$ TEXT_EXPL_XML
12. De Vrouw biddende voor het lang leeven
EEne oude Vrouw in 't oopenbaar biddende voor het
lang leeven van den jongen Dionysius, Soon van
den Ouden, die sig Tyran van Syrakusen had gemaakt,
wierd daar oover bestraft, door eenige ongemeen groote,
maar niet de besaadigste Liefhebbers der gemeene Vryheid,
eeven als of deese Vrouw benijde het welvaaren des Vaa-
derlands, ende veragte het sugten ende kermen der ar-
me Inwoonderen, die van des Soons tyrannie seer hard,
ende meer dan ooit, gedrukt wierden; alsoo sy ende
een yder wist, dat hy Dionysius in den geselschappe der
hoereeren ende speelen soodaanig doorgebragt, dat hy
om die ooverdaad gerustelik te konnen pleegen, sig een-
maal met eenige ontugtige Bouven 90. daagen naar een
in sijnen Hoove opgeslooten hadde gehouden, laste-
rende onderwijlen ende doende daar buiten beschuldi-
gen, alle aansienelijke, ernstige, ende eenigsins naar
Waarheid vry van haar spreekende Menschen, die sig
met die vuiligheeden niet wilden besoetelen, haar ten
laste leggende, dat het trotse, steilooren, van den Ko-
ninge quaalik spreekende, ende dien volgende strafbaa-
re Menschen waaren. Maar de oude Vrouw antwoor-
de, Toen ik jong was, ende by gevolge niet wist dat de
Successien ofte veranderingen van Monarchen ofte Heers-
sende Menschen, den Onderdaanen altijds meer quaads
dan goeds aanbragt, ende dat hier te Syrakusen voor
de gemeene Ingeseetenen gants geene beeterschap, dan
door niewe beetere ordre eener Vrye Regeeringe te ver-
wagten was; Soo bad ik, ende meer ander goede In-
geseetenen met my, om de dood van den ouden Dio-
nysius, die onse Vrye Republik verkragte ende alle moed-
wil aanregte; Maar Leider! meenende in des selven
doode onsen wensch verkreegen te hebben, soo sie ik
den selven gevolgd van deesen sijnen Nazaat, die het
nog tienmaal slimmer, als de oude Dionysius ooit dee-
de, maakt: daarom vreese ik weederom voor den der-
den, ende geloove datter in onlangs ooverheerde Lan-
den selden jonge Koningen koomen, die de ouden ver-
beeteren: maar gemeenelik soodaanigen, die de Ingesee-
tenen meer ende meer van haare Vryheeden berooven en-
de onderdrukken.
Uitlegging der Woorden.
Wie de Personen zijn, welk ein deeser FABULE
werden voorgedraagen, behousd geene Uitleg-
ging, maar wel de Saaken, die daar meede be-
duid werden:
Naamentlik de eerste Koningen, die oover te vooren Vrye Lan-
den ofte Steerden beginnen te heerssen, hebben die Hoogheid ver-
kreegen ofte door eene Vrye keure der Ingeseetenen, ofte door
Bedrog ende Geweld. Ende hoewel niemand ten Hoofde eener Re-
publike gekooren word, dan om eenige bequaamheeden,
die men in sijne Voor-Ouderen gesien heeft, ende ook meend
ofte hoopt in de selven Mensche te sien, ende seekerlijk
vertroud, dat hy die soo seer te sijnen voordeele als
wel ten gemeenen welvaaren der Ingeseetenen gebruiken sal:
Soo bevind men nogtans sig selfs daar in doorgaans bedroo-
gen.
Ende bevind men het selven altijds, wanneer jemand door
Bedrog ofte Geweld, of gelijk meest altijds geschied door beiden,
sig ten Hoofde der Republike opwerpt, ofte opgeworpen heeft.
Ester zijn beide die Hoofden daar in gelijk, dat sy die Hoogheid
niet verkrijgen, wanneer sy door Kindsheid, ofte quaade opvoe-
dinge, daar toe onbequaam zijn; maar als sy mannelijke Jaa-
ren bereikt, ende bewijs van haare bequaamheeden gegee-
ven hebben, ofte onder het verkragten der Republike gee-
ven.
Derhalven soo ontstaat daar uit, dat sy Regeeren konnen
ende willen, sonder sig allessins van anderen te laaten regeeren;
als ook hier uit volgd, dat sy niet alleen weeten wat sy in andere
Hoofden, ofte Koningen geloofd ofte mispreesen hebben, maar
ook, om dat sy selfs Onderdaanen ofte gemeene Ingeseetenen zijn
ofte waar van, de Ingeseetenen, die gehoorsaamen moeten,
geneegen zijn, ofte een afkeer hebben.
Ende vermits die Hoofden daar beneevens heerssen oover In-
geseetenen, die onlangs Vry geweest zijn, ende daarom niet
willen slaafagtig dien Heere dienen, ende sy ook weeten, dat een
mensch oover veelen niet dan precario, ofte soo lange sy dat lijden
willen, gebieden kan, soo moeten noodwendig die eerste Hooden
ofte Koningen seer voorsigtig regeeren, met niet dan onder ee-
nen grooten schijn van Regt, de aansienelijkste Liefhebbers der Vryheid
doodende, ofte verbannende, ende alsoo waarlik voortgaande
met die gemeene Ingeseetenen door eene Koninglijke magt
te dwingen ende te bedriegen, nogtans te schijnen die te oo-
verreeden ende met de meeste stemmen der Ingeseetenen te
oovertuigen.
