgen, voor het toekomende seer afkeerig, ende daar en reegen tot wel- lusten ende lighamelijke vermaaken aanstonds te genieten, altijds geneegen zijn; soo konnen ook geene menschen haare gonst soo toe geneegen zijn, ten hoogsten prijsen, ende daar en booven alle aanleidinge geeven ofte middelen verschaffen, op dat sy die ten vollen konnen genieten. Jaa dat meer is, indien een deeser jonge Hoovelingen weet uit te vinden eene nieuwe wellust ofte een vermaak dat sijn Heer nooit bedagt ofte gesmaakt heeft, en- de nogtans onder het pleegen van dien daar in een groot ver- maak vind; soo werd die Hooveling gemeenelik de eerste ende grootste Mingenoot des jongen Heere. Dit is de reeden, dat alles wat die jonge Heeren seggen ofte doen, ten hoogsten van die Hoovelingen gepreesen ende naar- geaapt werd. Dit is de reeden, dat die jonge Heeren geduurig haare lusten volgen, met speelen, danssen, jaagen, vliegen, narreposten, wat lekkers te eeten, ofte drinken, ende inson- derheid, wanneer sy eenigsins manbaar werden, met ligte vrou- wen te om-armen. Sulks sy haare jeugd, soodaanig als hier ver- meld is, hebbende doorgebragt wanneer haar oude Vaader komt te sterven, geene de minste kennisse hebben, hoe de Onderdaa- nen behoorden te werden geregeerd. Ende ook geene dan die eerste jonge wellustige Vrienden kennende ofte beminnende, al- soo sy met geene andere menschen gemeensaam hebben ver- keerd, sy ook deselven, ende geene andere met de aller-gewig- tigste Amten der Regeeringe voorsien. Ende vermits deese gonst des Konings is de eenige Afgod, die deese wellustige ende ooverdaadige Hoovelingen ende Krijgs-Ooversten naagejaagd ende aangebeeden te hebben; ende sy ook gemeenelik soo behouftig zijn, dat sonder die gonste, tot uiterste veragtinge ende armoede vervallen souden, soo ontsien sy sig gemeenelik niet, ter behoudinge van die gonste, geduurig te saamen te spannen, om den Koning onweetende te houden, ofte ook, als het te passe komt, alle andere die, met hem beeter te onderrigten, haar in den weege zijn, by den Koninge verdagt te maaken, ende van eenige versierde Misdaad te beschuldigen. Welke Koning geene oogen nogte ooren hebbende dan deezer Hoo- velingen, die hem ten deesen einde genougsaam opgeslooten, ende van andere menschen afhouden, gemeenelik sig dus laat verleiden ende verraaden, ende sig daar van niet wagten kan. Gelijk men het selven allermeest siet, wanneer by gevalle een verstandig deugdsaam man, ten Hoove in soodaanige hoo- ge Bedieninge komt, dat hy daar door gemeensaam met den Koninge werd, ende desselfs gonste verkrijgt, door eenige behaagelikheid die altijds by der Deugd ende Waarheid is, ende selfs in de oogen der meest onweetende Koningen straalt, soo lange tot dat die eerste Vrienden des Konings, vreesende door deesen Nieuweling ingetoomd te sullen werden, te saamen span- nen, ende eenige middelen bedenken, om aan die Deugden een schijn van misdaad te konnen geeven. Want die ellendi- ge Koning, geene andere menschen in sijnen Hoove ontmoe- tende, dan die deesen deugdsaamen Nieuweling haaten ende be- schuldigen, meend seer wel te doen, veelen, ten naadeele van eenen, te gelooven; ende den selven als de misdaad van Gequet- ster Majesteit begaan hebbende, door Regteren, eeven als de Hoovelingen gesind weesende, te doen veroordeelen ende doo- den, ende alle Vrienden des selven ten Hoove, jaa ten Lande uit te jaagen. Dog indien die Koning met eenige de minste opmerkinge leeft, soo bevind hy met der tijd, dat deese sijne Hoovelingen hem verraaden hebben, ende dat hy desweegen by sijne ge- meene Onderdaanen voor eenen Tyran gehouden werd, als ook dat deese Verraaders, des Konings vervremding ende mindering van gonste, van ende tot haar gemertk hebbende, sig alle naar der opgaande Sonne Keeren, ende hem met hulpe sijns Successeurs bedektelik tragten te dooden. Sulks soodaanige Koningen, door ondervindinge ende ouderdom vrees-agtiger ende swakker ge- worden, zijnde, weeten dat sy van alle haare Onderdaanen ge- haat, ende van haare Hoovelingen ondermijnd werden, maar niet weeten, wie sy middelerwijle mogen vertrouwen; Waar- om sy ook niet min als de verraderse Hoovelingen, in geduuri- ge onderlinge vreese van gedood te sullen werden, ellendiglik haar leeven eindigen. Welke onse Reedenkaavelinge wijders met Voorbeelden te bevestigen, gants onnoodig is; also nawe- liks eenige Griekse, Romeinse ofte jongere Historie-schrijvers, van Ko- ningen-ende Vorsten -Hooven handelende, konnen werden ge- leesen, sonder die in grooten getaale te vinden. Alleenilik seg- gen wy den eigentlijken sin deeser FABULE te weesen, dat ten Hoove de onweetenheid ende ondeugd regeerd soodaanig, dat alle kennisse ende deugd daar uitgebannen, ende uit den Lande verdreeven werd, Sie Ant. de Guevarra menospecia de Corte.

SEQ 10 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic063.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem009 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN King lion's old friends falsely accuse the wise hare SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Wat deed St. Pieter ten hove, dan zijnen Heere, dat is de waarheid ende rede verzaken, liegen ende bedriegen? LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac063 MOTTO_LA

Exeat aula qui vult esse pius

TYPE emblem pictura IC 25F22 ; 25F23(FOX) ; 25F26(HARE)(+5212) ; 25F35(PARROT) ; 25H114 ; 44B124:57AA61 ; 44B62 ; 44G(+6) ; 57BB25 ; 85(THE LION AND HIS FRIENDS) ; 86(EXEAT AULA QUI VULT ESSE PIUS) ; 86(WAT DEED ST. PIETER TEN HOVE, DAN ZIJNEN HEERE VERZAKEN, ETC.) PREV embstma_add132_emblem007 MOTTO_NL

Wat deed St. Pieter ten Hoove, dan sijnen Heere, dat is de Waarheid ende Reeden versaaken, liegen ende bedriegen?

ID embstma_add132_emblem008 MOTTO_LA_NORM Exeat aula qui vult esse pius CHILDREN CHILDREN_SQRT 0