TEXT_EXPL_XML

<p>18. De Adeler, Pauw ende Papegaai.<lb/> Hoewel alle de Vogelen naar waarheid bekenden, dat<lb/> de Adeler de snelste in het vliegen, ende de sterkste<lb/> van lighame, bek ende klaauwen was, ende derhalven seer<lb/> geeren voor hem swigteden, soo wilde hy nogtans ook<lb/> voor de schoonste van allen gehouden weesen; ende dat uit<lb/> vreese, hy weegens sijne oncierlijke veederen, leelijke bel<lb/> ende klaauwen, anders sins oopentlijk veragt mogte werden.<lb/> Waar teegen als de Pauw, steunende op de klaare waar-<lb/> heid, seide schooner te weesen, soo wierd die aanstonds<lb/> door den Adelere verscheurd, ende wierd vervolgens de<lb/> <pb n="embstma_add132_fac112"/> Papegaai wijders gevraagd, wat hem van des Arends<lb/> schoonheid, ende het gepleegden aan den Pawe dagt?<lb/> waar op de Papegaai antwoordede, dat hy waarelik<lb/> schooner als de Pauw zijnde, nogtans geerne bekende,<lb/> dat de Arend allesins mooijer van veederen ende lighaame<lb/> was, dan de allerschoonste Papegaai, die hy ooit hadde<lb/> gesien, als ook dat de Pauw dien volgende met groot<lb/> regt gedood was. Het welk den Arende soo wel beviel,<lb/> dat hy den Papegaaje eene van des Pauws bouten te<lb/> kluiven gaf, ende van hem sijnen oppersten Kaamer-Die-<lb/> ner maakte. Sulks alle de andere gemeene Vogelen, sien-<lb/> de dat de een van den Arende om de waarheid gesproo-<lb/> ken te hebben, gedood, ende de andere om oopenbaar-<lb/> lig geloogen te hebben, beloond wierd, alle met luider<lb/> keele uitsongen, dat de Adeler de schoonste aller Voge-<lb/> len was.<lb/> </p>