Welk Mom, indien de eerste Hoofden, ofte Koningen afleggen,
soo werden sy seer ligtelik van die Hoogheid beroofd.
Ende op dat niet haare Soonen haar souden naarvolgen in die
Heerssugt ende bequaamheeden, waar door sy de Vrye Republik
hebben verkrast, om insgelijks die Heerschappye hunnen Vaa-
dere door bedrog ende geweld te onttrekken; soo zijn sy ge-
noodsaakt de selve Soonen in alle onweetenheid, ongebondend-
heid, weelde, ende wellusten te doen opvoeden. Waar door
die Soonen daar naa haaren Vaader in der Heerschappye vol-
gende, gemeenelik in het geheel trotse laatdunkende menschen
zijn, ende als halve Gekken nog willen nog konnen Regee-
ren, ende in steede van dien, eenen haaren Gonstelinge waarelik
alles laaten bestieren, op dat sy middeler wijle alle haare wel-
lusten tragten te versaaden: Soo nogtans dat Sy ende haare
Hoovelingen nog eenigsins weederhouden werden door de ge-
dagten, dat de liefde tot de gemeene Vryheid niet in het ge-
heel gestorven is by ofte in de Harten ende Gemoederen der
gemeene Ingeseetenen, ende dat de uisteekensten van dien, alvoo-
rens gedood, ofte haare eigene dood gestorven behoorden te
zijn, eer sy Hoofden, Koningen ende Hovelingen met volle gerustheid,
de Koninglijke Schelmstukken voor Deugden konnen doen op-
pye volgen, sy ende haare Hoovelingen geen belet vinden,
waarom sy niet onbeschaamdelik alle haare lusten volgen, en-
de daar meede waarelik toonen souden geene Wetten, gelijk
de gemeene Borgers, onderworpen te zijn, ende dat Sy de
gemeene Onderdaanen, nu der slavernye gewoon, sonder ee-
nigen opstand der selven te vreesen, ten uitersten mogen schee-
ren, drukken, belaaden, ofte dooden.
Ende is dit het gunt deese FABUL ons eigendlik leerd.
Want de Oude Dionysius te Syrakusen van een kloek Krijgsman
een Capitain Generaal, ofte Bevelhebber oover een Heir der Re-
publijke, voor eene reise geworden zijnde, wist in tee-
genloopende gevallen van een swaar oorglog teegen de Carta-
ginensen sig by de gemeene Ingeseetenen ende Krijgsluiden
soo aangenaam te maaken, ende de andere Krijgs-Ooversten der
Republike soo seer te lasteren, dat die Krijgs-OOversten door
den Volke afgeset, ende hy allen gematigd wierd, sonder
eenige bepaalinge dien oorlog uit te voeren. Ende dit ver-
kreegen hebbende, strooide hy uit, dat de misnougden oo-
ver sijne al te groote magt, hem willen dooden, ende dat
hem derhalven ter sijner verseekertheid eene Lijfwagt van ses
hondert mannen noodig was, het welk als hy verkreegen,
ende daar en booven de gonsten sijner Vreemde besoldigde
Krijgsluiden bekoomen had, soo dwong hy daar meede de
Republik van Syracusen den tijd van omtrent acht ende dertig jaa-
ren, in alles sijnen sin te volgen, zijnde onderwijlen seer vee-
le gevallen onderworpen, die hy door sijne klouk-ende dap-
perheid alle te booven quam.
Ende onder anderen deede hy sijnen eenigen Soon, den jon-
gen Dionysius soo quaalijk opbrengen, dat hy hem, in der Re-
geeringe gevolgd zijnde, daar toe gants onbequaam was, en-
de in alle wellusten, ooverdaad ende tyrannie, geleefd heb-
bende, den tijd van tien Jaaren eerst door den vroomen Dion,
ende daar naa door den deugdsaamen ende gelukkigen Timoleon
uit den lande verdreeven, ende Syracusen weederom in sijne Vry-
heid hersteld wierd.
tijden van den tweeden Dionysus, niet dervende hoopen dat de
Republik in Vryheid hersteld soude werden, ende den gemee-
nen loop des weerelds beleefd hebbende, als meede insonder-
heid weetende, dat deese tweede Dionysius eenen seer baldaadi-
gen Soon had, met groote reeden voor sijn lang leeven bad, op
dat niet die Soon haar nog harder handelen soude.
Mitissima sors est regnorum sub rege primo. Lucan.
TYPE emblem pictura IC 25I141 ; 31AA233 ; 46C131 ; 31D17 ; 44B119 ; 44B1527 ; 44B17 ; 46C131 ; 85(WOMAN PRAYING FOR A LONG LIFE FOR DIONYSIUS OF SYRACUSE) ; 86(HET ZIJN GEEN JONGEN DIE DE OUDEN VERBETEREN) ; 86(MITISSIMA SORS EST REGNORUM SUB REGE PRIMO) ; 98B(DIONYSIUS II)3 PREV embstma_add132_emblem011 MOTTO_NLHet zijn geen Jongen die de Ouden
verbeeteren.