$ TEXT_EXPL_XML
9. Het Paard ende sijn Ruiter, als ook het Hart.
Het vrye ende blye Paard, siende het breedgehoornde
Hart in de graasige valleye neevens hem weiden, was
niet te vreeden in aller Vryheid neevens het vrye Hart sijn
voedsel te soeken, ende daar en booven dat voordeel te ge-
nieten, ook te konnen weiden in de digte bossen, daar het
Hart, om sijne hoornen, niet by konde komen, maar be-
geerde die Gemeene weiden ende bossen alleen voor sig sel-
ven te gebruiken; sprak derhalven met ende versogt een
welgewaapend Man, hem sijnen rug aanbiedende, om het
Hart, dat snel in 't loopen was, te vervolgen ende te doo-
den, het welk de Man seer gaarne aangekomen hebbende,
kelikheid van een saadel ende toom te moeten gebruiken.
't Welk het Paard, hopende des te seekerder het Hart te
dooden, ende Heer ofte Meester oover alle die graasige
Velden te worden, gewillig toestond, oopende sijnen
mond voor het gebit ende den breidele, als ook sijnen rug
schrap settende voor den saadele. Ende wierd door deese
middelen het Hart ook afterhaald ende gedood. Sulks
Toen het Hart gevangen ende gedood was, het Paard, als
meenende des Ruiters ende ook sijn oogwit beloopen ende
verkreegen te hebben, versogt ontslaagen te zijn van dien
lastigen Ruiter: maar de Ruiter seide, dat hy het Wild
niet had gedood alleen ten sijnen voordeele, maar om sig
selfs daar meede vrolik te maaken, ende dat hy nog met den
Ruiter belaaden moest blijven, ende daar en boven ook het
Hart eerst aan sijnen huise moest brengen: sulks het Paard,
hoewel ongaaren, het selven gedaan hebbende, ten twee-
den maale versogt, dat de Man van sijnen rugge afstijgen
wilde: maar de man antwoorde, dat hy, om het Hart
te verorberen, brood noodig had, ende vougde daar ein-
delik by, dat hy nu wist hoe bequaam een Paard was, om
den menschen te dienen in swaare lasten te draagen ofte die
te trekken; ende voor eerst den Rosmoolen; ende dat het
ook seer Billik was, dat een Beest getemd, ende geleerd
wierde, eenen Mensche te gehoorsaamen. Waar op het
Paard begon te staan ende te steigeren, meenende sijnen
Ruiter af te werpen; maar die sat vast in den saadele en-
de sloeg met spooren ende sweep soo fel, dat het Paard,
moede ende mat geworden zijnde, sig in de Rosmoolen
liet inspannen, ende voortaan suurelik arbeidende, niet
meer voedsel kreeg dan als het dien Manne, nu sijnen
Meestere, geliefde.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben verstaan met het Paard ende het
Hart, twee aansienelijke Ingeseetenen ofte Magi-
straats-Persoonen.
Met de Graasige VELDEN, BOSSCHAADJE, eene
Republiek, daar de Ingeseetenen vry weiden mogen.
Met de MAN ende die RUITER, een in magt-uitstee-
mensch, die tot Veld Oversten voor eene reise ofte
voor eene Veldtogt aangenoomen werd.
Met een RUITER op sig te hebben, ende in de Rosmoo-
len te moeten gaan; in slaavernie te leeven.
Gelijk eene welgegronde liefde, die de menschen sig selven toe-
draaagen, in haar aansteekt de begeerte, dat andere menschen
van haar wel gevoelen ende spreeken, ende dat de gesonde reeden haar
ook leerd, dat de seekerste weg, om daar toe te geraaken is, alle sijne
kragten in te spannen om lofwaardige saaken te doen; soo is ook ken-
nelik, dat die Eergierigheid, als opgemelde loffelijke vrugten voort-
brengende, is eene seer loffelijke deugd.
Ende vermits de Heerssugtigheid, ontstaande uit eene verkeerde of
dwaalende eigen selfs liefde, ons veeltijds onder de name van Eergierigheid
voorgedraagen werd, ende dat ook de Heerssugtigen sig geerne met
den mantel der Eergierigen bekleeden, terwijle heerssugtiglik an-
deren, ende by gevolge sig selven beschaadigen, waarelik seer ver-
agtens waardige Menschen zijn. Ende eindelik, vermits deese FA-
BUL ons eigentlik vertoond het quaad dat de Heerssugtigen ande-
ren ende ook sig selven gemeenelik aandoen; soo sal niet ondienstig
zijn, dat wy het selven met meerdere woorden voordraagen.
