| TEXT_EXPL_XML |
<p>14. De Gans, ende de Papegaai,<lb/> De Gans, met sorgen ende met moeite sijne kost ten<lb/> waattere ende ten lande in vryheid gesogt hebbende,<lb/> ende daar door vet geworden zijnde, wierd misnougd,<lb/> wanneer hy by geval omtrend eenes grooten Heerschaps<lb/> Huis, in eene vergulde kooje een vreemden Asiatisen Vogel<lb/> sag hangen, ende dat die a'daar sonder eenige sorge ofte ar-<lb/> beid wel lekkerlik met wynsopjens in oovervloede gevoed<lb/> ende gedrenkt wierd; ende begon hy derhalven de andere<lb/> Gansen van sijn geslagt op te maaken, om het geluk van sulk<lb/> een leeven te souken ende te bejaagen: waar toe sy gelijke-<lb/> lik aangemoedigd zijnde, ten Hoove vloogen, ende sig al-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac094"/> daar lieten vangen, sulks de gemeene Gansen onder de parti-<lb/> culieren Hoovelingen wierden verdeeld, ende hy, als haar<lb/> voorganger, voor den Koninge gebragt, ende in eener kooje<lb/> geset wierd, om ook eeven gelijk de Papegaai te werden<lb/> opgevoed, onder voorwaarde, van ook te leeren naarklap-<lb/> pen, gelijk men hem soude voorseggen, sonder daar in naa-<lb/> laatig te werden bevonden, op hooge straffe, ja de dood sel-<lb/> ve. Maar toen hy in de kooje geset zijnde, het deurtjen<lb/> agter hem hoorde toedoen, ende daar uit sijne gevangenis<lb/> besloot, als ook bemerkte hoe onbequaam hy was, om als<lb/> een Papegaai te leeren klappen, ende dat hy dien volgende<lb/> seekerlijk aanstonds een spot der bet-weetende Papegaajen<lb/> soude werden, als ook, dat hy vervolgens al daar nie tlange<lb/> by den Koninge in aansien soude konnen blijven; soo brak<lb/> hem het sweet van angsten ten lijve uit, ende wenschte hy<lb/> geduurig weeder naa sijne oude vryheid, dog te vergeefs.<lb/> Sulks hy sijne dwaalinge, ende daar en booven sijnen raad<lb/> ofte verraad, waar door alle de andere vrye Gansen slaaven<lb/> geworden waaren, ooverdenkende, daar door in eener tee-<lb/> ringe verviel, ende ellendiglik quam te sterven.<lb/> </p> <p>Uitlegging der Woorden.<lb/> De Ouden hebben hier met eenen vetten Ganse ver-<lb/> staan, een rijken Boer ofte een rijk Borger, ofte een<lb/> Magistraats-Persoon eener Vrye Republike.<lb/> Met een Papegaai, een Hooveling.<lb/> Met de goude Kooi, een Konings Hof.<lb/> Dat alle goede saaken, die ons gebeuren ofte alle onse Goederen die<lb/> wy verkrijgen, ende die wy blijven besitten, in den beginne onses<lb/> besits, ons eene groote vreugd aanbrengen, bevind een yder aan sig sel-<lb/> ven: als ook, dat wy alsdan, gelijk of wy daar omtrend ons oogwit ver-<lb/> kreegen hadden, daar van versaadigd zijn; ende onse gedagten doen<lb/> rusten, in sulker vougen, dat eene korte gewoonte van die goederen<lb/> <pb n="embstma_add132_fac095"/> te besitten, alle onse vreugd wel eer in het verkrijgen derselven door<lb/> ons genooten, soodanig doed verdwijnen, dat naaweliks daar van oo-<lb/> ver blijft eenig gevoelen, dat magtig is onse gedagten op te wekken,<lb/> om als de voorvallen sulks wel souden vereissen, die waardije der goe-<lb/> deren, die wy besitten, wel te ooverweegen, ende naar waarheid