<p>Uitlegging der Woorden.<lb/> Met den ADELER hebben de Ouden verstaan een<lb/> Koning ofte gebiedend Heer.<lb/> Met de PAUW, een Nieuwling ten Hoove.<lb/> Met den PAPEGAJE, een ervaaren Hooveling.<lb/> Met de gemeene VOGELEN, de gemeene Ingeseete-<lb/> nen eenes Lands.<lb/> Dat de Menschen in het gemeen soo eergierig zijn, dat sy oover<lb/> haare deugden ende roemwaardige daaden seer gaarne in haar<lb/> leeven gepreesen zijn, ende hoopen naa haare dood ook gepreesen<lb/> te sullen werden, schijnd in sig selfs eene ydelheid te weesen, ende<lb/> is des niet te min in der daad eene groote aanrpikkeling, om ge-<lb/> duurende het kort ende broos leeven der selven Menschen, sig<lb/> <pb n="embstma_add132_fac113"/> met allen yver te spoeden, ietwes loofwaardigs te verrigten. Maar<lb/> dat de selve Menschen seer eevel neemen, wanneer hen haare ge-<lb/> breeken ende misslaagen ofte dwaalingen werden aangeweesen,<lb/> schoon het selven geschied ten geenen anderen einde, dan dat sy<lb/> sig selven leeren kennen, ende beeteren souden konnen, is voor-<lb/> waar eene seer groote swakheid, efter is dat niet het eigentlik ge-<lb/> brek, dat de Ouden ons met deeser FABULE hebben willen<lb/> voor den oogen stellen; maar wel een veel grooter gebrek, dat<lb/> men gemeenelik niet dan in de allerhoogst gesteegene Menschen<lb/> vind: Naamelik, om dat seer veele Menschen door eene verkeer-<lb/> de Eergierigheid, anders gesegt Heerssugt, gedreeven werdende,<lb/> sig booven de geenen, die haar waarelik gelijk zijn, willen ver-<lb/> heffen, ende daar beneevens van tijde ten tijden verkrijgende het<lb/> gunt sy beoogd hebben, daar in geen genougen vinden: soo dunkt<lb/> haar, dat sy niet konnen rusten, voor dat sy den hoogsten trap<lb/> van magt oover haare Meede-Ingeseetenen bekoomen hebben,<lb/> ende sig alsoo verseekeren moogen, door de selven niet weeder-<lb/> om ter needer gesmeeten te konnen werden.<lb/> Ende vermits sy tot die Hoogheid niet konnen geraaken, dan met<lb/> van tijden ten tijden meer ende tot Vyanden te maaken, alle<lb/> de geenen, die sy verongelijken, ofte booven den hoofde groejen;<lb/> soo hebben sy waarelik alsoo weinig, jaa min als te vooren, ree-<lb/> den om gerust ende vergenougd te zijn; Ende daar en booven soo<lb/> beginnen sy te denken, dat alle andere Ingeseetenen, soo wel<lb/> als sy, oover haare weerhaftige deugden ende vroome daaden ge-<lb/> preesen werden; Sulks sy daar oover nijdig werden, als vreesende,<lb/> dat de andere haar daar in te booven sullen gaan, waarom sy ook<lb/> alsdan van der Waarheid, ende alle Deugdsaame werken beginnen te<lb/> walgen, om te gaan scheppen vermaak, ende sig ook te verheffen<lb/> in ietwes te doen ofte te laaten, ende ook gepreesen te werden,<lb/> oover het gunt dat andere Ingeseetenen niet doen ofte laaten mo-<lb/> gen, sonder daar oover, als teegen de Wetten gedaan hebbende,<lb/> seer mispreesen ofte gestraft te werden. Naademaal alsdan allesins<lb/> haar Opperste magt ende aansien, boven die van andere Ingeseete-<lb/> nen uitsteekt.<lb/> Dit is de Reeden, waarom men Koningen ende Vorsten vind, die al<lb/> speelende Eeden ten Heiligen sweeren, ende daar naa trowlooselik<lb/> <pb n="embstma_add132_fac114"/> breeken. Dit is de Reeden, dat Koningen ende Vorsten niet alleen, om<lb/> sig in haaren Staat te vestigen, maar ook veeltijds uit vermaak on-<lb/> noosele ofte onschuldige Ingeseetenen doen dooden. Als ook dit<lb/> de voornaamste Reeden is, waarom Koningen ende Vorsten ge-<lb/> vonden werden, die sig inbeelden meer vermaakt te genieten in<lb/> onnaatuurelik ende ongeoorlofd byslaapen, ofte in een andermans<lb/> wijf te om-armen, als van haar eigen wijf, ofte eenig ander vry<lb/> vrow-mensch, alle bedenkelijke vriendschappen te ontfangen.<lb/> Dit is de Reeden van die geduurige groote ende onnutte onkosten<lb/> van oovergroote Hofhoudinge, Jagt ende Bouwen van den Paleisen<lb/> der Koningen, ende daar uit ontstaande geduurig Scheeren ende<lb/> Schatten der Onderdaanen, het welk geen der selven hun naar doen<lb/> kan ofte vermag. Dit is de Reeden, dat de Nieuwelingen den Koningen<lb/> ende den Vorsten de Waarheid willende seggen, oover die waarheid<lb/> gedood werden. Dit is de Reeden, dat ervaarene Hoovelingen sig<lb/> allermeest bevlijtigen den Koning ofte Vorst ten hoogsten te prij-<lb/> sen, eeven in ende oover het selven, daar in ofte oover, hy aller-<lb/> meest misprijsens waardig is, ende dat sy Hoovelingen daar oover<lb/> ook allermeest geloond plagten te worden. Dit is ook de Ree-<lb/> den, dat alle gemeene Ingeseetenen haaren eigen Koning ofte<lb/> Vorst ten Hoogsten prijsen, ook oover het gunt, daar oover hy<lb/> seer misprijsens waardig is.<lb/> In het kort gesegt, in alle Koningrijken ende Vorstendommen<lb/> vind men Adelers, die niet alleen oover haare waarhaftige sterkte,<lb/> maar ook oover haare logenagtige schoonheid, gepreesen willen<lb/> werden, ende daar de Pauw, om sulks niet te willen doen, ge-<lb/> dood, ende de Papegaai, om het selven gedaan te hebben, beloond<lb/> werd, ende daar alle geringe Vogelen singen, Amen.<lb/> </p>

SEQ

20

PARENT

embstma_add132

HIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_add132_pic111.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_add132_emblem019

IIHIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

The parrot tells the powerful eagle he is the most beautiful bird of all, to prevent the eagle from killing him just like he killed the peacock

SOURCE_FILE

embstma_add132.xml

MOTTO_NL_NORM

De waarheid wil niet gezegd zijn

LINK_FACSIMILE

embstma_add132_fac111

MOTTO_LA

<p>Quod non potest, vult posse, qui nimium potest. Senec. in Hijpol.</p>

TYPE

emblem pictura

IC

25F33(EAGLE)(+514)

25F35(PARROT)

25F35(PEACOCK)(+63)

31B62359:52A6

44B1522

54A31

57AA6121(+4)

85(THE EAGLE, THE PEACOCK AND THE PARROT)

86(DE WAARHEID WIL NIET GEZEGD ZIJN)

86(QUOD NON POTEST, VULT POSSE, QUI NIMIUM POTEST)

PREV

embstma_add132_emblem017

MOTTO_NL

<p>De Waarheid wil niet gesegt zijn.</p>

ID

embstma_add132_emblem018

MOTTO_LA_NORM

Quod non potest, vult posse, qui nimium potest