Een waarelik ende op regte gronden Eergierig mensch, is gerust
ende wel te vreeden, als hy lofwaardige werken gedaan, ende dien-
volgende te verwagten heeft, dat anderen daar van naar waarheid
oordeelen ende spreeken sullen. Ende indien het selve hem niet ge-
beurd, soo strekt hem nogtans sijn eigen gewissen voor duisend ge-
tuigen, dat hy die Eere waarelik verdiend heeft. Ende hoe hy daar
na meer menschen vind, die voor ofte neevens hem den weg van Eere
ende Deugd ingaan, hoe grooter een genougen hy uit sijne werken
schept, ende hoe meer hy in sijnen goeden weege bevestigd werd.
ende oover anderen Heerschen, benijd daarom sijnen meerder, ende
haat sijns gelijken; niet om dat sy't eenigsins verdiend hebben; maar
om dat sy meerder als hy, ofte hem gelijk zijn. Veragt sijn eigen ge-
weeten, ende all het geen andere menschen van hem souden mo-
gen gevoelen, mits sy dat niet ten sijnen nadeele derven uitten.
Ende vermits de Heersugt dien volgende niet op een innerlik ge-
weeten of gevoelen, maar op geweld ende bedrog gegrond is, ende al-
tijds verself is met nijd ende haat; SO werd sijn Meester, terwijle hy
daar van beseeten werd, door alle de opgemelde hertstogten so sterk
gedreven, om sijnen meerder of sijns gelijken en te verminderen of te ver-
nietigen, dat hy ten dien einde veeltijds middelen by der hand neemt,
die wel waarelik sijnen vyanden schadelik zijn, maar die daarbenee-
ven, in steede van hem tot meerder aansien ende heerschappie by
ende oover sijn meerder ofte gelijken te brengen, hem in teegen-
deel verminderen ende verderven.
Dit sien wy daageliks, als voormeld, niet alleen by alle Menschen
in het bysonder aangemerkt weesende, maar ook voornamentlik in
Vrye Republiken, daar eenige Heerssugtige Regenten sig niet genougen met
ordentelik ende wettiglik, in de Vergaaderingen der Regeeringen,
hare stemmen neevens hare Meedebroederen te geven, ende met de
meesten te mogen besluiten; maar die alles na haaren sinne willende
drijven, heimelik ende afsondelik met eenige andere quaadwillige
Leeden der Regeeringe te saamen rotten, beloften ende Eeden doen,
om ten dien einde van buiten eenig Heer in die Republike te roepen,
ofte te brengen, op dat sy door dien Hoofde hare Meedebroeders sou-
den konnen dwingen, volgens haare geneegendheid, te stemmen, of
die uit der Regeeringe te werpen, of te doen dooden. Ende sien wy
ook dageliks, dat die Heerssugtige Regenten, meenende door het in-
voeren van soodaanig Hoofd, haar oogwit verkreegen te hebben, in
teegendeel bevinden, dat sy sig door die schelmstukken tot eewiglik
verdoemde slaaven aan die Heere verkost ende verpligt hebben, om
aallesins sijnen wille te moeten doen, ende nooit als voor deesen in der
Vrye Republike haar eigen gevoelen te mogen uitten; In 't korte
gesegt; wy meenen den eigentliken sin deeser FABULE te weesen,
ons te leeren dat soo een Heerssugtig Regent is waarelik een Paard, dat
wel een Ruiter opneemen, ende het Hart doen dooden kan, maar dat
ook daar naa eeuwiglik onder dien Ruitere, ofte in der Rosmoolen gaan
moet.
Facilis descensus averni.
TYPE emblem pictura IC 25F24(DEER)(+63) ; 34A2 ; 46A182(+0) ; 46C13183 ; 47D22(+24):46C13141 ; 51E11 ; 51EE11 ; 57AA76 ; 86(FACILIS DESCENSUS AVERNI) ; 86(WANNEER IEMAND WORDT OVERHEERST, 'T IS TIJD DAT HIJ VERDRAGEN LEERT) PREV embstma_add132_emblem008 MOTTO_NLWanneer ieman is ooverheerd,
't Is tijd dat hy verdraagen leerd.