te<lb/> schatten. Daar en tegen bevinden wy ook, dat de quaade saaken ende<lb/> de Verliesen van goederen, ons niet alleen bedrouven, wanneer sy<lb/> ons ooverkoomen, maar dat ook de geheugenisse ende de smert van<lb/> dien, onse gedagten geduurig opgewekt, om de grootheid der selven<lb/> wel te ooverleggen, ende met eenen te bedenken, of daar geen mid-<lb/> del voor ons sy, om van dat altijds drukkende quaad ontslagen te wer-<lb/> den, ende onsen voorgaanden, ofte eenen beeteren stand, ende meer<lb/> goederen te bekoomen.<lb/> Dit is de reden, dat een rijke Boer seer wel begrijpt ende ook swaar<lb/> agt, alle den arbeid, ongemakken ende teegenspoeden, die hem om-<lb/> trend den Landbouwe voorkomen, ende daar en teegen niet bedenkt,<lb/> nogte naar waardye weet te schatten, hoe groot een goed het zy al-<lb/> leen van sijne eigene forge ofte naarstigheid, ende van Goodes alge-<lb/> meenen seegen oover het aardrijk ende het vee af te hangen; Sulks hy<lb/> om van alle sijne opgemelde arbeiden ontslagen te werden, begeerd<lb/> een Steedeling ofte Borger te zijn; en dat hy een Borger geworden zijnde,<lb/> aanstonds begind te voelen ende te begrijpen, niet de gemakken ende<lb/> seekerheeden, die de Poorters soo in tijden van Vreede als Oorloge, meer<lb/> als de Bewooners der Platte Landen genieten; maar wel de groote<lb/> onseekerheeden der profijten, ontstaande uit Poorters-neeringen, ende<lb/> de kostelikheid der Steeden, als meede hoe groote vlijt ende forge men<lb/> aldaar moet aanwenden, om van andere menschen, daar men om sij-<lb/> ne neeringe te konnen drijven, geduurig meede heeft te handelen,<lb/> niet bedroogen ende beschaadigd te werden. Derhalven die Borger<lb/> weederom meend groote reeden te hebben om te tragten als een<lb/> Rentenier stille op sijne inkomsten te mogen leeven. Ende dat ver-<lb/> kreegen hebbende, gevoeld hy niet allen de ongemakken ende sor-<lb/> gen, welke aan dat leeven vast zijn, maar is daar en boven ook met sij-<lb/> nen tijde verleegen; sulks hy alsdan enkelik wenst naar eenige aansie-<lb/> nelijke hem betaamende beesigheid, namentlik in der Regeeringe van ee-<lb/> nig Gods Huis, Land ofte Steede, gebruikt te werden. Ende indien<lb/> hem dat gebeurd, so bevind hy gewisselik die overgroote moejelik-<lb/> heeden van sig geduurig te moeten vougen naar de verscheidene ge-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac096"/> neegentheeden sijner Meedebroederen, ende dat hy sonder het selven, in<lb/> der Regeeringe van dien niet wes uitregten kan: weshalven, indien<lb/> soo eener seer Heersugtig is, hy seekerlik waand dat Hovelingen, die niet<lb/> meer dan eenen Heere houven te behaagen, veel gelukkiger zijn, als<lb/> hy is. Sulks indien hy sig bevind in eener Republike, daar een Hoofd van<lb/> groot vermogen is, hy ook seekerlik tragten sal, de gonst des selven te<lb/> bekomen, met hem niet sijne eigene goederen, maar wel eerst eeni-<lb/> ge Voor-Regten, ende daar na allangs de Gemeene Vryheid sijns Vaderlands<lb/> op te offeren, om alsdan gelijk de Meester-slaaf des selven oover alle Slaa-<lb/> ven sijne Meederbroederen ende andere Ingeseetenen te konnen heer-<lb/> sen. Het welk, indien hy verkrijgd, soo bevind hy seer haast, dat een<lb/> Boer, ofte Borger, die gewoon is op sijnen eigen gronde te bouwen, tee-<lb/> ring naar neering te setten, ende voorts gerust te zijn, als hy sig naar<lb/> de gemeene Wetten sijnes Vaderlands heeft gedragen, op verre naar<lb/> soo bequaam niet is, om daar liegen ende bedriegen, quistig, baldaadig en-<lb/> de ontugtig te leven, des Heeren gonsten te konnen behouden, als de<lb/> geboorene Hovelingen, die van kindsbeen aan, neevens dien Vorst, in alle<lb/> ontugt opgegroeid zijn. Ende terwijle die Hofsieke Borger, de gonst des<lb/> Vorsten 't hemwaarts, niet verkreegen heeft, dan met allangs de Reg-<lb/> ten ende Goederen des wel eer Vryen-Volks aan hem op te offeren, en-<lb/> de dat ook daar naa soo haast geene offerhanden meer door hem aan<lb/> dien Vorste ofte Heere, konnende werden opgeofferd, hy des Vor-<lb/> sten gonst t'hemwaarts van tijden ten tijden siet verminderen, ende daar<lb/> en booven soo gevoeld hy dat sijne Meeder-Broeders in der Regee-<lb/> ringe, jaa de oude Hoovelingen, hem voor eenen Verrader sijns Vaader-<lb/> lands aansien, ende dat sijne Meede-Ingeseetenen hem oopenbaarelik<lb/> als soodaanig eenen veragten, ende vervlouken. Sulks hy te laat be-<lb/> grijpende, dat een Boer ofte Borger ten Hove niet geagt werd dan soo<lb/> lange hy kan ende schijnd te willen sijn Vry Vaaderland verkoopen<lb/> ofte verraaden, ende dat alle die gonst ophoud, soo haast hy dat groot<lb/> schelmstuk bedreeven heeft. Waarom hy alsdan daar van eene soo<lb/> groote smerte gevoeld, dat hy eindelik van Spijt ende Hertseer sterfd:<lb/> Laatende allen menschen een voorbeeld naa, dat sy sig in haaren Stan-<lb/> de soo gelukkig behoorden te maaken, ende vergenougd te houden<lb/> als doenelik is, behoorden te maaken, ende vergenougd te houden<lb/> als doenelik is, sonder geduurig naar eenen anderen stand te haaken.<lb/> Ende dit is eigentlik het gunt ende waar van de Ouden ons met deeser<lb/> FABULE hebben willen leeren ende afschrikken.<lb/> </p> |
| SEQ |
16 |
| PARENT |
embstma_add132 |
| HIM |
FABLES GUL MNE EMBLEMS ILL_BOOK |
| URL_IMAGE |
embstma_add132_pic093.jpg |
| TIPE |
emblempictura |
| NEXT |
embstma_add132_emblem015 |
| IIHIM |
FABLES GUL MNE EMBLEMS ILL_BOOK |
| CAPTION_EN |
A goose, jealous of a parrot who has an easy life in a cage, gives up his freedom and leads his fellow geese into captivity |
| SOURCE_FILE |
embstma_add132.xml |
| MOTTO_NL_NORM |
Daar is geen ellendiger Mens als een Verrader van zijn vrije vaderland |
| LINK_FACSIMILE |
embstma_add132_fac093 |
| MOTTO_LA |
<p>Optat ephippia bos piger, optat arare caballus</p> |
| TYPE |
emblem pictura |
| IC |
25F35(PARROT) 25F36(GOOSE) 34B131 45F90 51EE1(+4) 57AA76 85(GOOSE AND PARROT) 86(DAAR IS GEEN ELLENDIGER MENS ALS EEN VERRADER VAN ZIJN VRIJE VADERLAND) 86(OPTAT EPHIPPIA BOS PIGER, OPTAT ARARE CABALLUS) |
| PREV |
embstma_add132_emblem013 |
| MOTTO_NL |
<p>Daar is geen ellendiger Mensch, als een Ver-<lb/> raader van sijn Vry-Vaaderland.</p> |
| ID |
embstma_add132_emblem014 |
| MOTTO_LA_NORM |
Optat ephippia bos piger, optat arare caballus |